Artikels

De mythe van ‘bevrijdende’ bombardementen

Mathias Delori

—30 april 2026

‘Gerichte aanvallen’, satellietgestuurde gevechtsvliegtuigen, spitstechnologische raketten… Oorlog voeren met luchtbombardementen die op het eerste gezicht een eenvoudig videospel lijken, zou het mogelijk maken strategische doelen effectief te liquideren, zonder het leven van de eigen troepen in gevaar te brengen. De geschiedenis toont echter aan dat dit soort methodes naar een impasse leidt.

Shutterstock

Naar eigen zeggen streven Israël en de Verenigde Staten met hun luchtoorlog tegen Iran twee doelstellingen na. Ze zouden Teherans nucleaire programma willen vernietigen én een regimewissel beogen. De geschiedenis illustreert nochtans de praktische en ethische beperkingen van dit soort strategieën. De keuze voor luchtbombardementen is al te vaak het resultaat van de praktische overweging het eigen leger niet nodeloos in gevaar te willen brengen dan van de afweging hoe men het doel best kan bereiken. Die redenering is niet nieuw. In het begin van de 20ste eeuw leden de legers van landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zware verliezen in hun koloniën. Bommen afwerpen vanuit vliegtuigen leek hun plots een ideaal middel om deze gebieden te ‘pacificeren’, zonder hun eigen troepen aan gevaar te moeten blootstellen.

Die redenering gaat echter voorbij aan een essentieel gegeven: luchtbombardementen eisen meer ‘onschuldige’ slachtoffers dan de inzet van grondtroepen. Historicus David E. Omissi beschrijft het gewetensconflict van een Britse officier in Irak vóór de Tweede Wereldoorlog: “Lionel Charltons ontgoocheling over de bombardementen in het kader van ordehandhaving [‘policing by air’] begon toen hij naar Diwaniya [Irak] reisde, en er het plaatselijke ziekenhuis bezocht waar de slachtoffers van de Britse bommenwerpers herstelden van hun verwondingen. (…) Hij wilde de gebruikte methode veroordelen (…), maar hoopte tegelijk ook op een carrière bij de luchtmacht, (…). Als uitweg uit dat dilemma vroeg hij [in 1924] om ontslag uit zijn functie.”1

De keuze voor luchtbombardementen is meer het resultaat van de praktische overweging het eigen leger niet in gevaar te brengen dan van de afweging hoe men zijn doel het best kan bereiken.

Als men een bevolking wil stimuleren om een vijandige groep of een vijandig regime niet (langer) te steunen of er zelfs tegen in opstand te komen, vormt de ‘overdracht van de risico’s’2 naar burgers niet alleen een ethisch, maar ook een strategisch probleem. Dat werd pas duidelijk toen men de strategie ging toepassen tegen zogenaamde ‘beschaafde naties’. Nadat hij de reacties had bestudeerd van de bevolking op de Italiaans-Duitse luchtaanvallen op Barcelona in maart 1938, realiseerde psycholoog Eric Benjamin Strauss zich dat “gebombardeerden zich automatisch verenigen in een gemeenschappelijke haat en in een angst voor de onzichtbare vijand3 Ian Burney formuleerde eenzelfde bedenking over de nazi-aanvallen bij de Slag om Engeland in 1940.4

Mathias Delori is onderzoeker bij het Centre de recherches internationales (CERI). Hij is auteur van La Guerre contre le terrorisme comme rivalité mimétique, Peter Lang, Oxford, 2025.

Deze bedenkingen weerhielden het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten er echter niet van om tegen Duitsland een luchtoorlog te voeren die – zowel in tonnage als in aantal burgerslachtoffers –  meer dan tien keer zo intens was als wat Engeland had moeten ondergaan. Al in 1943 oordeelden Amerikaanse wetenschappers in een rapport dat “er geen aanwijzingen zijn om te besluiten dat de Britse en Amerikaanse bombardementen op Duitse steden de greep van de naziregering op de bevolking daadwerkelijk hebben verzwakt.”5 Dat belette het geallieerde commando niet het aantal bombardementsvluchten te verdubbelen.

Tegenover de 250.000 ton bommen op het Verenigd Koninkrijk in de drie voorgaande jaren, werden de Duitse steden tussen 1944 en 1945 getroffen door meer dan een miljoen ton van dat tuig. De verhoopte opstand van de Duitse burgers tegen hun regime bleef echter uit. Erger nog: econoom John K. Galbraith, auteur van een rapport over dit onderwerp uit 1945, kwam tot de conclusie: “De luchtaanvallen hebben Speer [Albert, minister van Bewapening] geholpen. (…) De stress die door de luchtaanvallen werd veroorzaakt, stelde hem in staat de energie van de bevolking te mobiliseren.”6 Ondanks deze zoveelste waarschuwing, pasten de Verenigde Staten dezelfde strategie toe in Japan. Volgens historicus Sheldon Garon brachten de verwoesting van Tokio en van tientallen andere steden in de eerste helft van 1945 een beslissende slag toe aan de Japanse oorlogsproductie. Toch speelden voor hem ook andere factoren een rol bij de capitulatie: met name de zeeblokkade, de oorlogsverklaring van de Sovjet-Unie en, volgens sommigen, de twee atoombommen van augustus 1945.7

De ‘risico-overdracht van de strijders van de aanvallende landen naar de burgers van de gebombardeerde landen is niet alleen een ethisch, maar ook een strategisch probleem.

