Artikel

De wortels van het Trumpisme strekken zich uit over de hele Amerikaanse geschiedenis

Brian Becker

—25 juni 2026

Trump is zowel breuk als continuïteit. In eigen land wil hij de verworvenheden van de burgerrechtenrevolutie ongedaan maken en de onbelemmerde macht van het bedrijfsleven herstellen. In het buitenland hanteert hij dezelfde imperiale logica die ook elke regering vóór hem domineerde.

Het is moeilijk te geloven dat iemand als Donald Trump daadwerkelijk de hoogste politieke macht kon bereiken in de VS. Door zijn bizarre en volstrekt onvoorspelbare communicatie- en besluitvormingsstijl is het verleidelijk hem als een uitzondering te zien: als een historisch verschijnsel waarbij een toevallige figuur op het juiste moment op de juiste plaats opdook.

Toeval en geluk speelden ongetwijfeld een rol bij de opkomst van Trump. Je kunt je in de recente geschiedenis ook geen wereldleider herinneren die op dezelfde manier te werk ging als hij. Maar afgezien van zijn persoonlijkheid hebben de krachten die de opkomst van Trump en extreemrechts aandrijven diepe historische wortels. Nader onderzoek toont aan dat het politieke en sociale systeem van de VS op organische wijze een extreemrechtse ideologie voortbrengt. Die ideologie bezielt de extreemrechtse sector van de Amerikaanse heersende klasse. Voor die heersende klasse is Trumps tweede regering een middel om de bestuursvorm binnen de VS te veranderen. Ze wil de ingrijpende hervormingen van de Burgerrechtenrevolutie (1955-1970) terugschroeven.

Die ‘revolutie’ was geen grondige sociale revolutie. Ze veranderde de fundamentele eigendomsverhoudingen niet. De kapitalistische klasse behield de politieke en sociale macht. De impact op het politieke en sociale leven in de VS was echter wél ingrijpend. De verworvenheden van de burgerrechtenbeweging waren in grote mate het equivalent van een Second Reconstruction (Tweede Wederopbouw, 1955-1970). De First Reconstruction kwam er na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) en werd uiteindelijk in bloed gesmoord. Gebaseerd op door de staat gesponsorde terreur tegen zwart Amerika leidde ze tot een wrede vorm van apartheid en systemische blanke suprematie. De Second Reconstruction was de lang uitgestelde voltooiing van de burgerlijk-democratische revolutie voor zwarte Amerikanen.

Brian Becker is medeoprichter van de Party for Socialism and Liberation en is sinds de jaren zestig nauw betrokken bij tal van sociale strijdpunten in de VS. Vandaag presenteert hij The Socialist Program, een podcast die actuele gebeurtenissen en politieke kwesties vanuit een socialistisch perspectief.

De massale strijd om een einde te maken aan de apartheid in de Verenigde Staten leidde in de jaren zestig en zeventig tot andere massabewegingen voor de rechten van vrouwen en miljoenen LGBTQ-mensen, voor milieubescherming, veiligheidsvoorschriften op het werk, toegankelijkheid voor mensen met een handicap en politieke vertegenwoordiging voor zwarte, Latino- en andere onderdrukte gemeenschappen. De politiek en het sociale leven in het land ondergingen toen ingrijpende veranderingen. Het grootste deel van de heersende klasse legde zich neer bij de nieuwe realiteit. Maar een extreemrechtse sector van diezelfde heersende klasse werkte decennialang, meestal achter de schermen, aan het infiltreren van rechtbanken en wetgevende instanties met rechtse ideologen. De komst van Trump als ‘populistische’ leider en zijn tweede termijn in het Witte Huis gaven deze semifascistische beweging binnen de heersende klasse een populair vehikel, ook al is haar daadwerkelijke beleid niet populair.

Het programma van Trump en de MAGA-beweging is een poging om terug te keren naar een tijdperk waarin de onverdeelde controle over de hele samenleving in handen lag van wie de apartheid en de machteloosheid van de 40 miljoen Afro-Amerikanen en de steeds groter wordende Latino-bevolking in stand willen houden. Trump gebruikt de routekaart die is opgesteld door Project 2025 en door de meest rechtse sectoren van het Amerikaanse politieke establishment. Hij streeft ernaar de bestuursvorm radicaal te veranderen door democratische rechten uit te hollen en een einde te maken aan alle regelgeving die de onbelemmerde controle van kapitalistische bedrijven over de samenleving in de weg staat.

Op binnenlands vlak staat Trump dus voor een poging om radicale verandering teweeg te brengen. Maar op het vlak van het Amerikaanse buitenlandse beleid sluiten Trumps hyperagressieve acties op cruciale punten aan bij aloude Amerikaanse imperialistische ambities. Ondanks zijn grillige en clowneske trekjes staat Trump ook voor continuïteit wanneer het gaat om het inzetten van Amerikaanse militaire macht en economische dwang als belangrijkste instrumenten van Washingtons buitenlandse beleid.

