Artikels

Cloud, platforms en zoekmachines zijn instellingen van openbaar nut

Big Tech beschikt over een buitengewone macht om de hele economie te controleren. We kunnen het ons niet veroorloven om volledig gevangen te zitten in de netwerken van Big Tech stelt econome Cecilia Rikap. Europa heeft nood aan een alternatief digitaal ecosysteem.

De kennis, het onderzoek en de technologieën die in Europese universiteiten en openbare instellingen worden ontwikkeld, worden steeds vaker overgenomen en te gelde gemaakt door Amerikaanse Big Tech-bedrijven. Als gevolg hiervan is de Europese Unie digitaal afhankelijk van buitenlandse platforms die niet alleen onze gegevens controleren, maar ook hoe we communiceren, werken, denken en uiteindelijk hoe we ons leven leiden.

Cecilia Rikap, universitair docent economie en hoofd onderzoek aan het Institute for Innovation and Public Purpose van het University College in Londen, stelt dat deze afhankelijkheid niet alleen een economische maar ook een democratische kwestie is. Voor haar gaat digitale soevereiniteit over wie bepaalt hoe technologieën worden ontworpen, bestuurd en gebruikt.

In dit interview legt Rikap uit hoe de marktgestuurde aanpak van de EU er niet in slaagt om echte digitale onafhankelijkheid op te bouwen, waarom publieke infrastructuur — datacentra maar ook platforms en modellen — essentieel is voor democratische innovatie en hoe Europa nog steeds de controle over zijn digitale toekomst kan terugwinnen.

Kirsten Van Gestel & Klara Ledroit. Wat is digitale soevereiniteit?

Cecilia Rikap Digitale soevereiniteit is in wezen een kwestie van bestuur en beslissingsbevoegdheid. Wie beslist welke digitale technologieën worden ontwikkeld, hoe ze worden ontworpen, wie er toegang toe heeft en onder welke voorwaarden? Omdat digitale technologieën onlosmakelijk verbonden zijn met gegevens, gaat digitale soevereiniteit ook over gegevensbeheer: welke gegevens worden verzameld, wie heeft er toegang toe en welke gegevens mogen nooit worden opgevraagd (omdat ze te gevoelig of te persoonlijk zijn)?

Als ik het heb over digitale soevereiniteit, heb ik het dus over democratie. Ik heb het over de capaciteit vergroten van werknemers, burgers en openbare instellingen om collectief vorm te geven aan het digitale heden en de digitale toekomst, in plaats van deze beslissingen over te laten aan een kleine groep bedrijven. Veel actoren, zoals werknemers, vakbonden, middenveldorganisaties enzovoort, worden sterk beïnvloed door digitale technologieën, maar zitten momenteel niet mee aan tafel.

Cecilia Rikap is hoogleraar economie aan het University College London. Zij is gespecialiseerd in vraagstukken met betrekking tot digital governance.

Soevereiniteit wordt over het algemeen geassocieerd met grondgebied. Dit is een zeer beperkte manier van kijken, vooral in een digitale wereld. Landen in het Zuiden zijn vaak formeel soeverein op hun grondgebied, maar worden wel onderworpen aan de voorwaarden van degenen die internationale leningen verstrekken, leningen die ervoor zorgen dat hun economie kan blijven draaien. Bovendien hebben ze een geschiedenis van multinationals die natuurlijke hulpbronnen ontginnen, die regeringen onder druk zetten voor regulering enzovoort. Dit alles belemmert de soevereiniteit binnen een gebied.

Helemaal verkeerd is het koppelen van soevereiniteit aan grondgebied in een digitale wereld waar alles met elkaar verbonden is. Het is niet nodig dat elk stukje digitale technologie op Europese bodem wordt geproduceerd om meer Europese digitale soevereiniteit te hebben, maar de technologieën die we krijgen, moeten wel de technologieën zijn waarvan we collectief menen dat ze beter zijn. We moeten ze kunnen onderzoeken en begrijpen hoe ze opgezet zijn.

