Artikel

Vrij spel voor het kapitaal: de libertaire wortels van het MAGA-gedachtengoed

Norbert Wohlfahrt

—18 december 2025

Het MAGA-gedachtegoed, een versmelting van tech-libertarisme en conservatisme, offert de democratie op voor de absolute vrijheid van het kapitaal. Een ‘paleo-libertair’ offensief dat ook in Europa terrein wint.

Het lijkt een paradox, libertaire tech-miljardairs uit Silicon Valley die dwepen met “minder overheid” maar tegelijk het autoritair optreden van de regering Trump toejuichen. De verzoening van libertarisme en conservatisme vormt echter de ideologische basis van de MAGA-beweging. Het doel is namelijk hetzelfde: meer vrijheid voor het kapitaal en minder door de staat opgelegde gelijkheid, ook als dat ten koste gaat van de democratie zelf. Deze radicale stroming bouwt verder op dezelfde economische theorie die aan de basis lag van het neoliberalisme. En net zoals het neoliberalisme uit Amerika kwam overwaaien, is Europa ook niet immuun voor dit ‘paleo-libertaire’ gedachtegoed.

De rechtse beweging “Make America Great Again” (MAGA) omvat heel wat personen en academische instellingen die onder de categorie van het libertarisme vallen of zichzelf daartoe rekenen. Neem bijvoorbeeld Peter Thiel, eigenaar van onder meer het surveillancesoftwarebedrijf Palantir (zeer gewaardeerd door het leger en de inlichtingendiensten). Hij is niet alleen een beschermheer en vertrouweling van de VS-vicepresident J. D. Vance, maar ook een prominente aanhanger van het presidentschap van Trump. Deze multimiljardair profileert zich als een rasechte libertariër en schreef reeds in 2009 dat vrijheid en democratie niet meer te verzoenen zijn.

Ook “Project 2025 – Mandate for Leadership” van de denktank Heritage Foundation, dat de blauwdruk heeft geleverd voor veel Trump-decreten, leent sterk van het libertarisme en zijn roep om een rol voor de staat die niet alleen wordt gekenmerkt door de versterking van de uitvoerende macht, maar waarin alle regelgeving die wordt gezien als beperking voor privébezit wordt afgeschaft.

Norbert Wohlfahrt is hoogleraar aan de Protestantse Hogeschool (Evangelische Fachhochschule) in Bochum. Hij houdt zich bezig met moderne rechtvaardigheidstheorieën en de gevolgen van de kapitalistische ontwikkeling voor het sociaal werk. De afgelopen tijd heeft hij ook het vakbondsvijandige beleid van christelijke welzijnsorganisaties onder de loep genomen en zich verdiept in inclusie als nieuw sociaal-politiek model.

De realpolitik van Trump wijkt op veel manieren af van de libertarische ideologie. De visie van het libertair anarchisme – een kapitalistische concurrentiemaatschappij zonder staat – maakt geen deel uit van het DNA van de MAGA-beweging, integendeel: elke deal van Trump is gebaseerd op de verwijzing naar de superieure staatsmacht, die de overeenkomst uiteindelijk kan afdwingen. Libertair fanatisme tegen de staat lijkt voor sommigen een contradictio in terminis: in de praktijk – zoals het presidentschap van Trump aantoont – kan meer kapitalisme alleen worden bewerkstelligd door meer staat. Hoewel de libertaire ideologie geen afspiegeling vormt van het Trump-regeringsbeleid, onthult ze toch veel over haar programma omdat ze ook de ideologische basis vormt van de wereldwijde strijd tegen elke vorm van “socialistisch” gedachtegoed voor een rechtvaardigere samenleving, waaronder ook de verzorgingsstaat.

Eigendom boven alles

Het concept neoliberalisme is nauw verbonden met de “Mont Pelerin Society”, die Friedrich Hayek in 1947 oprichtte. Volgens de neoliberale ideologie wordt het kapitalisme bedreigd door de sluipende opmars van het socialisme en een uitdijende verzorgingsstaat. Het libertarisme is de logische voortzetting van dit ideologische programma. Het is er diep van overtuigd dat de enige taak van de staat eruit bestaat de markt en de economische concurrentie te beschermen en de interne en externe veiligheid te handhaven.

Het libertarisme staat een idee van radicale vrijheid voor, gebaseerd op het geloof in een instituut dat deze vrijheid symboliseert en materiële macht geeft: het privébezit en de onbeperkte ontwikkeling ervan.1 Om dit te garanderen, moet de staat tot een minimum worden beperkt en moet vrije concurrentie waar mogelijk worden gestimuleerd. Zoals een van de grondleggers van het conservatieve libertarisme, Murray Rothbard, het beschrijft, zou de taak van de overheid niets anders moeten zijn dan de principes van eigendom en toe-eigening universeel geldig te maken: “Doordat de libertariër stelling neemt tegen aanvallen op persoonlijke eigendomsrechten, betekent dit anderzijds dat hij net zo sterk gekant is tegen alle overheidsbemoeienis inzake eigendom of de markteconomie door middel van controles, voorschriften, subsidies of verboden.

Voor libertariërs is marktfalen per definitie een teken van staatsinterventie die de vrijwillige coördinatie tussen marktspelers in de weg staat.

