Aan beide kanten van het land wordt de toegang tot het hoger onderwijs aangevallen. Toch, wanneer men de enkele miljoenen vergelijkt die de ministers bijeen schrapen op de rug van de studenten met de miljarden die men vindt voor de oorlog, wordt alles in perspectief geplaatst: de deuren van het hoger onderwijs sluiten en de oorlog als enige horizon bieden, dat is een keuze en geen fataliteit.
De toegang tot studies wordt aangevallen. Hoewel de maatregelen verschillen naargelang de regio, is de visie die schuilgaat achter de plannen van beide ministers van Hoger Onderwijs – Demir en Degryse – dezelfde. Aan Nederlandstalige kant wil minister Zuhal Demir de jacht openen op de “eeuwige studenten”, omdat er volgens haar geen geld is voor die luieriken. Ze wil de studiebeurzen van 20.000 studenten aanpakken en de slaagvoorwaarden nog verder verstrengen. Aan Franstalige kant legt minister Degryse ons, bijna met tranen in de ogen, uit dat ze geen andere keuze heeft dan het inschrijvingsgeld te verhogen, nadat de hervorming van het landschapsdecreet de slaagvoorwaarden al had verstrengd.
We hebben de afgelopen jaren een opening van de deuren van onze universiteiten en hogescholen gezien. Het aantal studenten is alleen maar blijven groeien.1 Desondanks zijn de ongelijkheden niet verdwenen. Volgens een recente studie van de VUB is het niveau van toegankelijkheid tot het hoger onderwijs vandaag zelfs even laag als dat van de jaren 50.2 De slaagkansen blijven bepaald door je schoolverleden, je sociaaleconomisch kapitaal, het diploma van je ouders, enzovoort.3 Een recente studie van de ULB toont aan in welke mate financiële moeilijkheden een impact hebben op het studiesucces en in welke mate het ook gaat om sociale reproductie: “Studenten die geen enkele vorm van ontbering ervaren, hebben ongeveer vier keer zo vaak ouders die hogere kaderfuncties bekleden en vier keer minder vaak ouders zonder werk dan hun collega’s in grote ontbering, wat weinig twijfel laat over het feit dat de eersten doorgaans toegang hebben tot meer financiële middelen.”4

Vandaag zullen de maatregelen die op tafel liggen de deuren van de universiteit opnieuw sluiten en de ongelijkheden versterken. De slaagvoorwaarden verstrengen, de studiekosten verhogen en studiebeurzen afnemen bij studenten betekent rechtstreeks ingaan tegen degenen die het al moeilijk hebben. Het is hen uit het hoger onderwijs duwen. De twee ministers organiseren op systematische wijze de uitsluiting van duizenden studenten.
Ze spreken over een budgettaire noodzaak, maar houdt dat verhaal echt stand?
Budgetaire keuze, of maatschappijkeuze?
Al jaren hekelen de studentenbeweging en de onderwijsinstellingen een structurele onderfinanciering van ons onderwijs. Aan beide kanten van het land is de financiering al tientallen jaren niet meer gestegen. Het budget zit in een “gesloten enveloppe”, wat betekent dat het hetzelfde blijft, ongeacht het aantal studenten. Het bedrag wordt vervolgens verdeeld over de instellingen voor hoger onderwijs op basis van het aantal studiepunten dat door elke instelling wordt opgenomen, en houdt dus geen rekening met de context of de specifieke behoeften van elke instelling. Sinds meerdere jaren blijft het aantal studenten voortdurend toenemen, waardoor de financiering per student elk jaar verder daalt.5
In Vlaanderen bestaat er een aanpassingsmechanisme om het budget licht te verhogen wanneer de inschrijvingen toenemen, maar dit mechanisme is zeer beperkt en werd vaak politiek geneutraliseerd. Tegenover deze vaststelling stonden onze regeringen voor twee keuzes: het onderwijs herfinancieren of het aantal studenten beperken. Volgens Demir en Degryse is de eerste optie budgettair onmogelijk.
Miljoenen bespaard op de kap van studenten en miljarden voor oorlog. De deuren van het hoger onderwijs sluiten is een politieke keuze: oorlog als enige toekomstperspectief.
Toch zijn Zuhal Demir (N-VA) en Elisabeth Degryse (Les Engagés) allebei ministers van partijen die ook deel uitmaken van de federale regering: Arizona. Dezelfde partijen die al jaren herhalen dat er geen geld meer is en dat iedereen de broekriem moet aanhalen, zijn ook degenen die fiscale cadeaus uitdelen aan grote bedrijven en de superrijken. Het zijn dezelfde dezelfden die besloten hebben 34 miljar euro te investeren in de bewapening van België voor de komende tien jaren. Het geld lijkt te verschijnen en verdwijnen in functie van dagen en seizoenen.