Het gaat er niet om alles zelf te produceren, maar om te beslissen wat er wordt geproduceerd en hoe. Toonaangevende bedrijven zijn niet toonaangevend omdat ze alles zelf produceren. Sterker nog, ze besteden de productie uit, maar houden de beslissingsbevoegdheid. Soevereiniteit gaat over het democratiseren van de beslissingsbevoegdheid in de digitale ruimte.

De tech-industrie is voor veel mensen iets ongrijpbaars, het wordt vaak geassocieerd met Silicon Valley en winstgedreven “tech-bros”. Kun je uitleggen wat hier echt op het spel staat?

We kunnen beginnen bij iets wat bijzonder gevoelig ligt, namelijk internet- en socialemediaverslaving. Sociale media komen voornamelijk uit de VS en in tweede instantie uit China. Deze platforms werken met ondoorzichtige algoritmes die zijn ontwikkeld met behulp van kennis die deels in Europa is geproduceerd. Europa heeft echter geen capaciteit om die algoritmen open te stellen en te controleren. Moderatie achteraf is niet genoeg. Contentmoderatie wordt door de bedrijven zelf gedaan. Het is alsof een regering besluit dat ze geen politiesysteem nodig heeft, en dat ze criminelen gaat vertellen dat ze zichzelf in de gaten moeten houden. Dat zou natuurlijk ondenkbaar zijn. Maar in het geval van sociale media wordt de moderatie overgelaten aan de bedrijven zelf.

Sociale media worden ook voortdurend gebruikt ; het is een basiscommunicatiemiddel. Toch hebben we geen idee hoe ze werken in termen van de werkelijke code die eraan ten grondslag ligt. We hebben geen toegang tot de belangrijkste variabelen die worden gebruikt om te beslissen welk nieuws we ontvangen en welk nieuws we niet te zien krijgen, wie ons bericht ontvangt en wie niet. Ons wordt verteld dat dit veel democratischer is dan wat we voorheen hadden. Voorheen hadden we slechts een paar geconcentreerde media die informatie naar buiten brachten en was het onmogelijk om door anderen te worden gehoord. Maar wat we vandaag de dag zien is dat je iets online kunt zetten en dat niemand je zal horen of het zal lezen, tenzij het zakelijk of politiek strategisch is voor deze bedrijven om je boodschap onder de aandacht te brengen. Dit heeft ertoe geleid dat er meer extreemrechtse berichten online worden gedeeld en weergegeven dan andere soorten berichten.

Ik heb interviews gedaan waarbij mensen die voor deze bedrijven werken expliciet zeiden dat ze me zelfs konden zeggen wat voor soort algoritmes werden gebruikt om socialemediaverslaving verder aan te wakkeren. Er was ook nieuws dat Meta en YouTube (dat eigendom is van Google) afspraken hadden gemaakt om te proberen tieners meer tijd op hun apps te laten doorbrengen. De toekomstige generaties worden niet geïnspireerd door kritisch nadenken, voeren geen discussies thuis of met klasgenoten, lezen geen boeken en groeien niet op als kritische individuen. Ze groeien op als internetverslaafden die de hele dag scrollen zonder echt betrokken te raken of kritisch na te denken.

Met generatieve AI bereikt dit nog een ander niveau. Wanneer we als individu vragen die ons worden gesteld uitbesteden aan een AI-model, besteden we ons denkvermogen uit. Als we ons denkvermogen niet gebruiken, komen we uiteindelijk in situaties terecht waarin we niet langer op ChatGPT kunnen vertrouwen en we het vermogen verloren zijn om zelfstandig te reageren. En dan is er ook nog het probleem van de nauwkeurigheid. Geeft ChatGPT ons altijd goede antwoorden? Zeker niet, maar mensen negeren dat vaak en nemen die antwoorden voor waar aan.