De oorlog tegen Iran, de blokkade van Cuba, de zeeblokkade van Venezuela en de ontvoering van Maduro, de steun voor de Israëlische genocide in Gaza en de oorlog tegen Libanon, de verkoop van 40 miljard dollar wapens aan Taiwan… Al deze acties zijn gebaseerd op uitgangspunten die zowel Democraten als Republikeinen delen. Zij vormen een strategische continuïteit en schikken zich naar de consensus van de heersende klasse.

In dit artikel bekijken we in hoeverre Trump in sommige opzichten iets anders vertegenwoordigt, maar ook hoe hij de diepgewortelde politiek van de heersende klasse voortzet.

De staatsideologie van de VS is blanke suprematie

Mensen van buiten de VS kunnen zich allicht geen accurate voorstelling maken van hoe alomvattend het systeem van rassenscheiding was. Na de mislukking van de First Reconstruction (1865-1876) zette Washington een op ras gebaseerd terreursysteem op. Politiegeweld, massale opsluiting voor kleine overtredingen and straatgeweld werkten hand in hand. Bijna 7.000 mensen werden in de decennia na de Burgeroorlog gelyncht. Lynchers werden zelden gearresteerd en de weinigen die dat wel overkwam, werden vrijgesproken door volledig blanke jury’s. Lynchpartijen waren openbare evenementen waarbij grote menigten blanken feestvierden in een picknickachtige sfeer terwijl zwarte mensen werden opgehangen, geslagen, neergeschoten en vervolgens verbrand. Zwarten die probeerden te stemmen bij verkiezingen werden daarom stelselmatig vermoord. Het percentage zwarten dat in 1900 in Mississippi een stem uitbracht lag onder de 2 procent. In 1964, de laatste presidentsverkiezingen vóór de goedkeuring van de Voting Rights Act van 1965, bedroeg het aandeel zwarte kiezers in Mississippi nog steeds amper 5 procent.

De krachten die de opkomst van Trump en extreemrechts aanwakkerden, hebben diepe historische wortels.

De Amerikaanse vorm van apartheid beperkte zich niet tot de wettelijke scheiding van blanken en zwarten in de zuidelijke staten. De segregatie was extreem en werd afgedwongen door terreur en geweld. Elke poging om zwarte mensen woonruimte te bieden buiten de daarvoor voorziene beperkte gebieden, werd in het hele land afgestraft. In Rochester, New York, waar ik opgroeide, vormde de zwarte gemeenschap in 1970 ongeveer 18 procent van de 300.000 inwoners. Op de openbare middelbare school voor arbeiderskinderen waar ik naartoe ging, zat — op een totaal van 2.000 leerlingen — geen enkele zwarte scholier. Mijn vader was een van de 55.000 werknemers bij Eastman Kodak. Het aantal zwarte werknemers bij Kodak lag onder de honderd. Halverwege de jaren zestig brak in Rochester een opstand uit onder werklozen. Er werd geëist dat Kodak minstens 600 zwarte mensen in dienst zou nemen. Het bedrijf weigerde. De strijd voor een akkoord over de aanwerving van zwarte arbeiders duurde zes jaar.

Mensen buiten de Verenigde Staten zijn allicht niet bekend met de term sundown towns. In 1970 waren er ongeveer 10.000 sundown towns, verspreid over het hele land. Het waren volledig blanke gemeenten of voorsteden die zwarte mensen uitsloten via discriminerende huisvestingswetten en door de staat gesponsorde politierepressie. De blanke inwoners van die sundown towns gebruikten buitengerechtelijk geweld tegen zwarte mensen. Als er na zonsondergang zwarten in een sundown town opdoken, werden ze gearresteerd of mishandeld.

Dit systeem van extreem racisme en geweld gold in de VS als maatschappelijk ‘normaal’. Het ging dus veel verder dan de wetgeving in enkele zuidelijke staten. Extreem racisme was de norm, niet de uitzondering. Racisme bond blanke arbeiders aan hun blanke kapitalistische bazen. Het groeide uit tot het meest schrijnende voorbeeld van klassenverzoening in de Verenigde Staten. De burgerrechtenbeweging — een ware revolutie — verbrak die status quo en leidde tot een enorme uitbreiding van democratische rechten en tot andere conflicten die de onaantastbaar gewaande rechten van het kapitaal aan het wankelen brachten.

Openlijk racisme is een centraal kenmerk van het fenomeen Trump. Trump og zijn topfunctionarissen presenteren hun massale deportatiecampagne als een poging om iedereen te verdrijven die ‘onverenigbaar is met de westerse beschaving’. Zij proberen systematisch de geschiedenis van de slavernij te verdoezelen in federale instellingen zoals in nationale parken en op historische locaties. De sociale media van officiële regeringsaccounts verwijzen zelfs schaamteloos naar nazi-propagandaslogans, zoals de post van Trumps ministerie van Arbeid over ‘One Homeland. One People. One Heritage.’ (Eén Vaderland, één Volk, één Afkomst).1

Zowat iedereen weet dat racistische ideeën in de Verenigde Staten wijdverbreid zijn als gevolg van het slavernijsysteem en van de koloniale expansie over het Noord-Amerikaanse continent en daarbuiten. Maar blanke suprematie in de Verenigde Staten moet niet alleen worden begrepen in termen van sociale attitudes. Blanke suprematie is een expliciete staatsideologie. Ze vormde de basis van het politieke regime dat het land bestuurde tot het tijdens de Burgerrechtenrevolutie van de jaren vijftig en zestig werd omvergeworpen.

