Artikels

Liefde en kapitaal, gisteren en vandaag

David Pestieau

— 22 december 2017

Mary Gabriel bracht acht jaren door met Karl Marx. “Hij sprak niet noodzakelijk tot zijn generatie. In vele opzichten richtte hij zich tot ons tijdperk”. Interview 150 jaren na de eerste druk van Het Kapitaal.

Marx, au-delà de l’auteur

We ontmoeten Mary Gabriel precies 150 jaar na de publicatie van Het Kapitaal. Gabriel heeft acht jaar lang zowat dag en nacht gespendeerd aan Karl Marx en zijn naasten. Op 150 jaar afstand ploos ze onuitgegeven brieven uit op zoek naar dieperliggende drijfveren, naar levenskeuzes, naar de context van zijn stellingnames; kortom op zoek naar de man achter het levenswerk. En ze vond Marx maar ook zijn vrouw Jenny, zijn dochters Jenny, Laura en Eleanor en uiteraard Friedrich Engels. Dat mondde uit in Love and Capital: Karl and Jenny Marx and the Birth of a Revolution (Back Bay Books, Londen), een bestseller uit 2011.

David Pestieau. Frankrijk wees Karl Marx in 1845 uit omwille van zijn politieke activiteiten en zijn werk voor een oppositiekrant. Hij trok toen naar Brussel. U stelt dat het eigenlijke verhaal van Marx als politiek denker, in België begon.

Mary Gabriel
Mary Gabriel was journaliste voor Reuters in Washington en Londen. Ze is de auteur van onder meer Liefde en Kapitaal, Karl en Jenny Marx en de geboorte van een revolutie. Het leverde haar een nominatie op voor de Pulitzerprijs en de National Book Award. Ze schreef ook Notorious Victoria: The Life of Victoria Woodhull, Uncensored.

Mary Gabriel. Inderdaad. In de periode dat Marx in België woonde, kwam hij in aanraking met de Bond der Communisten. In november 1847 vertrokken Marx en enkele collega’s, onder wie Friedrich Engels, vanuit Oostende naar Londen, waar hij zijn eerste bijeenkomst van de Bond der Communisten bijwoonde. De bond, die verschillende maanden eerder was opgericht, was de eerste organisatie van proletariërs waar Marx zich bij aansloot. Aan het eind van de bijeenkomst, die maar een week duurde, werd hem al gevraagd om op de proppen te komen met wat het Communistisch Manifest zou worden. Men had al verschillende pogingen gedaan om dit document te schrijven, maar geen enkele versie voldeed aan de verwachtingen. Daarom wendde de bond zich tot Marx en Engels met de woorden: “Hier, neem deze notities en zie of jullie er iets mee aankunnen.” Uiteindelijk liet Engels Marx alleen in Brussel en zette Marx zich aan zijn keukentafel om met de hulp van zijn vrouw Jenny, het meest revolutionaire document van de 19e eeuw voort te brengen, het Communistisch Manifest. Je mag dus inderdaad zeggen dat alles hier in België is begonnen.

Dat is al zo’n 170 jaar geleden. Je kan de geschiedenis van de arbeidersbeweging uit de 20e eeuw niet schrijven zonder verwijzing naar Marx. Hij beïnvloedde ook grondig alle mens- wetenschappen: economie, sociologie, filosofie enzovoort. Vandaag beweren velen dat Marx’ ideeën voorbijgestreefd zijn.

Ik denk dat een terugblik op het Manifest aantoont dat dat absoluut niet het geval is. Wat hij te zeggen heeft is nog steeds van levensbelang en iets waar we allemaal nog kunnen van leren. Marx’ pamflet laat zich lezen als de openingsrede van een rechtszaak, wat bewijst dat hij advocaat had kunnen worden. Hij begon met het melodramatische “Een spook waart door Europa – het spook van het communisme”, om die idee vervolgens, door een beschrijving van het communisme en van het corrupte systeem dat het hoopte te vervangen, ten grave te dragen als wat hij ‘dat sprookje’ noemde.

Door ideeën van andere intellectuelen en economen met elkaar te verbinden en ze zich eigen te maken, beschreef Marx de misdaden van de bourgeoisie, die volgens hem alle banden tussen mensen had vernietigd, behalve het naakte eigenbelang. De bourgeoisie had de persoonlijke eigenwaarde getransformeerd naar een inruilwaarde. Hij merkte op dat van oudsher gerespecteerde beroepen – dokters, advocaten, priesters, poëten, wetenschappers – door het systeem tot loonarbeiders waren herleid en traditionele familiebanden ‘tot een zuivere geldverhouding teruggebracht’. Marx beschreef de onrust in een wereld gedomineerd door het kapitaal en hij beschreef ook de nood om het productieproces voortdurend om te gooien en winsten op te strijken, wat dan weer wereldwijd nieuwe markten vereiste. “Overal moet zij zich innestelen, overal haar huis bouwen, overal verbintenissen aanknopen” zei hij. Het kapitalistische handelssysteem vervoerde ruwe materialen van afgelegen plaatsen naar producenten aan de andere kant van de oceaan, vanwaar afgewerkte producten een bootreis of treinrit verder dan weer konden worden doorverkocht aan consumenten. De nieuwe wereldorde slokte oude nationale industrieën op en vernietigde ze tezamen met de oude samenlevingen. Over dit systeem zei Marx: “Met één woord, zij schept zich een wereld naar haar eigen beeld.”

Maar zo legde hij uit, “deze samenlevingsvorm schept ook de kiemen van haar eigen vernietiging en gelijkt op de heksenmeester die de onderaardse machten die hij zelf opriep, niet meer kan beheersen”. Handelscrisissen zouden elkaar steeds sneller opvolgen door toedoen van overproductie en van het toenemende leger arbeiders dat nodig was om het machinepark van de industriële samenleving draaiende te houden. De arbeidersklasse, een revolutionair proletariaat, zou transformeren in de strijdmacht die de nieuwe wereldorde ten gronde zou richten. “De bourgeoisie produceert voor alles haar eigen doodgraver. Haar ondergang en de zege van het proletariaat zijn even onvermijdelijk”, zei hij. Voor Marx was een klassenconflict een onafwendbaar feit van historische vooruitgang, net zo zeker als dat producten en ontdekkingen van de ene generatie de basis vormen voor de vorderingen van de volgende.

