Artikel

Seks onder het socialisme

Kristen R. Ghodsee

— 25 maart 2020

Wat is een beter afrodisiacum, chocolade of socialistische kinderopvang? Lava publiceert een uittreksel uit Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme.

Na vele jaren zou het hem gaan boeien, maar aanvankelijk stoorde het Ken dat ik het niet met hem eens kon zijn over wat vrouwen nu eigenlijk willen. In zijn ogen was ik aanvankelijk maar een statistiekenfreak. Maar toen ik mij vele jaren later ging verdiepen in de relatie tussen de economische afhankelijkheid van vrouwen en seksualiteit had ik hem wat graag verteld dat zijn visie op vrouwen opmerkelijk samenviel met het kapitalisme. Wat hij als “natuurlijk” beschouwde, was in werkelijkheid het resultaat van een specifieke manier waarop de maatschappij georganiseerd is.

Om dat te bewijzen zou ik hem eerst een casestudy uit de Sovjet-Unie hebben bezorgd die aantoonde dat Alexandra Kollontais ideeën over een socialistische seksuele moraal in de loop van de jaren 1970-1980 uiteindelijk voet aan wal kregen achter het IJzeren Gordijn. Twee Russische sociologen, Anna Temkina en Elena Zdravomyslova, voerden in 1997 en 2005 via biografische interviews een diepteonderzoek uit bij twee groepen Russische vrouwen uit de middenklasse. Zij onderzochten de generatiegebonden veranderingen in de manier waarop vrouwen hun liefdesleven beschreven, zowel tijdens als na de periode van de Sovjet-Unie. Uit het onderzoek kwamen vijf basisverhalen naar boven die vrouwen gebruikten om hun heteroseksuele relaties met mannen te bespreken. Zij bedachten er de term “seksuele scenario’s” voor: het prenatale, het romantische, het amicale, het hedonistische en het instrumentale. Uit de interviews van 1997 bleek dat de “stille Sovjetgeneratie” (zij die geboren waren tussen 1920 en 1945) zich vooral herkenden in het prenatale scenario. Voor hen was seks iets dat je binnen een huwelijksrelatie moest ondergaan als je een kind wilde. Liefde en plezier kwamen er helemaal niet bij kijken. En hoewel vrouwen na 1955 opnieuw toegang hadden tot abortus, onderdrukte het gebrek aan anticonceptiva en de dubbele belasting van werk en huishoudelijke verantwoordelijkheden de seksuele beleving. Hier valt dus niet aan te twijfelen: Sovjetseks was aanvankelijk waardeloos.1

Kristen R. Ghodsee is professor Russische en Oost-Europese studies. Ze schrijft onder andere voor The New York Times, Foreign Affairs en Jacobin. Ze is auteur van onder
meer Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme (EPO, 2019).

Liefde als centraal gegeven

Maar na de dood van Stalin begon dat te veranderen. Ondanks het aanhoudende gebrek aan privacy omwille van het tekort aan woningen, het gebrek aan seksuele opvoeding en het totaal ontbreken van enige vorm van erotica (alle vormen van pornografie waren verboden) stelden Temkina en Zdravomyslova vast dat het relaas van vrouwen uit de middenklasse, geboren tussen 1945 en 1965, opvallend afweek van het prenatale scenario. Hoewel het prenatale scenario van toepassing bleef, werd het aangevuld met twee nieuwe manieren om over seksualiteit te praten: de romantische en de vriendschappelijke. Het opduiken van het romantische scenario was het gevolg van een algemene verschuiving in de manier waarop er in de Sovjet-Unie over seksualiteit werd gepraat. In de late Sovjetperiode begonnen dokters, psychologen en andere experten de rol te benadrukken van “echte liefde ”, “gemeenschappelijke belangen”, en “eenheid van geest” als basis voor een succesvol huwelijk. “Het romantische scenario impliceert dat het seksuele leven gezien wordt als een integraal onderdeel van sterke emoties en gevoelens”, schrijven de Russische onderzoeksters. Seks wordt beschreven als een onderdeel van liefde, romantiek en passie. Liefde is het centrale gegeven in het relaas over de seksuele ervaring. Dit romantische scenario over seksualiteit is exact wat de vroegste socialisten zoals August Bebel en Alexandra Kollontai voor ogen hadden voor een maatschappij waarin economische overwegingen minder invloed zouden hebben op de keuze van een liefdespartner.2