Naast hun deelname aan het slavernijsysteem als eigenaars van andere mensen waren de ‘Founding Fathers’ die de basis legden voor dat regime uitgesproken ideologische voorstanders van blanke suprematie. Een voorbeeld daarvan is deze weerzinwekkend racistische beschrijving van zwarte mensen uit Thomas Jeffersons beruchte Notes on the State of Virginia: ‘Over het algemeen lijkt hun leven meer te bestaan uit voelen dan uit denken. Dat verklaart hun neiging tot slapen wanneer ze worden afgeleid van hun vermaak en niet bezig zijn met arbeid. Een dier waarvan het lichaam in rust is en dat niet nadenkt, is vanuit zijn natuur tot slapen geneigd.’2 We weten dat het regeringssysteem in de VS zich baseerde op verlichtingsconcepten. Het hanteerde principes zoals ‘iedereen gelijk voor de wet’ en ‘legitiem staatsgezag vereist de instemming van wie geregeerd wordt’. Toch maakt bovenstaand citaat zonneklaar dat die stelregels in de praktijk uitsluitend voor blanken golden.

Dat soort opvattingen binnen de heersende elite verdween helaas niet samen met de afschaffing van de slavernij in 1865. Neem bijvoorbeeld Woodrow Wilson, president van 1913 tot 1921. Zijn vader was aalmoezenier in het leger van de Confederatie. In Wilsons kindertijd werd het gezin bediend door slaven die door de kerk van zijn vader waren aangeleverd. Wat racistische opvattingen betreft, is Wilson misschien wel het meest berucht vanwege het vertonen van de film Birth of a Nation in het Witte Huis. De film schildert de Ku Klux Klan af als een groep helden die in de nasleep van de Burgeroorlog de blanke bevolking van het Zuiden redden van het ‘onheil’ van de pas bevrijde zwarte bevolking.3 Minder bekend is dat Wilson zélf in de film voorkomt.

De film vertoont immers een aantal aan Wilson toegeschreven citaten. Voor hij de politiek inging, was Wilson academicus en rector van de Princeton University. In die periode schreef hij het boek History of the American People. In zijn film citeert regisseur D.W. Griffith Wilson als volgt: ‘De blanke mannen werden gedreven door een instinct van zelfbehoud. Uiteindelijk ontstond er een grote Ku Klux Klan. Die creëerde een waar Zuiders imperium dat het Zuiden moest beschermen.’

Wie profiteerde van de etnische zuivering van de inheemse volkeren ? Slavenhouders die plantages opzetten en vastgoedspeculanten die enorme stukken land opkochten.

De Klan is misschien wel de beruchtste terroristische organisatie in de geschiedenis van de VS. Tegelijk was ze ook een massale politieke beweging, met aanhangers tot in de hoogste regeringskringen. In de loop van de Amerikaanse geschiedenis ontstonden verschillende versies van de Klan. Aanvankelijk ging het om een poging die het revolutionaire verdict van de Burgeroorlog met brutaal geweld ongedaan moest maken. Dat geweld was gericht op het terugdraaien van de politieke en economische emancipatie van de zwarte bevolking in het Zuiden tijdens de periode van de First Reconstruction. Moorden, doodsbedreigingen, brandstichting en massaal geweld behoorden tot de favoriete tactieken van de KKK. Toen de ‘tweede’ Klan in het begin van de twintigste eeuw opkwam, bleef ze fel gekant tegen rechten voor zwarte Amerikanen. Daarnaast voegde ze een nieuw element toe aan haar ideologische aantrekkingskracht: migrantenhaat.

Trump is lang niet de eerste extreemrechtse demagoog die anti-immigrantensentimenten gebruikt om zijn agenda vooruit te helpen. Op haar hoogtepunt in de jaren twintig telde de Klan ongeveer vijf miljoen leden. Dat succes was grotendeels gebaseerd op de verdediging van ‘Amerikaanse waarden’ tegen ‘buitenlandse invloed’.4 Hoewel Trumps vader wellicht geen lid was, was hij op zijn minst sympathisant van deze beweging. In 1927 werd hij gearresteerd tijdens rellen rond een Klan-mars in New York City.5 De heersende klasse gebruikte de Klan in die periode als knuppel tegen de opkomende en steeds radicalere arbeidersbeweging. Tegelijk slaagde de organisatie erin grote delen van de blanke middenklasse en sommige blanke arbeiders te mobiliseren met haar ideeën over blanke suprematie en met haar verzet tegen immigratie.

