Artikel

Wilders’ overwinning bewijst de noodzaak van een waarlijk links project

Jouke Huijzer

—6 december 2023

De verkiezingen die in Nederland laten zien dat, wanneer de deur naar de macht voor extreemrechts open wordt gezet, journalisten, opiniemakers en kiezers er alles aan zullen doen om ze er door te duwen. Echter, belangrijker dan die deur stijf dicht te houden met een cordon sanitaire, is het opbouwen van een onbeschaamd links project dat voor de aanval durft te kiezen.

Shutterstock

De Nederlandse politiek had de afgelopen zomer veel weg van een ‘politieke transferzomer’. Zoals in het voetbal spelers elke zomer voor enorm veel geld van club wisselen, zo gold voor de 16 partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren en aan de verkiezingen deelnamen, dat ook zij flink wat wijzigingen doorvoerden en politiek kapitaal overboord smeten. Premier Mark Rutte kondigde op 11 juli aan na de verkiezingen niet terug te keren in de Nederlandse politiek. De sociaaldemocraat Frans Timmermans, toen nog eurocommissaris voor Klimaat, werd uit Brussel gehaald terwijl Wopke Hoekstra, de leider van het christendemocratische CDA, juist naar Brussel vertrok. Een groot percentage van de zittende Kamerleden gaf aan niet opnieuw verkiesbaar te zijn en zeker zeven partijen – waaronder alle middenpartijen – wisselden van partijleider. Behalve Rutte kondigden ook politieke zwaargewichten als Sigrid Kaag (D66) en Renske Leijten (SP) aan te stoppen en daarnaast besloten rising stars als Sylvana Simons (Bij1) en Farid Azarkan (DENK) uit de politieke arena te vertrekken.

Ook de verschillende politieke formaties werden gewijzigd: de groenen (GroenLinks) en sociaaldemocraten (PvdA) zetten het voornemen om hun fracties te fuseren door en kwamen met een gemeenschappelijke GroenLinks-PvdA lijst die werd aangevoerd door Frans Timmermans. Caroline van der Plas, die met de BoerBurgerBeweging (BBB) dit voorjaar nog een klinkende verkiezingsoverwinning boekte bij de Provinciale Statenverkiezing, gaf aan zelf geen premier te willen worden. In plaats daarvan, kondigde 1 de partij aan dat voormalig CDA-minister Mona Keijzer kandidaat-premier zou zijn namens de BBB. Maar een dag later maakte ze 2 dat weer ongedaan: dat zouden ‘de media ervan gemaakt hebben’.

Jouke Huijzer is redacteur van Jacobin Nederland en doctoreert aan de Vrije Universiteit Brussel in de Politieke Wetenschappen.

De VVD schoof de huidige minister van Justitie Dilan Yesilgöz naar voren – geboren in, en gevlucht uit het Koerdische deel van Turkije, opgegroeid in Amsterdam, fervent Ajaxsupporter en in een ver verleden nog actief voor de Socialistische Partij (maar daar is niets meer van te merken). De zomer werd afgesloten met de aankondiging van voormalig CDA-kamerlid Pieter Omtzigt dat hij mee zou doen met zijn eigen partij Nieuw Sociaal Contract (NSC). Omtzigt verwierf vooral bekendheid en populariteit met het blootleggen van het toeslagenschandaal waarbij duizenden Nederlanders onterecht van fraude werden beschuldigd en diep in de schulden geduwd door de staat. Het leidde in 2021 tot de val van het kabinet-Rutte III en toen, na eerst veel tegenwerking uit zijn eigen partij te hebben ervaren, er tijdens de formatie van het kabinet-Rutte IV uitkwam dat Rutte Omtzigt graag een ‘functie elders’ aan wilde bieden, besloot hij op eigen houtje verder te gaan als Kamerlid.

