Artikel

Oorlog en democratie gaan niet samen

Olivier Goessens

—22 juni 2022

De trein van militarisering die met een rotvaart is vertrokken, is gedoemd om te ontsporen. Die evolutie moeten we zo vroeg mogelijk stoppen.

De Europese landen maken enorme sommen belastinggeld vrij om hun militair budget te verhogen. Geld dat niet kan gaan naar een meer sociaal beleid of maatregelen tegen klimaatverandering. Dit gebeurt zonder democratisch debat en midden in een crisis waarbij mensen lijden onder de torenhoge prijzen. Na de injecties voor het redden van de banken en de steunmaatregelen voor de coronapandemie, steken de Europese lidstaten zich op korte tijd een derde keer in de schulden, ditmaal om te militariseren. Die militarisering gaat gepaard met een ideologisch offensief om de geesten voor te bereiden op oorlog. Ondertussen staan grondrechten en democratische vrijheden onder druk.

‘Een nieuw tijdperk’ van militarisering in Duitsland

De militariseringsgolf die Europa overspoelt, betekent een breuk met het verleden, op de eerste plaats in Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog legden de geallieerden een demilitarisering op aan Duitsland. De Duitse militarisering had immers twee keer tot een wereldoorlog geleid. Pas in 1955, toen West-Duitsland aansloot bij de NAVO, werd de Bundeswehr voorzichtig heropgericht. De grondwet legde echter vast dat het nieuwe, veeleer bescheiden leger een strikt defensieve rol zou spelen. Een ander aspect van de demilitarisering was dat een deel van de West-Duitse militaire industrie overschakelde op civiele productie.

Na de hereniging van Duitsland in 1991 bleef de West-Duitse grondwet grotendeels behouden, al moet men het zelfverklaarde ‘Duitse pacifisme’ met een serieuze korrel zout nemen. Zo nam het Duitse leger deel aan meerdere buitenlandse missies van de NAVO. Sommige beperkingen — zoals het verbod op wapenexport naar conflictgebieden — namen de vorm aan van ‘politieke principes’ die te pas en te onpas met de voeten worden getreden. De Duitse militaire industrie keerde nooit terug naar haar vooroorlogse proporties, maar groeide wel uit tot de op drie na grootste wapenexporteur ter wereld (op gelijke hoogte met China). Ondanks druk van de NAVO en herhaaldelijke, haast rituele klaagbedes van Duitse legerofficieren over de ‘armzalige’ toestand van hun leger, is Militarisierung een zeker politiek taboe gebleven. Duitsland investeert bijvoorbeeld per capita minder in defensie dan Frankrijk, het VK of Nederland.

De nieuwe Duitse militaire investeringspolitiek werd zelfs opgenomen in de grondwet, zodat ze buiten de strenge begrotingsregels vallen.

De Russische invasie in Oekraïne werd meteen aangegrepen om dit taboe te slopen en bijna tachtig jaar geschiedenis om te draaien. “Een nieuw tijdperk breekt aan”, zo sprak bondskanselier Olaf Scholz het Duitse parlement toe op 27 februari. Het parlement keurde zijn mega-budget van 100 miljard euro voor wapenaankopen goed. De nieuwe militaire investeringspolitiek werd zelfs opgenomen in de grondwet, zodat ze buiten de strenge Duitse begrotingsregels vallen. Bovenop die eenmalige investering, kondigde Scholz ook aan dat Duitsland zijn defensiebudget structureel optrekt naar 2 % van het bruto binnenlands product. Nog een primeur is dat Duitsland zware wapens — luchtafweervoertuigen en tanks — levert aan een conflictgebied.

Oorlog als businessmodel

De maatregelen wakkerden terstond het ‘patriotisme’ aan bij de Duitse industriëlen. Wapenfabrikanten Rheinmetall, Kraus-Maffei-Wegemann, Heckler & Koch en Rhode & Schwarz staan te watertanden om de nieuwe vrijgemaakte budgetten naar hun boekhouding te transfereren. Vliegtuigbouwer Diehl en het Frans-Duitse Airbus bereiden zich voor om over te schakelen naar militaire productie. Ook andere Duitse multinationals als Volkswagen, ThyssenKrupp en Siemens, die na de Tweede Wereldoorlog op civiele productie terugvielen, zien hoe er gezwaaid wordt met miljarden voor wapen­aankopen en bekijken of ze in een deel van het aanbod kunnen voorzien.

