Europa mag en kan niet langer op de VS rekenen. Volgens Joseph Stiglitz zou een grotere onafhankelijkheid van de Verenigde Staten en hun infrastructuur een belangrijke economische vooruitgang voor Europa kunnen betekenen.

Er zijn maar weinig Nobelprijswinnaars voor economie die zo vaak in het nieuws en in het publieke debat verschijnen en zo vaak analyses brengen als Joseph Stiglitz. De Amerikaanse econoom blijft zich in het openbaar inzetten tegen ongelijkheid en voor sociale rechtvaardigheid, vanuit een land dat de neiging heeft om juist de tegenovergestelde richting in te slaan.
Zijn academische loopbaan en bijdragen zijn immens op vele gebieden van de economie. Doordat hij aan de meest prestigieuze Amerikaanse en internationale universiteiten en instellingen heeft gestudeerd en lesgegeven, heeft hij een diepgaand inzicht verworven in de werking van de wereldeconomie en de uitdagingen die economische beleidsbeslissingen voor de bevolking met zich meebrengen. Hij heeft aangetoond dat bepaalde internationale instellingen, zoals het IMF, door hun neoliberale beleid soms een schadelijke rol spelen in de ontwikkeling van de landen van het Globale Zuiden. Een punt dat hij uitvoerig belicht in zijn boek La Grande Désillusion. Daarnaast toonde hij, onder meer in The Three Trillion Dollar War aan de hand van de oorlog in Irak, de waanzinnig hoge kostprijs van Amerikaanse militaire interventies voor de eigen burgers. Hij illustreerde daarmee de absurditeit van deze verspilling van middelen voor de doorsnee Amerikaan.
Nu de Verenigde Staten duidelijker dan ooit hun wil tonen om wereldwijd hun wet op te leggen, interviewden we Joseph Stiglitz om de grote huidige geopolitieke verschuivingen en hun impact op Europa te duiden.
Martial Toniotti. Begin dit jaar hebben de Verenigde Staten de Venezolaanse president Nicolás Maduro ontvoerd, en de dag daarop besloot Trump een signaal naar de Europese landen te sturen door aan te kondigen dat hij Groenland wilde inlijven. Sindsdien zijn de spanningen wat afgenomen, maar er lijkt iets te veranderen. Wat is uw analyse van deze episode?
Joseph Stiglitz. Donald Trump gelooft niet in het recht, noch in de rechtsstaat binnen de Verenigde Staten, noch in het internationaal recht daarbuiten. Hij hanteert een geopolitieke visie waarin de wereld is opgedeeld in rijken. Hij wil dat de VS alleen heersen over het westelijk halfrond, tot aan Groenland, inclusief Panama, Venezuela en zelfs Cuba. Volgens hem moeten de VS in deze invloedssfeer de wet dicteren. Hij noemt dit de Donroe-doctrine, een samentrekking van zijn voornaam en de Monroe-doctrine, die in de negentiende eeuw werd geformuleerd door de Amerikaanse president James Monroe.

Momenteel heeft hij besloten een nog harder embargo op te leggen aan Cuba, zonder enige geldige reden, want Cuba heeft ons niets misdaan. Ze verdienen zo’n blokkade niet. Zijn doel is, net als bij middeleeuwse belegeringen, het land uit te hongeren tot het zich overgeeft. Dit is uiteraard een ramp voor de mensen daar. Trump heeft een wereldbeeld dat niet wordt bepaald door het internationaal recht, maar door brute macht.
Hij hecht geen belang aan de grondbeginselen van de democratie en heeft nauwelijks belangstelling voor de mensenrechten. Hij werd verkozen met de belofte van een nationalisme dat de schuld voor de Amerikaanse problemen bij externe groepen legt. Een voorbeeld daarvan is de handelsoorlog. Het idee was dat de handelspartners van de VS het land onrechtvaardig zouden behandelen. De oplossing? Invoerrechten! Dit nationalistische discours slaat van bij de eerste aanblik nergens op: een koffietaks doet in de VS nog geen koffie groeien, en een taks op koper verplaatst de Chileense kopermijnen nog niet naar Noord-Amerika. Het enige gevolg is dat de levensduurte voor de Amerikanen toeneemt. Maar het past wel in het narratief dat de grootsheid van Amerika in gevaar zou zijn door buitenlandse invloeden.
