Een tikkende tijdbom dreigt te ontploffen in de krochten van de gedereguleerde financiële wereld. Buiten het zicht van het grote publiek borrelt de snelkookpan van ‘private credit’ al jaren. Maar de crediteuren raken zo langzamerhand in paniek. Een crisis in deze sector zou een verwoestende kettingreactie veroorzaken in een economie die al verzwakt is door de stijgende energieprijzen.

Zeelieden op volle zee noemen het een ‘dwaalgolf’. Het is een monsterlijk natuurverschijnsel uit de vloeistofdynamica van de oceanen: een dwaalgolf (of monstergolf) is een enorme golf die uit het niets lijkt op te rijzen uit een toch al woeste zee. Niets is bestand tegen zo’n dwaalgolf. Zelfs tankers en de zwaarste containerschepen vrezen haar. Als de samenloop van financiële en economische trends die we vandaag zien aanhoudt, krijgen we mogelijk binnenkort te maken met het economisch equivalent ervan.
Vorige financiële crises ontstonden telkens in één specifiek en duidelijk afgebakend segment. Denk aan de geëffectiseerde hypotheekkredieten tijdens de subprimecrisis van 2007-2008, of aan de aandelen van dotcombedrijven tijdens de internetzeepbel van 2000-2001. Vandaag gaan alle alarmbellen echter tegelijk af. In de Verenigde Staten creëert een chaotisch politiek bestuur uit het niets een gigantische oliecrisis in de Straat van Hormuz. Dat kan resulteren in een bijzonder hevige combinatie van mondiale recessie en inflatie. Wie in de geschiedenis van het kapitalisme naar een vergelijkbare samenloop van omstandigheden zoekt, vindt nauwelijks een precedent voor zo’n catastrofe.

Al vijf maanden werd rekening gehouden met een financiële schok. Aanvankelijk werd die vooral gezocht in de uitzonderlijk hoge waarderingen van AI-bedrijven. De zorgen richtten zich op de waanzinnige beurswaarderingen van ondernemingen die actief zijn in de sector van de kunstmatige intelligentie (AI). Dat een bedrijf als OpenAI wordt gewaardeerd op 800 miljard dollar terwijl het nog geen cent winst heeft gemaakt, lijkt op zich al opmerkelijk. In 2025 leed het bedrijf bovendien een verlies van 8 miljard dollar op een omzet van 20 miljard. Daarnaast verwacht het pas in 2030 winstgevend te worden en wil het tegen die tijd nog eens 600 miljard dollar extra investeren. Onder die omstandigheden lijkt de hypothese van een financiële zeepbel allerminst vergezocht.
Dodelijke financiële crises ontstaan altijd op dezelfde plek: op de markten voor private schulden, waar banken zo nauw bij betrokken zijn dat een zware klap onvermijdelijk ontaardt in een kredietplaag die de economie de adem beneemt.
Toch moeten we de nieuwe crisis elders zoeken. Beurscrashes zijn spectaculair, maar zelden echt gevaarlijk. We herinneren ons uiteraard 1929. De beurscrash van 1987 daarentegen – op 19 oktober, meer dan 20 procent verlies op één dag – werd zonder veel problemen verwerkt. De crash van 2000 had wel een grotere impact op de economische groei, maar waarschijnlijk was er toen al een economische ommekeer ingezet. Dodelijke financiële crises ontstaan doorgaans elders: op de markten voor private credit. Daar is de directe of indirecte betrokkenheid van banken zo groot dat een ernstig incident haast onvermijdelijk uitmondt in een genadeloze kredietkrapte (credit crunch). De reële economie valt dan vrijwel onmiddellijk stil.
We moeten kijken naar een duister compartiment van de financiële wereld: de markt van het private credit, verborgen in het zogenaamde ‘schaduwbanksysteem’ (shadow banking system). Alleen al die benaming zegt veel over de mate van transparantie en regulering die er heerst. Zoals een beroemde Franse komiek ooit zei: ‘Daar werd over nagedacht!’
