Artikel

De vijf aanvallen op de mutualiteiten. En waarom ze niet kloppen.

De Arizona-coalitie voert een offensief tegen de ziekenfondsen: te rijk, te politiek, te weinig efficiënt. Achter dat discours schuilt een bredere strijd over solidariteit, marktwerking en wie er straks nog toegang heeft tot kwaliteitsvolle zorg.

“Onze gezondheidszorg heeft helemaal geen ziekenfondsen nodig”, klinkt het nadrukkelijk bij N-VA.1 Voorzitter Valerie Van Peel ziet in een hervorming van de ziekenfondsen een nieuwe bron van miljardenbesparingen om het federale begrotingstekort te helpen dichten. 2 Onder het mom van efficiëntie en neutraliteit worden de ziekenfondsen steeds meer geviseerd als symbool van een ‘te dure’ sociale zekerheid. Alleen dreigt de rekening opnieuw bij de patiënt en de sociaal verzekerde te belanden.

Hadisha Shoudoueva est étudiante en médecine à la KU Leuven et milite au sein de l'association « Médecine pour le peuple ».
Hadisha Shoudoueva is student geneeskunde aan de KU Leuven en actief bij Geneeskunde voor het Volk.

De ziekenfondsen staan in België steeds sterker onder druk. Zowel de N-VA als MR pleiten openlijk voor hervormingen die hun werking verder in de richting van privatisering duwen. Tegelijk scherpt het Arizona-regeerakkoord de controle op mutualiteiten aan en beperkt het hun middelen. Hoewel minister Vandenbroucke (Vooruit) zich publiek uitspreekt tegen een verregaande privatisering, gaan zijn beleidskeuzes gepaard met strengere controleopdrachten, minder financiering en meer beperkingen op de maatschappelijke rol van de ziekenfondsen.3

Die evolutie past in een langere geschiedenis van besparingen op de sociale zekerheid.4 Of de politieke aanvallen nu komen uit hervormingsvoorstellen van rechtse partijen of uit maatregelen van de Arizona-regering: telkens versterken ze de logica van budgettaire inperking en verzwakken ze de stem van middenveldorganisaties in het debat over gezondheidszorg.

Dat mutualiteiten onder vuur liggen, is geen toeval. Ze spelen een centrale sociale rol: ze verdedigen de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en onderhouden een nauwe band met de bevolking. Zo bieden ze een tegengewicht tegen besparingsbeleid en verdedigen ze solidariteit in een gezondheidszorgsysteem dat steeds meer wordt gekenmerkt door liberalisering en marktmechanismen.

Dit artikel ontleedt de vijf belangrijkste aanvallen op de mutualiteiten en toont hoe die vertrekken vanuit een liberale visie op gezondheidszorg. Op lange termijn blijft een publiek georganiseerde gezondheidszorg een beter alternatief. Tegelijk verdedigen we een sterkere maatschappelijke rol voor de ziekenfondsen. Mutualiteiten met een sterke maatschappelijk rol zijn onmisbaar als stap op weg naar toegankelijke en solidaire gezondheidszorg.

Aanval nr. 1: “De mutualiteiten betalen geen belastingen en concurreren oneerlijk met private verzekeraars”

Een van de meest gehoorde aanvallen gaat over hun fiscale statuut. Volgens critici genieten mutualiteiten van oneerlijke voordelen omdat ze geen vennootschapsbelasting betalen en tegelijk aanvullende verzekeringen aanbieden die concurreren met commerciële verzekeraars. Vooral niet-verplichte verzekeringen, zoals hospitalisatieverzekeringen, liggen onder vuur.

Private verzekeraars en liberale partijen spreken al langer van concurrentievervalsing: mutualiteiten zouden ongeveer 1,45 miljard euro winst hebben geboekt op niet-verplichte verzekeringen zonder dezelfde fiscale lasten te dragen als commerciële spelers.5

Lili Soussoko est post-doctorante au sein de la Faculté des sciences sociales de l’Université de Liège (laboratoire Pragmapolis). Ses recherches actuelles portent sur l’engagement politique dans le secteur de la santé en Belgique.
Lili Soussoko is postdoctoraal onderzoekster aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Luik (laboratorium Pragmapolis). Haar onderzoek gaat over politieke betrokkenheid in de Belgische gezondheidssector.