Moest die vooruitgang uiteindelijk uitmonden in het communisme? Hoe moeten we de gevolgen begrijpen voor de economie, de werkende mensen en de gezinnen?

Marx verklaarde dat het communisme – in de kern – neerkwam op de natuurlijke evolutie van privé-eigendom. Gealarmeerde critici diende hij van antwoord door op te merken dat 90 procent van de bevolking toentertijd sowieso geen bezittingen had, zodat de enigen die verlies zouden lijden de minderheid was, van wie de winsten op uitbuiting waren gebaseerd. Het communisme ontneemt niemand de macht zich maatschappelijke producten toe te eigenen, het ontneemt slechts de macht om zichte verrijken door de toe-eigening van de arbeid van anderen. Waarom zou een industrie waarvan de werking steunt op het werk van honderden, misschien zelfs duizenden werkers, slechts een handvol mensen moeten verrijken? Waarom zouden de vruchten van de aarde, haar grondstoffen, landoppervlakten en zeeën exclusief ten dienste moeten staan van eender welke enkeling en zijn winstbejag? Marx beschuldigde critici van schijnheiligheid als ze klaagden dat het communisme het familiale weefsel in het gedrang bracht. Hij wees erop dat kinderen onder het industriële systeem van de burgerij sowieso al werden beroofd van hun kindertijd: ze kregen geen onderwijs en werden behandeld als handelswaar en werkinstrumenten. Ook de huwelijksrelaties waren al tenietgedaan door de geldklasse, die werkende echtgenotes en dochters seksueel uitbuitte en andermans vrouwen verleidde ‘voor de sport’.

De Marx van voor zijn reis naar het industriële Manchester en de Marx van erna zijn twee totaal verschillende personen.

“In de plaats van de oude burgerlijke samenleving met haar klassen en klassentegenstellingen komt er een maatschappij, waarin de vrije ontwikkeling van ieder de voorwaarde is voor de vrije ontwikkeling van allen” zei Marx, en hij voegde eraan toe dat dat enkel kon worden bewerkstelligd door de noodzakelijke omverwerping van de bestaande sociale orde. “Laat de heersende klassen sidderen voor een communistische revolutie! De proletariërs hebben daarbij niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen”, schreef hij en hij voegde er de beroemde uitspraak “Proletariërs aller landen, verenigt u!” aan toe.

In feite sprak Marx voor ónze wereld en was dat een deel van het probleem en van de reden waarom hij amper werd begrepen in zijn eigen tijd en zo verkeerd begrepen is in de loop van de 20eeuw. Omdat hij – zoals elke grote denker – niet noodzakelijk sprak voor zijn eigen generatie, of zelfs maar voor die van zijn dochters of degene die daarop volgden. In vele opzichten sprak hij voor óns, voor vandaag.

Gezien zijn afkomst was er niets dat Marx voorbestemde tot het leven dat hij heeft geleid. Welke omstandigheden hebben zijn levensloop bepaald?

Marx was de zoon van een joods advocaat uit Trier, in het Rijnland. Zijn vader was een kind van de Franse Revolutie. Toen Napoleon het Rijnland bezette, maakte Marx’ vader kennis met de Franse ideeën van liberté, égalité, fraternité. Marx groeide dus niet zozeer op met Pruisische dan wel met Franse invloeden. Daarnaast genoot hij een opvoeding waarin de Duitse romantische traditie voorop stond. Toen hij afstudeerde, was hij ervan overtuigd dat hij de mensheid zou redden.

Op dat moment had hij er natuurlijk geen idee van hoe de mensheid eruitzag, omdat hij nooit uit Trier was geweest. Door een aantal verhuizingen om professionele redenen kwam hij eerst in Bonn terecht, daarna in Berlijn en vervolgens in Keulen. Naarmate hij verhuisde, maakte hij kennis met verschillende filosofieën en veranderde de wereld rondom hem aanzienlijk.

Gelukkig voor ons en ook vanuit historisch oogpunt, bestond een van die veranderingen erin dat het voor een jongeman als Marx heel moeilijk werd om werk te vinden als lesgever aan een universiteit. Als hij wel werk had gevonden, was hij misschien gewoon de zoveelste filosoof geworden die boeken schreef die zijn studenten dan lazen en die heel misschien ook sommigen onder ons zouden hebben gelezen. Maar ik ben er vrijwel zeker van dat het niet de geschriften zouden zijn geweest die het uiteindelijk zijn geworden. Laat staan dat ze de wereld zouden hebben beïnvloed zoals dat nu het geval is.

Marx werd journalist, een beroep dat een populaire tweede keuze was voor mensen van zijn klasse die geen betere job konden krijgen. Maar het beviel hem ten zeerste, want wat hij in werkelijkheid wilde bestuderen, was de maatschappij. Hij was weliswaar opgeleid als filosoof, maar wilde vooral de samenleving rondom hem onderzoeken. Immers, als het zijn doel was om de mensheid te veranderen, dan moest hij de mannen en vrouwen om zich heen begrijpen. Journalistiek was de beste manier om dat te bereiken. Met andere woorden, de journalistiek bood hem een weg naar dat onderzoek. De censuur in Pruisen dwong hem naar Parijs, waar hij vrijuit kon schrijven en spreken.

