Militair onderzoek, munitie, drones: onder het mom van geopolitieke noodsituaties, vrede en veiligheid pompt de Europese Unie sinds 2017 miljarden in een industrie die zij had gezworen nooit te zullen steunen.
In 2017 begon de Europese Unie (EU) onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op militair gebied te financieren. Nochtans leek dit enkele jaren geleden nog een rode lijn voor de EU: volgens artikel 41.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie mag de communautaire begroting immers geen activiteiten financieren die militaire of defensiegerelateerde implicaties hebben.1
De rechtvaardiging, of rechtsgrondslag, voor die nieuwe financiering is sindsdien gebaseerd op de bevoegdheden van de Europese Commissie inzake de interne markt en het concurrentievermogen van de industrie. Vanaf het allereerste begin zijn die steunprogramma’s voor de wapenindustrie dan ook hoofdzakelijk bedoeld om het concurrentievermogen van de sector te ondersteunen, ook wereldwijd.
Dezelfde begunstigden van O&O tot productie
Aangezien de wapenindustrie wordt beschouwd als een essentiële motor voor de groei van de export en de militaire uitgaven, stelde het Europees Netwerk tegen de Wapenhandel (ENAAT) zich al snel de vraag wie zou profiteren van die nieuwe financieringen. De resultaten spreken voor zich:
Het geld van de belastingbetaler wordt gebruikt om de dominante positie van de grote wapenconcerns en de militaire grootmachten te versterken.
Tussen 2017 en 2020 kwam de 590 miljoen euro, die via twee proefprogramma’s2voor militair onderzoek en ontwikkeling (O&O) waren bestemd, voornamelijk terecht bij de actoren die nadien zelf het Europees Defensiefonds zouden gaan domineren. Leonardo, Thales en Indra waren samen al goed voor meer dan een vijfde van het budget (22,7%), terwijl de vier grote militaire mogendheden (Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland) al bijna twee derde (65,1%) voor hun rekening namen. Een concentratie die haaks staat op de geest van de Europese financiering, die net bedoeld is om ongelijkheden tussen landen te compenseren, de regionale samenhang te versterken en bij voorrang het netwerk van kleine en middelgrote ondernemingen in heel Europa een duwtje in de rug te geven.

Hoewel dit in het kader van de proefprogramma’s werd afgedaan als een kinderziekte, werd de tendens om grote spelers te bevoordelen duidelijk bevestigd bij de opvolger van die programma’s, het Europees Defensiefonds (EDF). Het EDF kreeg voor de periode 2021-2027 acht miljard euro toegeschoven, een bedrag dat in het kader van de tussentijdse herziening van de Europese begroting met 1,5 miljard is verhoogd.3
Om te beweren dat het EDF talrijke actoren ten goede komt, verwijst de Commissie in haar mededeling nadrukkelijk naar het totale aantal entiteiten en het aandeel van kleine en middelgrote ondernemingen, evenals naar het aantal Europese landen (26 lidstaten plus Noorwegen en Oekraïne) dat momenteel door het Europees Defensiefonds wordt ondersteund.4
Een grondigere analyse van de gegevens die door de ENAAT zijn verzameld in de database Open Security Data Europe5geeft echter een enigszins ander beeld.6De zogezegde kinderziekte waarvan sprake is niet verdwenen en betreft daarbij ook de subsidies voor civiele bescherming.
Na de eerste drie jaar van het bestaan van het EDF hebben zowat duizend verschillende entiteiten (bedrijven, onderzoeksinstellingen, universiteiten, overheidsinstanties en enkele middenveldorganisaties) effectief financiering ontvangen. Maar een groot deel van die middelen is naar een beperkte groep grote wapenbedrijven gegaan, met name naar de drie wapenreuzen Leonardo, Thales en Airbus (Grafiek 1).
Erger nog: veel van deze bedrijven hebben via overnames, samenwerkingsverbanden, dochterondernemingen of meerderheidsparticipaties een veel bredere kring van begunstigden.
Het EDF fungeert dus voornamelijk als financieringsinstrument ter versterking van de dominante positie van die reuzen en andere grote bedrijven in de sector, zoals Saab, Dassault Aviation en Safran, binnen het militair-industriële complex van de EU.
