Artikel

De crisis van de globale voedselketen

Raj Patel

—22 juni 2022

De globale voedselketen was al in crisis. De oorlog in Oekraïne heeft de situatie enkel verergerd. Het kapitalisme blijft miljoenen mensen de honger in duwen.

In het globale Zuiden zullen de koloniale erfenis, de klimaatverandering en het kapitalisme miljoenen mensen de hongersnood in drijven.

De eerste tank was de grens nog niet over of de Amerikaanse olie-industrie stond alweer te trappelen: drill, baby, drill. Nu is het voedsel aan de beurt. Rusland en Oekraïne waren in 2021 samen goed voor iets minder dan 30 % van de wereldwijde tarwe-export.1 De tarweprijs bereikte dit jaar een recordhoogte van ongeveer 12,94 dollar per bushel (begin januari was de prijs 7,55 dollar). Volgens de Financial Times overweegt de US Farm Service Agency (een overheidsorganisatie die valt onder het ministerie van Landbouw) om de federale beperkingen op land te versoepelen.2 Hoelang zal het duren voor de reactionaire strijdkreet dig, baby, dig weerklinkt?

Hogere voedselprijzen zullen leiden tot hongersnood en graven zal niet helpen. De ondervoeding als gevolg van de Russische oorlog tegen Oekraïne kan niet worden verholpen door nieuw graan te planten. Het seizoen voor Amerikaanse wintertarwe is voorbij. Meer noordwaarts doet slechts een kleine minderheid van de Canadese boeren de moeite om meer te planten met het oog op de voorjaarsoogst. Zelfs als de boeren de seizoenen, de bodem en de regen naar hun hand konden zetten, dan nog zou de zomertarwe pas over vier maanden kunnen geoogst worden. De markten hebben het tekort al meegerekend in de prijs. Ondanks de magere oogsten berekenen de croupiers in de handelskantoren overal ter wereld nu al likkebaardend hun vette bonussen.

Golven van honger

Volgens berekeningen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties zullen de voedselprijzen in het slechtste geval met nogmaals 8,5 % stijgen tegen 2026-2027.3 Nog 13,1 miljoen mensen meer zullen met ondervoeding te kampen krijgen. De meesten daarvan wonen in de regio’s Azië-Stille Oceaan en sub-Saharaans Afrika.

De Russische invasie bezegelt het lot van Oekraïne dat al op de knieën zat door de jammerlijk ontoereikende economische en politieke aanpak van COVID-19.

In 2014 waren 606,9 miljoen mensen ondervoed, ongeveer 8,3 % van de wereldbevolking. Het is een ontstellend cijfer, maar wellicht het beste niveau dat de mensheid ooit bereikt heeft in de strijd voor de uitroeiing van de honger in de 21e eeuw. In 2020, tijdens de COVID-19-pandemie, hebben 118 tot 161 miljoen mensen de rangen van de hongerlijders langer gemaakt. Hoewel het voor 2021 gaat om voorlopige cijfers, werd algemeen aangenomen dat de ondervoeding in het Zuiden erger zou worden, aangezien de prognoses van het Amerikaanse ministerie van Landbouw wijzen op een toename met ongeveer 7 %. De oorlog in Oekraïne heeft daar nog eens 8 tot 13 miljoen mensen aan toegevoegd. Intussen bedreigt een almaar grotere droogte in de Hoorn van Afrika 20 miljoen mensen met de hongerdood.4 In 2022 zullen we van geluk mogen spreken als maar 830 miljoen mensen niet aan 2.100 calorieën per dag komen.

De Russische invasie bezegelt het lot van Oekraïne, dat al op zijn knieën zat door de jammerlijk ontoereikende economische en politieke aanpak van COVID-19. De door de oorlog veroorzaakte prijsstijgingen en honger zullen een golf van opstanden uitlokken, zoals dat in het verleden al is gebeurd. Denk maar aan de demonstraties die in 2010 de Arabische Lente inluidden, de voedselrellen in 2007-2008 van Haïti tot Italië, en het protest tegen de maatregelen opgelegd door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de jaren 1980 en 1990.5 Het zal deze keer wel veel erger zijn.