Dat discours klinkt ook luid in de politiek. MR stelde begin dit jaar dat de mutualiteiten de voorbije vier jaar 400 miljoen euro aan belastingen hebben “ontweken”.6 N-VA wil de verplichte ziekteverzekering volledig onderbrengen bij het RIZIV, zodat mutualiteiten enkel nog aanvullende verzekeringen beheren en belast worden zoals private verzekeraars.7 Minister van Financiën Jan Jambon liet onderzoeken of het fiscale regime van de mutualiteiten moet worden hervormd.8 Ook het federale regeerakkoord van januari 2025 verwijst naar een “nieuw pact” dat eerlijke concurrentie tussen ziekenfondsen en verzekeraars moet garanderen.9 Achter de roep om “eerlijke concurrentie” schuilt een duidelijke politieke ambitie: de bijzondere positie van de ziekenfondsen afbouwen.

Die kritiek miskent echter het karakter van de mutualiteiten en het onderscheid tussen de verschillende soorten verzekeringen die zij aanbieden. Mutualiteiten beheren drie luiken: de verplichte ziekteverzekering, een verplichte aanvullende verzekering via ledenbijdragen, en facultatieve aanvullende verzekeringen zoals hospitalisatieverzekeringen.

Sinds de wet van 26 april 2010 is de financiering van de verplichte verzekering strikt gescheiden van die van de aanvullende ziekteverzekeringen.10 Die aanvullende verzekeringen worden bovendien beheerd door afzonderlijke rechtspersonen. Kruissubsidiëring vanuit de verplichte ziekteverzekering is uitgesloten. Toen de verzekeringssector dat systeem juridisch aanvocht, oordeelde het Grondwettelijk Hof in 2011 dat er geen sprake was van discriminatie tegenover private verzekeraars.11

Politieke aanval op ziekenfondsen draait meer om macht dan om centen.

Verder hangt het bijzondere fiscale regime van mutualiteiten samen met hun juridische statuut. De wet van 6 augustus 1990 definieert mutualiteiten als verenigingen van natuurlijke personen die het bevorderen van het fysieke, psychische en sociale welzijn als streefdoel hebben in geest van voorzorg, onderlinge hulp en solidariteit.12

De vergelijking met commerciële verzekeraars loopt daarom inhoudelijk mank. Waar private verzekeraars premies differentiëren volgens risico en bepaalde profielen kunnen weigeren, zijn mutualiteiten verplicht iedereen te aanvaarden. Hun aanvullende verzekeringen functioneren niet volgens een marktlogica, maar volgens een solidariteitsprincipe. Dat verklaart waarom hun producten doorgaans goedkoper zijn: niet omdat ze fiscaal “valsspelen”, maar omdat winstmaximalisatie niet hun bestaansreden is.

Historisch verliep de beweging bovendien eerder in omgekeerde richting. Het waren niet de mutualiteiten die het terrein van de privéverzekeraars betraden, maar commerciële verzekeraars die vanaf de jaren negentig steeds verder doordrongen in de gezondheidszorg via hospitalisatieverzekeringen. Dat droeg bij aan hogere ereloonsupplementen en versterkte de ontwikkeling van een geneeskunde met twee snelheden, waarbij wie zich bijkomend kan verzekeren toegang koopt tot meer comfort en soms snellere zorg.

Waar private verzekeraars premies differentiëren volgens risico en bepaalde profielen kunnen weigeren, zijn mutualiteiten verplicht iedereen te aanvaarden.

Het debat over fiscaliteit en concurrentie maakt daarom deel uit van een bredere discussie over de rol van private verzekeringen in de gezondheidszorg. De vraag naar “eerlijke concurrentie” normaliseert concurrentie met commerciële verzekeraars en vormt zo een stap richting verdere privatisering. Omdat mutualiteiten doorgaans goedkopere hospitalisatieverzekeringen aanbieden en niemand uitsluiten, zou een zwaardere fiscaliteit in de eerste plaats hun leden treffen en de positie van commerciële verzekeraars versterken.

Aanval nr. 2: “De mutualiteiten beschikken over een verborgen fortuin van 6,1 miljard euro”

Het zogenaamde “verborgen fortuin” van 6,1 miljard euro is uitgegroeid tot een krachtig politiek wapen om de maatschappelijke rol van mutualiteiten in vraag te stellen. Mediaberichtgeving wijzen daarbij naar grote financiële reserves, omvangrijk vastgoed en infrastructuur zoals vakantiecentra en hotels. 13 In combinatie met meer dan één miljard euro aan jaarlijkse werkingsmiddelen, grotendeels publiek gefinancierd, wordt er een beeld geschetst van logge organisaties met overtollige middelen die ver van hun kerntaak zijn afgedwaald, terwijl de overheid elders koortsachtig naar besparingen zoekt.

