Artikel

De valkuilen van het spektakel-feminisme

Aurélie Lanctôt

— 20 april 2017

Het succes van de Women’s March na de verkiezing van Trump mag de lessen uit vroegere feministische misstappen niet wegvegen.

Op 20 januari laatstleden werden de straten van het centrum van Washington overspoeld door een vloedgolf van mensen met roze mutsen. Honderdduizenden mensen – mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, gezinnen, mensen die waren gekomen vanuit de verste uithoeken van het land – verzamelden zich voor de Women’s March on Washington.

Op hetzelfde moment vonden elders in de Verenigde Staten en over de hele wereld gelijkaardige bijeenkomsten plaats. De feministische problematiek veroverde uitzonderlijk een plek op de voorpagina’s van de grote kranten en in de hoofdtitels van de televisiejournaals. Om de vrouwenmars kon men niet heen. Maar waarover werd er precies bericht, behalve dan over de omvang van de menigte? Kan er sprake zijn van een concrete uiting van feministisch verzet, verankerd over de hele aardbol? Of ging het veeleer om een triomf van de identity politics als groot spektakel? De betogingen van de Women’s March waren echt wel indrukwekkend, maar heeft men echt nagedacht over een vervolg?

Een demagogische Amerikaanse president, die tot de elite behoort maar meent te mogen spreken in naam van de werkende klasse, van de gewone mens, van de achtergestelden; een president die vrouwonvriendelijke taal sprak en die door verscheidene vrouwen werd beschuldigd van seksueel wangedrag, dat waren de vonken die aanleiding gaven tot de massabetogingen van januari 2017. Maar afgezien van Trumps verkiezing moet worden erkend dat er redenen te over waren om de straat op te gaan, en niet enkel in de Verenigde Staten. Wereldwijd waait een harde rechtse wind die de rechten en kansen van vrouwen doet wankelen. Heel wat reële en dringende gevaren kunnen leiden tot achteruitgang.

Wereldwijd waait een harde rechtse wind die de rechten en kansen van vrouwen doet wankelen.

Dertig jaar neoliberale revolutie en afbraak van de welvaartsstaat heeft in de meeste Westerse landen werknemers en burgers – en dan vooral de vrouwen – verarmd, geïsoleerd en gemarginaliseerd. Een uitgebreid rapport van de Verenigde Naties Vrouwen van 2015 is hierover duidelijk: meer vrouwen hebben slechtbetaalde jobs en vinden moeilijker toegang tot sociale uitkeringen en diensten die nodig zijn om een waardig leven te leiden. En overal waar sinds 2008 een besparingsbeleid wordt gevoerd, troffen ze de vrouwen harder dan de mannen.1 Voeg hierbij de opkomst van de extreemrechtse politieke bewegingen die opschieten uit de voedingsbodem van ontreddering en misnoegen van gewone mensen die aan hun lot werden overgelaten, en je krijgt een voor de vrouwen uiterst giftige cocktail. Toename van de armoede bij de vrouwen, verslechtering van de arbeidsvoorwaarden, minder dienstverlening voor gezinnen, herziening van het recht op abortus, traditionele opvattingen over het gezin en verdeling van de arbeid op grond van geslacht kennen een sterke heropleving…

Als reactie hierop gingen de organisatoren en deelneemsters aan de Women’s March er prat op dat ze de ‘grootste feministische mobilisering uit de geschiedenis’ tot stand hadden gebracht. De manifestaties waren inderdaad indrukwekkend en hartverwarmend. Te midden van de reusachtige massa die in januari meestapte in Washington, moest men zich wel afvragen of men hier ondanks het grauwe weer niet te maken had met een echt feministisch ontwaken. Zou de aandacht van de popcultuur voor het begrip ‘feminisme’ geloond hebben? En misschien kan deze belangstelling wel eens uitlopen op een concrete mobilisering? Toegegeven, amper tien jaar geleden was het ondenkbaar dat sterren als Beyoncé of Emma Watson het hadden opgenomen voor de gelijkheid van man en vrouw. En had Hillary Clinton niet de meerderheid van de stemmen gehaald, zoals de ontgoochelde Democraten maar al te graag opmerken?