Klimaatverandering teistert de landbouw vandaag al

Een bijzonder duister verhaal uit de geschiedenis van de honger van 2010 kan ons helpen om de complexiteit van de huidige noodsituatie beter te begrijpen. In dat jaar veroorzaakte een enorme lus in de straalstroom van het noordelijk halfrond twee weercatastrofes: één in Pakistan en één in Rusland.6 Een vijfde van Pakistan overstroomde en toch was er weinig of geen informatie te vinden in het nieuws. Maar dat Rusland van juni tot augustus 2010 zuchtte onder een hittekoepel met 55.000 sterfgevallen tot gevolg (voornamelijk door luchtvervuiling, veroorzaakt door bosbranden), dat ging wel de wereld rond. Destijds werd die hittekoepel weggezet als zeer uitzonderlijk, iets dat hoogstens één keer in de vijfhonderd jaar voorkomt. Tegen 2100 zullen we in Europa en Noord-Amerika naar verwachting om de twee of drie jaar met zulke hittegolven te maken krijgen.7

De grond in Rusland die het ergst door de hitte en het vuur werd geteisterd, had al verschillende cycli van industriële landbouw gekend, zowel voor de aanplanting van dennenbossen als voor de graanteelt.8 Rusland neemt meer dan 10 % van de wereldhandel in rondhout voor zijn rekening. Dennen worden vaak commercieel aangeplant omdat ze goed timmerhout opleveren en beter dan andere commerciële soorten bestand zijn tegen droogte. Op industriële schaal daarentegen is het een heel ander verhaal.

Commercieel gekweekte dennenbossen bestaan uit bomen van dezelfde leeftijd, want dat maakt het planten en oogsten makkelijker. Zo groeien hele velden van geometrisch gerangschikte bomen, allemaal van dezelfde hoogte. Maar zonder de complexe mix van soorten en verschillende leeftijden van bomen zoals in de oerbossen, waren de jonge dennen tijdens de hittekoepel vooral perfecte aanmaakhoutjes, die heel snel ontvlamden en veel hitte produceerden.

Ook het voedsel ging in de vlammen op. De late voorjaarsgewassen zoals maïs, zonnebloemen, aardappelen en suikerbieten hebben meer water nodig dan de winter- en vroege voorjaarsgewassen zoals graan. Ten tijde van de Sovjet-Unie was de aanplanting van late voorjaarsgewassen aan strenge regels gebonden. Dankzij de strikte regels inzake wisselteelt kon de bodem het vocht terugwinnen dat verloren was gegaan aan waterverslindende oogsten bij eerdere rotaties. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie werd de overgang naar de oligarchie gezegend met de gelukzalige medewerking van een kliek verwoede pleitbezorgers van de vrije markt uit de VS, waaronder Jeffrey Sachs en Larry Summers, opgetekend door Janine R. Wedels in haar klassieke essay uit 1998 “The Harvard Boys Do Russia”.9 De marktkrachten maakten een einde aan de door de regering ingestelde beperkingen.

Koloniale erfenissen, klimaatverandering en kapitalisme vormen samen de motor van de honger in de wereld. Dit zal in de jaren 2020 alleen maar erger worden.

Veel van de gebieden die in 2010 het zwaarst werden getroffen, hadden gedurende acht of negen jaar van het voorgaande decennium late voorjaarsgewassen geplant; zij boekten veel slechtere resultaten dan andere gebieden, waar zulke gewassen in minder dan vijf van de voorgaande tien jaar waren geteeld. Door de uitgedroogde aarde en de klimaatverandering is het risico op een hittegolf nu dertien keer zo groot. Drogere grond door waterwinning op het ritme van de vrije markt heeft geleid tot hogere temperaturen en meer wijdverspreide hitte.10

Onder het kapitalisme heeft de planeet dubbel prijs

Het is soms moeilijk om de gevolgen van de klimaatverandering en van het kapitalisme uit elkaar te houden: wat heeft hoeveel bijgedragen aan de catastrofe? In elk geval is de economie van het wereldwijde voedselsysteem een van de oorzaken die grond veel makkelijker in brand doen vliegen. Af en toe is het net weer heel gemakkelijk om het kapitalisme met de vinger te wijzen voor zijn bijdrage aan een of andere catastrofe.

