Artikel

Corona en de terugkeer van de werkende klasse

Nic Görtz

— 23 juni 2020

De werkende klasse is nu zowel de held als het slachtoffer van de crisis. De uitdaging bestaat erin voort te bouwen op die eerste rol zodat ze die tweede niet moet blijven ondergaan.

“De crisis van de industriële systemen is geen voorteken van een nieuwe wereld. De samenleving die voor onze ogen uiteenvalt, is geen aanzet tot een nieuwe samenleving. Omdat de Geschiedenis zwijgt, staat iedereen er alleen voor.” Dat verkondigde de Franse filosoof André Gorz in Adieux au prolétariat, zijn boek uit 1980. Hij verklaarde daarin, en andere ideologen zijn hem daarin later gevolgd, dat “de werkers hun macht in het productieproces waren kwijtgeraakt en bijgevolg ook hun revolutionair potentieel.” Maar de Covid-19-pandemie veroorzaakte een crisis die het tegendeel bewijst, namelijk dat de werkende klasse de centrale spil van de productie uitmaakt, en biedt haar nieuwe mogelijkheden om zich van het kapitalisme te bevrijden.

Nuttig of nutteloos voor de maatschappij

“Het zijn niet de mensen met de chique kostuums die de boel hier laten draaien, maar wij, de mensen in de overals. In onze samenleving is het respect voor mensen die hun handen willen vuil maken, enorm gestegen”, zegt Walter Joos, vakbondsafgevaardigde bij Agfa Gevaert in Mortsel.1 Hij verwoordt een gevoel dat bij vele werknemers leeft. De huidige pandemie heeft inderdaad aangetoond dat de werkende klasse onontbeerlijk is en ze heeft ook laten zien, zoals socioloog Gérard Mauger het formuleert, “hoe nutteloos de nietsdoende klasse, de luierende klasse (een begrip van de Amerikaanse socioloog Veblen) is, de klasse die helemaal niets produceert (traders, bankiers, managers, consultants en adviseurs allerhande, communicatiespecialisten en gebakkenluchtverkopers …)”.2 Zij die vóór de crisis als helden werden beschouwd, die status hadden en een dik loon, die publieke erkenning en tv-aandacht kregen, misten maar aan een ding: maatschappelijk nut. En hun nut voor de samenleving, of veeleer hun nutteloosheid, is door de crisis aan het licht gebracht.

In 2009 brachten drie Britse onderzoekers al een studie uit over het maatschappelijk nut van verschillende beroepen. Ervan uitgaand dat elke activiteit — en dus elk beroep — zowel positieve als negatieve externaliteiten oplevert, wisten ze aan te tonen dat een fiscaal adviseur, wiens werk er vooral in bestaat te voorkomen dat de rijksten financieel moeten bijdragen aan de maatschappij, 47 keer meer waarde vernietigt dan creëert. Omgekeerd genereert een onderhoudsmonteur in een ziekenhuis, wanneer men in rekening brengt wat ziekte aan een patiënt en aan de overheid kost, 10 pond maatschappelijke waarde voor elk pond dat hij aan loon ontvangt.3 De studie toonde aan wat iedereen in de huidige crisis nu met eigen ogen kan zien: de rangschikking van de beroepen op basis van hun maatschappelijk nut — hoe onmisbaar ze zijn — staat in schril contrast met hun plaats in de rangschikking op basis van verloning en publieke waardering.4

Robert Reich, professor overheidsbeleid aan de Berkeley-universiteit (Californië), schat dat 30 % van de werknemers tijdens de coronacrisis een essentiële functie vervult. Dat zijn onder anderen het verzorgend personeel, thuishulpen, kinderverzorgsters, mensen die in de landbouw en in de voedselindustrie werken, vrachtwagenchauffeurs, magazijniers, werknemers bij het openbaar vervoer, mensen die in apotheken werken, schoonmakers, brandweermannen…5 Daarbij komen de werknemers uit de chemie die grondstoffen voor de aanmaak van chirurgische maskers produceren, vuilnisophalers, iedereen in de openbare diensten en werknemers zonder papieren, die in heel wat gevallen de onderste schakel in de keten van de voedselproductie vormen. Zij zijn de helden van de werkende klasse.

