|
Wanneer hij in 1964 zijn beroemde toespraak The Ballot or the Bullet houdt, verdedigt hij voluit dat zwarte nationalisme. Zijn standpunten draaien dan om economische controle door de zwarte gemeenschap zelf, in plaats van om een klassenanalyse of de toe-eigening van de productiemiddelen door de arbeidersklasse. Woorden als kapitalisme, klasse, communisme of marxisme neemt hij trouwens nooit in de mond. Zijn economische visie is louter een verlengstuk van zijn nationalistische overtuiging. Ook in zijn sociale filosofie wil hij de Amerikaanse samenleving niet hervormen; die beschouwt hij als moreel failliet. In de plaats daarvan roept hij de zwarte gemeenschap op om vermeende persoonlijke ondeugden achter zich te laten, onafhankelijk te worden en een nieuwe, moreel hoogstaandere maatschappij op te bouwen. Eigenlijk houdt hij er zo een vrij conservatieve visie op na, waarbij hij meer individuele morele tekortkomingen hekelt dan de gevolgen van het Amerikaanse raciale kapitalisme. Kort voor zijn dood verschuift zijn economische denken echter. Volgens sommigen nam hij toen zelfs afstand van het zwarte nationalisme om op te schuiven naar een revolutionair socialisme. Uiteindelijk stelt hij onomwonden: “Er kan geen kapitalisme zijn zonder racisme.” Stap voor stap omarmt Malcolm X de klassenkwestie en evolueert zijn antiracistische strijd naar een antikapitalistisch model. Die omslag van zwart nationalisme naar revolutionair socialisme voltrok zich razendsnel en kreeg door zijn moord in 1965 nooit echt de kans om te rijpen. Welke politieke koers hij de jaren daarna zou hebben gevaren, blijft gissen. Voor zwart-nationalistische activisten was hij een martelaar voor hun zaak, en hij bleef een boegbeeld van hun beweging. Tegelijkertijd staat hij symbool voor een bredere, internationalistische politiek waarin de klassenstrijd centraal staat. De Black Panther Party, opgericht in 1966, vormt het concrete sluitstuk van die revolutionaire visie. |
De vraag die vanavond voorligt, is naar mijn begrip “de zwarte opstand en wat eruit zal volgen”, of nog “wat komt hierna?”. Als ik mag afgaan op mijn bescheiden oordeel, dwingt deze vraag tot een keuze tussen het stembiljet en de kogel. (…) Of je nu naar school bent geweest of analfabeet bent, of je nu op een laan of in een steeg woont, je zal net als ik klappen krijgen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en we krijgen allemaal dezelfde klappen van dezelfde man. Het toeval wil nu dat die man wit is. In dit land hebben we allemaal te lijden gehad onder de politieke onderdrukking door de witte man, de economische uitbuiting door de witte man en de sociale vernedering door de witte man.
Wanneer we ons zo uitdrukken, betekent dit niet dat we anti-wit zijn, maar wel dat we gekant zijn tegen uitbuiting, gekant tegen vernedering, gekant tegen onderdrukking. En als de witte man niet wil dat wij zijn vijanden zijn, laat hem dan ophouden ons te onderdrukken, uit te buiten en te vernederen. Of we nu christen, moslim, nationalist, agnost of atheïst zijn, we moeten eerst leren te vergeten wat ons verdeelt. Als we meningsverschillen hebben, laten we die dan binnenskamers bespreken; maar wanneer we op straat komen, mogen er geen twistpunten tussen ons zijn zolang we het gesprek met die man niet hebben afgerond.

Als we niet heel gauw iets ondernemen, denk ik dat jullie allemaal zullen toegeven dat we gedwongen zullen zijn om over te gaan tot ofwel het stembiljet ofwel de kogel. In 1964 zal het het een of het ander zijn. Het is niet dat de tijd verstrijkt — het is dat de tijd verstreken is ! 1964 dreigt het meest explosieve jaar te worden dat Amerika ooit gekend heeft. Waarom ? Het is ook een politiek jaar. Het is het jaar waarin alle witte politici zullen terugkeren naar de zogenaamde zwarte gemeenschap om ons met mooie praatjes stemmen afhandig te maken. Met hun valse beloften, die hoop wekken om ons vervolgens teleur te stellen, met hun sluwheid en verraad. Door deze ontevredenheid te blijven voeden, kunnen ze niets anders bereiken dan een explosie; en nu verschijnt er op het Amerikaanse toneel een type zwarte man dat geenszins van plan is de andere wang te blijven toekeren. (…)
Ik ben geen politicus, en evenmin gespecialiseerd in de politieke wetenschappen; om de waarheid te zeggen, ben ik in niet veel gespecialiseerd. Ik ben geen Democraat, ik ben geen Republikein en ik beschouw mezelf niet eens als een Amerikaan. Als jij en ik Amerikanen waren, zou er geen probleem zijn. Die Hongaren die net zijn aangekomen, zijn al Amerikanen; de Polen zijn al Amerikanen; de Italiaanse migranten zijn al Amerikanen. Alles wat uit Europa is gekomen, alles met blauwe ogen, is al Amerikaans — en ondanks de tijd dat jij en ik al in dit land zijn, zijn wij nog steeds geen Amerikanen.