Tegenwoordig brengt generatieve AI ons denkvermogen, en in het bijzonder ons vermogen om kritisch te denken, in gevaar. Hoewel het lijkt alsof het ons tijd bespaart en het heel nuttig kan zijn, gaat het probleem veel verder dan digitale geletterdheid ; weten waarvoor we AI kunnen gebruiken en waarvoor niet. AI blijft een zwarte doos 1 voor de meerderheid van onze samenleving. En zolang het een zwarte doos blijft, kunnen we niet begrijpen hoe het werkt en zullen we het niet demystificeren. Ik ben ervan overtuigd dat we een beter begrip nodig hebben van hoe bedrijven ons beïnvloeden. We moeten begrijpen hoe bedrijven verantwoordelijk zijn voor het feit dat we in zo’n ongelijke maatschappij leven, maar we moeten ook begrijpen hoe we als individuen worden gecontroleerd.

Klara Ledroit is parlementair medewerker van Marc Botenga, lid van The Left in het Europese parlement.

Er was een stuk van een journalist van de New York Times enkele jaren geleden, waarin ze beschreef hoe ze probeerde te leven zonder Google, Microsoft en Amazon — zonder Big Tech — en hoe ze daarin faalde. Het lijkt misschien makkelijk om gewoon wat apps te wissen, maar wat we niet altijd beseffen is dat Big Tech ook de meer onzichtbare delen van het digitale ecosysteem beheert. Zo kunnen ze toezicht houden op alles wat er gebeurt, niet alleen in de technische wereld maar ook daarbuiten. Ze kunnen het mondiale kapitalisme besturen en daarom moeten we ons zorgen maken. We moeten nadenken over hoe we leven, hoe we produceren en hoe we toegang hebben tot informatie.

Links houdt zich vaak niet zoveel bezig met de nieuwste technologische ontwikkelingen, waarom zou technologie een zorg moeten zijn voor progressieven?

Digitale technologieën zijn diep verweven met de grote crises waar progressieven zich zorgen over maken. Migratie, arbeid en de ineenstorting van het milieu worden allemaal gevormd door digitale systemen. Aan de grenzen worden bewakingstechnologieën van Big Tech-bedrijven en hun partners, zoals Palantir, gebruikt om te beslissen wie er binnen mag. Ecologisch gezien hebben digitale technologieën een materiële impact die de milieucrisis verergert, van de winning van lithium en zeldzame aardmetalen tot het verbruik van energie en water door datacenters.

Als we het over arbeidsomstandigheden hebben, kunnen we dat niet doen zonder het ook te hebben over het gebruik van artificiële intelligentie en andere vormen van algoritmisch management op de werkplek. We moeten nadenken over hoe generatieve AI creatieve taken en jobs zoals de mijne vervangt. Dit betekent niet dat elke onderzoeker, journalist of ontwerper zal verdwijnen. Creatieve en cognitieve taken worden echter steeds meer geautomatiseerd of gefragmenteerd, wat leidt tot verdeling van de arbeidsmarkt: een minderheid met stabiele, goedbetaalde banen en een groeiende meerderheid met onzeker of informeel werk. Deze verdeling is rechtstreeks verantwoordelijk voor de toenemende ongelijkheid waarvan we getuige zijn. Belastingsystemen zijn ook niet voorbereid op digitaal kapitalisme en de grootste techbedrijven behoren tot de meest succesvolle belastingontduikers.

Op dit moment komen de meeste digitale diensten uit de VS. Ze komen van bedrijven als Google en ChatGPT, met wat technologie uit China. Waarom is het problematisch om op één land te vertrouwen en vooral op de VS?

Een voor de hand liggende kwestie is de rechtsbevoegdheid, een kwestie die niet lang geleden ook in de Franse Assemblée aan de orde werd gesteld, door een medewerker van Microsoft. Onder de Amerikaanse CLOUD Act kunnen Amerikaanse autoriteiten Amerikaanse bedrijven dwingen om hen toegang te geven tot gegevens, zelfs als ze buiten de Verenigde Staten zijn opgeslagen. Met andere woorden, zelfs als hun datacenters zich in Europa bevinden, moeten deze bedrijven gegevens delen met de Amerikaanse overheid. Dit is zeer problematisch, want dit gaat over Europese persoonsgegevens, openbare gegevens en bedrijfsgegevens. Alleen al het bestaan van deze mogelijkheid zou alarmerend moeten zijn voor de Europese Unie.