Zij die vóór de crisis als helden werden gezien — status, geld, erkenning, tv-aandacht — misten maar één ding: maatschappelijk nut.

Zonder die werknemers zouden we in tijden van pandemie niet overleven. We zouden niet verzorgd worden, geen eten hebben en niet veilig zijn. Nochtans worden die werknemers niet genoeg betaald, krijgen ze niet genoeg erkenning en worden ze vaak, maar ten onrechte, als ongekwalificeerd beschouwd.6 Professor Farris en vakbondsman Bergfeld merken op dat de kapitalistische productie hun arbeid nodig heeft om goed te draaien, “maar de kapitalisten willen hen zo weinig mogelijk betalen en als het even kan zelfs helemaal niets …”.7

Het maatschappelijk nut van die werknemers en de maatschappelijke nutteloosheid van de bezittende klasse onder de aandacht brengen, is voor de werkende klasse een eerste belangrijke stap in deze crisis. Het applaus en de steunbetuigingen voor de werknemers die ervoor gezorgd hebben dat het land blijft draaien, zijn belangrijk om dat alles in het collectieve bewustzijn te verankeren en zijn de aanzet voor de uitdaging die we nu moeten aangaan: de loon- en werkvoorwaarden van beroepen opnieuw in overeenstemming brengen met hun maatschappelijke nut. Maar er is meer.

Klassenstrijd in tijden van pandemie

Vanaf de eerste dagen van de lockdown zijn heel wat werknemers de strijd aangegaan. Ze streden voor hun gezondheid. Dat was in de eerste plaats het geval voor de werknemers in de essentiële sectoren, zij die ervoor moesten zorgen dat de maatschappij overeind blijft en die beschermd moesten worden, omdat ze rechtstreeks met het virus werden geconfronteerd. Maar ook de mensen in de niet-essentiële sectoren hebben moeten strijden om de productie tijdelijk stil te leggen en zo te voorkomen dat het virus zich verspreidde. Die gevechten brengen verschillende facetten van dezelfde klassenstrijd aan het licht. Ze tonen aan hoe cruciaal de macht over de productie in het kapitalistische systeem is. Ze maken duidelijk wie echt rijkdom creëert en plaatsen het punt van wat er geproduceerd wordt en in wiens belang, op de agenda.

Overal hebben vakbondsacties en stakingen levens gered, maar weer werd duidelijk dat de werkende klasse niets zomaar krijgt.

In die zin is de manier waarop werkgeversorganisaties op algemene stakingen reageren, vaak heel verhelderend. Zij hebben het over wat zo’n staking “kost” en bewijzen daarmee onrechtstreeks dat wanneer de werknemers niet werken, er geen rijkdom wordt geproduceerd. Volgens de Union des classes moyennes (de Waalse tegenhanger van UNIZO) heeft de laatste algemene staking in België (op 13 februari 2019) liefst 100 miljoen euro gekost.8 Alleen al de sluiting van de luchthaven van Zaventem was goed voor 10 miljoen euro.9 Economisch gezien zijn de gevolgen van de lockdown die we nu door de pandemie meemaken, vergelijkbaar met een algemene staking die wekenlang duurt: de werknemers zitten immers thuis en produceren niet. Het Internationaal Monetair Fonds schat dat door de crisis het wereldwijde bbp in 2020 en 2021 een krimp van 9.000 miljard dollar zal optekenen.10

Volgens Marx zijn er twee bronnen van rijkdom: natuur en arbeid. En die worden allebei uitgebuit. Het specifieke aan de uitbuiting van arbeid is dat die meerwaarde oplevert. En dat is wat de bezittende klasse interesseert. De meerwaarde is de waarde die de arbeid van de werknemer toevoegt bovenop de waarde die hij voor zijn arbeid betaald krijgt. En die meerwaarde eigent de kapitalist zich gratis toe. De meerwaarde is het resultaat van het niet-betaalde werk van de werknemers, het is de winst van de kapitalist. De toe-eigening van die meerwaarde (de uitbuiting) is alleen mogelijk omdat — momenteel — de kapitalistische klasse de productiemiddelen bezit, en niet de werkende klasse, die alleen maar haar arbeidskracht kan verkopen om te overleven.