Ook uit de verdeling van de middelen per land blijkt een even ongelijke situatie. Bijna twee derde van de EDF-middelen wordt nog altijd toegewezen aan Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje. Alle andere landen krijgen elk een aanzienlijk kleiner deel: niet meer dan 5% van het totaal (Grafiek 2).
Zelfs het idee van een abonnementssysteem à la Netflix, waarbij Europese landen zich van tevoren zouden ‘abonneren’ om wapens te krijgen, is ter sprake gekomen.
Nog vóór de EU rechtstreeks militair onderzoek begon te financieren, kende zij al middelen toe aan de wapenindustrie voor projecten op het gebied van civiele veiligheid, waarbij de scheidingslijn tussen civiele en militaire doelstellingen vaak vervaagde. Die financiering verliep voornamelijk via de grote Europese O&O-programma’s zoals het huidige Horizon Europe (2021-2027). Het zijn bovendien dezelfde bedrijven en lidstaten die ook van deze middelen profiteren, waarvan het budget in de huidige programmaperiode meer dan 1,5 miljard euro bedraagt.
De Europese financiering beperkt zich niet tot steun aan de ontwikkeling van nieuwe wapens. Sinds 2022 wordt via programma’s ook de productiefase gesubsidieerd en worden de lidstaten ondersteund bij de gezamenlijke aankoop van wapens via het ASAP-programma (Action in Support for Ammunition production)7. De eerste resultaten van de oproepen tot het indienen van voorstellen voor de productiefase lijken dezelfde tendens te bevestigen, al zal moeten blijken of die zich op langere termijn doorzet. Binnen het ASAP-programma, dat gericht is op de productie van munitie en explosieven, rijven Duitsland, Noorwegen (geen EU-lidstaat) en Frankrijk al 61% van de middelen voor 2024 binnen, terwijl de overige 39% verdeeld wordt onder elf andere landen. Wat de bedrijven betreft, krijgen vijf daarvan (Rheinmetall, Eurenco, Nammo, Chemring Nobel en Alzchem Trostberg) samen bijna 70% van de in 2024 toegekende budgetten toegewezen, waardoor de overige 22 bedrijven de overige 30% onder elkaar verdelen. (Grafiek 3).
Deze nieuwe programma’s worden gepresenteerd als dringende maatregelen ter ondersteuning van Oekraïne in de strijd tegen de Russische agressie. Toch deden in de wandelgangen van de ‘Europese bubbel’ al vóór 2022 de eerste geruchten de ronde dat een uitbreiding van de Europese steuninstrumenten voorbij de fase van onderzoek en ontwikkeling werd overwogen.
Bovendien werd de belangrijkste bepaling verworpen: de mogelijkheid om gesubsidieerde bedrijven in crisissituaties, met instemming van de lidstaten, te verplichten om bij hun leveringen voorrang te geven aan Oekraïne of aan EU-lidstaten. Die bepaling stuitte op verzet van de grote industriëlen en hun regeringen, waaronder de Duitse, uit vrees het vertrouwen van hun exportklanten te schaden.8Daarmee worden bijvoorbeeld de landen in het Midden-Oosten bedoeld…
Begunstigden van het EDF, grote wapenexporteurs
Elk jaar exporteren de EU-lidstaten voor tientallen miljarden euro’s aan wapens, en de landen die het meest profiteren van het Europese Defensiefonds zijn tevens de grootste wapenexporteurs. Het klopt dat sinds de invasie van Oekraïne in 2022, het grootste deel van de wapenexport van de EU-landen bestemd is voor Europese landen, of deze nu lid zijn van de EU of niet (grafiek 4).9Maar dat beeld is misleidend.