Begin augustus, toen de branden zich almaar verder uitbreidden, riep het in Zürich gevestigde handelskantoor van de Glencore International Grain Company Moskou op een uitvoerverbod voor tarwe in te voeren.11 De branden hadden de prognoses voor de oogst in de Siberische graangordel naar beneden bijgesteld, en de al hoge prijzen brachten de graanhandelaars in moeilijkheden. Zij gingen ervan uit dat zij over goedkoop graan zouden beschikken om hun contracten na te komen. De door de brand veroorzaakte prijspieken betekenden dat zij bij elke tarwelevering enorme sommen geld zouden verliezen. Een uitvoerbeperking zou zoveel zijn als een vrijbrief om zonder kleerscheuren onder een contract uit te komen. Als Moskou de uitvoer zou verbieden, zouden de handelaren overmacht kunnen inroepen: het was niet hun schuld, maar die van Rusland, dat eenzijdig de regels van het spel had veranderd. Zo zouden de handelaars de dans ontspringen en zonder omkijken van hun ondoordachte weddenschappen kunnen wegwandelen alsof ze nooit hadden bestaan. Twee dagen na de oproep van Glencore kondigde Rusland een exportverbod aan, waarop de tarweprijzen stegen naar het hoogste peil sinds de wereldwijde voedselcrisis in 2008.12

De prijspiek promootte in het hele wereldhandelssysteem een stelsel van regels voor de ruilhandel dat de Europese kolonisatie en decennia van schuldgedreven interventie door organisaties als de Wereldbank en het IMF hadden uitgewerkt. De landen in het Zuiden werden lang aangemoedigd niet zelf voedsel te verbouwen, noch hun middelen te verspillen aan de opslag van graan voor plaatselijke noodgevallen. Ze moesten zich concentreren op de teelt van tropische exportproducten — thee, cacao, suiker, katoen, koffie, tabak, hout — die ze dan voor dollars konden inwisselen. Met dat geld konden ze de schulden terugbetalen waarmee ze vaak op onrechtmatige wijze waren opgezadeld. Als er snel graan nodig was, zouden de flexibele bevoorradingsketens van de markt hun werk wel doen. Bezuinigen, dat was na de grote recessie van 2008 het nieuwe mantra van het aan banden gelegde internationale bankwezen — hier is Larry Summers weer! De prijzen voor basisproducten, brandstof voorop, gingen omhoog. Laat de pijn van de brandstofarmoede maar voelen, zo kregen de regeringen te horen, de marktkrachten zouden met hun toverstokje de situatie wel rechttrekken.

Mozambique werd in 2010 bijzonder hard getroffen. De Portugese kolonisatie had het dieet van de bevolking veranderd: wit brood werd een hoofdbestanddeel, hoewel er vóór de kolonisatie nergens in de buurt van Mozambique tarwe groeide. De plaatselijke teelt kon nooit aan de plaatselijke vraag voldoen en in 2010 kwam meer dan 90 % van de benodigde tarwe uit het buitenland.13 Het Russische exportverbod duwde de broodprijzen met 17 % omhoog.14

Landen in het Zuiden werden lange tijd aangemoedigd niet zelf voedsel te verbouwen. Ze moesten zich concentreren op tropische exportproducten.

De stijging van de broodprijs in combinatie met de toename met meer dan 10 % van energie en water, joeg de mensen de straat op. Maar door de bezuinigingen beschikte ook de politie niet over de nodige middelen om de mensenmassa’s in bedwang te houden. Toen ze zonder rubberkogels kwam te zitten, beval de regering dan maar met scherp te schieten. Zo kwamen begin september zes mensen om in Maputo, onder wie twee kinderen. De protesten namen in hevigheid toe en breidden zich uit naar de centrumstad Chimoio. Het resultaat na tien dagen: 600 gewonden en 13 doden.15

Sindsdien is de voedselonzekerheid in Mozambique alleen maar toegenomen: van 24,9 % in 2009-2011 tot 31,2 % in 2018-2020.16 Uit zuidelijk Afrika komt er dit voorjaar overigens bijna uitsluitend somber nieuws. In maart werd Mozambique geteisterd door de cycloon Gombe, een storm van categorie 3. De hoge brandstofprijzen hadden de koopkracht al ernstig aangetast, terwijl de burgeroorlog in het noorden van het land alleen nog meer armoede bracht. Volgens de VN kan zo goed als onmogelijk voldaan worden aan de vraag naar tarwe in Mozambique noch in het grootste deel van het Afrikaanse continent. En een daling van de prijzen is niet voor meteen.

