Artikel

Het elitair onderwijs van Zuhal Demir

Line De Witte

+

Jeroen Parmentier

—24 september 2026

Onderwijsminister Demir spreekt van kwaliteit en excellentie. Maar wat ze tegen heel het onderwijsveld in doorduwt, spreekt een andere taal: een onderwijs dat de ongelijkheden in de samenleving reproduceert. Het kan anders.

Zuhal Demir (N-VA) besloot om 20.000 studenten hun beurs af te pakken en zo de toegang tot het hoger onderwijs te ontzeggen. Ze bespaart in het secundair onderwijs waardoor honderden leerkrachten op zoek moeten naar een nieuwe job. Onder het mom van ‘kwaliteit’ moet de lat omhoog in het basisonderwijs met nieuwe minimumdoelen. Maar met overvolle klassen en een nijpend lerarentekort is het niet voor elke leerling mogelijk om over die lat te springen. En boven de hoofden van het hele onderwijsveld schrapte ze pedagogische studiedagen en tijd voor klassenraden.

De woede en het verzet tegen haar beleid waren hevig. Leerkrachten, leerlingen, directies, onderzoekers, studenten en ouders kwamen massaal op straat. Leerkrachten trokken naar Brussel met de brooddoos in de rugzak en een fluovestje aan om te protesteren tegen de afbouw van het onderwijs en hun pensioen. Studenten kwamen blokken in het Vlaams Parlement om het studiebeursdecreet tegen te houden. Duizenden scholieren staakten om de onderwijsvisie van de minister aan te klagen.

Zuhal Demir beweert dat ze de onderwijskwaliteit wil verhogen door in te zetten op Nederlands en wiskunde, dat ze orde en tucht wil herstellen en dat besparingen onvermijdelijk zijn. Achter die retoriek schuilt echter een maatschappelijke keuze. Haar beleid vertrekt niet vanuit de noden van scholen, leerlingen of leerkrachten, maar vanuit de noden van het bedrijfsleven. In dit artikel doorprikken we haar visie die allesbehalve nieuw of toevallig is.

Vlaams onderwijs: kampioen in ongelijkheid

In een ideale wereld is onderwijs een motor van gelijke kansen. Een hefboom die iedereen zo ver mogelijk laat springen. Waar je vandaan komt, waar je ouders werk(t)en, of je een jongen of meisje, rijk of arm bent zouden geen rol mogen spelen in hoe ver je het kan schoppen. Maar België is die ideale wereld niet, verre van. In ons land is het schoolsucces sterk gekoppeld aan de sociaaleconomische achtergrond van leerlingen. Groei je op in een kansarm gezin, dan zijn je kansen op schoolsucces veel kleiner. PISA-onderzoek bevestigt dat het Vlaams onderwijs kampioen is in ongelijkheid. Sociaaleconomische factoren verklaren hier 17% van de testresultaten, tegenover 11,9% gemiddeld in de OESO-landen.1

Waar je wieg staat bepaalt al te vaak welke richting je op school volgt. Kinderen uit armere gezinnen zitten vaker in het buitengewoon onderwijs en blijven vaker zitten.

Waar je wieg staat bepaalt al te vaak welke richting je op school volgt. Kinderen uit gezinnen met lagere inkomens belanden veel vaker in arbeidsmarktgerichte opleidingen dan kinderen uit gezinnen met meer middelen. Van de armste 10% van de Vlaamse gezinnen zit ongeveer de helft van de kinderen op 15 jaar in het beroepsonderwijs. Bij de rijkste 10% zit bijna 90% in het doorstroomgericht onderwijs (het vroegere ASO). Kinderen uit armere gezinnen zitten vaker in het buitengewoon onderwijs en blijven vaker zitten. De schooluitval bij leerlingen van wie de moeder enkel secundair onderwijs volgde, ligt dubbel zo hoog als bij leerlingen met een moeder die hoger onderwijs genoot.2

Line De Witte is sociologe en volksvertegenwoordiger en onderwijsspecialist voor de PVDA in het Vlaams Parlement. Ze werkte voordien als leerkracht wiskunde en geschiedenis in het secundair onderwijs.

Die ongelijkheid zet zich door in het hoger onderwijs. Of je een bachelor of master behaalt, hangt sterk samen met het opleidingsniveau van je ouders. Het aandeel studenten hoger onderwijs met een laagopgeleide moeder daalde de afgelopen 20 jaar van 28% naar 22%.3“Het zijn heus niet de arbeidersjongens die de aula’s vullen” kopte De Standaard treffend.4

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.