Welnu, ik ben iemand die zich niet graag illusies maakt. Ik ga niet aan jouw tafel zitten kijken hoe jij eet, terwijl er niets op mijn bord ligt, en dan beweren dat ik dineer. Aan tafel zitten volstaat niet om te dineren; je moet ook daadwerkelijk eten wat er op het bord ligt. Hier in Amerika volstaat het niet om Amerikaan te zijn. Nee, ik ben geen Amerikaan. Ik ben een van de 22 miljoen zwarten die het slachtoffer zijn van het amerikanisme. Een van de 22 miljoen zwarten die het slachtoffer zijn van een democratie die niets anders is dan vermomde huichelarij. Ik zie geen Amerikaanse droom, maar een Amerikaanse nachtmerrie. (…)
Het zijn de stemmen van de zwarten die ervoor gezorgd hebben dat de huidige regering in Washington aan de macht kon komen. Jouw stem, jouw domme stem, jouw onwetende stem, jouw volkomen zinloze stem heeft een regering naar Washington gebracht die het gepast vond om alle mogelijke en ondenkbare wetten aan te nemen, behalve die voor jou, waarbij jij als laatste aan de beurt was, met obstructie als klap op de vuurpijl. En zij die ons besturen, jou en mij, hebben de brutaliteit om het land rond te reizen, in de handen te klappen en te spreken over de grote vooruitgang die we boeken. En over wat voor een goede president we wel niet hebben. Als hij niet deugde in Texas, kan hij onmogelijk deugen in Washington. Want Texas is een staat waar de lynchwet heerst. Men ademt er precies dezelfde lucht in als in Mississippi; het enige verschil is dat men je in Texas lyncht met een Texaans accent, en in Mississippi met een Mississippi-accent (…)
Met andere woorden, de Democraten hebben de macht op een zilveren dienblad gepresenteerd gekregen, en jij bent degene geweest die ze die heeft bezorgd. En wat hebben ze je in ruil gegeven ? Ze zijn al vier jaar aan de macht en besluiten nu pas om enkele wetten ten gunste van de burgerrechten in te dienen. Nu pas, terwijl al de rest geregeld is en geen problemen meer oplevert, gaan ze de hele zomer lang met je spelen — dat reusachtige bedrog dat ze obstructie noemen. Ze spelen allemaal onder één hoedje. De een laat je geloven dat hij aan jouw kant staat en spreekt met de ander af dat deze zich zo hevig tegen jou verzet dat de eerste zijn belofte niet hoeft na te komen. Het is dus tijd om in 1964 te ontwaken. Wanneer je hen ziet aankomen nadat ze vooraf onderling afspraken tegen jou hebben gemaakt, laat hen dan merken dat je ogen geopend zijn. (…) Ik trek simpelweg hun oprechtheid en bepaalde aspecten van hun strategie ten aanzien van onze mensen in twijfel, waarbij ze beloften doen die ze niet van plan zijn na te komen.
Ik ben geen Amerikaan. Ik ben een van de 22 miljoen zwarten die het slachtoffer zijn van het amerikanisme.
Daarom is het moment aangebroken voor jou en mij om in 1964 blijk te geven van meer politieke maturiteit en te begrijpen waarvoor het stembiljet dient, wat we geacht worden te verkrijgen wanneer we stemmen, en dat als we niet stemmen, de situatie er uiteindelijk toe zal leiden dat we kogels zullen moeten gieten. Het zal het stembiljet of de kogel zijn. (…) We hebben het recht om burgerrechten op te eisen als dat gelijke kansen betekent, want in deze strijd plukken we louter de vruchten van onze investering. Onze moeders en vaders hebben hun zweet en bloed geïnvesteerd. Gedurende driehonderdtien jaar hebben we in dit land gewerkt zonder een cent — ik zeg wel degelijk een cent — voor onze inspanning te ontvangen. Jij laat de witte man hier over de rijkdom van dit land komen spreken, maar je neemt nooit de tijd om je af te vragen hoe dit land erin geslaagd is zo snel rijk te worden. Het is rijk geworden omdat jij zijn rijkdom hebt gecreëerd. (…) Wanneer je opeist wat je toebehoort, is iedereen die je het recht ontzegt om ervan te genieten een crimineel.
