Artikels

Narendra Modi, een ander idee van democratie

Christophe Jaffrelot

—29 april 2024

Sinds hij tien jaar geleden aan de macht kwam, heeft premier Narendra Modi gebroken met het secularistische project van de grondleggers van de Indiaanse grondwet. Deze ontwikkeling wordt gekenmerkt door autoritarisme en etnisering van de democratie.

Shutterstock

Het electorale succes van Narendra Modi sinds 2014 is gebaseerd op de ongekende combinatie van een populistische stijl en Hindutva. Deze hindoenationalistische beweging is gebaseerd op de Rashtriya Swayamsevak Sangh (Nationaal Vrijwilligerskorps, RSS), een paramilitaire organisatie die in 1925 werd opgericht. Het doel was de fysieke en morele kracht van jonge hindoes op te bouwen om “weerstand te bieden” tegen moslims, die de hindoemeerderheid zouden bedreigen.

Modi sloot zich als kind aan bij de RSS, wijdde zijn leven aan de beweging (in die mate dat hij niet meer met zijn vrouw samenwoonde en geen professionele carrière uitbouwde). Hij klom op in de rangen om de belangrijkste leider te worden in Gujarat, zijn thuisprovincie, waar hij in 2001 regeringsleider werd. Het jaar daarop leidde hij een antimoslim pogrom die ongeveer tweeduizend mensen doodde. Die strategie van religieuze polarisatie leverde hem een overwinning op bij de regionale verkiezingen van december 2002. Na vergelijkbare successen in 2007 en 2012 werd hij in 2014 de natuurlijke kandidaat-premier voor zijn partij, de Bharatiya Janata Party (Indiase Volkspartij, BJP).

Christophe Jaffrelot is onderzoeker bij het Centre d’Etudes et de Recherches Internationales (CERI-Sciences Po); auteur van ‘Tribus et basses castes. Résistance et autonomie dans la société indienne’ (geschreven samen met Marine Carrin), Parijs, EHESS, 2003.

Maar Modi brak met de nadruk die de RSS legde op collegiale discipline. In plaats van te vertrouwen op het netwerk van activisten, organiseerde hij steeds meer bijeenkomsten waar hij kon uitpakken met zijn spreekvaardigheid. Hij creëerde zijn eigen televisiekanaal, maakte ijverig gebruik van sociale netwerken en nam zelfs zijn toevlucht tot een revolutionaire techniek: hologrammen. Zo kon hij op honderden plaatsen tegelijk dezelfde toespraak houden. Sterker nog, hij verspreidde maskers met zijn beeltenis zodat zijn aanhangers zich nog beter met hem konden identificeren. Op deze manier overspoelde hij de openbare ruimte als dé belichaming van het volk. Dat viel hem niet moeilijk: hij was tenslotte zélf een volksjongen. “Zijn volk” beperkte zich echter tot de hindoeïstische meerderheid die hij tegenover een doelwit plaatste: de moslims.

Wie de wortel weigert, krijgt de stok

In 2014, zoals later in 2019, zegevierde wat bekend staat als de “Moditva” bij de verkiezingen. De Moditva is een hybridisering van de ideologie van nationalistisch rechts, de Hindutva, in combinatie met een persoonsverering voor Modi himself. Die strategie leidde tot een politieke aardverschuiving voor de BJP in het noorden en het westen. Dankzij dat verbluffend succes kon de premier zijn wil opleggen aan de RSS en aan de BJP, waarvan de parlementsleden hun verkiezing aan hem te danken hadden. Vanaf dat moment bestond de regering volledig uit loyalisten en kreeg het parlement een bijrol.

Het project van Narendra Modi: de fysieke en morele sterkte van jonge hindoes opbouwen om de moslims te “weerstaan”.

De andere instellingen verzetten zich evenmin tegen het fenomeen. Te beginnen met het “onafhankelijke” Hooggerechtshof. In de zomer van 2014 probeerde Modi een grondwetswijziging door te voeren om de benoemingsmethode van rechters te veranderen. Tot dan toe werden die door hun collega’s in een collegium uitgekozen, een vorm van coöptatie die al langer door de politieke klasse met een scheef oog werd bekeken. Hoewel het Hooggerechtshof zijn project uiteindelijk ongrondwettelijk verklaarde, slaagde Modi toch in zijn opzet, omdat zijn regering besloot geen rechters meer te benoemen die niet in zijn kraam pasten. Liever dan het Hooggerechtshof te zien verpieteren, legde het Hof zich neer bij Modi’s oekaze en stelde het alleen nog kandidaten voor die bij de regering in de smaak vielen.

De samenleving wordt ook onder druk gezet, met name het hoger onderwijs. Ooit stond India bekend om zijn creativiteit en intellectuele vitaliteit. Vandaag worden de openbare universiteiten onderworpen aan het dictaat van rectoren die systematisch werden gekozen uit leden of sympathisanten van de hindoenationalistische beweging. Ook de sponsors van het privéonderwijs – van wie de meesten uit het bedrijfsleven komen – staan onder regeringsdruk; een druk die ze op hun beurt doorgeven aan de academici. Een industrieel kan het zich immers niet permitteren macht te verliezen.

Er zijn duizend-en-een manoeuvres gebruikt om de oppositie te decimeren. De meest voorkomende hebben de vorm van een belastingaanslag of een politieonderzoek en worden onder verschillende voorwendselen uitgevoerd om leden van de Congrespartij of regionale groeperingen te intimideren. Het doel? Tegenstanders overhalen om hun politieke familie in de steek te laten en zich bij de BJP aan te sluiten. Dat kan ook gepaard gaan met de toekenning van een ministerportefeuille of een ander lucratief baantje als dat beter uitkomt. Tegenstanders die de wortel weigeren, krijgen de stok: vaker wel dan niet gaat het dan om vervolgingen die ze in de gevangenis doen belanden (zoals de arrestatie van het hoofd van de deelstaatregering van Delhi), of om het bevriezen van de bankrekeningen van een partij, zoals onlangs is gebeurd met de Congrespartij.

