Jason Hickel pleit voor de ontwikkeling van landen in het Zuiden door middel van economische soevereiniteit en ecosocialisme, en verwerpt het extractivistische kapitalisme om de klimaatcrisis en ongelijkheid aan te pakken.
Trump heeft er een slogan van gemaakt: “Minder barbiepoppen voor je kinderen, maar meer soevereiniteit.” Achter deze provocerende leus schuilt een verontrustende waarheid: extreemrechts eigent zich nu de retoriek van “noodzakelijke offers” toe voor zijn autoritaire project. Antropoloog Jason Hickel, een leidende figuur in de ontgroeibeweging, reageert op deze uitdaging: ja, we moeten anders produceren en consumeren, maar om beter te leven. In dit interview legt hij uit waarom we de productie moeten bevrijden van de wet van de winst, de solidariteit tussen Noord en Zuid moeten herstellen en de economie moeten democratiseren om zowel de milieucrisis als de opkomst van het fascisme het hoofd te bieden.
Op 15 mei 2025 nam antropoloog, ontgroeitheoreticus en auteur van populaire boeken als Less is More Jason Hickel deel aan de derde jaarlijkse conferentie van GRIP (Global Research Programme on Inequality). Na de conferentie sprak hij met Don Kalb, Maria Dyveke Styve en Federico Tomasone over de huidige politieke strategieën in de strijd voor het klimaat en sociale rechtvaardigheid.
Don Kalb, Maria Dyveke Styve & Federico Tomasone Wat opvalt in je recente teksten en toespraken is de evolutie van je discours richting een antikapitalistische en marxistische lezing. Waar je het eerst niet expliciet zei, bijvoorbeeld in je boek “The Divide” uit 2018 over wereldwijde ongelijkheid, doe je dat vandaag wel. Vanwaar deze ontwikkeling?
Ja, dat klopt. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste is mijn analyse in de loop der tijd verfijnd. Ten tweede, toen ik The Divide schreef, richtte ik me tot een publiek dat grotendeels onbekend was met – en zich vaak ongemakkelijk voelde bij – marxistische of socialistische taal. Ik wilde effectief communiceren met mensen die werken in internationale ontwikkeling, van wie velen op hun hoede zijn voor wat zij beschouwen als ideologische etiketten.
Aan deze strategische beslissing hing een prijskaartje: The Divide gaat grotendeels voorbij aan de kwestie van het socialisme, ook al waren veel van de landen waar ik het over heb socialistisch of betrokken bij communistische revoluties. Deze afwezigheid verzwakt de analyse. Je kunt de geschiedenis van mondiale ongelijkheid niet volledig begrijpen zonder te kijken naar de pogingen van de socialistische revoluties en de beweging van niet-gebonden landen om te breken met het kapitalistische imperialisme en andere ontwikkelingsmodellen te implementeren, gevolgd door de gewelddadige westerse reactie in de vorm van de Koude Oorlog.
Wij leven in een wereld met een immens productief potentieel, en toch worden we geconfronteerd met armoede en ecologische ineenstorting, omdat productie enkel plaatsvindt wanneer en waar het rendabel is.
Sindsdien heb ik steeds meer gebruikgemaakt van concepten zoals de kapitalistische waardewet, die ik nu als centraal beschouw bij het verklaren van onze ecologische en sociale crises. We leven in een wereld met een enorm productiepotentieel, maar toch worden we geconfronteerd met armoede en de ineenstorting van het milieu. Waarom? Omdat in het kapitalisme productie alleen plaatsvindt waar en wanneer het winstgevend is. Sociale en milieubehoeften komen op de tweede plaats, na kapitaalinkomsten.
Kun je uitleggen waarom deze waardewet zo essentieel is om de crises te begrijpen waarmee we vandaag worden geconfronteerd?
De waardewet verklaart waarom we tekorten ervaren aan sociaal en ecologisch essentiële goederen, zelfs in een tijd van ongekende productiecapaciteit. Onder het kapitalisme wordt de productie niet gestuurd door menselijke of milieubehoeften. Niet de gebruikswaarde telt maar de winstgevendheid van wat geproduceerd wordt, de ruilwaarde op de markt. Als een goed niet winstgevend is, wordt het niet geproduceerd, hoe noodzakelijk het ook mag zijn.