In werkelijkheid is dit het eeuwige verhaal van de financiële sector sinds de deregulering. Er wordt een innovatie gelanceerd waarmee de bestaande regels kunnen worden omzeild. Vervolgens ontstaat een zeepbel met fantastische winsten. Daarna knapt die zeepbel onvermijdelijk. Op dat moment schiet de overheid te hulp. De sector ondergaat een beperkte bijkomende regulering, zoekt een nieuwe uitweg om die regels te ontwijken en begint opnieuw. Tijdens de subprimecrisis kwam de effectisering in het vizier. Dat bleek achteraf geen goed idee. Nadat de banken waren gered, trok de financiële wereld zich terug in een donker hoekje om iets nieuws te bedenken: het private credit.
In essentie is private credit een vorm van directe kredietverlening. Het gaat niet om bankkredieten en evenmin om obligaties die op de openbare markt worden uitgegeven. Omdat deze relatie tot stand komt tussen private, niet-financiële partijen, ontsnapt ze aan vrijwel elke vorm van regulering. De financiële industrie mengt zich echter alsnog in het proces via gespecialiseerde fondsen. Die verzamelen kapitaal van vermogende beleggers en spreiden het vervolgens over een portefeuille van zorgvuldig ‘geselecteerde’ private kredietnemers.
Ongeveer 30 procent van de private-kredietfondsen zit in de softwaresector, net nu wordt voorspeld dat de verbluffende vooruitgang van AI daar alles overhoop zal gooien.
Bedrijven die kiezen voor financiering via private credit in plaats van via banken of obligaties, zijn vaak middelgrote ondernemingen die geen toegang hebben tot de kapitaalmarkten omdat ze te klein of niet beursgenoteerd zijn, of omdat ze snelheid en maatwerk verkiezen boven een langdurig banktraject. Het kunnen ook bedrijven zijn met een mindere kredietwaardigheid, maar in Europa gaat het vaker om fundamenteel gezonde bedrijven die simpelweg niet in het standaardprofiel van een bank passen, bijvoorbeeld omdat ze onvoldoende fysiek onderpand hebben maar wel een sterke cashflow. Het voordeel voor de kredietverstrekker is dat de kredietnemers hogere rentetarieven betalen, inclusief aanzienlijke risicopremies ter compensatie van het illiquide en private karakter van de lening. Dat vertaalt zich dan weer in aantrekkelijke rendementen voor wie erin investeert, al moet de belegger zich bewust zijn dat dit gepaard gaat met een beperkte verhandelbaarheid en een lange investeringshorizon.
Anders dan de hypothecaire leningen die de subprimecrisis kenmerkten, zijn deze kredieten niet geëffectiseerd. Ze kunnen dus niet zomaar op een markt worden doorverkocht. De investeerders en de fondsen die namens hen handelen, zitten vast tot de lening afloopt. Dat duurt doorgaans vijf tot zeven jaar. Daarom beperken fondsen de opnames (redemptions) van hun klanten. Meestal ligt die grens op 5 procent van het belegde vermogen per kwartaal. Zolang alles goed gaat, hoor je niemand klagen. De beheerders doen hun werk, de kredietnemers betalen terug en de klanten innen hun rendement. Maar dan gaat een bedrijf over kop. Het sleurt een ander bedrijf mee in een faillissement en er volgt een sneeuwbaleffect dat een hele reeks bedrijven meesleurt. Financiële crises beginnen dus vaak met faillissementen die de gemoederen verhitten. Zodra het alarm afgaat, begint men de situatie opnieuw te beoordelen. En daar is alle reden toe. Ongeveer 30 procent van de private credit-fondsen blijkt belegd te zijn in de softwaresector. Dat gebeurt precies nu de spectaculaire opkomst van AI de sector dreigt te ontwrichten. Twijfel slaat plots om in paniek. Bezorgde beleggers beginnen aan de deur van de private credit-fondsen te kloppen om hun geld terug te krijgen. Helaas blijft die deur dicht. Vijf procent, en geen cent meer. De vraag naar opnames ligt nochtans vele malen hoger. Begin maart 2026 werd een reeks prominente fondsen geconfronteerd met opnameverzoeken die varieerden van 9 procent bij BlackRock tot 14 procent bij Cliffwater. Een maand later kreeg een fonds van Blue Owl te maken met verzoeken voor 22 procent van het vermogen. Een ander fonds zelfs met… 40 procent.