Digitale soevereiniteit is een kwestie van beslissingsbevoegdheid. Wie beslist welke technologieën worden ontwikkeld, hoe ze worden ontworpen, wie er toegang toe heeft en onder welke voorwaarden?

Maar dit is slechts een deel van het verhaal, want het gaat er niet alleen om over wie toegang krijgt tot de gegevens. Digitale technologieën bepalen welke informatie we ontvangen en hoe we die ontvangen. Op basis van informatie nemen zowel overheden als burgers over de hele wereld beslissingen. Wat we uiteindelijk doen, is de beslissing uitbesteden over hoe we beslissingen nemen en hoe we onszelf en onze landen besturen. We besteden die beslissing uit aan een aantal bedrijven uit een land dat volledig buiten de jurisdictie van de Europese Unie valt.

De economische kant is een ander deel van het probleem. De afhankelijkheid zorgt voor een handelstekort. Terwijl er veel aandacht wordt besteed aan invoerrechten en het goederenoverschot van de EU met de VS, heeft de VS een aanzienlijk overschot in digitale diensten, maar dit komt zelden aan bod in discussies over handel. De VS-overheid kan digitale dienstverleners verzoeken om een contract met een Europese organisatie te beëindigen. Dit zal de werking van die organisatie volledig stilleggen. Zonder digitale diensten, zonder informatiesystemen, kunnen organisaties niet functioneren in het huidige kapitalisme. De VS heeft dit gedaan met het ICC 2 tijdens hun onderzoek naar de genocide in Gaza. De hoofdaanklager van het strafhof had geen toegang tot zijn e-mail omdat Microsoft zijn Outlook-abonnement had opgezegd op verzoek van de VS.

Het is problematisch om te vertrouwen op een provider uit een land dat heel openlijk zegt dat ze de rest van de wereld willen besturen. De VS willen dat hun bondgenoten hun technologieën gebruiken en als hun bondgenoten niet meewerken, worden ze vijanden. Het zou trouwens niet heel anders zijn mocht men technologie gebruiken van Chinese Big Tech, wiens relatie met de Chinese overheid lijkt op die van Trump en Amerikaanse Big Tech. Meer dan ooit zou dit de Europese Unie zorgen moeten baren.

De EU probeert te reageren op het digitale monopolie van de VS door de AI Act, de Chips Act, de Space Act enz. te implementeren. Al deze maatregelen pakken het digitale beleid op de een of andere manier aan, maar de EU loopt nog steeds achter de feiten aan. Het lijkt erop dat de EU het probleem probeert op te lossen met regelgeving, waarom is dit niet genoeg? Waarom is dit de verkeerde aanpak?

Het grootste probleem is dat de EU en de meeste perifere regeringen op aarde nog steeds last hebben van ‘ silo-denken ’ (geïsoleerd werken zonder informatie te delen, red.), ze zien de wereld door de lens van economieën die duidelijk gedefinieerd zijn binnen nationale grenzen. Binnen elke economie zien ze afzonderlijke sectoren en onafhankelijke markten. Daarom heeft de EU zoveel verschillende wetten, in plaats van te beseffen dat de wereld extreem verbonden is. Dit is nog duidelijker in het geval van technologie. Digitale technologieën worden geproduceerd in een enorm wereldwijd netwerk. Het heeft geen zin om je te richten op één exclusieve markt. Door je te richten op één markt zie je uiteindelijk door de bomen het bos niet meer.

Kirsten Van Gestel werkt als politiek adviseur op het gebied van industrie en digitale technologieën in het Europees Parlement. Ze is ook actief in de vakbondsrelaties op Europees niveau.

Europa is de enige kernregio ter wereld die niet aan het plannen is, wat verrassend is. De VS-regering heeft een coalitie met Big Tech en wat ze doen is economische planning 101. Ze plannen niet alleen de ontwikkeling van de technologieën zelf, maar ook de toepassing van hun technologieën over de hele wereld. De VS-overheid heeft besloten om 10 % van het aandelenkapitaal van Intel te kopen omdat ze het zich niet kan veroorloven om Intel failliet te zien gaan, gezien de plaats van het bedrijf in de waardeketen. Dit is economische planning in actie. Bovendien weet iedereen dat de Chinese regering ook plannen maakt. Digitale technologieën worden uitgerold door middel van planning, niet door het creëren van markten en zeker niet door het creëren van concurrerende markten.

