Socialisme is geen blauwdruk. Van de communes van utopische socialisten, de Commune van Parijs tot de Sovjet-Unie: het was altijd een proces van vallen en opstaan. Dit experimentele karakter is nergens duidelijker dan in het hedendaagse China.
Om de complexiteit van het socialisme te begrijpen, kunnen we de feitelijke ontwikkeling van socialistische bewegingen het beste vanuit een breed historisch perspectief bekijken.1 Een niet te verwaarlozen aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, zijn de voortdurende experimenten die de geschiedenis van de socialistische beweging heeft gekend. Sommige van deze experimenten zijn geslaagd, andere zijn mislukt. Achteraf gezien vormden deze experimenten duidelijk een integraal onderdeel van de socialistische praktijk.
Helemaal in het begin van de socialistische beweging, de periode van het utopisch socialisme, reisde Robert Owen in 1824 naar de Verenigde Staten en kocht er 1.214 hectare land langs de Wabash River in het zuiden van Indiana. Zijn experiment “the New Harmony Commune” zorgde wereldwijd voor sensatie. Hoewel deze droom van een idyllische utopie al na vier jaar faalde, was het de eerste poging om een ideale samenleving op te bouwen binnen het kapitalistisch wereldsysteem. Dit experiment luidt dan ook een nieuw historisch tijdperk in.
- 1 De Parijse Commune en Het Rode Wenen
- 2 De Nieuwe Economische Politiek in de Sovjet-Unie
- 3 Geen socialistische blauwdruk in oude boeken
- 4 Gemengde eigendom in China
- 5 Chinese opendeurpolitiek
- 6 “Om rijk te worden, moet je eerst wegen aanleggen”
- 7 De VS is gebouwd rond de auto. Het Amerikaanse wegennet kan echter evenmin de kritiek ontlopen.
- 8 Het socialistisch experiment China
De Parijse Commune en Het Rode Wenen
“Een halve eeuw later ondernam de Commune van Parijs een ander praktijkexperiment. Het Parijse proletariaat richtte niet alleen de eerste arbeidersregering op, maar voerde ook een reeks politieke, economische en culturele hervormingen door.”2 Het permanente leger en de staatsbureaucratie, de hoge lonen voor ambtenaren en het parlementair bestuur werden afgeschaft en er werd democratisch algemeen kiesrecht ingevoerd voor de verkiezing van ambtenaren op alle niveaus: ongeziene maatregelen in een ontwikkeling die historische wortels had in het privébezit. Vanuit het perspectief van de menselijke sociale praktijk waren alle revolutionaire initiatieven van de Commune van Parijs van nature experimenteel van aard.

Het experiment was van korte duur: 72 dagen na de overwinning op 18 maart 1871 werd de Commune bloederig neergeslagen. Toch zag Marx het als “…het begin van de grote sociale revolutie die voor altijd de mensheid zal bevrijden van de klassenheerschappij.”3 Latere socialistische bewegingen die het kapitalisme wilden omverwerpen vonden hun inspiratie in de revolutionaire experimenten van de Commune van Parijs. Andere experimenten volgden en dat is een van de meest waardevolle erfenissen die de Commune van Parijs heeft nagelaten.
Robert Owen was de grondlegger van het experiment “the New Harmony Commune”, de eerste poging om binnen het kapitalistisch wereldsysteem een ideale samenleving op te bouwen.
Een ander voorbeeld vormen de beroemde stedenbouwkundige voorstellen “Rotes Wien” (Rood Wenen). Tussen 1918 en 1934 werd de Oostenrijkse hoofdstad Wenen bestuurd door de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij van Oostenrijk (SDAP): een periode die bekend staat als Rotes Wien.4 De SDAP greep de kans om via een reeks hervormingen een democratisch socialistisch experiment uit te voeren. De meest opmerkelijke van deze hervormingen was de bouw van arbeiderswoningen om de slechte leefomstandigheden van de arbeidersklasse in Wenen aan te pakken.
Tegen 1934 waren er bijna 65.000 sociale woningen gebouwd in Wenen, 348 nieuwe wooncomplexen met uitgesproken socialistische idealen. Een van de beroemdste van deze complexen is de Karl-Marx-Hof, dat in 1924 werd voltooid. Dit enorme complex van sociale woningen omvatte 1.400 appartementen voor meer dan 5.000 bewoners, met daarnaast tal van openbare voorzieningen zoals grote wasserijen, openbare baden, een tandheelkundige kliniek, een materniteit, een openbare bibliotheek en een apotheek. De arbeiders die in deze appartementen woonden, genoten zowel uitstekende leefomstandigheden als uitgebreide openbare diensten, want de woningen waren ontworpen met bijzonder veel aandacht voor het evenwicht tussen openbare en privéruimten.
Maar net als de Commune van Parijs, kwam ook aan dit experiment een einde omdat de SDAP de weg op ging van de parlementaire politiek en het reformisme. Het socialistisch experiment bleef grotendeels beperkt tot stadsontwikkeling en kwam tot een abrupt einde in 1934, toen de nazipartij aan de macht kwam en de SDAP verbood.
De Nieuwe Economische Politiek in de Sovjet-Unie
Een terugblik op het reformistische sociaal experiment van Rotes Wien, vormt een goed referentiepunt om de ‘strategische terugtocht’ van Vladimir Lenin in de lente van 1921 te herbekijken, toen hij het oorlogscommunisme opgaf ten gunste van de Nieuwe Economische Politiek (NEP). Deze verschuiving veranderde het traditionele marxistische begrip van socialisme fundamenteel, en tekende een nieuwe richting uit voor de socialistische beweging.
Tegen het einde van Lenins leven vonden er grote verschuivingen plaats in zijn denken. “We moeten toegeven dat er een radicale verandering is opgetreden in onze hele kijk op het socialisme”, verklaarde hij.5Lenin leek de onmiddellijke overgang naar het socialisme om verschillende redenen te hebben opgegeven. Hij verkoos een meer omslachtige weg: hij trok zich terug naar een positie van staatskapitalisme en ging over van een aanvalstactiek op een belegeringstactiek. Het is merkwaardig dat deze historische ervaringen weliswaar een schat aan inzichten en interpretaties bieden, maar vaak één belangrijk punt over het hoofd zien: voor een Sovjetregering die amper drie jaar bestond en nog steeds worstelde om haar draai te vinden, was het implementeren van zo’n dramatische verschuiving in de revolutionaire strategie een zeer experimentele praktijk. Lenins reeks van terugtrekkingen om via een omweg over te gaan naar het socialisme, kan, in belangrijke mate, worden gezien als een reeks experimenten.