Als elk individu het recht heeft om over zijn eigendom te beschikken zonder angst voor agressieve inmenging, dan heeft hij ook het recht om dat eigendom ongehinderd weg te geven (bij testament of schenking) of te ruilen voor het eigendom van anderen (door vrije overeenkomst in een vrije markteconomie). De libertariër is voorstander van het onbeperkte recht op vrij eigendom en vrije ruil, d.w.z. een systeem van ‘laissez-faire-kapitalisme’.”2

Vanuit een libertarisch perspectief zijn alle betrekkingen tussen mensen uitwisselingsrelaties (in de woorden van Donald Trump: “deal-making”) en onderworpen aan de wetten van de vrije concurrentie. De staat moet zich beperken tot het veiligstellen van eigendom en de geldigheid van contracten. Internationale organisaties, bijvoorbeeld de WHO, of centrale banken hebben geen legitimiteit omdat ze niet bijdragen aan de dwingende plicht van de staat om eigendom te beschermen.3

In zijn pleidooi voor een nieuwe vrijheid stelt de econoom Murray Rothbard dat de kern van de libertarische overtuiging het absolute recht is van ieder mens op privébezit, “ten eerste van zijn lichaam en ten tweede van tot nu toe ongebruikte natuurlijke hulpbronnen die hij door zijn arbeid heeft ‘getransformeerd’”.4

 De hele libertarische doctrine is – volgens Rothbard – gebaseerd op de axioma’s van het recht op eigendom van zichzelf en het recht om “land te nemen”. De verdediging van eigendom als natuurwet vormt het moreel kompas van de libertariër, waaruit zijn relatie tot de markteconomie en de staat kan worden afgeleid.

Vrijheid is daarmee een toestand waarin de eigendomsrechten van ieder mens op zijn eigen lichaam en zijn legitieme materiële eigendom niet worden geschonden, d.w.z. dat men zich er niet mee bemoeit. Een leerling van Murray Rothbard, de sociale wetenschapper Hans-Hermann Hoppe, formuleerde dit programmatisch: “Een samenleving is vrij wanneer elke persoon erkend wordt als de exclusieve eigenaar van zijn eigen fysieke lichaam, wanneer elke persoon vrij is om goederen zonder eigenaar tot zijn privébezit te maken door ‘originele’ toe-eigeningsdaden, wanneer elke persoon vrij is om zijn lichaam en oorspronkelijk toegeëigende eigendommen te gebruiken (zonder de fysieke integriteit van de eigendommen van andere personen aan te tasten) en wanneer elke persoon vrij is om naar believen wederzijds voordelige overeenkomsten aan te gaan met andere personen betreffende hun respectieve eigendommen. Elke inmenging in deze rechten is een agressie en een samenleving is onvrij afhankelijk van de mate van dergelijke inmenging.”5

Uit het libertarische concept van de markt en concurrentie volgt dat eisen voor meer sociale gelijkheid rigoureus worden afgewezen. Vanuit libertarisch oogpunt is de strijd tegen het (door links opgeëiste) egalitarisme een absolute noodzaak. De sociale verschillen door eigendom zijn een teken van individuele vrijheid.

De Oostenrijkse School

De term “Oostenrijkse School” is het resultaat van de zogenaamde “Methodenstreit” in de economie in het laatste kwart van de 19e eeuw. In essentie is het een conflict tussen de vertegenwoordigers van een “spontane orde”, volgens welke de integratie van mensen in de markteconomie spontaan moet plaatsvinden, d.w.z. zonder enige dwang van de staat, en vertegenwoordigers van een “interventionistische” school, volgens welke politieke interventie in de markteconomie noodzakelijk is. De afwijzing van sociaal-politieke regelgeving is het resultaat van een idee volgens welke “marktruil” de vorm van vrij overleven vertegenwoordigt die geschikt is voor de menselijke conditie: “Zoals het de menselijke natuur betaamt, is dit onvermijdelijk in elke samenleving waarin de arbeidsverdeling en de daarmee gepaard gaande marktruil zo’n intensiteit hebben bereikt dat ieders levensonderhoud afhangt van het gedrag van anderen. In een dergelijke samenleving wordt iedereen gediend door zijn medemensen en dient hij hen op zijn beurt. De diensten worden op vrijwillige basis aangeboden: om iemand zover te krijgen dat hij iets voor me doet, moet ik hem iets anders aanbieden, iets wat hij liever wel heeft dan niet. Het hele systeem is gebaseerd op de vrijwillige aard van de uitgewisselde diensten.”6

Het verband tussen kapitalisme en vrijheid vormt de theoretische kern van de Oostenrijkse School, die de economische basis vormt van de ideologie van het libertaire kapitalisme. Hun theorie van menselijk handelen viert privébezit als de uitdrukking van menselijkheid bij uitstek. Volgens deze theorie handelen mensen altijd met een doel voor ogen, waaraan ze een subjectieve betekenis toekennen. Om naar deze doelen toe te werken, moet de actor kosten accepteren die worden vergeleken met de subjectieve doelen. In dit opzicht treedt iedereen op als ondernemer: als de subjectieve waarde van het bereikte doel hoger ligt dan de kosten, is er sprake van winst, d.w.z. het doel wordt daadwerkelijk nagestreefd. Als de kosten hoger zijn dan de subjectieve waarde, is het andersom. Een ruiltransactie is daarom – omdat beide partijen ernaar streven – vanaf het begin een zaak die de personen die betrokken zijn bij de ruil in een betere positie brengt.

