Artikel

Slimme technologie is niet neutraal

Ben Van Duppen

—30 december 2021

Vandaag verscherpt de digitalisering de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme. Toch kunnen we de nieuwe technologieën ook aanwenden voor menselijke emancipatie en een leefbare planeet.

“Sorry, die pint zit er toch niet in vanavond, de slimme bot op het werk heeft het weer begeven, ik ga opnieuw moeten overwerken”. Dit berichtje ontving ik onlangs. De slimme computerbot, Ariana gedoopt, ging het werk van Maria revolutioneren: geen repetitieve taken meer, veel gemakkelijker kunnen werken en tijd krijgen voor de complexere gevallen, de rest zal Ariana wel afhandelen. Maria’s bazen waren zo euforisch dat ze alvast twee van haar collega’s afdankten. Ze waren niet meer nodig. Sindsdien heeft Maria veel meer werk. Nu moet ze niet enkel haar eigen werk doen, maar ook de fouten van Ariana rechtzetten, inspringen omdat een derde collega met burn-out thuis zit, nieuwe collega’s uit Oost-Europa via Zoom opleiden en het volgende project voorbereiden: “Ariana 2.0”, die met artificiële intelligentie veel van haar werk zal automatiseren. Maria verwacht er niet meer veel van, maar ze hoopt vooral haar job te behouden.

We lijken een invasie mee te maken van “slimme technologie”. Die zou, zo hoopt men, het mogelijk maken bepaalde zaken te meten, er een cijfer op te plakken en vervolgens te optimaliseren. Bovendien kunnen die apparaten met elkaar communiceren en zo samenwerken. Die slimme technologie zet ons voor scherpe uitdagingen.

In de wereld van de arbeid wordt slimme technologie op verschillende manieren gebruikt, maar een rode draad is dat ze het mogelijk maakt arbeid anders te organiseren. Slimme schroefmachines in de auto-industrie helpen bijvoorbeeld het management om arbeiders aan te sturen, maar ook om gedetailleerd de activiteit van ieder van hen te meten. Zo kunnen arbeiders apart worden gecontroleerd, waar het vroeger vaak enkel mogelijk was om op de resultaten van een ploeg te reageren. Slimme technologie maakt het zo mogelijk om de productiviteit op te drijven, maar ook om syndicale organisatie te ondermijnen door steeds de minst presterende arbeiders te ontslaan, of de gegevens te gebruiken om werknemers tegen elkaar uit te spelen.

Thuis bestuurt je smartphone de smart speaker naast je smart TV en je kan via de slimme deurbel zien dat de Deliveroo-koerier met je pizza is aangekomen. Die slimme tech heeft ons leven op een aantal vlakken vergemakkelijkt en de smartphone heeft mensen over heel de wereld op ongeziene wijze met elkaar verbonden. Maar ook thuis zijn perfide mechanismen aan de gang. Jouw slimme tandenborstel meet hoe vaak je je tanden poetst en hoe goed je dat doet. De gegevens over je mond en je poetsgedrag stuurt het door naar de fabrikant. Die berekent een tandenpoetsscore en geeft via een app op je smartphone poetstips. Die app kan zelfs met je tandarts communiceren over je handhygiëne. Niets mis mee zou je denken, tot de tandverzekering zich komt moeien. Beam, een Amerikaanse start-up in tandverzekeringen, heeft haar kans geroken en kan nu het gedrag van haar klanten volgen. Een lage tandenpoetsscore leidt tot een hogere premie, poets je goed, dan zakt je premie. Bovendien krijgt het bedrijf zo unieke informatie over de binnenkant van duizenden Amerikaanse monden. Die informatie is uitermate lucratief in de miljoenenbusiness van tandverzekeringen.

De sleutelvraag over deze ‘slimme technologie’ is: wie komt die slimme technologie ten goede? Wie controleert wat er gemeten wordt, hoe worden gegevens gebruikt en wie bepaalt de optimalisatie? Kortom: wie bezit de slimme technologie? Op die manier kunnen we nagaan of het gebruik van technologie de werkende klasse vooruithelpt, versterkt en emancipeert, of dat technologiegebruik ervoor zorgt dat vooral de heersende klasse er beter van wordt. Technologie is niet neutraal, en “slimme” technologie is dat evenmin.

Een lage tandenpoetsscore leidt tot een hogere premie, poets je goed, dan zakt je premie.

Wie de winnaars van deze slimme revolutie zijn, is duidelijk. Waar in 2009 de grote oliemaatschappijen de top 20 van de grootste beursgenoteerde bedrijven domineerden, heeft Big Oil vandaag plaats geruimd voor Big Tech, dat meer dan de helft van de giganten in de top 20 levert. 1 Door de coronacrisis werd nog een versnelling hoger geschakeld. Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft, vaak samengenomen tot het acroniem GAFAM, zijn de meest bekende Amerikaanse multinationals. De rest van deze Big Tech-bedrijven zijn, uitgezonderd elektrische auto-fabrikant Tesla Motors en chipproducent Nvidia, Aziatisch van oorsprong met Chinese internetgiganten Tencent, Alibaba, de Taiwanese chipfabrikant TSMC en Samsung uit Zuid Korea. Ook al is beurswaarde een relatief begrip en gevoelig voor bubbels, de pijlsnelle opkomst van Big Tech valt niet te ontkennen. De gigantische groei van deze bedrijven maakt hun eigenaars steenrijk. Acht van de tien rijksten op aarde komen uit de techsector en de persoonlijke vermogens van Jeff Bezos en Bill Gates flirten met de 200 miljard dollar; Tesla-CEO Elon Musk is sinds kort zelfs al meer dan 300 miljard waard. Bovendien is deze sector de spil geworden van een geopolitieke strijd tussen China en de Verenigde Staten.

Als we het globale kapitalisme van vandaag willen begrijpen, moeten we de gigantische kapitaalconcentratie in Big Tech begrijpen. Hoe heeft Big Tech zich zo kunnen ontwikkelen? Welke zijn de gevolgen voor de dagelijkse maatschappelijke relaties, thuis en op het werk? Men noemt de opkomst van al deze slimme apparaten thuis en in de industrie ook wel “de vierde industriële revolutie”. De eerste industriële revolutie had plaats in de 19e eeuw. Karl Marx beschreef hoe dit de maatschappij ingrijpend veranderde. Twee eeuwen later blijven die analyses verrassend relevant.

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.