|
Lincolns overwinning in de presidentsverkiezing van 1860 alarmeerde de zuidelijke slavenhouders, die zich afscheurden om hun eigen onafhankelijke ‘Confederale Staten van Amerika’ op te richten. Deze nieuwe natie verwierp de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776, waarin staat dat alle mensen gelijk geschapen zijn: “Onze nieuwe regering is gegrondvest op precies het tegenovergestelde idee; haar hoeksteen rust op de grote waarheid dat de zwarte niet gelijk is aan de witte mens; dat slavernij, ondergeschiktheid aan het superieure ras, zijn natuurlijke en normale toestand is. Onze nieuwe regering is de eerste in de geschiedenis van de wereld die gebaseerd is op deze grote fysieke, filosofische en morele waarheid. (…) Deze steen, die door de eerste bouwers werd verworpen, is de belangrijkste hoeksteen van ons nieuwe bouwwerk.” De federale regering in Washington erkende de afscheuring niet en in april 1861 brak de Amerikaanse Burgeroorlog uit. Op 1 januari 1863 proclameerde president Lincoln de Emancipatie van 3,5 miljoen slaven in het zuiden. Nog datzelfde jaar wonnen de legers van de noordelijke Unie een strategische veldslag nabij Gettysburg in Pennsylvania. Tijdens een herdenking op het slagveld op 19 november 1863 gaf Lincoln in een korte toespraak zijn repliek op de “hoeksteen” van de Confederatie. Zowel in stijl als inhoud verwijst de Gettysburg Address naar de Onafhankelijkheidsverklaring. Een jaar later werd Lincoln met een verpletterende meerderheid herverkozen. Bij zijn tweede inauguratie in januari 1865 ontving de president officiële felicitaties van de Eerste Internationale, geschreven door Karl Marx. Daarin maakt Marx de Confederale beginselen met de vloer gelijk en legt hij uit hoe slavernij ook een rem is voor de emancipatie van de ‘vrije’ arbeidersklasse. Na de zuidelijke overgave op 9 april 1865 was Lincoln heel even president van een herenigd land, tot een sluipmoordenaar hem nog geen week later om het leven bracht. Zijn belangrijkste politieke erfenis, het Dertiende Amendement van de Grondwet dat slavernij verbiedt, was toen reeds goedgekeurd door het Congres. Lincolns gevleugde woorden over een overheid “of the people, by the people, for the people” leven verder in toespraken van zo uiteenlopende figuren als Theodore Roosevelt, Martin Luther King Jr., Donald Trump en Bernie Sanders — en zelfs in de Franse en Japanse grondwet. |
Zevenentachtig jaar geleden hebben onze voorvaderen op dit continent een nieuwe natie gesticht, gegrondvest op vrijheid en toegewijd aan het idee dat alle mensen gelijk geboren zijn. Vandaag bevinden we ons midden in een grote burgeroorlog, waarin beslist zal worden of deze natie — of welke andere natie dan ook die op deze grondbeginselen is gegrondvest en daaraan is toegewijd — kan standhouden.

We zijn hier bijeen op een groot slagveld van die oorlog. We zijn gekomen om een deel van dat veld te wijden als laatste rustplaats voor hen die hier hun leven gaven opdat die natie zou kunnen leven. Het is gepast en gerechtvaardigd dat we dit doen.
Maar in een ruimere zin kunnen wij deze grond niet wijden, kunnen wij hem niet toewijden, kunnen wij hem niet heiligen. De helden, levend en dood, die hier vochten, hebben hem gewijd, ver boven onze povere macht om er iets aan toe te voegen of af te nemen.
De wereld zal nauwelijks opmerken wat we hier zeggen en zal het zich nauwelijks herinneren, maar hij kan nooit vergeten wat de dapperen op deze plaats hebben gedaan. Het is veeleer aan ons, de levenden, om ons te wijden aan de nog onvoltooide taak die zij tot dusver zo nobel hebben volbracht. Het is veeleer aan ons om toegewijd te zijn aan de grote taak die voor ons overblijft — dat deze geëerde doden ons mogen inspireren tot een grotere toewijding aan de zaak waarvoor zij de uiterste mate van toewijding hebben gegeven — dat wij hier plechtig besluiten dat deze doden niet tevergeefs zullen zijn gestorven; dat deze natie, onder God, een wedergeboorte van de vrijheid zal beleven — en dat de regering van het volk, door het volk, voor het volk, niet van de aardbodem zal verdwijnen

Karl Marx: Wij feliciteren het Amerikaanse volk met uw herverkiezing, die met een ruime meerderheid tot stand is gekomen.