Het officiële handboek van de Ku Klux Klan beperkte het lidmaatschap tot ‘blanke mannen, geboren in de Verenigde Staten van Amerika, niet-joodse burgers die geen enkele vorm van trouw verschuldigd zijn aan een buitenlandse regering, natie, instelling, sekte, heerser, persoon of volk.’ Verder staat er: ‘De Ridders van de Ku Klux Klan (…) wijden zich aan de noodzakelijke taak om een oprechte geest van Amerikaans patriottisme te ontwikkelen. Klanleden moeten voorbeelden zijn van zuiver patriottisme. Zij moeten het patriottische gevoel van in Amerika geboren blanke protestanten organiseren ter verdediging van typisch Amerikaanse instellingen. Klanleden zijn toegewijd aan het principe dat Amerika opnieuw Amerikaans moet worden gemaakt door de verkondiging van Amerikaanse doctrines, de verspreiding van Amerikaanse idealen, het creëren van gezonde Amerikaanse opvattingen en het behoud van Amerikaanse instellingen.’

De heroïsche strijd van de burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig en zestig maakte een einde aan het regime van openlijke apartheid in de VS. De Civil Rights Act van 1964 en de Voting Rights Act van 1965 verboden wettelijk vastgelegde discriminatie op basis van ras. Die hervormingen leidden ook tot een ideologische verschuiving: het openlijk verdedigen van blanke suprematie werd maatschappelijk onaanvaardbaar. Racistische boodschappen moesten voortaan worden verpakt in gecodeerde taal, met een zekere mate van plausibele ontkenning. Dat gebeurde via uitdrukkingen als ‘hard optreden tegen criminaliteit’ of aanvallen op ‘steuntrekkers’. Het openlijk uitdragen van sympathie voor een raciale hiërarchie, gebaseerd op vermeende biologische superioriteit, verdween uit de politieke mainstream.

Het meest reactionaire deel van de Amerikaanse bevolking ervoer die evolutie als een vorm van onderdrukking. Voor hen ging het om ‘censuur’ in naam van ‘politieke correctheid’. Trump speelt precies op die stroming in met openlijk racistische uitspraken die de consensus van de burgerrechtenrevolutie ter discussie stellen. Het ‘trumpisme’ probeert de klok terug te draaien naar het tijdperk van de Jim Crow-segregatie.6 Trump beperkt zich bovendien niet tot het aanvallen van de ideologische verworvenheden van de burgerrechtenbeweging. Hij zet ook stappen om haar juridische verworvenheden af te breken. Dat gebeurt onder meer via de benoeming van rechters die de Voting Rights Act grotendeels hebben uitgehold, zoals bleek uit een baanbrekende uitspraak in april 2026.7

Tegenstander van de elite? Poppenkast!

Trump presenteert zichzelf als de kampioen van de ‘vergeten mannen en vrouwen’ die achterblijven in een geglobaliseerde economie. Hij beloofde via invoerheffingen miljoenen banen in de industrie terug te halen. Ook prees hij maatregelen aan zoals ‘geen belasting op fooien’, die enkele van de meest kwetsbare werknemers ten goede zouden komen. In werkelijkheid komt zijn beleid vooral de superrijken ten goede. Zij kregen enkele van de grootste belastingverlagingen uit de Amerikaanse geschiedenis cadeau. Dankzij de afbraak van milieuregels en arbeidsbescherming sleepten bedrijven meer ruimte in de wacht om hun winsten op te drijven. Zonder zijn populistische pose zou Trump echter nooit voldoende kiezers hebben kunnen mobiliseren. Bovendien is hij lang niet de eerste Amerikaanse politicus die zo te werk gaat.

Neem bijvoorbeeld Andrew Jackson, een van Trumps persoonlijke helden. Jackson was president van 1829 tot 1837 en geldt vaak als de eerste populist in de Amerikaanse politieke geschiedenis.8 Verschillende van zijn beleidsmaatregelen waren bedoeld om massale steun te mobiliseren. Zo schafte hij de Second Bank of the United States af (de centrale bank van het land). Veel gewone Amerikanen beschouwden die bank als een instrument van rijke handelaars en industriëlen dat de ongelijkheid versterkte. Omdat de eigendomsvereisten voor stemrecht in de meeste staten net waren afgeschaft, konden bijna alle blanke mannen stemmen.9 Jacksons campagnes waren daarom gericht op een zo breed mogelijke aantrekkingskracht. Geen enkele president vóór hem profileerde zich zo nadrukkelijk als verdediger van ‘de gewone man’.

De Ku Klux Klan is misschien wel de beruchtste terroristische organisatie in de geschiedenis van de VS. Trumps vader was er op zijn minst een sympathisant van.

Toch bestaat er weinig twijfel over wie het meest profiteerde van Jacksons presidentschap: de rijken en machtigen. Hoewel hij niet uit een rijke familie kwam, was hij tegen de tijd dat hij politieke ambities ontwikkelde al opgeklommen tot de zuidelijke slavenhouderselite en bezat hij meer dan honderd slaven. Hij verdedigde de slavernij openlijk en gebruikte zijn presidentiële macht om hard op te treden tegen abolitionistische groepen die via het federale postsysteem antislavernijliteratuur naar het Zuiden stuurden.10 Hij eiste zelfs dat postbeambten de namen bekendmaakten van mensen die zich op abolitionistische publicaties abonneerden. Daarmee maakte hij hen rechtstreeks kwetsbaar voor intimidatie en straatgeweld.