De vlucht naar cash
In theorie staan de investeerders met lege handen. Ze hebben getekend en hadden de kleine lettertjes serieuzer moeten nemen. Juridisch kunnen de fondsen zich beroepen op de 5%-clausule en geen cent extra uitkeren. Toch voelt het alsof de hele zaak uit de bocht vliegt. Eind 2025, nog vóór de AI-hype haar hoogtepunt bereikte, vonden al ingrijpende herzieningen plaats. Voor de onderliggende activa in private credit begon men uit te gaan van wanbetalingspercentages die boven de ‘veilige’ 3 à 4 procent uitkwamen en richting 6 procent gingen (Fitch).1 Begin 2026 hield UBS zelfs al rekening met een ‘worstcasescenario’ van 15 procent (Bloomberg, 25 februari 2026). En dat was nog zonder rekening te houden met wat daarna zou volgen: de combinatie van de AI-zeepbel en een regionaal conflict in de Golf. De hele sector weet inmiddels dat er hevige golven van opnameverzoeken (redemptions) aankomen. De fondsen staan daardoor voor een onmogelijke keuze. Ofwel voldoen ze aan de verzoeken, met het risico op een eigen faillissement. Ofwel houden ze de deur gesloten, maar dan riskeren hun klanten zelf failliet te gaan. In dat geval is het vrijwel zeker dat die klanten, samen met hun volgers, nooit meer naar deze markt terugkeren. De mogelijkheid om zonder kleerscheuren terug te keren naar liquiditeit wanneer de onzekerheid toeneemt, is cruciaal. Warren Buffett heeft de voorbije twee jaar al zijn posities methodisch omgezet in cash. Vandaag zit hij op een berg van 385 miljard dollar die geen enkel risico loopt. Daardoor kan hij de verdere ontwikkelingen in alle rust afwachten.2 Beleggen in private credit is het tegenovergestelde van die strategie. Het spaargeld zit immers achter een contractuele muur opgesloten. Klanten kunnen slechts toekijken hoe de waarde van hun bezittingen verdampt wanneer de wanbetalingen op de onderliggende activa toenemen. Het ergste is dat ze in noodgevallen niet eens aan hun eigen vermogen kunnen. Dat is des te problematischer omdat de huidige omstandigheden een algemene liquiditeitscrisis steeds waarschijnlijker maken.
Illiquiditeit is het vergif van de gedereguleerde financiële sector. Bovendien verspreidt dat vergif zich bliksemsnel. De vlucht naar cash stopt namelijk niet bij de eerste muur die men tegenkomt. Kapitaal zoekt onmiddellijk een andere uitgang waar betere voorwaarden te vinden zijn. Zelfs relatief gezonde fondsen binnen de private credit-sector, zoals het CTAC-fonds van Carlyle, worden inmiddels geconfronteerd met onverwachte opnames. Dat is eenvoudigweg het domino-effect van opnameverzoeken die elders werden geweigerd.3 Het ligt voor de hand dat deze wanhopige zoektocht naar liquiditeit zal overslaan naar andere activaklassen. En ook daar verkeert maar weinig nog in goede gezondheid.
De vlucht naar cash stopt namelijk niet bij de eerste muur die men tegenkomt. Kapitaal zoekt onmiddellijk een andere uitgang waar betere voorwaarden te vinden zijn.
