Artikels

De postneoliberale horizon van Latijns-Amerika

Hanne Cottyn

+

EMIR SADER

— 18 april 2017

Lenin for president! Hij haalde het nipt. In Ecuador, anno 2017. De verkiezing van Lenin Moreno, de kandidaat van voormalig president Rafael Correa’s Alianza Pais, schept ademruimte voor Latijns-Amerikaans links maar neemt de druk vanuit de onrustige sociale bewegingen niet weg. Ondertussen blijft het stevig rommelen in Venezuela, creëerden ‘zachte’ staatsgrepen een sociaal desastreus klimaat in Brazilië en Paraguay, en beleeft Argentinië een neoliberale renaissance onder Mauricio Macri. De ‘roze vloed’ van linkse regimes die sinds het aantreden van Hugo Chávez in 1998 het Latijns-Amerikaanse politieke landschap hertekenden, lijkt weg te ebben. Het einde van een cyclus? ‘Kletspraat’, zo zegt de Braziliaanse socioloog en politieke analist Emir Sader (°1943).

São Paulo, Brazilië, september 2016: protest tegen de golpe, foto © istock by Getty Images

“De weg naar een post-neoliberale toekomst in Latijns-Amerika blijft openliggen”, stelt Sader. Hij geldt als een van de voornaamste linkse intellectuelen in Latijns-Amerika en is bevriend met twee protagonisten van de opkomst – en neergang – van Nieuw Links in de regio. Sader leerde voormalig presidente Dilma Rousseff kennen tijdens de jaren zestig toen ze allebei lid waren van dezelfde clandestiene verzetsorganisatie. Nog beter kent hij haar voorganger, Luiz Inácio ‘Lula’ da Silva. In hun thuisland smeult de politieke schijnvertoning die op 31 augustus 2016 tot de afzetting van Dilma leidde, nog na. Aan de flagrante aanval op de democratie kwam het leger niet eens te pas. In de 21e eeuw verlopen staatsgrepen langs parlementaire weg, met behulp van de rechterlijke macht en de media. Door een afzettingsprocedure wegens onorthodoxe begrotingspraktijken en zonder enige grondwettelijke verantwoording kon een select clubje blanke mannen de macht overnemen. Dilma’s opvolger Michel Temer en veel van zijn getrouwen zijn verwikkeld in veel zwaardere corruptieschandalen dan de voormalige presidente.

Rechts-conservatief Brazilië maakt zich op voor een neoliberale afterparty. Nieuw Rechts (nova direita, nueva derecha) is echter geen exclusief Braziliaans feestje. In verschillende landen worden neoliberale recepten nieuw leven in geblazen. Aan de linkerzijde poogden een aantal regimes de breuk met dat oude model te verdiepen maar worden nu in het defensief geduwd. In Paraguay verloor priesterpresident Fernando Lugo de macht na een controversiële afzettingsprocedure (2012), net zoals het Dilma zou vergaan. De verkiezingsoverwinning van Mauricio Macri in Argentinië (2015) maakte een einde aan twaalf jaar Kirchnerismo. De Venezolaanse regeringspartij PSUV (Partido Socialista Unido de Venezuela) moest de duimen leggen in de parlementaire verkiezingen (2015). De optie van een extra ambtstermijn voor Evo Morales werd in Bolivia nipt weggestemd (2016). In Brazilië werd de PT (Partido dos Trabalhadores, de Arbeiderspartij) na dertien jaar bewind aan de kant geschoven.

