Belangrijke verjaardagen staan met stip genoteerd in de redactiekalender. Niet om een verjaardagskaart te schrijven, niet uit nostalgie maar om te herinneren en de balans op te maken met de blik vooruit. Niet de officiële balans van plechtige toespraken en journalistieke annalen. Maar de andere, die van de doorleefde werkelijkheid van de ‘gewone’ mensen en hun strijd voor een beter bestaan.
Op 4 juli 2026 worden de United States of America 250 jaar. En die balans is ontnuchterend. Het land is gebouwd op genocide en gesticht door slavenhouders. Van die 250 jaar was het land meer dan 230 jaar betrokken bij oorlogen en militaire conflicten. Sinds de Tweede Wereldoorlog voerden de VS meer dan 300 militaire interventies uit in het buitenland, goed voor 54 miljoen doden. Tegelijk bengelt het land onderaan de ranglijsten van de rijke wereld voor armoede, ongelijkheid, kindersterfte, dakloosheid en gezondheidszorg. En alsof het jubileum nog niet genoeg stof bood, zit er in het Witte Huis een president die brutale repressie binnenslands combineert met ongegeneerde agressie in de rest van de wereld. Hoe pak je dat aan ? Welke invalshoek kiezen?
Elk magazine is ook een kerkhof van ideeën en artikels die de publicatie niet haalden — te laat, geen plaats, dubbelop, te vaag, politiek niet relevant. Wat overblijft is geen toevallige verzameling maar telkens een compositie met analyses die elkaar aanvullen, met kritische theorie als zuurstof voor de politieke strijd. Die samenstelling, die keuzes zijn de charme van het tijdschriftvak, van het bladenmaken. Het kerkhof van dit nummer is deze keer goed gevuld. In de zoektocht naar geschikte teksten botsten we meermaals op echte goudaders; genoeg ideeën om nog twee of drie magazines te vullen.
Op de redactie leverde de eerste brainstorm voor een speciaal nummer een insteek op die vooral vertrok van de 45e en 47e president, op zoek naar de wortels van het MAGA-racisme, de ICE-terreur en de paradox van het ‘America First’ interventionisme onder de vlag van isolationisme. Dat we toch besloten om het over een andere boeg te gooien, heeft veel te maken met de boodschap van Howard Zinn, Amerikaans historicus en vredesactivist, wiens A People’s History of the United States (in het Nederlands uitgegeven als Geschiedenis van het Amerikaanse Volk, EPO) het standaardwerk werd over Amerika van onderuit.
De geschiedenis van de VS is er geen van enkele foute presidenten, en al zeker niet van alleen de laatste. De held van Zinn was niet Theodore Roosevelt “die van oorlog hield en een generaal feliciteerde na een bloedbad op Filipijnse dorpelingen”, maar Mark Twain, “die het bloedbad aanklaagde en het imperialisme bespotte.”

Dat werd de nieuwe opzet van het speciaal nummer: die andere geschiedenis tonen. Slaafgemaakten in opstand, textielarbeidsters en mijnwerkers die de werkvloer bezetten, vrouwen die eisen dat democratie geen mannenclub is, zwarte studenten die aanschuiven aan blanke tafels, stakende vuilniswerkers, soldaten die hun medailles weggooien, moeders die gifvaten opgraven, activisten die hun tenten opslaan aan Wall Street. Vrouwenrechten en Seneca Falls, 1 mei en Haymarket, burgerrechtenbeweging en Selma-Montgomery, LGBTQ+ beweging en Stonewall, American Indian Movement en Wounded Knee, ecologische beweging en Love Canal, en vandaag de straten van Minneapolis.
Die geschiedenis is geschreven in speeches, pamfletten, gedichten, verhoren en essays door mensen die vochten voor emancipatie en democratie, niet voor enkelen, maar voor allen. Zinn noemde dat de strijd om “de idealen van de Onafhankelijkheidsverklaring werkelijkheid te maken tegen de roofbaronnen en de oorlogsmakers”. Die strijd is de rode draad van dit nummer. Die verjaardag vieren we.