Een heropbloei van de Duitse militaire industrie maakt het moeilijk om terug te keren naar een meer getemperd defensiebeleid. Grote bedrijven zijn namelijk meester in het creëren van vraag voor hun aanbod, zeker als de overheid klant is. De Amerikaanse president Eisenhower waarschuwde hiervoor in zijn afscheidsspeech in 1961. Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de militaire industrie in de Verenigde Staten uit tot een van de grootste sectoren. Eisenhower zag hoe deze bedrijven na de oorlog invloed uitoefenden op de regering en het congres om militaire contracten te blijven binnenrijven, en bedacht de term ‘militair-industrieel complex’. In de VS groeide dit complex uit tot een van de machtigste belangengroepen, met tentakels in het leger en de academische wereld — een permanente lobby voor bewapening en militaire avonturen. Oorlog is het businessmodel, nodig om producten te testen en te verbruiken.

Francken (N-VA) staat in België bekend als NAVO-havik, die de wenslijsten van het Pentagon braaf voorleest in het parlement.

Gezien de hegemonische positie van de Verenigde Staten en haar militair bondgenootschap de NAVO, heeft het Amerikaanse militair-industriële complex ook een voet tussen de deur bij politici in de andere NAVO-lidstaten. De Duitse grootindustrie moet geen cadeaus verwachten. Amper één uur nadat het Duitse parlement de mega-injectie van 100 miljard had goedgekeurd, bracht Lockheed Martin een ‘projectplan’ uit met voorstellen om al dat geld te besteden. Met succes: de Duitse regering sloot direct een miljardencontract af om F-35 gevechtsvliegtuigen te kopen. De vraag hoe deze atoombommenwerpers kunnen helpen tegen een Russische invasie, werd kennelijk niet gesteld. Dat de F-35 het duurste toestel ter wereld is, was wellicht veel belangrijker.

Europa militariseert op vraag van de VS

Terwijl Rusland zijn defensiebudget niet verhoogt, breidt de eenzijdige wapenwedloop zich ook buiten Duitsland uit. Na de Duitse dijkbreuk volgden Frankrijk, Polen, Litouwen, Denemarken, Zweden… In het Verenigd Koninkrijk roept zelfs oppositiepartij Labour op tot een “post 9/11 style” verhoging van het defensiebudget.1 België was de trend al een beetje voor en besliste eind januari om een slordige 10 miljard euro extra in defensie te pompen. Het Duitse voorbeeld indachtig zei minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) eind maart: “We moeten opnieuw over extra middelen spreken. We hebben op korte termijn — dat betekent dit jaar — een extra enveloppe nodig om de meest dringende noden in te vullen.”2

De nieuwe Europese militarisering valt volledig onder de vleugels van de NAVO en dus de Verenigde Staten. Het ‘Strategisch Kompas’ dat de Europese ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie op 21 maart gezamenlijk uitbrachten, stelt dat de NAVO het zwaartepunt van de Europese defensie zal blijven.3 Op de vraag of ze voorstander is van een Europees leger antwoordt minister Dedonder: “Neen, we hebben al een commandocentrum: dat van de NAVO. Deze oorlog bewijst dat de NAVO en de EU perfect kunnen samenwerken.” En ze voegde eraan toe: “Zelfs Theo Francken begint mij graag te zien.”

Francken (N-VA) staat in België bekend als NAVO-havik, die de wenslijsten van het Pentagon braaf voorleest in het parlement. Samen met Hendrik Bogaert (cd&v) en Peter Buysrogge (N-VA) bracht hij in 2021 het boek uit NAVO: hersendood of klaar voor de toekomst?, dat vooruitloopt op de huidige militaire investeringsspurt. De leuze van de auteurs: Si vis pacem, para bellum — als je vrede wil, bereid je dan voor op oorlog. Het boek echoot de Amerikaanse visie dat de Europese NAVO-lidstaten hun defensiebudgetten moeten optrekken tot 2 % van het bbp of meer, zodat de Verenigde Staten hun troepenmacht aan de Russische grens kunnen afbouwen om zich te focussen op China. Een project dat geenszins bedoeld is om vrede voor te bereiden met China. De VS pleiten al twintig jaar voor die 2 %-norm, maar hadden klaarblijkelijk de oorlog in Oekraïne nodig om hem effectief af te dwingen. Enthousiaste aanhangers van het Atlantisme vinden de 2 % norm ondertussen al achterhaald. Zo sprak de Britse minister van Buitenlandse Zaken van de 2 % als “een bodem, geen plafond” en verhoogt Polen zijn militair budget al naar 3 % van het bbp.

