|
Gedurende het neoliberale tijdperk roeide Sanders geduldig tegen de stroom in. In 1980, het jaar dat Ronald Reagan de presidentsverkiezing won, werd hij burgemeester van de stad Burlington in Vermont, de staat waarvoor hij sinds 1991 onafgebroken in het Congres zetelt, eerst als volksvertegenwoordiger en dan als senator. De eeuwige outsider verraste in 2016 vriend en vijand door bijna de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezing af te snoepen van Hillary Clinton. Dat een oude man met “ouderwetse” ideeën over klassenstrijd en sociale hervedeling kon doorbreken in het nationale politieke debat, zorgde voor een aardverschuiving. Bhaskar Sunkara, oprichter van het linkse magazine Jacobin, noemde de explosieve groei van de DSA een “happy accident” te danken aan het feit dat Bernie zichzelf als democratisch socialist omschrijft. Nog voordat hij als onafhankelijke de Democratische voorverkiezing op haar kop zette, had Bernie Sanders de nationale spotlights al eens opgezocht met een filibuster in december 2010. Maar liefst acht en een half uur lang trok Sanders van leer tegen een wetsvoorstel om de belastingverlaging voor de rijken die Bush had ingevoerd, te verlengen. Veel van de ideeën waarvoor hij later wereldberoemd werd, komen al voor in deze toespraak, die in 2011 ook als boek verscheen en prompt een online petitie ‘Sanders for president’ uitlokte. Achteraf gezien is The Speech misschien wel een keerpunt in de ideeënstrijd in de Verenigde Staten. De nalatenschap van Bernie Sanders bestaat erin dat hij het socialistisch gedachtegoed opnieuw op de voorgrond plaatste en talloze Zohrans, Alexandria’s en Bhaskars inspireerde om in de trotse Amerikaanse traditie van verzet te stappen. “Sanders zou wel eens een toevallige politieke figuur kunnen blijken”, schrijft de communistische Party for Socialism and Liberation (PSL), “wiens presidentscampagnes een drager en een katalysator zijn geworden voor iets van blijvende aard: een beweging van miljoenen mensen die radicale oplossingen eisen voor het ernstige onrecht dat door het plutocratische kapitalisme wordt veroorzaakt.” |
Ik sta hier vandaag om fel stelling te nemen tegen dit wetsvoorstel, en ik ben vastbesloten om mijn collega’s en de hele natie precies uit te leggen waarom ik ertegen ben. U mag mijn optreden van vandaag noemen zoals u wilt: een filibuster, of gewoon een heel lange toespraak. Ik ben hier niet om records te breken of een spektakel op te voeren. Mijn enige doel is om de tijd te nemen die nodig is om het Amerikaanse volk duidelijk te maken dat we het echt veel beter moeten doen dan dit akkoord voorschrijft.
(…) Vandaag staan we voor een staatsschuld van 13,8 biljoen dollar en een begrotingstekort van 1,4 biljoen dollar. Bijna alle Amerikanen zijn het erover eens dat dit een uiterst ernstige zaak is. Mijn eerste punt is dan ook dat ik het onaanvaardbaar vind — volstrekt onaanvaardbaar — dat mijn conservatieve vrienden en anderen in dit land de toch al hoge staatsschuld verder opdrijven door belastingvoordelen te geven aan miljonairs en miljardairs. Zij hebben die niet nodig, en in veel gevallen zitten ze er niet eens op te wachten.
(…) Als we miljoenen broodnodige banen willen scheppen en ons land internationaal sterker willen maken in een keiharde wereldeconomie, dan geef ik er de voorkeur aan — en de meeste economen zullen het met me eens zijn — om grootschalig te investeren in onze infrastructuur. De Amerikaanse infrastructuur staat immers op instorten, en ik denk niet dat iemand dat betwist. Ik kom hier later op terug. Het punt is dat de meeste economen je zullen vertellen dat je meer waar voor je geld krijgt als je in infrastructuur investeert. Je creëert met die investering meer banen dan wanneer je, in de meeste gevallen, allerlei belastingvoordelen aan het bedrijfsleven toekent.
Ten tweede, en dat is niet onbelangrijk: wanneer je in infrastructuur investeert, verbeter je de toekomst van dit land. Je maakt ons productiever. Het gaat niet alleen om het scheppen van banen, maar om het scheppen van banen voor heel specifieke doelen, waardoor ons land productiever en efficiënter wordt.
Ten derde wil ik het volgende zeggen. Als oud-burgemeester weet ik dat infrastructuur er niet beter op wordt als je haar negeert. Als burgemeester of gouverneur kun je wegen en snelwegen wel links laten liggen omdat je op dit moment niet over de middelen beschikt voor de nodige reparaties, maar volgend jaar liggen ze er echt niet beter bij. Op een gegeven moment moeten ze toch worden hersteld. Dat kunnen we net zo goed nu meteen doen.