Trump heeft een wereldbeeld dat niet wordt bepaald door het internationaal recht, maar door brute macht.
De Verenigde Staen hebben bewezen dat ze geen betrouwbare bondgenoot zijn; Europa mag en kan niet langer op de VS rekenen. Het moet nu technologische autonomie verwerven, stoppen met het gebruik van Amerikaanse cloudinfrastructuur en zo zijn soevereiniteit vrijwaren.
Waartoe zal deze geopolitieke visie leiden?
Met Trump is alles mogelijk. Dat is nu juist het kenmerk van zijn grillige beleid. Ik geloof niet dat er een langdurige oorlog zal komen. Hij voerde campagne tegen conflicten met grondtroepen en het Amerikaanse volk wil dat niet. Ik denk dat hij gelooft dat dreigen en zijn macht laten gelden voldoende is om te krijgen wat hij wil. Tot op zekere hoogte is hij daarin geslaagd. Neem nu Venezuela: hij heeft Maduro aan de kant geschoven, maar het regime niet veranderd. Als hij uit was op een regimewissel, is hij mislukt. Als hij alleen Maduro kwijt wilde, is hij geslaagd. Waarom wilde hij zo graag dat Maduro verdween? Dat heeft te maken met de situatie in Cuba. Sinds de jaren zestig wilden veel Amerikaanse presidenten de man zijn die het socialistische regime in Cuba omver zou werpen. Donald Trump wil slagen waar zovelen niet zijn in geslaagd.

De strategie van Trump is om altijd op de rand van de afgrond te balanceren. Wie dat doet, loopt het risico erin te vallen. Men kan zich voorstellen dat dit gebeurt tijdens een van zijn vele imperialistische avonturen. Het enige wat me in dit verband geruststelt en dit minder waarschijnlijk maakt, is dat hij lijkt terug te krabbelen wanneer hij tegenover een stevige oppositie staat, zoals die van China. Er is nu zelfs een uitdrukking voor: TACO, wat staat voor Trump Always Chickens Out (nvdr: Trump bindt altijd in). Zodra er genoeg druk op hem wordt uitgeoefend, over welk onderwerp dan ook, laat hij het vallen. Toch hebben sommige landen gecapituleerd voor Trump, zoals de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, die voor hen nadelige handelsakkoorden met hem hebben gesloten. Of zijn strategie zal blijven werken, zal alleen de tijd leren.
Trump heeft in Minneapolis ingebonden na politieke stakingen en protesten van honderdduizenden burgers bij temperaturen onder nul.
Op 28 februari hebben Israël en de Verenigde Staten Iran frontaal aangevallen, waarop Iran op zijn beurt de Straat van Hormuz heeft afgesloten, waar 20 % van de wereldwijde olievoorraad doorheen stroomt. Welke gevolgen zal deze oorlog hebben voor de wereldeconomie en de Amerikaanse economie?
Zelfs vóór het uitbreken van het conflict met Iran was de Amerikaanse economie al in slechte vorm. Hoewel er sprake was van een positieve economische groei, is die onevenwichtig: een derde ervan is toe te schrijven aan de bouw van datacenters voor artificiële intelligentie. Ook een groot deel van de waardestijging op de financiële markten is gelinkt aan AI.
De wereldhandel was vóór het conflict al verzwakt door het protectionistische beleid van Donald Trump. Zijn beleid heeft het probleem van de versnipperde toeleveringsketens, een gevolg van de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne, nog verergerd. Vóór zijn aantreden daalde de inflatie na de piek van de coronacrisis maar had het niveau van 2 % – dat door de centrale bankiers als aanvaardbaar wordt beschouwd – nog steeds niet bereikt. De invoerheffingen van Trump hadden deze neerwaartse trend al vóór de oorlog in Iran abrupt tot stilstand gebracht, en nu zien we de inflatie weer de hoogte in schieten..
