Artikels

“De wet is ondergeschikt aan de strijd”: een eeuw stakingsvrijheid

Jan Buelens

+

Jonathan Lefèvre

— 24 mei 2021

Precies 100 geleden werd artikel 310 in het strafwetboek afgeschaft, en dus ook het verbod op het stakingsrecht. De strijd die de voorbije 150 jaar is gevoerd, is essentieel om te begrijpen hoe het vandaag gesteld is met het recht om collectief het werk neer te leggen.

De politie grijpt in tijdens de Britse mijnstaking van 1984-85 | John Sturrock

“Zal bestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een boete van 26 tot 1000 frank, of met slechts één van deze straffen, eenieder die, met de bedoeling een stijging of daling van de lonen af te dwingen of de vrije uitoefening van industrie of arbeid aan te tasten, overtredingen heeft begaan, beledigingen of bedreigingen heeft geuit, boetes, maatregelen, verplichtingen of verboden heeft opgelegd, ofwel tegenover zij die werken of tegenover zij die werk verschaffen.

Dat geldt ook voor eenieder die, door bijeenkomsten dicht bij de voorzieningen waar het werk wordt uitgevoerd of dicht bij de woonst van diegenen die de voorzieningen leiden, de vrijheid in het gedrang brengt van patroons of werknemers.”

Zo stond het in artikel 310 van het Strafwetboek, dat precies 100 jaar geleden werd afgeschaft. Gebeurde dat omdat de overheid haar gezond verstand had gebruikt? Natuurlijk niet. Een woordje uitleg door Jan Buelens, advocaat bij Progress Lawyers Network, gespecialiseerd in arbeidsrecht en professor aan de de UA en de ULB.

Jan Buelens is professor arbeidsrecht aan de Universiteit van Antwerpen en de ULB, en advocaat bij Progress Lawyers Network.

“Een reactie is altijd het gevolg van een sociale overwinning. Het establishment was razend dat het toegevingen moest doen. Je moet er wel voor oppassen dat je de sociale geschiedenis in het algemeen en de geschiedenis van het stakingsrecht in het bijzonder niet bekijkt als een soort lineaire groei, waarbij de werkende bevolking overwinning na overwinning boekte, tot het moment waarop het weer bergaf ging. Het is iets ingewikkelder. “Wel een constante is dat elke stap vooruit door strijd bekomen is.”

Hoe is het stakingsrecht in België er gekomen?

Jan Buelens. Daarvoor moeten we natuurlijk veel verder teruggaan dan 1921. De vrijheid van vereniging werd al in 1831 in de Belgische grondwet ingeschreven, maar het coalitiemisdrijf werd zwaar bestraft. Marx formuleerde het zo: in het kapitalisme bestaat er op elk recht een uitzondering. Het vergrijp kon gepleegd worden door zowel werkgevers als werknemers, maar in de wetsartikelen waren veel meer beperkingen ingebouwd voor de werknemers. Bovendien werden bijna alleen werknemers in vervolging gesteld. Tussen 1830 en 1860 werden 1.600 vervolgingen ingesteld op basis van dit artikel en bijna 1.000 werknemers werden veroordeeld. In 1867 werd de wet betreffende het coalitiemisdrijf afgeschaft, na een succesvolle strijd van de werkende klasse. Maar het antwoord daarop was onder andere het beruchte artikel 310. Vanaf het begin hebben de werknemers strijd gevoerd tegen dat artikel. Je hoort weleens dat je niet tegen een wet kunt strijden. Maar soms lukt het toch, en de geschiedenis toont aan dat het soms nodig is. We moeten er zeker ook op wijzen dat de strijd voor de afschaffing van artikel 310 gepaard ging met de eis voor een werkdag van 8 uur en het oprichten van de sociale zekerheid.

“Wel een constante is dat elke stap vooruit door strijd bekomen is.”

Artikel 310 legde strafrechtelijke sancties op aan alle acties die nodig zijn om van een staking een succes te maken. Alles kon heel ruim geïnterpreteerd worden. Bijvoorbeeld de term belemmering van vrijheid om te werken…

Wat was het kantelmoment voor het stakingsrecht?