6,1 miljard. Een mooi cijfer om verontwaardiging te kweken. Maar de voorstelling als vrij beschikbaar spaarpotje is misleidend. Sinds de wet van 6 augustus 1990 zijn mutualiteiten verplicht financiële buffers aan te houden om de continuïteit van terugbetalingen en uitkeringen te garanderen.1415 Ze beheren immers een ziekteverzekering met jaarlijkse uitgaven van ongeveer 45 miljard euro.16 In dat licht vertegenwoordigen de reserves slechts enkele maanden werking. Het gaat hier dus niet om vrij inzetbaar kapitaal dat zomaar kan worden aangesproken voor begrotingssaneringen, maar om noodzakelijke buffers in een systeem dat voortdurend grote geldstromen moet opvangen.

In tegenstelling tot commerciële ondernemingen bouwen mutualiteiten geen reserves op voor aandeelhouders, maar om schommelingen in gezondheidsuitgaven op te vangen.

Bovendien staan die middelen onder strikt toezicht van de Controledienst voor de Ziekenfondsen en kunnen ze niet vrij worden uitgekeerd of politiek herverdeeld.17 In tegenstelling tot commerciële ondernemingen bouwen mutualiteiten geen reserves op om aandeelhouders te vergoeden, maar om schommelingen in gezondheidsuitgaven, laattijdige overheidsfinanciering en bijkomende opdrachten op te vangen. Dat zulke buffers bestaan is een teken van stabiliteit, niet van overbodige rijkdom.

Ook de kritiek op hun zogenaamd commerciële nevenactiviteiten vraagt om nuance. Vakantiecentra, preventiediensten en andere voorzieningen zijn historisch gegroeid vanuit een bredere sociale opdracht. Mutualiteiten waren nooit louter administratieve organen voor terugbetaling van medische kosten. Als werknemersverenigingen bouwden ze ook infrastructuur uit rond herstel, preventie, betaalbare rust en gezondheidsbevordering. Wat vandaag als “vastgoedimperium” wordt voorgesteld, is een deel van die historische solidariteitsfunctie.

Tot slot toont het voorbeeld van Solidaris Wallonië dat de financiële realiteit van de ziekenfondsen minder rooskleurig is dan vaak wordt gesuggereerd. In 2025 diende de socialistische mutualiteit een aanvraag in tot erkenning als onderneming in moeilijkheden. “Gezien de economische context, de vele bijkomende opdrachten die ons de voorbije jaren zonder volledige financiering werden toevertrouwd, en de onzekerheid over onze toekomstige financiering, moeten wij voorzichtig zijn”, verklaarde de organisatie. 18

Aanval nr. 3: “De ziekenfondsen doen aan politiek”

Naast de financiële kritiek krijgen mutualiteiten regelmatig het verwijt dat ze tegenstrijdige rollen combineren en zicht te politiek opstellen. Die kritiek speelt op twee niveaus: hun institutionele rol binnen de ziekteverzekering, en hun publieke en maatschappelijke tussenkomsten.

Een eerste argument is dat mutualiteiten zouden kampen met een structureel belangenconflict. Ze beheren publieke middelen binnen de verplichte ziekteverzekering en treden op als uitbetalingsinstellingen van het RIZIV, terwijl ze tegelijk aanvullende verzekeringen aanbieden, zoals hospitalisatie- en tandverzekeringen. Volgens N-VA-Kamerlid Frieda Gijbels kan die dubbele rol leiden tot belangenvermenging, zeker wanneer mutualiteiten mee advies geven over budgetten of terugbetalingen die indirect hun eigen verzekeringsproducten beïnvloeden.19 Ook binnen de medische wereld klinkt gelijkaardige kritiek. Stan Politis, voorzitter van de beroepsvereniging van arts-specialisten (VBS), stelt dat mutualiteiten een “dubbele agenda” hebben omdat standpunten over bijvoorbeeld ereloonsupplementen ook gevolgen kunnen hebben voor hun eigen verzekeringsaanbod.20

Achter de vermeende “hogere efficiëntie” van private verzekeringen schuilt een fundamenteel ongelijk gezondheidsmodel.