De militarisering boven alles
Vandaag wordt alles geraakt: de gezondheidszorg, de cultuur, het leerplicht- en hoger onderwijs. De openbare diensten worden zwaar aangevallen, maar waar alle uitgaven wél toegestaan zijn, is in de “defensie”. Francken, de N-VA-minister van Defensie, legt zijn visie duidelijk uit: “Wij geven 150 miljard euro per jaar uit aan de sociale zekerheid en amper 7 miljard aan defensie. Tegen 2030 stijgen onze sociale uitgaven zelfs naar 200 miljard. Daar kraait geen haan naar, omdat het zachte veiligheid is.”6
En de visie van Francken krijgt vorm: Arizona heeft beslist om tegen 2034 34 miljard euro te investeren in bewapening. Dat bedrag zal niet uit de lucht komen vallen. Om dat te realiseren zullen ze het geld blijven halen uit de openbare diensten, uit de pensioenen en uit het onderwijs.
Helaas handelt België niet alleen. Het pad van het “alles voor de oorlog” dat door onze regering wordt ingeslagen, moet in een bredere, mondiale context worden geplaatst. We zien deze beweging in alle westerse landen. Afgelopen zomer, tijdens de NAVO-top van NATO in Den Haag, werd onder impuls van Donald Trump een nieuwe norm vastgelegd: de lidstaten worden nu ertoe aangezet om 5% van hun bbp in defensie te investeren. 7
De brief van Francken had jongeren kunnen uitnodigen om zich in te zetten voor het onderwijs of de gezondheidszorg. Maar dat is niet de weg die de regeringen voor de jeugd kiezen.
Een dergelijke norm schuift sociale kwesties en de klimaatnoodzaak de facto naar de achtergrond. Als Trump hier zo sterk op aandringt, is dat enerzijds zodat Europese landen hun aankopen doen bij de Amerikaanse wapenindustrie, en anderzijds omdat hij zich wil kunnen concentreren op zijn nieuwe vijand: Azië, en meer specifiek China. Tegelijkertijd zien we dat Europese landen zich ofwel volgzaam vastklampen aan de Verenigde Staten, ofwel dromen van een Europese Unie met vernieuwde imperialistische ambities. In beide gevallen moeten de militaire budgetten fors worden opgevoerd. Onze premier, Bart De Wever, stelt in die zin: “We cannot stay herbivore in that world, that the european lesson we have to learn. We have to wake up, we have to rearm.”8
Welke weg voor de jeugd?
“De Belgische herbewapening” betekent niet enkel miljarden uitgeven aan nieuwe gevechtsvliegtuigen F-35 en andere toestellen: het houdt ook in dat de geesten gemilitariseerd worden, dat de bevolking wordt voorbereid op oorlog en dat er nieuwe rekruten worden gezocht om de rangen van het Belgische leger aan te vullen.
De N-VA-minister van Defensie Theo Francken heeft al aangekondigd dat hij de legersterkte binnen 10 jaar wil verdubbelen, met als doel 34.500 militairen en 12.800 reservisten te bereiken. En om dat doel te halen, richt hij zich op de jeugd. De regering vermenigvuldigt initiatieven om jongeren te “sensibiliseren” voor wat zij de “gewijzigde veiligheidsuitdagingen” noemen. De N-VA maakt er geen geheim van dat ze jongeren wil vormen tot “ambassadeurs van de NAVO”. Dat begint al op school, met de komst van militaire contactpersonen in de klaslokalen.
Het vlaggenschipproject van Francken is het versturen van een brief aan 149.000 jongeren van 17 jaar, waarin hen een “vrijwillige militaire dienst” wordt aangeboden vanaf september 2026. In ruil: één jaar dienst, een “dynamische” en “avontuurlijke” ervaring zoals het wordt voorgesteld, en een loon van 2.000 euro (het minimumloon in België), maaltijdcheques, gratis openbaar vervoer en volledige terugbetaling van medische kosten.
Studeren zou geen voorrecht mogen zijn dat voorbehouden blijft aan een elite, maar een recht dat voor iedereen toegankelijk is. Onderwijs maakt het mogelijk de wereld te begrijpen en de samenleving van morgen vorm te geven.
Een aanlokkelijk voorstel dus voor jongeren die net van school komen. Zeker wanneer je het vergelijkt met de arbeidsmarkt, waar het steeds moeilijker wordt om een job te vinden, of met studies die door de regering steeds minder toegankelijk worden gemaakt. Francken biedt zo een kans op een vast inkomen en zekerheid in een context waarin het steeds moeilijker wordt om studies te starten en een stabiele job te vinden.