Tenzij men ervan uitgaat dat de oorlog in Oekraïne nog jaren zal aanhouden of zich verder zal uitbreiden naar andere Europese landen (wat in tegenspraak zou zijn met het argument van afschrikking en de doeltreffendheid van de militaire reactie), zal op termijn de vraag rijzen waar de toegenomen productiecapaciteit van wapens ingezet moet worden. zodra de voorraden aangevuld zijn of het huidige conflict afloopt. Die vraag wordt des te relevanter naarmate bedrijven langetermijnverbintenissen van overheden eisen, voor periodes van 10 tot 15 jaar, alvorens ze hun productie opvoeren. In dat verband kwam het idee van een abonnementssysteem à la Netflix al ter sprake, waarbij lidstaten zich op voorhand zouden ‘abonneren’ voor het aankopen van wapens.10
Het meest voor de hand liggend scenario is dat de wapenexport in de toekomst weer normaliseert, dat wil zeggen een terugkeer naar de situatie van vóór 2022, toen het Midden-Oosten de belangrijkste bestemming voor Europese wapenexport was, naar landen als Egypte, Saoedi-Arabië, India en Qatar.11Wanneer we de exportcijfers van de vier belangrijkste begunstigden van het EDF (Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië) in de periode 2019-2023 nader bekijken, blijkt dat de top 5 van afzetmarkten voor hun wapens buiten de EU nog altijd voornamelijk uit niet-Europese landen bestond, met uitzondering van Duitsland. Voor Frankrijk bestaat de top 5 van bestemmingslanden zelfs uitsluitend uit niet-Europese landen buiten de NAVO (Verenigde Arabische Emiraten, India, Saoedi-Arabië, Egypte, Indonesië). Ook bij Italië (Verenigde Staten, Egypte, Verenigd Koninkrijk, Qatar, Turkije) en Spanje (het Verenigd Koninkrijk, Saoedi-Arabië, Turkije, Canada en Zuid-Korea) vormen niet-EU-landen de belangrijkste exportbestemmingen.
Bij de begunstigde bedrijven is de situatie al even problematisch. Volgens gegevens van het SIPRI (het Stockholm International Peace Research Institute), over de leveringen van zware wapens per bedrijf in de periode 2019-202312, exporteren de drie grootste begunstigden van het EDF (Airbus, Leonardo, Thales) voornamelijk naar landen als India, Turkije, Turkmenistan, de Verenigde Arabische Emiraten, Venezuela, Israël, Saoedi-Arabië en Egypte. Naast zware wapens zouden ook andere militaire export- en samenwerkingsprojecten de situatie nog verder kunnen verslechteren. Thales, bijvoorbeeld13, heeft elektronische onderdelen en communicatiesystemen voor drones naar Israël geëxporteerd en onderhoudt al tientallen jaren banden met het Saoedische regime.14
Europese wapens worden of zijn gebruikt tijdens de genocide in Gaza en de verwoestende oorlogen in Jemen en Soedan.
De wapenexport van deze Europese defensiebedrijven en andere begunstigden van het EDF, draagt bij aan oorlog, geweld, onderdrukking en schendingen van de mensenrechten over de hele wereld. Op hun beurt dwingen die situaties de bevolking om hun huizen te ontvluchten, waardoor de vluchtelingenstromen verder toenemen. Een klein deel probeert de Europese kusten te bereiken, waar ze te maken krijgen met gemilitariseerde grenswachten, uitgerust met bewakingstechnologie… afkomstig van diezelfde wapenproducenten!
Europese wapens worden of zijn ingezet tijdens de genocide in Gaza en de verwoestende oorlogen in Jemen en Soedan, en hebben de autoritaire regimes in Egypte, Turkije en tal van andere landen versterkt. Naast de rechtstreekse export zijn de wapenleveringen in sommige gevallen door het oorspronkelijke land van bestemming omgeleid of doorverkocht. De Verenigde Arabische Emiraten, een belangrijke afnemer van de Europese wapenindustrie, zijn de belangrijkste wapenleverancier van de Rapid Support Forces (RSF), een paramilitaire groepering die betrokken is bij de burgeroorlog in Soedan, onder meer via de wederuitvoer van wapens uit de EU.15Doorgaans zijn de Emiraten een belangrijke wapenexporteur naar risicolanden, net als andere vaste afnemers en partners van de Europese wapenindustrie zoals Israël en Oekraïne.
