Na vier jaar Russische offensieven lijkt geen van beide partijen te kunnen winnen. Geen van beide kan zich een verlies permitteren in deze oorlog die al zoveel levens en middelen heeft gekost. Maar vrede sluiten begint met het begrijpen en erkennen van de belangen van je vijand. Dat lijkt Europa vergeten te zijn.

Kijk naar de oorspronkelijke doelen van Moskou en naar de vijf eeuwen Russische overheersing over Oekraïne. Dan blijkt dat Kiev al een belangrijke overwinning heeft geboekt – een overwinning die de weg kan vrijmaken voor een duurzaam akkoord. Tegen alle verwachtingen in is Oekraïne erin geslaagd de Russische opmars te stoppen. Het heeft 80% van zijn grondgebied behouden, zijn nationale identiteit versterkt en zijn westerse koers bevestigd. Ook heeft het land de voorwaarden geschapen voor een mogelijke toetreding tot de EU. Maar dat is geen totale overwinning. Daarvoor zou Oekraïne alle gebieden moeten heroveren die Rusland sinds 2014 bezet houdt. Dat is militair onhaalbaar. Westerse waarnemers die nu beweren dat Oekraïne ‘het tij heeft gekeerd’ en dat de nieuwe ‘dynamiek’ meer uit het conflict kan halen, negeren de feiten.

Het gecombineerde gebruik van drones, mijnen en satellietinlichtingen heeft het Russische leger belet voldoende troepen te concentreren voor een doorbraak. Daardoor is het conflict verworden tot een uitputtingsslag. Kleine groepen strijders vechten er om de – vaak kortstondige – controle over kleine stukjes land. 1 Maar dezelfde factoren die de Russen hebben tegengehouden, beletten ook de Oekraïners om een groot tegenoffensief te lanceren.
Westerlingen die van een vredesakkoord absolute en eeuwige garanties eisen tegen nieuwe Russische agressie, begrijpen de strategische realiteit niet. De geschiedenis kent geen eeuwige garanties. En in dit geval zou zo’n garantie alleen mogelijk zijn als je de Russische staat vernietigt. Om zich daartegen te beschermen, heeft Moskou een enorm kernwapenarsenaal opgebouwd.
De Europese Unie stelt als conditie voor onderhandelingen dat Moskou eerst een onvoorwaardelijk staakt-het-vuren accepteert. Maar daarmee ontneemt de EU Rusland zijn enige drukmiddel. In feite is het dus de EU zelf die onderhandelingen onmogelijk maakt.
Als het bestand tussen de VS en Iran standhoudt (noot van de redactie: dit artikel is geschreven vóór de hervatting van de gevechten medio juli 2026), dan kan de regering-Trump de onderhandelingen met Rusland weer oppakken. Dat zou de basis kunnen leggen voor een duurzame vrede. Maar Europese betrokkenheid is essentieel. Alleen Europa kan de strijdende partijen voldoende aantrekkelijke tegenprestaties bieden om hen van hun onverzoenlijke standpunten af te brengen. Duitsland, Polen en andere lidstaten hebben felle kritiek geuit op het initiatief van EU-Raadsvoorzitter António Costa om een diplomatiek kanaal met Moskou te openen. Toch is het juist in Europa’s belang dat hij die weg verder kan bewandelen
Vaak hoor je dat ‘Rusland niet wil onderhandelen’. Dat is onzin. Het Kremlin en het Witte Huis onderhandelen al een jaar. Rusland heeft in die tijd zijn eisen uit juni 2024 aanzienlijk verlaagd. Wat wapens betreft, zou de enige overgebleven beperking gaan over raketten die diep in Russisch grondgebied kunnen inslaan. Rusland eist ook niet meer dat Oekraïne zich terugtrekt uit de regio’s Zaporizja en Cherson – al eist het wel de annexatie ervan, terwijl het die gebieden slechts gedeeltelijk bezet. Verder erkent Moskou het recht van Oekraïne om lid te worden van de EU.
Tussen stimulering en afschrikking
Dit geleidelijke afzien van belangrijke eisen komt niet door een morele bekering in het Kremlin. Het is simpelweg het gevolg van het feit dat het Russische leger, na vier jaar strijd, geen overwinning op het slagveld kan behalen en de Oekraïense wilskracht niet kan breken. Bovendien heeft het Russische leger zware verliezen geleden. Ondanks hoge premies voor nieuwe rekruten, melden zich steeds minder vrijwilligers. De Russische economie krijgt steeds meer problemen, terwijl de oorlogsmoeheid toeneemt. Toch leidt dat niet tot berusting, noch in Rusland, noch in Oekraïne. Zelfs binnen de Russische elites klinken steeds meer stemmen die om een snelle vrede roepen.