Sportjournalistiek

Deze verkiezingen beloofden de spannendste en bepalendste in jaren te worden waarbij aanvankelijk drie grote kanshebbers op de overwinning naar voren kwamen: Omtzigts NSC, de VVD en de combinatielijst van GroenLinks-PvdA. Elk van de drie favorieten peilde aan het begin van de campagne ongeveer 25 à 30 zetels, gevolgd door de BBB en Geert Wilders’ PVV met elk rond de 15 zetels. De andere partijen haalden maar moeizaam enige media-aandacht.

De campagne volgde wat in Nederland het gebruikelijke stramien is geworden en wat weinig verschilt van de sportjournalistiek waarmee wekelijks de vorderingen in de voetbalcompetitie worden besproken. Wat politici ook proberen over te brengen, het commentaar gaat altijd over kleine en grotere incidenten, wie met wie wil en kan regeren en wat de strategische overwegingen van de kiezers zullen zijn. Er verschijnen eerst wekelijks en later dagelijks nieuwe peilingen die laten zien wie in de lift zit en wie er terugzakt – en ook die worden tot in den treure besproken.

Doordat de VVD de deur weer open zette, de media graag verkondigden dat Wilders milder was geworden en Wilders die rol met verve speelde, roken de potentiële PVV-kiezers macht.

Niemand doet moeite om de flagrante leugens van met name de VVD en extreemrechts bloot te leggen of hun drogredeneringen te doorprikken. Niemand herinnert de kiezer aan wat de verschillende partijen wel en niet hebben klaargespeeld de afgelopen jaren of wie er de afgelopen decennia verantwoordelijk was voor de afbraak van de rechtsstaat en de sociale voorzieningen en de privatisering van overheidstaken – thema’s die deze verkiezing eindelijk werden gepolitiseerd. In plaats van consequent te laten zien wie er verantwoordelijk was voor de groeiende misère gaat het, net als na een voetbalwedstrijd, alleen maar over wie er wel en wie er niet goed speelde bij dit of dat debat.

Wilders, niets milders

Doordat de discussie zich vooral op strategie richtte, was er uitgebreid aandacht voor de uitspraak van VVD-leider Dilan Yesilgöz dat ze de plannen van de PVV ditmaal op de inhoud zou beoordelen in plaats van Wilders op voorhand uit te sluiten (zoals Rutte sinds 2012 deed). Ondertussen wist Wilders de indruk te wekken dat hij een mildere toon aansloeg en een milder programma voorstaat – het leverde hem de bijnaam Geert Milders op. Daarbij werd hij een handje geholpen door de NOS (vergelijkbaar met de VRT) die al bij de publicatie van het PVV-verkiezingsprogramma kopte 3 dat hij de ‘scherpe kantjes’ eraf haalde ondanks dat Wilders nog steeds voor ‘minder Islam’ was en vindt dat alle Syrische migranten terug moeten.

Met andere woorden, doordat de VVD de deur weer open zette, de media graag verkondigden dat Wilders milder was geworden en Wilders die rol met verve speelde, roken de potentiële PVV-kiezers macht. Langzaam zakte BBB en NSC weg in de peilingen en voegde Wilders zich bij de ‘kopgroep’. Voeg daarbij de aangewakkerde islamofobie en het racisme als gevolg van de aandacht (en steun) voor Israël en de sinterklaasintocht met bijbehorende zwartepietendiscussie en je begrijpt dat de omstandigheden ideaal waren voor de PVV om een monsterscore te behalen. Uiteindelijk kwam Wilders tot 37 zetels en behaalden de VVD, PVV, en alle kleinere rechtse partijen precies de helft van de 150 zetels.

De fusielijst van GroenLinks-PvdA werd de tweede partij met 25 zetels terwijl VVD en NSC respectievelijk op 24 en 20 zetels bleven steken. Het leidt tot een situatie waarin het moeilijk wordt om een coalitie te vormen – zeker als je bedenkt dat de BBB (die uiteindelijk 7 zetels behaalde) de grootste partij in de Eerste Kamer is. Zelfs als partijen hun rug rechten en de PVV buiten de regering houden is het beste waar men in Nederland op kan hopen een regering à la Vivaldi: een monstercompromis waarvan eigenlijk niemand beter wordt.

