Om hun belangen in Latijns-Amerika te behartigen, hoeven de Verenigde Staten tegenwoordig geen militaire staatsgrepen meer te steunen. De verzwakking van links en de explosieve stijging van de criminaliteit bevorderen er de opkomst van een radicaal rechts dat Washington gunstig gezind is.

‘Onafhankelijk? Nee, nee! Geen enkel land ter wereld kan op dit moment onafhankelijk zijn!’ Abelardo de la Espriella, die bij de eerste telling van de presidentsverkiezingen van 21 juni in Colombia 1 op kop lag, is nog steeds kandidaat wanneer hij vragen beantwoordt van dominee Miguel Arrázola. 2 In een land waar 18 % van de bevolking zich evangelisch noemt 3, interviewt de invloedrijke oprichter van de kerk Iglesia Cristiana Familiar Ríos de Vida in Cartagena ‘de Tijger’. Die bijnaam koos de la Espriella, een ’oecumenische katholiek’, voor zichzelf. In het interview heeft hij het over de relatie die hij wil opbouwen met de Verenigde Staten; vooral dan met president Donald Trump. Het gesprek gaat door naar aanleiding van spanningen die de relatie tussen de VS-president en zijn linkse ambtgenoot Gustavo Petro verzuurden. 4 ‘Het is de eerste keer dat een Colombiaanse president een Republikein [zal zijn]’, antwoordt hij met een glimlach. De la Espriella vervolgt: ‘Ik ben Republikein in de Verenigde Staten. (…) Ik heb bij de verkiezingen [van 2024] op Trump gestemd.’ Deze zwierige advocaat van 47 jaar bezit drie nationaliteiten: de Colombiaanse, de Italiaanse en de Amerikaanse. Die laatste verkreeg hij in 2023 nadat hij tien jaar in Florida had gewoond. Na Daniel Noboa (Ecuador) zou hij de tweede Zuid-Amerikaanse president kunnen worden die de Amerikaanse nationaliteit bezit.
De la Espriella verkondigt zijn loyaliteit aan Trump luid en duidelijk. Trouw aan zichzelf heeft deze laatste zich onvermijdelijk bemoeid met de Colombiaanse verkiezingscampagne. Hij vertelde de kiezers welke kandidaat hij op hun stembiljet van 21 juni wilde zien staan. Hij stelde die stem als voorwaarde voor het voortzetten van de financiële, economische en veiligheidssamenwerking van Washington met Bogotá. Binnen het neokoloniale beleid van het Witte Huis ten aanzien van zijn ‘achtertuin’ speelt Colombia dan ook een sleutelrol.
Een groot deel van de bevolking denkt dat links niet genoeg heeft gedaan. Maar de heersende klassen vinden juist dat links te veel heeft bereikt.
‘Ik wil een Plan Colombia II en ik wil dat de Amerikaanse bases terugkeren’, verklaarde de la Espriella. Hij verwees daarbij naar het plan waarmee Washington tussen 2000 en 2015, onder het mom van de strijd tegen de ‘drugshandel’, VS-troepen in het land inzette om de guerrilla te bestrijden. Tijdens de campagne beloofde hij de nationale militaire macht te herstellen, de cocaplantages te vernietigen en de gewapende groeperingen en kartels met hulp van de Verenigde Staten en Israël te ontmantelen. Zijn doel: een einde maken aan de mislukte strategie van ‘totale vrede’ van zijn voorganger. 5
Moreel verval
De Colombiaanse verkiezingen passen in ieder geval in de bredere context van een opmars van radicaal rechts in Latijns-Amerika. Het gaat daarbij om de verkiezing van Nayib Bukele in El Salvador in 2019 (herkozen in 2024), van Javier Milei in Argentinië (2023), van Noboa in Ecuador in 2023 (herverkozen in 2025) en van José Antonio Kast in Chili (2025). De politieke stroming die zij belichamen is veelzijdig, maar vertoont bepaalde vaste kenmerken: neoliberalisme, een harde aanpak op het gebied van veiligheid, wraakzucht jegens linkse krachten, geopolitieke afstemming op Washington en, in de meeste gevallen, een persoonlijke band met Trump. Tijdens de campagne in Colombia verklaarde de VS-president: ‘De uitslag van deze verkiezingen is van groot belang voor de toekomst van Colombia en voor zijn betrekkingen met de Verenigde Staten, gezien (…) de politieke steun die hij [de la Espriella] mij persoonlijk heeft gegeven’ (Truth Social, 3 juni 2026). Wat voor de Amerikaanse president telt, is dat hij in Colombia over een leider beschikt die zijn bevelen opvolgt. In een ander tijdperk zou men over een ‘proconsul’ spreken.