Elke euro die naar wapens gaat, kan niet naar andere beleidsdomeinen gaan. De Europese lidstaten gaan zich opnieuw in de schulden steken, dit keer niet enkel voor eenmalige grote uitgaven, maar ook voor structurele budgetverhogingen. Heel waarschijnlijk zal de Europese Commissie binnenkort besparingen in sociale programma’s voorstellen, terwijl tegelijkertijd de Europese bevolking dreigt te verarmen door de inflatie en de economische sancties die de EU tegen Rusland neemt. Bovendien zullen de klimaatambities wellicht herzien moeten worden, met meer klimaatrampen als gevolg. En dat allemaal voor de bewapening tegen een potentiële vijand die nu al een veel kleiner leger heeft dan de NAVO.

Militarisering van de geesten

De opvallende eensgezindheid tussen politieke aartsrivalen N-VA en PS is vandaag geen uitzondering in Europa. Alle traditionele en extreemrechtse partijen in de EU scharen zich voorlopig achter de roep tot militarisering. Het politiek establishment bereidt niet alleen zijn legers, maar ook de bevolking voor op een mogelijke oorlog. De oorlogsstemming is voelbaar in de Europese parlementen: oude vijanden hullen zich eensgezind in de nationale vlag, terwijl kritische stemmen meedogenloos worden aangevallen. In Duitsland laten de Groenen, die in regering zitten, niet alleen hun laatste pacifistische idealen varen, maar gaan ze zelfs akkoord met het langer openhouden van bruinkoolcentrales. In België gaan de Groenen akkoord om de kerncentrales langer open te houden, in naam van de strijd tegen Poetin.

De militarisering van de samenleving is niet alleen een economische kwestie. Ze gaat gepaard met een ideologisch offensief, gedrenkt in wij-zij-denkbeelden. Het westers establishment spreekt over een “aanslag op de beschaving” en een “oorlog tussen democratie en autocratie”. Wat aan de ene kant “weerstand, moed, solidariteit en zelfopoffering” heet, luidt voor het andere kamp “barbarij en waanzin”. De taal is doordrenkt van oorlogsretoriek. Zo bereidt men de militarisering van de geesten voor, zoals we dat hebben gezien in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog: militaire bewapening, verstikkend nationalisme en oorlogs­propaganda tegen het ‘Franse militarisme’, ‘Russische absolutisme’ of ‘Duitse barbarisme’.

Westerse leiders die oorlogsmisdaden in Irak, Libië of Afghanistan hebben toegedekt, staan nu vooraan om Russische geweldplegingen met veel ophef te veroordelen.

De Duitse socioloog Wolfgang Streeck vergelijkt de politieke situatie in Duitsland met de terugkeer van een koning uit ballingschap, die de rekeningen verheft en het hof zuivert van dissidenten.