Voedselrellen

Onrust zou dan ook niet als een verrassing mogen komen. Tijdens de laatste uitbarsting van voedselopstanden in 2008 en daarna in de Arabische Lente van 2010 trokken hele gemeenschappen de straat op om van hun regering verandering te eisen. In India, ’s werelds grootste democratie, waar het beleid van minister-president Narendra Modi ook ‘s werelds grootste protest uitlokte, konden de boeren een aantal van de meest flagrante economische beleidsmaatregelen terugdraaien, die voorheen onder het mom van de pandemie waren ingevoerd.

Toch vervliegt de hoop zelfs in dat land, waar Modi’s wanbeheer van de pandemie de honger catastrofaal deed toenemen. In de tien jaar na de laatste cyclus van voedselopstanden konden de autocraten hun heerschappij van vriendjespolitiek en leugens verder perfectioneren. Toen de almaar grotere hongercrisis ook de krantenkoppen haalde, reageerden de politici prompt en vastberaden. Het nieuws, zo zeiden ze, was nep. Intussen heeft de politieke klasse bij de recente regionale verkiezingen gedaan wat onmogelijk leek. In de districten met in hoofdzaak boeren en waar nationale boerenleiders campagne hadden gevoerd tegen Modi’s partij BJP, kon die toch de overwinning binnenhalen.17 In de jaren na de laatste voedselcrisis heeft extreemrechts in India en elders de democratische instellingen meedogenloos uitgehold en voortdurend bewegingen voor verandering onderdrukt. We kunnen er gerust van uitgaan dat de stemmen van andersdenkenden in de volgende golf van voedselopstanden veel brutaler tot zwijgen zullen gebracht worden dan in Mozambique of tijdens de Arabische Lente en de opstand van 2008 in Haïti.

De koloniale erfenis in Mozambique, de klimaatverandering in Rusland en het kapitalisme op de wereldmarkten liggen mee aan de basis van het verzet van de honderden miljoenen mensen die in 2008 en 2010 de straat optrokken omdat ze niet langer wilden honger lijden. De jaren 2020 zullen echter alleen meer honger brengen. Vier C’s zijn immers het kamp van het kolonialisme, de klimaatverandering en het kapitalisme komen versterken: COVID, conflict, chemische landbouw, en crapuleus opportunisme.

De klimaatverandering veroorzaakt droogtes in de graangordels van de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Dit strookt met de voorspelling dat 60 % van alle graanproducerende regio’s ter wereld tegen het einde van de eeuw met ernstig watertekort te kampen zullen krijgen, naast de diverse pieken van extreem weer die onze planeet nu al teisteren.18

Een goed gespijsde campagne om “de afname van de besmettingen” te verwarren met “het einde van de pandemie” kan niet verhelen dat COVID een wereldwijd probleem blijft. De toeleveringsketens worden verstoord en sommige bedrijven profiteren daarvan. Dat heeft de prijzen van basisproducten opgedreven, en opnieuw zijn het de armsten die aan het kortste eind trekken. De stijgende levensduurte gaat hand in hand met de chronische afbouw van langdurige zorg. Onder het kapitalisme moet de bevolking dagelijks zorg, zelfuitbuiting, voedsel en huisvesting tegen elkaar afwegen, keuzes maken die in de toekomst almaar moeilijker gaan worden. De last van COVID-19 zal onevenredig zwaar blijven wegen op de schouders van vrouwen in lage-inkomensgemeenschappen.19

De croupiers van ’s werelds honger krijgen torenhoge bonussen, omdat we leven in een systeem van uitbuiting, opgebouwd door eeuwen van hebzucht.

Conflict: uiteraard waren er al conflicten vóór de oorlog in Oekraïne — van Jemen tot Syrië en van Myanmar tot Mexico — en die blijven parallel met die oorlog woeden. De voedselvelden van de wereld zijn bezaaid met het obsceenste wapen ooit van de wapenindustrie: de antipersoonsmijn. Bij elk gewapend conflict wordt de voedselvoorziening verstoord, wordt er onvoldoende geplant en worden de gewassen niet (goed) verzorgd; de levensnoodzakelijke voedselbronnen worden afgesneden, geld van de sociale zekerheid wordt overgeheveld naar de militaire veiligheid en vluchtelingen worden gedwongen ver van huis op zoek te gaan naar voedsel, soms tientallen jaren lang.