In werkelijkheid is het de Europese Unie die tot nu toe ‘heeft geweigerd te onderhandelen’. De EU maakt het begin van onderhandelingen immers afhankelijk van een Russisch onvoorwaardelijk staakt-het-vuren. Rusland heeft dat herhaaldelijk afgewezen en zal dat waarschijnlijk blijven doen. Zo’n concessie zou neerkomen op het prijsgeven van het enige drukmiddel dat Moskou nog heeft in de onderhandelingen. Dan zou Rusland zich blootstellen aan ofwel een hervatting van de gevechten, ofwel aan onaanvaardbare NAVO- en EU-maatregelen. Een onvoorwaardelijk staakt-het-vuren accepteren, betekent dat Moskou zijn nederlaag erkent. Het zou dan bijvoorbeeld moeten aanvaarden dat er westerse troepen in Oekraïne komen en/of dat Oekraïne lid wordt van de NAVO.
De voorwaarden die Europa nu stelt voor ‘een rechtvaardige en duurzame vrede’ blokkeren elke vredesovereenkomst. Ze schaden zowel Oekraïne als Europa zelf.
Op 7 juni hebben de Oekraïense leiders en de E3 (Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) vijf voorwaarden vastgesteld voor ‘een rechtvaardige en duurzame vrede’. 2 Die houden in: een volledig en onmiddellijk staakt-het-vuren; acceptatie van de huidige contactlijn als uitgangspunt voor onderhandelingen; respect voor Oekraïnes soevereine recht om eigen bondgenootschappen te kiezen; solide en juridisch bindende veiligheidsgaranties; inzet van een multinationale troepenmacht na het staakt-het-vuren; bevriezing van Russische tegoeden tot het einde van de agressie en tot na de schadevergoeding aan Oekraïne; en ten slotte garanties voor de Europese veiligheidsbelangen.
Zolang de EU aan deze voorwaarden vasthoudt, komt er geen vredesakkoord. Zelfs als Rusland en Oekraïne, uitgeput door de strijd, een staakt-het-vuren bereiken, blijft dat kwetsbaar. Er zullen steeds weer confrontaties uitbreken en de dreiging van nieuwe gevechten blijft bestaan. Met andere woorden: Oekraïne zou terugvallen in de situatie van 2014 tot 2022. Juist die situatie leidde tot de grootschalige Russische invasie. Om een ander internationaal voorbeeld te noemen: Oekraïne zou niet de relatieve stabiliteit van het Koreaanse schiereiland sinds 1953 kennen, maar eerder de dynamiek van Kasjmir sinds 1948 – met alle gevolgen voor India en Pakistan.
Een duurzaam staakt-het-vuren zonder vredesakkoord is fundamenteel in strijd met de belangen van Oekraïne én van heel Europa. De instabiliteit en onveiligheid zouden de economische wederopbouw van Oekraïne en de toenadering tot de EU ernstig bemoeilijken. Bovendien zou dat tegenstanders van EU-toetreding een mooi excuus geven. Permanente mobilisatie en militarisering zouden het autoritarisme in Oekraïne versterken en democratische hervormingen blijvend in gevaar brengen. Tegelijkertijd zou heel Europa het risico lopen meegezogen te worden in de oorlog. Dat zou elke Europese ‘strategische autonomie’ ondermijnen. Het Oude Continent zou afhankelijk blijven van de VS voor zijn veiligheid en dus stilzwijgend de Amerikaanse fouten in het Midden-Oosten en elders moeten accepteren. Op langere termijn zou Europa, als Donald Trump of een latere Republikeinse president Groenland wil annexeren, in een uiterst gevaarlijke positie terechtkomen: ingeklemd tussen een vijandig Amerika en Rusland.
Sommigen zeggen: vredesonderhandelingen zijn zinloos, want Rusland is onbetrouwbaar en zal toch wel weer aanvallen. Maar ook dat betekent dat Oekraïnes veiligheid alleen gegarandeerd kan worden door de Russische staat te vernietigen. Elk vredesproces dat uitgaat van wederzijds fundamenteel wantrouwen is gedoemd om te mislukken. Onderhandelen gaat juist over het vinden van een evenwicht tussen afschrikking en stimulering – zodat beide partijen inzien dat terugkeer naar oorlog uiteindelijk niet in hun eigen belang is.
‘De NAVO op de proef stellen’
De middelen om Rusland van toekomstige agressie af te schrikken zijn al grotendeels aanwezig. Als beperkte terreinwinst, ten koste van honderdduizenden doden, en het bewezen falen van Russische tank- en luchtmacht niet genoeg zijn om Moskou te ontmoedigen, wat dan wel? Europese leiders moeten nu maatregelen bedenken die Poetin in staat stellen een overwinning te claimen – hoe illusoir ook – om deze oorlog te beëindigen en te voorkomen dat hij weer oplaait.