Daarnaast is er kritiek op hun publieke rol. Het federale regeerakkoord benadrukt dat mutualiteiten zich moeten beperken tot activiteiten die rechtstreeks verband houden met gezondheidszorg en gebaseerd zijn op evidence-based medicine. Hun communicatie mag volgens die logica geen partijpolitieke propaganda bevatten.21 Die discussie laaide op tijdens de verkiezingen van 2024, toen MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez een klacht indiende tegen Solidaris vanwege een campagne die partijprogramma’s vergeleek op hun impact op de sociale bescherming.22 Volgens MR overschreed de mutualiteit daarmee de grens tussen gezondheidsinformatie en politieke propaganda. Andere critici verwijzen dan weer naar de historische ideologische kleur van de mutualiteiten, die nauw verbonden blijft met de traditionele Belgische verzuiling.

Toch valt de politieke dimensie niet los te zien van hun ontstaansgeschiedenis. Mutualiteiten groeiden in de negentiende eeuw uit arbeidersbewegingen die solidariteitskassen oprichten om inkomensverlies bij ziekte op te vangen. Van bij het begin waren het geen louter administratieve instellingen, maar ook sociale en ideologische organisaties. Na de Tweede Wereldoorlog werden ze geïntegreerd in de sociale zekerheid en kregen ze een formele rol binnen het beheer van het RIZIV, samen met vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers, zelfstandigen en de overheid. Het beheer van de ziekteverzekering werd daarmee bewust paritair en maatschappelijk georganiseerd. Zonder de ziekenfondsen was er geen Belgische sociale zekerheid zoals we die vandaag kennen.

Juridisch blijven mutualiteiten private organisaties zonder winstoogmerk. In tegenstelling tot commerciële verzekeraars keren ze geen winst uit en werken ze niet in functie van aandeelhouders. Hun wettelijke opdracht draait om solidariteit, toegankelijkheid en risicodekking voor hun leden. Eventuele overschotten worden teruggeïnvesteerd in hun werking en sociale opdrachten.

Dat is van belang, omdat toegang tot gezondheidszorg nooit een neutrale of puur technische kwestie is. Beslissingen over terugbetalingen, geneesmiddelen, preventie of ereloonsupplementen zijn per definitie politieke keuzes: ze bepalen hoe middelen worden verdeeld en wie welke zorg krijgt. Het is dan ook logisch dat mutualiteiten deelnemen aan het publieke debat, opkomen voor hun leden en tussenkomen in discussie over gezondheidsbeleid. Hun publieke tussenkomsten zijn geen ontsporing van hun opdracht, maar een essentieel onderdeel ervan.

De kritiek op de politieke rol van de mutualiteiten en de beperkingen die het regeerakkoord oplegt, passen bovendien in een bredere discussie over de plaats van het middenveld in de democratie. Wie de stem van de mutualiteiten wil beperken, beperkt in de praktijk ook de ruimte van maatschappelijke organisaties in het publieke debat. De verdediging van toegankelijke gezondheidszorg botst nu eenmaal met besparingsbeleid op sociale uitgaven ten voordele van andere prioriteiten. “Politieke aanval op ziekenfondsen draait meer om macht dan om centen”, klonk het in de media.23 Precies daarom blijven mutualiteiten onmisbaar als onderdeel van een pluralistisch democratisch weefsel.

Aanval nr. 4: “Het is een inefficiënt systeem”

Een andere terugkerende aanval draait om efficiëntie. Volgens N-VA is de uitbesteding van de ziekteverzekering aan mutualiteiten simpelweg een slecht systeem, onder meer omdat landen waar de overheid de verzekeringen rechtstreeks beheert lagere gezondheidsuitgaven zouden hebben.24 Opmerkelijk genoeg klinkt hier vanuit rechts het argument dat een overheidsadministratie efficiënter zou zijn dan private instellingen met een publieke opdracht. Maar achter die kritiek schuilt een andere agenda: het beheer van de ziekteverzekering op termijn openstellen voor de private markt.