Zoals mijn grootmoeder in haar schommelstoel placht te zeggen: “Meisje, wees op je hoede voor rookgordijnen.” Of anders gezegd: we moeten nog bezien wat er schuilgaat achter die spectaculaire en joviale betogingen. Als de rook optrekt, is er soms maar weinig te zien. Precies daar hapert het met de “feministische geestdrift” die alle commentatoren momenteel bejubelen en waarvan de Women’s March ongetwijfeld het hoogtepunt is.

Al jaren hoor je zeggen alsof het om een vanzelfsprekendheid gaat ( des te beter trouwens! ), dat er komaf moet worden gemaakt met het glazen plafond, de loonkloof, de problematische balans tussen werk- en gezinsleven; kortom de feministische eisen van vrouwen die al een comfortabele plaats innemen in de sociale hiërarchie. De rest van de vrouwen, de alleenstaande moeders, de laagbetaalden, de migranten, vluchtelingen en mensen-zonder-papieren, houdt men in feite voor dat het voldoende is wat meer wilskracht aan de dag te leggen en dat de verworvenheden van succesrijke vrouwen uiteindelijk ook ten goede zullen komen aan de andere vrouwen. Met dit soort discours kon Hillary Clinton haar kandidatuur voor het presidentschap voorstellen als een werkelijke vooruitgang; alsof de verkiezing van een vrouw tot president van de Verenigde Staten alle andere vrouwen zou helpen het glazen plafond te doorbreken. Natuurlijk klopt dit van geen kanten; dit soort feminisme, dat overheerst in het politiek discours en waarbij de definitie van solidariteit nogal durft te variëren, is onvoldoende om tegemoet te komen aan de beslommeringen van de overweldigende meerderheid van de vrouwen. Waar blijven de televisiesterren à la Lena Dunham en de topvrouwen uit het bedrijfsleven à la Sheryl Sandberg wanneer het erop aankomt de optrekking van het minimumloon te verdedigen of de verbetering van de sociale hulpprogramma’s voor kansarme gezinnen? Zij treden in essentie op als de majorettes van hun clan, maar hun enthousiasme staat uiteindelijk los van het leven van gewone vrouwen. En toch blijft men zich verbazen over het feit dat Trump de steun van 46% van de vrouwen verwierf – en van 53 % van de blanke vrouwen – tegenover een kandidate die gold als kampioene inzake het doorbreken van het glazen plafond.

Natuurlijk heeft de mobilisering rond de Women’s March vrouwen uit alle windstreken en alle maatschappelijke klassen bijeengebracht. Maar dat neemt niet weg dat dit evenement elementen heeft overgenomen die volgens mij tot het verlies van de Democraten bij de verkiezingen van november 2016 hebben geleid. Ondanks de radicale aanspraken van de Women’s March heeft men er genoegen mee genomen alles in te zetten op symboliek zonder aandacht te besteden aan de sociale verankering van de strijd. Men riep op tot een spontane, uitsluitend horizontale mobilisering; in plaats van de vinger te leggen op concrete eisen die alle vrouwen – en dan vooral de vrouwen die in de meest schrijnende kansarmoede leven – kunnen verenigen. Men beklemtoonde vooral de diversiteit van de vertegenwoordiging, alsof de symbolische bezetting van het veld onze definitie van vooruitgang en gelijkheid belichaamde. Het gaat er natuurlijk niet om dat de ‘zichtbaarheid’ van specifieke eisen van bepaalde categorieën van vrouwen beperkt had moeten worden. Maar wanneer ‘zichtbaarheid wordt gezien als de prioritaire uitdaging, dan moet je wel beseffen dat de constructie die je optrekt in werkelijkheid slechts een façade, een leeg omhulsel is. In die context is het dan ook niet verwonderlijk dat de mobilisering zo vluchtig bleef. Voortdurend hamerde men erop dat de vrouwen zich zouden verzetten tegen de aanvallen van Donald Trump… maar hoe zit dat in werkelijkheid? Zelfs de seksuele schandalen die een smet wierpen op zijn blazoen als kandidaat, lijken vergeten.

De dag zonder (bevoorrechte) vrouwen

Op 8 maart 2017, op Wereldvrouwendag, werd een stakingsoproep gericht aan alle Amerikaanse vrouwen onder de vlag van de Women’s March. ‘A Day Without Women’, zo heette het. De vrouwen werden opgeroepen om op 8 maart elke vorm van al dan niet betaalde arbeid te weigeren. Zo zou de aandacht gaan naar de bijdrage van de vrouwen aan de samenleving en de economie, in de eerste plaats en vooral op gebieden waar hun inspanningen onzichtbaar of miskend worden.