Door de lockdown is de belangrijkste bezorgdheid van de bezittende klasse voor het eerst sinds lange tijd niet hoe ze meer meerwaarde kunnen creëren, maar simpelweg hoe ze zich die kunnen toe-eigenen. Anders gezegd, de kapitalisten moeten de werknemers doen werken. En het is in het licht van die fundamentele wetten dat we een analyse moeten maken van de manier waarop de Verenigde Staten, België en ook Italië bepaald hebben welke sectoren zogenaamd “essentieel” zijn. Het spreekt voor zich dat de zorgsector en de voedseldistributie overal als essentieel werden beschouwd, wegens hun belang voor de samenleving, maar het is verontrustend dat verschillende productiesectoren, zoals de automobielsector en de chemie, ook als essentieel werden beschouwd en wel in hun geheel.

In de Verenigde Staten bevatte de lijst met essentiële sectoren, opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, bijna alle takken van de verwerkende industrie.11 In België breidde het koninklijk besluit waarin de essentiële sectoren werden vastgelegd, het concept essentiële sector zo ruim uit dat twee van de drie miljoen werknemers in de privésector eronder vielen.12 Vanaf de eerste dag van de lockdown is de volledige chemische industrie op volle toeren blijven draaien. Koen De Kinder, vakbondssecretaris voor de sector, benadrukt de paradox: het spreekt voor zich dat bepaalde delen van de chemische sector essentieel zijn, bijvoorbeeld om plastic te maken om voedsel in te verpakken, maar “sommige onderdelen van de chemische sector, zoals de productie van kaarsen en plastic dozen, kun je toch niet als essentieel bestempelen”.13 In Italië hebben de machtige werkgeversorganisatie Confindustria en haar voorzitter alle middelen aangewend om ervoor te zorgen dat de productie kon doorgaan in de regio’s die het zwaarst door de pandemie werden getroffen en zo hebben ze ertoe bijgedragen dat het virus zich verder kon verspreiden en de dodentol zo hoog opliep.14

Evolutie van het totale aantal gevallen van COVID-19
Het verschil van het aantal gevallen in de twee regio’s (Lodi en Bergamo) van 24 tot 13 maart is verbluffend. Lodi (in groen) ging al vlug in quarantaine, maar in Bergamo (in oker) pas een hele poos later omdat de werkgeverslobby de algemene lockdown daar vertraagd had.
Bron: Jennifer Beam Dowd etal, Demographic science aids in understanding the spread and fatality rates of COVID-19, Oxford.

 

Op 12 april 2020 schreef de Italiaanse schrijver Roberto Saviano in Le Monde: “In Italië bleek de sterkste, meest performante en rijkste regio het minst bereid om de pandemie aan te pakken en de leiders daar hebben keuzes gemaakt waarvoor ze zich vroeg of laat zullen moeten verantwoorden.” En de schrijver van Gomorra voegde eraan toe: “Vandaag weten we dat men door te verhinderen dat arbeiders die essentieel waren aan de productielijn, zouden thuisblijven en door ze, voornamelijk in heel kleine bedrijven, te verplichten te kiezen tussen hun leven en hun werk, de massale besmetting in de hand heeft gewerkt. De hoge besmettingsgraad heeft een onwezenlijke dodentol geëist. Dit wordt zonder meer duidelijk: we hebben hier te maken met een regio waar de leidende klassen beslist hebben ‘ zich niet te laten tegenhouden’, zich bewust waren van het gevaar van een slachting en bewust de gok hebben gewaagd.”

Een onderhoudsmonteur in een ziekenhuis schept 10 pond maatschappelijke waarde voor elk pond dat hij aan loon ontvangt.

