Artikels

Recensie van het boek “De laatste dagen van het oude normaal” van Peter Mertens

Ulrike Eifler

—31 augustus 2026

In zijn nieuwste boek ontleedt Peter Mertens een oude wereld op drift en haar elites die voor de oorlog kiezen. Maar onder het puin leeft de hoop. Een boek dat wapent voor wat komt.

EPO

“De vraag is niet of de oude wereld afsterft.
De vraag is hoe de nieuwe eruitziet.”

Sinds de grote financiële crisis van 2009 is Europa niet meer uit de crisismodus geweest. De ene schok volgde op de andere: de eurocrisis, de gezondheidscrisis met zijn lockdowns en vaccinatiedruk, en de oorlog in Oekraïne die energie- en voedselprijzen de pan doet uitrijzen. Veel gezinnen worden geconfronteerd met sociale onzekerheden. In de buitenlandse handelsbetrekkingen zien we een toenemend protectionisme en een onvoorspelbaar douanebeleid. Met name in Duitsland tekent zich een diepe crisis van het exportmodel af dat honderdduizenden banen in de industrie kost. Boven dit alles hangen de klimaatcrisis en de wooncrisis. En nu krijgen we te maken met een van de zwaarste aanvallen op de sociale verworvenheden in de recente geschiedenis van ons continent. Het lijkt erop dat het oude normaal plaats heeft gemaakt voor een nieuw abnormaal – een door crises geteisterde tijd waarin de oude garanties zijn verdwenen en waarin niets meer zeker is.

In zijn nieuwe boek “De laatste dagen van het oude normaal”, neemt Peter Mertens deze ontwikkelingen als uitgangspunt voor een grondige analyse. Het boek, sinds eind mei beschikbaar in het Nederlands (Franse en Duitse vertalingen volgen snel), is een welkome verrijking voor het strategiedebat binnen politiek links. Mertens ziet de maatschappelijke krachtsverhoudingen, de tegenstellingen tussen de kapitaalfacties, hun groeiende invloed op de politiek en de accumulatiedrang van het kapitaal als drijvende kracht achter het toenemende oorlogsgevaar. Hij voert een grondige analyse uit van de kapitalistische crisis en zijn conclusie is helder: “Dit systeem sterft af, de breuklijnen zijn onhoudbaar geworden.”

Het boek valt uiteen in drie delen: eerst de Europese crisis en hoe het continent zich probeert te profileren als nieuwe supermacht; ten tweede de ontwikkelingen in de VS tegen de achtergrond van een dreigend verlies van hegemonie, dat vooral ten gunste van China uitpakt; en ten slotte de structurele crisis van het imperialisme zelf, die gepaard gaat met een toenemend oorlogsgevaar, maar ook met groeiend verzet. Mertens eindigt niet met somberheid: “Onder het puin ligt de hoop.” Hij laat de lezer achter met inzicht in de samenhang en, wat belangrijker is, met de behoefte tot organisatie, mobilisatie en protest.

De crisis in Europa en de invloed van het trumpisme

Wie Europa’s industriële malaise wil begrijpen, kan niet om het rapport heen van Mario Draghi, de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank. In opdracht van de Europese Commissie onderzoekt hij de toekomst van de Europese industrie. Hij schetst een somber beeld van een continent dat de-industrialiseert, verdeeld raakt en onderworpen wordt. Mertens gaat hierop in, maar wijst verder: de crisis – die hij analyseert als het gevolg van het stagnerende Duitse exportmodel, een mislukte energietransitie en een vertraagde digitalisering – is niet het gevolg van verkeerde politieke beslissingen en een gebrek aan visie. Hij wijst veeleer op wat erachter schuilgaat: de kapitalistische concurrentie leidt tot een ongelijke ontwikkeling. Nieuwe groeicentra ontstaan en oude machtscentra worden verdrongen. Het machtsevenwicht verschuift voortdurend, meent hij; de wereld is continu in beweging.

“Dit systeem sterft af, de breuklijnen zijn onhoudbaar geworden.”