Jackson is ook berucht vanwege zijn centrale rol in de genocide op de inheemse bevolking. Als kolonel van de militie van Tennessee leidde hij de troepen die in Alabama en Georgia de oorlog tegen de Creek uitvoerden. Nadat Jacksons manschappen massale dood en vernieling hadden aangericht onder het Muscogee-volk, werd hun grondgebied onteigend. Eenmaal president breidde Jackson dat beleid verder uit. In 1830 ondertekende hij de Indian Removal Act, die de etnische zuivering oplegde van alle inheemse volkeren ten oosten van de Mississippi. Dat leidde tot de beruchte Trail of Tears, de dodenmars vanuit het zuidoosten van de VS.11

Wie profiteerde van deze genocide ? Slavenhouders die plantages oprichtten op gestolen grondgebied en vastgoedspeculanten die enorme stukken land opkochten. Jackson begreep echter dat hij, om dergelijke voordelen voor zijn eliteklasse veilig te stellen, een brede steun moest opbouwen onder de lagere en middenlagen van de bevolking.

Dat soort figuren duikt ook op in de twintigste eeuw. Charles Coughlin (1891-1979) was presentator van een van de populairste radioprogramma’s van het land en een pionier in het gebruik van moderne media voor politieke propaganda. Coughlin, een katholieke priester die bekendstond als ‘de radiopriester’, richtte fascistische organisaties op zoals de National Union of Social Justice en het Christian Front. Tijdens de Grote Depressie trad hij eerst op als bondgenoot van Franklin Roosevelt, maar later keerde hij zich fel tegen hem en tegen de New Deal. Zijn uitzendingen speelden in op de enorme woede over de onrechtvaardige kapitalistische orde. Naast hogere belastingen voor de superrijken pleitte hij voor de nationalisatie van ‘het bankwezen, krediet en valuta, elektriciteit, licht, olie, aardgas en onze door God gegeven natuurlijke rijkdommen.’12

Maar wie wees Coughlin aan als schuldigen voor de ellende van de arbeidersklasse? Niet de kapitalistische klasse die mensen uitbuitte en massale werkloosheid veroorzaakte. Volgens Coughlin waren het de joden. Hij beschuldigde hen bovendien van de groei van de communistische beweging. Coughlin was een openlijke bewonderaar van Hitler en van het internationale fascisme. Dat soort zondebokdenken herkennen we vandaag in Trumps retoriek over een ‘invasie’ van ‘illegale immigranten’. Hij combineert die aanvallen met complottheorieën over ‘globalisten’ die verantwoordelijk zouden zijn voor het verdwijnen van industriële banen en stabiele gezinsinkomens.

George Wallace, gouverneur van Alabama, was het boegbeeld van de harde segregatiebeweging die zich tot het bittere einde verzette tegen rassengelijkheid. Net als Trump gebruikte hij retorische trucs om bewegingen voor sociale rechtvaardigheid af te schilderen als het werk van een manipulatieve progressieve elite. Wallace beweerde dat de burgerrechtenbeweging een samenzwering was van ‘spitshoofdige intellectuelen’ die hun levenswijze aan het Zuiden wilden opleggen. Bij de presidentsverkiezingen van 1968 kwam Wallace op als onafhankelijke kandidaat. Hij verdedigde openlijk rassenscheiding en won in Silicon staten: Alabama, Louisiana, Mississippi, Georgia en Arkansas. Maar ook in het noorden vond hij veel aanhang. Voor een toespraak van Wallace in Madison Square Garden (Manhattan) kwamen in de campagne van 1968 meer dan 25.000 mensen opdagen.

Tijdens zijn presidentsverkiezingen van 1976 verklaarde Wallace: ‘Jullie, gewone mensen uit de middenklasse, betalen overal hoge prijzen (…) maar wij stellen de Ford Foundation vrij van belastingen; we geven vrijstellingen aan hun miljarden en aan de honderden miljoenen van de Rockefeller Foundation. Ook de Carnegies en de Mellons genieten van die voordelen, terwijl werkende mensen, boeren en kleine ondernemers de rekening betalen.’

Een van de meest directe voorlopers van Trumps extreemrechtse beweging is Pat Buchanan. Nadat hij als invloedrijke rechtse propagandist had gewerkt voor de regeringen van Nixon en Reagan, stelde Buchanan zich kandidaat voor het presidentschap in 1992, 1996 en 2000. Hij brak echter met de neoliberale consensus van beide grote partijen. Bij de aankondiging van zijn campagne voor 2000 betreurde hij ‘de ontmanteling van het machtigste industriële imperium dat de wereld ooit heeft gekend. Stukje bij beetje, baan voor baan, fabriek voor fabriek, wordt naar het buitenland afgevoerd.13 De toegangsweg die ooit tientallen miljoenen arme en werkende Amerikanen naar de middenklasse leidde, ligt in puin.’