Over and out voor Nieuw Links? Sader denkt er anders over. Ons interview biedt een voorsmaakje van zijn meest recente publicatie Las vías abiertas de América Latina – Siete ensayos en busca de una respuesta: ¿fin de ciclo o repliegue temporal? (De open wegen van Latijns-Amerika. Zeven essays op zoek naar een antwoord: Einde van een cyclus of tijdelijke terugtrekking? Het boek verscheen al in Argentinië bij uitgeverij Editorial Octubre). Na ruim een decennium van progressieve regimes maken Nieuw Links-getrouwe analisten een balans op voor zes landen, gecoördineerd door Emir Sader. Álvaro García Linera − sinds 2006 vicepresident van de Boliviaanse MAS-regering (Movimiento al Socialismo) − werkte een algemene analyse uit. De open wegen – een toespeling op Eduardo Galeano’s Las venas abiertas de America Latina (dat in het Nederlands verscheen als De aderlating van een continent) – verwijzen naar de twee richtingen die het continent uit kan: een agressieve neoliberale ver- of herovering of een consolidatie van anti-neoliberale verwezenlijkingen. Welke weg Latijns-Amerika zal inslaan, wordt op dit moment uitgevochten.

Lava: Als student hebt u de staatsgreep van 1964 en de militaire dictatuur bewust meegemaakt. Meer dan vijftig jaar later krijgt Brazilië opnieuw te maken met een staatsgreep. De geschiedenis herhaalt zich?

Emir Sader: Wat in Brazilië gebeurt kun je niet vergelijken met een militaire staatsgreep. De dictatuur ging gepaard met totale repressie, zowel fysiek als ideologisch, en had een langetermijnvisie. Het regime van Temer daarentegen is daar niet toe in staat. Hij claimt het land te herenigen en het economisch vertrouwen terug te winnen maar beschikt noch over het electorale succes noch over de materiële middelen. Na vier opeenvolgende verkiezingsnederlagen en het vooruitzicht op verder verlies tegen huidig PT-presidentskandidaat Lula koos rechts voor een kortere weg: een politieke staatsgreep. Het parlement, waarin de rechtsconservatieven sinds 2014 de meerderheid hebben, vormde hiervoor de springplank. De huidige staatsgreep voltrok zich echter als een proces, beetje bij beetje. Aanvankelijk leek een drastische breuk met het PT-regime absoluut onmogelijk. Tot april 2016. Toen werd het parlement omgetoverd in een bespottelijk circus. De parlementaire stemming over Dilma’s afzetting werd verkocht als een ‘neutrale’ technisch-juridische ingreep, terwijl het een strikt politiek gemotiveerde zet was. Hier werden de voorwaarden gecreëerd voor een institutionele breuk. Maar dit is nog altijd niet te vergelijken met de militaire staatsgreep van 1964.

De parlementaire stemming over Dilma’s impeachment werd verkocht als een ‘neutrale’ technisch-juridische ingreep, terwijl het een strikt politiek gemotiveerde zet was.

De regering die de macht greep laat er nochtans geen gras over groeien. Temers hervormingsvoorstellen breken de verworven sociale rechten een voor een af. Voor de ogen van de Brazilianen wordt het neoliberalisme heringevoerd.

Dat klopt, maar er is ook een relatief sterke sociale en politieke reactie. Temer lijkt te aarzelen. Er komt repressie en meteen daarna worden de aangekondigde maatregelen teruggetrokken of uitgesteld. De eerste stap is gezet: de PT is uit de regering. Nu komen de interne tegenstellingen naar boven. Brazilië kampt al drie jaar met een recessie en er is geen verbetering in zicht. Dat maakt de aangekondigde harde fiscale hervorming absurd. Niet dat een economische heropleving het echte doel van de beleidsmakers is. Zij vertegenwoordigen het speculatieve financieel kapitaal dat gebaat is bij een recessief regime. De financiële gevolgen voor lokale en regionale besturen zijn dramatisch. De onvrede wordt verder gevoed door de afbraak van sociale programma’s zoals de gezinssubsidies Bolsa Familia en het huisvestingsprogramma Minha Casa Minha Vida.

Emir Sader

Hoe wordt die onvrede georganiseerd? Welke rol spelen de progressieve mobilisaties in de strijd tegen het regime van Temer?