Ulrike Eifler is secretaris voor de Duitse metaalvakbond IG Metall in Würzburg. Ze werkte daarvoor tien jaar bij de vakbondsfederatie DGB, vooral in de regio Zuidoost-Hessen. Ze heeft ervaring op het vlak van internationale vakbondspolitiek. Binnen haar vakbond is ze een van de belangrijkste stemmen tegen militarisering. Ze is ook bestuurslid van de partij Die Linke.

Die ongelijke ontwikkeling heeft altijd een prijs, en die wordt betaald door de gewone burger. Mertens laat zien hoe de koopkrachtcrisis samenvalt met een bewuste aanval op de verzorgingsstaat. “Nu is het moment aangebroken om Europa te versterken en alle beschermingsmechanismen af te schaffen”, benadrukt Draghi. De elites maken gebruik van de industriële crisis en de algemene onzekerheid, en halen drie beproefde recepten boven om de sociale verworvenheden terug te dringen met ernstige bezuinigingen voor de werkende meerderheid als gevolg: ten eerste deregulering en daarmee grootschalige aanvallen op het arbeidsrecht, milieunormen en sociale zekerheid; ten tweede een kapitaalunie ter financiering van de geostrategische concurrentie, die bedoeld is om de pensioenen en particuliere spaargelden van de bevolking naar de aandelenmarkten te leiden; en ten derde minder belemmeringen voor de centralisatie en monopolisering van het kapitaal, wat moet worden gewaarborgd door een verzwakking van het mededingingsrecht.

Maar dat is niet alles. Omdat de industriële crisis en met name de verzuimde energietransitie Europa plotseling kwetsbaar maken voor geopolitieke schokken en imperialistische rivaliteiten, probeert men in Brussel Europa neer te zetten als een zelfstandige geopolitieke speler. Het ReArm Europe-plan voorziet in 800 miljard euro voor de Europese bewapening. Wat dit voor de sociale zekerheid betekent, blijkt uit de meedogenloze aanvallen op de verzorgingsstaat. Pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs en basisvoorzieningen voor de bevolking worden gekortwiekt om fregatten, raketten en uniformen te kunnen aanschaffen. In Nederland zou zelfs een zogenaamde “vrijheidsbijdrage” van 450 euro per gezin per jaar betaald moeten worden. Alles voor het vaderland.

In deze fase van het kapitalisme wordt oorlog het ultieme middel om een reeds verdeelde wereld opnieuw te verdelen.

Europa’s ambitie om niet langer een juniorpartner te zijn, maar zelf een imperialistische speler te worden, stuit op weerstand van de VS. In haar nationale veiligheidsstrategie heeft de VS-regering vastgelegd dat de bescherming van de nationale belangen voortaan het enige speerpunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid moet zijn. Daarbij delen ze de wereld niet langer op basis van allianties in, maar op basis van regio’s die van bijzondere betekenis zijn voor de Amerikaanse belangen. De westelijke hemisfeer staat bovenaan, gevolgd door China, en pas op de derde plaats komt Europa. Mertens laat zien dat deze veranderingen leiden tot nieuwe spanningen tussen Europa en de VS. Trump wil namelijk geen sterk Europa, maar een Europa dat hij kan sturen, met landen die afzonderlijk kunnen beloond, gestraft of tegen elkaar worden uitgespeeld. De afhankelijkheid van Amerikaans LNG-gas, het Driezeeëninitiatief en de steun aan rechtse oppositiekrachten zijn bedoeld om een wig te drijven in het Europese continent, om de VS-hegemonie niet te verzwakken.