Een ander scenario dat opdook bij vrouwen uit de Sovjetmiddenklasse is het vriendschapsscenario. In tegenstelling tot wat wij “vrienden met een extraatje” zouden noemen (losse, recreatieve seks met een partner van het andere geslacht) beschreef het Sovjetvriendschapsscenario de vorm van seksualiteit die voorkomt in een betekenisvolle relatie tussen twee mensen die samenwerken of een gemeenschappelijke sociale kring hebben en waarbij de partners seks hebben om elkaar hun wederzijdse affectie en respect te betonen. Dit vriendschapsscenario ontstond allicht omdat vrouwen over hun eigen bestaansmiddelen beschikten en voor hun materiële noden niet langer afhankelijk waren van mannen. Omdat sommige stedelijke Sovjetvrouwen zich in een veilige economische situatie voelden verloor seksualiteit zijn ruilwaarde en werd het iets wat kon worden gedeeld.3

De seksuele ruiltheorie

“Laten we de voorstanders van de seksuele ruiltheorie even aan het woord: “Een breed gamma van waardevolle goederen kan voor seks worden geruild. In ruil voor seks krijgen vrouwen bijvoorbeeld liefde, engagement, respect, aandacht, bescherming, materiële voordelen, kansen, goede examenresultaten, promoties op de werkvloer… Een van de standaardmiddelen is dat de man een langetermijnengagement aangaat om de vrouw materiële ondersteuning te bieden (vaak via de vruchten van zijn arbeid) in ruil voor seks — of, vaker en juister gesteld — voor exclusieve seksuele toegang tot de vrouwelijke seksualiteit. Of je voorstander bent van dat soort ruilhandel of niet, doet niet ter zake. De kern van de zaak is dat deze kansen zich haast exclusief voordoen voor vrouwen. Mannen kunnen seks gewoonlijk niet inruilen voor andere voordelen.”4

De vermarkting van seksualiteit

Als de seksuele ruiltheorie op het juiste spoor zit, zou je verwachten dat de invoering van de vrije markt en de snelle ontmanteling van de sociale welvaartsstaat na de val van de Sovjet-Unie de terugkeer zou hebben bevorderd van een wereldvisie waarin vrouwelijke seksualiteit opnieuw handelswaar wordt. En dat is exact wat de interviews aantonen die Temkina en Zdravomyslova in 1997 en 2005 afnamen van vrouwen uit de post-Sovjetgeneratie. Naast het “hedonistische scenario” waarin seks een zuiver fysieke zoektocht wordt naar individueel genot en er vaak seksspeeltjes en andere producten opduiken die de kapitalistische economie aanbiedt (spullen die om evidente redenen volkomen ontbraken in de Sovjeteconomie) merken ze ook de opkomst van wat zij het “instrumentale scenario” noemen dat overal opdook van zodra de vrije markt zijn intrede had gedaan. Temkina en Zdravomyslova schrijven: “De commercialisering van verschillende domeinen van het sociale leven, de genderpolarisering, de ongelijkheid en het gebrek aan financiële middelen legitimeren het instrumentale scenario van de seksuele relaties. Dit scenario gaat uit van de vooronderstelling dat geseksualiseerde vrouwelijkheid (alsook jonge leeftijd) een winstgevende ruil kan opleveren voor materiële en andere voordelen. In dit scenario wordt het huwelijk een berekening.”

De vermarkting van de vrouwelijke seksualiteit in Rusland leidde dan ook tot een dramatische toename van sekswerk, pornografie, strategische huwelijken voor geld en wat de auteurs omschrijven als “sponsorschap” waarbij rijke mannen hun minnaressen onderhouden. Volgens Temkina en Zdravomyslova kwam dit instrumentale scenario “zelden voor in de verhalen van het seksuele leven” van de oudere vrouwen die opgroeiden in de Sovjet-Unie.5

De herinvoering van de vrije markt in Rusland valt samen met de vermarkting van vrouwen.