Neem de milieutransitie. We hebben de kennis, mankracht en middelen om snel infrastructuur voor hernieuwbare energie te bouwen, gebouwen te moderniseren en openbaar vervoer te ontwikkelen. Maar dit zijn geen winstgevende investeringen, dus financiert het kapitalisme ze niet. Ondertussen blijven we luxegoederen, fossiele brandstoffen en wapens produceren – dingen die mensen en de planeet actief schaden – omdat ze winstgevend zijn. Deze tegenstrijdigheid ligt aan de basis van de ineenstorting van het milieu.

Het is vreemd dat wanneer mensen het hebben over tekorten, ze vaak verwijzen naar socialistische landen, waarbij ze de sancties en blokkades negeren waarmee deze economieën te maken hadden, ook al waren hun sociale voordelen beter dan die van kapitalistische landen. Vandaag produceert het kapitalisme zelf chronische tekorten aan betaalbare huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en groene technologieën. Dit is het directe gevolg van de waardewet. We moeten dit overwinnen als we willen overleven.
Hoe kun je in dit licht het huidige Europese beleid verklaren? En haar snelle wending naar militarisering, zelfs als dit betekent dat de EU haar grote groene kapitalistische plan, de Green Deal, opzij moet schuiven?
Jarenlang hebben de Europese leiders ons verteld dat er geen geld was om te investeren in niet-fossiele energie, openbare diensten of sociale bescherming, omdat we het schuldniveau onder controle moesten houden, om prijsstabiliteit te garanderen. Maar als het om militarisering gaat, doen deze regels er plots niet meer toe. Ze zijn bereid om miljarden uit te geven aan wapens en defensie.
Dit onthult iets cruciaals: de regels omtrent het begrotingstekort gingen niet over economie. Het waren politieke instrumenten die gebruikt werden om investeringen in sociale en milieudoelstellingen te blokkeren, terwijl er een kunstmatig tekort aan publieke goederen bleef bestaan. Nu militaire uitgaven politiek opportuun en winstgevend zijn, verdwijnen de grenzen. Het is verraad aan de werkende klasse en de toekomstige generaties.
Bovendien is hun analyse verkeerd. Blijkbaar geloven ze dat militarisering Europa soevereiniteit en veiligheid zal brengen, maar echte soevereiniteit zou een complete herziening van de geopolitieke rol van Europa vereisen. Om dit te bereiken moeten we afstand nemen van de Verenigde Staten en streven naar integratie en vreedzame samenwerking met de rest van het Euraziatische continent, waaronder China, en de landen van het Zuiden. In plaats daarvan blijven de Europese elites gevangen in de logica van de Amerikaanse hegemonie. Decennialang is West-Europa behandeld als een buitenpost voor de militaire strategie van de VS. Duitsland bijvoorbeeld ligt bezaaid met VS-bases. De Verenigde Staten willen dat Europa het Oosten als vijand ziet- maar dit is in het belang van de Verenigde Staten, niet van Europa. We moeten dit afwijzen. Het echte belang van Europa ligt in vrede en samenwerking met zijn buurlanden.
Dit vormt een perfecte overgang naar de volgende vraag: de historische last van het Europese imperialisme. De Europese heersende klassen hebben enorme schade aangericht. Hoe kunnen we deze erfenis achter ons laten? Wijzen op de tegenstelling tussen de belangen van de Europese werkende klasse en die van de kapitalisten als het gaat om buitenlands beleid?
Een belangrijke vraag. Ten eerste, ja, beleid zoals de huidige militariseringsgolf is duidelijk in lijn met de belangen van het Europese kapitaal. Daarom wordt dit beleid uitgerold. Het druist regelrecht in tegen de behoeften van gewone mensen en de stabiliteit van de planeet. Dit onthult een diepere waarheid: er is een fundamenteel conflict tussen de belangen van de werkende klasse en die van de kapitalisten. Dit dwingt ons om de mythe van de Europese democratie aan te pakken. Er wordt gezegd dat Europa een baken is voor democratische waarden, maar in werkelijkheid domineren de belangen van het kapitaal onze instellingen.
Democratie is geen geschenk van de heersende klasse – de arbeiders hebben ervoor gevochten.
