Artikels

“Mensen maken de instellingen”

Koen Bogaert

+

ZOE KONSTANTOPOULOU

— 20 april 2017

Sinds de financiële crisis van 2008 is Griekenland onderworpen aan een agressieve bezuinigingspolitiek, de uitverkoop van publieke eigendommen en de complete afbraak van de bestaande sociale voorzieningen. Volgens verschillende kritische stemmen werd Griekenland verplicht om drastische besparingsmaatregelen door te voeren om wat in se een Europese bankencrisis is, ongedaan te maken.

De structurele schuldencrisis, de jarenlange politieke impasse en twee memorandums tussen “de instellingen” (de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF) en de Griekse overheid hebben in januari 2015 geleid tot een historische verkiezingsoverwinning van de radicaal-linkse oppositiepartij Syriza. Alexis Tsipras werd premier en Zoe Konstantopoulou, die eveneens opkwam voor Syriza, werd verkozen tot voorzitter van het Griekse Parlement met een recordaantal stemmen (235/300).

De verkiezingsoverwinning van Syriza mondde uit in een open confrontatie tussen ‘Europa’ en haar Griekse ‘verzet’. Al vanaf de eerste week na de verkiezingsoverwinning van Syriza werd de druk op Griekenland verhoogd. Europa deed dit, onder andere, door haar structurele voordeel uit te spelen tegen de nieuwe Griekse regering. Enerzijds kon ze de liquiditeit van Griekse banken afsnijden (via de ECB) en anderzijds controleerde ze de kredieten voor de noodlijdende Griekse staat.

Om één voorbeeld te geven: al enkele dagen na de verkiezingsoverwinning van Syriza draaide de ECB de geldkraan van de Griekse banken gedeeltelijk toe om de politieke druk te verhogen. Voor de Griekse banken was dit een ramp omdat, mede door het creëren van deze financiële ongerustheid, op vier maand tijd ongeveer 30 miljard euro van de Griekse spaarrekeningen werd gehaald. Het bewust stimuleren van deze bank run, zo hoopte men in Brussel, moest de druk verhogen op Syriza om toe te geven. Op zich was dit een opmerkelijke politieke beslissing van de ECB, dat in wezen een politiek neutraal instituut zou moeten zijn.

De confrontatie bereikte een hoogtepunt in de zomer van 2015. Op 30 juni liep het tweede steunprogramma af en de onderhandelingen voor een nieuw programma liepen uiterst moeizaam. Binnen deze context van oplopende spanningen nam de Griekse regering uiteindelijk een drastische beslissing. Ze besliste om het Europese ultimatum voor te leggen aan de eigen kiezer en kondigde een referendum af op zondag 5 juli 2015. Meer dan 61% van de Grieken verwierp het Europese voorstel en schaarde zich achter de Griekse regering.

Ondanks deze overwinning ging de regering van Tsipras enkele weken later toch nog overstag. Dit leidde niet alleen tot het ontslag van de flamboyante Minister van Financiën, Yanis Varoufakis, die zich altijd hevig had verzet tegen een nieuw Memorandum, maar ook tot een breuk binnen Syriza tussen de meer gematigde vleugel die achter Tsipras stonf en een meer radicalere vleugel die ijverde voor een frontaal verzet tegen de opgelegde Europese besparingspolitiek. Na de goedkeuring van een derde Memorandum, onder meer dankzij de steun van de oppositie, nam Tsipras ontslag als premier op 20 augustus 2015. Exact één maand later volgden er al nieuwe verkiezingen.

Tsipras en Syriza wonnen uiteindelijk ook deze verkiezing. Terwijl Laïkí Enótita (‘volkseenheid’), een nieuwe partij die de radicalere vleugel van Syriza verzamelde, er net niet in slaagde om de kiesdrempel te halen. Zoe Konstantopoulou kwam op voor Volkseenheid. Zij wijt deze verkiezingsnederlaag vooral aan de beperkte tijd om een nieuwe partij uit de grond te stampen en aan de uitzonderlijk lage opkomst. Vandaag heeft ze haar eigen partij opgericht: Plefsi Eleftherias (‘de weg naar de vrijheid’).

De breuk binnen Syriza heeft diepe wonden geslagen. Op Manifiesta nam Zoe Konstantopoulou dan ook geen blad voor de mond en verwees ze naar het verraad van Tsipras en zijn entourage. Het is hier dat we de draad oppikken in dit interview.