“Tegen de achtergrond van uitdijende beloftes van trouw, wordt het publieke debat gereduceerd tot het verspreiden van de waarheid van de koning, en niets anders. Putin verstehen — motieven en redenen proberen achterhalen, aanwijzingen zoeken over hoe men misschien zou kunnen onderhandelen om het bloedvergieten te stoppen — wordt gelijkgesteld met Putin verzeihen, oftewel vergeven. Het ‘relativeert’, zoals de Duitsers het zeggen, de wreedheden van het Russische leger door te proberen er een einde aan te maken met andere dan militaire middelen. Volgens de nieuwe wijsheid is er maar één manier om met een gek om te gaan; denken aan andere manieren bevordert zijn belangen en komt daarom neer op verraad. (Ik herinner mij leraren uit de jaren vijftig die de jonge generatie lieten weten dat “de enige taal die de Rus verstaat, de taal van de vuist is”). Geheugenbeheer staat centraal. Noem nooit de Minsk-akkoorden (2014 en 2015) tussen Oekraïne, Rusland, Frankrijk en Duitsland. Vraag niet wat ervan terecht is gekomen en waarom; let niet op het platform van onderhandelde conflictbeslechting waarop Zelenski in 2019 door bijna driekwart van de Oekraïense kiezers werd verkozen. En vergeet de Amerikaanse reactie via megafoondiplomatie op de recente Russische voorstellen voor een gezamenlijk Europees veiligheidssysteem. Breng vooral nooit de diverse Amerikaanse ‘speciale operaties’ uit het recente verleden ter sprake, zoals in Irak, waar in Fallujah alleen bijvoorbeeld in een paar dagen 800 burgerslachtoffers vielen. Met deze vragen begaat men het misdrijf van ‘whataboutism’, dat gezien de beelden uit Bucha en Marioepol moreel niet door de beugel kan.”4

Oorlog met woorden en beelden

In elke oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer. “Oorlog is niet enkel met wapens, maar ook met woorden” zegt oorlogsjournalist Rudi Vranckx.5 Hij had het over het nieuwe Oekraïense woord ‘Ruscisten’, een samentrekking van Russen en fascisten. Fact checkers draaien overuren om de vele claims en beelden van zowel Russische als Oekraïense bronnen te controleren. Zo toonde de belangrijkste Russische nieuwzender Perviy Kanal beelden die zouden aantonen dat Oekraïense burgermilities ongewapende burgers doodschieten. De beelden bleken echter gemanipuleerd.6 Oekraïne gaf dan weer toe dat de ‘Geest van Kiev’, een legendarische piloot die tientallen Russische vliegtuigen zou hebben neergehaald en vaak naar voren werd geschoven als symbool van het Oekraïens verzet, een verzinsel was.7 De wederzijdse desinformatie spuit een heuse oorlogsmist over het verloop van de oorlog.

De propaganda komt van alle kanten, ook van het westen. Westerse leiders die oorlogsmisdaden in Irak, Libië of Afghanistan hebben toegedekt, staan nu vooraan om Russische geweldplegingen met veel ophef te veroordelen. Hun verontwaardiging voelt niet echt oprecht aan. In 2001 publiceerde ULB-professor Anne Morelli het standaardwerk Tien elementaire principes van oorlogspropaganda. Voor De Wereld Morgen maakte ze de oefening om die principes af te toetsen aan het discours van westerse leiders over de oorlog in Oekraïne.8 Ze zijn alle tien van toepassing. “Cijfers van de vijand worden onmiddellijk becommentarieerd als ‘onbetrouwbaar’, terwijl de cijfers van onze woordvoerders onmiddellijk als feiten worden aanvaard” zegt Morelli. “Wie die cijfers in twijfel durft te trekken of zelf een dubbelcheck wil uitvoeren — een normale journalistieke reflex — wordt onmiddellijk weggezet als minstens een naïeve medeplichtige of een bondgenoot van de vijand.”

Sommige grote media spelen daar een belangrijke rol in. De kranten en tv-journaals tonen haast dagelijks beelden van lijken van Oekraïense burgers — “zie hoe wreed de Russen zijn” — of van Russische soldaten — “Oekraïne is aan het winnen”. Nooit zagen we zulke beelden uit landen waar het Westen oorlog voert. En dan is er de obsessie met de figuur van Vladimir Poetin. Ontelbare (amateur-)psychoanalitici worden gevraagd om hun licht te laten schijnen over de mentale toestand, het karakter en de vermeende boosaardigheid van de Russische president. Impliciet geeft men de boodschap mee dat deze hele oorlog de schuld is van één persoon en dat vrede dus onmogelijk is zonder deze persoon uit te schakelen. Niet zelden stelt men Poetin voor als een nieuwe Hitler met wie onderhandelingen zijn uitgesloten en die alleen gestopt kan worden door totale vernietiging. Zo zweept men de geesten op voor verdere escalatie van het conflict.