Dat is althans de analyse van Solidaris-secretaris-generaal en PS’er Jean-Pascal Labille. Hij waarschuwt voor een politiek project dat erop gericht is “gezondheid om te vormen tot een markt”.25 Volgens hem verloopt die aanval uit twee stappen: eerst wordt het beheer van de verplichte verzekering gecentraliseerd in een staatsadministratie die stevig moet besparen. Zodra het beschermingsniveau van de verzekering afkalft, wordt de private aanvullende verzekering voorgesteld als wonderoplossing — zoals in Nederland gebeurde in het midden van de jaren 2000.26

Hoe geloofwaardig zijn die uitspraken over de vermeende inefficiëntie van mutualiteiten? Een eerste indicatie is het aandeel van het budget van de verplichte ziekteverzekering dat naar administratie gaat in plaats van naar zorgterugbetalingen. Vergelijk dat cijfer met de buurlanden — met alle voorzichtigheid die internationale vergelijkingen vergen — en België blijkt niet tot de slechtste leerlingen te behoren. In 2023 besteedde België ongeveer 3,6 procent van het totale gezondheidsbudget aan administratie, tegenover 5 procent in Duitsland, 4,9 procent in Frankrijk, 4 procent in Luxemburg en 3 procent in Nederland.27 Die vergelijking is relevant omdat ze ook landen omvat met een gecentraliseerd staatsmodel, zoals Frankrijk, net het land dat N-VA aanhaalt als efficiënter alternatief.

Belangrijker nog: achter de vermeende “hogere efficiëntie” van private verzekeringen schuilt een fundamenteel ongelijk gezondheidsmodel. Privatisering van de ziekteverzekering leidt tot een geneeskunde met twee snelheden, zet zorgverleners onder druk om meer te doen met minder middelen en maakt toegang tot kwalitatieve zorg afhankelijk van het inkomen. Daarbovenop komen extra uitgaven in de vorm van dividenden, marketingkosten en commerciële commissies. De private verzekeringssector in België besteedt ongeveer 20 procent van zijn middelen niet rechtstreeks aan zorg— een veelvoud van de 3 à 4 procent bij mutualiteiten.28

Langdurige arbeidsongeschiktheid zegt in de eerste plaats iets over hoe arbeid vandaag is georganiseerd – niet over de efficiëntie van medische controle.

Het Nederlandse voorbeeld wordt vaak aangehaald als illustratie van die evolutie. Daar werden de ziekenfondsen in 2006 afgeschaft ten voordele van private verzekeraars. Tussen 2004 en 2012 stegen de totale zorguitgaven er van 65,4 naar 92,8 miljard euro, een toename die niet alleen door vergrijzing of medische innovatie kan worden verklaard.29 Ook de administratieve lasten voor zorgverleners namen sterk toe, zij werden verplicht elke handeling te verantwoorden via uitgebreide formulieren. In de sociale wetenschappen heet dat “neoliberale bureaucratie”: een paradoxale toename van administratieve complexiteit binnen een geliberaliseerd systeem.30

Het Belgische mutualiteitensysteem is dus niet noodzakelijk inefficiënter dan gecentraliseerde of geprivatiseerde modellen. Integendeel: het is efficiënter, wanneer efficiëntie wordt begrepen als toegankelijkheid en kwaliteit van zorg.31 Mutualiteiten beheren niet alleen geldstromen. Ze doen aan preventie, verdedigen rechten en ondersteunen verzekerden. Precies die maatschappelijke functies dreigen uit beeld te verdwijnen in een puur boekhoudkundige visie op gezondheidszorg, waarin mutualiteiten worden herleid tot controleorganen in plaats van sociale actoren.

Aanval nr. 5: “De ziekenfondsen controleren langdurig zieken niet streng genoeg”

De ziekenfondsen liggen steeds vaker onder vuur in het debat over de stijgende uitgaven voor langdurige arbeidsongeschiktheid. België telt vandaag meer dan 500.000 langdurig zieken, een cijfer dat in het politieke debat wordt aangehaald als bewijs van een falend systeem.32 In een context van besparingen en druk om de werkzaamheid te verhogen, worden mutualiteiten daarom steeds meer verantwoordelijk gesteld voor de controle op arbeidsongeschiktheid en voor de terugkeer van zieken naar de arbeidsmarkt.