Voor een vredesakkoord moet Rusland afzien van de eis dat Oekraïense troepen zich terugtrekken uit de delen van de Donbass die nog in Oekraïense handen zijn. Geen enkele Oekraïense leider kan zo’n concessie doen. Brussel en Kiev moeten op hun beurt elke Oekraïense ambitie op NAVO-lidmaatschap laten varen, en ook afzien van westerse troepen op Oekraïens grondgebied. Geen enkele Russische regering zou dat ooit accepteren.
Voor Europeanen zou dat geen echte opoffering zijn. De regering-Biden en de overgrote meerderheid van de NAVO-landen hebben al herhaaldelijk en openlijk elke militaire interventie uitgesloten. Daarmee hebben ze feitelijk al aangegeven dat Oekraïne niet in de NAVO komt en dat er geen Europese troepen in Oekraïne zullen worden gestationeerd. Veel voorstanders van zo’n inzet vrezen dat Moskou na de oorlog ‘de NAVO op de proef zal stellen’ door de Baltische staten aan te vallen. 3 Maar de Amerikaanse generaal Alexus G. Grynkewich, opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa, zei onlangs dat de Amerikaanse militaire inlichtingendiensten bij Rusland noch de intentie, noch de middelen daarvoor zien. 4
Een vredesproces dat uitgaat van wederzijds wantrouwen – van de overtuiging dat de ander per definitie onbetrouwbaar is – heeft geen enkele kans.
De angst dat Rusland zijn troepen na de oorlog naar de Baltische staten verplaatst, gaat ervan uit dat Kiev dan werkeloos zou toekijken. Maar Oekraïne zou dan juist de kans grijpen om zijn verloren gebieden te heroveren. Hoe zou Moskou in de praktijk het grootste deel van zijn leger uit Oekraïne kunnen terugtrekken? Die angst negeert ook de extreme kwetsbaarheid van de Russische enclave Kaliningrad, die omsingeld is door NAVO-landen. Als Rusland Estland aanvalt, kunnen Litouwen en Polen onmiddellijk een blokkade instellen tegen het voormalige Königsberg. Ze kunnen de enclave ook innemen of uithongeren tot overgave. Rusland heeft niet de troepen om het Poolse leger te verslaan – Polen kan in een conflict meer dan 500.000 reservisten mobiliseren. Zou Poetin echt de enclave opofferen voor een stukje Estland?
En stel dat Rusland op een dag ‘de NAVO op de proef stelt’ – hoe zou dat gaan? Door een NAVO-lid aan te vallen, waardoor Washington moet kiezen tussen een bittere vernedering of een directe oorlog met Rusland? Die zou al snel eindigen in een Russische nederlaag of een nucleaire ramp. Of zou Rusland een Europese troepenmacht in Oekraïne durven aanvallen, terwijl Kiev geen NAVO-lid is en de VS dus niet verplicht zijn te helpen?
Om Rusland te laten afzien van zijn aanspraken op heel de Donbass, zou de E3 een ‘deal’ met Moskou kunnen sluiten. Die zou kunnen inhouden: normalisering van de betrekkingen, hervatting van de Russische energie-inkoop en volledige opheffing van de sancties, met een clausule dat de sancties automatisch weer ingaan bij een nieuw offensief (L’Écho, 14 maart 2026). Zou dat een ‘gouden uitweg’ zijn waarmee Poetin zijn gezicht kan redden en een overwinning kan claimen? Dat weet niemand zolang het voorstel niet is gelanceerd. Voor alle betrokkenen geldt alleszins: hoe eerder, hoe beter!
Vertaling van Anatol Lieven „Oekraïne: Europa tegen de vrede?”, Le Monde Diplomatique, juli 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we drie artikelen uit het Franse maandblad in Nederlandse vertaling. Vertaling door Jan Reyniers.
Footnotes
- Zie ‘Verdun-en-Donbass’, Le Monde diplomatique, januari 2026.
- ‘Déclaration conjointe des dirigeants de la France, du Royaume-Uni, de l’Allemagne et de l’Ukraine’, 7 juni 2026, www.elysee.fr
- Zie Hélène Richard, ‘Y a-t-il une menace russe ?’, Le Monde diplomatique, april 2025.
- Aysun Bora en Anne-Sylvaine Chassany, ‘Russia “not looking for conflict” , says Nato’s top US commander’, Financial Times, Londen, 11 juni 2026.