Voor Buchanan was die neergang echter geen gevolg van een economisch systeem dat draait om winstmaximalisatie. Hij zag haar als onderdeel van het verval van de westerse beschaving. In zijn boek Death of the West uit 2002 schreef hij: ‘Nu de westerse volkeren aan hun doodstrijd begonnen zijn, zullen de lege kamers in het Huis van het Westen niet lang leeg blijven. In Amerika zijn de plaatsen die bedoeld waren voor de veertig miljoen ongeborenen die sinds Roe v. Wade14 verloren zijn gegaan, ingenomen door de dankbare armen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Naarmate Europeanen afzien van kinderen, zullen ook hun plaatsen worden ingenomen door vreemdelingen.’ Tegenwoordig staat deze gedachte bekend als de ‘theorie van de grote omvolking’. Extreemrechtse bewegingen in Europa en aanhangers van het trumpisme verspreiden die theorie maar al te graag.

Trump en de strategische doelstellingen van het VS-imperium

Ondanks zijn beweringen van het tegendeel, ligt Trumps presidentschap volledig in het verlengde van dat van zijn voorgangers. De rode draad is een onvoorwaardelijke toewijding aan oorlog en agressie wereldwijd, ten dienste van de grote banken en ondernemingen die de Amerikaanse economie domineren. Trump past in een lange traditie van Amerikaanse presidenten die de overweldigende militaire macht van de VS inzetten om hun invloed uit te breiden over de wereld.

Al in haar beginperiode voerde de Amerikaanse regering voortdurend oorlogen om de koloniale expansie over het Noord-Amerikaanse continent te bevorderen. Na de Tweede Wereldoorlog werd die tendens nog sterker. De VS traden toen naar voren als de leidende kapitalistische supermacht en namen via instellingen als de NAVO de leiding van het imperialistische blok op zich. Tijdens de zogenaamde Koude Oorlog voerden de VS langdurige en verwoestende oorlogen tegen de bevolking van Korea en Vietnam. Daarnaast vonden talloze militaire interventies plaats die niet minder imperialistisch waren: Libanon, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Grenada, Panama en vele andere landen werden aangevallen. Daarbovenop kwamen staatsgrepen en geheime operaties die enorme menselijke schade aanrichtten: de installatie van de sjah in Iran in 1953, de staatsgreep tegen de democratisch verkozen Guatemalteekse president Jacobo Árbenz in 1954, en de coup tegen Salvador Allende in Chili in 1973 die het fascistische regime van Pinochet aan de macht bracht. Ook na de val van de Sovjet-Unie hield dat interventionisme niet op. Washington voerde militaire operaties uit in Joegoslavië, Afghanistan, Irak, Libië, Jemen, Pakistan, Somalië en Syrië.

De missie van de extreemrechtse beweging rond Trump is het ongedaan maken van de verworvenheden uit twee cruciale periodes van progressieve vooruitgang: de New Deal en de burgerrechtenbeweging.

De commerciële media en andere invloedrijke instellingen in de VS beschikken nog steeds over aanzienlijke mogelijkheden om steun te creëren voor buitenlandse interventies van Washington. Toch verliest die propaganda geleidelijk aan kracht. Veel Amerikanen zijn de eindeloze oorlogen moe. De oorlogen in Irak en Afghanistan maakten duidelijk dat wat politici voorstellen als een korte militaire operatie gemakkelijk kan uitmonden in een jarenlange bezetting. Tienduizenden soldaten uit het tijdperk van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ keerden terug met zware fysieke en psychologische trauma’s — als ze al terugkeerden. Tegelijk groeit het besef dat de oorlogsmachine een enorme last vormt voor de overheidsfinanciën. Het almaar stijgende militaire budget slorpt ook middelen op die gebruikt zouden kunnen worden om sociale problemen van werkende mensen aan te pakken.

Trump voelde dat sentiment feilloos aan toen hij zich in 2016 voor het eerst kandidaat stelde voor het presidentschap. Sindsdien probeert hij zich voor te doen als een ‘vredespresident’. Hij viel zijn voorgangers en rivalen aan omdat zij eindeloze oorlogen begonnen en presenteerde zichzelf als een leider die zo machtig is dat andere landen zich vanzelf naar hem zouden schikken. In werkelijkheid heeft Trump echter bewezen even oorlogszuchtig te zijn als zijn voorgangers. Bovendien gebruikt hij openlijk een koloniale retoriek die al generaties lang nauwelijks nog hoorbaar was in de mainstream van de Amerikaanse politiek.

Sinds Trumps terugkeer in het Witte Huis is duidelijk geworden hoe hol zijn campagnebeloften waren. Naast zijn onverminderde steun aan de Israëlische genocide in Gaza kondigde hij een nieuwe ‘nationale veiligheidsstrategie’ af. Daarin beschouwt hij het volledige westelijk halfrond als exclusieve invloedssfeer van Washington. Hij begon met een gewelddadige campagne tegen kleine boten in het Caribisch gebied en aan de Pacifische kust van Zuid-Amerika. Die escaleerde uiteindelijk tot een totale aanval op Venezuela, waarbij president Nicolás Maduro werd ontvoerd. Trump dreigde herhaaldelijk met oorlog tegen Cuba en verscherpte tegelijk de economische blokkade van het eiland. Zelfs Groenland ontsnapt niet aan zijn ongebreidelde koloniale ambities.