Het kolonialisme heeft zowel de smaak voor tarwe geïntroduceerd als de moderne wegen ernaartoe aangelegd. Dat India en Argentinië fungeren als niet-seizoensgebonden noodoplossingen voor de tarweproductie heeft alles te maken met de Britse koloniale belangen (India) en de graanhandel van de VS (Argentinië). Het kolonialisme heeft niet alleen de smaak veranderd, ook de middelen om aan de nieuwe voedingsgewoonten tegemoet te komen maken deel uit van het weefsel van het kolonialisme. Vergeet niet dat het begin van de intercontinentale toeleveringsketens samenviel met het ontstaan van het raciale kapitalisme in de vijftiende eeuw. Stefano Harney en Fred Moten herinneren ons in hun magistrale werk All Incomplete uit 2021 aan die geschiedenis. Zij argumenteren dat de logistiek, door “alles wat op haar weg komt om te zetten in een gecoördineerde tijd en ruimte met het oog op eigendom … zowel de wetenschap is van de witheid als de wetenschap van het verlies van de levenswijzes van de gekoloniseerden”.20

De chemische landbouw kwam de koloniale aanvoer van graan versterken. In 1898 had de scheikundige William Crookes het in zijn Agricultural Journal of the Cape of Good Hope over de urgentie van de fixatie van atmosferische stikstof. “Tenzij we het kunnen indelen als een van de zekerheden van de toekomst, zal het grote Kaukasische ras niet langer de eerste plaats in de wereld bezetten, en weggedrumd worden door rassen voor wie tarwebrood niet de eerste levensbehoefte is.”21 Kunstmest voor de moderne voedselvoorziening heeft alleen maar aan belang gewonnen. De marktconsolidatie in de meststoffenindustrie heeft de landbouwers maar weinig keuzemogelijkheden meer gelaten. In de Verenigde Staten is de markt voor kalimeststoffen volledig in handen van Nutrien en Mosaic Company, terwijl 75 % van de stikstofmeststoffen verdeeld wordt tussen CF Industries, Nutrien, Koch, en Yara-USA.22 De oorlog in Oekraïne heeft enkele van de grootste exporteurs van meststoffen uit de markt geduwd. Stikstofmeststof wordt vervaardigd door aardgas te verwerken met stikstof uit de lucht. Rusland is de grootste exporteur van stikstofmeststoffen en ‘s werelds op één na grootste exporteur van fosfor- en kaliummeststoffen, die beide worden vervaardigd uit ertsen in de Russische bodem.

Het kapitalisme blijft nieuwe extractiemethoden uitvinden via de wereldmarkten. In Oceans of Grain (2022) wijst Scott Reynolds Nelson er ons op dat de wereldwijde inwisselbaarheid van tarwecontracten geen toeval is. Aan de vervanging van de tarwe die in Chicago wordt verhandeld door de tarwe die in de Zwarte Zeeregio wordt verkocht, gaat een geschiedenis vooraf van Amerikaanse militaire, economische en politieke overheersing, verweven met de Europese strijd om vrede, land en brood. Dankzij die sterke consolidatie domineren nu een paar bedrijven de markt.

Een alibi voor ‘s werelds uitbuiters

Er zijn wereldwijd maar een handvol graanhandelaars die de internationaal verhandelde waren samenbrengen.23 Op 25 maart, toen de Russen de graanopslagplaatsen in de haven van Marioepol met granaten bestookten, klom de aandelenkoers van Archer Daniels Midland en Bunge naar een historisch hoogtepunt. Waren Dreyfus en Cargill beursgenoteerd geweest, dan hadden ze ook een graantje kunnen meepikken. Sindsdien hebben de beurskoersen nog grotere sprongen gemaakt.

Maar terwijl zowat iedereen, van McDonald’s tot Louis Vuitton, zich uit Moskou heeft teruggetrokken, meldt de Wall Street Journal dat een mix van internationale graanhandelaren en chemische bedrijven ter plaatse blijft. Archer Daniels Midland, Bayer en Cargill halen daarvoor humanitaire overwegingen aan en verklaren dat zij de oorlog gaan uitzitten. Ze zijn niet meer dan een stel onwillige dealers in honger en ellende, die een systeem dienen dat hun naar eigen zeggen niet bijzonder bevalt, ook al moeten zij op die manier winst maken.24

En zo komen we bij onze vierde C: crapuleus opportunisme. De catastrofe heeft de uitbuiters van grond en arbeid een alibi verschaft om de inzet nog te verhogen. In het voedselsysteem is de uitzonderingstoestand van de oorlog niet minder dan een vrijbrief voor om het even wie: van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro die het tekort aan meststoffen gebruikt om te gaan delven in de grond van de inheemse bevolking in het Amazonegebied tot de Europese Unie die de wetten voor het terugdringen van het pesticidengebruik op de lange baan schuift.