De EU beweerde onlangs dat ze het “continent van AI” wilde worden, maar zoals we hebben besproken, bevinden de monopolies zich in de Verenigde Staten en China. Kun je ons vertellen waarom Europa niet betrokken is bij de ontwikkeling van AI?

Laat ik beginnen met te zeggen dat Europa wel degelijk betrokken is bij de ontwikkeling van AI. Het feit dat Europa de winst niet opstrijkt en het feit dat Europa minder concurrerend lijkt te zijn op het gebied van AI, betekent niet dat Europa niet de basisinputs produceert die nodig zijn om AI te creëren.

Europa’s vermeende concurrentiekloof met de Verenigde Staten is op zijn minst gedeeltelijk het resultaat van de intellectuele rente die het betaalt aan monopolies in de VS. Deze bedrijven profiteren van kennis die vaak samen met Europese universiteiten, onderzoekers en openbare instellingen is geproduceerd. Publiekelijk gefinancierde kennis “vloeit” niet zomaar op een neutrale manier naar Big Tech ; deze kennis wordt actief buitgemaakt door platformcontrole en strategische positionering in digitale waardeketens

Als gevolg hiervan verkopen Big Tech en hun satellietbedrijven AI-gebaseerde digitale diensten terug aan Europa, zelfs als deze diensten afhankelijk zijn van Europees onderzoek en Europese technologische input. Op deze manier zijn ze in staat om een aanzienlijk deel van de in Europa gecreëerde waarde naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Hierdoor lijkt Europa minder concurrerend, niet omdat het kennis of technologische capaciteit mist, maar omdat het geen controle heeft over hoe die kennis wordt gecommercialiseerd en bestuurd.

In plaats van een alternatief digitaal ecosysteem te creëren, is Europa geneigd om eenvoudigweg massaal op AI over te stappen. De — op zijn minst overdreven en waarschijnlijk valse — belofte dat AI economische groei zal brengen, is erg verleidelijk voor Europese regeringen. “AI zal de productiviteit en economische groei doen toenemen”, zeggen Big Tech en hun bondgenoten. Hoewel mensen die je niet tot links zou rekenen, zoals Daron Acemoglu 3, die belofte tegenspreken. Volgens Acemoglu zal de door AI aangedreven productiviteitsstijging in de komende tien jaar in het gunstigste geval minder dan 1 % bedragen. Dit betekent dat het invoeren van AI maar weinig productiviteitsstijging oplevert.

Veel actoren, zoals werknemers, vakbonden en middenveldorganisaties, worden sterk beïnvloed door digitale technologieën, maar zitten momenteel niet mee aan tafel.

Ik denk dat de Europese Unie zich meer moet richten op het oplossen van problemen, waarvoor complexe en toegewijde oplossingen en gedurfd en onderling verbonden beleid nodig zijn. Dit vereist democratische planning en minder focus op het vinden van een wondermiddel dat deze problemen op magische wijze zal doen verdwijnen. In plaats van zo gefocust te zijn op één criterium — economische groei- zouden ze zich moeten concentreren op wat de problemen eigenlijk zijn. Dan zal duidelijk worden dat er alternatieve manieren zijn om deze problemen op te lossen. Soms is daar degrowth, ontgroeien, voor nodig, en soms moeten er andere dingen worden gedaan die aan economische metingen ontsnappen. Economische groei is een heel specifiek soort criterium, groei weerspiegelt niet de waarde die je creëert, het weerspiegelt de waarde die je vastlegt. We moeten ons meer richten op welke waarden we moeten creëren en waar we collectief baat bij hebben.

De EU pompt in feite geld in de techindustrie in de hoop dat er iets uit voortkomt. In je artikel ‘ Reclaiming Digital Sovereignty 4 ’ ga je in op de openbare infrastructuur. Kun je uitleggen waarom het zo belangrijk is om publieke controle te hebben in plaats van te vertrouwen op particuliere ontwikkeling?