In een breder perspectief was de Oktoberrevolutie van 1917 zelf een revolutionair experiment. Volgens de klassieke marxistische theorie werd het onmogelijk geacht een proletarische revolutie uit te voeren in een achterlijk agrarisch land dat niet geïndustrialiseerd was en nog steeds geworteld was in lijfeigenschap. Dit experiment week volledig af van de revolutionaire ervaringen van het Europese proletariaat sinds de 19e eeuw.
De Commune van Parijs van 1871 stelde de eerste arbeidersregering in. Zij voerde een reeks hervormingen door maar werd bloedig neergeslagen.
Deze theoretische divergentie verklaart waarom de theoretici van de Tweede Internationale Lenins theorie verwierpen, dat de revolutie moest beginnen bij de zwakste schakel in het wereldwijde kapitalistische systeem. Deze theoretici stonden altijd vrij negatief tegenover Lenin en de bolsjewieken. Zelfs onder marxisten die Lenins strategie in grote lijnen steunden, namen velen een kritische houding aan vanwege onzekerheden over zijn specifieke praktijken.
De ideologische en theoretische debatten rond deze kwesties gaan al meer dan een eeuw mee. In China floreerden soortgelijke debatten, vooral sinds het begin van het tijdperk van hervorming en openstelling, toen discussies over de geschiedenis van de Oktoberrevolutie een levendig studiegebied werden. Maar zelfs tijdens de discussies in China heeft het experimentele karakter dat inherent is aan Lenins leiderschap van de Russische Revolutie, slechts beperkte aandacht gekregen. Deze onoplettendheid heeft ons begrip van Lenins tactische verschuiving in 1921 beperkt. De moeilijkheden en gevaren van deze tactische terugtrekking en de diepgaande theoretische en praktische uitdagingen die zij met zich meebracht, werden dan ook vaak onderschat of over het hoofd gezien.
Lenin gaf duidelijke uiteenzettingen over deze uitdagingen in belangrijke werken die hij op het einde van zijn leven schreef (1921-1923). In deze geschriften besprak Lenin de geschiedenis van de uitvoering van de NEP met een ernstige introspectie en zelfkritiek, waarbij hij lessen trok uit de mislukkingen in het verleden. Hij waarschuwde ook herhaaldelijk dat de Sovjetregering voor nog grotere moeilijkheden en uitdagingen zou komen te staan bij de opbouw van het socialisme.
In De belasting in natura, een bijzonder kritisch document over de NEP, stelde Lenin expliciet dat niemand “…had verwacht dat deze politiek soepel, zacht, gemakkelijk en eenvoudig het “volledige” socialisme zou bewerkstelligen.”6Bovendien uitte hij scherpe kritiek op het argument dat de economische en politieke omstandigheden in Rusland de historische voorwaarden voor een socialistische revolutie ontbeerden en dat de bolsjewieken daarom niet de macht hadden moeten grijpen. Hierop antwoordde Lenin dat “het altijd voorkomt in de ontwikkeling van de natuur, evenals in de ontwikkeling van de maatschappij, dat alleen door een reeks pogingen – die elk op zich eenzijdig zijn en lijden onder bepaalde inconsistenties – het volledige socialisme tot stand zal komen door de revolutionaire samenwerking van de proletariërs van alle landen”.
Lenins inzichten vormen, in combinatie met zijn andere geschriften over het algemene thema hoe via omwegen tot het socialisme te komen, een rijk en complex gedachtegoed. Op praktisch niveau valt één belangrijk punt op: in de opbouw van het socialisme moet men er niet van dromen onmiddellijk een “voltooid socialisme” te realiseren. Dit idee om de dogmatische pogingen tot een directe realisatie van een “volledig socialisme” een halt toe te roepen, betekende een belangrijke sprong voorwaarts in Lenins benadering van de socialistische revolutie en opbouw.
Lenin zette in de jaren 1920 verschillende stappen terug. Een systematisch overzicht ervan onthult een verscheidenheid aan tactieken: de invoering van een belasting in natura voor de boeren, herstel van kleinschalige industrieën en kleine boerenbedrijven, herinvoering van goederenruil en geldcirculatie, aanmoediging van markteconomieën en vrije handel… Deze tactische terugtrekking kan echter worden gezien als onderdeel van een breder strategisch compromis. Ze bood ruimte aan de eigen dynamiek van kleine boereneconomieën en elementen van commercieel kapitalisme, zowel privé- als staatskapitalisme. Al deze maatregelen samen vormden concrete stappen in de uitvoering van de overkoepelende strategie om de idealistische en voorbarige realisatie van een ‘voltooid socialisme’ te vermijden.
Deze terugtrekkende bewegingen hadden niettemin ernstige politieke gevolgen en lokten van alle kanten kritiek en verzet uit, inclusief in de Tweede Internationale en haar handlangers, de mensjewieken en de Socialistische Revolutionairen. SDAP-leider Otto Bauer beschuldigde de bolsjewieken ervan dat ze ‘teruggingen naar het kapitalisme’ en dat de Oktoberrevolutie ‘een burgerlijke revolutie was’.7Zelfs binnen de bolsjewistische partij was er een gebrek aan eenheid, omdat veel leden zich verzetten tegen deze terugvallen. Sommige oudgedienden protesteerden rechtstreeks bij Lenin: “Waarom praten over staatshandel? Niemand heeft ons ooit over handel geleerd in de gevangenis.” In het Centraal Comité waren er felle debatten over theorie en strategie tussen Lenin, Trotski, Boecharin en Zinovjev. Deze interne conflicten zorgden voor nogal wat hinderpalen in de uitvoering van de NEP.
Het beroemde Rotes Wien (Rode Wenen) was ook een revolutionair experiment. De meest opmerkelijke hervorming was de bouw van sociale woningen voor de Weense werkende klasse.
Naast deze interne conflicten was er de erbarmelijke staat van Rusland, dat er na de Burgeroorlog ‘als een halfdood geslagen mens bij lag’. Binnenlandse crises waren er in overvloed, waaronder industriële stagnatie, daling van de landbouwproductie, ernstige hongersnood en groeiende onrust onder de boeren als gevolg van het verzet tegen het Prodraverstka-systeem, dat in sommige regio’s zelfs escaleerde in opstanden.8Ondertussen waren de proletarische revoluties in Europa waarop Lenin en veel marxisten hun hoop hadden gevestigd mislukt, waardoor de Russische Revolutie geïsoleerd achterbleef. Te midden van deze ernstige omstandigheden namen Lenin en de bolsjewieken de stoutmoedige beslissing om een reeks grote economische hervormingen door te voeren die ongekend waren in de traditionele marxistische theorie en socialistische bewegingen. Dat bracht aanzienlijke theoretische uitdagingen en praktische risico’s met zich mee.