Hij en zijn jonge bruid Jenny von Westphalen, dochter van een Pruisische baron, verhuisden dus naar Parijs, wat een fortuinlijke zet bleek te zijn. In Parijs troepten rond die tijd immers ontluikende internationale revolutionairen samen, aangetrokken door een stad waarin ze konden spreken, denken, doen en plannen maken zonder regeringsbemoeienissen. Op die manier werd de stad ook een laboratorium voor de ‘-ismes’ die ontstonden in de 19eeuw, en die de 20e eeuw zouden domineren: socialisme, communisme, kapitalisme, anarchisme. Dat was de proeftuin waarin Marx terechtkwam. Rond die tijd ontmoette hij enkele van de mensen die voor hem van belang zouden zijn doorheen zijn verdere leven, Friedrich Engels in de eerste plaats. Ze kenden elkaar al dankzij hun geschriften maar ze ontmoetten elkaar uiteindelijk in een café in Parijs. De legende wil dat ze tien dagen en tien nachten bleven doorpraten. Ze kwamen buiten als de beste vrienden en vooral, collega’s voor het leven. Marx bleef in Parijs werken en schrijven zolang hij kon, tot de Pruisische regering tussenkwam bij de Franse en hem andermaal op de vlucht dwong.

En dat is wat hem naar Brussel bracht?

Inderdaad. Brussel vond hij een geweldige plek. Brussel was veel kleiner en hij kwam er in contact met meerdere Duitse immigranten. Op dat moment lag zijn focus nog steeds op Pruisen en Groot-Duitsland, en dat hij onder Duitse migranten vertoefde, liet hem toe voor zichzelf een thuisbasis te creëren. Historisch gezien, als mensen het hebben over de Marx party lang voor er sprake is van een marxistische partij, dan gaat het om een groep van zo’n dozijn mensen die Marx toen in Brussel omringden.

Engels was één van deze mensen, net als zijn vrouw Jenny en haar broer Edgar en daarnaast nog een aantal niet-verwanten die deel uitmaakten van de stoottroepen van de Marx party. Dat geeft je een idee hoe deze politieke partij uit het niets is ontstaan en zou uitgroeien tot een beweging die de wereldgeschiedenis zou veranderen. Marx was in Brussel in 1848 wanneer de revoluties losbarstten die continentaal Europa overspoelden.

Uiteraard wilde hij in het hart van de gebeurtenissen zitten. Hij keerde dus terug naar Parijs en dat mondde uit in een soort van odyssee voor hem en zijn familie. Op dat moment had Marx drie kinderen. Uiteindelijk zou hij er zeven krijgen waarvan er slechts drie hun kindertijd zullen overleven. Dit kwam gedeeltelijk door Marx’ levensstijl, die hem er toe dwong om vaak van het ene naar het andere land te verhuizen vanwege dreigende gevangenisstraffen, maar ook doordat zijn fondsen opdroogden naarmate hij rondreisde en radicaler werd. Toen hij voet aan wal zette in Engeland, was hij straatarm. Engeland was het laatste toevluchtsoord voor revolutionairen en interessant genoeg ook voor afgezette koningen. Het leek wel alsof iedereen die een land werd uitgezet, zij het door het volk of door de regering, eindigde in een of ander stukje Engeland, meestal in Londen. Marx was één van hen.

Marx’ belangrijkste werk, Het Kapitaal, analyseert op een diepgaande wijze de meanders van het kapitalistisch systeem. Hij legt de waardewet bloot en veel andere economische concepten die zich radicaal afzetten tegen de klassieke liberale economische theorieën. Maar waarom begon Marx aan Het Kapitaal. Kritiek van een politieke economie, het werk waarvan we dit jaar de 150e verjaardag vieren? En waarom kostte het hem zeventien jaar om het eerste deel te schrijven?

Wel, toen hij in 1851 in Londen was en besliste om Das Kapital te schrijven, begon de idee van het kapitalisme net mainstream te worden. De notie was beginnen te circuleren in de jaren 1840, maar zoals je zult merken gebruikt Marx het woord op geen enkel moment in het Communistisch Manifest. Dat toont hoe nieuw het concept wel was. Toen hij in 1851 besliste om Het Kapitaal te schrijven, worstelde hij met een systeem dat maar weinig mensen echt begrepen en waar ze vaak zelfs geen naam voor hadden. Terzelfder tijd schreef hij over de ondergang van het kapitalisme, die hij als onafwendbaar beschouwde omwille van de inherente zwaktes. Kortom, hij vroeg mensen om samen met hem een gigantische sprong in het ongewisse te maken. Het was alsof hij zijn lezers naar de toekomst torpedeerde.

Er zou wel een Engels geweest zijn zonder Marx, maar geen Marx zonder Engels.

Ik denk dat dit gedeeltelijk verklaard waarom het schrijven van het boek hem zoveel tijd kostte. Hij schreef over iets wat zo snel evolueerde, en dan nog op zowat alle plaatsen op aarde, dat telkens wanneer hij dacht dat hij het had bijgebeend, telkens wanneer hij dacht het te pakken te hebben, er weer iets drastisch veranderde in een ander deel van de wereld en hij terug moest naar zijn schetsboek. Je kunt zijn levenswerk dus zien als een fascinerende jacht op een systeem dat hij probeerde uit te leggen aan een bevolking die er geen idee van had dat dat systeem zelfs maar bestond. Een systeem dat tegelijk de oorzaak was van de ellende bij diezelfde bevolking.

U legt uit dat Marx afkomstig was van een burgerfamilie uit het Duitse Trier en dat hij getrouwd was met een aristocrate. Tijdens zijn leven werd hij dan weer geconfronteerd met de levensomstandigheden van de meest berooiden in de samenleving. Wat heeft ervoor gezorgd dat hij zich aan de zijde van de arbeiders schaarde?

Trier, waar Marx opgroeide, stond aan het begin van de industrialisering van het Rijnland. Vergeleken met Manchester of Engeland, dat veel sterker was geïndustrialiseerd, ging het er in Trier mild aan toe. De sociale mistoestanden waren niet zo schrijnend, maar toch wel duidelijk zichtbaar. Als jongen zag Marx armoede, ziekte en prostitutie. Zijn evolutie als denker was hierin geworteld. Maar wanneer hij in Parijs belandde, werd hij omringd door mensen als hijzelf: filosofen, journalisten en schrijvers. Eigenlijk waren ze een verzameling ‘salon-progressieven’, vooral die socialisten. ZIj hadden geen echte contacten in de arbeidersorganisaties.

Volgens Marx kan je geen klein deeltje van een regering vervangen. Je moet van de grond af aan opnieuw vertrekken.