Maar de jeugd is niet dociel. In Duitsland, waar gelijkaardige mechanismen spelen, heeft de regering beslist om 650 miljard euro te investeren in bewapening tegen 2030. Als reactie daarop heeft de jeugd zich georganiseerd en is ze bij verschillende gelegenheden met tienduizenden de straat op gegaan.9
De jeugd om een solidaire maatschappij te bouwen
Overwegend willen jongeren geen project dat hen steeds verder richting oorlog duwt. Overigens hebben van de 150.000 brieven van Theo Francken om jongeren te rekruteren er slechts 3.000 positief gereageerd.10 Het is omdat jongeren vrede willen, en een rechtvaardiger en solidaire samenleving. Een samenleving waarin ze een stabiele job kunnen vinden, betaalbare huisvesting en zonder zorgen over de factuur aan hogere studies kunnen beginnen. Studeren zou geen optie mogen zijn die enkel voor een elite is weggelegd, maar een recht dat voor iedereen toegankelijk is. Want onderwijs betekent niet alleen het verwerven van nuttige vaardigheden om de samenleving van morgen op te bouwen, maar ook toegang krijgen tot kennis om de wereld te begrijpen.
Francken had een brief kunnen sturen naar alle 17-jarigen om hen aan te moedigen zich in te zetten in de gezondheidszorg, om studies aan te vatten om verpleegkundige of arts te worden. Het tekort is groot, onze ziekenhuizen hebben het moeilijk. Francken had een brief kunnen sturen naar alle 17-jarigen om hen aan te sporen zich in te zetten in het onderwijs. Aan beide kanten van het land is het lerarentekort zo groot dat klassen zonder leerkracht de norm worden.
Dat had hij kunnen doen, maar dat is absoluut niet de richting die de regeringen kiezen voor de jeugd.
Langs Franstalige kant, hebben MR en Les Engagés de stemming versneld doorgevoerd. Ze hebben de ene na de andere parlementaire regel gebroken om dat te kunnen doen, omdat ze de druk van de scholieren, studenten en het onderwijspersoneel de laatste maanden gevoeld hebben: tegen de afbraak van het onderwijs, en tegen de militarisering.
Maar: het is niet onmogelijk terug te komen op een decreet of stemming in het Parlement. In het jaar 1994 had toenmalig minister van Onderwijs Lebrun een plan van “rationalisering” van het hoger onderwijs. Dat plan beoogde de fusie van meer dan honderd afzonderlijke hogescholen tot een beperkt aantal grotere Hautes Écoles. Er kwamen massale mobilisaties van de studenten tegen het decreet. Nadat het toch gestemd werd, stopten de mobilisaties niet. Zeventig dagen na de stemming kwamen 30.000 studenten op straat tegen het decreet-Lebrun. De beweging, net als vandaag, zette de strijd verder. Die druk heeft gewerkt, waardoor dat decreet tegengehouden werd.
Terwijl de regeringen, minister Degryse en minister Demir blijven herhalen dat er geen enkele andere keuze is dan besparen op onderwijs, kennen wij de waarheid. Zij staan niet aan de kant van de studenten. Het gaat om een fundamentele maatschappijkeuze: investeren in de jeugd, of investeren in oorlog. En zij kiezen uitdrukkelijk voor oorlog.
Ook vandaag, net als in de jaren 1990, kan de studentenbeweging winnen: tegen de plannen van de elitarisering van ons hoger onderwijs van Degryse en Demir en tegen de militarisering van de maatschappij van Francken en de Arizona-regering, die onlosmakelijk verbonden zijn.
Dit artikel verschijnt in de jongerenrubriek Magma van Lava Media. Hier vind je al de artikels verschenen in die rubriek: https://lavamedia.be/category/articles-nl/magma/
Footnotes
- Langs Franstalige kant, tussen 2006 en 2021, is het nummer van studenten gestegen met 63% (http://www.cref.be/communication/20230830_Memorandum.pdf). Langs Nederlandstalige kant, tussen 2008 en 2024, is dat nummer gestegen met 52,2%. Via https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/schoolbevolking-hoger-onderwijs & https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/32853
- Kruithof, Elias H., en Pieter-Paul Verhaeghe, “The U-turn in educational inequality. Why a multidimensional approach matters for measuring social inequalities in tertiary educational attainment”, Research in Social Stratification and Mobility, vol. 94, 2024, article 100994
- Dal, C., & Marquis, N. (2024, mai). Lutter contre l’échec : Repenser la relation pédagogique. Caractéristiques à l’entrée du public primo-inscrit à l’USL-B en BLOC 1 (2019-2020) et impact sur la réussite (Rapport I). UCLouvain Saint-Louis Bruxelles.
- Idem.
- https://www.comac-etudiants.be/brochure_enseignement
- https://www.humo.be/nieuws/theo-francken-gelukkig-is-bart-de-wever-burgemeester-van-antwerpen-en-niet-jos-d-haese-anders-mochten-alle-joden-collectief-naar-israel-verhuizen~bf62e14d/
- https://lavamedia.be/fr/la-guerre-ne-remplit-pas-nos-frigos/
- https://www.facebook.com/watch/?v=1218129216382912
- https://www.pressenza.com/fr/2026/05/resister-a-temps-nous-ne-combattons-pas-pour-vos-guerres/
- https://www.lesoir.be/731073/article/2026-02-25/service-militaire-combien-de-jeunes-se-sont-ils-inscrits-suite-la-lettre-envoyee