Men mag het experimentele karakter van deze kronkels om een nieuw pad naar het socialisme te banen, en dit met buitengewone risico’s en moeilijkheden, niet over het hoofd zien. Lenin was zich ten volle bewust van de immense risico’s en voorzag zelfs de mogelijkheid van een mislukking. Hij slaagde er echter in de partij te verenigen om deze uitdagingen aan te gaan en hen door de crisissen van de praktische uitvoering van het beleid te navigeren.
Op 21 april 1921 schreef Lenin in De Belasting in natura: ‘Niet voor niets hadden de leraren van het socialisme het over een hele overgangsperiode van kapitalisme naar socialisme en benadrukten ze de “langdurige barensweeën” van de nieuwe maatschappij. En deze nieuwe maatschappij is opnieuw een abstractie die slechts tot stand kan komen door een reeks van uiteenlopende, onvolmaakte en concrete pogingen om deze of gene socialistische staat te creëren’.
Op 14 oktober 1921 schetste Lenin in zijn toespraak ter gelegenheid van de vierde verjaardag van de Oktoberrevolutie het verband tussen de burgerlijk-democratische en de proletarisch-socialistische revolutie, waarbij hij uitlegde dat ‘de eerste overgaat in de tweede. De tweede lost terloops de problemen van de eerste op. De tweede consolideert het werk van de eerste. Strijd, en strijd alleen, beslist in hoeverre de tweede erin slaagt de eerste te overstijgen’.9
Twee weken later, op 3 en 4 november 1921, benadrukte Lenin in zijn Verslag over het Nieuwe Economische Beleid op de Zevende Gouvernementsconferentie van Moskou van de Russische Communistische Partij opnieuw het niet-lineaire pad naar de overwinning in een oorlog: “Dit geldt voor gewone oorlogen, maar hoe zit het met oorlogen die het lot van een hele klasse beslissen, die de kwestie van socialisme of kapitalisme beslechten? Zijn er redelijke gronden om aan te nemen dat een natie die voor het eerst probeert dit probleem op te lossen, onmiddellijk de enige correcte en onfeilbare methode kan vinden? Welke gronden zijn er om dat aan te nemen? Helemaal geen! De ervaring leert ons het tegendeel. Van de problemen die we hebben aangepakt, werd er niet één in de eerste poging opgelost; elk ervan moest een tweede keer worden opgepakt. Na een nederlaag probeerden we het opnieuw, en begonnen we weer van het begin.”10
Een jaar later, op 27 maart 1922, tijdens het Elfde Congres van de Russische Communistische Partij (Bolsjewiek), herhaalde Lenin: “Wat de kwestie van het staatskapitalisme betreft, denk ik dat onze pers en onze Partij over het algemeen de fout maken om te vervallen in intellectualisme, in liberalisme; we filosoferen over hoe het staatskapitalisme moet worden geïnterpreteerd en kijken in oude boeken. Maar in die oude boeken zal je niet vinden wat wij bespreken; ze gaan over het staatskapitalisme dat onder het kapitalisme bestaat. Er is geen enkel boek geschreven over staatskapitalisme onder het communisme. Het kwam zelfs niet bij Marx op om een woord over dit onderwerp te schrijven; en hij stierf zonder ook maar één precieze verklaring of duidelijke instructie hierover na te laten. Daarom moeten we de moeilijkheid helemaal zelf overwinnen.”
Toen in januari Lenins gezondheid verslechterde, dicteerde hij Over coöperatie, een belangrijke tekst waarin de noodzaak van institutionele vernieuwing werd besproken. Hier benadrukte hij: “Onze tegenstanders vertelden ons herhaaldelijk dat we overhaast waren door het socialisme te willen inplanten in een onvoldoende ontwikkeld land. Maar ze vergissen zich: we zijn begonnen met het tegenovergestelde van wat de theorie voorschrijft (de theorie van allerlei soorten wijsneuzen), omdat in ons land de politieke en sociale revolutie voorafging aan de culturele revolutie, die zich nu echter aan ons opdringt.”
De eerste kritieken en bedenkingen over de mislukkingen van de Grote Sprong Voorwaarts en de beweging van volkscommunes kwamen van de CPC zelf.
Wanneer we Lenins argumentatie vandaag de dag opnieuw bekijken, kunnen we niet anders dan deze in verband brengen met de geschiedenis van de socialistische beweging na zijn dood. We moeten de specifieke praktijken van die historische periode opnieuw onder de loep nemen en nagaan in hoeverre de vele kronkels, wendingen en mislukkingen in die geschiedenis verband houden met Lenins herhaalde stellingname dat een directe overgang naar een ‘volledig socialisme’ onhaalbaar is. Als de opbouw van het socialisme omwegen en terugtrekkingen omvat, het najagen van de ‘enige correcte en onfeilbare methode’ vermijdt, en afziet van ‘het zoeken in oude boeken’ om het pad en de richting te bepalen, maar in plaats daarvan ‘een reeks van uiteenlopende, onvolmaakte en concrete pogingen’ onderneemt, dan zijn veel van deze ‘concrete pogingen’ in de praktijk onvermijdelijk experimenteel van aard. Dit betekent dat ononderbroken maatschappelijke experimenten een onlosmakelijk onderdeel vormen van de socialistische opbouw.
Gemengde eigendom in China
In de socialistische geschiedenis van het Nieuwe China na 1949 vormden de verbanden en relaties tussen de theorieën en praktijken van Mao Zedong en Lenin een belangrijk studieobject voor marxistisch onderzoek. Hoewel er al veel literatuur bestaat over dit onderwerp, is er ruimte voor meer gedetailleerd onderzoek omtrent de overgang naar het socialisme. Specifiek is een diepgaander onderzoek nodig om te bestuderen hoe Mao Lenins idee dat ‘volledig socialisme’ niet eenvoudig en direct kan worden gerealiseerd, creatief uitbreidde en ontwikkelde.
Stel bijvoorbeeld dat men niet streeft naar de rechtstreekse verwezenlijking van een ‘volledig socialisme’, dan roept dit onvermijdelijk een kernvraag van het eigendomsrecht onder het socialisme op – hoe moet Lenins concept van ‘staatskapitalisme onder het communisme’ worden begrepen?
Hoe moet het in de praktijk worden gebracht? Hoe moet de institutionele vorm eruit zien? Hoewel Lenin deze kwesties besprak in werken als De belasting in natura, kreeg hij niet de kans om ze in de praktijk uit te voeren, te testen of op te lossen voor zijn dood in 1924. Vervolgens week het stalinisme volledig af van Lenins ideeën en aanpak. Stalin maakte een heel ander script dat uiteindelijk leidde naar de tragedie van de complete mislukking van de Sovjet-Unie, terwijl hij monumentale uitdagingen achterliet voor de socialistische beweging.