Zoe Konstantopoulou © istock by Getty Images

Lava: U omschreef de bocht die Syriza maakte na het resultaat van het referendum als een vorm van verraad. Wat bedoelt u precies?

Zoe Konstantopoulou: Inderdaad. Ik begrijp dat jullie ergens diplomatisch blijven en verwijzen naar “wat ik omschrijf als verraad”. Maar we moeten er geen doekjes om winden. Want als we de dingen niet bij hun naam noemen, dan riskeren we iets te rechtvaardigen wat helemaal niet te verantwoorden is.

De invoering van het derde Memorandum ondanks de uitslag van het referendum?

Precies! Het referendum kwam er op voorstel van de regering en de goedkeuring ervan werd gegeven door het Griekse Parlement. We vroegen aan het Griekse volk om ons een mandaat te geven om verder te gaan met ons programma. En de Griekse burgers kregen de belofte van de premier dat de uitslag van het referendum gerespecteerd zou worden. Maar wat gebeurde er na het referendum? Tsipras en enkele mensen rondom hem hebben toen unilateraal, zonder enige vorm van democratische legitimiteit, beslist om het mandaat dat ze kregen van het Griekse volk te schenden.

Wat hield dit mandaat precies in?

Ons mandaat hield net in dat we een einde zouden stellen aan het Memorandum en het aflossen van een onbetaalbare en illegitieme staatsschuld. En dat we de besparingspolitiek zouden terugdraaien die op dat moment een ware ravage aanrichtte in de Griekse samenleving. Dat was ons mandaat en daarover gingen we niet onderhandelen. Overigens kregen we dat mandaat ook al met de historische verkiezingen van januari 2015.

Binnen Syriza hadden we afgesproken dat we niet zouden buigen onder druk van buitenaf. Er was dan ook absoluut geen reden om zo’n krachtig mandaat opzij te schuiven in de zomer van 2015. Zeker niet door dezelfde regering die net aan de Grieken had gevraagd om dit mandaat nogmaals te bevestigen in het referendum.

Zeventien uur onderhandelen met de leiders van de Europese Unie is absoluut geen voldoende reden om een heel volk te verraden. Hoe zwaar de druk ook mag geweest zijn, het is geen voldoende reden om de democratie op te geven (in de internationale pers werd er vaak verwezen naar ‘mental waterboarding’, nvdr). Zeventien uur onderhandelen geven je niet het recht om het meest neoliberale, het meest antisociale beleidsprogramma in te voeren dat ooit werd geïmplementeerd in Griekenland, en zelfs in Europa.

Hoe is de regering erin geslaagd om die bocht überhaupt te maken? Er moet toch veel weerstand geweest zijn binnen Syriza tegen deze politieke ommezwaai?

Absoluut. Velen onder ons waren vastbesloten om te blijven strijden, om niet op te geven en om het resultaat van het referendum te respecteren. Maar in plaats van deze strijdlust te gebruiken om zich te verzetten tegen de afpersing en politieke druk van Europa en het IMF, besloten Tsipras en zijn entourage om het parlement te ontbinden en vervroegde verkiezingen af te kondigen.

Dit moeten we zien als een vorm van parlementaire zuivering. Men wist heel goed dat de toenmalige parlementaire meerderheid nooit een nieuw Memorandum zou goedkeuren. 41 leden van de 149 verkozenen van Syriza in het Griekse parlement waren vastbesloten zich te verzetten tegen een nieuwe deal met Europa. Uiteindelijk werd het derde Memorandum aangenomen met steun van de oppositie.

De daaropvolgende ontbinding van het parlement, de aankondiging van nieuwe verkiezingen en de georkestreerde aanval tegen de interne dissidenten en tegen mezelf als parlementsvoorzitter waren de manier om af te rekenen met de kritische stemmen binnen Syriza en om de tegenstanders van Tsipras monddood te maken.

Was er dan geen discussie vooraf binnen de partij? Kon deze interne partijcrisis niet op een of andere manier vermeden worden door interne democratische procedures?

Het democratisch imago en de interne democratische werking van de partij waren slechts een façade. Iedereen die tegen het nieuwe Memorandum was, botste op het democratische deficit binnen Syriza. Intern was er een heuse machtsstrijd aan de gang.

Tijdens de laatste bijeenkomst van het Centrale Comité (het hoogste beslissingsorgaan van de partij, nvdr.) op 30 juli 2015 werd dit pijnlijk duidelijk. Men slaagde er niet in om een eensgezind standpunt in te nemen. Jammer genoeg was er een grote groep binnen Syriza die niet alleen bereid was om te capituleren, maar ook om het nieuwe Memorandum er koste wat het kost door te krijgen.