Er is er meer dan één geweest. De grote opstanden in 1886 waren een mijlpaal. Zij hebben voor een eerste doorbraak op juridisch vlak gezorgd, zij gaven de aanzet tot de eerste sociale wetten. De opstanden braken uit naar aanleiding van de herdenking van de Commune van Parijs. De sociale wetten die na de opstanden goedgekeurd zijn, vormen nog altijd de ruggengraat van ons arbeidsrecht: het verbod op kinderarbeid, loonbescherming, wetten over veiligheid op het werk enz. Zelfs koning Leopold II zag zich gedwongen een redevoering te houden en een onderzoek naar de werkomstandigheden te gelasten… Maar er waren nog drie algemene stakingen en de Eerste Wereldoorlog voor nodig voordat artikel 310 werd afgeschaft. Voor de werknemers bleef de situatie dus nog lang heel moeilijk, of ronduit schandalig.

In 1886 was de bourgeoisie razend dat ze toegevingen moest doen en er volgden drie reacties: Ten eerste was er het neerslaan van de beweging (tijdens de opstanden vielen 24 doden) en vervolgens volgden de bijzonder zware veroordelingen, vooral op basis van artikel 310. In 1887 werden 264 veroordelingen uitgesproken. In 1888 waren er dat 159, In 1891 nog altijd 162. Wat aangeeft dat het hierbij om klassenjustitie ging, is dat er bijna consequent maximumstraffen werden opgelegd. De derde reactie was het aanscherpen van het beruchte artikel: wie zich schuldig maakte aan intimidatie van werknemers die naar hun werk gaan of ervan terugkeren, aan het beschadigen – ook al is de beschadiging heel miniem – van machines enz. zou gestraft worden. De intentie hebben werd vanaf dan ook gezien als een misdrijf, terwijl je voorheen het misdrijf ook echt moest plegen. Je hoefde maar de indruk te wekken dat je de naam opschreef van een werknemer die tijdens een staking ging werken, zelfs dat al kon je een veroordeling opleveren. Het bekendste voorbeeld daarvan is Oscar Falleur, een stakingsleider in de glasindustrie. Hij werd veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid. Dat leidde tot een golf van protest bij de werknemers, waarop hij amnestie kreeg, maar wel naar de Verenigde Staten verbannen werd en via de haven van Antwerpen het land werd uitgezet. Toen al speelde het parket een heel belangrijke rol bij de vervolging van werknemers.

Welke rol hadden de parlementsleden in die tijd?

De drieledige repressie van het staatsapparaat (doden, veroordelingen, het aanscherpen van de wet) werd door bijna alle parlementsleden toegejuicht. De Senaat was in zijn nopjes met hoe de beweging van 1886 was aangepakt en liet optekenen: “De bekkens van Luik en Charleroi zijn het toneel geweest van jammerlijke gebeurtenissen. Door degenen te vervolgen die de openbare orde hebben verstoord en de vrijheid van werken hebben belemmerd, heeft justitie zich van een belangrijke sociale taak gekweten.”

Er waren drie algemene stakingen en de Eerste Wereldoorlog voor nodig voordat artikel 310 werd afgeschaft.

Uiteindelijk, dankzij grootschalige mobilisatie, kregen verschillende veroordeelden amnestie. Maar het parlement stond niet aan de kant van de werknemers…

Even terug naar 1921. Hoe stelden de socialisten zich op?

De socialisten hadden heel gematigde eisen. Een katholiek parlementslid verklaarde in die tijd dat de socialistische verkozenen enkel hun eisen van voor de oorlog herhaalden. Er waaide in die tijd een progressieve wind (overal in Europa werd gestreden voor het socialisme, de Russische Revolutie enz.), maar die benutten ze niet om meer verregaande eisen te stellen. Dat artikel 310 werd afgeschaft, was te danken aan de grote stakingen in 1919. Zonder druk na de Eerste Wereldoorlog had het parlement dat nooit gedaan…

En hoe reageerde het patronaat?

Jan Buelens. In 1921, 90 jaar na de goedkeuring van de Belgische grondwet, erkende men eindelijk de vakbondsvrijheid. En men zei dat die boven de vrijheid van werken ging. Toen artikel 310 werd afgeschaft, was het patronaat er toch gerust op. Waarom? Omdat ze vond dat het Strafwetboek nog genoeg andere artikelen bevatte om stakingen te onderdrukken. Bovendien zouden de ordediensten aanzienlijk versterkt worden. Vooral de rijkswacht. Vóór de Eerste Wereldoorlog telde die 3500 manschappen, erna werden dat er 7000. De gerechtelijke politie werd opgericht, zogezegd om de criminaliteit te bestrijden, maar ook vakbondsmensen kwamen op de lijsten met verdachten te staan. Het politieapparaat werd uitgebreid en ingezet om stakingen te breken.