Die kritiek kreeg recent nieuwe politieke adem toen N-VA-voorzitter Valerie Van Peel twee bijkomende hervormingsvoorstellen lanceerde voor de sociale zekerheid.33 Enerzijds wil de partij besparen op de verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg en op de automatische toekenning ervan via de ziekenfondsen. Anderzijds pleit ze voor een fundamentele hervorming van de controle op langdurig zieken: die taak zou niet langer door de ziekenfondsen mogen worden uitgevoerd, maar door een zogenaamd onafhankelijke instantie. Recente RIZIV-steekproeven bewijzen volgens N-VA dat een aanzienlijk deel van de dossiers te soepel is beoordeeld en dat het huidige controlesysteem tekortschiet.34

Die aanval past in een bredere beleidsverschuiving. Sinds 2021 werd de opvolging van langdurig arbeidsongeschikten systematisch verstrengd via verplichte contactmomenten, snellere herevaluaties en intensievere re-integratietrajecten.35 Het Arizona-regeerakkoord trekt die lijn verder door. Mutualiteiten worden verantwoordelijk voor hun resultaten inzake werkhervatting. Het systeem van variabele administratiekosten (VARAK) wordt versterkt: het variabele deel van de werkingskosten voor ziekenfondsen stijgt van 20 naar 30 procent van de totale financiering. Daardoor wordt de financiering rechtstreeks gekoppeld aan hun prestaties, met name in het re-integratiebeleid – of ‘Terug Naar Werk’, zoals het in het regeerakkoord heet. Ook moeten mutualiteiten zelf opdraaien voor onterecht uitbetaalde bedragen die niet meer kunnen worden teruggevorderd. 36

Parallel klinkt het verwijt van belangenvermenging. Omdat mutualiteiten zowel uitkeringen betalen als medische controle organiseren, zouden ze tegelijk controleur en betrokken partij zijn. Volgens critici zouden ze er belang bij hebben minder streng te controleren om hun leden te behouden. Die redenering miskent echter hoe het systeem werkt. Binnen de ziekenfondsen zijn de medische controlediensten institutioneel gescheiden van de andere activiteiten. Adviserend artsen werken binnen een strikt wettelijk en deontologisch kader.37 CM-voorzitter Luc van Gorp benadrukt dat controleartsen onafhankelijk werken bij het ziekenfonds en noemt het voorstel van Valerie van Peel (N-VA) om miljarden te besparen op de ziekenfondsen een illusie.38

Belangrijker is echter dat deze controlediscussie de indruk wekt dat de stijging van langdurige ziekte vooral door administratieve laksheid komt. Daardoor verdwijnen de structurele oorzaken uit beeld. De toename situeert zich vooral bij psychische aandoeningen en musculoskeletale problemen, en treft disproportioneel oudere werknemers, vrouwen en mensen in fysiek zware of psychosociaal belastende beroepen.39 Langdurige arbeidsongeschiktheid zegt dus in de eerste plaats iets over de manier waarop arbeid vandaag is georganiseerd, en minder over de efficiëntie van medische controle.

Mutualiteiten beheren niet alleen geldstromen. Ze doen aan preventie, verdedigen rechten en ondersteunen verzekerden.

Toch legt het beleid de nadruk bijna uitsluitend op activering, sanctionering en strengere screening van zieke werknemers. De rol van werkgevers, werkdruk en arbeidsomstandigheden blijft onderbelicht. Daardoor dreigt de aanval op de ziekenfondsen vooral te functioneren als een politieke zondebokstrategie binnen een bredere besparingsagenda: zichtbaar streng, maar blind voor de oorzaken.

Wie langdurige ziekte echt wil terugdringen, zal niet alleen strenger moeten controleren, maar vooral arbeid minder ziekmakend moeten maken.

Een solidaire visie voor de toekomst

In de huidige context vormen de ziekenfondsen een belangrijk tegenwicht tegen de besparingen die de sociale zekerheid ondermijnen. Ze dragen bij aan het behoud van een solidaire en toegankelijke gezondheidszorg. Een verzwakking van hun rol dreigt de deur open te zetten naar verdere privatisering, met een minder efficiënt en duurder systeem voor patiënten tot gevolg. In die zin blijven ziekenfondsen vandaag een essentieel onderdeel van het Belgische model en van het bredere middenveld dat sociale rechten garandeert.

Dat betekent echter niet dat het bestaande systeem geen structurele problemen kent. Mutualiteiten alleen bieden geen antwoord op alle systematische uitdagingen waarmee de gezondheidszorg vandaag geconfronteerd wordt. Het huidige model blijft versnipperd: verschillende financieringsstromen, concurrentie tussen zorgverstrekkers en een belangrijke plaats voor marktmechanismen. Daardoor blijft de organisatie van zorg te weinig gericht op preventie, samenwerking en volksgezondheid.

Een toekomstgericht model vraagt om een meer geïntegreerde organisatie van de gezondheidszorg: een sterke eerste lijn, multidisciplinaire samenwerking en financiering via globale budgetten in plaats van louter betaling per prestatie.