Productie in Oekraïne voor onbeperkte verkoop
De Europese militaire steun aan Oekraïne in de oorlog tegen de Russische invasie heeft de Oekraïense wapenindustrie dichter bij de EU gebracht. Het resultaat: een toenemende samenwerking met industriële actoren uit de lidstaten via coproductieovereenkomsten, technologieoverdracht en de integratie van de Oekraïense industrie in de bewapeningsprogramma’s van de Europese Unie, zoals het EDF. De Frans-Duitse fabrikant KNDS heeft dan ook licentieovereenkomsten gesloten met Oekraïense bedrijven voor de lokale productie van 155 mm-munitie en de oprichting van onderhoudscentra voor de Caesarkanonnen.16Onlangs heeft de Europese Commissie een industrieel partnerschap gesloten met Oekraïne, waaronder een “drone deal“ dat de gezamenlijke productie van drones en antidronesystemen moet versnellen, en op termijn ook de gezamenlijke productie van antiballistische raketten.17
Daarnaast heeft de Oekraïense regering onlangs een procedure goedgekeurd om de export van militair materieel, drones en andere in Oekraïne geproduceerde wapens weer mogelijk te maken; tot nu toe was dit voorbehouden aan de partnerlanden die met Kiev overeenkomsten over drones hadden gesloten.18Daaronder bevinden zich de Golfstaten, met name Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.19
Door samen te werken met Oekraïense fabrikanten of ter plaatse te produceren, verwerven de EU-bedrijven de intellectuele eigendomsrechten van de technologische innovaties,20kunnen ze hun producten het label “in de praktijk getest” meegeven om klanten te lokken, en exporteren ze een deel van hun productie via een land dat niet onder de Europese regels valt. Oekraïne is namelijk niet verplicht te voldoen aan de criteria van het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenexport, en heeft het Internationaal Verdrag over de wapenhandel (ATMM) niet ondertekend.
Regelgeving speciaal afgestemd op export
Dat de meeste Europese steunprogramma’s voor de wapenindustrie gebaseerd zijn op de bevoegdheden van de Commissie inzake de interne markt en het concurrentievermogen van de industrie, heeft zeer concrete gevolgen.
Zo behoort het versterken van het mondiale concurrentievermogen van de Europese wapenindustrie tot de criteria voor de toekenning van subsidies uit het Europees Defensiefonds. Anders gezegd: in welke mate zijn de wapenhandelaars in staat om in het buitenland te verkopen? Door een recente herziening van de EDF-verordening volstaat dit criterium op zich al om een project te rechtvaardigen, met name wanneer het kan bijdragen aan het creëren van nieuwe marktkansen en aan de versnelling van de groei en het concurrentievermogen van de sector?21
Om het plaatje compleet te maken: in het kader van het onlangs aangenomen Programma voor de Europese Defensie-industrie (EDIP), dat financiering voorziet voor militaire productie en gezamenlijke aankopen, plant de Europese Commissie om een Europees mechanisme voor militaire verkopen in te voeren, dat grotendeels geïnspireerd is op het Amerikaanse programma “Foreign Military Sales”, waarin geen enkele keer wordt verwezen naar mensenrechten, internationaal recht of normen voor de controle op wapenexport.22
Daarnaast werd in juni 2025 een reeks voorstellen ingediend voor de vereenvoudiging op defensiegebied, in het verlengde van de deregulering ten gunste van de industrie die de Commissie in 2024 op gang bracht. Deze voorstellen zijn erop gericht de productie en de handel in wapens verder te vergemakkelijken.
Het bleef niet bij maatregelen om publieke en private investeringen in de wapenindustrie te vereenvoudigen, waaronder zogenaamde duurzame investeringen, noch bij de toenemende uitzonderingen op milieuvoorschriften en regels inzake het gebruik van chemische stoffen of biociden. En dus beoogt het pakket ook een vereenvoudiging van de verkoop van wapens en militair materieel binnen de Europese Unie, met name in het kader van industriële partnerschappen.
Door samen te werken met Oekraïense fabrikanten kunnen bedrijven uit de EU hun producten het label ‘in de praktijk getest’ meegeven en ze exporteren via een land dat niet aan de Europese regels hoeft te voldoen.