Pas in 1981, 60 jaar later, oordeelde het Hof van Cassatie dat staken niet gezien mag worden als het beëindigen van het arbeidscontract, maar dat het een opschorting van dat contract is. Na de staking wordt het werk immers hervat.

Dat gebeurde dus niet alleen met wetten, maar ook met bruut geweld. Werkgevers konden stakers nog altijd ontslaan met als enige verklaring voor hun ontslag dat ze gestaakt hadden. Pas in 1981, 60 jaar later, oordeelde het Hof van Cassatie dat staken niet gezien mag worden als het beëindigen van het arbeidscontract, maar dat het een opschorting van dat contract is. Na de staking wordt het werk immers hervat. Nu lijkt dat logisch, maar 60 jaar lang was het dat dus niet… Bovendien was het recht om te demonstreren veel beperkter dan nu. De burgemeester of de gouverneur gaf niet makkelijk toestemming om op “zijn” grondgebied te betogen. Je merkt het, ook na 1921 stond er nog een flinke rem op het stakingsrecht en het recht om actie te voeren…

En hoe ging het na 1921 verder?

Na de Tweede Wereldoorlog lukte het de werkende klasse eindelijk de grote internationale akkoorden, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, te laten goedkeuren. Nadat het fascisme was verslagen, draaide de krachtsverhouding in het voordeel van de arbeidersbeweging. Dat bleef zo tot de jaren 1970-1980, tot Thatcher en Reagan op het toneel verschenen. In die periode werd staken niet als iets negatiefs gezien, de meerderheid van de burgers wist dat er zonder stakingen geen sociale vooruitgang kwam.

Daarna brak het tijdperk van het neoliberalisme aan, met Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Reagan in de Verenigde Staten. En toen sloeg het patronaat toe. Het haalde artikel 310 terug – niet woordelijk maar wel feitelijk. Dat was het begin van het tijdperk waarin we ons nu nog altijd bevinden.

Kwam artikel 310 echt terug? En indien ja, hoe?

Het inschakelen van burgerlijke rechtbanken en deurwaarders en de dwangsommen tegen stakingspiketten zijn daar concrete voorbeelden van. In de vonnissen, die vaak dezelfde dag worden uitgesproken zonder dat de werknemers gehoord zijn, verbieden de rechtbanken acties die stakingen efficiënt maken. En de laatste jaren zien we dat het stakingsrecht zelf op losse schroeven wordt gesteld, enerzijds via de minimale dienstverlening in bepaalde sectoren en anderzijds door de veroordeling van vakbondsmensen, op basis van oude artikelen, en er zitten ook nieuwe artikelen aan te komen. De minimale dienstverlening is een aanval die al te vaak onderschat wordt: werknemers moeten dan enkele dagen van tevoren aangeven dat ze zullen staken, doen ze dat niet dan worden ze gesanctioneerd. Zo wordt de staking gepersonaliseerd en verzwakt men de kracht van de vakbonden: als de werkgever weet dat er niet veel werknemers zullen staken, is hij niet langer bang voor die staking en zal hij niet geneigd zijn toegevingen te doen.

Daarna brak het tijdperk van het neoliberalisme aan, met de terugkeer van artikel 310 – niet woordelijk maar wel feitelijk.

Toen Thatcher en Reagan de teugels in handen namen, zeiden ze meteen dat ze de vakbonden zouden breken. Reagan liet 12.000 luchtverkeersleiders ontslaan, Thatcher wou de mijnwerkersvakbond op de knieën dwingen. Om hun neoliberale beleid door te drukken moesten ze eerst het sociale verzet breken. Dat betekent een aanval op de bolwerken van de arbeidersbeweging en een aanpassing van wetgeving om het stakingsrecht in te perken. Voor het patronaat is het stakingsrecht aanvallen een absolute prioriteit, want dat is het enige recht dat haar pijn kan doen, omdat het aan het kapitaal raakt. Het is het enige recht waarvoor ze bang is.