PVV als links?

Voor en na elke verkiezingen vertellen politiek analisten graag dat de PVV op sommige terreinen ook erg links is. Maar zijn economische plannen levert hij tijdens coalitieonderhandelingen graag in om een aantal beleidspunten als bezuinigingen op hoger onderwijs, kunst- en cultuur of de publieke omroep daarvoor in de plaats te krijgen. Het zogenaamde ‘gedoogakkoord’ dat Wilders in 2010 met het CDA en de VVD sloot in ruil voor steun aan die uiterst rechtse regering,  geeft nog steeds het beste aan waar Wilders prioriteiten liggen bij het beïnvloeden van de regering. Destijds ging Wilders gewoon mee in de draconische bezuinigingsoperatie en de verschraling van de sociale voorzieningen opdat partijen die een humaner en economisch linkser beleid voorstonden maar niet aan de macht kwamen.

Zelfs als partijen hun rug rechten en de PVV buiten de regering houden is het beste waar Nederland op kan hopen een regering à la Vivaldi: een monstercompromis waarvan niemand beter wordt.

Het akkoord dat de PVV destijds met VVD en CDA sloot stelde: ‘Duidelijk is dat voor de PVV de bereidheid tot het steunen van bezuinigingen gekoppeld is aan de inhoud van de te maken afspraken op het gebied van immigratie, integratie en asiel, veiligheid en ouderenzorg.’ Oftewel, de PVV had geen moeite met de bezuinigingsoperatie van achttien miljard als het maar moeilijker zou worden voor gezinsleden van arbeidsmigranten of asielzoekers om naar Nederland te komen zodat kinderen en ouders langer van elkaar gescheiden bleven. Er moest een verbod op gezichtsbedekkende kleding komen, het moest moeilijker worden om Nederlander te worden en programma’s die migranten helpen werden wegbezuinigd wat het voor hen alleen maar moeilijker maakte om deel te nemen aan de maatschappij. Dat is waar voor de PVV de prioriteiten lagen.

De PVV steunt zelden de uitbreiding van sociale voorzieningen en als ze dat wel doet, dan is dat in haar verkiezingsprogramma of vanuit de oppositie – als ze meeregeert, steunt ze gewoon gigantische bezuinigingsoperaties. Tegelijkertijd weigert de PVV consequent om de rijksten meer te belasten, gaan de belastingverlagingen die ze voorstaat veeleer ten koste van sociale voorzieningen dan dat ze werknemers echt iets opleveren. Toen de PVV besloot een einde te maken aan de samenwerking met CDA en VVD in 2012 was dat zogenaamd omdat ouderen er te veel op achteruit zouden gaan door Europese begrotingsregels – de werkelijke aanleiding, zo bekenden4 twee ex-PVV’ers, was dat iemand uit de PVV-fractie was gestapt, waardoor het kabinet geen meerderheidssteun meer genoot.

Links is medeplichtig

Tekenend was echter wat er gebeurde toen de PVV de regering ten val bracht in 2012. Om Nederland te houden aan de Europese begrotingsregels sprongen partijen als GroenLinks en D66 bij en werd een alternatief bezuinigingspakket overeengekomen. Na de verkiezingen later dat jaar, steunde ook de PvdA de enorme bezuinigingen ondanks dat ze in hun verkiezingsprogramma beloofd hadden dat niet te doen. Ineens was het zo snel mogelijk vinden van een compromis met de VVD en het waarborgen van stabiliteit belangrijker dan vechten voor de kiezers die hoopten dat zou worden gebroken met het bezuinigen, vermarkten en verschralen. Gevolg was dat de PvdA bij de volgende verkiezingen van 2017 in vrije val raakte en 29 van de 38 zetels verloor.