Dreigend hegemonieverlies door de VS

Het nieuwe harde buitenlandbeleid van de VS en het grillige optreden van hun president weerspiegelen de veranderingen in de internationale betrekkingen, zo betoogt Mertens. Achter Trump schuilt een agressief economisch nationalisme, gesteund door drie kapitaalfacties met deels tegenstrijdige belangen. Ten eerste is er de grondstoffenindustrie en met name de bedrijven die zich bezighouden met de winning van schaliegas, die aandringen op versoepeling van de milieueisen. Ten tweede behoren daar de tech-elites, beleggers in cryptovaluta en wapenproducenten toe. Zij willen dat China uit de markt wordt verdrongen, om hun eigen monopoliepositie te behouden. En ten derde hoort de America First-industrie daar ook bij: de staal-, basismetaal- en landbouwindustrie, evenals het militair-industrieel complex en natuurlijk het Pentagon. Zij eisen dat er in de VS wordt geproduceerd en dat de markt wordt beschermd door middel van invoerrechten en protectionisme. Daartoe moet de staat worden hervormd: minder regels voor de arbeidsmarkt, meer subsidies en meer bevoegdheden om handelspartners onder druk te zetten met invoerheffingen.

Op basis van zijn analyse van de kapitaalfacties en hun belangen komt Mertens tot de conclusie dat Trump “niet zomaar het boegbeeld [is] van ‘de rijken’. Hij is de politieke stormram van een nieuw, nationaal verankerd kapitalisme”. Die stormram moet zowel intern als extern worden ingezet. Het bijna 900 pagina’s tellende masterplan Project 2025 van de regering-Trump – een soort 180-dagenprogramma – leest als een draaiboek voor een dictatuur: de onderdrukking van het democratisch verzet in het land wordt aangekondigd als regeringsdoel, evenals de ontmanteling van de vakbonden en het afbreken van de sociale en milieubescherming. Het rechtssysteem moet worden gepolitiseerd, zodat de rechtspraak zich aanpast aan de koers van de regering. En migratie wordt uitgeroepen tot een binnenlandse frontlinie, met als gevolg dat het leger steeds meer taken in het land op zich neemt. Het plan voorziet er bijvoorbeeld in dat ICE-functionarissen in staat worden gesteld om zonder gerechtelijk bevel arrestaties te verrichten – zelfs op gevoelige locaties zoals scholen, ziekenhuizen en kerken.

In het buitenland moeten militarisering en oorlogsvoering de VS-hegemonie in stand houden. De achtergrond hiervan is de wereldwijde verschuiving van de economische machtsverhoudingen. In 1985 was het bbp van de VS tien keer zo hoog als dat van China. Tegenwoordig is het verschil verwaarloosbaar. Op basis van koopkrachtpariteit is de Chinese economie zelfs nog groter: ze vertegenwoordigt 19 procent van de wereldeconomie, vergeleken met 15 procent voor de VS. Het aandeel van China in de industriële productie bedraagt zelfs 30 procent – een cijfer dat het Amerikaanse record uit de jaren vijftig overtreft.

Mertens schetst een helder beeld van de buitenlandse beleidsstrategie van de VS, die voortvloeit uit de economische opkomst van China en ingegeven is door de angst om van de Aziatische markt te worden verdrongen. De nationale veiligheidsstrategie richt zich dan ook niet toevallig op het counteren van China’s groeiende macht. Regeringsadviseurs zoals Kevin D. Roberts, voorzitter van de Heritage Foundation, zeggen inmiddels heel openlijk dat alles ondergeschikt moet worden gemaakt aan de voorbereiding op oorlog. Het buitenlands beleid van de VS vloeit dus niet voort uit een verlangen naar vrede, maar komt neer op een beleid van totale mobilisatie om de VS-hegemonie veilig te stellen, besluit Mertens.

Pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs en basisvoorzieningen voor de bevolking worden gekortwiekt om fregatten, raketten en uniformen te kunnen aanschaffen.

Ook hier richt hij de aandacht niet op de persoonlijke tekortkomingen van de VS-president als drijvende kracht achter de oorlog, maar op de tegenstrijdigheden die inherent zijn aan het systeem. “Washington controleert niet langer het hele speelbord”, zegt hij. “Wereldmachten die hun neergang voelen naderen, hebben historisch de neiging om all-in te gaan voor hun hegemonie.” De nieuwe regering-Trump is dus niet de oorzaak van de steeds duidelijker wordende oorlogsvoorbereidingen, maar een uiting van een systeem in crisis. De regering-Trump poogt het machtsimperium overeind te houden binnen de context van een groeiend China, de opkomst van het mondiale Zuiden en het binnenlandse verzet – een proces dat de internationale betrekkingen ingrijpend verandert. Binnen de zogeheten ‘Vredesraad’ van Trump schuiven de architecten van oorlog en straffeloosheid aan, lieden die de wereld in brand steken en vervolgens vrede als marketinginstrument verkopen, vat Mertens samen. Hij citeert de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs, die duidelijk maakt dat de wereldorde afglijdt naar “puur gangsterisme”.