Jamie Dimon, CEO van JP Morgan, spreekt in dit verband eufemistisch over het einde van een ‘kredietcyclus’.4 Met die term bedoelt hij in werkelijkheid een ‘orgie van private schulden’. In vrijwel elk segment begint het alarm inmiddels rood te knipperen. Geëffectiseerde leningen in commercieel vastgoed en uiteenlopende consumentenschulden – autoleningen, studieschulden en creditcards – vertonen steeds meer betalingsachterstanden (delinquency). Dat zijn de klassieke voorboden van volwaardige wanbetalingen. De huidige cijfers beginnen bovendien gevaarlijk dicht aan te leunen bij de niveaus van de subprimecrisis van 2007. Deze sectoren staan nu al op de rand van de afgrond. De schokgolven van een bredere vlucht naar liquiditeit zullen dan ook bijzonder hard aankomen. Tot slot is er nog de AI-sector zelf. Die is niet langer ‘alleen maar’ een aanjager van de private credit-crisis, maar vormt ondertussen ook een afzonderlijk schulddossier. Laten we duidelijk zijn: dit is monsterlijk. De geïnvesteerde bedragen zijn ongekend. Op zichzelf verklaren ze al een derde van de Amerikaanse economische groei. Voor AI ligt de instapprijs inmiddels in de biljoenen dollars. Morgan Stanley verwacht dat de sector tussen 2025 en 2029 maar liefst drie biljoen dollar zal verbranden.5 Maar waar komt al dat geld vandaan? Zoals zo vaak komt het uit de meest schimmige hoeken van de financiële engineering. Een goed voorbeeld daarvan zijn de vreemde, circulaire financieringsconstructies die momenteel opduiken. Op 31 maart rondde OpenAI, vlak voor de deadline, een gigantische kapitaalronde (equity) van 122 miljard dollar af. Amazon bracht daarvan 50 miljard dollar in. In ruil daarvoor verbond OpenAI zich ertoe voor 100 miljard dollar aan clouddiensten af te nemen bij Amazon Web Services (AWS).6 Tegelijk plaatsten OpenAI en AWS enorme chipbestellingen bij Nvidia. Nvidia stapte op zijn beurt voor 30 miljard dollar in dezelfde kapitaalronde van OpenAI.
In tegenstelling tot een klassiek Ponzi-schema, waarbij nieuwe investeerders worden aangetrokken om oude investeerders uit te betalen, lijkt dit systeem meer op een Ouroboros: de slang die in zijn eigen staart bijt. Het is een gesloten cirkel waarin bedrijven en partners elkaar wederzijds in stand houden zonder dat er van buitenaf nieuwe waarde wordt toegevoegd. Die cirkel werkt op twee manieren. Via aandelen ontstaat een web van verstrengelde belangen: een bedrijf geeft aandelen uit aan een partner, die op zijn beurt bestellingen plaatst. Die bestellingen worden dan weer betaald met nieuwe aandelen of participaties, waardoor de partner opnieuw aandeelhouder wordt. Er stroomt geen echt geld in het systeem; het is ruilhandel tussen onderling verbonden partijen. Maar de Ouroboros werkt ook via schulden. OpenAI heeft zijn partners bijvoorbeeld overgehaald om grote leningen aan te gaan voor de bouw van infrastructuur die OpenAI nodig heeft voor zijn groei – datacenters, servers, netwerken. In ruil daarvoor belooft OpenAI dat het in de toekomst voor maar liefst 100 miljard dollar aan bestellingen bij hen zal plaatsen. Die toekomstige bestellingen moeten de leningen van de partners terugbetalen. Het probleem is dat het hele systeem rust op wederzijds vertrouwen en toekomstverwachtingen, niet op tastbare inkomsten of winstreserves. Eén enkele tegenslag volstaat om het kaartenhuis te doen instorten. Denk aan een partner die zijn schulden niet meer kan afbetalen, een bank die de kredietkraan dichtdraait, of OpenAI dat zijn groeibeloften niet nakomt. Aan mogelijke oorzaken van zo’n breuk is geen gebrek.
De Ouroboros werkt niet alleen via aandelen, maar ook via schulden. OpenAI heeft zijn partners ertoe gebracht zich diep in de schulden te steken om infrastructuur voor OpenAI’s toekomstige groei te bouwen. In ruil krijgen zij de belofte van toekomstige bestellingen ter waarde van 100 miljard dollar.7 Volgens de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) zit er ongeveer 200 miljard dollar aan private credit in deze sector.8 JP Morgan schat zijn eigen blootstelling zelfs op 1,5 biljoen dollar.9 Het volledige bouwwerk steunt op een winstverwachting die Sam Altman voor 2030 naar voren schuift. Die verwachting gaat uit van een exponentiële omzetgroei: van 20 miljard naar 200 miljard dollar. Analisten van HSBC zien die winstgevendheid echter niet. Zij verwachten eerder een blijvend tekort van ongeveer 200 miljard dollar. De oorzaak ligt volgens hen bij de astronomische rekenkosten, die zouden tegen 2033 oplopen tot 1,4 biljoen dollar, en dat bij een datacenterfactuur van nog eens 620 miljard.10 Het is niet moeilijk om duizelig te worden van zulke bedragen. Hoe kan de financiële houdbaarheid van een onderneming met zulke vooruitzichten geen koude rillingen veroorzaken? Eén hapering in de winstgevendheid of één probleem bij de herfinanciering volstaat om alles uiteen te doen spatten. En dan spreken we nog uitsluitend over een scenario zonder tegenslagen. Terwijl die er in werkelijkheid meer dan genoeg zijn.