De verbetenheid waarmee de werkgeverslobby’s er alles aan deden om de sectoren van de verwerkende industrie tot de essentiële sectoren te rekenen, bewijst vooral hoe onmisbaar het werk van die werknemers is bij het creëren van de meerwaarde die de kapitalisten zich toe-eigenen. De uitbuiting van de arbeiders is essentieel voor de kapitalisten, zonder die uitbuiting overleven ze niet. Ze hebben ervoor gekozen hun winsten te maximaliseren, zelfs als dat betekent, zoals in Bergamo, dat werknemers voor hun kortetermijnwinst moeten sterven. Op tal van plekken verzetten de werknemers zich tegen die verbetenheid van de werkgevers. In verschillende sectoren legden de arbeiders de productie stil in fabrieken die niet absoluut noodzakelijke goederen produceerden. Ze legden ook zogezegd “essentiële” bedrijven stil die niet voldoende beschermingsmateriaal konden garanderen. Ze deden dat om levens te redden.

In Italië legden tienduizenden werknemers het werk neer met de slogan: “I lavoratori non sono carne da macello” (arbeiders zijn geen kanonnenvoer voor de baas). Er werd gestaakt in de productiesites van ILVA (staalindustrie) in Tarente. De stakingen breidden zich uit naar de distributiecentra van Amazon en ook in de fabrieken van Fincantieri, Leonardo en Fiat werd er niet langer gewerkt.15 Hetzelfde scenario zagen we in België: de arbeiders van Audi in Brussel, Volvo Trucks in Gent en Safran Aero Booster in Luik dwongen hun bedrijven de deuren te sluiten. In Frankrijk velde de rechtbank van Nanterre, onder druk van de vakbonden, een vonnis waarin het stelde dat Amazon France “zijn verplichting om veiligheidsmaatregelen te treffen en de gezondheid van zijn werknemers te beschermen duidelijk niet was nagekomen”. Het vonnis bepaalde dat Amazon alleen nog essentiële producten mocht versturen en dat het de vakbonden moest betrekken bij de risicoanalyse van de toestand in de magazijnen van het bedrijf.16

Overal hebben vakbondsacties en stakingen levens gered, maar eens te meer werd duidelijk dat de werkende klasse niets zomaar krijgt. Zowel tijdens de lockdown als tijdens de exitstrategie blijven de werkgevers in de aanval gaan. Tijdens de lockdown hebben grote werkgevers soms moeten toestaan dat de productielijnen tijdelijk werden stilgelegd, maar dat heeft hen niet tegengehouden om bij het heropstarten van de economie meteen het initiatief te nemen, ook al vonden de virologen dat men daar veel te vroeg mee begon. In de Belgische financiële krant De Tijd formuleerde Francis Van Eeckhout, de CEO van De Ceuninck Plastics, het als volgt: “Als het sterftecijfer weer naar 300 per dag17 gaat, moeten we misschien zeggen: ‘En dan?’”18

Sommige politici gingen daarin mee. Toen de epidemie volop woedde, verklaarde Trump, net zoals Boris Johnson en Bart De Wever, dat de remedie niet erger mocht zijn dan de ziekte en dat de economie weer op gang moest komen. Onder druk van de werkgevers voerden de regeringen verschillende gradaties van lockdown in en bouwden dei later ook aan verschillende snelheden weer af. In België keurde de regering uiteindelijk elementaire gezondheidsvoorschriften goed, maar die zijn er alleen gekomen door de arbeidersstrijd en de druk van de vakbonden, en, hoe cynisch het ook is, om ervoor te zorgen dat er genoeg gekwalificeerde arbeidskrachten overblijven, want de kapitalisten kunnen niet zonder hen.19 Tot die conclusie kwam Marx ook toen hij de eerste fabriekswetten analyseerde: eigenlijk beschermt de staat de kapitalisten tegen hun eigen kortzichtige hebzucht die de arbeid vernietigt.20

Wie moet welke rijkdom creëren?