De progressieve sociale bewegingen lieten op zich wachten. Aanvankelijk waren alle sociale bewegingen verenigd in hun kritiek op het economisch beleid van Dilma. Zij wilde de economische crisis met verdere besparingen bestrijden en dat was fout. Haar maatregelen tegen het speculatief kapitaal werden door rechts beantwoord met een ideologisch extreme en verbaal agressieve campagne, aangestuurd door de media en de financiële sector. Corruptie = de PT-regering = een economische ramp, het werden plots synoniemen. Zo werd de boodschap verspreid dat de politiek alles corrumpeert en verdween het sociaal beleid van de politieke agenda. Op een bepaald moment werd zowaar de terugkeer van het militaire regime geëist. En het ging nog verder, met uitlatingen als ‘Waarom hebben ze Dilma niet doodgemarteld onder de militaire dictatuur?’

Toen duidelijk werd dat rechts aanstuurde op de afzetting van Dilma, beseften de sociale bewegingen dat hun verworven rechten in gevaar kwamen. Inheemse organisaties, vrouwenbewegingen, Afro-Braziliaanse en artistieke verenigingen trokken de straat op, geflankeerd door de vakbonden, de MST (de beweging van landloze boeren), de daklozen en andere sociale actoren. “Fora Dilma” (Weg met Dilma!) werd al gauw “Não ao Golpe” (Neen aan de staatsgreep”) en uiteindelijk “Fora Temer”. Het protest werd nog versterkt door het idee dat er een staatsgreep was gepleegd. Sindsdien blijven tal van acties het Braziliaanse straatbeeld beheersen. In de media wordt een politiek steekspel uitgevochten. Internet is het terrein van een guerrillastrijd geworden. Rechts controleert het staande leger, de grote radio- en televisiekanalen. Het rechtspopulaire protest blijft echter zwak. De rechterzijde beschikt immers niet over een figuur die het tegen de populaire Lula kan opnemen.

In uw analyses van het Braziliaanse en bij uitbreiding Latijns-Amerikaanse politieke landschap kent u Lula een almaar prominentere rol toe. Door de beschuldigingen aan zijn adres komt Lula echter in steeds nauwere schoentjes te zitten. Hoe moeten we het enigma Lula begrijpen?

Er zijn geen bewijzen voor die beschuldigingen, enkel meningen. Als president had Lula inderdaad nauwe banden met de bedrijfswereld en onderhandelde hij gunstige voorwaarden voor het Braziliaanse volk. Dat wil niet zeggen dat er geen serieuze problemen zijn. Corruptie en persoonlijke verrijking via bouwbedrijven en overheidsbedrijven zijn dagelijkse kost. In Petrobras gebeurde dat op een veel grotere schaal. Vast en zeker zijn er PT-leden die boter op het hoofd hebben; enkelen zitten nu zelfs een straf uit. Maar dat had niets te maken met de PT-presidenten. Spijtig genoeg bleken ze niet in staat te achterhalen wat er aan de hand was en daar hebben ze een hoge prijs voor betaald.

Lula’s hoofd moest en zou rollen. Onterecht: als er één president is die goed werk levert, een enorme populariteit geniet en ook nog eens niet corrupt is, dan is het wel Lula. De aanval maakt deel uit van een grote rechtse mediaoperatie in heel de regio, gericht tegen leiders als Rafael Correa, Evo Morales en Cristina Kirchner. Er worden veel leugens verspreid, en als de media die maar vaak genoeg herhalen, blijft het idee van corruptie wel hangen.

Lula kan een doorslaggevende rol spelen in de toekomst van links. Zijn populariteit verhindert dat ze hem gevangen nemen. En hij heeft die populariteit niet alleen te danken aan zijn discours. Het land is er ook echt beter van geworden. Onder zijn bewind werd de neoliberale focus verlegd van financiële zekerheid naar een sociaal beleid. En dat voelen de mensen.

Lula kan een doorslaggevende rol spelen in de toekomst van links.

Welke implicaties heeft de staatsgreep voor de progressieve regimes in een breder, regionaal spectrum? Kunnen we spreken over het einde van een progressieve golf in Latijns-Amerika?