Bewijzen voor het overwicht van dit instrumentale scenario in de periode na 1991 vinden we ook terug in het boek van Peter Pomerantsev uit 2014 over de gigantische toename van de Russische “gelukzoekersacademies”. Hij beschrijft er onder meer in hoe het eraan toegaat in een klas van een speciaal opleidingsinstituut in Moskou waar “een groep bijzonder blonde meisjes ijverig nota’s nemen” omdat “het vinden van een suikeroompje een ambacht, een beroep is”. Dit soort jonge vrouwelijke gelukzoekertjes betalen duizend dollar per week voor dit soort cursussen en hopen ondertussen een “sponsor” te vinden die hun rekeningen wil betalen. Voor vele jonge vrouwen is oefenen in de kunst om een rijke echtgenoot te vinden een betere investering dan studeren aan de universiteit om een carrière uit te bouwen. Als ze eenmaal “afgestudeerd” zijn aan deze academies, hangen deze vrouwen volgens Pomerantsev rond in de buurt van “een uitgelezen groep van clubs en restaurants” die haast exclusief opgevat zijn voor sponsors op zoek naar meisjes en voor meisjes op zoek naar sponsors. De heren staan bekend als forbeses (naar de toplijst van ‘s werelds rijksten die Forbes jaarlijks publiceert). De meisjes worden tiolki (vee) genoemd. Het is een kopersmarkt: er zijn tientallen, neen, honderden stuks “vee” voor elke forbes. Op die manier valt de herinvoering van de vrije markt in Rusland samen met de vermarkting van vrouwen. Dat valt des te sterker op als je de situatie vergelijkt met die van het Sovjetverleden.6

De botsing tussen de socialistische visie op een vrije seksualiteit en het kapitalistische idee van de seksuele ruil komt ook goed tot uiting in de discussies en de debatten over de hereniging van de beide Duitslanden – de Duitse Democratische Republiek (DDR) en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog was Duitsland één natie, maar na de nederlaag van de nazi’s verdeelden de geallieerde overwinnaars Duitsland onder elkaar. Toen de Koude Oorlog begon verbrokkelde de alliantie tussen Stalin en de westerse machthebbers. Oost-Duitsland (DDR) bevond zich aan de Sovjetzijde van het IJzeren Gordijn en werd een eenpartijstaat onder leiding van de SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands).

De opsplitsing van Duitsland bezorgde ons een interessant “natuurlijk experiment” over vrouwenrechten en seksualiteit. De bevolkingsgroepen aan beide zijden van de ontstane grens waren op zowat alle vlakken haast identiek, behalve dan op het vlak van hun politiek en economisch systeem. Vier decennia lang volgden de beide Duitslanden een verschillend pad, vooral dan inzake de opbouw van de ideale mannelijkheid en de ideale vrouwelijkheid. De West-Duitsers omarmden het kapitalisme, de traditionele genderrollen en het kostwinner-huishoudstermodel van het burgerlijke monogame huwelijk. In Oost-Duitsland leidde het objectief van vrouwenemancipatie in combinatie met een tekort aan arbeidskrachten tot een massale mobilisatie van vrouwen voor de arbeidsmarkt. Zoals de historica Dagmar Herzog betoogde in haar boek Sex After Fascism promootte de Oost-Duitse staat actief de gendergelijkheid en de economische onafhankelijkheid van vrouwen als unieke kenmerken van het socialisme, waarbij het ook probeerde zijn morele superioriteit aan te tonen ten opzichte van het democratische Westen. In de jaren 1950 al moedigden Oost-Duitse publicaties mannen aan om meer huishoudelijke taken op zich te nemen en om de kinderlast evenwichtiger te verdelen tussen hen en hun vrouwen omdat die vrouwen nu eenmaal – net als hun mannen – voltijds aan de slag waren in het productieproces.7

Volgens Ingrid Sharp, een Duitse professor cultuurwetenschappen, creëerden de Oost-Duitsers een situatie waarin vrouwen niet langer afhankelijk waren van hun mannen en kregen ze daardoor een gevoel van autonomie dat op zijn beurt een genereuzer mannelijk gedrag tussen de lakens aanmoedigde. Als West-Duitse vriendinnen en echtgenotes niet zo gelukkig waren met de seksuele prestaties van hun mannelijke partners, hadden ze niet erg veel uitwijkmogelijkheden. Omdat vrouwen er afhankelijk waren van mannen die hen financieel moesten ondersteunen konden ze niet veel meer doen dan proberen hun partners er vriendelijk van te overtuigen wat meer aandacht te hebben voor hun behoeften. In het Oosten konden mannen die behoefte hadden aan een seksuele relatie niet terugvallen op geld om een kans te maken: ze moesten gewoon hun gedrag aanpassen. Sharp legt uit:

“Scheiden in de DDR was relatief eenvoudig en het had voor beide partners weinig financiële en sociale consequenties. Het aantal huwelijken en scheidingen lag er beduidend hoger dan in het Westen. Volgens de SED werden deze cijfers bevorderd door het heilzame verlangen naar huwelijken die gebaseerd zijn op liefde. Ongeïnspireerde, onbevredigende relaties konden vlotjes worden opgedoekt en verrijkende relaties konden even vlotjes worden opgestart. Het feit dat het meestal vrouwen waren die een einde aan de relatie maakten werd verwelkomd als een teken van hun emancipatie. In tegenstelling tot het Westen, werden vrouwen in het Oosten niet tot economische afhankelijkheid gedwongen en moesten ze niet blijven hangen in een huwelijk dat hen niet langer bevredigde.”8

Oost-Duitse vrouwen kregen een gevoel van autonomie dat op zijn beurt een genereuzer mannelijk gedrag tussen de lakens aanmoedigde.