Om de Chinese Revolutie te begrijpen, moeten we analyseren hoe Mao de uitdaging van de socialistische opbouw aanpakte en oploste. Maar hoewel Mao’s theorieën en praktijken duidelijk geënt zijn op Lenins eigen strategie van de NEP, waren de twee revoluties enorm verschillend. Het begrip van de uitdagingen die Lenin naliet, vormt daarom onvermijdelijk een cruciaal aspect van het doorgronden van zowel de Chinese Revolutie als het Chinese hervormings- en openingsbeleid.
Tijdens de Tweede Plenaire Zitting van het Zevende Centrale Comité van de Communistische Partij van China, in maart 1949, stelde Mao een eigendomsstructuur voor die uit vijf componenten bestond: staatseconomie, coöperatieve economie, individuele economie, particuliere kapitalistische economie en staatskapitalistische economie.11 Hij zei: “De staatseconomie is socialistisch van aard en de coöperatieve economie is semi-socialistisch; deze plus het particuliere kapitalisme, plus de individuele economie, plus de staatskapitalistische economie waarin de staat en particuliere kapitalisten samenwerken, zullen de belangrijkste sectoren van de economie van de volksrepubliek zijn en zullen de nieuw-democratische economische structuur vormen”.
Dit was de eerste keer dat Mao uitgebreid het idee verwoordde dat in een socialistisch systeem meerdere vormen van eigendom naast elkaar konden bestaan en functioneren – een concept dat de afgelopen jaren, in de context van hervorming en openstelling, door economen vaak ‘gemengde eigendom’ is genoemd. Deze term mist echter de theoretische nauwkeurigheid en precisie van Lenins terminologie, “staatskapitalisme onder communisme”. Mao’s duidelijke verwoording van een sociaal eigendomssysteem met vijf naast elkaar bestaande economische componenten bij de oprichting van het Nieuwe China was een belangrijke gebeurtenis. Zelfs binnen de bredere geschiedenis van de socialistische beweging was dit een momentum met verstrekkende gevolgen.
In 1956 presenteerde Chen Yun een rapport op het Achtste Nationale Congres van de CPC met de titel Nieuwe problemen die zijn ontstaan na de fundamentele voltooiing van de socialistische transformatie, waarin hij het concept van ‘drie hoofdcomponenten, drie aanvullingen’ introduceerde.12 Hij stelde dat binnen het kader van publieke eigendom en een planeconomie, de ontwikkeling van zelfstandig ondernemerschap en vrije markten het socialistisch economisch systeem konden aanvullen. Nadat het tweede Vijfjarenplan was afgerond, stelde Zhou Enlai ook voor om in bepaalde regio’s vrije markten op te richten binnen het bredere kader van staatsleiderschap. Deze debatten maakten duidelijk hoe het concept van ‘gemengde eigendom’ in het socialisme een lang traject van rijping, beraadslaging en debat binnen de CPC had doorlopen. De verwezenlijking van dit idee in de praktijk kende echter tal van complicaties.
Tegen het einde van de jaren 1950 kreeg het Chinese socialisme te maken met ernstige tegenslagen. Na de tweede sessie van het Achtste CPC Congres in mei 1958 nam de Partij voor de opbouw van het socialisme de algemene lijn aan van “alles op alles zetten, hoge doelen nastreven en streven naar grotere, snellere, betere en economisch interessantere resultaten.”13 Dit vormde de basis voor de nationale campagne van de Grote Sprong Voorwaarts en de oprichting van volkscommunes. Deze grootschalige campagnes, die gepaard gingen met massabewegingen, overtuigden de CPC en het volk er tijdelijk van dat het communisme op handen was. Maar in iets meer dan een jaar tijd mislukten deze inspanningen de ene na de andere. Tijdens de Culturele Revolutie probeerde Mao een ander experiment door naar het voorbeeld van de Commune van Parijs revolutionaire comités op te richten, zoals de Commune van Sjanghai en de Commune van Beijing. Maar ook deze laatste poging liep uit op een mislukking.
China’s hervorming en openstelling in de jaren 1980 drukt uit dat het socialisme een van nature experimentele beweging is.
In het debat over de geschiedenis van de Chinese Revolutie en de wereldwijde socialistische beweging poogt men de verstrengelde successen en mislukkingen van deze historische periode te begrijpen, hun oorzaken te onderzoeken en hun langetermijneffect op de socialistische beweging te analyseren. Onderzoek over dit onderwerp beslaat tal van theoretische en academische gebieden vanuit zowel linkse als rechtse perspectieven. In dit debat hebben de mislukkingen van de Grote Sprong Voorwaarts en de beweging van de volkscommunes de meeste discussie en de scherpste kritiek uitgelokt. Daarbij wordt echter vaak vergeten dat de eerste kritieken en beschouwingen over deze mislukkingen afkomstig waren van de CPC zelf. En net zoals Lenin zich na de tegenslag van het oorlogscommunisme in 1921 onmiddellijk strategisch terugtrok en snel de NEP implementeerde, deed men al in 1960 afstand van de mislukking die de Grote Sprong Voorwaarts was.
Willen we nadenken over Mao’s ideeën en praktijken in het midden van de jaren vijftig, met name de veel bekritiseerde linkse fouten, dan is een meer historisch perspectief vereist. Mao zelf hield in die periode niet volledig vast aan de aanpak om de economie te ontwikkelen op basis van de vijf naast elkaar bestaande vormen van eigendom, zoals voorgesteld tijdens de tweede plenaire zitting van het Zevende Centrale Comité van de CPC. In plaats daarvan probeerde hij omwegen te omzeilen door te experimenteren met het systeem van volkscommunes als alternatieve weg naar het socialisme. Nader onderzoek naar de onbezonnen opmars van de Grote Sprong Voorwaarts en de beweging van de volkscommunes, en naar de theoretische overwegingen en complexe beraadslagingen die tot uiting kwamen in hun implementatie, legt een verband met Mao’s grotere nadruk op de ideologische klassenstrijd vanaf de jaren zestig.
Zijn herhaaldelijke beschouwingen over hoe te voorkomen dat het kapitalisme het socialisme van binnenuit ondermijnt, zijn nauw verbonden met zijn nadruk op de semi-koloniale en semi-feodale aard van de Chinese samenleving. Zo zei hij dat “de boerenkwestie de fundamentele kwestie van de Chinese revolutie is” en dat “de essentie van de Chinese revolutie een boerenrevolutie is.”14 Deze ideeën hielden ongetwijfeld ook verband met de ideologische kloof tussen de communistische partijen van China en de Sovjet-Unie die begon in de jaren vijftig en uitmondde in open discussies tussen de Chinezen en de Sovjets in de jaren zestig. Al deze historische factoren creëerden samen de historische omgeving waarin de Drie Rode Banieren en de Grote Sprong Voorwaarts ontstonden.