Om echt onafhankelijk te zijn van Big Tech-bedrijven, hebben we een alternatief ecosysteem nodig. Dit moet niet slechts een kopie zijn van het huidige ecosysteem zonder Big Tech, omdat elk ander bedrijf in hun plaats op dezelfde roofzuchtige manier te werk zou gaan. Het gaat erom digitale technologieën te erkennen als openbare nutsvoorzieningen. Hiervoor hebben we openbare datacentra, openbare onderzeese kabels en openbare satellieten nodig, die onderling met elkaar verbonden zijn. We hebben ook een gemeenschappelijk platform nodig waar alle digitale technologieën kunnen worden ontwikkeld, uitgewisseld, gedeeld en gebruikt.

Dit is wat de cloud vandaag de dag is, de cloud is ook een marktplaats. Het is een markt voor digitale technologieën waar iedereen technologieën kan kopen als dienst en ze kan gebruiken — zelfs als zwarte dozen — en nieuwe diensten kan ontwikkelen. De nieuwe dienst wordt daarna weer verkocht in de cloud.

Amazon Web Services heeft bijvoorbeeld een marktplaats net als Amazon.com, maar in plaats van boeken en andere goederen verhuurt het software, modellen, infrastructuur en meer als online dienst. Diensten worden verkocht als afzonderlijke componenten die vervolgens op verschillende manieren worden samengevoegd — zoals Lego-steentjes — om informatiesystemen en toepassingen te ontwikkelen voor allerlei soorten organisaties. Deze worden gebruikt door scholen, ziekenhuizen, grote en kleine bedrijven en overheidsinstellingen.

De cloud is als een industrieterrein voor digitale technologieën. Aangezien de ontwikkeling van digitale oplossingen steeds meer plaatsvindt binnen de clouds van Google, Microsoft en Amazon, geeft dit hun een buitengewone macht om de hele economie te controleren omdat elke sector tegenwoordig afhankelijk is van digitale technologieën. Daarom moet de cloudmarktplaats openbaar zijn, als een openbare democratische instelling.

Dit betekent niet dat we geen ruimte laten voor bedrijven. Natuurlijk leven we in een kapitalistische maatschappij, bedrijven hebben mensen in dienst en betalen belasting (nu ja, niet altijd, maar sommige betalen wel belasting). Waar passen ze dan in dit systeem?

Hier is de metafoor van een stapel nuttig. Een digitaal product is niet één geïntegreerd product, maar een reeks onderling verbonden componenten. Daarom fungeren sommige actoren in het systeem als regisseurs die de stukken combineren, verbinden of de ruimte bieden om dit mogelijk te maken. Denk aan een winkelcentrum: elke winkel is afhankelijk van andere winkels om te kunnen draaien. Terwijl de publieke sector de regisseur zou moeten zijn die de infrastructuur — het winkelcentrum — levert en de voorwaarden bepaalt waaronder de “winkels” (toepassingen, specifieke software enz.) hun diensten kunnen leveren, hebben particuliere bedrijven hun eigen winkels in dit virtuele winkelcentrum.

Zo kunnen toepassingslagen, meer niche-technologische lagen of zelfs delen van de infrastructuur — zoals sensoren van het internet der dingen 5 – door privébedrijven worden geleverd. Voor onderdelen die door de overheid moeten worden beheerd, moeten we nagaan welke institutionele regelingen ze echt democratisch kunnen maken. Door de belangrijkste onderdelen van het systeem openbaar te houden, zou deze aanpak niet alleen zorgen voor een eerlijk resultaat voor het publiek, maar ook voor de betrokken bedrijven, aangezien zij op een gelijkwaardiger basis kunnen deelnemen.