Sociale ongelijkheid die voortvloeit uit eigendom wordt gezien als een uiting van individuele vrijheid.

Regelgeving door de staat verhindert een vrijwillige uitwisseling – een vaak genoemd voorbeeld is het minimumloon. Het is volgens deze economische heilsleer duidelijk dat het kapitalisme de sociale orde is die de maximale bevrediging van behoeften bewerkstelligt door de verdeling van arbeid en ruil en een gestage toename van de welvaart mogelijk maakt door spaargeld en kapitaalaccumulatie. In deze visie kan de markt helemaal niet falen: de markt werkt altijd zoals de deelnemers willen. Marktfalen is daarom altijd een indicatie van staatsinterventie die de vrijwillige coördinatie van marktdeelnemers belemmert.

De helse staat

Het is niet nodig om hier uit te leggen dat deze economische theorie expliciet gericht is tegen Marx’ waardetheorie. Dit besef dat de waarde van een product bepaald wordt door de sociaal noodzakelijke arbeidstijd wordt verworpen als vijandig tegenover de vrijheid omdat het gericht is tegen het principe van ongebonden menselijk handelen.7 Verdere economische “inzichten” volgen uit deze verwerping: aangezien er geen uitbuiting kan zijn, omdat iedereen probeert zijn eigendom te vergroten met de gegeven middelen, is het bestaan van klassen met verschillende objectieve belangen ook een socialistische waanidee die nergens goed voor is behalve het door de staat voorkomen van accumulatie van privébezit. Hetzelfde geldt voor het idee van sociale rechtvaardigheid, die alleen kan worden bereikt door marktverstorende interventies en dus de vrijheid van mensen bedreigt. Dit geldt ook voor het concept van de verzorgingsstaat, die het op zich neemt om voor individuen te “zorgen” en hen zo verhindert om op de markt te ruilen en zo hun eigen rijkdom te vergroten.

Aangezien welvaart en regulering door de staat alleen tot stand kunnen komen door geld dat aan marktdeelnemers wordt onttrokken (belastingen!), zijn belastingverlagingen daden van vrijheidsschepping. Elke vorm van geldcreatie door de staat moet strikt worden afgewezen.8

Het toppunt en de belichaming van het menselijk bestaan is “ondernemen”, wat als een waar wonder moet worden beschouwd. In de woorden van een libertaire econoom en persoonlijke vriend van de Argentijnse president Milei: “Ondernemen maakt het mogelijk voor acht miljard mensen om vreedzaam samen te leven. (…) Iedereen die bij de markt is betrokken neemt deel aan dit proces, dat nooit eindigt omdat onze kennis voortdurend verandert en we nieuwe doelen creëren. Dat brengt nieuwe wanverhoudingen met zich mee, die op hun beurt kunnen worden ontdekt en gecoördineerd door bedrijven die winst nastreven. Dat leidt op zijn beurt tot nieuwe verlangens en doelen en dus winstkansen enzovoort. Er wordt een proces gevormd dat zo creatief en gecoördineerd is als menselijk mogelijk is. Een maatschappelijke big bang, aangedreven door ondernemerschap. Een waar wonder.”9

Vanuit een libertarisch perspectief vermindert de afschaffing van een belasting altijd de macht van de staat, en is daarom een belangrijke stap op weg naar vrijheid. In oktober 1977 gaf de Amerikaanse Libertarian Party, opgericht in 1971, een verklaring met deze strekking uit: “We moeten ons niet binden aan een bepaald niveau van privatisering, want dat zou worden geïnterpreteerd als een goedkeuring van etatisme en een schending van de wet. Omdat we nooit in een positie mogen verkeren waarin we de voortzetting van tirannie bepleiten, moeten we alle maatregelen voor privatisering steunen waar en wanneer we maar kunnen.”

De succesvolle “eerste beweger”

Een van de best verkochte boeken wereldwijd (waarschijnlijk zelfs gelezen door Donald Trump) is Atlas Shrugged van Ayn Rand. Daarin viert de auteur de strijd van ondernemende zelfbevestiging tegen een gemeenschap die geregeerd wordt door de verzorgingsstaat – een dystopie van collectivistisch wanbeheer. De moraal van de roman, het vieren van de superioriteit van een individu dat uitsluitend wordt geleid door de verwezenlijking van zijn eigen belangen, de “eerste beweger”, tegenover de opleggingen van een matige overheid en parasitaire bureaucraten, vormt een verdere bouwsteen van de libertaire ideologie.10

Rands zogenaamde “objectivisme” verklaart dat kapitalisme de enige vorm van samenleving is die recht kan doen aan de menselijke natuur. De onbelemmerde ontwikkeling van de marktwerking is het beste mechanisme om maatschappelijke middelen te verdelen. Staatsoptreden dat verder gaat dan het veiligstellen van rechten en eigendom (bijvoorbeeld economische regulering, het opzetten van een zogenaamd “sociaal vangnet” enz.) heeft een destructief effect op de productieve energieën die verankerd zijn in ondernemerschap. De door Rand gevoede kapitalistische mantra (“to get things done”) biedt de ideologische begeleiding van de ontwrichting die de MAGA-beweging nodig acht om eindelijk alle barrières te verwijderen die zijn opgelegd aan het vrije ondernemerschap.