Wanneer we geschiedenis en realiteit zo met elkaar verbinden, kunnen we ons niet simpelweg richten op specifieke linkse fouten, maar moeten we ook kijken naar hun inherente relatie met Mao’s unieke socialistische gedachte en theorie. Bovendien moeten we deze kwesties in de bredere context van de geschiedenis van de socialistische wereldbeweging plaatsen en onderzoeken hoe ze zich verhouden tot de voortdurende ontwikkeling van de socialistische theorie en praktijk.
Toen Lenin zei dat “er geen enkel boek is geschreven over het staatskapitalisme onder het communisme”, bedoelde hij daar niet alleen mee dat het socialisme geen vooraf ontworpen blauwdruk had. Hij wilde degenen die na de Oktoberrevolutie kwamen waarschuwen dat socialisten vanaf nul moesten beginnen, zonder kant-en-klare antwoorden. De praktijk heeft uitgewezen dat noch Rusland noch China in een onderontwikkelde industriële omgeving direct kon overgaan op “volledig socialisme”, maar dat ze “een reeks van uiteenlopende, onvolmaakte, en concrete pogingen moesten ondernemen om deze of gene socialistische staat op te bouwen”. Het socialisme is van nature een experimentele beweging. China’s hervorming en openstelling in de jaren tachtig kan als een uitdrukking van deze geest van experimenteren worden gezien.
Chinese opendeurpolitiek
In 1985 zei Deng Xiaoping aan Algerijnse en Japanese delegaties dat China’s hele opendeurbeleid een groot experiment was dat niet in boeken terug te vinden was – of de ingeslagen weg de juiste was, zou pas na verloop van tijd blijken.15 Henry Kissinger zei ooit tegen Deng Xiaoping: “Niemand heeft een hervormingspoging op de schaal van die van China ondernomen. Geen enkel ander land heeft geprobeerd om een planeconomie en een markteconomie te combineren … Als jullie erin slagen, zullen jullie filosofische vragen opwerpen voor zowel de planeconomie als de markteconomie.”16
Achteraf bezien is het duidelijk dat het hervormingsproces dat in de jaren tachtig begon – een experiment zonder weerga in de menselijke geschiedenis – geen plotselinge uitbarsting van Chinese wijsheid was, noch een simpele gedwongen zoektocht naar een uitweg uit de crisis. Het was veeleer een logisch gevolg van de socialistische beweging. Dit blijkt vooral uit het feit dat China, na een reeks verkenningen en experimenten, een basis-economisch systeem heeft gevestigd met het publieke eigendom als hoeksteen en het naast elkaar bestaan van meerdere eigendomsvormen. Dit systeem heeft zijn succes bewezen in het decennialange economische wonder, waarmee het een nieuwe fase inluidde in de geschiedenis van de socialistische beweging.
Gedurende de hele twintigste eeuw voerden tal van socialistische landen hervormingen door. Zo bijvoorbeeld midden de jaren vijftig Polen, Hongarije, de Duitse Democratische Republiek, Bulgarije, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Albanië, Joegoslavië, en andere. Het onmiddellijke doel van deze hervormingen was om los te komen van het Sovjetmodel en deel te nemen aan het industrialisatieproces dat al was ingezet door de westerse kapitalistische landen. Dit dwong deze landen tot experimenten met nieuwe politieke en economische eigendomssystemen. De meeste van deze kernhervormingen mislukten uiteindelijk, wat leidde tot de ineenstorting van het socialisme in deze landen en een dieptepunt zonder weerga voor de socialistische wereldbeweging.
China vestigde een economisch basissysteem met openbare eigendom als steunpilaar. Daarnaast konden meerdere eigendomsvormen naast elkaar bestaan.
Hier rijst de vraag waarom alleen de Chinese hervorming succesvol was. En nog belangrijker: hoe China in de jaren negentig kon toetreden tot de wereldwijde kapitalistische productierelaties zonder fundamenteel verandering te brengen in de belangrijkste kenmerken van zijn ideologische, politieke en economische systeem. In plaats daarvan vormde het een nieuw soort socialisme, waarbij werd geëxperimenteerd met praktijken die nooit eerder waren vertoond in de geschiedenis van de socialistische beweging. Dit alles vond plaats te midden van een breder historisch tijdperk van verdeeldheid, onrust en herstructurering.
Wanneer we het hervormingsproces dat in de jaren tachtig begon, bezien in het licht van de experimentele aard van de socialistische beweging – een beweging getekend door successen en mislukkingen – krijgen we een complexer analyseperspectief. Zo is China duidelijk de erfgenaam van Lenins denken wat betreft de relatie tussen de in de jaren tachtig ingezette hervormingen en Lenins NEP. Bij nader inzien verschillen de Chinese hervormingen echter aanzienlijk van Lenins aanpak. In de praktijk leidden de specifieke invulling van de ‘stap terug’, de manier waarop omwegen werden genomen en hervormingen en experimenten om eerdere fouten te herstellen werden doorgevoerd, natuurlijk tot een fundamenteel andere uitwerking. Dit onderscheid heeft diepe historische oorzaken. De revoluties onder leiding van Lenin en Mao verschillen aanzienlijk in de bewandelde paden, het beleid, de methoden en strategieën. Deze verschillen hebben historisch bijgedragen aan de complexiteit van de Chinese Revolutie en zijn ook een wezenlijk onderdeel van de complexiteit van de hedendaagse Chinese hervormingen.
Veel intellectuelen die vandaag het socialisme bestuderen, neigen de complexiteit van de Chinese Revolutie en het daaropvolgende proces van hervorming en opening over het hoofd te zien. Een rechtstreekse en allesomvattende studie van deze complexiteit valt buiten het bestek van deze uiteenzetting. Gelet op de huidige Chinese realiteit echter, in het bijzonder het feit dat de hervorming (inclusief haar diverse experimenten) niet is gestopt en zich nog steeds ontwikkelt, is het de moeite waard om bepaalde kwesties te bespreken die zich sneller tot fouten of misverstanden lenen.
