Artikel

Duitse ziekenhuizen worden geschoeid op oorlogsleest

Nadja Rakowitz

+

Nicolas Pierre 

—23 april 2026

De afgelopen twintig jaar had Duitsland geen ziekenhuisplan omdat alles aan de markt werd overgelaten. Vandaag wordt er, samen met het leger, wel gepland en wil men van Duitsland een oorlogshub maken.

Shutterstock

Nadja Rakowitz, woordvoerster voor de Vereniging van Democratische Artsen (VDAA), was te Brussel voor een ontmoeting met de leiding van Geneeskunde voor het Volk (GVHV) en een bezoek aan een medisch centrum. In een interview met Nicolas Pierre, huisarts bij Geneeskunde voor het Volk te Schaarbeek, deelt ze haar ervaring over de militarisering van de samenleving en de gezondheidszorg in Duitsland. Een waarschuwing voor wat in België ook kan komen.

Nicolas Pierre. Al tientallen jaren staan de gezondheidsbudgetten in Europa onder druk. Welke invloed heeft volgens jou de huidige militarisering op gezondheidszorgsystemen? Hoe uit zich dat in Duitsland?

Nadja Rakowitz. Duitsland heeft het op vier na duurste gezondheidszorgstelsel ter wereld. De ziekenhuizen staan er onder budgettaire druk. Wegens slechte organisatie en een grote fragmentisering gaat veel geld verloren, en blijven patiënten in de kou staan. Ongeveer 38% van de ziekenhuisbedden is geprivatiseerd, wat tot enorme verspilling leidt.

Op lokaal niveau, bijvoorbeeld in Berlijn, werd een civiel-militair samenwerkingsplan opgesteld. In dit plan kun je zien hoe men de ziekenhuissector organiseert in geval van oorlog of defensie. Niet per se een oorlog in Duitsland, maar bijvoorbeeld aan de NAVO-grens (zoals een oorlog aan de grenzen van de meest oostelijke NAVO-landen, in Polen of de Baltische staten).

Nadja Rakowitz is woordvoerster voor de Vereniging van Democratische Artsen (VDAA), een netwerk van enkele honderden progressieve Duitse artsen.

Actievoerders waarschuwen dat Duitsland nu zelfs van plan is om ondergrondse militaire ziekenhuizen te bouwen, een ontwikkeling die door sommige grote mutualiteiten wordt toegejuicht. Dit duidt niet alleen op de fysieke militarisering van gezondheidszorginfrastructuren, maar ook op een groeiend enthousiasme voor oorlog onder invloedrijke spelers in de medische sector.

Er wordt een regeling uitgewerkt hoe de hiërarchie tussen het leger en het gezondheidssysteem zou werken. Zo zullen patiënten in twee groepen worden gesorteerd voordat ze zelfs maar gezien worden. De eerste groep: de militairen. De tweede groep wordt de burgerbevolking. Twee verschillende groepen en de militairen krijgen voorrang. Dat is in strijd met de artseneed en met alle medische ethiek. Medische criteria (urgentie, ernst) zouden niet langer prioritair zijn: de militaire categorie heeft voorrang op de civiele categorie. Terwijl de medische ethiek voorschrijft dat we behandelen volgens de ernst van de verwonding.

Het plan voorziet ook hoe mensen kunnen gedwongen worden terug te gaan werken in de ziekenhuizen wanneer ze het systeem al hebben verlaten. Of hoe parttimers fulltime moeten werken in geval van oorlog. Ook wordt gezien hoe kan voorkomen worden dat ouderen ziekenhuisbedden innemen, zodat militairen voorrang krijgen.

In Duitsland werken ze aan een hiërarchie van patiënten. De prioritaire groep zijn de militairen, dan pas volgt de burgerbevolking.

Het idee is dat Duitsland een soort oorlogshub zou worden, waar treinen zo dicht mogelijk bij ziekenhuizen worden gebracht, of andersom, om te zorgen voor een constante stroom gewonden. Het leger wordt betrokken bij de planning: welk ziekenhuis komt waar, en wie behandelt wie.

De afgelopen twintig jaar hadden we geen ziekenhuisplannen meer omdat de markt alles bepaalde. Nu ligt er weer een planning op tafel en het leger zegt: “Wij willen er deel van uitmaken”.

Het leger zal orders geven aan artsen, die automatisch militaire medewerkers zullen worden. In de praktijk werken ze dan voor het leger, zelfs als ze er geen deel van uitmaken. En niet alleen artsen maar ook de verpleegkundigen, apothekers en ambulancechauffeurs.  Verder zijn er trainingen in de maak in “terrorisme- en rampengeneeskunde”.