Volgens de Financial Times overweegt de US Farm Service Agency om de beperkingen op grond- en milieubescherming te versoepelen. Meer grond openstellen voor landbouw in april is te gek voor woorden. Amerikaanse wintertarwe wordt in de herfst geplant, terwijl alleen de noordelijke stroken van de Dakota’s en Montana zomertarwe telen.

We zien zowat dezelfde trend In Afrika. Agnes Kalibata, voorzitter van de Alliance for a Green Revolution in Africa (AGRA), droeg in Time Magazine oplossingen aan voor de hongercrisis. Eén daarvan was het gebruik van kunstmest zodat de Afrikaanse boeren meer voedsel zouden kunnen verbouwen. Sindsdien heeft de prijs van die kunstmest alle records gebroken en is die sinds het begin van het jaar met 30 % gestegen.25 Die strategie van AGRA werd in de afgelopen vijftien jaar agressief doorgedrukt.

De tarweprijs heeft dit jaar een recordhoogte bereikt.

De Bill and Melinda Gates Foundation ontwikkelde een plan om van de Afrikaanse boeren commerciële boeren te maken naar het voorbeeld van de Amerikaanse, die afhankelijk zijn van de invoer van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Met hun miljardenplan wilden ze in Afrika “een landbouwrevolutie” ontketenen. Hun eigen consultants hebben het plan geëvalueerd en noemden het een rampzalige mislukking. Onafhankelijke beoordelingen, zoals die onder leiding van Tim Wise, zijn nog onvriendelijker.26 Het plan ging in 2006 van start en moest tegen 2020 20 miljoen boerengezinnen bereiken en de voedselonzekerheid halveren. Geen van beide doelstellingen werd bereikt. Integendeel, de honger is met 30 % toegenomen; zowel het geld van Gates als de honderden miljoenen dollars aan steun van de belastingbetaler hebben weinig resultaat opgeleverd. De toename van de honger in Mozambique houdt gelijke tred met de toename van de invoer van kunstmest. Als AGRA had gewerkt, hadden we het tegenovergestelde gezien. Het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling zou dit project niet verder mogen financieren.

Daadkrachtige en rechtvaardige oplossingen

Wat kan er wel gedaan worden? Dwaasheid en handelen uit eigenbelang zijn in de ontwikkelingsindustrie zeker niet nieuw, maar ze zijn bijzonder tragisch omdat maar al te goed bekend is dat de klimaatverandering de armen in het Zuiden het zwaarst zal treffen, wat overigens opnieuw werd bevestigd door het recente IPCC-rapport. Het is ook tragisch omdat er altijd betere opties voorhanden zijn geweest om de honger te bestrijden. Die zijn er overigens nog altijd. Tegenover de vier aangehaalde negatieve C’s stel ik mijn vijf positieve voorstellen.