We behielden één idee uit de oorspronkelijke opzet: hoe moeten we Trump begrijpen in de geschiedenis van de VS ? Als een uitzondering, een breuk met het verleden ? Of als de logica van een systeem ? Dat vroegen we aan Brian Becker van de Amerikaanse Party for Socialism and Liberation en host van de podcast The Socialist Program. Zijn analyse toont hoe de krachten achter Trump diepe historische wortels hebben — wild kapitalisme, witte suprematie en agressief imperialisme.
In de rest van het nummer spreken de mensen die de strijd hebben gevoerd — de activisten, de dissidenten, de linkse intellectuelen die spraken, schreven en streden voor vrijheid en gelijkheid, voor solidariteit en vrede. De keuze in de rijke geschiedenis was niet vanzelfsprekend. Kiezen is verliezen. Noodgedwongen beperkten we de selectie alvast tot figuren uit de VS zelf. Exit onder meer José Martí, Ho Chi Minh, Thomas Sankara, Miriam Makeba, Hugo Chávez, Fidel Castro en anderen. De criteria waren streng: de selectie moest de hele periode bestrijken én diversiteit bieden in thema’s, auteurs en formats. De meeste teksten werden ingekort en geredigeerd, voor leesbaarheid. Elke tekst kreeg een inleiding voor historische context.
Speeches en essays, gedichten en verhoren, brieven tussen een president en een revolutionair. Van 1811 tot 2010, van Tecumseh tot Bernie Sanders. En daartussen onder meer: Frederick Douglass die zich buigt over de betekenis van de nationale feestdag voor de slaaf, Eugene Debs die een anti-oorlogsspeech houdt wetende dat elke zin hem naar de gevangenis kan sturen, Mother Jones die op haar tachtigste de mijnwerkers toespreekt terwijl het leger hun tenten beschiet, Elizabeth Gurley Flynn die wijst op hoe het Amerikaans grootkapitaal het fascisme en nazisme voedde en arbeiders, vrouwen en zwarten uitnodigt om het samen te bekampen, Albert Einstein die op het hoogtepunt van de anticommunistische heksenjacht het socialisme verdedigt, niet de voorspelbare “I have a dream” van Martin Luther King Jr. maar zijn rede tegen de Vietnamoorlog, Angela Davis die bij haar vrijlating uit onterechte gevangenschap, gedragen door een massale internationale solidariteitscampagne meteen de strijd lanceert voor de vrijlating van miljoenen anderen. De lijst van wie er en cours de route sneuvelde uit onze selectie is haast eindeloos; voor wie appetijt heeft in meer vermelden we als aanknopingspunten nog W.E.B Dubois, Emma Goldman, Noam Chomsky, Assata Shakur, Stokely Carmichael (Kwame Ture), Michael Parenti, Edward Said en de Black Panthers Huey P. Newton, Bobby Seale en Fred Hampton. Lees en oordeel zelf; laat ons op sociale media weten wie jij wil herinneren.
Elke Lava-editie is groepswerk. Zij die Lava mogelijk maken vind je in de colofon. Voor deze editie bedanken we in het bijzonder studente journalistiek en stagiair Abigail Frizon en redactieraadslid en VS-liefhebber Olivier Goessens. Zij selecteerden en redigeerden teksten, en schreven de inleidende beschouwingen. De medewerkers van Lava hebben hard gewerkt aan de correcties. Artificiële intelligentie was een belangrijk hulpmiddel bij het realiseren van de vele vertalingen. Niettemin blijven hun kritische blik en ervaring onvervangbaar.
“Onze mensen zijn in wezen fatsoenlijk en zorgzaam”, zei Howard Zinn nog. “Ik wil dat jongeren begrijpen dat ons land prachtig is, maar dat het in handen is gekomen van mensen die geen respect hebben voor mensenrechten of democratische vrijheden.” Wij hopen dat de buitengewone ‘gewone’ Amerikanen in dit speciale nummer jou daarvan kunnen overtuigen en, als dat nodig was, het vertrouwen kunnen herstellen dat geen kracht ter wereld deze traditie van 250 jaar verzet zal kunnen uitdoven.