Hysterie en heksenjacht

De anti-Russische hysterie neemt soms hallucinante proporties aan. Een orkest in Wales annuleerde de opvoering van een werk van Tsjaikovski. De Belgische radiozender Klara weigerde eveneens een geplande opvoering van Tsjaikovski uit te zenden. In Milaan werd een seminarie over Dostojevski geschrapt. De National Gallery in Londen veranderde zelfs de naam van een 19de-eeuws schilderij van ‘Russische danseressen’ naar ‘Oekraïense danseressen’. Het tennistornooi van Wimbledon sluit de nummer twee van de wereld Danill Medvedev uit om een Russische overwinning te vermijden. Een professor aan de universiteit van Praag zei dat hij geen les meer wou geven aan Russische studenten. In België kondigde Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) aan dat Russische uitwisselingstudenten niet meer welkom zijn. In de slipstream neemt het racisme tegen Russen in Europa toe. “In heel Europa worden mensen die op geen enkele manier betrokken zijn bij de oorlog, geviseerd en verwijderd van hun positie”, zegt Aleksandra Lewicki, een sociologe aan de universiteit van Sussex. “Er heerst een beeld van een duidelijke vijand. Russen van alle rangen en standen zijn het doelwit van racistische haatmisdrijven en denigrerende opmerkingen.”9

We weten uit het verleden dat de oorlogsstemming vaak misbruikt wordt om verworven democratische vrijheden weer af te bouwen.

Dat onschuldige Russische burgers verantwoordelijk worden gesteld voor de daden van hun regering, ligt in lijn met het sanctiebeleid van de Europese Unie dat de gewone Russen meer treft dan de oligarchen. De politiek geeft hierin dus het slechte voorbeeld. Hetzelfde geldt voor de manier waarop kritische of dissidente stemmen worden verdacht gemaakt en zelfs het zwijgen opgelegd. In het Verenigd Koninkrijk beschuldigden leden van de regeringspartij oud-Labourleider Jeremy Corbyn ervan ‘pro-Poetin’ te zijn, omdat hij vragen stelt bij sommige sancties en wapenleveringen. De roddelpers nam de beschuldigingen gretig over. Dat terwijl uitgerekend Corbyn twintig jaar geleden Poetins oorlog in Tsjetsjenië veroordeelde en toenmalig premier Tony Blair bekritiseerde omdat deze contacten met Poetin aanknoopte. En het was Corbyn die de huidige conservatieve regeringspartij bekritiseerde toen zij een fiscaal gunstregime voor Russische oligarchen invoerde.10

Soortgelijke ongegronde verdachtmakingen tierden welig tegen allerlei linkse oppositiekrachten zoals de SP in Nederland, Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk of bepaalde politici van Die Linke in Duitsland. In Portugal werden de lokalen van de Communistische Partij beklad. “Het stellen van kritische vragen is in oorlogstijden verboten,” zegt Anne Morelli daarover. “Toen PVDA-volksvertegenwoordiger Nabil Boukili vragen stelde in het parlement over de oorlog in Oekraïne, antwoordde eerste minister Alexander De Croo dat er “in deze plenaire vergadering bondgenoten van Poetin zitten”. Je mag het met de uitspraken van Boukli grondig oneens zijn en en er tegenargumenten tegen geven, maar dit als repliek van een eerste minister is zonder meer verwerpelijk.”11

De aanvallen bleven niet beperkt tot linkse politieke partijen. Ook de vredesbeweging kreeg klappen. In Groot-Brittannië werd de Stop The War Coalition door het slijk gehaald als “landverraders” en “vijfde colonne van Poetin”. In België probeerden twee kopstukken van de Vlaamse liberalen om hetzelfde van de pot gerukte ‘pro-Poetin’ label op de vzw Vrede te plakken en haar subsidies te ontnemen. Zelfs kritische journalisten lopen gevaar. In Polen werd de Spaanse journalist Pablo Gonzalez gearresteerd door leden van de Poolse geheime dienst ABW. De Oost-Europaspecialist wordt beschuldigd van “acties gericht tegen de Poolse staat”. De arrestatie in Polen volgde op berichtgeving over discriminatie van niet-Europese vluchtelingen aan de Pools-Oekraïense grens. Zowel de Internationale als Europese Verenigingen van Journalisten (IFJ en EFJ) hebben zijn vrijlating gevraagd.