Ik ben dan ook van mening dat het geld — de zeer aanzienlijke bedragen uit dit akkoord tussen de president en de Republikeinen — die naar belastingvoordelen voor het Amerikaanse bedrijfsleven gaan, het best aan infrastructuur besteed zouden kunnen worden.
(…) De president en anderen houden ons voor dat dit een compromis is. Je kunt niet altijd alles krijgen wat je wilt, dat klopt. Maar een voorbeeld van een compromis is de verlenging van de werkloosheidsuitkeringen met dertien maanden. Laat ik heel duidelijk zijn: midden in een zware, diepe recessie, op een moment dat miljoenen van onze medeburgers — zonder dat zij er zelf schuld aan hebben — al heel lang werkloos zijn, zou het immoreel en onrechtvaardig zijn om deze werknemers de rug toe te keren. Hun recht op een werkloosheidsuitkering loopt binnenkort af. Het is absoluut noodzakelijk dat we die uitkeringen verlengen voor de twee miljoen werknemers die ze dreigen te verliezen.
(…) Als je het in die context bekijkt, denk ik dat er behoorlijk sterke aanwijzingen zijn dat dit niet zomaar een goed akkoord is, en dat het niet vanzelfsprekend is dat we het steunen. De goedkeuring van dit akkoord zou betekenen dat we het beleid van Bush en zijn ‘trickle-down’-economie (de doorsijpeleconomie) met minstens twee jaar verlengen. Dat is een slechte zaak, want zoals de meeste Amerikanen inmiddels wel weten, heeft die economische aanpak niet gewerkt. De bewijzen zijn overweldigend en laten weinig ruimte voor discussie: als het mediane gezinsinkomen tijdens de acht jaar onder Bush met 2.200 dollar daalde, als we in de private sector ruim 600.000 banen verloren en de enige banengroei op federaal niveau plaatsvond, dan begrijp ik niet hoe iemand die politiek nog zou willen voortzetten. Maar dat is in essentie wat er zal gebeuren als dit akkoord wordt aangenomen. (…)
In dit land wordt momenteel een oorlog gevoerd door enkele van de rijkste en machtigste individuen tegen werkende mensen.
Als dit voorstel, dat is onderhandeld tussen de president en de Republikeinen, wordt goedgekeurd, zullen we over een paar maanden senatoren naar dit spreekgestoelte zien stappen die zeggen: “Weet u wat ? We zitten met een hoog tekort en een veel te hoge staatsschuld. En ja, we hebben die schuld zelf opgejaagd door cadeaus uit te delen aan miljonairs. Zo gaat dat nu eenmaal. Maar we moeten die staatsschuld nu wel aanpakken.” De Republikeinen zullen u vertellen: “O, we hebben een geweldig plan om dat op te lossen. We geven belastingkortingen aan miljonairs, maar nu moeten we wel fors gaan snijden in de sociale zekerheid.” De commissie voor het terugdringen van het begrotingstekort heeft trouwens al de weg vrijgemaakt voor die forse bezuinigingen op onze sociale voorzieningen. Misschien moeten we de pensioenleeftijd wel optrekken naar 69 of 70 jaar. Misschien moeten we snijden in Medicare of Medicaid. In Arizona zien we vandaag al wat de gevolgen zijn van zulke drastische bezuinigingen op Medicaid. Door de wetgeving die daar is aangenomen, staan er mensen op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie die zullen sterven als ze die ingreep niet krijgen. Men zegt daar tegen jonge mensen: “Het spijt ons, we kunnen uw transplantatie niet betalen, u zult moeten sterven.” Is dat echt de boodschap die we straks in heel Amerika willen verkondigen ? Ik zal er persoonlijk alles aan doen om dat te voorkomen.
(…) Deze strijd zal niet worden beslecht in de politieke bubbel van Washington tijdens een senaatsdebat. Hij zal worden gewonnen wanneer het Amerikaanse volk opstaat en zegt: “Wacht eens even. We kunnen niet blijven toegeven aan belastingvoordelen voor mensen die er nu al ongelooflijk goed voor staan. We kunnen de rijken geen vrijstellingen blijven geven, terwijl de inkomensongelijkheid hier groter is dan in enig ander groot land op aarde.” De rijkste 1 procent strijkt 23 procent van alle inkomens in Amerika op — dat is meer dan de onderste 50 procent samen. Zij hebben geen extra belastingvoordelen nodig die worden betaald door onze kinderen en kleinkinderen. De overgrote meerderheid van de bevolking steunt ons standpunt, maar ze moeten wel van zich laten horen bij hun senatoren en volksvertegenwoordigers. Als zij zich mobiliseren, ben ik ervan overtuigd dat we een akkoord kunnen bereiken dat de middenklasse en de werkende gezinnen beschermt, in plaats van cadeaus uit te delen aan de allerrijksten.