De grote ommezwaai naar de uiterste randen van rechts in een regio die vroeger als een proeftuin voor links werd beschouwd, is deels te verklaren door de mislukkingen van links. Die werden onder meer in de hand gewerkt door Amerikaanse inmenging in de periode van 2000 tot het begin van de jaren 2020 toen links de lokale politieke scene domineerde. Latijns-Amerika heeft aan links een belangrijke sociale en democratische vooruitgang te danken. Toch is het er niet in geslaagd de economische en sociale structuren die van oudsher ongelijkheid in de hand werken en armoede veroorzaken duurzaam te veranderen. De strategie van links, gebaseerd op een grotere verdeling van de rijkdom in combinatie met de stijging van de inkomsten uit de export van natuurlijke hulpbronnen, hangt in de touwen.
‘Met ongeveer 9 % van de wereldbevolking zijn Latijns-Amerika en het Caribisch gebied goed voor bijna een derde van alle moorden die wereldwijd worden gepleegd.’ (gegevens van het UNDP)
Die situatie leidde tot een afkalving van de steun voor de progressieve krachten, met name onder de volksklassen, de kwetsbare middenklasse en de jongeren. Die laatste categorie heeft alleen maar linkse regeringen meegemaakt. Die dynamiek werd versterkt doordat de generatie leiders uit de jaren 2000 (van Hugo Chávez in Venezuela tot Evo Morales in Bolivia en Cristina Fernández in Argentinië) niet werd opgevolgd door figuren met een vergelijkbare populariteit en omdat de linkse krachten talrijke ‘juridische oorlogen’ moesten uitvechten.
De internationale financiële crisis van 2008, verergerd door de Covid-19-pandemie (2020-2021), die de regio in de ergste recessie in een eeuw stortte, hield alle landen van het subcontinent in een periode van trage groei gevangen, terwijl ook de internationale handel vertraagde. De door Rusland ontketende oorlog in Oekraïne (2022) en de door de Verenigde Staten en Israël uitgelokte oorlog tegen Iran (2026) veroorzaken een inflatoire druk die de koopkracht ondermijnt in Argentinië, Bolivia, Colombia en Venezuela. Ondanks hun specifieke kenmerken worden alle landen uit de regio geconfronteerd met dezelfde sociaal-economische problemen: de informele sector stelt bijna de helft van de beroepsbevolking te werk (en ontneemt de staten evenveel belastinginkomsten), de ongelijkheid groeit en bij de midden- en volksklasse slaat onzekerheid toe. Volgens de Wereldbank loopt 32 % van de Latijns-Amerikaanse bevolking het risico in armoede terecht te komen, een toestand waarin nu al 25 % van de mensen verkeert. 6
Sinds 2010 kwam de ontevredenheid onder de bevolking regelmatig in golven tot uiting terwijl de regeringen geen duurzame oplossingen konden bieden voor de sociale eisen. De demonstraties en sociale protesten volgden elkaar op en bereikten soms zelfs opstandige proporties. Dat gebeurde o.m. in Chili, Colombia en Ecuador tussen 2019 en 2021, en in Bolivia in 2026.
Terwijl de regio een intense verkiezingscyclus doormaakte, creëerden dergelijke situaties ‘proteststemmen’ ten gunste van radicaal rechts. Alle Latijns-Amerikaanse landen hebben sinds 2021 inderdaad presidents- en parlementsverkiezingen gehouden. Andere zullen plaatsvinden in 2026 (Brazilië in oktober, Haïti in augustus en december), en vervolgens in 2027 (El Salvador, parlementsverkiezingen; Guatemala en Mexico, tussentijdse parlementsverkiezingen; Argentinië).
Door de toename van geweld en moorden is de veiligheidskwestie de belangrijkste zorg van de bevolking geworden.
Terwijl een groot deel van de bevolking vindt dat links niet genoeg heeft gedaan om de samenlevingen te veranderen, vinden de heersende klassen juist dat het te veel heeft bereikt. Voor laatstgenoemden is het dan ook de hoogste tijd om de zaken weer in eigen handen te nemen, te beginnen met de staat. Dit soort rechts wil het probleem dus bij de wortel aanpakken en verdedigt het standpunt dat de uitoefening van de macht door links geleid heeft tot moreel en institutioneel verval. Het spreekt van bureaucratische gangreen; van parasitisme op sociale programma’s en programma’s voor inheemse volkeren, vrouwen en genderminderheden en van belemmering van de vrijheid van ondernemen.