Een groepering waar Marx via enkele Duitse immigranten kennis mee had gemaakt, bestond uit Duitse arbeiders die zichzelf communisten noemden. Wat Marx onmiddellijk trof, was dat dit geen mensen waren die spraken over de werklieden, maar dit waren zélf werklieden, mannen die ook echt waren getroffen door de industrialisering. Van deze arbeiders kreeg hij dan zowat zijn eerste échte les in arbeidsomstandigheden. Dat gebeurde wel nog steeds vanop een afstand, in het comfortabele Parijs waar ze allemaal voldoende inkomsten hadden en waar ze in alle vrijheid naar konden emigreren. Het bleef dus allemaal nogal abstract.

Nadat Marx werd gedwongen om naar Brussel te vluchten, nodigde Friedrich Engels, die zoon was van een fabriekseigenaar met vestigingen zowel in het Rijnland als in Manchester, hem in 1845 uit om mee te gaan naar Manchester. Engels had als jongeman in de fabrieken van zijn vader gewerkt en had universitaire studies willen doen, maar zijn vader vreesde dat dit hem in een of andere troep van linkse Hegelianen zou doen belanden. Daarbovenop wilde hij dat Friedrich in de familiezaak bleef. Dus stuurde hij zijn zoon naar Manchester, wat Friedrich geweldig uitkwam. Daar kreeg hij immers een heel ander soort opvoeding. Hij leerde hoe het fabriekssysteem echt in elkaar zat. Op dat moment was Manchester het zwaartepunt van de wereldwijde industrialisering. Het bezat de grootste katoennijverheid en zijn fabrieken herbergden de meest ontmenselijkte werklui op de planeet. Hun leefomstandigheden waren op het beestachtige af. In een éénpersoonskamer hokten vaak twintig mensen samen en een buitentoilet werd gedeeld door zo’n 120 man. Werken deden ze zeven dagen per week. Kinderen, vrouwen, hele families werden geofferd aan de fabriek.

In plaats van zich op te sluiten in zijn bureau en in de clubs waar fabriekseigenaars en anderen van dat slag zich ophielden, begon Engels een relatie met een fabrieksmeisje dat Mary Burns heette. Zij nam hem mee naar het Ierse district dat de arbeiderswijk was. Dankzij haar en dankzij de werklui kreeg Engels alle aspecten van dit ‘schitterende’ nieuwe kapitalistische industriële systeem onder ogen. Hij wilde Marx hiermee laten kennismaken en dus verlieten beide mannen in 1845 Brussel om naar Engeland te reizen. Daar bleven ze verschillende weken. Deze reis was absoluut cruciaal voor Marx’ ontwikkeling. De Marx van vóór zijn Manchester-reis en de Marx van erna zijn twee totaal verschillende personen. De passie en de woede die Marx voelde, samen met het ongeduld dat hij tentoonspreidde, lieten zich onmiddellijk gevoelen in zijn geschriften en in zijn contacten met mede-intellectuelen. Marx leerde het hele fabriekssysteem kennen, van de burelen tot de werkvloer en de ellende van de arbeiders, de kwartieren waar ze woonden, waar ze stierven, dansten, aten … en het was de hel op aarde.

De Marx die uit deze ervaring opstond, is degene die zei dat “filosofen hun tijd niet dienen te verdoen met praten over ideeën, ze moeten het integendeel hebben over de materiële realiteit van werkmannen en -vrouwen”. Pas wanneer je een man kunt voeden en kleden en ervoor kunt zorgen dat zijn familie te eten heeft, dan pas kun je politieke en filosofische ideeën aanbrengen. Want tot er aan de materiële noden van een man is voldaan, blijven die andere behoeften betekenisloos. Ze zijn simpelweg te abstract. Als je het mij vraagt, is dát dus de geboorte van de Marx die Het Kapitaal zou schrijven.

In Marx’ geschriften komt de Ierse kwestie vaak terug. We kunnen zeggen dat het via Ierland was dat Marx zijn eerste ideeën tegen het Britse rijk en het imperialisme ontwikkelde, en zelfs tegen het racisme dat woekerde in de Engelse samenleving. Kan u ons daarover iets meer vertellen?

De Ierse kwestie was iets wat de hele familie Marx bezighield. Het was via Engels dat Marx voor het eerst kennismaakte met het Ierse probleem, omdat zoveel arbeiders in Manchester Ierland en de Britse bezetting waren ontvlucht. Zo werd hij dus, via Engels, Mary Burns en Manchester, voorgesteld aan de radicalen die zichzelf in die tijd de Fenians noemden.

OVER IERSE EN ENGELSE ARBEIDERS

“wat fundamenteel is, is dat elk industrieel en commercieel centrum in engeland nu een arbeidersklasse bezit, die in twee vijandige kampen verdeeld is, Engelse proletariërs en ierse proletariërs. de gewone Engelse arbeider haat de Ierse arbeider als een concurrent, die zijn levensstandaard naar beneden haalt. […] hij koestert religieuze, sociale en nationale vooroordelen tegen hen. hij verhoudt zich zowat tot hen zoals de arme blanken tot de negers in de voormalige slavenstaat der verenigde staten […] dit antagonisme is het geheim van de onmacht der engelse arbeidersklasse, ondanks haar organisatie. Het is het geheim van hoe de kapitalistische klasse haar macht weet te behouden.” (brief van Karl Marx aan Sigfrid Meyer en August Vogt in New York)

Marx ging beseffen dat er rond die tijd, naast de opkomst van het kapitalisme rond 1850-1851, nog een andere notie aan het doorbreken was die we vandaag vanzelfsprekend vinden, namelijk het imperialisme. Hij kwam tot de slotsom dat om de werkmens te bevrijden, om het kapitalistische systeem niet alleen in Engeland maar wereldwijd ten val te brengen, ook het koloniale systeem moest sneuvelen en dat Engeland de beste plaats was om dit systeem te doen vallen. De Engelse achilleshiel was dan weer Ierland, waar zich sowieso al een kwade, revolutionair ingestelde bevolking aan het roeren was. Marx was van mening dat die arbeiders met een klein beetje scholing konden leren om terug te keren naar hun land en de Engelsen buiten te gooien. Hij maakte de terechte bedenking dat de Britten de Ieren op de meest cynische manier Ierland aan het uitdrijven waren, om het land te herschapen in een landbouwplantage, waar ze dan de groeiende Britse bevolking mee konden voeden. Dus vervingen ze stelselmatig Ierse werklui – die vervolgens naar Manchester vluchtten om er de fabrieken te bevolken – door Britse grondbezitters die boerderijen stichtten waar het vee voor de Britse bevolking dan kon grazen.