  • Niet hamsteren: het hoofd van de Wereldhandelsorganisatie doet niet meer dan landen vragen om “alstublieft” geen graan te hamsteren. Als zij hun eigen burgers voorrang geven, zal er niet genoeg zijn voor iedereen.27 Na de enorme stijging van de voedselprijzen in 2008 verklaarden zelfs de eigen consultants van de Wereldbank dat de vraag van de regeringen in het Zuiden om toegang te krijgen tot lokale graanreserves, misschien niet onredelijk was.28 Hoewel die reserves misschien niet efficiënt zijn, vormen ze wel een investering in binnenlandse stabiliteit die bankiers al lang verkiezen te negeren. China heeft zich weliswaar verzet tegen de neoliberale orthodoxie en heeft een van de grootste graanvoorraden per hoofd van de bevolking. Minder machtige landen hebben die mogelijkheid niet.
  • Diversifiëren: de homogenisering van gewassen is niet zozeer het gevolg van genetica als wel van financiën. Handelaars hebben de wereldmarkten zo ingericht dat zij gewassen aanbieden die inwisselbaar zijn. Het is geen toeval dat handelaren tarwecontracten kunnen nakomen vanuit een wereldwijde opslagplaats — ze hebben die voor een groot deel zelf gebouwd. Hoewel de eerste termijncontracten voor graan werden afgesloten in Edo (Japan), kan de moderne wereldwijde standaardisering van graan worden teruggevoerd tot de Chicago Board of Trade. Voorstanders van zulke contracten beweren dat ze de prijzen in zekere mate stabiel houden. Diversifiëring van de teelten zal zijn eigen circuits van risico- en prijsbeheer vergen, maar die zekerheid hoeft niet te worden gekocht tegen de prijs van de casino-eigenaars van de voedingsindustrie.
  • Schuldsanering: De schulden aan het Noorden verhinderen de landen in het Zuiden om hun eigen economisch beleid te ontwikkelen. De COVID-19-pandemie bemoeilijkte nog de terugbetaling van die woekerschulden. Suriname, Belize, Ecuador en Zambia hebben hun maandelijkse afbetalingen al gestaakt. In Sri Lanka zijn er dit jaar overigens al straatprotesten geweest. Af en toe voeren bankiers uit rijke landen een nummertje op: ze roepen op tot schuldkwijtschelding of bieden overzeese ontwikkelingshulp aan.29 In 2019 bedroeg die steun 152 miljard dollar, terwijl de schulden van het Zuiden oplopen tot maar liefst 7,8 biljoen dollar. Naarmate de rentetarieven stijgen, wordt de keuze van de regeringen in het Zuiden die schulden hebben bij ontwikkelingsfinanciers, almaar acuter: spijzen we de rijken of voeden we de armen? Het Verenigd Koninkrijk alleen al heeft 64,82 biljoen dollar uit India weggesluisd (dollars van 2020).30 Toch willen de Britten zich het imago van kredietverlener aanmeten. Schuldsanering biedt een uitweg uit die absurde situatie.
  • Ontkoppelen: fossiele brandstoffen spelen een buitenmatige rol in het moderne voedselsysteem, ondanks overvloedig bewijs dat onze planeet niet bestand is tegen de hardnekkige pogingen van de mens om de bodem te verzadigen met stikstof met behulp van de in aardgas opgesloten energie. De overschakeling op een levenswijze die de planetaire grens voor stikstof respecteert, kan de weg openen naar een toekomst waarin tegen 2050 10 miljard mensen kunnen gevoed worden. Maar daarvoor moeten we de reële economie bevrijden uit de greep van de energie- en voedselindustrie.
    Geavanceerde wetenschap helpt. Een deel van de nieuwste wetenschap gaat de agro-ecologische weg op en die landbouw geeft voor een hele reeks meetpunten veel betere resultaten dan industriële landbouw. Maar politici negeren dit grotendeels, onder meer omdat het maar om boeren gaat. In het Engels is het idee van een “boer-wetenschapper” een volstrekte tegenstelling, zelfs wanneer meer dan 8 miljoen boerengroepen — geen individuen, maar verenigingen, hoofdzakelijk in het Zuiden — heel nauwgezet de nieuwe ontwikkelingen toepassen.31 De onwetende boer die zit te wachten op de gave van kennis van de stedeling. Laat het nu net dit vooroordeel zijn dat de plank helemaal misslaat. Dat is te wijten aan de koloniale ideeën van grootstedelijke verfijning en plattelandsdomheid, die nog steeds het denken over voedselsystemen kenmerken. Daarom is het laatste van de vijf zowel het belangrijkste als het moeilijkste.
  • Dekoloniseren: de croupiers van de honger in de wereld stevenen af op torenhoge bonussen doordat we leven in een systeem van uitbuiting dat is opgebouwd door eeuwen van hebzucht. Het zou dwaas zijn te verwachten dat die lieden gewoon hun schouders ophalen en weglopen; macht geeft immers niets toe als er niets geëist wordt. De eisen van dekolonisatie zijn revolutionair en transformerend. Dat moeten ze ook zijn als ze een waardige tegenstander willen zijn voor het apocalyptische traject van het late kapitalisme. ‘Stemmen met je portefeuille’ en boodschappen doen op boerenmarkten waren ooit de gemakkelijke oplossingen bij prijsstijgingen. Maar dat ligt allemaal ver achter ons. Hoeveel metalen rietjes er ook geproduceerd worden, ze zullen de architectuur van de honger in de wereld waarin wij nu leven, niet ongedaan maken. Er bestaan systemen van zorg, herstel en schuldsanering die voor transformerende verandering zorgen. Nu we wereldwijd geconfronteerd worden met beginnend fascisme, zal het veel moed vergen om zulke systemen te realiseren. Toch bestaan de scholen voor die transformatie al: van de krotten in Zuid-Afrika tot de straten van Detroit en de agro-ecologische laboratoria van de Beweging van Landloze Arbeiders in Brazilië. Ook het beleid bestaat al. Aan ons om het in de praktijk te brengen.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de Boston Review, 4 mei 2022.