Zo zien bijvoorbeeld veel mensen een sleutelfactor van China’s hervorming over het hoofd, die is geërfd van Lenins hervorming: het idee om niet via een directe overgang te streven naar de verwezenlijking van een ‘volledig socialisme’. Dit concept wordt niet alleen vaak gemist, maar vanwege diepgewortelde vooroordelen beschouwen velen de socialistische blauwdruk nog steeds als een ‘volledig socialisme’ – een ideaal socialisme dat via hervorming te verwezenlijken is en op alle fronten aan de normen voldoet. Het gevolg is dat de hervormingen worden gezien als het snoeien van een onhandelbare, onvolmaakte boom – moeilijk, maar haalbaar mits de juiste methoden worden gevolgd, om uiteindelijk de levenskracht van de socialistische boom te herstellen.
Velen beseffen dus niet dat de huidige hervorming in wezen een terugkeer is naar de co-existentie en ontwikkeling van vijf economische sectoren binnen een socialistisch systeem. Als gevolg daarvan ontstaan er twijfels in het licht van verschillende maatschappelijke problemen die niet in lijn zijn met de geest en principes van het socialisme – zoals de toenemende klassenstratificatie, inkomensongelijkheid (de Gini-coëfficiënt van China overtrof ooit die van de VS), ongelijke verdeling van kansen en middelen, ernstige maatschappelijke involutie, en de continue verwachting om een ‘volledig socialisme’ te verwezenlijken.17Mensen beginnen zich af te vragen of de richting van de hervorming wel correct is, of zelfs of China nog steeds een socialistisch land is.
We kunnen deze twijfels echter niet simpelweg toeschrijven aan een misverstand. In Het Communistisch Manifest schreven Karl Marx en Friedrich Engels: “De bourgeoisie heeft in haar nauwelijks honderdjarige klassenheerschappij massaler en kolossaler productiekrachten geschapen dan alle verdwenen geslachten samen.”18Dit is een erkenning van de creatieve energie die bij zo’n transformatie vrijkomt. Daarom kan de verwarring van degenen die het onmiddellijk bereiken van ‘volledig socialisme’ nastreven, wanneer zij deze creatieve energie in China zien vrijkomen maar ook de ernstige tegenstrijdigheden met socialistische idealen opmerken, niet louter als een vergissing worden afgedaan. Zij zijn getuige van objectieve feiten en de werkelijke veranderingen in de Chinese samenleving. Voor sommige intellectuelen die vertrouwd zijn met de werken van Friedrich Hayek of soortgelijke kritieken op het socialisme, en zich identificeren met diens neoliberale theorieën over spontane orde en individuele vrijheid, wordt de situatie nog ingewikkelder. De ideologische neigingen van deze intellectuelen bepalen wat ze wel of niet zien; voor hen zijn feiten irrelevant.
“Om rijk te worden, moet je eerst wegen aanleggen”
Zonder al te diep in de economische theorie te duiken, loont het de moeite om enkele nuchtere en praktische vragen te stellen over China’s hervormingsproces. Wat heeft het Chinese socialisme bijvoorbeeld na de hervorming bereikt dat het huidige kapitalisme niet kon of niet zou kunnen verwezenlijken? Een veelgebruikt gezegde in China is: “Om rijk te worden, moet je eerst wegen aanleggen”. In de praktijk van de hervormingen is de betekenis van deze uitdrukking voortdurend geëvolueerd om de uitvoering van verschillende grootschalige infrastructuurprojecten te omvatten. Daarom is de implementatie en het onderhoud ervan een goede benchmark om de verschillen tussen het Chinese socialisme en het vrijemarktkapitalisme te vergelijken.
De Verenigde Staten exploiteren momenteel een spoorwegnet van 293.564,2 kilometer, bijna twee keer zo lang als het Chinese spoorwegnet.19China heeft echter zo’n 36.100 kilometer hogesnelheidsspoorweg aangelegd, de VS… nul kilometer.20 Op het eerste gezicht lijkt het alsof er aan beide kanten sterke en zwakke punten zijn, maar er is één belangrijk verschil: de spoorwegen in de VS zijn voornamelijk in particuliere handen, wat duidelijk voor nogal wat ongelukken zorgt. Volgens gegevens van het US Bureau of Transportation Statistics waren er tussen 1990 en 2021 gemiddeld 1.704 treinontsporingen per jaar, wat neerkomt op 4,7 ontsporingen per dag.21 Het feit dat de spoorwegen in de VS zo onderontwikkeld zijn, is te wijten aan specifieke nationale omstandigheden – een uitgestrekt land en een schaarse bevolking, waardoor reizen per vliegtuig de voorkeur geniet. Dit verklaart deels waarom de VS in 2018 19.627 luchthavens hadden, waaronder 5.099 openbare.22
Ter vergelijking: China had in 2018 slechts 814 luchthavens. De meeste luchthavens in de VS zijn in particuliere handen, en slechts een paar honderd luchthavens hebben faciliteiten om tickets online te kopen. Bovendien zijn de meeste verouderd en dringend aan renovatie toe. Hetzelfde geldt voor de apparatuur en infrastructuur ter ondersteuning van de luchtvaartmaatschappijen, waarvan een groot deel verouderd en aan vernieuwing toe is. Nog zorgwekkender is dat de VS-luchtvaartindustrie sinds de COVID-19-pandemie in een crisis verkeert, met veel ongelukken die het nieuws halen. Ze zijn zo alledaags geworden dat ze inmiddels als de norm worden beschouwd. Net als bij de eerder genoemde spoorwegsituatie hadden deze dwingende problemen allang opgelost moeten zijn, maar komen ze maar niet van de grond. Bovendien ontbreekt een duidelijke strategie. De situatie is zo nijpend omdat de meeste partijen in de luchtvaartsector private ondernemingen zijn. Geconfronteerd met winstdruk, kostenbesparing, concurrentie en andere marktkrachten, hebben zij geen alomvattende oplossing voor deze problemen en staan zij vaak machteloos.
De VS is gebouwd rond de auto. Het Amerikaanse wegennet kan echter evenmin de kritiek ontlopen.
Eén statistiek is veelzeggend: er zijn 617.000 bruggen in de VS, waarvan 42% meer dan 50 jaar geleden is gebouwd – en de meeste infrastructuur heeft een levensduur van ongeveer 50 jaar. Naast bruggen moet het hele Amerikaanse infrastructuursysteem gerepareerd of herbouwd worden, omdat veel van de infrastructuur verouderd is. Volgens de American Society of Civil Engineers (ASCE) zal het financieringstekort van de infrastructuur in de VS tegen 2025 meer dan twee miljard dollar bedragen.23Een begrip van de recente budgettaire situatie van de VS raadt aan tot bezorgdheid over waar deze twee miljard vandaan zal komen.