Nicolas Pierre. Ook in België is dit een hot topic. Onze minister van Defensie heeft aangekondigd dat cursussen ‘oorlogsgeneeskunde’ vanaf volgend jaar verplicht worden voor alle studenten geneeskunde. Veel studenten vinden dit misschien nuttig, of interessant. Maar is dat wel zo? Denk je dat beter opgeleide artsen ons kunnen beschermen in het geval van oorlog?  Over wat voor soort voorbereiding hebben we het eigenlijk?

Ik denk dat het vooral over een mentaliteitsverandering gaat. Ze willen dat we wennen aan oorlog. In jullie geval verborgen ze het niet eens onder een omschrijving als “terrorisme en rampen”, ze noemen het direct “oorlogsgeneeskunde”.

Het wekt bij het publiek ook de gevaarlijke illusie dat een oorlog beheersbaar kan zijn, want “we zijn er klaar voor”. “We hebben nu gespecialiseerde artsen. En de artsen gaan me helpen, dus het is niet zo eng als we ten strijde trekken”.

In Duitsland is onze belangrijkste boodschap aan het publiek dezelfde als in de jaren tachtig, toen artsen in Europa een enorme campagne tegen kernwapens voerden: “We willen je niet de illusie geven dat we een oorlog aankunnen. We kunnen je niet helpen.”

De omschrijving “oorlogsgeneeskunde” geeft het publiek de gevaarlijke illusie dat een oorlog beheersbaar kan zijn.

De ramp in Crans-Montana, Zwitserland, was er een dramatische illustratie van. Grote aantallen brandwondenpatiënten moesten naar ziekenhuizen in heel Europa gestuurd worden. Wat als zo iets tien keer per dag gebeurt?

Nicolas Pierre. Je hebt oorlogszuchtige regeringen en grote militaire bedrijven die het idee opdringen dat je meer wapens nodig hebt om toekomstige oorlogen te winnen. Maar er is ook een vreedzame burgerbeweging over de hele wereld. Wat is je ervaring in Duitsland? Wat is de rol van de beweging van gezondheidswerkers? 

De beweging is nog maar net begonnen. Er wordt veel propaganda gevoerd, met enorme demonstraties. Op 5 december kwamen 50.000 scholieren op straat, op 5 maart opnieuw. Het geeft me hoop om zo’n jonge beweging te zien.

Gaza heeft een generatie gepolitiseerd in een anti-oorlogsstrijd. Een week later opdagen bij demonstraties tegen militarisering is niet evident. Het is voor ons een uitdaging om die twee met elkaar te verbinden. De jongeren begrijpen wat oorlog is. Gaza kan de poort zijn naar een dieper begrip van oorlog en imperialisme, en mensen helpen om de huidige militarisering op een andere manier te begrijpen.

De rol van de beweging van gezondheidswerkers is belangrijk. Wij zien het als onze taak om mensen gezond te houden, om ziekten te voorkomen. En oorlog is altijd het tegenovergestelde daarvan. Het zou dus in geen geval onze taak moeten zijn om mensen geschikt te maken om weer naar het front te trekken. Dit is in strijd met onze medische ethiek.

Gezondheidswerkers die mensen klaar moeten stomen om terug naar het front te trekken is in strijd met de medische ethiek.

In de afgelopen jaren hebben we de militarisering in Europa zien toenemen. Kijk maar naar het defensiebudget. Vorig jaar stemden de meeste Europese landen in met enorme verhogingen van hun militaire budgetten, België voor een bedrag van 12,8 miljard euro.

Nicolas Pierre. Maar we zien het ook in onze straten, met affichageruimte die door het leger is opgekocht om zich te promoten. Hoe zit dat in Duitsland? 

Ook in Duitsland hebben ze al 3,5% van het bbp bereikt, en kanselier Merz is van plan om nog meer uit te geven. Het is dus veel geld, en net als in België hebben we het beeld van het Duitse leger (de Bundeswehr) overal in de straten. Als je naar een bakker gaat om brood te kopen, krijg je een papieren zak met reclame voor het Duitse leger. Ze zetten hun promo op in scholen, zelfs kleuterscholen, op pizzadozen, in speciale tv-programma’s, het is overal.

Wanneer militairen een paar jaar geleden een school binnenkwamen, konden ouders zeggen: “Nee, dat mag mijn kind niet horen”. Of de directeur van de school kon weigeren. Vandaag de dag is dat onmogelijk. Het is verplicht het leger op scholen te verwelkomen en het is verplicht voor kinderen om naar de propaganda van het leger te luisteren.

Nicolas Pierre is huisarts bij Geneeskunde voor het Volk Schaarbeek.

In Duitsland ging het zelfs zo ver dat in officiële video’s te zien is hoe soldaten ’s nachts rond een kampvuur verzamelen en “hoera” roepen wanneer hun generaal zegt dat ze “in staat zijn om te winnen”. De show maakt deel uit van een doelbewuste poging om een positieve houding van het publiek ten opzichte van oorlog te vormen, om het idee van een zegevierend en agressief Duits leger te normaliseren.

