Artikel

Oorlog verbrandt de aarde

Natalie Eggermont

—22 juni 2022

De ongemakkelijke waarheid voor alle politici die duurzaamheid hoog in het vaandel zouden dragen, maar in tussentijd heftig mee de oorlogstrom roeren, is dat er voor het klimaat maar één uitweg is: vrede.

Westerse politici willen in sneltempo af van Russische fossiele brandstoffen. “We zullen er alles aan doen om Putin’s capaciteit deze vreselijke oorlog te financieren aan banden te leggen”, tweette Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie. Sommigen zien dit als een opportuniteit voor de ecologische transitie. Wouter De Vriendt (Groen) sprak in de Kamer van een “marshallplan om van fossiele brandstoffen af te raken”.1 De realiteit is echter niet zo zwart-wit. De Russische fossiele brandstoffen worden ingeruild voor andere fossiele brandstoffen, soms nog vervuilender dan hun voorganger. Bovendien is militarisering en oorlog voeren een belangrijke bron van broeikasgassen wereldwijd. Terwijl we om het klimaat te redden voor een cruciaal nu-of-nooit kantelpunt staan, met nog maar enkele jaren om radicaal van koers te veranderen, maken wereldleiders zich warm voor een nieuwe reeks investeringen in fossiele-brandstofinfrastructuur. Om het tij te keren is een sterke beweging van onderuit nodig.

Klimaatkosten van oorlog

De oorlogsindustrie is zeer vervuilend. Naar schatting van enkele wetenschappers is de uitstoot van legers en de industrie die hen van materiaal voorziet, verantwoordelijk voor ongeveer 5 % van de wereldwijde uitstoot, meer dan lucht- en scheepvaart gecombineerd.2 Het onderzoeksproject “Cost of War” berekende dat de oorlogsactiviteiten in Irak, Afghanistan, Pakistan en Syrië alleen al goed waren voor meer dan 400 miljoen ton CO2.3

De Verenigde Staten zijn absolute koploper, zowel in militaire uitgaven als in uitstoot. Goed voor een gewapende macht van meer dan twee miljoen manschappen, elf nucleaire vliegdekschepen, ‘s werelds meest geavanceerde militaire luchtmacht en een ruimteprogramma. Ze is sinds 2001 continu in oorlog en is momenteel actief in meer dan tachtig landen. Al deze operaties hebben energie nodig en die komt voornamelijk van fossiele brandstoffen. Zoals David Petraeus, oud-generaal van het Amerikaanse leger stelde, “energie is het levensbloed van onze militaire kracht”. Het Amerikaans ministerie van Defensie is daardoor ‘s werelds grootste institutionele gebruiker van olie en de grootste institutionele bron van broeikasgassen. Het Amerikaans leger stoot meer uit dan landen als Spanje, Portugal of Zweden.4

De levenslijn tussen de militaire en de fossielebrandstofindustrie werkt ook in de andere richting. Overheden zetten hun legers massaal in om fossielebrandstofroutes te beschermen. De lidstaten van de Europese Unie zijn extreem afhankelijk van de import van fossiele brandstoffen, bijna 90 % van de olie en 70 % van het gas wordt geïmporteerd. Fossielebrandstofgiganten en overheden hebben er dus alle belang bij om de importroutes te beveiligen en de stabiliteit in de exporterende landen te verzekeren. Greenpeace publiceerde vorig jaar een rapport waaruit blijkt dat bijna tweederde van de militaire missies van de Europese Unie gelinkt zijn aan fossiele brandstoffen.5

De twaalf grootste oliebedrijven spenderen 103 miljoen dollar per dag aan de exploitatie van nieuwe gas- en olievelden.

Er is een moedwillige geheimhouding over de klimaatimpact van de militaire industrie. Ze is een van de laatste sterk vervuilende industrieën wiens uitstoot niet moet gerapporteerd worden aan de Verenigde Naties. De Verenigde Staten zetten hiervoor de hakken in het zand tijdens de Kyoto-klimaatonderhandelingen in 1997. De Amerikanen vreesden dat het Kyoto-protocol limieten zou stellen aan militaire operaties en druk zou zetten op toekomstige administraties om militaire training en operaties te verminderen. De politieke boodschap van de delegatie was duidelijk: klimaatinspanningen mogen geen bedreiging zijn voor militaire ontwikkeling. Militaire uitstoot kreeg zo een ‘uitzonderingsstatuut’ en moest niet gerapporteerd worden.6 In 2015 maakte het Akkoord van Parijs een einde aan de militaire uitzondering, maar de rapportering is vrijwillig en niet verplicht.7 Het blijft een olifant in de kamer van de klimaatonderhandelingen.

Fossiele brandstoffen zijn booming

Door de escalatie van de oorlog neemt de EU verregaande maatregelen om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden van Russische brandstoffen. Dat is een hele opgave: momenteel komt een kwart van onze olie, de helft van onze steenkool en 40 % van ons gas van Rusland. Politici stellen het voor als een opportuniteit om een versnelling hoger te schakelen in de ecologische transitie. Op 18 mei lanceerde de Europese Commissie het REpowerEU plan: nieuwe maatregelen om sneller en op korte termijn los te komen van Russische fossiele brandstoffen met verhoogde ambities qua energie-efficiëntie en versnelde uitrol van hernieuwbare energie.8

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.