Maar tijdens deze crisismaanden hebben we nog iets anders vastgesteld: de werknemers willen graag hun steentje bijdragen en produceren om aan de noden van de mensen te voldoen. In het kapitalisme worden de productie en de verdeling van goederen grotendeels aan de markt overgelaten. Bij een onverwachte crisis, bijvoorbeeld een epidemie, blijkt de “onzichtbare hand” van de markt niet in staat om de productie om te gooien en die af te stemmen op de noden. Dat hebben we gezien met de mondmaskers en het medische beschermingsmateriaal. De Belgische textielsector behoort wereldwijd tot de absolute top. Maar men bleek niet in staat om elke burger een mondmasker te bezorgen.

“De markt” heeft het probleem niet opgelost. Haar “onzichtbare hand” heeft tot de zomer van 2020 voor niet één enkel masker gezorgd. Het kapitalisme produceert producten immers niet omdat ze nuttig zijn, maar omdat ze winstgevend zijn. Dus een product dat nuttig, maar niet winstgevend is, wordt niet geproduceerd. En sommige nuttige producten werden enkel geproduceerd onder druk van de werknemers, die de marktwetten een trap onder de kont hebben gegeven. In Detroit (VS) is een deel van de autofabriek van General Motors omgebouwd om per dag 50.000 maskers te produceren. Robert Portugaise, ingenieur en productieleider bij General Motors, zegt daarover: “Ik had nooit gedacht dat ik ooit mondmaskers zou produceren. Maar vandaag doen we veel dingen waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze zou doen.”21

In Frankrijk zijn de werknemers van bedrijven die gearomatiseerde dranken, cosmetica en detergenten maken, erin geslaagd om, soms in slechts een paar dagen tijd, alle productielijnen om te bouwen en ten dienste te stellen van ziekenhuizen en de bevolking.22 Onder impuls van werknemers en ingenieurs werden “comfortproducten” vervangen door producten die levens helpen redden. Luxfer, een fabriek die zuurstof produceerde en op het punt stond gesloten te worden, is door de werknemers zelf weer op gang getrokken, zowel om banen te behouden als om aan de gezondheidsnoden tegemoet te komen.23 In Spanje hebben de werknemers van SEAT, daartoe aangezet door de vakbond Comisiones Obreras, ademhalingstoestellen geproduceerd en samen met de naaisters van Pronovias, een atelier dat trouwjurken maakt, maken ze nu mondmaskers.24 In Herstal, in België dus, hebben de werknemers van Safran Aero Booster, een firma die vliegtuigonderdelen bouwt en toeleverancier is van Airbus en Boeing, in hun fabriek onderdelen voor beademingstoestellen geproduceerd. “Na de noodkreet van de ziekenhuizen is een team van ingenieurs, arbeiders en technici aan de slag gegaan om met onze machines vervangstukken te maken voor de beademingstoestellen: debietmeters. Dat is een onderdeel van een beademingstoestel dat na elk gebruik vervangen moet worden, en de ziekenhuizen hebben daar nu dus een tekort aan”, vertelt Stefano Scibetta, vakbondsafgevaardigde in de fabriek.25

Onder druk van de werkgevers hebben regeringen verschillende gradaties van lockdown ingevoerd en afgebouwd.

Produceren in het belang van de bevolking is niet hetzelfde als produceren in het belang van de multinationals. En net omdat de crisis heeft aangetoond dat het anders kan, zetten regeringen en multinationals alles op alles om zo vlug mogelijk naar business as usual terug te keren. Niet alleen om te verbergen dat de toe-eigening van meerwaarde de gezondheid van de werknemers schaadt, maar ook om te verdoezelen dat de kapitalistische logica, namelijk op zoek gaan naar maximale winst, ervoor zorgt dat we niet produceren met het oog op de noden die gepland en voorzien kunnen worden, maar met het oog op winst op korte termijn. Leonard Cohen zong “There is a crack in everything, that’s how the light gets in” (overal zit er wel een scheur, zo komt het licht naar binnen).26 De pandemie heeft een nieuwe bres geslagen in de tempel van het kapitalisme. De uitzonderlijke omstandigheden zijn beginnen bewijzen dat het mogelijk is de productie te organiseren volgens de noden van de bevolking en niet volgens de winst, dat de economie ten dienste kan staan van de bevolking en niet van de belangen van de aandeelhouders.