De economische onafhankelijkheid van vrouwen en de daarmee samenhangende terugval van relaties gebaseerd op economische ruil wakkerden de Oost-Duitse claim aan dat socialisten een veel bevredigender persoonlijk leven leiden. Maar veeleer dan alleen te focussen op het liefdesleven – wat Kollontai zou gedaan hebben – sloofden de Oost-Duitse onderzoekers zich uit om aan te tonen dat hun landgenoten meer en betere seks hadden. Zij argumenteerden dat het socialistische systeem het seksleven van mensen verbeterde precies omdat seks niet langer een koopwaar was die verhandeld werd op een vrije markt. Herzog: “De grootste bekommernis in het Oosten was de burgers te tonen dat het socialisme de best mogelijke voorwaarden creëerde voor langdurig geluk en liefde. (Oost-Duitse auteurs legden er meermaals de nadruk op dat seksuele relaties bij hen veel meer op liefde stoelden en dus respectabeler waren dan in het Westen, al was het maar omdat vrouwen zich onder het socialisme niet langer via het huwelijk moesten ‘verkopen’ om te overleven).”9

Harde statistieken

Omdat Oost-Duitse onderzoekers focusten op seksuele bevrediging, en meer specifiek vrouwelijke bevrediging, voerden ze een breed spectrum aan empirische onderzoeken uit om de superioriteit van het socialisme in de slaapkamer aan te tonen. Hoewel we de methodologische uitdagingen die we in het vorige hoofdstuk bespraken in ons achterhoofd moeten houden, leveren die onderzoeken toch interessante bewijzen op dat seks onder het socialisme beter was. Zo publiceerden Kurt Starke en Walter Friedrich in 1984 hun onderzoeksresultaten naar liefde en seksualiteit bij Oost-Duitsers jonger dan dertig. Zij ontdekten dat DDR-jongeren, zowel mannen als vrouwen, bijzonder tevreden waren over hun seksuele leven en dat twee derde van de jonge vrouwen verklaarde dat ze “bijna altijd” een orgasme bereikten. Een bijkomende 18 procent stelde dat ze “vaak” tot een orgasme kwamen. Volgens Starke en Friedrich was dit niveau van persoonlijke bevrediging in de slaapkamer het gevolg van een socialistisch leven met “het gevoel van sociale zekerheid, met dezelfde verantwoordelijkheden op professioneel en pedagogisch vlak, met dezelfde rechten en mogelijkheden om aan het sociale leven deel te nemen én het te bepalen”.10

Verdere studies zouden deze eerste resultaten bevestigen. In 1988 voerden Kurt Starke en Ulrich Clement de eerste vergelijkende studie uit over de zelfverklaarde seksuele ervaringen van vrouwelijke studenten in Oost- en West-Duitsland. Ze stelden vast dat Oost-Duitse vrouwen beweerden veel meer te genieten van seks. Ze rapporteerden ook een hogere score voor orgasmes dan hun westerse collega’s. In 1990 stelde een andere studie die de seksuele attitude van de jeugd in beide Duislanden vergeleek dat de verlangens van mannen en vrouwen in de DDR veel dichter bij elkaar lagen dan in het Westen. Enkele voorbeelden. Uit een overzicht bleek dat 73 procent van de Oost-Duitse vrouwen en 74 procent van de Oost-Duitse mannen wilden trouwen. In het Westen lag dat percentage bij vrouwen op 71 procent, terwijl dat bij West-Duitse mannen slechts op 57 procent lag; een verschil van maar liefst 14 procent. Een ander overzicht van seksuele ervaringen levert veel hogere scores op van zelfverklaarde bevrediging bij Oost-Duitse vrouwen. Op de vraag of ze bij hun laatste afspraakje bevredigd waren, antwoordden 75 procent van de DDR-vrouwen en 74 procent van de DDR-mannen positief, terwijl dezelfde vraag in West-Duitsland een “ja” opleverde voor 84 procent van de mannen en (maar) 46 procent voor de vrouwen. Ten slotte werd aan de respondenten gevraagd of ze zich na de seks “gelukkig” voelden. Bij de Oost-Duitse vrouwen was dat voor 82 procent het geval, terwijl dat bij de West-Duitse vrouwen niet verder kwam dan 52 procent. Met andere woorden: 18 procent van de Oost-Duitse vrouwen was niet “gelukkig” na de seks, terwijl het in West-Duitsland om bijna de helft ging.11