Vrijheid en gelijkheid moeten daarom worden gezien als politieke tegenpolen. Vrijheid staat voor de onafhankelijkheid van de persoon, voor vrij en organisch gegroeide instituties (zoals het gezin). Gelijkheid voor door de staat afgedwongen collectivisme en een ontkenning van de verschillen die het kapitalisme noodzakelijkerwijs voortbrengt als een bestaansvorm die overeenkomt met de menselijke natuur. Om een voorbeeld te geven: de transgenderrechtenbeweging wordt door MAGA-aanhangers gezien als een ideologie van groepsidentificatie, die moet worden begrepen als een uitdrukking van gelijkheid, willekeur en relativisme. De strijd van de MAGA-beweging tegen deze “ideologie” is als het ware een strijd voor de vrijheid van het soevereine individu.

De materiële basis van de ideologie van soevereine individualiteit is de kapitalistische concurrentiestrijd. Daarin jaagt elk individu geluk na, in de zin van de “pursuit of happiness” zoals die is vastgelegd in de Amerikaanse grondwet, richt zijn belangen uitsluitend op succesvol zijn in de wedijver die hem is opgelegd en veracht diegenen die zich hierin niet hebben kunnen handhaven. Het is zeker geen toeval dat de internetsector wordt gezien als de voorhoede van het herstel van soevereine individualiteit omdat het staatsregulering overbodig lijkt te maken. Daarom profileren de meeste grote spelers in de digitale wereld zich als fans van Ayn Rand, die hun de filosofische rechtvaardiging biedt voor hun schijnbaar superieure persoonlijkheid.11

Staat toch onmisbaar

Waar geld vermenigvuldigd wordt, heersen echte vrijheid en innovatie, luidt de libertarische boodschap. Daarom moet het feit dat deze heilsleer niet overal ter wereld wordt gevolgd en dat regeringen en partijen nog steeds besmet zijn met het gelijkheid nastrevende gif van socialisme en verzorgingsstaat dringend worden gecorrigeerd. In dit opzicht omvat de ideologie van het van al zijn ketenen bevrijde kapitalisme ook de vraag naar een globalisering die helpt om staatsregulering wereldwijd te overwinnen.

Voor Silicon Valley verworden staten tot ‘start-ups’ waarvan de efficiëntie wordt afgemeten aan hun lage belastingdruk, lonen en regeldruk.

De Big Tech sector van Silicon Valley neemt het voortouw in een mondiaal georiënteerde strategie van internationale bedrijven die de wereldmarkt beschouwen als een product van soeverein ondernemerschap zonder staatsinmenging.12 In deze visie zijn staten “start-ups” die worden gekenmerkt door hun efficiëntie. Dit wordt gemeten aan de hand van (lage) belastingen, (lage) lonen en (minder) regelgeving. Toenemende sociale ongelijkheid is een teken van de “positieve vrijheid” die bereikt moet worden.

Dat deze visie de staat en zijn repressieve instrumenten meer dan noodzakelijk maakt, de strikte handhaving van de openbare orde tegen binnenlandse tegenstanders geenszins overbodig verklaart en de natiestaat opgewaardeerd wil zien als de spil van de menselijke vrijheid, kan men als een tegenstrijdigheid met het libertarische ideaal van een minimale staat beschouwen. Maar in de praktijk heeft zelfs een samenleving van vrije burgers een gemonopoliseerde macht nodig die hun vrijheid beschermt.

De verzoening van libertarisme en conservatisme

Wanneer Donald Trump de Bijbel ophoudt naar zijn onderdanen, het gezin wil beschermen tegen het spookbeeld van abortus en Amerika prijst als “God’s own country”, zal menig libertariër zich afvragen wat dit met de marktvrijheid te maken heeft. De nadruk op nationale en culturele waarden die deugdzaam gedrag bevorderen en (analoog aan het “objectivisme” van Ayn Rand) objectieve morele principes uitdragen (bijvoorbeeld anti-egalitarisme) is echter een principe van een bepaald libertarisme dat cultureel conservatisme en radicale marktvrijheid definieert als onlosmakelijk met elkaar verbonden. De afwijzing van staatsinterventie in de economie en het maatschappelijke leven komt overeen met de vraag naar het behoud van traditionele waarden en normen, die worden gezien als het fundament van de samenleving.13

Er wordt bijzonder belang gehecht aan instellingen zoals het gezin en religie, die worden beschouwd als een bolwerk van het maatschappelijk middenveld tegen etatisme.14 In het memorandum “Project 2025 – Mandate for Leadership” wordt een Amerika geschetst waarin abortus streng verboden is, een repressieve seksuele moraal geldt, er geen publieke scholen meer zijn en het rechtssysteem hard is – waarbij christelijke principes de expliciete basis van deze agenda vormen. “Gezinnen die bestaan uit een (getrouwde) moeder en vader en hun kinderen vormen de basis van een goed geordende natie en een gezonde samenleving”, aldus Roger Severino, auteur van de Heritage Foundation. Project 2025 wil “het huwelijk als norm versterken, gebroken gezinnen herenigen en ongehuwde koppels aanmoedigen om voor het huwelijk te kiezen” door middel van onderwijsprogramma’s, belastingvoordelen en andere methoden.15