De crisis van het imperialisme

De kracht van het boek zit hem niet alleen in de deskundige en gedetailleerde analyse van de betrekkingen binnen Europa en tussen de supermachten onderling. In het derde hoofdstuk fileert Mertens het kapitalistische hart van de crisis. Hij onderzoekt de interne tegenstrijdigheden van het moderne kapitalisme, die tot een toenemend oorlogsgevaar leiden. “De crisis van de Amerikaanse hegemonie is onlosmakelijk verbonden met de crisis van het kapitalistisch model”, zegt hij. Het is inherent aan de kapitalistische concurrentie dat kapitaal niet werkeloos blijft liggen, maar voortdurend op zoek is naar mogelijkheden om zich te vermenigvuldigen. Die groei komt tot stand door investeringen en accumulatie, maar ook door consolidatie, fusies en overnames, wat leidt tot een ongekende centralisatie en monopolisering van het kapitaal. In vrijwel elke sector domineren enkele reuzen die de regels bepalen en de prijzen dicteren.

In dit stadium van het kapitalisme slaat de concurrentie tussen bedrijven om in concurrentie tussen staten. De onzichtbare drang naar kapitaalaccumulatie stuit op zijn grenzen, want op een gegeven moment is de markt verzadigd en leveren de investeringen niet langer voldoende rendement op. Om aan de stagnatie te ontsnappen en de achterblijvende winsten weer op het gewenste tweecijferige groeipercentage te brengen, moet het kapitaal op zoek gaan naar nieuwe inkomstenbronnen. Het vindt die ofwel door de buitenlandse grenzen te overschrijden en buitenlandse markten te veroveren, ofwel door de sociale sector te plunderen, waarbij de openbare basisvoorzieningen een bron van winst worden. Beide routes zijn niet vreedzaam. De overheid, die – zoals Lenin ooit zei – het uitvoerend comité van de bourgeoisie is, wordt ingezet om obstakels voor het kapitaal weg te ruimen. De uitspraak van New York Times-huiscolumnist Thomas Friedman is dan veelzeggend: “De verborgen hand van de markt werkt niet zonder de verborgen vuist van het leger. McDonald’s wordt niet rijk zonder McDonnell-Douglas, de ontwerper van de F-35-gevechtsvliegtuigen.”

De elites hebben het over vrede en veiligheid, maar de mensen krijgen oorlog te verduren en betalen daar een hoge prijs voor.

De nationale veiligheidsstrategie van de VS, die gebaseerd is op verwoestende economische blokkades, ontvoeringen, staatsgrepen, dreigementen en oorlogen, is niet alleen het resultaat van de geweldfantasmes en de minachting van een extreemrechtse president, maar ook een uiting van de toenemende concurrentie tussen de natiestaten. “In hun jacht op maximale winst hebben de oude internationale monopolies de wereldmarkt onderling verdeeld. Ze sloten deals over wie waar mag ontginnen, produceren en verkopen”, zo analyseert Mertens de imperialistische dynamiek. Maar deze territoriale verdeling van de wereld leidt er nu toe dat een nieuwe macht alleen nog maar kan uitbreiden als ze de macht van een andere imperialistische rivaal afpakt. En een imperialistische macht in verval kan zijn marktpositie alleen nog met militair geweld verdedigen. In deze fase van het kapitalisme wordt oorlog het ultieme middel om een reeds verdeelde wereld opnieuw te verdelen. Het gaat nooit om vrijheid of mensenrechten, altijd om eigen monopolies en grootkapitaal.