Timmermans en de drie partijleiders vóór hem waren hier allen medeplichtig aan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij het vertrouwen van de kiezer tot op heden nauwelijks terug konden winnen. Sterker nog, het getuigt van een enorme arrogantie tegenover de kiezer als je zo hard af wordt gestraft en partijleiders gewoon blijven zitten en de koers maar mondjesmaat wijzigt. En precies deze nalatigheid om te vechten voor de belangen van je kiezers en in plaats daarvan altijd te zoeken naar het compromis schept het ressentiment dat ditmaal maximaal door de PVV werd gemobiliseerd.

Lessen uit België

Fundamenteler legt deze verkiezing bloot dat ook Nederland definitief is aanbeland in wat Anton Jäger het hyperpolitieke tijdperk heeft genoemd. Tegenover de gedepolitiseerde periode van de jaren 2000 (dat in Nederland tot ver in de jaren 2010 duurde), wordt inmiddels elk mogelijk aspect van het leven gepolitiseerd in enorme politieke spektakelstukken. Ondertussen verandert er maar weinig. Het is dan ook belangrijk om te onthouden dat Wilders, die de afgelopen jaren nooit boven de twintig zetels peilde, vooral op het juiste moment piekte. We wisten dat deze verkiezingsoverwinning tot de mogelijkheden behoorde, dat die ook realiteit werd kwam vooral doordat alle relevante actoren de wind in Wilders zeilen bliezen.

Als PVV meeregeert, steunt ze gewoon gigantische bezuinigingsoperaties.

Maar een piek is slechts een piek. Het is onwaarschijnlijk dat Wilders deze verkiezingswinst in de toekomst weet te consolideren en om dat te voorkomen zou het zou goed zijn als Nederland een keer over de grens naar de zuiderburen kijkt. Want jaren van pathologische obsessies met extreemrechts leren dat wanneer je de deur naar de macht voor hen openzet, journalisten, opiniemakers en kiezers er alles aan zullen doen om extreemrechts naar binnen te duwen. Een cordon sanitair is een minimale waarborg daartegen, een cordon sanitair médiatique zoals in Wallonië van kracht, is minstens zo hard nodig.

Maar belangrijker dan dat is dat er in Nederland een ander project is om in te geloven; een andere, werkelijke uitdager van de macht die het groeiende ressentiment tegen de beleidscompromissen mobiliseert voor verandering waar mensen ook beter van worden. Ook hiervoor zou Nederland er goed aan doen om meer naar België te kijken. Want zoals de PVDA in België de gevestigde orde het vuur aan de schenen weet te leggen, zo ontbreekt het links totaal aan aanvalskracht en een effectieve voorhoede.

De campagnestrategie van GroenLinks-PvdA is tekenend wat dat betreft. De partij zette in eerste instantie vooral in op de persoon ‘Frans Timmermans’ en op herstel van ‘vertrouwen.’ In de confrontatie met de VVD wist te partij nog wel enkele linkse standpunten te benadrukken, maar alleen als ze daarop werden uitgedaagd. Toen de PVV begon te stijgen in de peilingen werd het verhaal van Timmermans vooral: stem op ons anders krijg je misschien de PVV. Daarin verschilde hij eigenlijk niet van Rob Jetten van het centrum-liberale D66 (en eigenlijk ook niet van Joe Biden of Hillary Clinton ten opzichte van Donald Trump).

Links onvermogen

Steeds richten linkse partijen zich op het werven van zoveel mogelijk kiezers die ze vooral bij elkaar wegpikken. Ze baseren zich niet op een analyse van wat er mis is in het land, met de staat en met het kapitalisme. Ze bepalen niet zelf de termen van het debat, brengen geen eigen analyse, maar spelen enkel in op wat opinieonderzoek laat zien dat kiezers graag willen – en dan alleen de kiezers die al gaan stemmen. Wie moeilijker te mobiliseren is of geheel vervreemd van de politiek hoeft sowieso niet op de aandacht van linkse partijen te rekenen. Terwijl links vooral kan winnen als ze de groepen die nu thuisblijven weet te betrekken bij een waarlijk links project.