Democratie, een luxe in vredestijd?

In een klimaat van stemmingmakerij worden belangrijke politieke koerswijzigingen met grote gevolgen voor de Europese bevolking ingezet, en dit zonder enig democratisch debat. Hebben de Duitse sociaaldemocratische en groene partijen de verkiezingen misschien gewonnen met beloftes om massaal veel geld in het leger te pompen? Of stond dit in het programma van de Vivaldi-partijen? We “leven nu in een andere wereld” luidt het. Wie bepaalt echter de prioriteiten in die zogenaamde nieuwe wereld? Of nog: “à la guerre comme à la guerre”. Maar de EU en Rusland zijn nog niet in oorlog en er zijn tal van scenario’s mogelijk om zo’n totale oorlog te vermijden. De oorlogstrom klinkt zo luid dat ze alle rationaliteit verstomt. Er zijn krachten wakker gemaakt die democratie als een luxe in vredestijd beschouwen.

We weten uit het verleden dat de oorlogsstemming vaak misbruikt wordt om verworven democratische vrijheden weer af te bouwen. Een berucht voorbeeld is hoe na de aanslagen in de VS en Europa het recht op privacy werd uitgehold. De eerste tekenen van een gelijkaardige evolutie zijn nu al zichtbaar. In Groot-Brittannië ligt een veiligheidswet op tafel die “ordeverstorende” betogingen verbiedt en kan leiden tot gevangenisstraffen voor wie eraan deelneemt. De vergelijking met Rusland is dan niet meer ver zoek. In Nederland kwamen de inlichtingendiensten een week na de Russische invasie in Oekraïne op de proppen met een wetsvoorstel om hun bevoegdheden gevoelig uit te breiden.12 Zo willen ze kabelinterceptie — het op grote schaal tappen van internetverkeer — ongericht kunnen inzetten. Ook wil men geautomatiseerde data-analyse kunnen toepassen zonder controle van de toezichtscommissie. Het wetsvoorstel komt erop neer dat men eender wie op eender welk moment kan bespioneren, zonder enige motivering waarom die persoon verdacht zou zijn. Dat druist in tegen uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Gelooft iemand dat de Russische invasie niet zou hebben plaatsgevonden als alle Europese lidstaten 2 % van hun bbp aan bewapening uitgaven?

Nog een voorbeeld is de vrijheid van meningsuiting en informatievergaring. De informatie-oorlog tussen Rusland en de VS neemt groteske proporties aan. Rusland voerde een wet in die alle niet-goedgekeurde berichtgeving over de oorlog verbiedt. De VS richtte een Disinformation Governance Board op binnen het beruchte Department of Homeland Security, door critici een ministerie van Waarheid genoemd. Zo ver gaat het voorlopig niet in Europa. Maar de Europese Commissie verbood wel de Russische tv-zenders Russia Today en Sputnik. De Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) sprak zich uit tegen die beslissing: “Het is een onverstandige zet en hiermee verlaag je je tot het niveau van Rusland. […] Journalistieke vrijheid wordt het spannendst in oorlogstijd [en dus moeten we] juist in deze tijden strijden voor vrijheid van informatie”.13 Wat vaststaat is dat deze censuur een regelrechte schending is van artikel 11 van het Handvest van Europese Grondrechten en artikel 5 van de Duitse grondwet. Le Monde Diplomatique merkte op dat Amerikaanse tv-zenders die ook leugens en propaganda verspreidden over de oorlog in Irak, nooit in aanmerking kwamen voor censuur.14

Si vis pacem, para pacem

Oorlog en democratie gaan niet samen, omdat de voordelen van oorlog zijn voorbehouden voor de elite terwijl het volk de miserie moet ondergaan. De heksenjacht richt zich niet toevallig vooral tegen linkse partijen en activisten, ook wanneer die — zoals PVDA of Corbyn — de invasie van Poetin in alle talen veroordelen. Er zit een strategische visie achter. De huidige westerse tactiek om de oorlog in Oekraïne zo lang mogelijk te rekken om Rusland leeg te laten bloeden, zal voor een regelrechte verarming zorgen van de Europese bevolking. Als Rusland tegensancties neemt, dreigen miljoenen Europeanen letterlijk in de kou te zitten. En nogmaals: de budgetten voor oorlog ontnemen de overheid middelen voor klimaat- of sociaal beleid, met een groeiende ontevredenheid als gevolg. Door nu al de krachten zwart te maken die deze sociale onvrede kunnen vertalen in politiek verzet, hoopt men al te grote weerstand te vermijden.