Dit overzicht van recente problemen in het transportsysteem van de VS biedt een vergelijkende en contextuele achtergrond bij de bespreking van China’s strategie “om rijk te worden, moet je eerst wegen aanleggen”. In deze vergelijking wordt het onvermogen blootgelegd van zogenaamde “geavanceerde landen” en rijke grootmachten zoals de Verenigde Staten om grootschalige infrastructuur aan te leggen en te onderhouden. Door de vergelijking te maken met de ambitieuze infrastructuurprojecten van China wordt het makkelijker te begrijpen waarom de VS deze doelen niet weten te bereiken.
De implementatie en het onderhoud van een grootschalige infrastructuur is een goede maatstaf om de verschillen tussen het Chinese socialisme en het vrijemarktkapitalisme te vergelijken.
Een eerste voorbeeld is de bouw van China’s hogesnelheidsspoorwegnet. Dit vergt niet alleen enorme investeringen (alleen al de aanleg van het spoor kostte tussen de 120 miljoen en 150 miljoen yuan per kilometer) maar ook de exploitatiekosten zijn hoog. Bovendien lopen veel van de lijnen door economisch onderontwikkelde regio’s, waardoor er geen snel of substantieel rendement te verwachten valt. Vanuit het perspectief van pure markteconomie lijkt het hogesnelheidsspoorwegnet irrationeel en in tegenspraak met de marktprincipes. Maar China heeft zich verzet tegen dergelijke kritiek en is ondanks de beperkte winstperspectieven blijven investeren in de uitbreiding van het netwerk.
Het tweede voorbeeld, zo mogelijk nog irrationeler, is de bouw van bruggen in Guizhou. In de afgelopen jaren heeft Guizhou 28.023 verkeersbruggen gebouwd, die 210.000 kilometer aan snelwegen met elkaar verbinden. De helft van de top 100 hoogste bruggen ter wereld, en vier van de top tien, staan in Guizhou. Deze regio staat al lang bekend als een van de armste en meest onderontwikkelde gebieden van China. De spreuk “geen vlak land gedurende drie li, geen heldere hemel gedurende drie dagen”, weerspiegelt de barre omstandigheden.24De strategische nabijheid van Guizhou tot Zuidoost-Azië biedt mogelijk een geopolitieke rechtvaardiging voor deze bruggen. Dit argument is op zich echter niet overtuigend genoeg, gezien de enorme investering die erbij gemoeid is en het risico op een mislukking.
De bovenstaande voorbeelden leggen een diepe tegenstrijdigheid bloot: hoewel de ontwikkeling van de markteconomie het basisbeleid uitmaakt van China’s hervormingen en een nationale economische strategie is, is veel van het praktische ontwikkelingswerk niet afgestemd op de principes van een zuiver op winst gerichte markteconomie. Op verschillende niveaus en in verschillende gebieden hebben deze experimenten nieuwe combinaties van economische, productie- en hulpbronfactoren met zich meegebracht. De objectieve effecten van deze experimenten hebben zich al tot ver buiten de grenzen van deze projecten verspreid en hebben grootstedelijke gebieden, industriële ecosystemen en zelfs woonwijken bereikt. Aangezien China een belangrijke rol speelt in de wereldwijde economische ontwikkeling, met name via de Nieuwe Zijderoute, krijgen deze experimenten een nieuwe betekenis: ze bieden een grootse visie voor de herstructurering en reorganisatie van de wereldeconomie op grotere schaal, in overeenstemming met socialistische principes.
In de analyse van China’s hervormings- en openingsproces, vooral voorafgaand aan het “Nieuwe Tijdperk” dat werd ingeluid met het 19e Nationale Congres van de CPC in 2017, kreeg de door de staat geleide bouw van grootschalige infrastructuur vaak niet dezelfde mate van aandacht als realisaties van de particuliere sector, zoals Jack Ma’s Taobao en Ant Financial (nu Ant Group), of Pony Ma’s Tencent Goldings.25 Dit had ernstige gevolgen: voor veel Chinezen was het niet duidelijk wat hervorming inhield. Het kon geassocieerd worden met de volledige ontwikkeling van de markteconomie, met het toestaan dat sommigen eerst welvarend werden, of simpelweg een methode om China te moderniseren. Dit zijn puur economische opvattingen over hervormingen die de afgelopen jaren in China erg populair zijn geworden. Hoe succesvoller het hervormingsproces, hoe populairder deze economistische visie wordt.
China’s hervorming markeert het begin van een nieuwe historische fase voor de socialistische beweging. Het integreren van de markteconomie in de socialistische economie en deze vervolgens herstructureren tot een nieuw economisch systeem is geen puur economistische daad. In de praktijk is het hervormingsproces doordrenkt van ideologische tegenstrijdigheden. Concurrerende ideologische tendensen worstelen om zichzelf waar te maken via het hervormingsproces.
Om de economistische kijk op hervorming te bekritiseren en de ideologische strijd binnen het hervormingsproces te herkennen, kan het werk van Louis Althusser als een waardevolle theoretische bron dienen. Het denken van Althusser onderscheidt zich: terwijl hij scherpe kritiek levert op hoogdravende traditionele filosofie, benadrukt hij ook consequent de noodzaak om theorie met praktijk te verbinden. Op de kaart van het hedendaagse marxisme neemt Althussers Over de reproductie van het kapitalisme een uiterst belangrijke plaats in.26 Dit werk reconstrueert de marxistische staatsleer en presenteert uitgebreid de theorie van de ideologische staatsapparaten en hun onlosmakelijke verband met de reproductie van productieverhoudingen.
In tegenstelling tot de geschriften van Marx en Lenin over de staat introduceert Althusser het sleutelbegrip ideologie. Na het analyseren, bekritiseren en herinterpreteren van diverse traditionele concepten van ideologie, waaronder het klassieke marxistische concept, presenteert hij een geheel nieuw begrip: ideologie is niet louter een spirituele activiteit of een bestaan van ideeën, maar een
materieel bestaan. Ideologie bestaat altijd binnen instellingen, in het bijzonder binnen de staat of het staatsapparaat, en wordt een onmisbare structurele component die de werking van het staatsapparaat mogelijk maakt. Hij haalt hier een beroemde metafoor aan: als we de staat en de maatschappij als een gebouw beschouwen, dan is ideologie het cement dat alles bij elkaar houdt.
Volgens Althussers staatstheorie gebruikt socialistisch China, dat een revolutionaire regering heeft gevestigd met controle over de ideologische staatsapparaten, deze van nature om de reproductie van socialistische productieverhoudingen te waarborgen. Maar omdat China’s economisch beleid het naast elkaar bestaan van verschillende eigendomsvormen toestaat, is het niet meer dan normaal dat deze vormen zich ook zullen inlaten met de reproductie van bepaalde productieverhoudingen. Tegelijkertijd zullen deze respectievelijke reproducties van productieverhoudingen onvermijdelijk met elkaar concurreren.