Begrijp me wel. Wanneer je terugeist wat van jou is, bent je wettelijk in je recht om het bezit ervan op te eisen. Ieder die op welke manier dan ook probeert je te beroven van wat jou toebehoort, overtreedt de wet en pleegt bijgevolg een misdrijf. Dat betekent dat segregatie illegaal is. Maar wie verhindert je dan om de wet toe te passen ? De politiediensten. Zij overtreden de wet; ze vertegenwoordigen haar niet langer. Wanneer je betoogt tegen segregatie en een man heeft de brutaliteit om een politiehond op je los te laten, schiet die hond dan neer, dood hem, ik zeg je, dood die hond. Zelfs al moeten ze me morgen in de gevangenis gooien, ik zeg je die hond af te maken. Dat is hoe je daar een einde aan maakt. Als de witte mensen die hier zijn dit soort acties niet willen, moeten ze de burgemeester gaan zeggen dat hij de politiediensten bevel moet geven hun honden terug te trekken. (…) Ik ben geweldloos tegenover hen die zich geweldloos tegenover mij gedragen. Maar wanneer men mij overlaadt met dít soort geweld, maakt men mij gek en ben ik niet verantwoordelijk voor mijn daden. Dat is hoe elke zwarte man zich zou moeten gedragen. (…)
We moeten de strijd voor burgerrechten naar een hoger niveau tillen, naar het niveau van de rechten van de mens. Burgerrechten zijn een binnenlandse aangelegenheid van dit land. Geen van onze broeders uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika kan het woord nemen om zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van de Verenigde Staten. Zolang het over burgerrechten gaat, is het een zaak die onder de jurisdictie van Uncle Sam valt. Door de strijd voor burgerrechten om te vormen tot een strijd voor de rechten van de mens, kan je de zaak van de zwarten voor de Algemene Vergadering van de VN brengen. Je kan Uncle Sam voor een internationaal tribunaal slepen. Mensenrechten worden je vanaf je geboorte verleend. Je kan voor het wereldgerecht iedereen aanklagen die jouw mensenrechten schendt. Laat de wereld weten hoe bloederig de handen van Uncle Sam zijn ! Laat het het stembiljet of de kogel zijn ! (…)
De volkeren met een donkere huid ontwaken. Ze verliezen elke angst voor de witte man. Momenteel zegeviert die laatste op geen enkel punt waar hij vecht. Overal waar hij vecht, vecht hij tegen mannen met een gelaatskleur die op de jouwe en de mijne lijkt. En die mannen verslaan hem. Hij kan niet meer winnen. Hij heeft zijn laatste overwinning behaald. Hij is er niet in geslaagd de oorlog in Korea te winnen. Hij kon hem niet winnen. (…) Dat is ook wat de Fransen is overkomen in Frans-Indochina. Mensen die enkele jaren voordien nog rijst verbouwden, hebben zich verenigd en het grotendeels gemechaniseerde Franse leger uit Indochina verdreven.
De politieke filosofie van het zwarte nationalisme houdt in dat de zwarten over hun eigen politiek moeten beslissen en de politici in hun eigen gemeenschap moeten aansturen, punt uit. De zwarte man in de zwarte gemeenschap moet zich opnieuw bekwamen in de politieke wetenschap, zodat hij weet wat de politiek hem in ruil hoort op te leveren. Verspil uw stembiljetten niet. Een stembiljet is als een kogel. Stem niet zolang je geen doelwit ziet, en als het doelwit buiten bereik is, hou je stembiljet dan in je zak. De zwarten hebben genoeg van de besluiteloosheid, de traagheid en de compromissen die onze vrijheidsstrijd tot dusver hebben gekenmerkt. We willen onmiddellijk vrijheid, maar we zullen die niet verkrijgen door “We shall overcome” te zingen. We zullen moeten strijden tot we de overwinning behalen.
Als dit land een land van vrijheid is, laat het dat dan zijn, en als het geen land van vrijheid is, verander het dan.
(…) Het is tijd dat jij en ik ophouden met lijdzaam af te wachten tot racistische senatoren, racisten uit het Noorden en het Zuiden die in Washington zetelen, in hun hoofd tot de conclusie komen dat jij en ik recht horen te hebben op burgerrechten. Het is niet aan een witte man om mij te komen vertellen wat mijn rechten zijn. Mijn broeders en zusters, onthoud dit altijd goed: als er geen senatoren, volksvertegenwoordigers of presidentiële proclamaties nodig zijn om de witte man zijn vrijheid te geven, dan is er evenmin behoefte aan wetgeving, proclamaties of beslissingen van het Hooggerechtshof om vrijheid te geven aan de zwarten. Je moet dit aan de witte man laten weten: als dit land een land van vrijheid is, laat het dat dan zijn, en als het geen land van vrijheid is, verander het dan. Wij zullen overal en altijd samenwerken met iedereen die dit probleem echt frontaal wil aanpakken op een geweldloze manier, zolang de vijand geweldloos is, en op een gewelddadige manier wanneer die zijn toevlucht zoekt tot geweld.