En het schokeffect…
En dus zaten we daar comfortabel toe te kijken hoe de snelkookpan van de financiële wereld steeds verder onder druk kwam te staan, zonder enig veiligheidsventiel. Toen leverde ook de mix van strategische onbenulligheid en pure waanzin die in het Witte Huis heerst haar bijdrage aan de gebeurtenissen. Het besluit om oorlog te voeren tegen Iran, de totale irrationaliteit ervan, de omvang van de schade die eruit zal voortvloeien en het quasi-zelfmoordscenario van het Amerikaanse imperium zullen historici nog lang bezighouden. Maar we hebben geen historisch perspectief nodig om nu al de torpedering van de wereldwijde groei te zien. Die concentreert zich op één enkel punt dat men beter niet had geprovoceerd: de Straat van Hormuz. Los van alle poëtische verhalen over ‘immateriële’ cloudtechnologie en digitalisering herinnert dit ons aan wat uiteindelijk echt telt: energie. Eigenlijk is het heel eenvoudig. Zonder energie is er niets: geen verkeer van auto’s of goederen – die worden voorlopig nog niet via glasvezel vervoerd; geen industriële productie; geen elektronen in de datacenters. Begin april, nog vóór de verdere escalatie van de gebeurtenissen, sprak de directeur van het Internationaal Energieagentschap (IEA) al over een olieschok zonder historisch precedent. De gevolgen daarvan beginnen zich nu pas af te tekenen.
Investeringen in AI zijn als een slang die in haar eigen staart bijt. Bij de minste breuk laat de hele lus los.
Om te beginnen zijn er de exploderende energiekosten van de AI-sector. HSBC schat dat OpenAI tegen het einde van dit decennium 36 gigawatt elektriciteit zal verbruiken. Dat komt overeen met een behoefte die ergens tussen die van Florida en Texas ligt. Een interessant detail is dat deze schatting dateert van november 2025. De winstverwachtingen voor 2030 waren gebaseerd op de energieprijzen van toen. Er werd gesproken over mogelijke ‘haperingen’. Welnu, hier hebben we er al één. En niet bepaald een kleine. Daarbovenop komen nog andere problemen waar nauwelijks iemand aan dacht. Neem helium. Wie dacht er vóór de eerste bombardementen op Iran aan helium? Toch is het een cruciale grondstof. Helium is onmisbaar voor de productie van chips. De verschillende AI-bedrijven verbruiken er enorme hoeveelheden van: honderdduizenden liters per datacenter. Tegen midden maart was al bijna een derde van de heliumproductie weggevallen.11Minder helium betekent minder chips. Minder chips betekent minder rekenkracht. Minder rekenkracht betekent minder omzet. En zo begint het financiële kaartenhuis van AI te wankelen.
Maar daar blijft het niet bij. Zelfs als de Straat van Hormuz morgen opnieuw zou openen, zal een energieschok van deze omvang de wereldeconomie nog lange tijd in een wurggreep van recessie en inflatie houden. Voor centrale bankiers is dat een nachtmerrie. Recessie vraagt om forse renteverlagingen. Inflatie vereist net het tegenovergestelde. Bovendien valt een scenario van pure schaarste niet uit te sluiten. En dan gaat het niet alleen over benzine of kerosine. Een blokkade van Hormuz legt essentiële toeleveringsketens stil. De productie van kunstmest, plastics en medicijnen komt in gevaar. Ook de elektrochemische verwerking van koper, nikkel en uranium valt stil wanneer de toevoer wegvalt. De industriële gevolgen zijn nauwelijks te bevatten. China heeft inmiddels al de export van zwavelzuur verboden.