Deze concurrentie vervult twee functies: ten eerste stimuleert ze de economie, creëert ze nieuwe kansen voor ontwikkeling, dynamiek en structurele transformatie; ten tweede maakt ze ook gebruik van diverse staatsmechanismen – met uitzondering van het politieke apparaat (dat stevig in handen is van de socialistische staat) – om haar reproductie te verwezenlijken. We kunnen de volgende vraag stellen: is deze gelaagde, meervoudige en multidirectionele reproductie een essentiële reden voor de complexiteit van de economische ontwikkeling in het hervormingsproces? En is ze eveneens een belangrijke reden voor het bestaan van uiteenlopende, tegenstrijdige en botsende ideologische en kennissystemen binnen het huidige hervormingsproces?
De moeilijkheid om het hedendaagse Chinese socialisme te begrijpen vindt vaak zijn oorsprong in een onvoldoende begrip van de complexiteit van de huidige hervormingen en het experimenteel karakter van de socialistische beweging. De hervorming van China bewijst echter dat we deze complexe gegevens onder ogen moeten zien en moeten plaatsen binnen de historische ontwikkeling van de marxistische theorie om wegwijs te worden in de complexe realiteit van de “grote veranderingen, ongezien in een eeuw”, om zo nieuwe mogelijkheden te openen voor het verwezenlijken van het socialisme.27De hervorming van China is beslist geen puur economistische hervorming, maar een reeks experimenten zonder weerga in de geschiedenis van de socialistische beweging.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Wenhua Zongheng Vol. 3, No. 1, vertaald naar het Engels door Tricontinental Institute. Vertaling in het Nederlands door Lava.
Footnotes
- Dit artikel is gebaseerd op een toespraak van de auteur op een academisch seminar getiteld “The “Two Movements” of the 1980s and the Socialist Issues in Contemporary China”, georganiseerd door Beijing Cultural Review (Wenhua Zongheng) op 16 maart 2024.
- Over de Commune van Parijs: Karl Marx, V.I. Lenin, Bertolt Brecht, Tings Chak and Vijay Prashad, Paris Commune 150 (LeftWord Books, 2021).
- Karl Marx, ‘Resolutions of the Meeting Held to Celebrate the Anniversary of the Paris Commune’, in MECW Vol. 23 (1872).
- Otto Bauer, The Austrian Revolution, (Haymarket Books, 2021).
- Lenin, ‘On Cooperation’, in Collected Works Vol. 33 (Progress Publishers, 1965).
- V.I. Lenin, ‘The Tax in Kind’, in Collected Works Vol. 32, (Progress Publishers, 1965).
- V.I. Lenin, ‘Eleventh Congress of the Russian Communist Party (Bolshevik)’, in Collected Works Vol. 33 (Progress Publishers, 1965).
- V.I. Lenin, ‘Eleventh Congress of the Russian Communist Party (Bolshevik)’, in Collected Works Vol. 33 (Progress Publishers, 1965).
- V.I. Lenin, ‘Fourth Anniversary of the October Revolution’, in Collected Works Vol. 33, (Progress Publishers, 1965).
- V.I. Lenin, ‘Seventh Moscow Gubernia Conference of the Russian Communist Party’, in Collected Works Vol. 33, (Progress Publishers, 1965).
- Mao Zedong, ‘Report to the Second Plenary Session of the Seventh Central Committee of the Communist Party of China’, in Selected Works of Mao Tse-tung Vol. IV, (Foreign Language Press, 1961).
- Chen Yun (1905-1995) was een CPC-leider die een sleutelrol speelde bij het vormgeven van het economische beleid van China onder het leiderschap van zowel Mao Zedong als Deng Xiaoping. Hij werd geboren in Qingpu (nu deel van Shanghai) en was hoofd van de Centrale Financiële en Economische Commissie van China. Meer van zijn werk: Chen Yun, Selected Works of Chen Yun Volume III (1956–1994), (Foreign Language Press, 1999), 13–26.
- The Institute of Party History and Literature of the Central Committee of the Communist Party of China, Chronicle of the People’s Republic of China (October 1949-September 2019) (Cengage Learning Asia, 2020), 42-244.
- Mao Zedong, ‘Preface to the Peasant Issue Series’, in Long Live Mao Zedong Thought (1968); Mao Zedong, ‘On New Democracy’, in Selected Works of Mao Tse-tung: Vol. II, (Foreign Language Press).
- Deng Xiaoping, Selected Works of Deng Xiaoping Vol. 3 (People’s Publishing House, 1993), 130–133.
- Party Literature Research Centre of the CPC Central Committee ed., A Chronology of Deng Xiaoping (1975-1997) (Volume II), (Central Party Literature Press, 2004), 1094.
- In de Chinese context verwijst de term involutie naar de felle interne concurrentie als gevolg van de markteconomie.
- Karl Marx and Friedrich Engels, The Communist Manifesto, (Penguin Classics, 2002).
- The World Factbook 2024 (Central Intelligence Agency, 2024).
- Dit zijn de cijfers toen de auteur dit artikel schreef. Maar in 2024 had China inmiddels 45.000 kilometer aan hogesnelheidsnet, terwijl de VS 735 kilometer had.
- Joe Sommerland, How Many Train Derailments Have There Been in the US in 2023?, Independent, 6 March 2023, www.independent.co.uk/news/world/americas/train-derailments-per-year-usa-b2294966.html.
- National Plan of Integrated Airport Systems (NPIAS), US Department of Transportation Federal Aviation Administration, 2018, www.faa.gov/sites/faa.gov/files/airports/planning_capacity/npias/current/NPIAS-Report-2019-2023-Narrative.pdf
- American Society of Civil Engineers, Bridging the Gap, May 2024, https://bridgingthegap.infrastructurereportcard.org/.
- Li (is een traditionele eenheid voor het meten van afstand in China. Een li is ongeveer vijfhonderd meter.
- Tijdens het 19e Congres van de CPC in 2017 werd de “Xi Jinping-gedachte over socialisme met Chinese kenmerken voor een nieuw tijdperk” aangenomen als leidende ideologie en opgenomen in de statuten van de CPC. Deze slogan bevestigde het doel van socialistische modernisering en nationale verjonging.
- Louis Althusser, On the Reproduction of Capitalism: Ideology and Ideological State Apparatuses (Verso, 2014).
- President Xi Jinping en de CPC gebruiken vaak de uitdrukking “de grote veranderingen, ongezien in een eeuw” om te verwijzen naar de veranderingen in het zwaartepunt van de mondiale economische en politieke macht.