Terwijl het verzet tegen de macht van de slavenhouders het gematigde motto was van uw eerste verkiezing, luidt de triomfantelijke strijdkreet van uw herverkiezing: dood aan de slavernij!
Sinds het begin van de titanenstrijd die Amerika voert, voelen de arbeiders van Europa instinctief aan dat het lot van hun klasse afhangt van de sterrenvlag. Moest de strijd om de gebieden, die het begin vormde van dit verschrikkelijke epos, niet bepalen of de onontgonnen grond van uitgestrekte gebieden vruchtbaar zou worden gemaakt door de arbeid van de emigrant, of bezoedeld door de zweep van de slavenbewaker?
Toen de oligarchie van de driehonderdduizend slavenhouders voor het eerst in de wereldgeschiedenis het woord slavernij op de vlag van de gewapende opstand durfde te zetten; toen op precies die plek waar een eeuw eerder het idee van een grote democratische republiek was ontstaan, samen met de eerste verklaring van de rechten van de mens, die samen de eerste impuls gaven aan de Europese revolutie van de 18e eeuw — toen op die plek de contrarevolutie met systematisch geweld er prat op ging “de heersende ideeën uit de tijd van de totstandkoming van de oude Grondwet” omver te willen werpen en “de slavernij als een heilzame instelling, ja zelfs als de enige oplossing voor het grote probleem van de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal” voorstelde, door cynisch te verkondigen dat het eigendomsrecht op de mens de hoeksteen van het nieuwe bouwwerk vormde — toen begrepen de arbeidersklassen van Europa onmiddellijk, en nog voordat de fanatieke steun van de hogere klassen aan de zaak van de geconfedereerden hen daarop had gewezen, dat de opstand van de slavenhouders de alarmklok luidde voor een algemene kruistocht van het eigendom tegen de arbeid en dat, voor de werkende mensen, de gigantische strijd die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werd geleverd niet alleen hun hoop voor de toekomst op het spel zette, maar ook hun verworvenheden uit het verleden. Daarom verdroegen zij geduldig het leed dat de katoencrisis hen oplegde en verzetten zij zich krachtig tegen de interventie ten gunste van de slavernij die de hogere en ‘beschaafde’ klassen voorbereidden, en droegen zij bijna overal in Europa met hun bloed bij aan de goede zaak.
Zolang de arbeiders, de ware politieke macht van het Noorden, toestonden dat de slavernij hun eigen Republiek bezoedelde; zolang zij er trots op waren dat zij — in vergelijking met de zwarten, die een meester hadden en zonder enige inspraak werden verkocht — het voorrecht genoten om zichzelf vrij te kunnen verkopen en hun werkgever te kiezen, waren zij niet in staat om te strijden voor de ware emancipatie van de arbeid of om de emancipatiestrijd van hun Europese broeders te steunen.
De arbeiders van Europa zijn ervan overtuigd dat, net zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog het nieuwe tijdperk van de opkomst van de burgerlijke klassen inluidde, de Amerikaanse oorlog tegen de slavernij het nieuwe tijdperk van de opkomst van de arbeidersklassen inluidt. Zij beschouwen het als de aankondiging van het nieuwe tijdperk dat het lot Abraham Lincoln, de energieke en moedige zoon van de arbeidersklasse, heeft aangewezen om zijn land te leiden in de ongeëvenaarde strijd voor de bevrijding van een geketend ras en voor de wederopbouw van een sociale wereld.
Ondertekend in naam van de Internationale Arbeidersvereniging door de Centrale Raad.
Abraham Lincoln (1809-1865) groeide op in een kleine houten hut op een veld in Kentucky, maar verhuisde later naar Illinois waar hij het tot advocaat schopte. Zo trad hij toe tot de groeiende beroepsmiddenklasse in de noordelijke staten, waar de industrialisering een boost gaf aan de ontwikkeling van nieuwe sociale klassen. In het zuiden echter bleef de plantagelandbouw met slavenarbeid dominant. Terwijl radicale abolitionisten als John Brown en Harriet Tubman een slavenopstand wilden uitlokken, voelde Lincoln meer voor een gematigde en pragmatische strategie om de slavernij op grondwettelijke manier uit te bannen. In 1854 was hij één van de oprichters van de Republikeinse Partij met als eerste strijdpunt het verzet tegen de uitbreiding van de slavernij naar de nieuw opgerichte staten Kansas en Nebraska.