De positie van het gezin, privébezit, de vrije markt en het concept van vrijheid worden gezien als een uitvloeisel van de christelijke cultuur, waardoor de waarden van het (voornamelijk protestantse) christendom de bepalende parameters zijn voor de ontwikkeling van het kapitalisme: “Paleo-libertariërs geloven dat conservatieve waarden, morele concepten, conventies en tradities bevorderlijk zijn voor welvaart en sociale cohesie in de burgermaatschappij. Mensen zijn van nature ongelijk, wat leidt tot natuurlijke hiërarchieën. Natuurlijk gezag is noodzakelijk en belangrijk. Het ontstaat in vrijwillige sociale structuren zoals gezin, kerk en gemeenschap.”16

Het principe van de zogenaamde paleo-libertariërs dat mensen natuurlijke instellingen nodig hebben die individuen steun en oriëntatie bieden als pijlers van het samenleven, maakt deel uit van de basisprincipes van libertarische morele concepten. De strijd van de kapitalistische concurrentie wordt aangevuld met de opbouw van een spiritueel en moreel leven, met als wortels het gezin, de sociale groep en de natie. Het paleo-libertaire verlangen naar een moreel gefundeerde orde die gegarandeerd wordt door het woord van God, staat zichzelf de tegenstrijdigheid toe om patriottische gemeenschappelijkheid en individuele wilssoevereiniteit als inherent bij elkaar horend te zien. Stabiliteit, orde, continuïteit, dankbaarheid en plichtsgevoel zijn de conservatieve vereisten van het patriottisch-libertarische waardensysteem.17In dit verband worden gender- en diversiteitsprogramma’s ook bestreden als het product van een misplaatste liberale vooruitgangsideologie.18

Etatistische fout

In al zijn facetten blijkt het libertarische programma het ideaal te zijn van kapitalistische concurrentie bevrijd van alle beperkingen. In deze visie wordt de staat gezien als een geïnstitutionaliseerde tegenstrijdigheid met het gebod om het eigendom van anderen niet te begeren. Deze agenda als model voor een regeringsprogramma vereist daarom zoiets als een revolutie op alle niveaus van het maatschappelijke leven en op alle niveaus van de geïnstitutionaliseerde staatsmacht. Uiteindelijk is de democratische staat, als deze tot zijn logische conclusie wordt doorgetrokken, ook een etatistische fout, omdat democratische gelijkheid volledig onverenigbaar is met het idee van een universeel recht op het vergroten van eigendom. Vanuit een libertarisch perspectief wordt democratie als staatsorde niet bepaald door het feit dat we onszelf besturen, maar “in een democratie kan iedereen hopen zelf heerser te worden en dus, in plaats van belasting te betalen, de door anderen betaalde belastingen te mogen consumeren”.19

De Amerikaanse blogger Curtis Yarvin, naar wie niet alleen Peter Thiel, maar ook de VS-vicepresident J. D. Vance instemmend verwijst, bekritiseert democratie als een illusie, omdat de echte macht niet bij de gekozen politici ligt, maar vertegenwoordigd wordt door een elite van academici, bureaucraten en journalisten, die hij “de kathedraal” noemt. Deze “kathedraal” creëert ideologische overeenstemming, en dit ideologische systeem, deze “deep state”, kan niet worden doorbroken door verkiezingen. Democratie is dus meer een ritueel dan een feitelijke constitutie van politieke macht door middel van vrije verkiezingen. De echte heersers zijn de ongekozen elites, die ook de ideologische fundamenten voor de uitoefening van de regering ontwikkelen.20In de kern is die ideologie volgens Yarvin communistisch, zelfs in de Verenigde Staten dat hij een “cultureel communistisch” land noemt.

Democratie fungeert eerder als een ritueel dan als de daadwerkelijke vestiging van politieke macht door middel van vrije verkiezingen.

Wat in Yarvins visie de democratie moet overwinnen is een systeem van gecentraliseerde macht dat gebaseerd is op competentie en op een goed geleid bedrijf lijkt. Besluitvorming moet voorbehouden zijn aan diegenen die de relevante expertise hebben en regeringsverantwoordelijkheid uitoefenen, zoals de CEO van een effectief geleide onderneming. Het libertarische ideaal is een staat die functioneert zoals in de zakenwereld. De succesvolle bedrijven daar staan voor efficiëntie en pragmatisme. Ze moeten winstgevend zijn en hun overleving wordt bepaald door hun eigen discipline en de gebeurtenissen op de markt, niet door politieke wil of de conjunctuur van de publieke opinie.21

Met haar “Project 2025” neemt de Heritage Foundation het idee over uit deze kritiek op de democratie dat grote delen van de staatsbureaucratie onafhankelijk moeten worden van de regering en spreekt van de “administratieve staat”. Deze is onafhankelijk geworden van de centrale macht en wordt gekenmerkt door “geïsolereerde zuilen”. Er wordt onder andere kritiek geuit op de macht van de wetgevende macht, de onafhankelijkheid van de administratieve bureaucratie en het gebrek aan controle van de president. “Retire All Government Employees” (RAGE) was de aanbeveling van blogger Yarvin, die vorm heeft gekregen in het Department of Government Efficiency (DOGE) dat aanvankelijk werd geleid door Elon Musk.