En in België?

Bij ons heeft het VBO in 1984 een copy-paste gedaan van wat er in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is gedaan en een eisenbundel met negen punten samengesteld. Eén van die punten was dat staken weer gesanctioneerd moest kunnen worden. Het VBO eiste ook sancties voor acties bij derden, zoals een staking uit solidariteit met een ander bedrijf. En het zei ook dat het bij elke staking de politie en de burgemeesters zou inschakelen. En het eiste de “strafrechtelijke bescherming van het recht om te werken”. Dat kwam dus neer op een herinvoering van artikel 310. De Belgische werkgevers haalden de mosterd bij hun Britse collega’s: zodra er een piket opdook, trokken ze naar de rechtbank om dwangsommen te laten opleggen om de actie te breken. De werkgevers beweerden wel dat ze het stakingsrecht niet aanvielen, maar in de praktijk…

De eerste keer dat een rechtbank de werkgever in het gelijk stelde, was naar aanleiding van een piket bij Sabena, in 1987. Waarom spreken we van de terugkeer van artikel 310? Door naar de rechtbank te stappen, kwam er de facto een einde aan de actie. De bedrijven moesten zonder onderbrekingen kunnen produceren, dat was prioritair. De werkgevers gaven de voorkeur aan deze tactiek omdat ze efficiënter was: zij zagen liever dat een werknemer een piket verliet omdat hem een dwangsom van 5.000 euro boven het hoofd hing, dan dat hij maanden of zelfs jaren later veroordeeld zou worden. Nu was er een paar uur ongemak en daarna was het achter de rug. De rechtbanken verboden alles wat een staking krachtig maakt. Dat was ook de doelstelling van artikel 310.

U zegt dat er in het begin van de jaren 2000 opnieuw een kantelpunt kwam…

Die aanpak – naar de rechtbank stappen om het piket direct te laten ophouden – werd tot in het begin van de jaren 2000 gehanteerd. In 2000 besliste Laurette Onkelinx – de toenmalige minister van Werk – regels op te stellen voor stakingen en die in wetten te gieten. Zij vond het niet kunnen dat die vonnissen uitgesproken werden door voorzitters van burgerlijke rechtbanken, de arbeidsrechtbank moest zich over zulke zaken uitspreken. Zij wou zwart op wit vastleggen, in een wet, dat stakingsgeschillen door de arbeidsrechtbank beslecht moesten worden. In datzelfde wetsontwerp behield ze echter wel de mogelijkheid om naar de burgerlijke rechtbank te stappen. De vakbonden hebben altijd geweigerd dat justitie zich ermee bemoeide, want dat zou altijd uitlopen op meer beperkingen van het stakingsrecht. Onkelinx ging tegen de vakbonden in, maar de vakbonden verzetten zich hevig en ze moest haar voorstel intrekken… Maar het betekende wel het begin van de bereidheid om het stakingsrecht wettelijk te regelen. De vakbonden hadden zo fel gereageerd dat hun tegenstanders zich wel even koest hielden vooraleer ze opnieuw in de aanval gingen.

De werkgevers gaven de voorkeur aan deze tactiek omdat ze efficiënter was: zij zagen liever dat een werknemer een piket verliet omdat hem een dwangsom van 5.000 euro boven het hoofd hing, dan dat hij maanden of zelfs jaren later veroordeeld zou worden.

In de jaren erna, en vooral naar aanleiding van grote maatschappelijke veranderingen, zoals bijvoorbeeld het Generatiepact, is er enorm veel propaganda gevoerd tegen stakingen.

En zitten we vandaag nog in dezelfde situatie?