Wat op het eerste gezicht onbeduidend lijkt, zal in feite de invloed van industriële programma’s op het vermogen van de lidstaten om daadwerkelijk controle uit te oefenen op de eindbestemming van hun militaire uitrusting nog verder vergroten. Nochtans is dit een verplichting waaraan zij volgens het internationaal recht moeten voldoen. Dit geldt met name voor landen die onderdelen, technologische bouwstenen of zelfs delen van complete wapensystemen leveren. In naam van het concurrentievermogen worden staten aangemoedigd, en binnenkort zelfs verplicht, om de levering van onbeperkte hoeveelheden over meerdere jaren toe te staan aan het land waar de eindassemblage gebeurt, zonder de eindbestemming van het voltooide wapensysteem (vliegtuig, tank, schip…) beperkingen op te leggen. Het zijn evenwel vooral dezelfde grote landen, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, en hun grote wapenconcerns die deze rol zullen vervullen en uiteindelijke over de export zullen beslissen.23
De lobby: rechter en partij
De keuze voor de hierboven genoemde rechtsgrondslag heeft nog een ander gevolg. In tegenstelling tot wat het publiek wordt voorgespiegeld, is Andrius Kubilius niet zozeer Europees commissaris voor Defensie, maar commissaris voor de wapenindustrie, en worden de voorstellen en programma’s opgesteld en uitgevoerd door het Directoraat-Generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart (DG DEFIS). Het is alsof Olivér Várhelyi niet Europees commissaris voor Volksgezondheid zou zijn, maar commissaris voor de farmaceutische industrie, en het Directoraat-Generaal Gezondheid en Voedselveiligheid eerder een Directoraat-Generaal ‘PHARMA’.
De toch al nauwe banden tussen de Europese Commissie en de industriële sector in het algemeen worden in het kader van het herbewapeningsbeleid nog verder versterkt. Van de eerdergenoemde top 15 van bedrijven die in de periode 2017-2020 van proefprogramma’s hebben geprofiteerd, maakten er zes deel uit van de Groep van Vooraanstaande Persoonlijkheden die in 2015 was opgericht door de toenmalige Eurocommissaris voor de interne markt, Elżbieta Bieńkowska. Deze Group of Personalities moest de Commissie adviseren over de noodzaak en de modaliteiten van een steunfonds voor militair O&O.24
Negen van de zestien leden van die groep vertegenwoordigden bedrijven uit de defensie-industrie of hun koepelorganisatie ASD (AeroSpace and Defence Industries Association of Europe), de belangrijkste Europese wapenlobby. Dezelfde bedrijven die van deze financiering zouden profiteren, waaronder Airbus, Leonardo, Indra, Saab, BAE Systems en de Fraunhofer-groep. De rest bestond uit politieke figuren, waaronder de voormalige Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini en de voormalige Zweedse premier Carl Bildt, terwijl het maatschappelijk middenveld slechts door twee denktanks op het gebied van internationale betrekkingen werd vertegenwoordigd.
Een groot aantal van deze groep maakt nog steeds deel uit van de belangrijkste begunstigden van de eerste drie jaar financiering uit het Europees Defensiefonds, met name de meest winstgevende bedrijven zoals Leonardo, Airbus, Indra en Saab. De Groep van Vooraanstaande Persoonlijkheden is ondertussen vervangen door een officiële deskundigengroep, de Deskundigengroep van de Commissie inzake beleid en programma’s met betrekking tot de ruimtevaart-, defensie- en luchtvaartsector van de EU (SDA), waarvan de rol wordt omschreven als een “discussieplatform [dat] algemene bijdragen op hoog niveau zal leveren met betrekking tot programma’s, beleid en maatregelen op het gebied van de ruimtevaart-, defensie- en luchtvaartsectoren”25.
Van de 57 leden van deze deskundigengroep worden er tien voorgesteld als academische organisaties (denktanks, onderzoekscentra of universiteiten), maar het merendeel ervan zijn in werkelijkheid private onderzoekscentra of overheidsinstanties die zich bezighouden met defensie of ruimtevaart. De drie zogenaamde niet-gouvernementele lidorganisaties zijn eerder verenigingen of platformen wiens doel het is om industriële actoren te ondersteunen of diensten aan hen te verlenen. De overige 44 leden zijn bedrijven en nationale of Europese beroepsverenigingen, inclusief de ASD-wapenlobby. Acht van de tien grootste deelnemers aan het Franse FED (Forum Entreprises Défense, een beurs en netwerkevenement voor defensiebedrijven) maken deel uit van deze deskundigengroep. Via deze deskundigengroep, en vooral met zijn subgroep defensie, worden de industriële actoren regelmatig op de hoogte gehouden van de vorderingen van de lopende programma’s en worden ze vaak vroeg in het proces uitgenodigd om bij te dragen aan komende voorstellen.