Je zou dan ook hopen dat waar de alliantie van GroenLinks-PvdA het liet liggen, andere linkse partijen wel aan een project bouwen, maar daar speelden andere zaken. Bij de Partij voor de Dieren escaleerde een intern conflict tussen het partijbestuur en de partijleider deze nazomer, waardoor de partij het vertrouwen van veel kiezers verloor. Bij BIJ1 leidde intern gesteggel mede tot het opstappen van partijleider Sylvana Simons – zowel de interne conflicten als de relatieve onbekendheid van haar opvolger betekende dat de partij haar enige zetel verloor.

Na de verkiezingen later dat jaar, steunde ook de PvdA de enorme bezuinigingen ondanks dat ze in hun verkiezingsprogramma beloofd hadden dat niet te doen.

De SP vaart eigenlijk net als GroenLinks-PvdA een koers die navigeert op opinieonderzoek. Daarmee laat de SP het na om een eigen analyse te ontwikkelen en past de partij de standpunten vooral aan om zo dicht mogelijk bij de kiezers te staan. Daar kwam nog eens bij dat Omtzigt zich sterk profileerde op het thema ‘bestaanszekerheid’ en dit eigenlijk bij de SP wegkaapte. Dit ondanks het feit dat Omtzigt een lang track-record heeft5 van het afbreken van sociale voorzieningen terwijl de SP juist jaren voor bestaanszekerheid geknokt heeft.

Een project om in te geloven

Hoewel het Nederlandse electoraat deze verkiezingen in één grote beweging naar rechts klotste, moet ook geconcludeerd worden dat er toch iets aan het bewegen is. De analogie met het Nederlandse voetbal is ook hier op zijn plaats. Zoals Ajax sinds 2010 het Nederlandse voetbal domineerde door zeven landstitels en driemaal de beker te winnen, zo lukte het de VVD ook de afgelopen 13 jaar om zeven maal de Tweede of Eerste Kamerverkiezingen te winnen en ook nog tweemaal de gemeenteraadsverkiezingen. De dominantie van Ajax lijkt dit seizoen voorbij. De implosie van de VVD onder Yeşilgöz is nog niet zo compleet, maar de partij heeft al aangegeven niet beschikbaar te zijn om in een regering te treden.

Nederland gaat waarschijnlijk een lange en zware formatie tegemoet en het is moeilijk voorstelbaar – maar zeker niet onmogelijk – dat een nieuw kabinet het vier jaar vol zal houden. Voor links Nederland is het prioriteit om aan bewegingen, instituties en ideeën te werken waarmee ze niet zozeer een buffer tegen rechts vormt, maar zelf het initiatief overneemt. In plaats van altijd klaar te staan om een waterig compromis te sluiten is het tijd om de terug te keren naar de ideologische wortels. Het wordt tijd voor een andere tactiek waarbij ze het strijdveld verleggen. Links moet zich niet alleen te verdedigen tegen de spectaculaire aanvallen van rechts door te roepen dat de democratische rechtstaat gewaarborgd moet blijven, maar juist zelf ten strijde trekken tegen het kapitaal en daarmee dus strijden voor betere sociale omstandigheden en een rechtvaardigere toekomst.

Footnotes

  1. https://twitter.com/trouwschmidt/status/1699167350530965905
  2. https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/caroline-van-der-plas-draait-over-premierskandidaat-mona-keijzer
  3. https://nos.nl/artikel/2490641-wilders-haalt-wat-scherpe-kantjes-van-asielplannen-af-pvv-moet-meedoen
  4. https://www.ad.nl/binnenland/wilders-liet-rutte-1-vallen-om-gedoe-in-pvv~a2169c18/
  5. https://jacobin.nl/ruttes-partner-in-crime-het-andere-gezicht-van-pieter-omtzigt/