De Arizona-regering voert sinds haar aantreden in januari 2025 een heftig totaal offensief. Lonen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen, publieke diensten, arbeidsrechten, sociaal overleg en syndicale vrijheden: niets wordt ontzien. Dit is geen kaasschaaf maar een kettingzaag. De besparingen lopen op in de tientallen miljarden en tikken en cours de route verder aan. Het enige waar niet op wordt bespaard, zijn de militaire uitgaven. Die ontploffen.
Tegenover dat offensief staat bijna twee jaren aanhoudend breed verzet. Veertien nationale mobilisatiedagen, twee algemene stakingen, drie manifestaties van meer dan 100.000 betogers. De strijd is nog niet gestreden en nu al is duidelijk: dit is een van de grote momenten in de Belgische sociale geschiedenis. De regering viel niet, maar verloor veel politiek krediet: de meerderheid van de bevolking keurt de maatregelen af en steunt de sociale beweging. Ook de boodschap “zonder ons zou het erger zijn” van Vooruit, cd&v en Les Engagés wordt niet langer aanvaard.
Hoe maak je de balans van iets wat nog bezig is? Hoe schat je de impact in op langere termijn? Een analyse veronderstelt een einde, een overzicht. Dat overzicht is er nog niet. De Franse historicus Fernand Braudel zou zeggen dat we nog midden in de temps événementiel (de gebeurtenissen die we meemaken) zitten, en nog niet in de tragere tijden van le temps conjuncturel of la longue durée. We zien het schuim op de golven, nog niet de onderliggende stromingen.

De impact van een beweging valt niet alleen af te meten aan haar onmiddellijke resultaat. Dat toont de sociale geschiedenis. De drie algemene stakingen van 1893, 1902 en 1913 hadden dertig jaren nodig vooraleer zich te vertalen in het enkelvoudig stemrecht voor mannen na de Eerste Wereldoorlog. De staking in 1936 die losbarst na de moord op twee syndicalisten door fascisten leverde op korte termijn minimumloon, veertigurenweken en betaald verlof op én was een scharnierpunt in wat later de sociale zekerheid wordt. En de ontzuiling, de nieuwe sociale bewegingen, partijen zoals de PVDA in België of de SP in Nederland, en meer onrechtstreeks, de ecologische partijen: ze vallen niet te begrijpen zonder de revolte van mei 1968.
Dat ontbrekend overzicht is geen reden om te zwijgen en af te wachten. Dat zou het heden aan de kant schuiven. Sociale strijd en ideeënstrijd hebben nood aan analyses op het moment zelf, niet na de feiten. Wie wacht tot de mist van de strijd optrekt, mist net het moment waarop de richting nog te sturen valt, waarop syndicalisten en activisten nog zelf op de geschiedenis kunnen wegen. Een tussenstand opmaken en vooruitkijken zijn in die zin cruciaal.
Met twee artikels maken we in dit nummer de tussenbalans op, elk met een andere insteek. In een interview beschouwen de onderzoekers Jean Faniel (CRISP) en Kurt Vandaele (ETUI) de beweging meer van buitenaf. Zij noemen die meer historisch dan die van 1993 tegen het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene, of dan die van 2014 tegen de regering-Michel, door haar omvang, breedte, de nieuwe actievormen, de volgehouden intensiteit en het gemeenschappelijk front. Ze trekken ook een parallel met de historische staking van 1961 en zien vandaag een hardere repressie.
Vakbondsman Nic Görtz schrijft als deelnemer vanop het terrein, in de wij-vorm. Beeldend trekt hij lessen en kijkt vooruit. Een muur valt niet in één keer, maar pas na meerdere scheuren. Görtz somt de scheuren in de Arizona-muur op, zoals de wijziging in de berekening van de pensioenmalus en in premies voor nachtwerk. Belangrijk, maar wat echt telt zijn de zaadjes die zijn geplant: nieuwe ervaringen, collectief vertrouwen, een nieuwe generatie syndicalisten die zich klaarstoomt.
Grote sociale overwinningen zijn nooit begonnen met een totale overwinning. Elke strijd verlegt de krachtsverhoudingen voor de volgende. Een kleine vooruitgang vandaag legt de basis voor overwinningen van morgen. De begrotingsronde in het najaar, de koppeling met de vredesbeweging via “Welfare, not warfare”, de onderhandelingen over de index, en de sociale verkiezingen van 2028 worden nieuwe momenten om de Arizona-regering terug te drijven.