Wanneer een land invoerrechten heft, verwacht men doorgaans dat de munt in waarde stijgt, omdat er door importen te belasten minder geld het land uitstroomt. Het protectionistische beleid van Trump had echter het omgekeerde effect: de dollar is verzwakt. Hierdoor zijn de invoerkosten gestegen in plaats van dat de inflatie daalde, simpelweg omdat de wereldmarkten het vertrouwen in de dollar begonnen te verliezen. Het risico bestaat dat de zwakke dollar het inflatoire effect van Trumps onwettige invoerheffingen nog versterkt.
Amerikaanse gezinnen en bedrijven worden nu geconfronteerd met grote onzekerheid door de schommelende invoerrechten, de onduidelijkheid over de duur van het conflict en de stijgende energieprijzen. De vooruitzichten zijn niet bemoedigend.
U zei dat Trump niet gelooft in de rechtsstaat binnen de Verenigde Staten. Wat bedoelt u daarmee?
Ik denk niet dat Donald Trump de meerderheid van de Amerikanen vertegenwoordigt. Hij belichaamt een breuk met de manier waarop de wereld de afgelopen tachtig jaar heeft gefunctioneerd, maar zijn visie komt overeen met die van een kleine minderheid van de burgers. Zijn kiezersbasis, de MAGA-beweging, krimpt met de dag door de manier waarop hij zijn beleid voert. Hij leek te hebben beloofd het land niet te betrekken bij zinloze militaire expedities in het buitenland, en nu zijn we in oorlog met Iran. Hij heeft een groot deel van de bevolking van zich vervreemd. Hij focuste zijn hele campagne op de bescherming van de koopkracht, maar sinds zijn herverkiezing hebben veel van zijn kiezers begrepen dat hij op dat vlak niets zal doen, integendeel!
Wat mij zorgen baart, is of zijn poging om ons kiessysteem in de VS te ondermijnen zal slagen. Hij probeert het uiteraard, maar zal hij erin slagen ons systeem van vrije verkiezingen te kelderen voor de tussentijdse verkiezingen van 2026 en de presidentsverkiezingen van 2028? Er is een verschil met 2020, toen hij probeerde het democratische verkiezingsresultaat aan te vechten. Vandaag zijn het Republikeinse Congres en het Hooggerechtshof aan hem onderworpen.
Hij heeft enorm veel speelruimte bij alles wat hij onderneemt.
Kunt u een voorbeeld geven?
Een zeer recent voorbeeld is wat er gebeurt in Minneapolis, in de staat Wisconsin. De ICE (nvdr: Immigration and Customs Enforcement, de Amerikaanse immigratiepolitie) terroriseert er hele wijken. De executie van twee Amerikaanse burgers op straat heeft het land geschokt. Je moet je afvragen: wat probeert hij te doen? Dat is geen vraag waar iedereen een volledig antwoord op kan geven. Veel Amerikanen begrijpen vandaag niet wat er in Minneapolis gebeurt: de arrestatie van kinderen en gezinnen, de onderdrukking van de stadsbewoners. Hoe kun je deze situatie anders interpreteren dan als een poging om de komende verkiezingen te schrappen?
Toch zijn er grenzen, en hij lijkt zich van sommige bewust te zijn. In Minneapolis heeft hij enigszins ingebonden onder druk van het volk, na politieke stakingen en protesten bij temperaturen onder nul van honderdduizenden burgers die het oneens zijn met de immigratiepolitie, en vooral met de manier waarop die optreedt. Dit is een goed voorbeeld van hoe je Trump kunt doen inbinden. Een ander voorbeeld is dat de druk rond de zaak-Epstein zo groot was dat hij gedwongen werd veel archieven over de zaak vrij te geven. Er zijn tal van voorbeelden waarbij druk vanuit de Verenigde Staten effect lijkt te hebben gehad en hem heeft doen inbinden. Maar vandaag zijn veel mensen bang, vooral binnen de Spaanstalige gemeenschap. Mensen durven hun huis niet meer uit te komen door de invallen van de ICE. Gelukkig krijgt de beweging die zich tegen de ICE verzet, veel steun. Dat is wat we moeten doen: protesteren en, zowel in de VS als in de rest van de wereld, niet capituleren.
