Artikel

Veertig jaar communistische fabriekscellen

Adrian Thomas

—30 december 2021

Communistische partijen, en meer nog hun bedrijfscellen, waren een unieke sociale ontmoetingsplaats voor de werknemers van een bedrijf. De schijnwerper op een bijzonder type van organisatie van de arbeidersstrijd.

Een recente biografie over Robert Dussart, een vakbondsman uit Charleroi, ontleedt de actie van de KPB-fabriekscellen1 bij ACEC, lange tijd een van de grootste Belgische ondernemingen.2 Hierbij gaat het niet alleen om het moederbedrijf in Charleroi, maar ook over de vestigingen in Herstal, Gent en Ruisbroek.

Wat doet een communistische bedrijfscel?

De geschiedenis van een politieke partij beperkt zich vaak tot een opsomming van haar verkiezingsuitslagen en parlementaire wederwaardigheden. De meeste partijen betreden de publieke arena alleen in de aanloop naar de verkiezingen. Niet zo de communisten. Zij willen voornamelijk de krachten van het proletariaat binnen hun gelederen bundelen om een wijziging van het systeem voor te bereiden om zo de kapitalistische uitbuiting te breken. In de fabrieken krijgt de arbeidersklasse haar betekenis als een klasse op zich, door haar loutere bestaan, los van haar eigen wil. De arbeiders zijn zich niet noodzakelijk bewust van het feit dat zij bij elkaar horen. De communisten moeten de arbeidersklasse zich in de eerste plaats doen opstellen voor zich, d.w.z. de arbeiders ervan overtuigen dat ze een collectief belang hebben, dat ze allemaal uitgebuit worden. Voor hun actieve deelname aan de klassenstrijd en aan de sociale vooruitgang is een klassenidentiteit nodig.

De organisatie van de strijd op de werkplek, begonnen in 1924 met de “bolsjewisering” van de communistische partijen naar het model van de partij van Lenin en de Russische revolutie (1917), had tot doel de traditioneel gemeentelijke structuur van de partijen te overstijgen en zich in de fabriek in te planten. De geschiedschrijving heeft het er moeilijk mee deze communistische verankering te meten. Het is een werk achter de schermen, buiten het blikveld van de patroon. In het rijk van de privé-eigendom is de bourgeois een koning die niet door zijn werknemers wordt in vraag gesteld. Communistische arbeiders moeten daarom in de schaduw opereren.

De meeste partijen betreden de publieke arena alleen in de aanloop naar de verkiezingen. Niet zo de communisten.

De omvang van hun organisatie kan op twee manieren worden gemeten: de grootte van een cel en het aantal vakbondsafgevaardigden die aan hun kant staan. Voor het slagen van hun opzet hebben de cellen een grote syndicale vertegenwoordiging nodig. In zekere zin is het een natuurlijk proces: de communisten willen in de voorhoede van de sociale strijd staan, vooroplopen bij het verdedigen van de arbeiderseisen en zo het vertrouwen van hun collega’s winnen. De vakbondsleiders zien dat echter niet zo en reageren meestal fel tegen deze aanpak, die hun gezag ondermijnt. Een cel fungeert in het bedrijf dus als bruggenhoofd voor de partij en de vakbondsleden ervan. Ze is van nature zeer kwetsbaar en vluchtig. Daarom besteedt de politieke leiding van de communistische partij veel aandacht aan de stabiliteit en de popularisering van de cel. Die moet zich voortdurend vernieuwen om te kunnen overleven op een op alle punten vijandig terrein, temeer daar haar leiders elk moment kunnen worden ontslagen.

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.