Marx en zijn dochters wijdden heel veel van hun tijd en energie aan het helpen van de Ieren. Marx heeft daar nooit veel krediet voor gekregen en zijn dochters al helemaal niet. Nochtans was zijn oudste dochter Jenny, nauw betrokken bij acties om Ierse gedetineerden te bevrijden uit Britse gevangenissen. Ze publiceerde verscheidene brieven in Franse kranten die er echt toe hebben geleid dat enkele van de meest befaamde Ierse gevangenen vrijkwamen. Maar omdat ze een vrouw was, kreeg ze hier helaas geen erkenning voor.

U schrijft in uw boek dat Marx het grootste deel van zijn leven werd miskend door zijn tijdgenoten, maar paradoxaal genoeg bezorgde uitgerekend het Europese establishment hem naamsbekendheid tijdens de gebeurtenissen van de Commune van Parijs in 1871. Op welke manier kenmerkt deze episode Marx en de manier waarop hij toen werd gezien?

Omdat hij verbannen was uit Parijs en geen toestemming had gekregen om terug te keren, zat Marx vast in Londen. Hij leidde wel vanop een afstand, de Internationale Arbeidersassociatie, waarin arbeiders zaten die deel uitmaakten van de Parijse Commune. Ze waren op geen enkele manier de dominante kracht, maar Marx correspondeerde met hen en hij had koeriers die heen en weer reisden om verslag uit te brengen, als een geïnteresseerde deelnemer als het ware. Hoe dan ook was hij op geen enkele manier een leidende figuur. Meer nog, aanvankelijk dachten hij en Engels dat de Commune een roekeloos idee was, gedoemd om te falen. De Parijse Commune was een structurele opstand die opborrelde onder een bevolking die vier maanden lang door de Pruisen gebarricadeerd had gezeten in Parijs na de overgave van de Franse regering. De Parijzenaars beslisten om hun stad niet zomaar over te geven. Niet aan de Franse regering die ze wantrouwden, maar ook niet aan de Pruisen, die ze als indringers beschouwden. Dus kwamen ze in opstand en ze hadden geen aanstokers van buitenaf nodig om hen aan te jagen.

Als we vanuit historisch oogpunt bedenken dat er 150 jaar zijn voorbijgegaan sinds de publicatie van het Kapitaal, dan is eigenlijk niets.

Maar aan het eind van de Commune, omdat de Franse regering haar soldaten nodig had om zich tegen het Franse volk – tegen de Parijzenaars dus – te keren, moest ze de Parijzenaars ervan overtuigen dat noch de leiders van de Commune noch de idee van de Commune zelf, iets te maken hadden met Frankrijk of met de Parijse onvrede ten aanzien van de Franse regering. Het zou een buitenlander geweest zijn, een Duitser in Londen godbetert, die de aanstoker was achter de Commune.

De regering begon dus een fluistercampagne die uitmondde in de volwaardige internationale veroordeling van een obscure Londense Duitser, genaamd Karl Marx, die ze de ‘rode terroristen dokter’ noemden en afschilderden als het meesterbrein dat niet enkel Parijs bedreigde en verantwoordelijk was voor de chaos daar, maar dat ook kon rekenen op hele legers van oproerkraaiers die ook Londen onder de voet zouden lopen, of mogelijk zelfs een stad zo ver weg als Chicago.

Historisch gezien is dat iets waarop regeringen zich beroepen wanneer ze de eigenlijke wortels van een probleem in een bepaalde samenleving liever ontkennen. Ze hebben het nodig om de bevolking ervan te overtuigen dat het niet hun eigen mensen zijn die in opstand komen, maar dat het eigenlijk een buitenlander is die aan de touwtjes trekt. Dat is dus hoe Marx faam verwierf. Hij schreef er een geweldig stuk over. Het heet De burgeroorlog in Frankrijk en handelt over de Commune. Als je het te pakken kunt krijgen, zul je merken dat het een prachtig stukje schrijven is. Tijdens Marx’ leven werd het trouwens ook het meest gelezen van al zijn geschriften.

Zou u het kunnen hebben over de bijdrage van Engels bij de vervolmaking van Das Kapital? Marx schreef dus het eerste deel. De overige twee zijn na zijn dood verschenen dankzij het werk van Engels, gebaseerd op Marx’ notities. Het is indrukwekkend dat die man op respectabele leeftijd (hij was ouder dan zeventig) nog zo’n inspanning, zo’n krachttoer voor elkaar kreeg.

Engels is deel van het verhaal van Marx. Er is simpelweg geen verhaal van Marx zonder de inbreng van Friedrich Engels. Het is een van de krachtigste vriendschappen die ik in de loop van de geschiedenis ben tegengekomen. Engels noemde zichzelf een katoenspinner en lid van de koninklijke artillerie en hij was zeer bescheiden, wat van de meeste mannen van zijn aanzien niet kon worden gezegd. Hij was een briljant denker en beschikte over alle passie die Marx ontbeerde, een lust voor het leven en voor ideeën. Toen hij Marx ontmoette, gedurende die tien befaamde dagen, was hij op zoek naar een persoon of een idee om zich voor in te zetten en dat was wat hem aantrok in Marx. Hij zag in dat deze man aanmoediging en bescherming nodig had. Marx was immers het typische soort academicus en filosoof dat helemaal niet om kon met alledaagse beslommeringen, omdat hij met zijn hoofd altijd op een compleet andere plaats zat. En dus wijdde Engels zich zijn leven lang aan het materiële onderhoud van de familie Marx. Zo ging hij, absoluut tegen zijn zin, opnieuw aan de slag in de fabrieken van zijn vader om de nodige inkomsten te vergaren opdat de familie Marx zou kunnen overleven.