De kettingzaag van de Arizona-coalitie beperkt zich niet tot lonen en sociale zekerheid. Ze wil ook de ziekenfondsen aanpakken onder het mom van efficiëntie en neutraliteit. Student geneeskunde Hadisha Shoudoueva en onderzoekster Lili Soussoko ontleden de aanvallen op de ziekenfondsen — te rijk, te politiek, te inefficiënt, te soepel voor langdurig zieken — en tonen hoe geen enkele daarvan overeind blijft. Achter het efficiëntiediscours schuilt een project om de gezondheidszorg stap voor stap te vermarkten. Maar het is niet alleen een markt- en centenkwestie, wat Arizona vooral stoort is de maatschappelijke rol van de ziekenfondsen, hun verdediging van een toegankelijke gezondheidszorg en de rechten van alle verzekerden.
Spoorkenner Michaël Verbauwhede gaat op zijn beurt in op de plannen om de NMBS tegen 2032 open te stellen voor concurrentie. Uit de ervaring elders in Europa blijkt dat de mooie beloftes van liberalisering niets meer zijn dan luchtkastelen. Van het Verenigd Koninkrijk tot Duitsland is het resultaat telkens hetzelfde: winsten worden geprivatiseerd, verliezen gesocialiseerd, service en veiligheid gaan erop achteruit. De beste spoorwegen van Europa, in Zwitserland en Oostenrijk, zijn net de meest publieke en volledig geïntegreerde.
Op regionaal niveau draait onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) een gelijkaardige plaat af. Onder het mom van “kwaliteit” en “excellentie” ontneemt ze studenten studiebeurzen, bespaart ze op leerkrachten en voert ze minimumdoelen door zonder te voorzien in ondersteuning om die te realiseren. Vlaams volksvertegenwoordiger Line De Witte en parlementair medewerker Jeroen Permentier ontleden haar beleid. Het Vlaamse onderwijs is al kampioen ongelijkheid en Demirs beleid vergroot die kloof bewust om de ongelijkheden in de samenleving te reproduceren. Voor een alternatief zoeken de auteurs inspiratie in Finland.
De rode draad in dit alles is nieuwe markten openbreken voor de monopolies samen met het verschuiven van gigantische bedragen naar de wapenboeren. Laëtitia Sédou van de vredesorganisatie ENAAT volgt het geld van het Europees Defensiefonds. Grondig gedocumenteerd toont ze hoe enorme budgetten vloeien naar een handvol wapengiganten, wier lobbyisten in de Europese wandelgangen die geldstromen mee voorbereiden en exportregels op maat laten schrijven. De militarisering onttrekt niet alleen publieke middelen aan openbare diensten en sociale zekerheid, de wapenwedloop komt ook met een stevige klimaatprijs, blijkt uit het interview van Kas Bakx en Mathieu Strale met de Londense onderzoeker Khem Rogaly (Transition Security Project). Legers drijven op fossiele brandstoffen. Ze stoten dubbel zoveel broeikasgassen uit dan scheepvaart en burgerluchtvaart samen. Militarisering brengt geen veiligheid, maar een planetaire crisis.
De Nederlandse auteur en activist Chris Kaspar de Ploeg zoomt helemaal uit, in plaats en in tijd. De bezuinigingen die ons dagelijks leven treffen, de bombardementen van Iran, de oorlog in Oekraïne, de genocide in Palestina… hij plaatst ze allemaal in het grotere plaatje van de geschiedenis van kapitalisme en imperialisme. Fascisme en liberalisme zijn voor hem geen tegenpolen, maar afwisselende tendensen binnen hetzelfde systeem, “als eb en vloed naargelang de behoefte van het kapitaal”. De sociaaleconomische beweging, de Palestinabeweging en de vredesbeweging moeten elkaar vinden, want de tegenstanders die hier uitmelken en daar doden zijn dezelfde: de grote monopolies. Het interview met De Ploeg is een co-productie van Lava Media met Kantelpunt, de podcast met Peter Mertens als gastheer.
Tot slot, in de monocle van dit nummer gaat de aandacht naar Andrée Blouin, door kolonialen “de gevaarlijkste vrouw van Afrika genoemd”. Er bestaat in Afrika bijna geen dekoloniseringsstrijd waar “de zwarte pasionaria” niet bij was betrokken. Nieuwe edities en vertalingen van haar autobiografie in het Engels, Frans en Nederlands (uitgeverij EPO) halen haar uit de vergetelheid. Historica en antropologe Lies Busselen las Blouins autobiografie tijdens haar eigen veldwerk in Congo met haar zoontje van twee in dezelfde kamer. In een persoonlijke recensie trekt ze de lijn door naar vandaag. Blouins strijd tegen het neokoloniale onrecht is springlevend net als haar overtuiging dat je zorg en moederschap, organisatie en verzet niet los van elkaar kan denken.