Wat staat Europa nu te wachten?
De Europese economie baart grote zorgen. De groei is zwak, en veel landen staan op de rand van stagnatie, of erger. Er moeten volgens mij verschillende dingen gebeuren. Ten eerste zou een flinke impuls voor Europa kunnen komen uit het doorbreken van de afhankelijkheid van de VS en hun infrastructuur, door de overheidsuitgaven voor technologie en innovatie op te drijven. Dit zou vanuit een macro-economisch en langetermijnperspectief erg nuttig zijn.
Een vermogensbelasting van 2 procent voor de superrijken is heel bescheiden en conservatief. Werknemers betalen hogere belastingen op hun loon.
Een ander belangrijk punt is dat Europa haar neoliberale richtlijnen moet herdenken. Sinds het Verdrag van Maastricht moeten Europese regeringen zich aan bepaalde begrotingsregels houden. De regel van een maximaal begrotingstekort van 3 procent is daar een voorbeeld van. Een ander voorbeeld is de schuldgrens van 60 procent van het bbp, waarboven Europese landen maatregelen moeten nemen. Deze criteria zijn achterhaald en bovendien zomaar uit de lucht gegrepen. Ze zijn nooit gebaseerd geweest op economische theorie of empirisch bewijs dat hun effectiviteit aantoont. Ze rusten op de aanname dat buitensporige overheidsuitgaven in één land zouden leiden tot hoge inflatie in heel Europa, wat kosten meebrengt voor andere landen. Een aanname die op vrijwel niets is gebaseerd. Tegelijkertijd negeert de EU het veel grotere externe effect dat ontstaat wanneer sommige landen bedrijven proberen aan te trekken door hen gunstige fiscale voorwaarden te bieden. Deze criteria houden op geen enkele manier rekening met de vraag of het geld al dan niet wordt besteed aan investeringen die de productiviteit verhogen. Een einde maken aan deze begrotingsregels, of ze op zijn minst op een zinnigere manier herdefiniëren, zou een belangrijke stap in de goede richting zijn.
Welke problemen levert dit op?
Kijk eens naar de afgelopen twintig jaar in Europa… Sinds de eurocrisis van 2010-2011 is de groei in de Europese Unie laag. De ongelijkheid neemt toe, de rijke worden steeds rijker, de armen worden armer. Alle besparingen die door deze regels en de instellingen van de eurozone worden afgedwongen, liggen mee aan de oorsprong van dit fenomeen. In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, is er geen sprake van convergentie binnen de Europese Unie, maar zien we juist divergentie tussen de landen. Dat is op de lange termijn onhoudbaar. Om erbovenop te komen, moet Europa deze instellingen democratisch hervormen en afstappen van het marktfundamentalisme.
Een vermogensbelasting van 2 procent, zoals voorgesteld door Gabriel Zucman voor superrijken met een vermogen van meer dan 100 miljoen dollar, zou helpen. De EU zou dit moeten invoeren. En laat me benadrukken dat de zogenaamde Zucman-taks een minimale vermogensbelasting is. Het is een zeer bescheiden en conservatieve belasting. Ze toont aan hoe grootschalig de rijksten ter wereld aan belastingontwijking en -ontduiking doen. Een minimumtarief van 2 procent op vermogen betekent dat, als je vermogen met een bescheiden 6 procent per jaar groeit, dit overeenkomt met een belasting van 33 procent op het kapitaalinkomen. Dat is niet erg hoog. Wie in Europa werkt, betaalt meer belasting op zijn loon. Als je kapitaal hebt, zou je daar een minimale belasting op moeten betalen om de last op werkenden te verlichten. Volgens mij is dit niet alleen een belangrijke bron van inkomsten, maar ook een manier om de sociale solidariteit te versterken. Wanneer mensen zien dat de superrijken belasting ontduiken, terwijl degenen die amper het hoofd boven water kunnen houden hogere tarieven betalen, ondermijnt dat de sociale cohesie. Een andere categorie maatregelen die we moeten invoeren, zijn belastingen op winsten en financiële transacties op Europees niveau.