Daarnaast zijn er talrijke bilaterale ontmoetingen met de Commissie en beleidsmakers. Tussen 2014 en 2025 hebben de tien grootste Europese wapenbedrijven en hun belangrijkste lobbyorganisaties, ASD en EOS (European Organisation for Security), maar liefst 688 ontmoetingen gehad met de bevoegde commissarissen of met leden van hun kabinetten; tussen 2019 en 2025 werden 329 formele ontmoetingen met Europarlementariërs gedocumenteerd.26Airbus heeft het grootste aantal ontmoetingen met de Europese Commissie gehad.27Alleen al in 2024 rapporteerde dezelfde top 10 defensiebedrijven 7,5 miljoen euro aan lobbyuitgaven, een budget dat tussen 2022 en 2023 met 40% is gestegen.28
Daarnaast zijn er ook conferenties of vooraanstaande fora waarop leidinggevenden en topmanagers van bedrijven, hoge Europese en nationale ambtenaren, en zelfs ministers en leden van het Europees Parlement elkaar meerdere keren per jaar ontmoeten en informeel met elkaar omgaan.29Of er vindt ad-hoc overleg plaats, zoals dat door Eurocommissaris Kubilius is opgezet in het kader van de voorbereiding van het wetgevingspakket voor deregulering ten gunste van de wapenindustrie. Hij presenteerde dit gesprek trots als een uitgelezen kans om de behoeften van wapenfabrikanten beter te leren kennen en daar goed op in te spelen.30
Andrius Kubilius is niet Europees commissaris voor Defensie, maar voor de wapenindustrie. Het is alsof de Europese commissaris voor Volksgezondheid commissaris voor de farmaceutische industrie zou zijn.
Voor vredeskwesties of voor niet-sectorgebonden ngo’s en andere onafhankelijke organisaties die het algemeen belang willen verdedigen, bestaat er niets dergelijks. Deze puur industriële benadering heeft dan ook tot gevolg dat kritische spelers uit het maatschappelijke middenveld, zoals vredesbewegingen, simpelweg niet als relevante gesprekspartners worden beschouwd wanneer hun expertise niet bijdraagt aan de versterking van de wapenindustrie. Aangelegenheden als vredesopbouw of de naleving van het internationaal recht worden terzijde geschoven, omdat ze niet onder het industriebeleid zouden vallen, maar onder de bevoegdheid van instanties die verantwoordelijk zijn voor het buitenlands beleid zoals de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). De wederzijdse afhankelijkheid tussen deze twee beleidsterreinen wordt echter door beide genegeerd, en het debat wordt niet alleen door de Commissie en de EDEO, maar ook door de medewetgevers (het Parlement en de lidstaten) grotendeels uit de weg gegaan.
Is dat echt nodig?
Nochtans is officieel het beschermen van vrede en veiligheid een belangrijke taak. Gezien de realiteit van het gevoerde herbewapeningsbeleid, kunnen we ons terecht afvragen: vrede en veiligheid voor wie, en tegen welke prijs?
Zelfs indien de militarisering van Europa daadwerkelijk een einde zou maken aan de oorlog in Oekraïne en Rusland zou afschrikken, zal deze leiden tot een toename van de wereldwijde wapenwedloop, die op zijn beurt weer meer gewapend geweld en conflicten in de wereld in de hand zal werken, de klimaatcrisis zal verergeren31en de armoede, de ongelijkheid en de vluchtelingenstromen zal versterken32. Met andere woorden: onze veiligheid zal ten koste gaan van die van anderen. Dit kan leiden tot een nieuwe vorm van uitbuiting waarbij de kosten op de rest van de wereld worden afgewenteld. En dat om de privileges van de wapenindustrie in stand te houden. We kunnen ook wijzen op de sociale en ecologische gevolgen van de drastische stijging van de militaire uitgaven in Europa. De rekening dreigt terecht te komen bij de brede bevolking terwijl slechts een kleine groep, de defensie-, veiligheids- en ruimtevaartindustrie en hun investeerders, hier beter van wordt. Daarbij bestaat het risico dat overheden, om bezuinigingen aanvaardbaar te maken, hun toevlucht nemen tot autoritaire uitwassen.