Daarbovenop komt zijn oorlog tegen Iran. De brute bombardementen op Iran kostten duizenden mensen het leven en ontketenden een conflict dat het hele Midden-Oosten destabiliseerde. Vooral Libanon betaalt vandaag een zware prijs door de rol van het door de VS bewapende Israëlische leger. Trump zit ondertussen vast in een moeras: hij slaagt er niet in Iran tot vernederende toegevingen te dwingen, maar wil evenmin een nederlaag erkennen. Intussen blijft de Straat van Hormuz geblokkeerd, met zware gevolgen voor de wereldeconomie.

De meerderheid van het Amerikaanse publiek verzet zich tegen Trumps oorlogspolitiek. Uit een peiling van eind maart blijkt dat de meeste Amerikanen de recente VS-acties tegen Venezuela en Iran afkeuren.15 Diezelfde peiling toont aan dat ook eerdere oorlogen — in Afghanistan, Libië en Irak — op weinig steun konden rekenen.

De daadwerkelijke maatregelen van Trump komen uitsluitend ten goede aan de superrijken, maar zonder een populistische houding zou hij onvoldoende kiezers kunnen mobiliseren.

Toen het er even op leek dat Trump een succesvolle reeks militaire operaties had gelanceerd, zwegen veel critici binnen de heersende klasse. Zelfs commentatoren die hem op binnenlands vlak aanvielen, juichten de ontvoering van Maduro toe. Sommigen keken zelfs bewonderend naar de technologische superioriteit die tijdens de operatie werd ingezet. Even leefde binnen het establishment de hope dat een demonstratie van overweldigende militaire macht de tanende Amerikaanse wereldmacht zou kunnen herstellen of zelfs nieuw leven inblazen. Maar de oorlog tegen Iran draaide al snel uit op een vernederende mislukking. Hoewel Iran zware schade leed en verschillende leiders verloor, bleef het politieke systeem overeind. Iran behield bovendien zijn controle over de Straat van Hormuz, ondanks de enorme militaire ongelijkheid tussen beide landen. Het grillige optreden van Trump bracht Washington internationaal zelfs verder in diskrediet.

Tot slot moeten Trumps uitspraken over de NAVO los worden gezien van het feitelijke beleid van zijn regering. Hij valt het bondgenootschap geregeld publiek aan en flirt soms met het idee van een Amerikaanse uitstap. In werkelijkheid dienen die uitspraken vooral om de Europese bondgenoten onder druk te zetten. Trump wil dat zij hun militaire uitgaven fors verhogen tot een groter percentage van hun bbp. De regering-Trump wil van de NAVO een nog krachtiger militair apparaat maken — een bedreiging voor de wereldvrede én tegelijk een lucratieve bron van inkomsten voor de Amerikaanse wapenindustrie.

Het volk weigert een stap achteruit te zetten

Trump kon het presidentschap veroveren door in te spelen op een politieke stroming die diep verankerd is in de Amerikaanse geschiedenis. Dat betekent echter niet dat zijn ideeën door een meerderheid van de Amerikaanse bevolking worden gedeeld.

Hij won de verkiezingen van 2024 in een context waarin het tweepartijenstelsel zwaar in diskrediet was geraakt. Aanvankelijk nam hij het op tegen Joe Biden, wiens zwakke reactie op de inflatiecrisis hem veel minachting opleverde en wiens steun aan de genocide in Gaza veel progressieve kiezers vervreemdde. Nochtans waren precies die kiezers nodig om Trump te kunnen verslaan. Toen Bidens mentale achteruitgang tijdens zijn debat met Trump pijnlijk zichtbaar werd, schoven de Democraten vicepresident Kamala Harris naar voor. Maar ook zij werd vereenzelvigd met de mislukkingen van de regering-Biden en beschikte bovendien over weinig tijd om een volwaardige presidentscampagne uit te bouwen.

De meeste Amerikanen steunen nochtans maatregelen zoals universele gezondheidszorg, kwijtschelding van studieschulden, sterkere vakbondsrechten en andere progressieve hervormingen. Ook gelijke huwelijksrechten en het recht op abortus genieten brede steun. Een groot deel van de jongeren — mogelijk zelfs een meerderheid — kijkt positief naar het socialisme.16 Daarnaast verwerpen veel Amerikanen de oorlogen die Trump overal ter wereld voert of dreigt te voeren. Zijn populariteitscijfers schommelen vandaag rond de 40 procent en zullen vermoedelijk verder dalen.

Steeds meer mensen, vooral jongeren, komen tot de conclusie dat het hele systeem van heerschappij door de miljardairsklasse moet verdwijnen.