In mijn nieuwste boek De open wegen van Latijns-Amerika wil ik inzicht verschaffen in de vraag of we al dan niet aan het einde staan van een progressieve golf in de regio. Het boek brengt analyses uit Argentinië, Brazilië, Bolivia, Ecuador, Uruguay en Venezuela, en een algemene analyse door de Boliviaanse vicepresident Álvaro García Linera.

Op dit moment kunnen we niet spreken over een nieuwe golf. De laatste golf ontstond in de jaren zeventig, toen het desarrollismo1 werd vervangen door het neoliberale model. Latijns-Amerika was zonder twijfel het voornaamste slachtoffer van het neoliberalisme en in het algemeen van de historische veranderingen die zich op dat moment voltrokken. Ten eerste vormde het inruilen van een bipolaire wereld voor een unipolaire orde onder de heerschappij van de VS een nieuw historisch moment. Ten tweede kwam er een einde aan een lange expansieve cyclus die liep van de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zeventig – in Hobsbawms woorden “de gouden eeuw van het kapitalisme”. Voordien jaagden industriële bedrijven de economische groei aan. Vandaag is dat het financieel kapitaal dat teert op de schuldenlast. We bevinden ons nu in een lange neerwaartse cyclus en wanneer die zal eindigen, weten we niet. Ten derde werd het model van de welvaartstaat verlaten en vervangen door een model van marktconcurrentie waarin het succes van de ene de ellende van de ander betekent.

Dat men nu schrijft dat links Latijns-Amerika op dit moment zijn zwaarste crisis doormaakt, slaat nergens op. Carajo!

We mogen niet onderschatten hoeveel moeite het kost om de neoliberale erfenis in Latijns-Amerika te boven te komen. Vier van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse landen werden opgezadeld met een schuldencrisis, een economische neergang en een militaire dictatuur. Dat brak de verzetscapaciteit van de sociale bewegingen en schiep ruimte voor neoliberale regimes van de meest radicale strekking. Net zoals Uruguay en Costa Rica stond Chili voor een sociaal model maar dat werd volledig tenietgedaan door de privatiseringen. In heel de regio, met uitzondering van Cuba, werden de sociale rechten op zeer gewelddadige manier afgebroken. Dat is de reden waarom ook hier, in Latijns-Amerika, het sterkst gereageerd wordt.

Dat men nu schrijft dat links Latijns-Amerika op dit moment zijn zwaarste crisis doormaakt, slaat nergens op. Carajo! Veel erger waren ten eerste de militaire dictatuur en ten tweede het neoliberalisme. Die versloegen links op het vlak van de ideeën. Het is met ideeën dat ze de kracht en de toekomst van Latijns-Amerika hebben vermoord. Zoals García Linera stelt, wordt elke politieke overwinning voorafgegaan door een overwinning van de ideeën, de groei van een zeker bewustzijn dat zich uit in een politieke kracht. Het huidige anti-Kirchner- of anti-Dilmaklimaat blijft conjunctureel, zonder toekomstgericht potentieel. De overwinning van rechts vertaalt zich niet in een structureel nieuwe periode. We zien enkel een restauratie van mislukte modellen. Ik onderschat de huidige nederlaag niet, maar in vergelijking is deze crisis veel zwakker.

García Linera beschrijft de huidige situatie als een golf waarvan een eerste positieve fase op zijn einde loopt, mede door de omslag in de aanvankelijk gunstige internationale context. Ondanks een moeilijk begin hebben verschillende progressieve krachten, zoals het kirchnerismo, het lulismo en het leiderschap van Evo Morales, zich in het afgelopen decennium tot vaste waarden van een post-neoliberaal model ontwikkeld. Dat veranderingsproces heeft echter niet kunnen breken met de structurele basis van het neoliberalisme, namelijk het financieel kapitalisme en het privé-monopolie van de media. Daar zijn we vandaag het slachtoffer van. Maar dat post-neoliberale model kan hersteld worden op voorwaarde dat er een degelijke zelfkritiek wordt gemaakt.

Venezuela vormt geen variabele in de grootteorde van Brazilië, maar heeft wel een aanzienlijk symbolisch en ideologisch belang in dit spectrum. Welke rol spelen Venezuela en meer specifiek de PSUV vandaag?