Nee. In 2014 kwam er een omslag. In het regeerakkoord sprak de regering-Michel af om in drie sectoren de minimale dienstverlening in te voeren: bij het spoorverkeer, bij Belgocontrol (de luchtverkeersleiding) en in de gevangenissen. In 2017 werd de wet voor het spoorverkeer goedgekeurd. Dat werd de eerste wet die het stakingsrecht officieel inperkte. Tot dan was de enige wet in België die tegen het stakingsrecht inging een wet uit 1948 die bepaalde dat er in sectoren zoals de oliesector en de ziekenhuizen andere regels golden in verband met de fysieke veiligheid van mensen.
Tussen 2014 en 2019 werd het stakingsrecht dus ingeperkt in andere sectoren, waar dat helemaal niet opgaat. Rechts is altijd wetsvoorstellen blijven indienen om het stakingsrecht aan banden te leggen. Maar nog verontrustender is dat sommige partijen ideologisch afglijden. Ze doen nog nauwelijks moeite om het stakingsrecht te verdedigen …

De machthebbers beroepen zich op heel oude wetteksten om de acties van vandaag te criminaliseren…
Jan Buelens. Dat is een constante, ja. Naast de minimale dienstverlening, stellen we vast dat men ook teruggrijpt naar strafrechtelijke repressie tegen stakingsacties. Dat is een regelrechte terugkeer naar de 19de eeuw. Er zijn nieuwe strafbare feiten in de wet opgenomen, en die kunnen tegen stakers gebruikt worden. Zo kan de nieuwe antiterrorismewet gebruikt worden tegen werknemers die actie voeren. Die wetten bevatten heel brede definities en niet alleen de daad wordt bestraft, ook de intentie. In de 19de eeuw ging het ook zo en we hebben vastgesteld dat dat het begin van een hellend vlak was. Maar er worden ook vervolgingen ingesteld op basis van oude strafrechtelijke bepalingen die in geen tijden meer gebruikt zijn, maar die het parket nu vanonder het stof haalt. Dat is een doelbewuste, goed georkestreerde politiek van de machtskringen. Tegen de gele hesjes bijvoorbeeld hebben ze teruggegrepen naar een bepaling uit 1891, die stelt dat wie publiekelijk uiting geeft van de intentie een plaats te willen blokkeren een misdrijf begaat. We hebben de processen gehad tegen Bruno Verlaeckt, Thierry Bodson en andere vakbondsleiders op basis van artikel 406. Dat artikel dateert uit de 19e eeuw en is aangescherpt na de Winterstaking van 1960. Na die massale staking, uit protest tegen de eenheidswet, heeft de regering ervan geprofiteerd om een wet uit de vorige eeuw uit te breiden, een wet die bepaalde dat het verboden was een spoorlijn te blokkeren. Dat verbod werd uitgebreid naar wegen. En daarom konden ze veroordeeld worden wegens “kwaadwillige belemmering van het verkeer”.

In 2014 sprak de regering-Michel af om in drie sectoren de minimale dienstverlening in te voeren: bij het spoorverkeer, bij Belgocontrol (de luchtverkeersleiding) en in de gevangenissen. In 2017 werd de wet voor het spoorverkeer goedgekeurd.

Toen die wet in 1961 werd uitgebreid, eisten de socialistische parlementsleden dat ze niet tegen het stakingsrecht gebruikt zou worden. De andere politieke families stemden daarmee in, ze zou niet gebruikt worden om tegen het stakingsrecht in te gaan. Maar vanaf 2014 beriep het openbaar ministerie zich wel op dat artikel om vakbondsmensen politiek en strafrechtelijk aan te vallen. Na een actie in het kader van de interprofessionele stakingen in Luik in 2015 en in Antwerpen in 2016, leidden twee processen tot veroordelingen van vakbondsleiders. In het vonnis stond dat de rechtbank geen probleem had met het stakingsrecht, maar dat stakingen op een andere manier moesten worden ingevuld, met andere middelen. Kortom, eens te meer werd staken als efficiënt strijdmiddel op de korrel genomen. De enige definitie van staken die het establishment kan verteren, is: thuisblijven. Een efficiënte actie, en aan dat soort acties hebben we onze sociale verworvenheden te danken, is niet mogelijk zonder blokkade. Zonder het tegenhouden van het verkeer zouden we geen sociale wetten hebben. Om sociale overwinningen te boeken moesten we hardere acties opzetten. En dat kan ook niet anders.

Waarom hebben we het gevoel dat het stakingsrecht nu weer zwaar wordt aangevallen?