Tegelijkertijd zijn er verschillende digitale diensten die natuurlijke monopolies vormen: het is beter om er één te hebben dan vele. Denk aan een zoekmachine. Als je op 20 verschillende zoekmachines moet zoeken om vervolgens te vergelijken wat het beste antwoord is, kost dit je veel tijd. Het is beter om maar één zoekmachine te hebben. Dit is vooral waar als we kijken naar hoe AI zelf evolueert: het algoritme wordt beter naarmate het meer gegevens verwerkt. Als we allemaal onze zoekopdrachten op één plek kanaliseren, dragen we bij aan het verbeteren van die zoekmachine. Daarom is het algoritme van Google het beste dat er is, gegevens dragen bij aan het verbeteren van het algoritme. Dit zou voldoende reden moeten zijn om een zoekmachine te maken die een openbaar nutsbedrijf is, volgens dezelfde logica waarom openbare nutsbedrijven in het verleden werden opgericht. Daarom zou er een openbare zoekmachine en een openbare e-commercemarktplaats moeten zijn.

In Uruguay huisvest het staatstelecommunicatiebedrijf ANTEL twee van de drie datacenters van het land en probeert het zichzelf te positioneren als digitale dienstverlener voor de publieke sector. In Brazilië probeert de regering, onder druk van bedrijven, te onderhandelen met grote techbedrijven zoals Oracle over de bouw van datacenters die uitsluitend toegankelijk zouden zijn voor en beheerd worden door werknemers in de publieke sector. Deze geïsoleerde pogingen zouden een grotere kans van slagen hebben als ze werden gecombineerd in een gemeenschappelijke strategie om de publieke controle over digitale technologieën uit te breiden, op zijn minst met betrekking tot de activiteiten van de publieke sector.

Amerikaanse autoriteiten kunnen Amerikaanse bedrijven dwingen om hen toegang te geven tot gegevens, zelfs als ze buiten de Verenigde Staten zijn opgeslagen.

Als ik het heb over publiek geleide en openbare platforms, wil ik benadrukken dat dit niet geassocieerd moet worden met alleen maar Europees zijn. Voor mij betekent publiek internationaal. Het moet internationaal zijn, met ongebonden regeringen die de democratie onder de mensen daadwerkelijk willen uitbreiden.

We horen vaak dat concurrerende markten de motor van innovatie zijn en Big Tech wordt vaak afgeschilderd als de motor van technologische vooruitgang. Dreigt een verschuiving naar overheidscontrole innovatie te ondermijnen, of is dit discours misleidend?

Innovatie is geen individuele prestatie, maar een collectief proces. Kennis wordt geproduceerd door duizenden actoren: universiteiten, openbare onderzoeksinstellingen, start-ups, ingenieurs en werkende mensen over de hele wereld. Waar Big Tech in uitblinkt is niet de innovatie zelf, maar het vermogen om die collectief geproduceerde kennis buit te maken, te combineren en er geld mee te verdienen. Silicon Valley is geen magisch centrum waar innovatie spontaan ontstaat.

In mijn onderzoek laat ik zien hoe bedrijven als Google zich in het centrum van het AI-onderzoeksveld bevinden. Deze centrale positie stelt hen in staat om onderzoeksagenda’s te sturen in lijn met hun eigen prioriteiten. Publiek gefinancierd onderzoek wordt toegeëigend, maar wat nog belangrijker is: toekomstige onderzoekspaden komen in dienst te staan van bedrijfswinsten en intellectuele monopolies. Dit proces is verre van neutraal ; het verandert fundamenteel welke soorten technologieën worden ontwikkeld en voor welke doeleinden.

Publieke controle verandert de logica van innovatie, zonder de mogelijkheid om te innoveren te veranderen. Door het speelveld op deze manier te nivelleren, kunnen alle organisaties die al innoveerden zonder dat ze daar voordeel van hadden, dat blijven doen en er ook echt voordeel van hebben. Dit geldt niet alleen voor bedrijven, maar ook voor universiteiten en publieke onderzoeksorganisaties die niet uit winstbejag innoveren. Ze zullen doorgaan met het produceren van wetenschap en technologie, met als doel ziektes te behandelen en te genezen, het leven van mensen te verbeteren, een beter begrip van de wereld te bieden dat beleidsmakers kan helpen, enz. Al dit creatieve denken zal niet alleen blijven bestaan, maar zal zelfs verder gestimuleerd worden zodra we collectief werken aan een gemeenschappelijk doel en hoe we daar kunnen komen.