Venezuela zit in een situatie van politieke slijtage. Ik lever niet graag openlijk kritiek op de PSUV maar sinds de dood van Hugo Chávez en in de huidige economische omstandigheden heeft de regering zichzelf met een enorm legitimiteitsprobleem opgezadeld. Venezuela wendt veel van zijn olie-inkomsten aan voor internationale solidariteit, wat de regionale integratieprocessen versterkt. Intern is het land er echter niet in geslaagd de extreem hoge olieprijs om te zetten in productieve investeringen. De brandstofprijzen werden overigens nooit aangepast, ook niet onder Chávez. Het nationaal oliebedrijf PDVSA werkt in het rood doordat de prijzen op de interne markt belachelijk laag zijn. Olie is er goedkoper dan een glas water. De huidige prijsveranderingen treffen Venezuela nu dubbel zo hard.

Om het hoofd te bieden aan de ingrijpende economische crisis subsidieerde de regering de voedselconsumptie. Ze heeft echter geen controle over de circulatie van die producten. Een deel wordt wellicht niet gekocht, een ander deel wordt het land uit gesmokkeld naar Colombia, nog een ander deel wordt op de zwarte markt verkocht en een klein deel belandt in de winkels. De PSUV verliest zo de steun van de populaire sectoren.

U had het daarnet over het post-neoliberale model. Hoe kwam dat tot stand en hoe kan het de motor zijn van een heropleving van links in Latijns-Amerika?

Het post-neoliberale model heeft drie algemene kenmerken. Ten eerste: voorop staat een sociaal beleid. We hebben het hier tenslotte over het meest ongelijke continent ter wereld. Ten tweede: regionale integratie en Zuid-Zuiduitwisseling als alternatief voor de vrijhandelsverdragen met de Verenigde Staten. Ten derde: geen centrale rol voor de markt. Post-neoliberalisme impliceert het herstel van de staat als waarborg voor economische groei en de vrijwaring van sociale rechten.

De opkomst van het post-neoliberalisme luidt echter geen nieuwe historische fase in. Het post-neoliberalisme is een reactie op het afstoten van de staat, de economische recessie, de hegemonie van het financieel kapitaal, het monopolie van de media, en – vooral − een Noord-Amerikaanse consumptiestijl. De economische ontwikkeling wordt aangedreven door inkomensherverdeling en een uitbreiding van de interne markt door een democratisering van de koopkracht. Inkomensherverdeling vereist loonsverhogingen tot boven de inflatie en de formalisering van arbeid. De allerarmsten moeten in het overheidsbudget opgenomen worden. In Brazilië steeg het minimumloon de voorbije twaalf jaar tot 70 % boven de inflatie. Twintig miljoen mensen kregen een formeel arbeidscontract. Brazilië staat niet langer te boek als een hongerlijdend land. Post-neoliberalisme is dus geen louter theoretisch model. In feite steunt het op vrij traditionele, zeg maar Europese recepten van de welvaartstaat. In verschillende landen hebben die voor concrete en ingrijpende positieve veranderingen gezorgd. De rechts-conservatieve kringen in Brazilië reageerden furieus.

Welke strategieën zijn aangewezen voor de regionale integratie van Latijns-Amerika in dit mondiale landschap? Welke zijn de uitdagingen en de uitwegen?

De recuperatie van rechts vormt een significante factor in het regionale integratieproces, omdat het zo’n fragiel en dus omkeerbaar proces is. Het post-neoliberale model werd gevormd op de as Kirchner-Lula, de presidenten van twee van de voornaamste naties in de regio. Als Brazilië en Argentinië gaan mee surfen op de neoliberale golf, is er weinig perspectief voor een regionale integratie. Dit is veel doorslaggevender dan bijvoorbeeld het TPP (Trans-Pacific Partnership, dat ondertussen door de VS werd afgeblazen). Als de PT opnieuw aan de macht kan komen in Brazilië, is een alliantie mogelijk met Uruguay, Ecuador en Bolivia. Ook in Argentinië kunnen akkoorden gesloten worden. Dat land heeft zijn markt opengesteld en nu winnen Braziliaanse bedrijven er terrein. Pure zelfmoord! Brazilië blijft er de komende jaren de doorslaggevende variabele.