Ricard Juan Escrich, vakbondssecretaris van Comisiones Obreras bij SEAT-Barcelona: “Deze crisis maakt voor iedereen duidelijk dat het de werknemers zijn die ervoor zorgen dat de samenleving overeind blijft, of het nu gaat om de werknemers in de transportsector, de landbouw, de openbare diensten, de kassiersters in de supermarkten, al wie zieken verzorgt of zorg draagt voor kwetsbare mensen, voor ouderen. Zij zijn het die ervoor zorgen dat de economie nu ten dienste staat van de bevolking.” Waarom zou het niet altijd zo kunnen zijn?

In de post-coronasamenleving moet de werkende klasse centraal staan

Door de coronacrisis begint de overgrote meerderheid van de werkende klasse zich vragen te stellen en de voorwaarden te scheppen om het klassenbewustzijn opnieuw op te bouwen. Waarom moet dat opnieuw opgebouwd worden? De werkende klasse — met een actieve kern in de productie en in vele andere geledingen van loontrekkenden — is objectief gezien de klasse die rijkdom produceert. En ze heeft het in zich om de hoofdrol te spelen als het erop aankomt het economische systeem te veranderen, maar ze is zich daar niet langer van bewust. Zeker sinds de neoliberale aanvallen van de jaren ’80. De toenemende versnippering van de werkende klasse, de achteruitgang van haar organisaties en haar bewustzijn zijn meer dan eens een aanleiding geweest om haar einde te aan te kondigen. Vele ideologen, ook linkse — Gorz in de jaren 1980, Hardt en Negri in het midden van de jaren 1990 — hebben daaraan bijgedragen.

Met die overlijdensberichten wou men alles in één keer begraven: de werkende klasse, haar belangen en haar rol in de strijd voor een verandering van de productieverhoudingen. Dat dalende klassenbewustzijn, versterkt door theorieën met linkse accenten, heeft een ideologische verwarring uitgelokt waarbij, zoals het Franse sociologenkoppel Pinçon-Charlot opmerkt, “de dominantie van de burgerij wel de natuurlijke orde lijkt te zijn, een idee waar een groot deel van het volk in meegaat”.27 De pandemie heeft een schok teweeggebracht en de strijd die eruit is voortgevloeid, kan iets aan die zienswijze doen. Vakbondssecretaris Arnaud Levêque beschrijft wat we eraan kunnen doen:

“Als de vakbonden erin slagen een collectief bewustzijn te creëren op basis van de verschillende persoonlijke gevoelens, ontstaat er een bres waardoor er bij de werkende mensen opnieuw een “klassenbewustzijn” kan ontstaan. Een bewustzijn dat kan leiden tot de omkering van krachtsverhoudingen, die door de opkomst van het neoliberalisme veertig jaar lang zo in ons nadeel waren. In die periode is de bereidheid van de vakbonden om voor maatschappelijke verandering te strijden langzaam maar zeker geslonken, tot er bijna alleen nog mooie retoriek overbleef, waarin nog altijd echte overtuiging doorklonk, maar die in de toenmalige context zo goed als onuitvoerbaar was. Maar door de Covid-19-pandemie is de context brutaal veranderd. De crisis heeft aangetoond hoe de geschiedenis echt evolueert. Ze heeft een waaier aan mogelijkheden geopend, maar dan moeten we ons wel bewust zijn van onze collectieve kracht.

Onze tegenstanders, de kapitalisten, de neoliberalen, de bewakers van de heersende orde, beseffen dat hun belangen gevaar lopen en dat de mist waarmee ze ons bewustzijn zo lang hebben bestookt, langzaam optrekt. Als sluwe strategen zullen ze deze crisis aangrijpen als een kans om, goedschiks of kwaadschiks, hun maatschappijbeeld op te leggen, de arbeidsmarkt te dereguleren, “alles aan de markt over te laten” en openbare diensten te privatiseren (sociale zekerheid, openbare dienstverlening, gemeenschapsdiensten enz.). En daarbovenop zullen zij ons, dat spreekt voor zich, de rekening voor de crisis presenteren. […]