Toen Marx overleed had hij nog maar één deel van Das Kapital gepubliceerd, terwijl het een reeks van vier boeken had moeten worden. Hij was onafgebroken aan het schrijven geweest, maar niemand wist ooit hoeveel er af was of in welke staat het werk zich bevond. Marx wilde het nooit over zijn werk hebben, uit angst dat iemand hem zou aanspreken om het te publiceren. Dat zou een druk op hem hebben gelegd waarmee hij niet om kon. Na Marx’ overlijden ging Engels door zijn papieren. Hij ontdekte deel twee dat zo goed als af was, honderden pagina’s notities voor een derde deel en een hele ruwe versie van wat wel eens deel vier kon zijn. Zoals hij al had gedaan tijdens Marx’ leven, voelde Engels na diens dood dat hij zijn werk moest verderzetten. Hij wou Marx beschermen en vrijwaren en nu Marx niet langer fysiek aanwezig was, was het publiceren van zijn ideeën dé manier om dat te doen.

En dat was nog niet alles. Engels hield ook de arbeidersorganisaties die Marx had opgericht in leven. Hij bestuurde de Tweede Internationale. Hij was echt onvermoeibaar. En wanneer hij uiteindelijk overleed, waren Marx’ dochters in staat om zijn werk over te nemen en verder te zetten. Er zou wel een Engels geweest zijn zonder Marx, maar geen Marx zonder Engels.

Uw boek draait niet alleen om Marx en Engels, maar ook om Jenny Marx en Marx’ dochters. Hun rol blijft tot op vandaag onterecht onderbelicht. Eén van de sterke kanten van uw boek Liefde en Kapitaal is dat u niet de biografie schrijft van Karl Marx, maar van het gezin Marx, zijn vrouw en zijn drie dochters. Wat was de invloed van Jenny op Karl Marx’ leven? En wat waren de moeilijkheden voor 19e-eeuwse vrouwen die de wereld wilden veranderen?

Jenny was een anker voor Marx. Op zijn eentje zou hij zoals zijn vader zei, “een geleerde geworden zijn die losliep in zijn kamer”. Hij zou zijn leven hebben doorgebracht, begraven onder de boeken. Jenny haalde hem uit zijn schulp en weg uit zijn studiecel en maakte van hem een sociaal wezen. Verder zorgde ze voor de zekerheid en veiligheid die hij nodig had. Wanneer iemand de vlucht neemt, mentaal dan, dan heeft die persoon nood aan iemand die hem of haar met de voeten op de grond houdt. En dat is precies wat Jenny deed.

Daarnaast respecteerde Marx haar ook echt op intellectueel gebied, aangezien hij zijn ideeën bij haar toetste. Hij legde zijn ideeën voor aan twee mensen, aan Engels en aan Jenny. Historisch gezien heeft Engels daar erkenning voor gekregen en Jenny amper of niet. Toch beschouwde Marx haar van bij het begin van hun relatie op intellectueel gebied als gelijke. Hij zou het niet hebben verdragen om iemand in zijn buurt te hebben met wie hij zijn meest scherpzinnige inzichten niet kon bespreken. Wanneer hij zich bijvoorbeeld aan het schrijven van het Communistisch Manifest zette, was het Jenny die de afschriften maakte. Dat ging niet alleen om het bijhouden van notities, het was een intellectuele uitwisseling.

Op vele manieren – mentaal, emotioneel en fysiek – was Jenny de persoon die Karl Marx toeliet om Karl Marx te zijn. Ze liet hem toe om dat machtige brein van hem te volgen waar het hem ook maar heen voerde, hoelang het ook duurde. Onderweg moest ze zich grote opofferingen getroosten, zoals alle 19e-eeuwse vrouwen dat deden, zoals sommige 20e-eeuwse vrouwen deden en zoals sommige 21e-eeuwse vrouwen dat nog steeds doen. Haar opoffering bestond erin dat ze hem volgde in een leven van extreme armoede. Ze was de dochter van een baron, ze had het leven van een Duitse aristocrate kunnen leiden. Haar broer was minister van Binnenlandse Zaken in Pruisen. Ze kwam uit een van de families met het meeste aanzien in het Rijnland. En toch gaf ze alles op omwille van haar liefde voor Karl en haar respect voor zijn ideeën.

Daarenboven brachten ook hun drie dochters hun leven door met werken voor Marx. Ze wijdden hun leven aan zijn ideeën. Ze werkten als zijn secretaressen, verzorgden zijn briefwisseling en deden onderzoek voor hem. Ze huwden ook revolutionaire mannen maar die waren veel minder getalenteerd dan Marx. Alle drie de dochters van Marx droegen bij aan de marxistische beweging, die hen veel verschuldigd is, maar alle drie leidden ze ook tragische levens. Twee van hen pleegden zelfmoord.

Wanneer iemand een toegewijde volgeling is, bereid om alles op te geven voor die ene persoon of voor dat ene idee dan verliest hij of zij onvermijdelijk een deel van zichzelf. Deze drie jonge vrouwen gaven hun hele leven. Jenny, zijn vrouw, gaf haar hele leven. Maar als iemand hen gevraagd had of ze spijt hadden, dan weet ik zeker dat geen van hen ja zou hebben gezegd. Want al hadden ze niets op materieel gebied, intellectueel gezien bezaten ze de wereld en zaten ze op het snijpunt van een revolutie, middenin de wervelwind die de ideeën van deze man waren. Hun levens waren rijkgevuld, diepzinnig en onstuimig.

Marx krijgt soms het verwijt dat hij de arbeidersklasse louter mannelijk invulde. Zijn gezinsgeschiedenis wordt aangegrepen om hem als een patriarch te schetsen. We kunnen dus niet echt zeggen dat Marx een feminist was?