Vandaag spelen mutualiteiten een centrale rol in terugbetalingen, patiëntenbegeleiding en het paritaire beheer van de ziekteverzekering. In een meer geïntegreerd systeem zou financiering rechtstreeks kunnen verlopen via publieke structuren of een nationale gezondheidsdienst, met budgetten voor lokale zorgteams of wijkgezondheidscentra. De nadruk zou dan minder liggen op individuele terugbetaling en meer op collectieve organisatie van zorg, met vaste populatiebudgetten en een sterkere focus op preventie en continuïteit.

In zo’n evolutie veranderd ook de rol van de ziekenfondsen. Hun functie als tussenpersoon in terugbetalingen wordt minder centraal, terwijl andere opdrachten, zoals patiëntenbegeleiding, verdediging van toegankelijkheid en participatie aan het gezondheidsbeleid, behouden blijven of geïntegreerd worden in bredere publieke structuren.

Dat creëert vandaag een dubbele opdracht: het sociale tegenwicht van de mutualiteiten verdedigen, en tegelijk nadenken over een meer publiek en geïntegreerd gezondheidszorgsysteem dat toegankelijkheid, kwaliteit en preventie beter kan waarborgen. De vraag is dus niet alleen hoe ziekenfondsen vandaag verdedigd kunnen worden, maar ook hoe gezondheidszorg opnieuw kan worden georganiseerd rond solidariteit, in plaats van marktlogica.