Wij moeten een echte strategie uitwerken en die snel ten uitvoer brengen, voordat de bres die de pandemie geslagen heeft, wordt gedicht. Maar die strategie moet ook en vooral op de lange termijn focussen. Ze zal moeten opgewassen zijn tegen de uitdagingen van onze tijd, ze moet ons in staat stellen ons te verzetten tegen die reactionaire krachten en tegelijk moet ze ons in onszelf doen geloven en ons mobiliseren om een toekomst op te bouwen die goed is voor iedereen, ongeacht de plaats die iemand op dat moment in onze samenleving inneemt. Het moet een offensieve strategie zijn, een strategie die het land al tientallen jaren niet meer gekend heeft en waarbij het onvermijdelijk tot een frontale confrontatie met de oude wereld zal komen.[…] De macht over de arbeid weer in handen nemen, dus over het proces waarmee rijkdom wordt geproduceerd, over de inhoud van en de voorwaarden voor de productie betekent hetzelfde als de collectieve macht over de maatschappij weer in handen nemen. En de maatschappij, dat zijn wij.”28

De uitdaging bestaat er dus in de werking van de economie opnieuw de juiste richting uit te sturen: de werkende klasse, zich ervan bewust dat zij de enigen is die rijkdom produceert, moeten een ander statuut krijgen; ze mogen niet langer gezien worden als een “kost”, maar als de motor van verandering. We moeten een economisch systeem uitwerken dat fundamenteel anders is dan het kapitalisme, een systeem waarin de werkende klasse centraal staat, gevrijwaard wordt van uitbuiting, over de productie beslist en, in ruimere zin, de richting bepaalt die de samenleving uitgaat. Waarbij we die zaken dus niet langer overlaten aan de 1% rijksten in de samenleving.

De Belgische textielsector behoort tot de absolute wereldtop, maar kon elke burger geen mondmasker voorzien.

Om dat te verwezenlijken is de syndicale strijd natuurlijk cruciaal. Maar ook de politieke strijd. Om ervoor te zorgen dat de werkende klasse reageert “tegen elk misbruik, tegen elke blijk van willekeur, onderdrukking en geweld, ongeacht welke klassen daar het slachtoffer van zijn”,29 dus niet alleen zijzelf, maar ook alle andere lagen van de bevolking, zoals de kleine zelfstandigen en de landbouwers. In een tekst over de essentie van het marxisme schreef Lenin dat “de mensen domme slachtoffers van bedrog en zelfbedrog in de politiek waren en blijven, zolang ze achter alle morele, religieuze, politieke en sociale frases, verklaringen en beloften niet de belangen van deze of gene klasse weten te ontdekken. De voorstanders van hervormingen en verbeteringen zullen altijd weer bedrogen worden door de verdedigers van het oude, zolang ze niet inzien dat elke oude instelling, hoe barbaars en verrot die ook mag zijn, zich staande houdt door de kracht van deze of gene heersende klassen. Om de weerstand van die klassen te breken bestaat er maar één middel: in de ons omringende maatschappij die krachten vinden, opvoeden en organiseren die de macht kunnen en, gezien hun maatschappelijke positie, ook moeten vormen om het oude uit de weg te ruimen en het nieuwe te creëren.”30

De werkende klasse kan waar ook ter wereld vandaag de drijvende kracht zijn achter het ontstaan van een nieuwe wereld. Ze is nu zowel de held als het belangrijkste slachtoffer van de crisis. De uitdaging bestaat erin voort te bouwen op die eerste rol zodat ze niet langer die tweede vervult. Immers alleen een klasse die trots is op zichzelf en zich bewust is van haar belangen, is in staat te strijden voor een samenleving waarin het kapitalisme aan de kant is geschoven.