Door de uitvoerende macht te versterken, willen de auteurs van het “Mandate for Leadership” een einde maken aan de toestand van een bureaucratie die de macht van de president beperkt. De VS-president krijgt meer macht en het Congres, als controlerend orgaan van de uitvoerende macht, wordt nog verder teruggedrongen dan nu al het geval is. Een belangrijk onderdeel van de versterking van de uitvoerende macht is het vermogen van de president om de grondwettelijke bevoegdheid van het Congres om de nationale begroting vast te stellen, in te trekken en controle te krijgen over het personeel van de federale overheid.

Project 2025 formuleert overeenkomstige doelstellingen: medewerkers moeten zich meer inzetten voor het MAGA-project, meer ambtenarenfuncties moeten worden ingevuld met eigen politieke medewerkers en huidige ambtenaren moeten via verschillende maatregelen worden aangemoedigd om te handelen in overeenstemming met de ideeën van de president. (“We willen ze traumatiseren”, zegt projectverantwoordelijke Russell Vought over de niet-loyale ambtenaren.) Het gebruik van staatsmacht, niet beperkt door de wet of te veel bureaucratie, als een manier van besturen volgens ondernemersnormen is het ideaal van een libertaire staatsorde die als bestaansdoel heeft om meer beschikkingsmacht te geven aan het kapitaal over de mensen en natuurlijke hulpbronnen van deze aarde.22

Wat nou isolationisme?

De vrijheid van het kapitaal vereist de vrijheid van de volkeren van deze wereld, en het is de libertaire visie om hen deze vrijheid terug te geven. Het oordeel over de op regels gebaseerde wereldorde – met de Verenigde Naties en de Wereldhandelsorganisatie – die door de westerse bondgenoten zo wordt gewaardeerd, is navenant negatief: het heeft Amerika diep geschaad, China versterkt, de nationale soevereiniteit ondermijnd en migranten van over de hele wereld het land binnengebracht. In deze visie is de Europese Unie de voortdurende poging om de natiestaten van hun soevereine beslissingsbevoegdheid te beroven en een supranationale macht te vestigen.23

De auteurs van het “Mandate for Leadership” roepen op tot een getransformeerde NAVO waarin de bondgenoten veel meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen conventionele defensie. Het leidende principe van de aanval op de op regels gebaseerde wereldorde is “America First” – dit heeft de regering Trump ten onrechte het verwijt van isolationisme opgeleverd. Want bij nuchtere reflectie kan daar geen sprake van zijn: in het eerste jaar van zijn tweede ambtstermijn heeft de VS-president de onafhankelijkheid van Canada en de band met Denemarken van Groenland ter discussie gesteld, de Houthi’s in Jemen en de nucleaire installaties van Iran laten bombarderen, Latijns-Amerikaanse landen gechanteerd met douane- en sanctiebeleid om zijn migratiebeleid af te dwingen en regeringen aangevallen zoals die in Cuba en Venezuela die terugvechten tegen het VS-imperialisme.

Mensenrechten en internationaal recht zijn hier net zo min van belang als de verplichtingen van het bondgenootschap, die worden gezien als een eenzijdige last voor de glorieuze leidende macht, de VS. Tegen de achtergrond van het ideaal van een wereld waarin alle natiestaten hun eigen defensie organiseren, alle socialistische en verzorgingsstaatregels de oorlog verklaren en hun economische ontwikkeling autonoom voortzetten, wordt de droom van “Wandel durch Handel” (het liberaliseren van socialistische landen door ze op te nemen in de kapitalistische wereldhandel, red.) tot mislukking verklaard. Vanuit patriottisch-libertair oogpunt betalen de VS de prijs voor de ongecontroleerde globalisering, die de concurrentie heeft versterkt en slechts industriële ruïnes heeft achtergelaten voor de binnenlandse arbeidersklasse.24

Het MAGA-ideaal behelst een nieuwe wereldorde gestoeld op een conservatieve moraal, waarin hard werken, het gezin en christelijke waarden centraal staan.

Het ideaal van de MAGA-beweging is een nieuwe wereldorde gebaseerd op conservatieve moraal die het valse vooruitgangsgeloof van de neoliberale globalisering overwint en hard werk, het gezin en de christelijke moraal centraal stelt. De jaren waarin de arbeidersklasse en haar gezinnen werden opgeofferd aan het neoliberale economisme zullen – zo luidt de belofte – plaatsmaken voor een gouden eeuw waarin een nieuw conservatisme de weg wijst: “Faith. Family. Work. Worship. Sovereignity. Sacrifice.25 Op deze basis moeten de VS hun economisch leiderschap in de wereld consolideren en uitbreiden.

Het spreekt voor zich dat in een wereldorde waarin natiestaten migratie bestrijden en de kracht van kapitaal bevorderen, een quasi-natuurlijke hiërarchie van de landen in de wereld is ingecalculeerd. In deze wereld is er geen plaats voor spelers als de Volksrepubliek China, wier successen op de wereldmarkt ten koste gaan van de Verenigde Staten vanuit een MAGA-perspectief, en ook niet voor de “shithole countries”, waarvan het economisch falen getuigt van de onbekwaamheid van het volk en de natie. Trump, kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede, en wiens “vredesbeleid” bestaat uit oorlogsdreigingen van allerlei aard om “deals” af te dwingen, wordt ook verondersteld om alle andere naties de weg te wijzen naar een glorieuze post-liberale toekomst.