Hiervoor heb je publieke, democratische ruimtes nodig om te beslissen en kennis te coproduceren. We kunnen het niet aan de markt overlaten — lees: het overlaten aan geconcentreerd kapitaal — om te beslissen of we de milieucrisis prioriteit geven of niet. Dat is wat er tot nu toe is gebeurd, en dat heeft bijgedragen aan de ineenstorting van het klimaat.

We moeten ook het idee uit de wereld helpen dat innovatie op zich goed is. Als we niet nadenken over het soort innovatie dat we nodig hebben en het soort innovatie dat we ons kunnen veroorloven, respecteren we de planetaire grenzen niet en creëren we uiteindelijk nieuwe dingen die niet bijdragen aan een goed of beter leven voor iedereen. Denk aan AI voor oorlogvoering en bewaking. Dit zijn ongewenste innovaties.

In een publiek geleid systeem zullen we nog steeds innovatie hebben. In het ecosystemische alternatief dat mijn coauteurs en ik hebben voorgesteld, hebben we een onderzoeksbureau opgenomen dat interdisciplinair moet zijn en bestuurd moet worden door werknemers met vertegenwoordiging van de vakbonden en het maatschappelijk middenveld. Dit is cruciaal voor het opstellen van een onderzoeksagenda die is afgestemd op de meest gevoelige en urgente problemen voor het grootste deel van de bevolking. Maar zelfs met zo’n agentschap zou er een verschil moeten zijn in het overwinnen van de obsessie voor innovatie, ongeacht de gevolgen ervan.

Om af te ronden: voor sommigen lijkt het misschien alsof we overgeleverd zijn aan de genade van Big Tech, maar zoals je hebt uitgelegd bestaan er alternatieven. Als je nu een alternatief digitaal ecosysteem zou beginnen, wat is dan het eerste dat je zou implementeren?

Ik zou een alternatief ecosysteem voor openbaar onderwijs ontwerpen. Ik zou beginnen met me te richten op openbaar onderwijs omdat ik denk dat we het ons niet kunnen veroorloven om nieuwe generaties op te voeden die volledig gevangen zitten in de netwerken van Big Tech. Ik heb het niet alleen over verslavende algoritmen, maar ook over algoritmen die hen verhinderen om na te denken. Ik denk dat we absoluut en dringend publieke technologieën moeten ontwikkelen voor het onderwijs, op een ecosystemische manier. We moeten dit doen voordat Google of een ander Big Tech-bedrijf alle kinderen vanaf heel jonge leeftijd verovert.

Als we deze strijd verliezen, wordt het onmogelijk om mensen te leren leven zonder deze bedrijven. We moeten beginnen met het opvoeden van generaties die niet afhankelijk zijn van Big Tech-technologieën. Beginnen met dit mini-tech-ecosysteem voor onderwijs, dat aanzienlijk goedkoper zal zijn dan proberen het hele digitale tech-ecosysteem te veranderen, kan als voorbeeld dienen voor andere sectoren en andere delen van het openbaar bestuur. Dit zou een eerste stap kunnen zijn om meer en meer los te komen van Big Tech.

Footnotes

  1. Een zwarte doos is een systeem dat resultaten produceert zonder dat de gebruiker in staat is te zien of begrijpen hoe het werkt. https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/black-box
  2. Het Internationaal Strafhof
  3. Daron Acemoglu is een Turks-Amerikaans econoom die samen met Simon Johnson en James A.Robinson in 2024 de Nobelprijs voor de Economie won.
  4. Rikap C., Durand, C., Paraná, E., Gerbaudo, P. en Marx P. (2024). Reclaiming digital sovereignty: A roadmap to build a digital stack for people and the planet. Beschikbaar op: www.ucl.ac.uk/bartlett/public-purpose/Reclaiming-Digital-Sovereignty
  5. Het internet der dingen (internet of things) verwijst naar apparaten met ingebouwde sensoren, verwerkingscapaciteit, software en andere technologieën die het mogelijk maken om verbinding te maken en gegevens uit te wisselen met andere apparaten en systemen via het internet of andere communicatienetwerken. Deze apparaten worden ook wel “slim” genoemd. https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Glossary:Internet_of_Things