Daarnaast kunnen we ons ook vragen stellen over de noodzaak van al deze maatregelen, zelfs als we van een Russische dreiging uitgaan. Sinds 1990 en de val van de Sovjet-Unie hebben de lidstaten van de Europese Unie elk jaar vier tot zes keer meer aan militaire uitgaven besteed dan Rusland33. Ook vandaag zet de stijging van de militaire budgetten sinds 2015 zich voort. De gezamenlijke uitgaven van de 27 EU-landen, samen goed voor 418 miljoen euro in 2025, waren ongeveer twee keer zo hoog als Rusland,34wat neerkomt op een verdubbeling in vijf jaar tijd.35De Russische cijfers zijn weliswaar gebaseerd op schattingen en worden bemoeilijkt door methodologische beperkingen en een gebrek aan transparantie. Toch verandert dat weinig aan het algemene beeld dat de gezamenlijke militaire uitgaven van de EU aanzienlijk hoger liggen dan die van Rusland zeker wanneer ook de Europese niet-EU lidstaten van de NAVO worden meegerekend.
Als de Europeanen zich ondanks deze verhouding in de uitgaven nog steeds niet kunnen verdedigen tegen een Russische aanval, stelt de vraag zich: Waar gaat al dat geld naartoe? En hoe kunnen de almaar stijgende uitgaven de eventuele tekortkomingen opvangen?
Zelfs bronnen die bezwaarlijk als naïef pacifistisch kunnen omschreven worden, zoals de DuitseFriedrich-Ebert-Stiftung, het Internationaal Instituut voor Strategische Studies (IISS), merken op dat de capaciteit van de 27 lidstaten, zowel naar aantal soldaten als aantal conventionele wapensystemen, minstens gelijkwaardig of zelfs sterker is dan die van Rusland, op een of twee uitzonderingen na36. Is het dan wel zinvol om steeds meer wapens te produceren en te stockeren? Of is het aanpakken van structurele problemen, zoals de kwestie van een gezamenlijk legerleiding, zinvoller? Simpel gezegd bestaat de Europese defensie uit 27 bonsailegers met 27 legerleidingen, die het hoofd zou moeten bieden aan één enkel leger met één eengemaakte commandostructuur.
Als er dus al sprake zou zijn van Europese zwakke punten ten aanzien van een mogelijke Russische dreiging, lijken ze in de eerste plaats van structurele aard, die politieke beslissingen vereisen waarvoor de lidstaten elkaar moeten vertrouwen en bereid moeten zijn om afstand te doen van een deel van hun soevereiniteit op het gebied van defensie. Maar dergelijke politieke wil ontbreekt, en intussen is meer steun aan de wapenindustrie, samen met een verhoging van de productie en de uitgaven, een gemaksoplossing waarover iedereen het eens kan zijn. Bovendien hoopt elk land er zo voordelen voor de eigen industrie uit te halen.
Terloops tracht men de burger te overtuigen dat dit beleid noodzakelijk is en tot doel heeft om eindelijk een echt Europa of een Defensie-Unie tot stand te brengen. Intussen wordt er zorgvuldig vermeden om deze begrippen nauwkeurig te definiëren, waardoor er brede steun kan ontstaan voor dit vage project: iedereen kan het op zijn eigen manier invullen.
Tussen 2014 en 2025 hebben de tien grootste Europese wapenbedrijven en hun belangrijkste lobbygroepen maar liefst 688 ontmoetingen gehad met de Europese Commissie.
Ondertussen worden de personeels-, financiële en politieke middelen die nodig zijn voor het diplomatieke werk teruggeschroefd en neemt de geloofwaardigheid van de Europese Unie als vreedzame, of op zijn minst niet-militaire, speler op het internationale toneel snel af.
Europa dreigt zo zijn positie en eigenheid ten opzichte van de grote militaire mogendheden te verliezen en steeds meer aan de zijlijn te belanden van de belangrijkste geopolitieke kwesties, waaronder die over Oekraïne.
Tot slot hoeft men geen overtuigd pacifist te zijn om vraagtekens te plaatsen bij de manier waarop de vermeende dreiging uit Rusland wordt vertaald in beleid. Of het nu te wijten is aan incompetentie, een gebrek aan politieke wil of het tegemoetkomen aan andere belangen en prioriteiten, er zijn goede redenen om aan te nemen dat de door het Europese beleid gestimuleerde wapenwedloop vooral voordelen oplevert voor een beperkte groep terwijl ze de onzekerheid en onveiligheid voor de meerderheid van de bevolking in Europa en wereldwijd dreigt te vergroten.