In Colombia is de la Espriella van plan de omvang van de staat in vier jaar tijd ‘met 40%’ te verminderen. Hij belooft, zoals in zijn verkiezingsprogramma wordt uiteengezet, een ‘grote dereguleringsrevolutie’ in gang te zetten, een ‘land van eigenaren’ te creëren, de belastingen drastisch te verlagen en buitenlandse investeringen aan te trekken om de natuurlijke hulpbronnen van het land (olie, gas, delfstoffen, water) te exploiteren. En waarom niet: ook de hele economie te dollariseren. In Chili zijn Kast en zijn ‘noodregering’ van plan om ‘te breken’ met het beleid van Gabriel Boric door middel van een ‘megahervorming’ en een proces van ‘nationale wederopbouw’, gebaseerd op een niet zo innovatief recept: belastingverlagingen, controle en beperking van de overheidsuitgaven, fusie of inkrimping van ministeries en overheidsdiensten, bezuinigingen, enzovoort. In dezelfde geest heeft Noboa het aantal ministeries in zijn land gehalveerd (van twintig naar tien) en maatregelen genomen om de arbeidsmarkt te flexibiliseren en buitenlandse investeerders aan te trekken in verschillende sectoren: technologische diensten en kunstmatige intelligentie; de oprichting van vrijhandelszones; mijnbouw; energie… Overal hanteert de rechtse staat kettingzagen om de linkerhand te amputeren.
Voor de meeste van deze leiders moeten de verwachte besparingen een beleid van militarisering financieren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Die vooruitzichten toveren een glimlach op de lippen van de veiligheidsindustrieën in Washington en Tel Aviv. Bukele is van plan zijn investeringen in veiligheid om te zetten in economische voordelen (stabiliteit, aantrekkelijkheid voor buitenlandse investeerders, ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals toerisme en digitale economie). Dergelijke beleidslijnen hebben nog een andere functie: de sociale samenhang controleren of zelfs disciplineren in een periode waarin de beschikbare middelen (werk, inkomsten, diensten) beperkt zijn.
Er moet ook een discours worden ontwikkeld dat de meerderheid van de kiezers aanzet hun hoofd erop te verwedden. Op dit gebied heeft rechts geprofiteerd van de nieuwe plagen waarmee de Latijns-Amerikaanse samenlevingen worden geconfronteerd. De uitbreiding van de georganiseerde misdaad, die samenhangt met de toename van de internationale drugshandel, heeft het regionale evenwicht ingrijpend veranderd. De cocaïneproductie bereikt historische hoogten (ongeveer 1.000 ton in 2015, meer dan 3.700 ton in 2023). Dat gebeurde in de eerste plaats in Colombia, dat alleen al goed is voor tweederde van de wereldwijde cocateelt. De totale oppervlakte die in het land voor de cocaproductie bestemd is, vervijfvoudigde sinds 2013. Wereldwijd hebben in 2023 zo’n 25 miljoen mensen cocaïne gebruikt, tegenover 17 miljoen in 2013. Dat is een stijging van bijna 50% op tien jaar tijd. 7 Criminele netwerken breiden ondertussen hun invloedssfeer uit en opereren in heel Latijns-Amerika om alle verdovende middelen die de planeet consumeert (cocaïne, heroïne, synthetische drugs, marihuana) te produceren en naar de rest van de wereld te vervoeren.
Gevolg: Latijns-Amerika is de meest gewelddadige regio ter wereld (met uitzondering van gebieden waar militaire conflicten woeden). Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) ‘zijn Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, met ongeveer 9 % van de wereldbevolking, goed voor bijna een derde van alle moorden die wereldwijd worden gepleegd. Naar schatting houdt ongeveer de helft van deze moorden, direct of indirect, verband met criminele organisaties en bendes.’ 8
Door deze toename van geweld en moorden is de veiligheidskwestie de belangrijkste zorg van de bevolking geworden. Daarnaast spelen de aanhoudende corruptie, die de geloofwaardigheid van de instellingen ondermijnt, en de gevolgen van de vluchtelingenstromen een rol. De crisis in Venezuela en de situatie in Cuba en Haïti wakkeren de migratiestromen naar tal van landen (Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, Mexico, Panama) ook nog eens aan.
De regionale rechtse partijen hebben dit nieuwe politieke zwaartepunt veroverd met een discours dat draait om één obsessie: de terugkeer naar de orde.