Verschillende stemmen gingen toen op om te onderstrepen hoe absurd het was om op te roepen tot een staking zonder de vrouwen enige begeleiding of steun te verlenen om hun deelname mogelijk en haalbaar te maken. Journaliste Maureen Shaw merkte in Quartz op dat de ‘dag zonder vrouwen’ vooral neerkwam op een dag zonder de vrouwen die voldoende bevoorrecht waren om een werkdag op te geven en hun huiselijke en gezinstaken te delegeren.2 Stakingen en ook politieke verhoudingen bouwt men niet op door oproepen tot verzet via de sociale media en aantrekkelijk opgemaakte flyers. Strijd moet ook worden voorbereid; er zijn structuren en mechanismen nodig om mensen bijeen te brengen om de afgesproken acties concreet te ondersteunen. Het mobiliseringswerk moet collectief worden gedragen.

Stakingen en politieke verhoudingen bouwt men niet op met sociale media en aantrekkelijk opgemaakte flyers.

Maar wat zou het? Het is voldoende om blijk te geven van goede wil, de roze oortjesmuts op te zetten en een werkdag op te geven… Of niet soms? Als je de vrouwen enkel dat kan bieden, trapt de beweging die de Women’s March heeft ingezet in dezelfde neoliberale val als de feministen van het soort van Hillary Clinton. De individu’s worden opgezadeld met het volle gewicht van hun maatschappelijke positie. Dat herbevestigt de ongelijkheid tussen vrouwen en het status quo inzake gendergelijkheid blijft gehandhaafd. Hebben we de vrouwen dan niets beters te bieden? Of liever gezegd : kunnen we het ons permitteren in deze periode van strijd voor het behoud van de verworven rechten inzake gelijkheid, de vrouwen niets anders te bieden?

Tijdens de bijeenkomst in Washington op 20 januari 2017 nam de intellectuele en militante Angela Davis het woord op het hoofdpodium. In haar toespraak riep ze op tot solidariteit met alle vrouwen die het slachtoffer zijn van discriminatie en geweld, niet alleen op grond van hun sekse, maar ook wegens hun etnische, culturele of religieuze achtergrond. Hoe dan ook: je kan Davis niet verwijten dat ze ongevoelig zou zijn voor de intersectionele bekommernissen die de vrouwenbeweging doorkruisen.

Angela Davis herinnerde eraan dat de stuwende kracht van de feministische strijd niet te vinden is in het organiseren van spectaculaire bijeenkomsten. De strijd wordt gevoerd in de loopgraven: in de vakbonden die een minimumloon van 15 dollar eisen, in de plaatselijke centra die zorgen voor geboorteplanning, de rechten van de vrouw verdedigen en abortus aanbieden. Verzet begint op het plaatselijke niveau, op het terrein.

Niet enkel vandaag en morgen, maar op lange termijn. De heldinnen van de gelijkheid zijn degenen die onophoudelijk in het verborgene werken om de sociale banden te versterken en om de functionering te verzekeren van de instellingen die ijveren voor de zelfredzaamheid van de vrouwen. Het zijn niet de vrouwen die boeken schrijven over vrouwelijke ambities en de bestsellerlijsten van de New York Times halen. Wie zich niet in alle bescheidenheid engageert aan de zijde van de strijdende vrouwen die de hand reiken aan de meest kwetsbaren, zorgt ervoor dat de spectaculaire solidariteitsbetogingen een slag in het water blijven. Erger nog: ze banen de weg naar de achteruitgang die opdoemt aan de horizon. Het is hoog tijd dat we een andere koers varen. Laat ons de spotlichten richten op de vrouwen die roeien liever dan op degenen die schitteren. En misschien leren we dan opnieuw om ons echt te verzetten.

Footnotes

  1. VN Vrouwen, “Le progrès des femmes à travers le monde 2015-2016 : Transformer les économies, réaliser les droits”, Londen, 2015. Zie: http://progress.unwomen.org/en/2015/pdf/UNW_pro-gressreport_fre_06_05.pdf.
  2. Maureen Shaw, “The Day Without Women”, Strike is going to be Mostly a Day without Privileged Women, 8 maart 2017. Zie: https ://qz.com/924575/womens-strike-2017- a-day-without-a-woman-is-going-to-be-mostly-a-day-without-privileged-women/.