Footnotes

  1. Walter Joos, “Spanning loopt op bij Agfa-Gevaert te Mortsel: “Wij zijn meer waard dan een stuk chocolade””, De Wereld Morgen, 12 mei 2020.
  2. Sylvester Rome, “Débat. Classes populaires: vers une reconnaissance de celles et ceux qui font réellement tourner le pays?l’Humanité, 24 avril 2020.
  3. Eilis Lawlor, Helen Kersley, Susan Steed, “A bit rich”, New Economics Foundation, 14 december 2009.
  4. Rome, ibid.
  5. Robert Reich, “Covid-19 pandemic shines a light on a new kind of class divide and its inequalities”, The Guardian, 26 april 2020.
  6. Lizzie O’shea, “Les emplois non qualifiés n’existent pas”, Le Monde diplomatique, mei 2020.
  7. Mark Bergfeld, Sara Farris, “The COVID-19 Crisis and the End of the “Low-skilled” Worker”, Spectre Journal, 10 mei 2020.
  8. “Le grève nationale a coûté 100 millions d’euros à notre économie !” RTL Info, 15 februari 2019.
  9. “Grève de mercredi: un préjudice “de 10 à 13 millions” pour Brussels Airport”, l’Avenir, 10 februari 2019.
  10. Gita Gopinath, “The “Great Lockdown”: the Worst Economic Downturn Since the Great Depression”. IMF, 14 april 2020.
  11. Kim Moody, “How “Just-in-Time” Capitalism Spread COVID-19”, Spectre Journal, 8 avril 2020.
  12. “Secteurs essentiels: le gouvernement joue avec la santé de 2/3 des travailleurs, selon le PTB”, La Libre, 26 maart 2020.
  13. “Koen De Kinder (ACV Bie): “Belangrijk om veiligheidsmaatregelen overal afdwingbaar te maken””, Solidair, 17 april 2020.
  14. Hugues Le Paige, “Covid 19: crimes et profits du patronat italien”, Politique, 21 april 2020.
  15. Olivier Tosseri, “Coronavirus: grèves en Italie pour garantir la protection des salariés”, Les Echos, 14 maart 2020.
  16. “Coronavirus: la justice ordonne à Amazon France de limiter son activité aux produits essentiels”, RTBF, 14 april 2020.
  17. Het hoogste dagelijkse sterftecijfer van Covid-19 bedroeg 340 doden. Dat was op 12 april 2020. Zie https://statbel.fgov.be/fr/covid-19-donnees-statbel.
  18. De Tijd, 24 april 2020.
  19. Regels die vaak worden overtreden: zo hebben de arbeidsinspecties in België tijdens de eerste weken van de lockdown bij 85% van de geïnspecteerde ondernemingen inbreuken op de wet vastgesteld.
  20. Marx, Het Kapitaal, Boek I, Hfdst. 13.
  21. Michael Wayland, “We went inside the GM plant making coronavirus face masks. Here’s what it looked like”, CNBC, 24 april 2020.
  22. “Région par région, la reconversion des entreprises pour lutter contre le Covid-19”, L’Usine Nouvelle, 3 april 2020.
  23. Hadrien Clouet & Maxime Quijoux, “The Pandemic Response Shows How Workers Defend the Interests of All Humanity”, Jacobin, 7 mei 2020.
  24. Julie Maenaut, “Spaanse naaisters en autobouwers slaan handen in elkaar en maken samen mondmaskers”, Solidair, 27 maart 2020.
  25. Alice Bernard, “Luchtvaartbedrijf ligt tijdelijk stil, arbeiders produceren nu onderdelen voor beademingsapparatuur”, Solidair, 2 april 2020.
  26. Leonard Cohen, Anthem, 1992.
  27. Maulde Urbain-Mathis, “Michel Pinçon, Monique Pinçon-Charlot, La violence des riches. Chronique d’une immense casse sociale”, Lectures [Online], Les comptes rendus, 2014, online 27 oktober 2014, geraadpleegd op 21 mei 2020.
  28. Arnaud Levêque, “Crise du covid-19, monde du travail et stratégie syndicale”, Politique, 18 april 2020.
  29. V.I. Lenin, Wat te doen, 1902, “Trade-unionistische en sociaal-democratische politiek, c ) De politieke onthullingen en de opvoeding tot revolutionaire activiteit”.
  30. V.I. Lenin, Drie bronnen en drie bestanddelen van het marxisme, 1913.