Het is van cruciaal belang om de deal die de president met de Republikeinen heeft gesloten in een breder perspectief te plaatsen. We moeten dit bekijken in het licht van wat zich vandaag op economisch en politiek vlak afspeelt in ons land. Ik spreek hier, denk ik, namens miljoenen Amerikanen: er woedt een oorlog in dit land. Ik doel niet op de oorlog in Irak of die in Afghanistan. Ik heb het over een oorlog die door de allerrijksten en machtigsten wordt gevoerd tegen de werkende gezinnen van dit land, tegen een krimpende middenklasse die langzaam verdwijnt. De Amerikaanse miljardairs zijn op oorlogspad; ze zijn onverzadigbaar. Dat komt door dit akkoord tussen de Republikeinen en de president.

In 2007 trok de top 1 procent van de grootverdieners 23,5 procent van alle inkomens naar zich toe; dat is meer dan de onderste 50 procent. Eén procent aan de ene kant, vijftig procent aan de andere kant. Maar voor de top is dat blijkbaar nog niet genoeg. Het aandeel van het inkomen dat naar de rijkste 1 procent vloeit, is sinds de jaren zeventig bijna verdrievoudigd. Overal in het land zijn mensen woedend en gefrustreerd. Ze werken zich te pletter. Er zijn mensen die niet één of twee banen hebben, maar drie of vier banen moeten combineren om moeizaam een inkomen bij elkaar te schrapen om hun gezin te onderhouden. Terwijl de bevolking steeds harder werkt, ziet ze haar inkomen in veel gevallen juist dalen. Feit is dat 80 procent van de totale inkomensgroei tussen 1980 en 2005 is opgeslokt door de rijkste 1 procent. Ik blijf hierop hameren want dit verklaart de woede van de Amerikanen. Ze werken hard maar kunnen nooit eens weg. In veel gevallen is hun levensstandaard gedaald. De rijken worden veel rijker, de middenklasse wordt kleiner. Miljoenen Amerikanen komen in armoede terecht.
Vandaag de dag bezit de rijkste 1 procent — puur gekeken naar vermogen in plaats van inkomen — meer rijkdom dan de onderste 90 procent samen. Vroeger leerden we op school over Latijns-Amerika, en in de handboeken kregen sommige landen het stempel ‘bananenrepubliek’: landen waar een handvol families het economische en politieke leven volledig beheerste. Ik wil geen onrust stoken, maar we zijn vandaag niet zo heel ver meer verwijderd van die realiteit. De rijkste 1 procent heeft haar inkomensaandeel zien verdrievoudigen. Dat is niet de basis van een democratische samenleving; dat is de basis voor een oligarchische maatschappij. De rijken worden rijker, de middenklasse krimpt en de armoede neemt toe. Blijkbaar is zelfs God niet genoeg voor sommigen van de allerrijksten.
Een voorbeeld dat mij — en velen in dit land met mij — mateloos frustreert: de loodzware recessie waarin we nu middenin zitten, waarin miljoenen mensen hun baan, hun spaargeld en hun woning zijn kwijtgeraakt, werd veroorzaakt door de hebzucht, de roekeloosheid en het onwettige gedrag op Wall Street. Die heren hebben met hun inhaligheid de zwaarste economische crisis sinds de Grote Depressie ontketend. De Amerikaanse burger heeft hen met miljarden gered. En nu, twee jaar na die overheidssteun, kennen ze zichzelf hogere vergoedingen toe dan ooit tevoren.
Eigenlijk zeggen ze tegen de Amerikaanse bevolking: “Het spijt ons dat we deze crisis hebben veroorzaakt met onze hebzucht. Jammer dat u werkloos bent geworden. Jammer dat u uw huis kwijt bent. Maar dat is uiteindelijk niet zo belangrijk. Wat wel telt, is dat ik op Wall Street miljoenen dollars aan bonussen en vergoedingen blijf opstrijken en exclusieve feesten kan geven. Hoe zou ik rond moeten komen met maar één villa ? Ik heb er vijf of tien nodig ! Ik heb drie privévliegtuigen nodig om de wereld rond te reizen. Het spijt ons, maar wij hebben nu eenmaal het geld. Wij hebben de macht. Wij hebben de lobbyisten hier op Wall Street. Jammer maar helaas. Zo werkt de wereld nu eenmaal, wen er maar aan.”
De rijken worden rijker, de middenklasse verschrompelt. En het is nooit genoeg. De allerrijksten lijken onverzadigbaar, en ze deinzen er niet voor terug de bestaande politieke en sociale orde te ontmantelen om hun zin te krijgen. Tot zover de economische realiteit en de verdeling van inkomens en vermogens, maar we moeten het nu ook over de politiek hebben…
Op 1 januari 2026 legde Zohran Mamdani de eed af als burgemeester van New York. Als lid van de Democratic Socialists of America (DSA) is hij de eerste uitgesproken socialist ooit in die functie. Niet toevallig mocht senator Bernie Sanders de honneurs waarnemen. Mamdani introduceerde hem als “de man wiens leiderschap ik het meest wil navolgen”.