Hoop onder het puin

Het oordeel van de auteur is meedogenloos: het oorlogsgevaar neemt toe omdat het imperialisme in verval raakt – de oorlogsvoorbereidingen zijn een uiting van een wankelend systeem. De elites hebben het over vrede en veiligheid, maar de mensen krijgen oorlog te verduren en betalen daar een hoge prijs voor. De minachting voor het menselijk leven, de flagrante ondermijning van het volkenrecht, de brute doorvoering van het recht van de sterkste, de toenemende irrationaliteit, de verheerlijking van wetteloos geweld, de arrogantie en de decadentie van de elites – dit alles wijst erop: dit systeem sterft af.

Maar het einde van de Amerikaanse hegemonie betekent niet per se het begin van een nieuwe, vreedzame en rechtvaardige wereld. De uitbouw van de oorlogscapaciteiten weerspiegelt de bereidheid van de imperiale machten om de verdedigingsstrijd daadwerkelijk met geweld uit te vechten. Op een zelfde manier worden tegenbetogingen in eigen land beantwoord. Op beide niveaus moet met “maximale dodelijkheid” worden opgetreden, zo laat Trump weten.

De verandering is in volle gang, zo stelt Mertens, en hij benadrukt dat we de richting van die verandering mede kunnen bepalen – zelfs mee moeten bepalen – als we willen voorkomen dat de wereld afglijdt naar chaos, crisis en oorlog. Als de westerse hegemonie verdwijnt, kan er een dystopisch en voor de planeet vernietigend alternatief in de plaats komen. Of een samenleving waarin we allemaal vrij en gelijkwaardig met elkaar kunnen leven. Socialisme of barbarij – de oude vraag die Engels en Luxemburg destijds aan de orde stelden, is in de 21e eeuw actueler dan ooit.

Wereldmachten die hun neergang voelen naderen, hebben historisch de neiging om all-in te gaan voor hun hegemonie.

Mertens put zijn optimisme, zijn vertrouwen en zijn hoop uit het nadenken over de tegenstrijdigheden. Want waar onrecht ontstaat, waar mensen worden geconfronteerd met sociale bezuinigingen, waar oorlog wordt voorbereid en de toekomst van de planeet op zoveel vlakken op het spel wordt gezet – daar groeit ook de behoefte om verzet te bieden. Mertens ziet tekenen overal: een wereldwijde solidariteit met Palestina, die zich niet langer laat intimideren door perfide beschuldigingen van antisemitisme, het groeiende protest van tienduizenden jongeren tegen de dienstplicht. Ook de protesten tegen de sociale afbraak komen in een stroomversnelling, en in de VS laat de No-Kings-beweging op bemoedigende wijze zien hoezeer het in de kapitalistische centra borrelt. In het hart van de arbeiderswijken ontstaat een tegenkracht – gewone mensen realiseren buitengewone dingen, zegt Mertens over de anti-ICE-protesten in Minneapolis. Het is een oude wet: wanneer de heersende macht wankelt, ontstaat er ruimte voor nieuwe ideeën en bewegingen.

In “De laatste dagen van het oude normaal” biedt Mertens in plaats van de uit hun context gerukte beelden van het heersende discours een analyse die ons zowel de verbanden laat zien als de mogelijkheden om ons te verzetten. Het is een boek dat ons leert de dynamiek te herkennen die voortkomt uit de innerlijke tegenstrijdigheden van het kapitalisme. Het is een boek dat de woede over de decadentie, het verval en de

De laatste dagen van het oude normaal. Europa, Trump en tegenmacht, EPO, 2026, 328p.

gewetenloosheid van de heersende klasse aanwakkert. En het is een boek dat aantoont dat het imperialisme in tijden van crisis realistische mogelijkheden biedt voor de strijd voor een socialistische samenleving. Kapitalistische tegenstrijdigheden dwingen ons tot maatschappelijke keuzes, en wij hebben de mogelijkheid om die keuzes in onze richting te beïnvloeden. Met dit alles motiveert het boek ons om de huidige ontwikkelingen niet moedeloos te ondergaan, maar de wereld zelfbewust te veranderen. Koop het. Lees het. En bespreek de inhoud ervan met zoveel mogelijk mensen.