Footnotes

  1. “The importance of Ukraine and the Russian Federation for global agricultural markets and the risks associated with the current conflict”, FAO, maart 2022.
  2. “US farmers’ hands are tied as world braced for wheat shortfall”, Financial Times, 13 maart 2022.
  3. FAO, ibid.
  4. ”WFP: 20 million risk starvation as Horn of Africa drought worsens”, Al Jazeera, 19 april 2022.
  5. American Journal of Agricultural Economics.
  6. “Drivers behind the summer 2010 wave train leading to Russian heatwave and Pakistan flooding”, Nature: Climate and Atmospheric Science, 4 november 2021.
  7. Hannah Hoag, “Russian summer tops ‘universal’ heatwave index”, Nature, 29 oktober 2014.
  8. Tatiana Loboda, Olga Krankina, Igor Savin, Eldar Kurbanov & Joanne Hall, “Land Management and the Impact of the 2010 Extreme Drought Event on the Agricultural and Ecological Systems of European Russia”, Land-Cover and Land-Use Changes in Eastern Europe after the Collapse of the Soviet Union in 1991, pp 173–192.
  9. Janine R. Wedel, “The Harvard Boys Do Russia“, The Nation, 14 mei 1998.
  10. Mathias Hauser, René Orth en Sonia I. Seneviratne, “Role of soil moisture versus recent climate change for the 2010 heat wave in western Russia”, Geophysical Research Letters, vol. 43, 6, 29 februari 2016.
  11. “Moscow urged to ban grain exports”, Financial Times, 3 augustus 2010.
  12. “FPMA Tool”, FAO, fpma.apps.fao.org/giews/food-prices/tool/public/#/dataset/international.
  13. “Food Balances (2010-)”, FAOSTAT.
  14. Johannes Myburgh, “Mozambique police quell fresh riots”, AFP, 1 september 2010.
  15. Andrew Meldrum, “Analysis: Ominous signal in Mozambique food riots”, AFP, 9 september 2010.
  16. “Mozambique”, FAOSTAT. Geraadpleegd op 2 juni.
  17. “Assembly election results 2022: How COVID-19 and farmers’ protests couldn’t stop the Modi juggernaut”, Firstpost, 11 maart 2022.
  18. Miroslav Trnka et alii, “Mitigation efforts will not fully alleviate the increase in water scarcity occurrence probability in wheat-producing areas”, ScienceAdvances, 25 september 2019.
  19. Margaret Whitehead, W H Duncan, David Taylor-Robinson & Ben Barr, “Poverty, health, and covid-19”, BMJ, 12 februari 2021.
  20. Stefano Harney en Fred Moten, All Incomplete, Minor Compositions, 2021.
  21. The Agricultural Journal of the Cape of Good Hope, Cape of Good Hope, Dept. Of Agriculture, 1898.
  22. “Big Fertilizer: Measuring the impact on food and farm systems concentration”, Farm Action US, januari 2022.
  23. IPES-Food, Too big to feed, 2017.
  24. Patrick Thomas, “Agriculture Giants Stay in Russia Despite Calls to Exit Over Ukraine War”, The Wall Street Journal, 21 maart 2022.
  25. Paul Polman, Agnes Kalibata en Shenggen Fan, “5 Ways to Avert the Global Food Security Crisis”, Time, 24 maart 2022.
  26. Timothy A. Wise, “Failing Africa’s Farmers : An Impact Assessment of the Alliance for a Green Revolution in Africa”, Working Paper n°20-01, Global Development and environment Institute, juli 2020.
  27. “Export controls risk exacerbating food crisis, WTO chief warns”, Financial Times, 26 maart 2022.
  28. Bryan D. Wright, “International Grain Reserves And Other Instruments to Address Volatility in Grain Markets”, Research Observer, vol. 27, 2, augustus 2012.
  29. Danisha Kazi, “Modern-day colonialism: Debt crisis in the Global South”, PositiveMoney, oktober 2020.
  30. Utsa Patnaik en Prabhat Patnaik, “The Drain of Wealth”, Monthly Review, 1 februari 2021.
  31. Jules Prety et alii, “Assessment of the growth in social groups for sustainable agriculture and land management”, Global Sustainability, vol. 3, 2020.