Ik heb het daarnet al gezegd, het stakingsrecht wordt voortdurend aangevallen. De regering-Michel heeft opnieuw de tactiek van Thatcher en Reagan ingevoerd. Voordat ze dat kon doen, heeft ze heel wat werk verzet om iedereen daar mentaal op voor te bereiden. Ze moest de stakende werknemers uitspelen tegen de werkwillige werknemers, de eersten schilderde ze af als “lui” en “egoïstisch”, de anderen noemde ze “dapper” en “verantwoordelijk”. Men wilde vooral laten vergeten wat men met stakingen tot dusver had bereikt. En het stakingsrecht criminaliseren. Hoe luidden de krantenkoppen de dag na de staking van 29 maart dit jaar? Dat er veel treinen reden. Maar dat is logisch, dat komt door de minimale dienstverlening! Men probeert de slagkracht van de werknemers en de vakbonden in strategische sectoren zoveel mogelijk te minimaliseren.

In België heeft het stakingsrecht dus eigenlijk nooit bestaan?

Stakingsrecht zonder enige beperking heeft nooit bestaan. Maar laten we niet te negatief zijn. De wet is ondergeschikt aan de strijd. Door te strijden kunnen we de wettigheid uitbreiden. Dus moeten we klaarstaan. De volgende vraag is: hoe moeten we strijden? We moeten blijven staken. Je moet daarbij wel uitleggen waar het om gaat. De minimale dienstverlening is een stokpaardje van de Vlaamse regering, ze wil die invoeren bij De Lijn. We moeten duidelijk zijn en de mensen zeggen: wat bij de NMBS gebeurt, vakbondsleiders die veroordeeld worden, dat zal ook in andere sectoren gebeuren, en het kan ook jullie overkomen. Stel dat je op de school van je kinderen in de ouderraad zit en er is een probleem met luchtvervuiling. Ga je de strijd aanbinden? Dan riskeer je dat de politie je zal intimideren. Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van onze rechten. We moeten de strijd aangaan, in grote groepen. We moeten er ons bewust van zijn dat er deurwaarders kunnen komen opdagen. Maar als we met 200 zijn, zullen ze zich heel anders gedragen dan wanneer er maar 5 mensen staan…

De aanvallen op het stakingsrecht worden almaar feller…

Er is een omsingelingstactiek ingezet door de werkgevers en de overheid. Ze vallen het stakingsrecht aan om ons te verzwakken. Maar er staat veel meer op het spel, zelfs het voorbestaan van de vakbonden. Het is ons recht om ons collectief te organiseren tegenover degenen die het kapitaal en de productiemiddelen in handen hebben. We moeten het stakingsrecht met sociale en democratische eisen verbinden.

Zonder het tegenhouden van het verkeer zouden we geen sociale wetten hebben. Om sociale overwinningen te boeken moesten we hardere acties opzetten.

In de 19de eeuw was het ongelofelijk moeilijk om een staking te organiseren. Toch is het de werknemers gelukt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er in België, Frankrijk en Nederland massaal gestaakt tegen de nazi’s. Je kunt moeilijk beweren dat staken in deze tijd moeilijker is.

Laten we met een positieve noot afsluiten. In de Verenigde Staten, bij Amazon, strijdt men voor het erkennen van vakbonden in dat bedrijf. Die strijd lijkt u te inspireren. Waarom?

Je hoort vaak zeggen dat de vakbonden niets meer voorstellen, dat het een verloren strijd is enz. Waarom geeft Amazon dan miljoenen dollars uit om te voorkomen dat er binnen het bedrijf in de Verenigde Staten een vakbond wordt opgericht? Dat is vreemd… Als je ziet hoeveel geld er is besteed om het vakbondswerk te saboteren, dan krijg je de indruk dat je de angst niet noodzakelijk in het kamp van de werkende klasse moet zoeken. De vakbonden zijn erin geslaagd de Amerikaanse bevolking ervan te overtuigen dat de strijd bij Amazon ook hun strijd is. Uit peilingen blijkt dat de bevolking meer vertrouwen heeft in de vakbonden dan in de multinationals. Dat is een signaal dat je niet mag onderschatten.

Amazon heeft ontzettend veel druk uitgeoefend en in het bedrijf worden nog geen vakbonden erkend, maar het is de vakbonden wel gelukt een debat op gang te brengen over hun strijd, en dat is heel positief. Als we niet over syndicale rechten praten, kunnen die ondermijnd worden zonder dat iemand zich daartegen verzet. Door te informeren, te mobiliseren en te strijden kunnen we vooruitgang boeken, vooruitgang die belangrijk is voor de werknemers maar ook voor de hele bevolking.