Marx was in grote mate een product van de 19e eeuw en de Internationale Arbeidersassociatie was een vereniging van mannelijke arbeiders. Tegelijk maakten er veel vrouwen deel van uit, vooral rond de tijd van de Commune. Enkele van de moedigste koeriers die Marx Frankrijk instuurde, waren jonge vrouwen, onder hen ook zijn eigen dochters. Maar Marx ging niet echt in op de kwestie van feminisme en vrouwenrechten. Hij vond niet dat hij een onderscheid moest maken tussen mannen en vrouwen wanneer het erop aankwam de rechten van arbeiders te beschrijven. De fabrieksarbeiders waar hij het over had waren niet enkel mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Wanneer hij in Das Kapital spreekt over vrouwelijke arbeiders gaat hij dus nooit in op het feministische vraagstuk.

Wat zijn eigen familie betreft, waren zijn dochters en zijn vrouw dan weer nauw betrokken bij alle aspecten van zijn werk. Het was een echte familieaangelegenheid. Karl Marx’ ideeën waren een familiezaak en op geen enkel moment kwam het in hem op dat zij niet perfect in staat zouden zijn om niet enkel te begrijpen waar hij het over had, maar ook om ideeën bij te dragen, zijn gedachten te interpreteren en hem te vertegenwoordigen. Zijn twee oudste dochters bijvoorbeeld, Laura en Jenny, werkten in Frankrijk en Spanje. Vooral Laura, met haar echtgenoot Paul Lafargue, was een ware ambassadrice van Marx en Engels, die poogde om het marxisme te verspreiden in Spanje. Ze vertaalde ook heel wat van Marx’ werk. De dochters waren dus achter de schermen betrokken bij het schrijfwerk: Jenny als journaliste en Laura als vertaalster.

Ik denk dus dat Marx, hoewel hij het eigenlijke vraagstuk van het feminisme niet aansneed, vrouwen op geen enkele manier discrimineerde. Het is gewoon iets wat hij niet aankaartte. We mogen het feit dat Marx’ vrouw en dochters het grootste deel in zijn schaduw naast hem werkten in het huishouden, niet interpreteren als zou hij een tiran geweest zijn. Dit was de 19e eeuw, een tijd waarin vrouwen eenvoudigweg niet de kans hadden om te doen wat ze vandaag doen. De rol van Jenny zijn vrouw was er een van klankbord voor zijn ideeën, van eerste redacteur van zijn schrijfwerk of van aandraagster van ideeën. Als ze daar geen erkenning voor opeiste, was het niet zo dat Marx dat niet wilde. Het is simpelweg de rol die vrouwen bekleedden in de 19e eeuw. Binnenin dat keurslijf van sociale standaarden waren ze uiterst progressieve en intens toegewijde soldaten van Marx’ eerste strijdmacht.

En Eleanor, Marx’ jongste dochter, zette de ideeën van haar vader om in politieke actie.

Inderdaad, Eleanor was een strijdster. Zij belichaamde de ideeën van haar vader en op die manier is ze een voorbeeld van waar je met Marx’ ideeën heen kunt, wat je ermee aan kunt: je stapt ermee naar de arbeiders, je richt vakbonden op, je begint politieke partijen.

Eleanor was nauw betrokken bij de oprichting van de Britse Labour Party. Als Marx inzag dat de materiële noden van de mens het eerste waren wat moest worden aangepakt, dan moest een politieke partij in de eerste plaats de arbeidsuren onder handen nemen en zich afvragen of de verloning voldoende was om van te eten, te leven, te overleven. Eleanor gebruikte de theorieën van haar vader en zette die samen met de mensen met wie ze zich organiseerde, om in politieke actie. Ze bouwden een politieke partij die opkwam voor de arbeiders. In die tijd, vóór de generatie van Eleanor, werden de socialisten gezien als wat we vandaag ‘salon-progressieven’ zouden noemen.

Eleanors generatie, de mensen waarmee ze in Londen samenwerkte, moest de vakbonden ervan overtuigen dat de socialisten hen konden helpen en wel door zich te mengen in stakingen, door stakingen te helpen organiseren of door stakingskassen op touw te zetten. Aanvankelijk waren hun stakingen opvallend succesvol. Ik heb het over de staking van de havenarbeiders, die de meest berooide arbeiders van Londen onder de arm nam, hen de middelen gaf om de almachtige rederijen aan te pakken én te winnen. Ik ben dus van mening dat Eleanor Marx’ theorieën echt toepaste op vakbondsniveau. Ze verzette een enorme hoeveelheid werk, maar haar leven werd helaas gekortwiekt door een persoonlijke crisis. Hoe dan ook hebben zij en haar zussen niet enkel de aantrekkingskracht van het marxisme verruimd door ermee naar Spanje en Frankrijk te trekken, Eleanor blies Marx’ theorieën nieuw leven in doorheen haar eigen werk.

Uw boek gaat niet enkel in op Marx’ leven maar ook op de jaren na zijn dood, wanneer zijn ideeën in zekere zin in praktijk werden gebracht. U schrijft over Engels die jaren na Marx’ overlijden naar een 1 mei-stoet gaat en tot Eleanor verzucht: “Had Marx dit maar kunnen zien …”

Je hebt helemaal gelijk. Marx was degene die met de ideeën kwam aanzetten. Je weet hoe het gaat wanneer iemand een ziekte bestudeert: eerst voert men onderzoeken uit in het labo en pas daarna volgen de klinische testen waarin je met mensen werkt. Wel, de generatie die volgde, valt te vergelijken met de ontwikkelingen die volgen uit de klinische testen: je moet de evolutie waarnemen. In Brussel waren ze met zo’n zeventien mensen, de Marx party. Ze hadden tot de Eerste Internationale (1861) zelfs geen naam voor zichzelf. Dit was een internationale arbeidersorganisatie waar Marx eerder toevallig bij terechtkwam en er dan als vanzelfsprekend het theoretische boegbeeld van werd.