Wat we nu zien, zijn twee autonome crises die op elkaar botsen: een financiële crisis en een olie-economische crisis. Maar er is (nog) meer. Hun onderlinge wisselwerking vormt op zichzelf een derde crisis, die boven op de eerste twee komt. Laten we de situatie samenvatten. In de financiële wereld stonden al drie instabiele segmenten op het punt van instorten. Nu krijgen ze bovendien een extra schok te verwerken. Ten eerste verdampen in de AI-sector de winstverwachtingen. Zowel de stijgende energiekosten als de beperkte beschikbaarheid van chips spelen daarin een rol. Ten tweede is binnen het private credit het alarm al afgegaan door stijgende wanbetalingscijfers. Dat verbleekt echter bij wat een recessie zal betekenen voor de bedrijven die afhankelijk zijn van deze kredieten. Ten derde zullen ook huishoudens zwaar worden getroffen. Hun schulden zijn verpakt in geëffectiseerde producten en beginnen opnieuw de kenmerken van subprime-activa te vertonen.
Daar ent zich een vierde element op. De aandelenmarkten, die voorlopig buiten schot bleven, zullen uiteindelijk eveneens worden meegesleurd. Dat leidt tot een vijfde gevolg. Verliezen zullen uit alle richtingen tegelijk komen. Obligaties, private credit, gestructureerde producten en aandelenmarkten komen allemaal onder druk te staan. Er blijft dan nauwelijks nog een schuilplaats over, behalve cash. Maar wie wilde uitstappen, had dat eerder moeten doen. Nu is het te laat. Ook overheidsobligaties bieden geen garantie op veiligheid. De begrotingstekorten en overheidsschulden zullen exploderen, zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten. Tenzij stijgende inflatieverwachtingen en oplopende rentetarieven daar eerst zelf al een crash veroorzaken. Dat zou dan slechts een voorproefje zijn.
Als gevolg van astronomische kosten voor rekenkracht en het huren van datacenters voorzien de analisten van HSBC tot 2030 geen wint voor Open AI, maar wel een aanhoudend tekort van 200 miljard dollar.
De banken bevinden zich midden in deze heksenketel en zijn overal bij betrokken. Daarmee komen we bij de schok die van de financiële sector overslaat naar de reële economie. Het scenario is bekend. In goede tijden nemen banken buitensporige risico’s. Zodra het tij keert, draaien ze de kredietkraan volledig dicht. De economie wordt dan de keel dichtgeknepen. We weten wat dat betekent. De subprimecrisis veroorzaakte immers een kettingreactie van beurscrash, kredietkrapte en recessie. De afsluiting van kredietlijnen zal de AI-sector bijzonder hard treffen, omdat die voortdurend behoefte heeft aan herfinanciering. De ineenstorting van banken en private credit betekent daarom ook de ineenstorting van AI… Leve de ‘markteconomie’! Laten we eerlijk zijn: de subprimegekte lijkt achteraf bijna amateuristisch vergeleken met wat er nu op ons afkomt.
We zouden niets liever willen dan ongelijk krijgen en over enkele maanden voor gek worden verklaard. Maar als dit scenario klopt – het is in elk geval plausibel – gaan we een ongekende periode tegemoet. Een crisis van haast nucleaire proporties, waarmee ik geenszins overdrijf want alle componenten versterken elkaar in een kettingreactie. De sociale tol daarvan is nauwelijks te bevatten. Massale ontslagen. Faillissementen. Inflatie. En misschien nog erger: tekorten. Veel lijkt af te hangen van de ‘Trump-variabele’.
Elke oplossing voor de crisis in de Golf zal op de financiële markten uiteraard met gejuich worden onthaald. De opluchting zal overheersen. Men zal denken dat alles weer kan doorgaan zoals voorheen. Maar dat is een illusie. De oude situatie zat al vol spanningen. Private credit, AI en olie vormden op zichzelf al voldoende aanleiding om een recessiemechanisme in werking te zetten. De financiële tsunami’s veroorzaken op hun beurt sociale rampen. Wat eraan komt, zou wel eens zo ingrijpend kunnen zijn dat het draagvlak bij de bevolking verdwijnt en ze niet langer stoïcijns de gevolgen van het geglobaliseerde kapitalisme verdraagt.
