Dankzij de Europese Unie kent Europa nu al zeventig jaar een periode zonder oorlog. Zo vertellen de voorstanders van Europese integratie ons keer op keer. Ze verzwijgen dat de EU tot op vandaag ook een (neo)koloniaal project blijft.

De maagdelijke geboortemythe
Het grensbeleid van de Europese Unie (EU) eist dodelijke slachtoffers. De Europese Green Deal blijkt niet bestand tegen economische lobby’s. Intussen blijft de EU verregaande vrijhandelsakkoorden nastreven. De Global Gateway moet Europese belangen in het globale Zuiden blijven garanderen en de concurrentie met China op het Afrikaanse continent aangaan. De Critical Raw Materials Act bevordert het ontginnen van ruwe grondstoffen binnen en buiten de EU. De Europese defensie-industrie krijgt extra middelen, terwijl nationale overheden de duimschroeven verder moeten aanspannen. De houding van de EU tegenover de genocide in Gaza is wel zeer lauw. Zelfs exporteurs werkzaam in de illegale nederzettingen in Palestina kunnen vlotjes exporteren naar de Europese markt.
Voor progressieven zijn dit soort kritieken op het huidige beleid van de EU niet zo nieuw. Zij klagen vaak over de verrechtsing en vermarkting van het Europese project.1
Wat ooit een mooi verhaal van vrede en welvaart was, is de voorbije decennia bijna helemaal kapotgemaakt.
Wat wel nieuw is, en wat onderzoekers pas recent zijn gaan benadrukken, is dat de Europese constructie van bij haar oorsprong zelf diep geworteld is in koloniaal-kapitalistische (en racistische) logica’s. Het is dus niet zo dat de EU aanvankelijk, bij de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in de jaren 1950, een vredesproject was, en daarna geleidelijk aan afgeweken is van die oorspronkelijke idealen. Er zat al van bij het begin iets grondig scheef met dat Europese project.
Dat was lange tijd niet zo zichtbaar door de hardnekkigheid van twee mythes, zelfs in linkse middens, namelijk de ‘vredesmythe’ en de ‘maagdelijke geboortemythe’.2 Die mythes benadrukken dat de Europese landen na twee bloedige oorlogen een Europese constructie opgericht hebben om vrede te realiseren. Intussen zijn ook de kolonies van die Europese landen onafhankelijk geworden en is er een soort van postkoloniaal Europees project ontstaan. Vandaar de maagdelijke geboorte, want de EEG zou een nieuwe bladzijde inluiden en de oorlogen en kolonisatie achter zich laten. Want oorlog en kolonisatie, dat is zogezegd iets van de lidstaten en iets van het verleden.
Recent onderzoek, onder meer op basis van vrijgekomen archieven, toont duidelijk aan hoe de EEG moest tegemoetkomen aan de blijvende koloniale ambities van de lidstaten.3 Het Europese project was in essentie een poging om de nakende dekolonisering tegen te gaan en om Europees kolonialisme heruit te vinden op een hogere schaal. De EEG luidde geen nieuwe bladzijde in van de bloedige koloniale geschiedenis van Europa ; het was integendeel de bedoeling om de koloniale agenda’s voort te zetten, op een andere manier. Zo past het Europese project in de zoveelste recyclage van het koloniaal-kapitalistische project – plus ça change plus c’est la même chose.