Footnotes

  1. Gijbels, F. (2025, 23 december). Onze gezondheidszorg heeft helemaal geen ziekenfondsen nodig. N-VA.
  2. HLN. (2026, 25 april). N-VA-voorzitter Valerie Van Peel wil hervorming van ziekenfondsen: “Mensen uit rijkste straten van Antwerpen kunnen voor 1 euro naar de dokter”. HLN.
  3. De Specialist. (2025, 6 oktober). Vandenbroucke geeft ziekenfondsen veeg uit de pan voor aanpak langdurig zieken. De Specialist.
  4. Muñoz Gomez, E. (2023, 16 maart). De jacht op langdurig zieken. Lava.
  5. Bossaert, J. (2025, 11 december). Exclusief. 0 euro belasting op 1,45 miljard winst: waarom minister Jambon nu overweegt om in te grijpen in gunstregime voor ziekenfondsen. HLN.
  6. Bossaert, J. (2025). Zo start Bouchez het politieke jaar: “Immigratie is topprioriteit” en ziekenfondsen komen in het vizier. HLN.
  7. N-VA. (2025, 11 december). N-VA wil takenpakket ziekenfondsen grondig hervormen. N-VA.
  8. Bossaert, J. (2025). Na HLN-onderzoek over miljardenwinsten: minister Jambon (N-VA) laat ziekenfondsen doorlichten. HLN.
  9. Federale Overheid België. (2025, 31 januari). Federaal regeerakkoord 2025-2029. p. 124.
  10. Wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering. Belgisch Staatsblad, 28 mei 2010.
  11. Grondwettelijk Hof. (2011, 24 november). Arrest nr. 180/2011.
  12. Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. Belgisch Staatsblad, 28 september 1990.
  13. Bossaert, J. (2025, 10 december). EXCLUSIEF. Zo rijk is jouw ziekenfonds: verborgen fortuin van 6,1 miljard euro in kaart gebracht. HLN.
  14. Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. Belgisch Staatsblad, 28 september 1990.
  15. Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II). Publicatieblad van de Europese Unie, L 335, 17 december 2009, blz. 1-155.
  16. RIZIV. (2025, 10 maart). De begroting van de ziekteverzekering van ruim 45 miljard euro in 2025 officieel op de rails. RIZIV.
  17. Wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. Belgisch Staatsblad, 28 september 1990.
  18. RTL Info. (2025, 10 april). Solidaris demande le statut d’entreprise en difficulté: “C’est une tempête dans un verre d’eau”, assure la présidente. RTL Info.
  19. Gijbels, F., Ronse, A., Demesmaeker, E., & Raskin, W. (2025, 10 december). Ziekenfondsen. Wat is hun meerwaarde, behalve die die ze voor zichzelf genereren? N-VA.
  20. Bossaert, J. (2025, 10 december). EXCLUSIEF. Zo rijk is jouw ziekenfonds: verborgen fortuin van 6,1 miljard euro in kaart gebracht. HLN.
  21. Federale Overheid België. (2025, 31 januari). Federaal regeerakkoord 2025-2029. p. 124
  22. De Specialist. (2024, 30 juni). MR dient twee klachten in tegen Solidaris. De Specialist.
  23. Andries, S. (2026, 27 april). Politieke aanval op ziekenfondsen draait meer om macht dan om centen: “Onze gezondheidszorg heeft die politiek gekleurde ziekenfondsen niet nodig”. De Standaard.
  24. Gijbels, F. (2025, 23 december). Onze gezondheidszorg heeft helemaal geen ziekenfondsen nodig. N-VA.
  25. Facebookpost van 6 januari 2026 https://www.facebook.com/story.php?story_fbid=1309013397700770&id=100057763672011&rdid=m1H1ZkisTC2Wl4Zp# (geconsulteerd op 29 januari 2026).
  26. Cohu, S., Lequet-Slama, D., & Volovitch, P. (2006). Pays-Bas, une réforme du système de santé fondée sur la concurrence et la privatisation. Revue française des affaires sociales, (2), 217-238.
  27. Clevers, A. (2026, 6 januari). Les mutualités bénéficient d’un “traitement fiscal différencié” : est-ce justifié ? La Libre.
  28. Benoît Mathieu, “Qui veut la peau des mutualités? (Et pourquoi?)”, L’Écho, 13 januari 2026. Daarnaast wijst een nota van het CEPAG (een vormingsbeweging die dicht bij de FGTB staat) uit 2024 erop dat private verzekeringen 15 tot 20 procent aan administratieve kosten en niet minder dan 10 procent aan winst zouden afhouden. Zie: Eric Buyssens, “Après 80 ans d’existence, quel avenir pour la sécu?”, CEPAG, oktober 2024. Ten slotte kwam Bernard Lange in een nota uit 2015 tot vergelijkbare cijfers: 4,6 procent van de gezondheidsuitgaven voor “beheer en administratie” bij mutualiteiten, tegenover 22,8 procent bij verzekeringsmaatschappijen (Bernard Lange, “Quelle utilité pour les mutualités?”, État de la question, Institut Émile Vandervelde, november 2015).
  29. Geneeskunde voor het Volk. (2022). Omdat gezondheid een recht is. Vissietekst, p. 52. (Vergelijking met de Verenigde Staten: volledig geprivatiseerd zorgsysteem leidt tot hogere gezondheidsuitgaven (als percentage van hun BBP) dan het OESO-gemiddelde en het hoogste kindersterftecijfer van alle westerse landen, p. 51.)
  30. Clevers, A. (2026, 6 januari). Les mutualités bénéficient d’un “traitement fiscal différencié” : est-ce justifié ? La Libre.
  31. Lange, B. (2015, november). Quelle utilité pour les mutualités? État de la question, Institut Émile Vandervelde. Zie ook de analyse van de effecten van budgettaire beperkingen op mutualiteiten (fusies, digitalisering, niet-vervangen van pensioenvertrek) en de extra kosten door vergrijzing en strengere controles.
  32. Michiels, C. (2025, 1 oktober). Veel Belgen krijgen onterecht invaliditeitsuitkering tot hun pensioen, minister Vandenbroucke zet door met controles. VRT NWS
  33. Van Diepen, T., & Van den Eynde, I. (2026, 25 april). N-VA-voorzitter Valerie Van Peel wil hervorming van ziekenfondsen: “Mensen uit rijkste straten van Antwerpen kunnen voor 1 euro naar de dokter”. HLN..
  34. Michiels, C. (2025, 1 oktober). Veel Belgen krijgen onterecht invaliditeitsuitkering tot hun pensioen, minister Vandenbroucke zet door met controles. VRT NWS
  35. Baert, S. (2025, 6 oktober). Vandenbroucke geeft ziekenfondsen veeg uit de pan voor aanpak langdurig zieken. De Specialist.
  36. Federale Overheid België. (2025, 31 januari). Federaal regeerakkoord 2025-2029. p. 124.
  37. Redactie. (2026, 27 april). “Ik moet geen mensen tevreden houden”: arts reageert scherp op uithaal van Valerie Van Peel. HLN.
  38. Arnoudt, R. (2026, 26 april). CM-voorzitter Van Gorp furieus over uitspraken N-VA-voorzitter Van Peel: “Pertinent onwaar, immoreel”. VRT NWS.
  39. Muñoz Gomez, E. (2023, 16 maart). De jacht op langdurig zieken. Lava.