Toen beide Duitslanden in 1990 weer één land werden, kwamen de verschillende seksuele culturen van beide maatschappijen in botsing. Dat leidde tot aanslepende discussies en misverstanden. Ingrid Sharp bestudeerde ook de “seksuele hereniging van Duisland” en argumenteerde dat de West-Duitse mannen aanvankelijk het idee van de passionele Oost-Duitse vrouwen verafgoodden.

“Harde statistieken [het gaat hier niet om een woordspeling] bevestigen klaarblijkelijk de grotere seksuele respons van vrouwen uit het Oosten. In opdracht van Neue Revue voerde het Gewis Instituut in Hamburg een onderzoek uit naar de seksuele mores van vrouwen. De studie toonde aan dat 80 procent van de Oost-Duitse vrouwen altijd een orgasme beleefde, terwijl dat bij West-Duitse vrouwen niet hoger kwam dan 63 procent. […] De context [van deze studie] was de ideologische strijd tussen Oost en West, waarbij de Koude Oorlog ook werd uitgevochten in de arena van de seksualiteit en orgastisch potentieel een wapen werd naast de nucleaire capaciteit.”

Op de vraag of ze bij hun laatste afspraakje bevredigd waren, antwoordden 75 procent van de DDR-vrouwen positief. In West-Duitsland was dat maar 46.

Sharp stelt inderdaad dat het meerwaardigheidsgevoel van West-Duitsland werd ondermijnd door de aanhoudende claim van Oost-Duitse seksuologen als zou de grotere seksuele bevrediging bij DDR-vrouwen verband houden met hun economische onafhankelijkheid en hun zelfvertrouwen. De West-Duitse media trokken dan ook van leer tegen het idee dat wat-dan-ook uit het Oosten beter kon zijn en lanceerden wat Sharp de “Grote Orgasmeoorlog” noemt.12

Socialistische seksuologie

[…] Om deze onderwerpen verder uit te diepen startte Kościańska een onderzoek naar de gespecialiseerde adviezen die Poolse seksuologen verleenden tijdens en na de periode van het socialisme. Ze kwam tot de ontdekking dat de decennia van 1970 en 1980 een soort van “gouden jaren” waren om de menselijke seksualiteit te leren begrijpen. De Poolse visie contrasteerde sterk met de traditionele, conceptuele modellen in de VS die vooral focusten op fysieke elementen en stelden dat “goede seks” het resultaat is van een vierfasige universele manier van seksuele reacties. Gebaseerd op labo-experimenten van William Masters en Virginia Johnson leidde die biologische visie uiteindelijk tot een vermedicalisering en een farmacologisering van de behandelingen voor seksuele disfuncties. Farmaceutische bedrijven zochten (en blijven zoeken) naar commercialiseerbare oplossingen voor seksuele problemen, bij voorkeur in de vorm van een patenteerbare pil waardoor het gamma van seksuologische research zich beperkt tot onderzoek naar oplossingen die winsten kunnen opleveren.13

In tegenstelling daarmee ontwikkelde de seksuologie zich in het staatssocialistische Polen tot een holistische discipline die de kennis van verschillende medische sectoren combineerde met bevindingen uit de psychologie, de sociologie, de antropologie, de filosofie, de geschiedenis, godsdienstige en zelfs theologische beschouwingen tot bronnen voor seksuele opvoeding en therapie. Seksualiteit werd er benaderd als multidimensionaal en verankerd in de relatie, de cultuur, de economie en in de maatschappij als geheel. In tegenstelling tot de meesten van hun westerse collega’s onderzochten Poolse sekstherapeuten het individuele verlangen naar liefde, intimiteit en betekenis. Ze luisterden aandachtig naar de dromen en de frustraties van hun patiënten. De socialistische staat betaalde hun lonen uit en voorzag de nodige budgetten voor onderzoek, wat natuurlijk in schril contrast stond met de haast exclusieve bedrijfsfinanciering in het Westen. Die Poolse benadering had erg specifieke, positieve gevolgen op het lokale begrip van de vrouwelijke seksualiteit. Volgens Kościańska beperkten Poolse seksuologen “seks niet tot lichamelijke ervaringen, maar legen ze de nadruk op het belang van de culturele context voor het seksuele genot. Zelfs de beste stimuli zullen — volgens hen — niet helpen om de vrouw te laten genieten als de vrouw gestresseerd is of overwerkt [of] zich zorgen maakt over haar toekomst en haar financiële stabiliteit”. Net als in Oost-Duitsland veronderstelde men dat socialistische seks beter was omdat vrouwen er genoten van een grotere economische zekerheid en omdat seks er minder vermarkt was dan in het kapitalistische Westen. En omdat mannen er op geen enkele manier voor moesten betalen, gaven ze allicht meer om het genot van hun partner.14