Openbare universiteiten zijn onderworpen aan het dictaat van rectoren die systematisch werden gekozen uit leden of sympathisanten van de hindoenationalistische beweging.

Ondanks het autoritaire karakter van de regering-Modi blijven verkiezingen de methode bij uitstek om politieke leiders te benoemen. Verkiezingen hebben twee grote voordelen. Ten eerste stelt het houden van verkiezingen het land in staat om de status van democratie op te eisen; “de grootste ter wereld,” zoals Westerse leiders zeggen. Ten tweede zet Modi in op de verkiezingen omdat zijn legitimiteit eruit voortvloeit. Het mandaat van het volk stelt hem in staat de andere machtscentra te verzwakken. Vooral dan de machtscentra die de rechtsstaat garanderen. Het is toch uitgesloten dat de rechterlijke macht het tegen het volk zou durven opnemen? Legitimiteit gaat hier boven legaliteit.

Maar het risico dat Modi neemt door zich te onderwerpen aan het verkiezingsspel is een berekende gok. Ten eerste omdat de instellingen die toezicht houden op het proces hun suprematie hebben verloren. De kiescommissie maakte in het verleden menig premier het leven zuur. Vandaag is ze volgzaam geworden nu de ambtenaren die de commissie leiden onder dezelfde druk staan als hun politieke tegenstanders. Niemand kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat een BJP-leider een boete krijgt omdat hij religieuze argumenten gebruikt in zijn campagne. Toch is dat illegaal.

Modi kan tijdens campagnes ook rekenen op een onvergelijkbare financiële macht. Naar verluidt gaf de BJP in 2019 bijna 3 miljard euro uit. Dat is ongeveer evenveel als alle andere partijen samen. Om dit bedrag te kunnen inzamelen heeft de regering-Modi in 2017 een wet aangenomen die de anonimiteit van donoren garandeert via de zogenaamde “electoral bonds” (verkiezingsobligaties). In 2024 verklaarde het Hooggerechtshof deze praktijk ongrondwettelijk. Die beslissing druiste in tegen de wensen van de regering; een beslissing die het Hof sinds 2015 niet meer had genomen. Helaas zal het eventuele effect van deze uitspraak pas bij de volgende verkiezingen merkbaar zijn. De BJP zal blijven profiteren van vele andere kanalen van private financiering, om nog maar te zwijgen van het feit dat de regering massaal publieke middelen gebruikt om haar campagnes te financieren.

Binnen de privésector komt het geld van een handvol zakenlieden met de status van oligarchen (zie: “Les bons amis du premier ministre indien”). Die goede, rijke vrienden helpen de regering financieel, via talloze steekpenningen en via de media die ze geleidelijk in handen nemen. In 2022 kwam de laatste grote televisiezender die nog kritisch durfde te zijn over Modi, de New Delhi Television (NDTV), onder controle van de heer Gautam Adani. Alom gekende en geprezen journalisten verlieten de zender zodra ze “his master’s voice” werden. Televisiekanalen en persgroepen namen hun toevlucht tot zelfcensuur bij het eerste teken van druk. Op die manier proberen ze invallen van belasting- of politieagenten te vermijden.

De “burgerwachten”, bewakers van de openbare orde

De overheid vertrouwt op een netwerk van gedisciplineerde activisten die binnen de RSS werden opgeleid. Hun belangrijkste taak is het uitoefenen van een soort cultuurpolitie op het terrein. Het belangrijkste doelwit van deze burgerwachten: moslims. Zij mogen, in naam van de strijd tegen de “liefdesjihad” niet omgaan met jonge hindoevrouwen op campussen of op straat (zij zouden een strategie hebben ontwikkeld om hindoevrouwen te bekeren tot de islam als ze met hen willen trouwen). Moslims moeten (opnieuw) bekeerd worden tot het hindoeïsme. Moslims mogen zich niet langer vestigen in gemengde wijken – vandaar hun toenemende gettovorming. Moslims worden opgejaagd op de snelwegen van Noord-India wanneer ze ervan verdacht worden koeien (heilige dieren in het hindoeïsme) naar het slachthuis te rijden. Al deze praktijken eindigen soms in lynchpartijen van ongekend geweld die gretig worden gefilmd en uitgezonden via sociale netwerken.

Modi zet in op de verkiezingen omdat zijn legitimiteit daaruit voortvloeit: het mandaat van het volk zou hem in staat stellen de andere machtscentra te verzwakken.

Gesteund door de hindoenationalistische beweging werken deze militanten samen met de staatspartij die de BJP aan het worden is. Vigilantisme bood de autoriteiten zo een ongekende verdieping van de samenleving: de handhaving van de (culturele) orde wordt gegarandeerd door deze niet-geüniformeerde troepen die als steunpilaren fungeren voor zij die wel een uniform dragen.

Deze transformatie van de publieke sfeer roept de vraag op naar de mogelijke gevolgen van een regeringswisseling: eenmaal verkozen zou de oppositie de wetten die door de BJP zijn aangenomen kunnen veranderen, maar hoe dan voorkomen dat zij die zich opwerpen als de verdedigers van het hindoeïsme toch blijven doorgaan met hun straatgeweld? Het primaat van wat legitiem is boven wat legaal is, zou de regel kunnen blijven als de hindoeïstische meerderheid blijft vasthouden aan de dogma’s die de BJP als imperatief gebruikt.

In samenwerking met Le Monde Diplomatique, april 2024. Vertaald door Jan Reyniers.