Tsipras kon een meerderheid van de tweehonderd leden van het Centraal Comité toen overtuigen om een definitieve beslissing uit te stellen tot in september en door te schuiven naar een buitengewoon partijcongres. Maar zover zou het dus nooit komen.

Het ontslag van de regering en de aankondiging van vervroegde verkiezingen in augustus hebben uiteindelijk geleid tot een breuk binnen de partij en het ontslag van meer dan de helft van de leden van het Centraal Comité. Tsipras trok nog wel naar de verkiezingen onder de vlag van Syriza, maar de partij die zo overtuigend de verkiezingen had gewonnen in januari 2015 bestond niet meer. De sociale basis van de partij was weggevaagd.

Het is duidelijk dat het verdedigen van de democratie centraal staat in uw discours. Uw grootste kritiek op Tsipras en zijn entourage is net dat ze het duidelijke mandaat dat ze kregen van het Griekse volk hebben verraden. Welke lessen moeten we hieruit trekken voor de parlementaire democratie? Moeten we op zoek gaan naar nieuwe manieren om de democratie te versterken?

De kritiek dat de representatieve democratie haar institutionele beperkingen heeft, volg ik niet noodzakelijk. Het argument dat instellingen zoals een verkozen parlement met haar volksvertegenwoordigers de actieradius van burgers beperken is een vals argument. Het zijn de mensen zelf die de instellingen maken tot wat ze zijn. Het is de verantwoordelijkheid van burgers om deze instelling op een democratische manier in te vullen.

Als voorzitter van het parlement had ik de kans om dat te bewijzen. Er is een enorme waaier aan initiatieven die men kan nemen. Ik aanvaardde de functie van parlementsvoorzitter net omdat ik me bewust was van de enorme mogelijkheden. Ik probeerde het parlement te openen voor iedereen. Ik gebruikte mijn bevoegdheden, onder andere, om een parlementaire discussie te starten over de staatschuld, over de kwestie van de Duitse herstelbetalingen, en over Siemens.

© istock by Getty Images

U nam ook het initiatief om een waarheidscommissie op te zetten over de Griekse staatschuld.

Inderdaad. De waarheidscommissie over de Griekse staatsschuld was enerzijds een unilaterale beslissing die ik genomen heb binnen mijn functie. Anderzijds was het ook een absoluut noodzakelijk initiatief binnen de context van het mandaat dat we kregen van het Griekse volk. We waren naar de kiezer getrokken met de belofte om een audit te maken van de Griekse staatschuld en om elke afbetaling van onwettige en illegitieme schuld op te schorten. De oprichting van zo’n waarheidscommissie was dus gewoon mijn democratische plicht als parlementsvoorzitter.

Het feit dat deze beslissing werd genomen op een moment dat de regering Tsipras de staatsschuld op zich niet in vraag stelde en de netelige kwestie van de afbetalingen probeerde te omzeilen, bewijst net dat er een democratische ruimte bestond binnen mijn mandaat als parlementsvoorzitter om hier tegen in te gaan. De waarheidscommissie lag aan de basis van het eerste parlementair rapport in Europa dat de ware aard van het Griekse drama blootlegt en wijst op de verantwoordelijkheid hiervoor van de schuldeisers zelf.

Er waren ook nog andere initiatieven, zoals de parlementaire commissie over de Duitse herstelbetalingen en het openen van allerlei corruptiedossiers, waarbij ik telkens gebruik maakte van de parlementaire procedures die ik tot mijn beschikking had. Deze initiatieven hadden al veel eerder genomen kunnen worden. Alleen kozen de mensen die toen deel uit maakten van de instituties en het parlement voor een ander model en een andere aanpak.

Mijn aanpak betekende een radicale breuk met de werking van het parlement onder vorige regeringen. En ik kan u verzekeren dat dit vruchten afwierp. De mensen apprecieerden het feit dat het parlement werd opengesteld voor iedereen; voor betogers, voor vluchtelingen, voor migranten, enz. De mensen apprecieerden het feit dat ze parlementaire commissies live aan het werk konden zien. Dat ze voor de eerste keer verstonden wat er allemaal gebeurde in het parlement en wat zijn rol was binnen de Griekse democratie. Ik stond er ook op om telkens opnieuw de parlementaire procedures uit te leggen.