De meeste deskundigen zijn het eens over de strategische ineffectiviteit van de bombardementen in Korea in de jaren 1950. Die conclusie weerhield de voorstanders van deze manier van oorlog voeren er in de jaren 1960 en 1970 niet van om opnieuw dezelfde strategie toe te passen in Vietnam, Cambodja en Laos. Het enige concrete resultaat ervan was de dood van miljoenen burgers.8

Technologie is ondertussen een factor geworden die de illusies rond deze strategie in stand houdt.  Vanaf de jaren 1990 geeft de wijdverbreide toepassing van twee nieuwe technische ontwikkelingen argumenten aan de voorstanders van luchtoorlogen. Enerzijds is er de expansie van wapens met geleidingssystemen, anderzijds is er de steeds doeltreffender software voor het beoordelen van nevenschade. Beide technologische ontwikkelingen worden voorgesteld als ‘moreel verantwoord’ omdat ze zouden toelaten én het oorlogsrecht te respecteren (ze richten zich ‘precieser’ op doelen die als vijandig worden herkend) én te garanderen dat de ‘nevenschade’ in verhouding staat tot het beoogde militaire effect.

Technologie is een factor die de illusies rond deze strategie in stand houdt.

Die manier van oorlogvoeren betekent zogezegd een stap vooruit tegenover wat politicoloog Martin Shaw omschreef als ‘tapijtbombardementen’ en als de “oude westerse manier van oorlogvoeren.”9 Eén voorbeeld ter illustratie: volgens Airwars vielen er bij de geallieerde luchtaanvallen op middelgrote Duitse steden in 1944-1945 op twee dagen tijd zo’n tienduizend slachtoffers. Bij Amerikaanse, Britse en Franse bombardementen tegen de Islamitische Staat (IS) kwamen ongeveer evenveel Iraakse en Syrische burgers om, maar dan gespreid over vier jaar tijd (2014-2018).10

Om één militant uit te schakelen doodt het militaire commando tientallen burgers

Het is echter belangrijk te benadrukken dat luchtoorlogen in de jaren 1990-2010 niet strategischer werden omdat ze minder doden eisten. Toen ze groepen aanvielen die niet over luchtverdedigingssystemen beschikten (Al-Qaida, IS), lieten ze die ‘vijanden’ slechts twee opties: niet reageren of aanvallen uitvoeren tegen de burgers van de landen die hen bombardeerden. In die zin veroorzaakten ze niet één, maar twee ‘risico-overdrachten’. De eerste is die van strijders van de aanvallende landen naar burgers in de gebombardeerde landen. De tweede is die naar burgers in de landen van waaruit gebombardeerd wordt. De bloedige aanslagen die Frankrijk vanaf 2015 troffen, zijn een illustratie van dit fenomeen.

In 2023-2024 maakte het Israëlische leger in Gaza gebruik van AI om een maximum aan zogenaamde ‘strijdersdoelen’ te identificeren. Die praktijk werd gerechtvaardigd met het argument dat men tientallen burgers mag doden om één militant uit te schakelen.

Bovendien kan men zich afvragen of de komst van kunstmatige intelligentie (AI) geen angstaanjagende stap terug is. In Gaza in 2023-2024 maakte Israël gebruik van deze nieuwe technologie om een maximum aan zogenaamde ‘strijders’ (meestal vermeende Hamas-militanten) te identificeren. Het militaire commando voerde vervolgens het (juridische) argument aan dat het aanvaardbaar was om tientallen burgers te doden om één militant uit te schakelen. Terwijl het de acties een ‘overlevingstintje’ gaf, veroorzaakte Tel Aviv een vorm van geweld die vergelijkbaar is met de grootste bombardementen uit de geschiedenis.11 De Israëlische vertegenwoordigers beroepen zich overigens op dat ‘overlevingsrecht’ om de Zuid-Afrikaanse aanklacht te weerleggen bij het Internationaal Gerechtshof als zou Tel Aviv het Verdrag schenden inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide. De doelstellingen van Israël en de Verenigde Staten in Iran zijn duidelijk verschillend, maar beide landen hebben al toegegeven dat ze AI gebruiken in hun software bij de selectie van bombardementsdoelen.

Vertaling van Mathias Delori “Le mythe des bombardements libérateurs”, Le Monde Diplomatique, april 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers.

Footnotes

  1. David E. Omissi, Air Power and Colonial Control. The Royal Air Force 1919-1939, Saint Martin’s Press, New York, 1990.
  2. Martin Shaw, The New Western Way of War. Risk-Transfer and Its Crisis in Irak, Polity Press, Cambridge, 2006.
  3. Eric Benjamin Strauss, « The psychological effects of bombing », The Royal Services Institution Journal, vol. 84, nr. 534, Londen, 1939.
  4. Ian Burney, « War on fear. Solly Zuckerman and civilian nerve in the Second World War », History of the Human Sciences, vol. 25, nr. 5, Londen, 2021.
  5. Gian P. Gentile, How Effective Is Strategic Bombing? Lessons Learned From World War II to Kosovo, New York University Press, 2001.
  6. The United States Strategic Bombing Survey (USSBS), The Effects of Strategic Bombing on the German War Economy, Washington, DC, 1945.
  7. Zie Kai Bird, « Moest de bom op Hiroshima worden gegooid? », Le Monde diplomatique, augustus 1995.
  8. Thomas Hippler, Le Gouvernement du ciel. Histoire globale des bombardements aériens, Les Prairies ordinaires, Parijs, 2014.
  9. Martin Shaw, The New Western Way of War…, op. cit.
  10. « Reported civilian deaths from US-led coalition strikes in Iraq and Syria », Airwars, 29 september 2022.
  11. Michael Spagat et al., « Violent and non-violent death tolls for the Gaza conflict », The Lancet Global Health, vol. 14, nr. 4, Londen, april 2026.