De extreemrechtse beweging rond Trump wil de verworvenheden terugdraaien van twee belangrijke periodes van sociale vooruitgang in de Amerikaanse geschiedenis: de New Deal van de jaren 1930 en de burgerrechtenbeweging van de jaren 1950 en 1960. Zijn regering zette al stappen in die richting, maar stuitte tegelijk op hevig verzet. Sinds Trumps terugkeer aan de macht vonden herhaaldelijk massale protesten plaats waarbij miljoenen mensen betrokken waren. Van mobilisaties tegen massadeportaties tot de No Kings Day-protesten; van de algemene staking in Minneapolis op 23 januari 2026 tot de landelijke National Shutdown van 30 januari en de mobilisaties van 1 mei: de tegenbeweging groeit zichtbaar. De anti-Trumpbeweging wint aan kracht omdat ze in toenemende mate de stem vertolkt van de meerderheid van de Amerikaanse bevolking.

Terwijl Trump de klok probeert terug te draaien, zou zijn offensief tegen fundamentele sociale en economische rechten uiteindelijk wel eens het tegenovergestelde effect kunnen hebben. Steeds meer mensen, vooral jongeren, komen tot de conclusie dat een samenleving waarin de miljardairsklasse de macht in handen heeft fundamenteel moet veranderen. Dat zou een nieuwe periode van sociale strijd kunnen inluiden — ingrijpender dan alles wat de VS de voorbije decennia hebben meegemaakt.

Footnotes

  1. https://krishnamoorthi.house.gov/media/press-releases/congressman-krishnamoorthi-leads-38-house-democrats-condemning-white
  2. www.americanyawp.com/reader/the-early-republic/thomas-jefferson-notes-on-the-state-of-virginia-1788/
  3. https://millercenter.org/president/wilson/life-before-the-presidency
  4. https://ehistory.osu.edu/sites/default/files/mmh/clash/Imm_KKK/KKK%20pages/KKK-page2.htm
  5. www.washingtonpost.com/history/2023/04/04/fred-trump-arrests/
  6. Noot van de vertaler: De benaming ‘Jim Crow’ verwijst naar een racistisch karikatuurpersonage uit een minstrelshow in 1830. Later werd het de gangbare naam voor het systeem van wettelijke rassenscheiding in de Verenigde Staten. De ‘Jim Crow-wetten’ waren een geheel van racistische wetten en lokale regels die vanaf het einde van de 19e eeuw vooral in de zuidelijke staten van de VS werden ingevoerd. Ze legden een strikte rassenscheiding op tussen witte en zwarte Amerikanen in scholen, openbaar vervoer, huisvesting, restaurants en andere publieke voorzieningen. Via allerlei maatregelen beperkten ze ook het stemrecht van zwarte burgers. Het systeem bleef grotendeels bestaan tot de burgerrechtenbeweging van de jaren 1950 en 1960.
  7. Noot van de vertaler: Het gaat hier om de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof van april 2026 (Louisiana v. Callais) over de afbakening van kiesdistricten in Louisiana. Een conservatieve meerderheid in het Hof beperkte met die uitspraak de toepassing van Sectie 2 van de Voting Rights Act van 1965. De uitspraak maakt het moeilijker om raciale discriminatie juridisch aan te vechten in kiesdistricten.
  8. www.usnews.com/news/ken-walshs-washington/articles/2017-03-16/president-donald-trump-pays-homage-to-andrew-jackson
  9. Noot van de vertaler: Tussen ca. 1810 en 1840 schrapten de meeste afzonderlijke deelstaten van de VS geleidelijk de eigendomsvereisten voor blanke mannelijke kiezers via grondwetsherzieningen en hervormingswetten. Tegen de verkiezing van Andrew Jackson in 1828 was er vrijwel algemeen stemrecht voor blanke mannen. In België werd het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen) pas in 1919 ingevoerd.
  10. https://millercenter.org/dont-mess-mail
  11. Noot van de vertaler: De ‘Trail of Tears’ verwijst naar de gedwongen deportatie van tienduizenden inheemse ‘indianen’ uit het zuidoosten van de Verenigde Staten in de jaren 1830, na de Indian Removal Act of 1830 onder president Andrew Jackson. Vooral de deportatie van de Cherokee Nation naar het huidige Oklahoma werd berucht: duizenden mensen stierven onderweg door honger, ziekte en uitputting.
  12. www.theatlantic.com/magazine/archive/1935/12/father-coughlin/652107/
  13. https://buchanan.org/blog/pjb-presidential-announcement-speech-297
  14. Noot van de vertaler: Roe v. Wade (1973) erkende dat het recht op privacy onder het Veertiende Amendement vrouwen een grondwettelijk recht op abortus verleende. Die federale bescherming werd in 2022 opgeheven door Dobbs v. Jackson Women’s Health Organization, waardoor de bevoegdheid om abortus te reguleren opnieuw grotendeels bij de afzonderlijke staten ligt.
  15. www.realclearpolling.com/stories/analysis/rcp-poll-americans-opposed-every-20th-century-u-s-war
  16. www.cato.org/blog/young-americans-socialism-too-much-thats-problem-libertarians-must-fix