Dat verzet zal niettemin nodig zijn. De trein van militarisering die met een rotvaart is vertrokken, is gedoemd om te ontsporen. Vroeg of laat sleept hij ons naar een nieuwe wereldbrand. Een groot deel van onze collectieve welvaart wordt opgeofferd aan een waanzinnig project om de NAVO in staat te stellen tegelijk oorlog te voeren tegen Rusland en China. De theorie dat bewapening als afschrikking dient om oorlogen te voorkomen is boerenbedrog. De Europese NAVO-landen gaven in 2021 drie keer zoveel geld aan defensie als Rusland. Heeft dat Poetin ervan weerhouden om Oekraïne binnen te vallen? Gelooft iemand dat de invasie niet zou hebben plaatsgevonden als alle Europese lidstaten 2 % van hun bbp aan bewapening uitgaven? De huidige westerse militariseringskoorts berust op een leugen. En de autoritaire afglijding die ermee gepaard gaat, dient net om de leugen te maskeren.

De Europese burgers dreigen slachtoffer te worden van een oorlog die de prijzen van basisbehoeftes verder de hoogte in duwt, van een militaire investeringspolitiek die de publieke schuld doet oplopen en van een repressief klimaat waarin protest uiterst moeilijk wordt. Die evolutie moeten we zo vroeg mogelijk stoppen. Als we vrede willen, dan moeten we niet bewapenen, maar de drijfveren achter de oorlog uitschakelen. Dan heeft Europa een nieuwe veiligheidsstructuur nodig, een die niet ondergeschikt is aan de Amerikaanse imperiale ambities. Dan moeten we durven ons een multipolaire wereld in te beelden van duurzame en eerlijke handel, van win-windiplomatie en economische samenwerking in plaats van competitie om grondstoffen, bevoorradingsketens, afzetmarkten en invloedssferen. Si vis pacem, para pacem.

Footnotes

  1. “Labour calls for increase in defence spending in response to Ukraine war”, The Guardian, 30 maart 2022.
  2. “Ludivine Dedonder (PS), de eerste vrouw aan het hoofd van Defensie: ‘Zelfs Theo Francken begint mij graag te zien’”, De Zondag, 20 maart 2022.
  3. Zie: https://www.eeas.europa.eu/eeas/strategic-compass-security-and-defence-1_en.
  4. Wolfgang Streeck, “Return of the King”, New Left Review: Sidecar, 4 mei 2022.
  5. VRT journaal, 9 mai 2022.
  6. Brecht Castel, “Factcheck: Russische tv toont ‘schietincident in Kiev’ met gemanipuleerde audio”, Knack, 4 april 2022.
  7. “Emma Bubola, The ‘Ghost of Kyiv’ Is a Myth, Ukraine Acknowledges”, The New York Times, 1 mei 2022.
  8. Lode Vanoost, “Anne Morelli over oorlogspropaganda: ‘Twijfel altijd, over wat men ons opdringt én over wat we er zelf over menen te weten’”, De Wereld Morgen, 6 april 2022.
  9. “Anti-Russian hate in Europe is making chefs and school children out to be enemies”, The Washington Post, 7 maart 2022.
  10. Zie Peter Oborne, “Corbyn had altijd al gelijk over Poetin”, verder in dit nummer van Lava.
  11. Vanoost, ibid.
  12. “Inlichtingendiensten grijpen Oekraïne-crisis aan om bevoegdheden uit te breiden”, Volkskrant, 7 maart 2022.
  13. Marie Bénilde, “RT, ce n’est plus tenable”, Le Monde Diplomatique, april 2022.
  14. Marie Bénilde, “RT, ce n’est plus tenable”, Le Monde Diplomatique, april 2022.