“Meer kapitalisme durven”

De huidige bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland, Friedrich Merz, heeft in 2008 al enkele basisideeën van het libertarische wereldbeeld opgenomen in zijn boek “Mehr Kapitalismus wagen” om te polemiseren tegen de “herverdelende staat” en dus tegen het principe van sociale rechtvaardigheid: “In de mate dat onze markteconomie gedijt op concurrentie en eigendom, gedijt ze enerzijds op de natuurlijke ongelijkheid die ons allemaal tot unieke, verschillend begaafde individuen maakt. En ten tweede gedijt ze op de materiële ongelijkheid die onvermijdelijk het gevolg is van vrije concurrentie voor de beste ideeën, innovaties en producten. De gevolgen hiervan zijn misschien niet populair, maar het is een kwestie van politieke eerlijkheid om ze te formuleren: het verminderen van materiële ongelijkheid is geen politiek doel op zich in een gemeenschap die georganiseerd is in een markteconomie.”26

De politieke agenda van de “westerse waardengemeenschap” volgt min of meer dit programma en is gericht op het versterken van het concurrentievermogen en het afbouwen van de buitensporige verzorgingsstaat. De militarisering van de staat en de samenleving vindt plaats onder de dekmantel van democratie, en de strijd tegen migratie wordt verondersteld onze waardengemeenschap te redden van de ondergang. Gematigde liberalen sparen hun minachtende kritiek niet op de MAGA-beweging, haar grillige leider en zijn narcisme, de antidemocratische impulsen en het verraad van westerse wereldorde.27 Maar de westerse wereld is al lang begonnen om de gevaren die van het libertaire gedachtegoed uitgaan te interpreteren als een kans voor het kapitalisme en voor het in gereedheid brengen van staten en bevolkingen voor een nog intensievere concurrentiestrijd, waaronder de oorlogsverklaring aan andere autocratische regimes zoals dat in Moskou.

In het licht van de opmars van libertaire ideologie en de sluipende implementatie ervan moeten we niet verbaasd zijn als steeds meer regeringen meer sociale ongelijkheid als onmisbaar gaan beschouwen, de ondernemer uitroepen tot de leidende figuur van maatschappelijke activiteit, bureaucratie brandmerken als een keurslijf van efficiënt bestuur, klimaatbescherming en de duurzaamheid van economische activiteit ondergeschikt maken aan kapitalistische uitbuitingsbelangen en – in de woorden van de huidige kanselier van de leidende Europese natie – alles richten op “meer kapitalisme durven”.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Junge Welt in 2 delen op 13 en 14 augustus 2025. “Freie Bahn fürs Kapital” en “Demokratie als Fessel”. Samenvoeging en vertaling door Lava Media.