Wat bedoelt u met het openstellen van het parlement voor iedereen? Kan u concrete voorbeelden geven van de manier waarop u dit aanpakte?

Telkens wanneer er een demonstratie plaatsvond, probeerde ik de actievoerders te ontvangen in het parlement. Op 20 maart 2015 vond er bijvoorbeeld een grote mars plaats tegen racisme. We hebben toen de vertegenwoordigers van de mars ontvangen in het parlement: vertegenwoordigers van alle migrantengemeenschappen en van de antiracismebeweging. Het gesprek dat plaatsvond zonden we live uit.

In andere gevallen gebruikte ik mijn bevoegdheden ook buiten de gesloten fysieke ruimte van het parlement. Op een ander moment, op weg naar het parlement, ontmoette ik een aantal actievoerders tijdens een betoging van het ziekenhuispersoneel. Ze waren wanhopig en woedend op de regering omdat die aan de oproerpolitie de opdracht had geven om de betoging de weg naar het parlement te versperren. Ik ben toen samen met de mensen naar de politie gegaan en heb die bevolen de blokkade op te heffen. Ik ging de confrontatie aan met de politie en wees hen erop dat de mensen op straat niet onze vijanden zijn. Ze hebben het recht om te protesteren en het parlement staat altijd open voor hen.

Wat ik wil aantonen met deze voorbeelden is dat er een hele waaier aan mogelijkheden bestaat binnen het huidige institutionele kader van de representatieve democratie om mensen te betrekken en de democratische ruimte uit te breiden. Ik denk niet dat het probleem ligt bij de instellingen op zich maar eerder bij de mensen die deze instellingen belichamen.

Vandaag zien we dat de parlementaire ruimte opnieuw wordt ingeperkt. Dat heeft vooral te maken met een gebrek aan politieke wil en een gebrekkige ethische en democratische houding van diegenen die vandaag aan de macht zijn. De mensen spreken me dikwijls aan op straat en vertellen me dat ze vroeger, toen ik voorzitter was, heel vaak de parlementaire debatten volgden. Maar nu doen ze dit niet meer.

Tot slot, als we verder proberen kijken dan enkel en alleen de Griekse crisis, dan zien we dat links het moeilijk heeft in heel Europa. Welke lessen kan de linkerzijde trekken uit deze periode van democratische experimenten enerzijds en machtspolitiek en verraad anderzijds?

Laat me één zaak duidelijk stellen. De belangrijkste uitdaging vandaag is niet zozeer de wederopbouw van links. De prioriteit is het ondersteunen van die mensen die het slachtoffer zijn van het Memorandum en van het neoliberale beleid. We moeten mensen helpen om terug recht te krabbelen, om terug op hun eigen benen te staan. De Griekse samenleving gaat nu door een enorm trauma. De wanhoop en de vertwijfeling is totaal. De verschrikkelijke sociale impact van de besparingen en het Memorandum overtuigt veel mensen in Griekenland vandaag dat er geen alternatief meer is. Bovendien heb je een zogenaamd linkse regering die net dezelfde boodschap geeft.

De linkerzijde heeft geen toekomst als ze enkel over zichzelf praat. We moeten beseffen dat er geen linkerzijde, geen toekomst en geen democratie meer zal zijn in een samenleving die totaal is vernietigd. We kunnen op dit moment niet praten over de heropbouw van links op de ruïnes van de Griekse samenleving. Ruïnes die mee werden gecreëerd in naam van de linkerzijde. Nu moeten we, door onze acties en niet door dure verklaringen, de mensen tonen dat er wel degelijk alternatieven zijn. Dat het niet hun fout is dat ze verraden zijn door een regering die ze vertrouwden. Dat er een heleboel zaken zijn die ze nog kunnen doen. En dat, als ze willen, ze nog altijd de macht en capaciteit hebben om dingen te veranderen.

Als iemand die uit de sociale bewegingen komt en sterk gelooft in sociale bewegingen, denk ik dat onze eerste en belangrijkste taak erin bestaat om de moraal van de mensen terug op te krikken, om hen terug te doen geloven in zichzelf, om hun radicalisme terug aan te wakkeren. En dan pas kunnen we praten over de linkerzijde. Dan pas kunnen we mensen vragen om zich terug bij ons aan te sluiten.

  1. Het interview werd afgenomen door Koen Bogaert, Matthias Lievens en Patrick Deboosere en uitgeschreven door Koen Bogaert op 17 september 2016. Zoe Konstantopoulou was te gast op Manifiesta, het jaarlijkse Feest van de Solidariteit.