Wij zullen aan jouw zijde deelnemen aan de campagnes voor de registratie op de kiezerslijsten, aan huurstakingen, aan schoolboycots — ik geloof in geen enkele vorm van integratie; het kan me niet eens schelen, omdat ik weet dat jij het hoe dan ook niet zult verkrijgen; jij zal het niet verkrijgen omdat je bang bent om te sterven; men moet bereid zijn te sterven als men zich wil doen gelden tegenover de witte man, want hij zal hier in Cleveland net zo gewelddadig worden als de racisten in Mississippi. (…) Tot slot, en zeker niet het minst belangrijke, moet ik een woord kwijt over de grote controverse die is ontstaan rond geweren en karabijnen. Het enige wat ik heb gezegd, is dat in de gebieden waar de overheid onwillig of onmachtig is gebleken om het leven en de eigendommen van de zwarten te beschermen, het tijd is dat de zwarten zichzelf verdedigen. Het Tweede Amendement van de Grondwet erkent voor jou en mij het recht om een geweer of een karabijn te bezitten. Volgens de Grondwet is het bezit van een geweer of karabijn dus volkomen legaal. (…) Dit betekent niet dat je schietverenigingen gaat oprichten en op jacht gaat naar mensen, maar wel dat het in 1964 tijd is om, als je een man bent, dat aan die man kenbaar te maken. Als hij niet bereid is zijn bestuurlijke taak uit te voeren en jou en mij de bescherming te garanderen waarvoor wij geacht worden belastingen te betalen — terwijl hij al die miljarden uitgeeft aan de begroting voor nationale defensie — dan kan hij het jou en mij zeker niet kwalijk nemen dat we twaalf of vijftien dollar besteden aan de aankoop van een enkelschots- of tweeschotsgeweer.
Ik hoop dat je mij begrepen hebt. (…) Welnu, in de veronderstelling dat je mij nooit meer terugziet, mocht ik morgenochtend sterven, dan zullen mijn laatste woorden zijn: het stembiljet of de kogel, het stembiljet of de kogel. (…) En als ze niet willen dat dit geweldloze leger naar Washington afreist, moeten ze maar een einde maken aan de obstructiemanoeuvres. De zwarte nationalisten zijn niet van plan te wachten. Lyndon B. Johnson is de leider van de Democratische Partij; als hij voorstander is van burgerrechten, laat hem dan volgende week naar de Senaat gaan en kleur bekennen. Laat hem daarheen gaan en de zuidelijke afdeling van zijn partij veroordelen. Laat hem daar onmiddellijk heen gaan en een moreel standpunt innemen — nu meteen en zonder uitstel. Zeg hem dat hij niet moet wachten tot er verkiezingen zijn. Als hij te lang blijft dralen, mijn broeders en zusters, zal hij de verantwoordelijkheid dragen voor het feit dat er in dit land een situatie is ontstaan waarin, binnen het zo gecreëerde klimaat, een vegetatie uit de grond zal schieten die met niets te vergelijken valt met wat zij zich ooit hebben voorgesteld. In 1964 zal het het stembiljet of de kogel zijn. Ik dank u.
In de eerste helft van de twintigste eeuw was er in de Verenigde Staten een sterke alliantie tussen de verschillende sociale bewegingen, van de arbeidersstrijd tot de burgerrechtenbeweging. Onder invloed van het maccarthysme brokkelde dat verbond echter af. De Amerikaanse overheid ondermijnde die eenheid doelbewust door activisten wederzijds in diskrediet te brengen en hen zo uit elkaar te drijven. Hierdoor lieten veel zwarte activisten de klassenstrijd los. Ze richtten zich in de plaats daarvan op het zwarte nationalisme, dat vaak ook religieus geïnspireerd was. Tot 1964 was Malcolm X een vurig pleitbezorger van deze visie op de antiracistische strijd. Hij toonde zich ook erg kritisch over de geweldloze strategieën van andere activisten, zoals Martin Luther King Jr. Zijn ideologie sloot nauw aan bij die van de Black Power-beweging. Die werd gekenmerkt door een diep wantrouwen in vooruitgang die van witte mensen moest komen, en door de afwijzing van wit paternalisme. Centraal in deze denkwijze stonden de trots op de zwarte identiteit en een separatistische, onafhankelijke koers voor de Afro-Amerikaanse bevolking.