En aan de andere kant, terwijl er zoveel geld is voor het leger en wapens, zien we in Duitsland dat er niet genoeg geld is om de straten schoon en aangenaam te maken, om scholen, zwembaden, het spoorwegnet en al het andere te renoveren. Natuurlijk zal dit alleen maar erger worden naarmate de militaire uitgaven stijgen.

Nicolas Pierre. België heeft al 34 gevlechtsvliegtuigen besteld, en nu dringt de regering aan op de aankoop van nog eens 11 gevechtsvliegtuigen extra. De illegale en wrede methoden van president Donald Trump zijn ook niet bepaald een hulp. Waarom slaan volgens jou de Europese leiders deze weg in?

Ze blijven ons dezelfde verhalen vertellen over het verdedigen van vrijheid en democratie. Maar de militarisering komt er niet alleen onder druk van de VS, het is geen product van VS-belangen. Het is een product van kapitalistische belangen, die in ons geval ook Duitse belangen zijn. Rheinmetall is een heel, heel groot bedrijf dat véél geld verdient. De winst is verdrievoudigd.

We hebben leden van de regering die bang lijken te zijn voor Rusland, maar aan de andere kant denk ik dat ze zélf oorlog willen voeren. Het “vredesplan” van Trump had een kans kunnen zijn om de oorlog in Oekraïne te stoppen, maar de Duitse regering en de instanties van de Europese Unie, uitgezonderd Hongarije en Slowakije, wezen al deze ideeën en plannen af. Ze willen dat deze oorlog doorgaat uit economische noodzaak voor hun militaire industrie.

Voor sommige mensen is het sociaal aanvaardbaar geworden om trots uit te drukken dat hun grootvaders “toen tegen de Russen vochten” – zelfs al verwijst dit naar het nazi-leger of de SS.

Wat vooral verontrustend is, is dat er in het publieke debat in Duitsland nu openlijk wordt gesproken over een “Oostfront”. Voor sommige mensen is het weer sociaal aanvaardbaar geworden om trots te vertellen dat hun grootvaders “toen tegen de Russen vochten” – zelfs als dit verwijst naar de Wehrmacht (het Duitse leger onder nazi-Duitsland) of de SS. Dergelijke uitspraken veroorzaken geen schandaal meer.

Er is een machtsdynamiek aan de gang binnen de Europese Unie, een strijd tussen Frankrijk en Duitsland. En dit is het ergste wat Europa kan overkomen, als Frankrijk en Duitsland met elkaar in conflict komen.

Nicolas Pierre.Hoe analyseer je dit vanuit economisch oogpunt? En kunnen er effectief banen worden gecreëerd zoals men beweert?

De economische crisis is immens. De klimaatcrisis is immens. En wanneer ze al deze wapens kopen en gebruiken, wordt het nog erger. De neoliberale antwoorden werken niet meer. Ze hebben geen ander antwoord.

Het is de verdediging van het kapitalisme door middel van oorlog. Is er hoop onder de bevolking dat militarisering nieuwe banen en nieuwe kansen zal brengen? Bij sommige delen van de bevolking wel, maar de feiten tonen niet aan dat dit een oplossing biedt. Geld dat wordt geïnvesteerd in bewapening creëert geen duurzame banen. Het is bewezen dat geld dat wordt geïnvesteerd in de militaire industrie veel minder banen creëert dan als hetzelfde bedrag wordt geïnvesteerd in gezondheidszorg of onderwijs.

De arbeiders van Ford in Keulen samen met de groep IG Metall verzetten zicht tegen de reconversie van de industrie naar oorlogsproductie.

Ik hoorde dat de arbeiders van Ford in Keulen samen met de groep IG Metall een verklaring tegen de oorlog hebben afgelegd. “Wij zijn tegen de reconversie van de industrie naar oorlogsproductie”. Dit is de eerste keer dat ik het in Duitsland zie gebeuren, vanuit de fabrieken. Als je kijkt naar Griekenland, Italië of andere landen, met hun grote havens in de Middellandse Zee, zie je veel stakingen en verzet tegen de oorlog.

Wij werken voor de gezondheid van mensen. Zwijgen over een mogelijke oorlog is dus geen optie. We zien de gewonden. De televisie heeft het altijd over drones, wapens en strategie maar wij kunnen zeggen hoe een gewond lichaam eruit ziet.

En we weten dat het altijd de armen zijn, de arbeiders, die naar het front worden gestuurd om elkaar te doden. En dat is wat we moeten doorbreken. We hebben meer gemeen met onze klassengenoten die ‘aan de andere kant’ werken, onze vermeende vijanden, dan met de politici die ons naar het front willen sturen.