Geleidelijk aan hebben deze kwesties het zwaartepunt van het publieke debat verlegd. Vraagstukken op het gebied van sociale rechtvaardigheid, herverdeling, milieu of uitbreiding van rechten werden naar de achtergrond verdrongen door veiligheidskwesties, door de strijd tegen staats- en politieke corruptie of door grenscontroles. De regionale rechtse partijen en hun radicale vleugels hebben deze thema’s gekaapt. Ze bouwden, met name op sociale media en via talrijke sociale ontmoetingsplaatsen (kerken en broederschappen, sportclubs, gezinsverenigingen, enz.), een discours op dat om één obsessie draait: terugkeer naar de orde. Een terugkeer naar de orde in al zijn verschijningsvormen: moreel, religieus, sociaal en op het gebied van veiligheid. De ‘cultuurstrijd’ (tegen abortus, vrouwenrechten, homoseksualiteit, ‘globalisme’, ‘cultureel marxisme’, ‘narco-communisme’ enz.) fungeert hier als bindmiddel voor coalities die vanuit sociologisch oogpunt zeer heterogeen zijn. 9
Onzekere allianties
Toch is het bataljon van Trumps ‘proconsuls’ 10misschien niet zo machtig als hij zou hopen. In feite heeft geen van hen, behalve de Salvadoraanse president, bij zijn verkiezing in zijn eentje de meerderheid behaald. Sommigen moeten het binnen hun eigen parlement met een minderheid stellen. Ze hebben zich kunnen doorzetten dankzij allianties met andere radicaal-rechtse partijen, traditionele rechtse en centrumrechtse partijen, maar misschien vooral dankzij de stemmen van kiezers die in de eerste plaats de linkse tegenkandidaat wilden afwijzen. Binnen de wetgevende macht zijn Kast en Milei afhankelijk van afspraken die via wetsvoorstellen worden onderhandeld. In Colombia beschikt de la Espriella niet eens over een partijvertegenwoordiging in de Kamer of de Senaat. Geconfronteerd met een progressief kamp dat in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen bijna de helft van de kiezers heeft gemobiliseerd, zal hij – mocht zijn overwinning worden bevestigd – moeten steunen op de traditionele rechtse partijen (Conservatieve Partij, Democratisch Centrum van Álvaro Uribe, Sociale Partij voor Nationale Eenheid, Radicale Verandering) en op de gekozen vertegenwoordigers van de Liberale Partij.
Overal hanteert de rechtse staat kettingzagen om de linkerhand te amputeren.
Terwijl de uitkomst van de Braziliaanse presidentsverkiezingen nog volstrekt onzeker is (in tegenstelling tot, naar alle waarschijnlijkheid, die in Peru), vallen de heterogene coalities die deze radicale polen van de Latijns-Amerikaanse rechtse politiek ondersteunen op door hun kwetsbaarheid. Hoe lang zullen de bevolkingen in Latijns-Amerika nog steun blijven geven aan machthebbers die de voorkeur geven aan Trump boven hen?
Vertaling van Christophe Ventura, L’ère des proconsuls, Le Monde Diplomatique, juli 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we drie artikelen uit het Franse maandblad in Nederlandse vertaling. Vertaling door Jan Reyniers.
Footnotes
- Op het moment dat dit artikel ter perse ging, was de overwinning van de la Espriella nog niet officieel bekendgemaakt. Uit de eerste telling bleek dat de uitslag nek aan nek lag. De linkse kandidaat, Iván Cepeda, diende meer dan 57.000 bezwaren in. (Toevoeging van de vertaler: op 7 augustus legde de la Espriella officieel de eed af als nieuwe president van Colombia)

Christophe Ventura is onderzoeksdirecteur bij IRIS (Parijs), presentator van Mémoire des luttes en onderzoeker bij CETRI. Hij is ook journalist bij Le Monde Diplomatique. - Tijdens een interview op Radio Centro (Guayaquil), 6 juni 2026.
- ‘La democracia resiliente’, Informe Latinobarómetro 2024, Santiago du Chili, 1 mei 2025.
- Zie Maurice Lemoine, ‘Conquêtes et déconvenues des années Petro’, Le Monde diplomatique, juni 2026.
- Zie Loïc Ramirez, ‘En Colombie, une impossible “paix totale”’, Le Monde diplomatique, juni 2026.
- Aangehaald in ‘Democracias bajo presión: Reimaginar los futuros de la democracia en America Latina y el Caribe 2026’, (PDF), PNUD, New York, 11 mei 2026.
- ‘World drug report 2025’, Verenigde Naties, New York, 2026, www.unodc.org
- Lucía Dammert en Carolina Sampó, ‘What do we know about organized crime in Latin America and the Caribbean’, (PDF), PNUD, New York, 2025, www.undp.org
- Zie ‘M. Trump, pirate des Caraïbes’, Le Monde diplomatique, januari 2026.
- In tegenstelling tot de Romeinse procuratoren, hebben zij niet allemaal de nationaliteit van het rijk dat zij dienen.