Kristen R. Ghodsee, Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme, EPO, Berchem, 2019.

Footnotes

  1. Mikhail Stern en August Stern, Sex in the Soviet Union, red. en vert. door Mark Howson en Cary Ryan, New York, Times Books, 1980.
  2. Anna Temkina en Elena Zdravomyslova, “The Sexual Scripts and Identity of Middle-Class Russian Women”, Sexuality & Culture, 19, 2015: p. 297-320, 306.
  3. Anna Temkina en Elena Zdravomyslova, “The Sexual Scripts”, p. 307.
  4. Roy Baumeister, Tania Reynolds, Bo Winegard en Kathleen Vohs, “Competingfor Love: Applying Sexual Economics Theory to Mating Contests”, Journal of Economic Psychology, 63, december 2017, p. 230-241.
  5. Anna Temkina en Elena Zdravomyslova, “The Sexual Scripts”, p. 308.
  6. Peter Pomerantsev, Nothing Is True and Everything Is Possible: The Surreal Heart of the New Russia, New York, Public Affairs, 2015.
  7. Dagmar Herzog, Sex After Fascism: Memory and Morality in Twentieth-Century Germany, Princeton, NJ, Princeton University Press, 2007; Dagmar Herzog, “East Germany’s Sexual Evolution”, in Socialist Modern: East Germany Everyday Culture and Politics, red. Katherine Pence en Paul Betts, Ann Arbor: University of Michigan Press, 2008, p. 72. Zie ook Donna Harsch, Revenge of the Domestic: Women, the Family, and Communism in the German Democratic Republic, Princeton, NJ, Princeton University Press, 2008.
  8. Ingrid Sharp, “The Sexual Unification of Germany”, Journal of the History of Sexuality, 13, nr. 3, juli 2004, p. 348-365.
  9. Herzog, “East Germany’s Sexual Evolution”, p. 73.
  10. Kurt Starke en Walter Friedrich, Liebe und Sexualität bis 30, Berlijn, Deutsche Verlag der Wissenschaften, 1984, p. 187, 202-203, aangehaald in Herzog, “East Germany’s Sexual Evolution”, p. 86.
  11. Ulrich Clement en Kurt Starke, “Seksualverhalten und Einstellungen zur Seksualität bei Studenten in der DRD und in der DDR”, Zeitschrift für Sexualforschung, 1, 1988, aangehaald in Herzog, “East Germany’s Sexual Evolution”, p. 87; Werner Habermehl, “Zur Sexualität Jugendlicher in der BRD und DDR”, in Sexualität BRD/DDR im Vergleich, p. 20-40, 38; en Kurt Starke en Konrad Weller,”Differences in Sexual Conduct Between East and West German Adolescents Before Unification”, scriptie, voorgesteld op de Jaarlijkse Conferentie van de Internationale Academie voor Seksueel Onderzoek, Praag, 1992, beide aangehaald in Sharp, “The Sexual Unification of Germany”, p. 354-355.
  12. Sharp, “The Sexual Unification of Germany”, p. 354-355.
  13. Agnieszka Kościańska, “Beyond Viagra: Sex Therapy in Poland”, Czech Sociological Review, 20, nr. 6, 2014, p. 919-938, 919.
  14. Agnieszka Kościańska, persoonlijke e-mailcorrespondentie met de auteur, augustus 2017; Agnieszka Kościańska, “Feminist and Queer Sex Therapy: The Ethnography of Expert Knowledge in Poland”, in Rethinking Ethnography in Central Europe, red. Hana Cervinkova, Michal Buchowski en Zdenek Uherek, New York, Palgrave MacMillan, 2015.