Dat zijn precies de omstandigheden waarin politieke kantelpunten ontstaan. Dat soort scharniermoment ontstaat wanneer de spanningen van de financiële crisis niet alleen overslaan naar de economie, maar ook naar de individuen die uiteindelijk de prijs betalen in de vorm van lijden, depressie of zelfs zelfmoord. Een politiek kantelpunt doorbreekt die blokkade. Ze creëert een uitlaatklep waardoor woede zich vertaalt in collectieve strijd. Als de gebeurtenissen inderdaad de omvang aannemen die hier wordt voorzien, zal die reactie de vorm aannemen van een furieuze en alles meeslepende storm. Hij zal gevoed worden door de herinnering aan de bankenreddingen van 2008. Maar ook door veertig jaar opgekropte rancune tegenover het neoliberalisme, de rijken, de financiële elite en het kapitalisme. Dit zijn de momenten waarop historische vensters opengaan. Plots wordt het mogelijk om alles ter discussie te stellen. De financiële markten die economisch beleid disciplineren via sanctionerende rentetarieven. Werkgevers die liever economische groei saboteren dan een linkse regering te tolereren. Media die zelfs een bescheiden belastinghervorming als communisme voorstellen.
Mocht de Straat van Hormuz geblokkeerd blijven, dreigen er niet alleen tekorten aan brandstoffen, maar ook pure schaarste aan meststoffen, chips, kunststoffen, medicijnen en essentiële metalen. Dat zal leiden tot een ontwrichting van de hele toeleveringsketen.
Wanneer de legitimiteit van het kapitaal instort, ontstaat een enorme politieke ruimte voor linkse krachten. Technisch gezien weten we al lang wat er volgens deze analyse moet gebeuren. 12
Deprivatisering en socialisatie van de banken, met een exclusieve focus op kredietverlening aan de reële economie. Sluiting van investeringsbanken en hun volledige arsenaal aan financiële producten. Loskoppeling van internationale financiële stromen en de herinvoering van een nationaal schatkistcircuit. Waarschijnlijk ook een uitstap uit de euro. En ten slotte een bijzonder zware belasting op grote vermogens.
Wanneer een systeem ons zo nadrukkelijk uitnodigt om zichzelf te vernietigen, rest volgens deze redenering slechts één mogelijkheid: die kans met beide handen grijpen.
Vertaling van Frédéric Lordon “La crise scélérate”, Le Monde Diplomatique, mei 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers
Footnotes
- « US private credit defaults broaden across sectors, rises to 5,7 % in november 2025 », 19 december 2025, fitchratings.com
- Dit ‘contante geld’ bestaat in feite uit Amerikaanse staatsobligaties, die op hun beurt ook wel eens een paar harde klappen zouden kunnen incasseren.
- Isla Binnie et Manya Saini, « Carlyle’s private credit flagship fund latest target of investor exodus », 9 april 2026, Reuters.
- Joshua Franklin, « Jamie Dimon warns private credit losses will be larger than feared », Financial Times, Londres, 6 april 2026.
- « Who will fund AI’s $3 trillion ask ? », 25 juli 2025, Morgan Stanley.
- « OpenAI investit 122 milliards de dollars pour accélérer la prochaine phase de l’IA », 31 maart 2026, OpenAI.
- Tabby Kinder et George Hammond, « OpenAI partners amass $100bn debt pile to fund its ambition », Financial Times, 28 november 2025.
- Iñaki Aldasoro, Sebastian Doerr et Daniel Rees, « Financing the AI boom : From cash flows to debt », (PDF), BIS Bulletin, n° 120, BRI, 7 januari 2026.
- Ryan Fuhrmann, « Which big tech stocks have the most debt, and why it matters », 11 februari 2026, Yahoo ! Finance.
- Bryce Elder, « OpenAI needs to raise at least $207bn by 2030 so it can continue to lose money, HSBC estimates », Financial Times, 25 november 2025.
- Scott Waldman, « It’s not just oil. Here comes Hormuz inflation. », Politico.
- Zie : La Crise de trop. Reconstruction d’un monde failli, Fayard, Paris, 2009.