Footnotes
- Artikel 41, lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie regelt de financiering van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. De kern van dit artikel is dat de operationele kosten van dit beleid in principe uit de algemene EU-begroting worden betaald, behalve wanneer het gaat om operaties met militaire of defensieve gevolgen. (red.)
- Voorbereidend werk voor defensieonderzoek, 2017-2019, met een budget van 90 miljoen euro, en het Europees programma voor industriële ontwikkeling op defensiegebied, 2019-2020, met een budget van 500 miljoen euro.
- www.tni.org/en/publication/eu-military-spending-until-2027
- Zie bijvoorbeeld de mededeling over de resultaten van de indieningen van voorstellen in 2025: https://defence-industry-space.ec.europa.eu/funding-opportunities/calls-proposals/result-edf-2025-calls-proposals
- https://opensecuritydata.eu/
- Zie de factsheet van ENAAT: https://enaat.org/2026/06/08/osde/
- Actie ter ondersteuning van de munitieproductie (ASAP, 2023-2025): https://defence-industry-space.ec.europa.eu/eu-defence-industry/asap-boosting-defence-production_en
- https://club.bruxelles2.eu/2023/06/carnet-13-06-2023-geopolitiqueeuropeenne-defense-diplomatie-crises-pouvoirs/
- https://enaat.org/eu-export-browser/
- www.euractiv.com/news/is-a-netflix-style-subscription-model-the-future-for-europes-defence-industry
- https://enaat.org/eu-export-browser/
- Stockholm International Peace Research Institute, een erkende autoriteit op het gebied van militaire statistieken en cijfers: www.sipri.org/databases/armstransfers
- www.thalesgroup.com/en/worldwide/ksa
- https://disclose.ngo/en/article/arms-sales-to-israel-frances-thales-supplying-equipment-for-armed-drones-since-2018
- https://caat.org.uk/news/genocide-in-sudan-the-role-of-the-uae-and-the-complicity-of-the-west/
- https://militarnyi.com/en/news/defense-company-knds-to-set-up-a-subsidiary-in-ukraine/
- www.bruxelles2.eu/article/318172
- www.politico.eu/article/ukraine-launches-framework-for-wartime-defense-exports/
- www.politico.eu/article/ukraine-offers-drone-expertise-defense-gulf-us-support/
- www.euractiv.com/news/ukraines-defence-boom-risks-losing-control-of-its-wartime-innovations/
- https://eur-lex.europa.eu/legal-content/FR/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025PC0822 ; p. 6
- https://enaat.org/wp-content/uploads/2025/10/EDIP_ENAAT_PositionPaper_April2025.pdf
- https://euobserver.com/203546/how-the-eu-is-deregulating-arms-control-to-be-like-any-other-industry/
- LAVA Trimestrieel, zomer 2025, blz. 65-77
- https://ec.europa.eu/transparency/expert-groups-register/screen/expert-groups/consult?lang=en&groupID=3775
- Zie de factsheet van ENAAT: https://enaat.org/2026/06/08/osde/
- https://table.media/en/europe/feature/lobby-contacts-second-vdl-commission-has-more-frequent-meetings-with-companies
- www.politico.eu/newsletter/politico-eu-influence/christmas-for-lobbyists-halloween-for-ngos/?reg-wall=true
- Jaarlijkse conferentie van het Europees Defensieagentschap, European Business Summit, Europese conferentie over defensie en veiligheid, Conferentie over de defensie-industrie, georganiseerd door de EU-voorzitterschappen,…
- https://defence-industry-space.ec.europa.eu/implementation-dialogue-eu-defence-commissioner-andrius-kubilius-2025-05-19_en
- https://climatemilitarism.org/
- https://rosalux.eu/wp-content/uploads/kontext-import/documents/2/3/877db6.pdf ; p. 68-77
- www.sipri.org/databases/milex
- www.euractiv.com/news/eu-defence-spending-hits-e418bn-as-joint-procurement-lags-eda-finds/
- www.eda.europa.eu/publications-and-data/defence-data
- https://peace.fes.de/projects/visualising-military-capabilities.html