“Ongeacht de tegenstellingen vertonen linkse en rechtse regimes sterke gelijkenissen in hun grondstoffenbeleid”, een kritiek die grote weerklank vindt in de regio. De Argentijnse sociologe Maristella Svampa heeft het over een Commodities Consensus, die de Washington Consensus heeft vervangen. Zowel conservatieve als progressieve regimes geven prioriteit aan ontginningsindustrieën in functie van een exporteconomie. Wat is uw standpunt?

De theorie kan veeleer nuttig zijn om de verschillen dan wel de gelijkenissen te verklaren. Commodities zijn typisch voor alle neoliberale landen. Zo heeft Peru een enorme economische groei kunnen realiseren terwijl het land op sociaal vlak naar de verdommenis gaat. Hoe komt het dat andere landen met een soortgelijke groei, zoals Bolivia, dan wél sociaal veranderd zijn? Dat kan niet verklaard worden door de productie van ruwe grondstoffen.

Centraal in de theorie van Svampa en andere auteurs staat het concept van autonome sociale bewegingen. In mijn tijd werd autonomie gesteld tegenover de alliantie, zoals het communisme tegenover de bourgeoisie. Maar nu stelt men de autonomie tegenover de politiek! Achter deze theorie schuilt het idee dat we de wereld kunnen veranderen zonder de macht te nemen, in de neomarxistische lijn van Toni Negri en John Holloway, een radicaal linkse stroming die volledig de historische lijn in Latijns-Amerika negeert. Haar theoretici hebben sociale bewegingen vernietigd zonder een alternatief te bieden. Ze stellen de staat voor als reactionair. Zo hebben ze bijgedragen tot de verdwijning van de piqueteros in Argentinië (de politieke protestgroepen die zich in de jaren negentig organiseerden tegen het neoliberale beleid van president Menem). Bij de verkiezingen tijdens de grootste crisis ooit weerklonk de oproep “Que se vayan todos!” (Dat ze maar allemaal opstappen!). In die context vermijden de piqueteros alle contact met de staat. Hetzelfde geldt voor de Zapatistas. De politieke verdwijning van deze revolutionaire bewegingen was het werk van de universitaire wereld.

Maar het idee van autonomie dat deze theoretici uitdragen kent vandaag toch een zeer sterke aanhang?

Maar dat idee betekent het einde! De moderne sociale bewegingen, in Bolivia bijvoorbeeld, hebben verschillende regeringen ten val gebracht en hebben daarop een eigen partij gevormd, de MAS, onder leiding van Evo Morales. Door een partij te vormen en de macht te grijpen hebben ze het land drastisch kunnen veranderen. Hetzelfde zien we in Ecuador. Dat is het verschil met de sociale bewegingen die geen banden willen met de staat. Die ontaarden in een neoliberaal project. Kijk naar het Wereld Sociaal Forum: hetzelfde discours tegen de staat. De nieuwe politieke bewegingen in Latijns-Amerika werden uitgesloten van het WSF.

De vorming van een politieke partij is uiteraard niet het einddoel, maar op een zeker moment moeten een sociale beweging overgaan in een politieke beweging. Dat betekent: politieke leiders kiezen, concrete doelstellingen verwezenlijken en zo het land veranderen. Het is tenslotte de overheid die het financieel kapitaal controleert, die de sociale rechten garandeert.

Sociale bewegingen die zich afzetten tegen de staat ontaarden in een neoliberaal project.

Als politiek analist ben ik wel degelijk geïnteresseerd in hun theorie over autonomie. Tijdens de Argentijnse verkiezingen was er bovendien effectief een que se vayan todos-effect. Het aantal blanco stemmen nam toe. Maar die ‘autonomie’ vertaalde zich op geen enkele manier in een politiek fenomeen.