Footnotes

  1. Dit concept van vrijheid heeft niets te maken met het “inzicht in de noodzakelijkheid” (Friedrich Engels: “Vrijheid van de wil betekent niets anders dan het vermogen om met kennis van zaken te kunnen beslissen”). Het viert de willekeur van privébezit dat wordt afgedwongen en in stand gehouden door staatsmacht.
  2. Murray Rothbard, For a new Liberty (1973). P. 12 in de Duitse vertaling (Berlijn, 2012).
  3. Milton Friedman, het liberale brein achter de libertaire marktorde, ziet daarom de rol van de staat als een soort scheidsrechter: “De wijdverspreide effectiviteit van de markt vermindert de last op de sociale structuur door de noodzaak van conformiteit in alle gerelateerde activiteiten te elimineren. Hoe meer activiteiten door de markt worden gedekt, hoe kleiner het aantal problemen waarvoor een duidelijke politieke beslissing en overeenkomst nodig is. Dus hoe minder kwesties instemming vereisen, hoe groter de kans op overeenstemming met behoud van een vrije samenleving.” Milton Friedman, Capitalism and freedom (1962). P. 47 in de Duitse vertaling (Stuttgart, 2024).
  4. Rothbard, p. 39
  5. Hans-Herrmann Hoppe, Getting Libertarianism Right. Auburn (Alabama) 2018, p. 37
  6. Ludwig von Mises, Der historische Rahmen der Österreichischen Schule der Nationalökonomie. Auburn (Alabama) 2003, p. 59
  7. Volgens Eugen von Böhm-Bawerk, een pionier van de Oostenrijkse School, is er geen uitbuiting, integendeel: de ondernemers helpen de arbeiders omdat ze hun loon vooruit zouden betalen. Marx negeert de factor tijd en tijdsvoorkeur. Hij overschat ook de factor arbeid. Marx’ arbeidstheorie van waarde is cirkelvormig. Technische vooruitgang vervangt menselijke arbeid niet, het maakt het alleen productiever en zorgt zo voor een toename van de kapitaalvoorraad en algemene welvaart.
  8. De vertegenwoordigers van de Oostenrijkse School hebben felle kritiek op het opgeven van de goudstandaard door de regering-Nixon en op het vermogen van de centrale bank om geld te creëren. Het zogenaamde fiatgeld is een uiting van de regelzucht van de staat, die indien mogelijk voorkomen moet worden door de centrale banken af te schaffen.
  9. Philipp Bagus, La era Milei: El despertar libertario (2025). P. 179 in de Duitse vertaling (München, 2025)
  10. Rands verklaarde doel bij het schrijven van de roman was “laten zien hoe wanhopig de wereld de eerste bewegers nodig heeft en hoe wreed ze hen behandelt”, en om uit te beelden “wat er gebeurt met een wereld zonder hen”.
  11. Een werk dat ook wordt aanbevolen door Peter Thiel stelt programmatisch: “Op het hoogste productiviteitsniveau zullen deze soevereine individuen met elkaar concurreren en op elkaar reageren onder omstandigheden die doen denken aan de betrekkingen tussen de goden in de Griekse mythologie. De ongrijpbare Olympus van het volgende millennium zal in de cyberspace liggen.” James Dale Davidson/William Rees-Mogg: The Sovereign Individual. New York 1997, p. 18
  12. In zijn boek Crack-up Capitalism (2023) laat Quinn Slobodian aan de hand van verschillende voorbeelden zien hoe het ideaal van privésteden en belastingparadijzen zonder overheidsregulering inspireert tot een libertair “postkolonialisme” dat staten als bedrijven en burgers als klanten ziet en streeft naar een reorganisatie van de wereld. Staten worden gezien als een plaats “waar ‘contractuele burgers’ samen kunnen komen en een echt sociaal contract kunnen sluiten, zodat inmenging in privé-eigendomsrechten in naam van het ‘algemeen welzijn’ onmogelijk is. Er zou geen collectieve politiek zijn, alleen geatomiseerde individuen die hun ‘eigen soeverein’ zouden zijn”. P. 278 in de Duitse vertaling (Berlijn, 2023)
  13. Conservatieve libertariërs zoals de zogenaamde paleo-libertariërs onderscheiden zich van de neoliberalen, die vrijheid ook opvatten als niet gebonden zijn aan de burgerlijke moraal en traditionele hiërarchieën en autoriteiten afwijzen.
  14. Vgl. Philipp Bagus: Die Ära Milei. Argentiniens neuer Weg. München 2025
  15. David A. Graham, The Project: How Project 2025 is Reshaping America and the World (2025). P. 109 in de Duitse vertaling (Frankfurt am Main, 2025)
  16. Bagus, p. 109
  17. Vgl. Patrick J. Deneen, Regime Change. Towards a Postliberal Future (Londen, 2023)
  18. Sam Bright beschrijft een visie die hiervan is afgeleid: “Een visie waarin de superrijken een luxeleven zouden leiden, vrij van de beperkingen van belastingen en regelgeving, terwijl de meerderheid de kost verdient met een baan zonder enige bescherming, op zondag naar de kerk gaat, vrouwen kinderen baren die ze zich niet kunnen veroorloven en voor wie er geen gezondheidszorg en weinig onderwijs is, en de enige geaccepteerde vorm van liefde heteroseksueel is.” Sam Bright: Heritage Foundation and Allies Discuss Dismantling the EU, 2025, www.desmog.com/2025/03/14/heritage-foundation-project-2025-allies-mcc-ordo-iuris-discuss-dismantling-the-eu-european-union
  19. Hans-Herrmann Hoppe, Getting Libertarianism Right (Alabama, 2018). P. 81
  20. Curtis Yarvin alias Mencius Moldbug, An Open Letter to Open-Minded Progressives (2008). Hoofdstuk 1, A Horizon Made of Canvas, blogpost van 17 april 2008
  21. Yarvin beveelt een nieuw besturingssysteem aan met de naam Patchwork: “Het basisidee van Patchwork is dat we de waardeloze regeringen die de geschiedenis ons heeft gegeven, opheffen en vervangen door een wereldwijd spinnenweb van tienduizenden of zelfs honderdduizenden soevereine en onafhankelijke minilandjes, geregeerd door hun eigen corporatie zonder rekening te houden met de mening van hun inwoners.” Geciteerd in Hugo Thornton Rowley, Curtis Yarvin and the Neoreactionary Canon, Made Simple. Zelf gepubliceerd 2025, p. 35 e.v.
  22. De tegenstrijdigheid dat je meer vrijheid voor het kapitaal kunt bewerkstelligen door minder staatsregulering, maar dit alleen bereikt kan worden door versterking van de uitvoerende macht van de staat, ligt voor de hand en is een nieuw voorbeeld van het programma van het libertarisme, dat niet vrij is van tegenstrijdigheden.
  23. De Heritage Foundation stelt: “De EU ontwikkelt zich tot een quasi-federale staat die de nationale beslissingsbevoegdheid beperkt” en “ideologisch gemotiveerd beleid oplegt aan lidstaten zonder mandaat.” Bright, 2025
  24. Vgl. Kevin Roberts, America’s Golden Age: A Return to the Permanent Things, Heritage Foundation, 10 juni 2025, www.heritage.org/conservatism/commentary/americas-golden-age-return-the-permanent-things
  25. Ibid.
  26. Friedrich Merz, Mehr Kapitalismus wagen. Wege zu einer gerechten Gesellschaft (München, 2008). P. 28
  27. Vgl. Elmar Thevessen, Deadline. Wie das System Trump die Demokratie aushöhlt und uns alle gefährdet (München, 2025)