Dat verwaterde dan weer omdat de tijden er nog niet helemaal klaar voor waren (1872). Vijftien jaar later (1889) volgde de Tweede Internationale. Je zat toen eigenlijk met een nieuwe generatie; Engels was opeens de ouderdomsdeken. Er trad een heel nieuwe generatie op de voorgrond, en de basis was ook breder. Niet enkel de arbeiders draaiden mee, maar ook de intellectuelen. Er was dus een veel steviger basis om het volgende platform op te bouwen. Als je bedenkt dat er elf mensen aanwezig waren op Marx’ begrafenis en er een jaar later zo’n 3000 mensen zijn dood herdachten in Hyde Park … Zo snel ging alles.

Mondjesmaat begonnen mensen Het Kapitaal te ontdekken, ook omdat het rond die tijd vertaald werd in het Frans en het Russisch. Het was niet zo dat regeringen opeens gingen meewerken, integendeel, het was gewoon de arbeider die zijn of haar stem begon te verheffen. Toen de eerste arbeiders parlementsleden werden in Engeland zagen ze er helemaal niet uit als de mannen die de arbeiders voorheen hadden vertegenwoordigd maar die eigenlijk socialisten uit de hogere klassen waren. Dit waren échte arbeiders met échte arbeiderspetten. Ze waren in het parlement geraakt omdat de vakbonden hen de basis hadden gegeven om zich te organiseren en zich bij een politieke partij aan te sluiten.

Ik vond wat u zei over de verschillende generaties heel interessant. U sluit uw boek af met de begrafenis van Lafargue, Marx’ schoonzoon en op dat moment duikt een heel nieuwe generatie leiders op: Jaurès, Blum, Lenin …

Dat klopt ja, want voor Lenin was Lafargue een oude man. Ik schrijf aan het eind van het boek dat wanneer Lenin een lofrede uitspreekt op Lafargues begrafenis, het politieverslag gewag maakt van een onbekende Russische spreker. Dat was Lenin. Tegelijk was Lafargue voor het grootste deel van de voorgaande periode de jonge generatie geweest, althans vanuit Marx’ standpunt. En met elke nieuwe generatie breidde de basis zich uit en groeide de aanvaarding van Marx en zijn ideeën.

Ik denk dat Engels waarschijnlijk wel besefte dat Marx’ ideeën zodanig radicaal waren op het moment dat hij ze neerschreef dat er letterlijk generaties overheen zouden moeten gaan. Ik denk ook dat we ze misschien pas nu beginnen te lezen met het soort inzicht dat ze vereisen. In de loop van de 20e eeuw zijn er de meest uiteenlopende interpretaties van het marxisme geweest maar me dunkt dat, wanneer je Het Kapitaal vandaag leest vanuit ons perspectief, het precies zo fascinerend is omdat hij echt sprak voor de wereld van vandaag.

En misschien gaat het wel zo met alle grote ideeën: je kunt ze altijd lezen met je eigen ogen. Ze sterven niet uit, ze ontwikkelen zich samen met jou en samen met samenlevingen en onderweg leveren ze antwoorden aan. Vandaag in het bijzonder denk ik dat we op een punt zijn aanbeland waar Marx het ook echt heeft over onze ervaringen en de wereld waarin we nu leven.

Vandaag zien we in Europa radicale bewegingen opduiken die hun inspiratie halen bij Ernesto Laclau en Chantal Mouffe, zoals bijvoorbeeld Podemos. Zij geloven in een ‘politieke revolutie’, een ‘snelle omverwerping van de instellingen’. Wat denkt u daarvan?

Eén van de fundamentele ideeën die Marx verdedigde, is de idee dat zo’n proces langzaam moet gaan. Eén van de vergissingen die hij ontwaarde in veel van de revolutionaire bewegingen die hij bestudeerde of die rond hem plaatsgrepen, was dat je geen klein deeltje van een regering kunt vervangen. Je kunt de gerechtshoven, het parlement of de parlementsleden niet simpelweg omruilen, want de rest van het huis heb je dan gewoon laten staan. Je moet van de grond af aan opnieuw vertrekken. Je moet elk aspect van de regering die je wilt vervangen bestuderen alvorens dat kan gebeuren. Als er ook maar iets van het oude systeem overblijft zal dat gaan rotten, met als gevolg dat de nieuwe regering of de nieuwe beweging niet zal slagen. Je hebt ook een duidelijk plan nodig van datgene waardoor je het oude beleid wilt vervangen: een revolutie die geen plan klaar heeft voor ’s anderendaags, zal ontaarden in een contrarevolutie.

Marx, au-delà de l’auteurIk denk dus dat Marx de nadruk legde op een geleidelijke, weloverwogen aanpak. Hij was een heel gepassioneerd man, maar hij was niet ongeduldig in zijn acties. Als we vanuit historische oogpunt bedenken dat er 150 jaar zijn voorbijgegaan sinds de publicatie van Het Kapitaal, dan is dat eigenlijk niets. Dat is het soort tijdslijn dat Marx voor ogen zou hebben gehad. Weet je, dat is hoeveel tijd er nodig is alvorens het kapitalistische systeem dat hij beschreef ook echt wortel kon schieten, muteren en de ziekte worden waarvan hij dacht dat die zich zou ontwikkelen. Dat is ook hoeveel tijd er nodig is alvorens mensen het zouden begrijpen. En pas wanneer je het ook echt begrijpt, kun je maar beginnen nadenken over hoe je het zal gaan vervangen. Ik ben dus van mening dat als je praat over het omverwerpen van politieke systemen, Marx’ standpunt dat is van een heel langzaam proces, wat frustrerend is wanneer je er middenin zit. Maar dat is wat er nodig is om te slagen.

Een laatste tip?

Naar mijn mening is de beste tekst om kennis te maken met Marx’ theorieën een boek dat eigenlijk geschreven is door Engels, getiteld de Anti-Dühring. Het is een kort maar heel verhelderend boek. Het geeft een heel goeie basis over Marx’ ideeën en het schetst ook wat je ermee aan kan.

Mary Gabriel, Liefde en Kapitaal. Karl en Jenny Marx en de geboorte van een revolutie, Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker, 2012, 908 p.