Hun argumenten over het extractivisme stoelen op economisch reductionisme. Bolivia tot een ontginningsmodel herleiden is zowat hetzelfde als Bolivia gelijkstellen met Peru! Over Ecuador wordt in dezelfde termen geschreven, onder meer door mijn goede vriend François Houtart. Hij verdedigt de linkse sociale bewegingen die zich tegen de regering Correa verzetten, maar zonder enige vermelding van de alliantie tussen extreem-links, vertegenwoordigd door onder meer de Pachakutibeweging, en rechts, vertegenwoordigd door presidentskandidaat Lasso.

U kunt toch niet ontkennen dat de sociale bewegingen ongeduldig zijn? De beslissingen van die progressieve regeringen gaan voor velen duidelijk niet ver genoeg.

Dat klopt in zekere zin. Maar dat is ook de rol van sociale bewegingen. Neem nu de MST. Die organisatie bekritiseert terecht de agrarische politiek van de Braziliaanse regering. Haar doel blijft echter ongewijzigd. Er heerst een groot ongeduld, maar de MST gaat niet inzetten op een radicale politieke breuk met het beleid. Als de strijd zelf het doel wordt, dan wordt je maar beter een bedrijf. Het lijkt me een goede zaak dat er kritiek wordt geleverd, bijvoorbeeld op het economisch beleid van Dilma. De verdediging van de democratie blijft echter te allen tijde het einddoel.

Als we het spectrum verder open trekken, hoe kijkt u dan naar Europa? Kunnen we lessen trekken voor de sociale strijd in Europa waar Nieuw Rechts evenzeer terrein wint?

Zolang er geen complete legitimiteitscrisis in Europa is, kan en moet er een nieuwe consultatieronde gevoerd worden en een nieuw eenheidspact gevormd. Het bindmiddel kan niet langer de euro zijn. De grote moeilijkheid inzake de tegenslagen voor links en de democratie in het algemeen in praktisch heel Europa is het dominante besparingsbeleid in de EU. Dat beleid is een val die links gevangen houdt. Het monetaire beleid snoert alles af.

Wat Europa van links in Latijns-Amerika kan leren: ¡Sí se puede!

Wat zich in Griekenland afspeelt, is een tragedie. Een regering hypothekeert de toekomst van dat land. Het volk neemt het niet langer maar zit vast aan de verbintenissen van vorige regeringen. Dit toont aan hoe sterk de vrijhandelsverdragen met de VS de soevereiniteit van landen beknotten. Brazilië is in de finale fase van de onderhandelingen over een vrijhandelsverdrag op de rem gaan staan. Sindsdien heeft dat land geen bilaterale akkoorden meer afgesloten. Zij die in de bilaterale val zijn getrapt, zijn ‘jodidos’, genaaid – Mexico meer dan welk land ook. Maar de ALCA (de Vrijhandelszone van de Amerika’s) is er nooit gekomen. Dat is de VS niet gelukt. Daardoor hebben we in Latijns-Amerika een zekere marge kunnen behouden.

De les voor Europa is, kort gesteld: ‘¡Sí se puede!’– Ja, het kan! In Latijns-Amerika zijn progressieve regimes erin geslaagd zich individueel te organiseren en de macht te grijpen, eerst in Venezuela, dan in Brazilië enzovoort. Daarna hebben ze zich regionaal verenigd. Dat is het verschil tussen Latijns-Amerika en Europa. In Europa wordt het Griekenland en Spanje onmogelijk gemaakt om hun eigen project uit te werken en zich te verenigen.

  1. Dit interview werd afgenomen op 18 september 2016 in Bredene. Journalist en schrijver Raf Custers en het informatieplatform ComuniCambio werkten mee aan de voorbereiding.

Footnotes

  1. Desarrollismo staat voor een economische ontwikkelingstheorie die beklemtoont dat de ontwikkeling van derdewereldlanden best verloopt door het scheppen van een sterke interne markt en het heffen van hoge invoerrechten op geïmporteerde goederen.