Democratie is nooit een geschenk geweest van de heersende klasse – de werkende klasse vocht ervoor. En zelfs dan hebben we slechts een uitgeholde versie verkregen. De oorspronkelijke democratische eisen – vrije beschikbaarheid van essentiële goederen, democratie op de werkvloer, controle over de financiën – zijn op een zijspoor gezet. In plaats daarvan hebben we regelmatig verkiezingen tussen partijen die allemaal het kapitaal dienen, in een mediaomgeving die gedomineerd wordt door miljardairs. Als we echte democratie willen, moeten we die uitbreiden naar de economie. Dit betekent het overwinnen van de kapitalistische waardewet en het heroriënteren van de productie naar sociale en milieubehoeften. Dit betekent het democratiseren van de geldcreatie.
Een van de meest originele aspecten van je werk is de nadruk die je legt op de productie van geld. Kun je uitleggen hoe monetaire soevereiniteit past in je kritiek op het kapitalisme?
In het kapitalisme heeft de staat het monopolie op de uitgifte van geld. Alleen de staat kan geld produceren. In de praktijk wordt deze bevoegdheid echter overgedragen aan commerciële banken. Banken creëren het overgrote deel van het geld voor de economie door leningen uit te geven. Maar ze geven alleen leningen uit wanneer ze verwachten dat ze terugbetaalbaar en dus winstgevend zijn, wanneer ze de accumulatie van kapitaal dienen. Dit betekent dat de macht om geld te creëren, en zo arbeid en middelen te mobiliseren, ondergeschikt is aan de kapitalistische winstgevendheid. Het is een directe uitdrukking van de kapitalistische waardewet. Productieve capaciteit wordt alleen geactiveerd als het inkomsten genereert voor het kapitaal. Zo sturen de banken de economie: niet naar wat we nodig hebben, maar naar wat winstgevend is.
Om dit te veranderen hebben we twee dingen nodig. Ten eerste, een kader voor kredietoriëntatie – een reeks regels die ervoor zorgen dat banken minder leningen verstrekken aan destructieve sectoren, zoals fossiele brandstoffen en luxegoederen, en meer aan maatschappelijk essentiële investeringen. Ten tweede moeten we de rol van overheidsfinanciën uitbreiden. De staat moet direct geld creëren, krediet uitgeven zonder tussenkomst van particuliere banken, om essentiële goederen en diensten te financieren – hernieuwbare energie, huisvesting, openbaar vervoer – zelfs als deze niet direct winstgevend zijn voor het privékapitaal.
Er bestaat een mythe dat we alleen kunnen produceren wat financieel winstgevend is. Maar in werkelijkheid kunnen we, zolang we de werkkracht en de middelen hebben, produceren wat we samen beslissen. De enige barrière is politiek. Zodra de creatie van geld gedemocratiseerd is, kunnen we de productie bevrijden van het winstbejag en organiseren op basis van fundamentele en milieubehoeften.
In Europa houden veel linkse krachten vol dat de euro het grootste obstakel is. Ze pleiten voor een terugkeer naar nationale munteenheden om weer soeverein te worden. Hoe denk jij daarover?
Ik begrijp de aantrekkingskracht van monetaire soevereiniteit via nationale munteenheden – ze bieden meer directe controle over productie en uitgaven. Maar het versplintert ook de strijd. Als elk land in de eurozone zijn eigen klassenstrijd voor economische transformatie moet voeren, zal de vooruitgang in het beste geval ongelijk en kwetsbaar zijn. Een meer strategische route is het hervormen van de regels van de Europese Centrale Bank. We zouden de lidstaten kunnen toestaan om de overheidsinvesteringen onmiddellijk te verhogen door de begrotingsregels op te schorten [die de Europese lidstaten momenteel verbieden om geld uit te geven of schulden aan te gaan bij de Europese Centrale Bank].
Het ware doel van het bezuinigingsbeleid is ruimte te creëren voor kapitaal om zich ongehinderd te kunnen ophopen.
Tegenstanders zullen zeggen dat dit leidt tot inflatie, en inderdaad, als we eenvoudigweg publieke middelen injecteren zonder de rest van de economie aan te passen, lopen we het risico dat de vraag naar arbeid en beperkte middelen toeneemt. Maar ecosocialistisch ontgroeien biedt een oplossing: leg schadelijke en onnodige productie aan banden (SUV’s, jachten, privéjets) en wijs arbeid en middelen toe aan maatschappelijk nuttige activiteiten. Dit stabiliseert de prijzen en verandert tegelijkertijd de structuur van de economie.
Er is geen technisch obstakel. Het enige obstakel is politiek. De werkelijke raison d’être van het bezuinigingsbeleid is ruimte behouden voor kapitaal om zich ongehinderd te kunnen ophopen. Als we productieve middelen overhevelen naar publieke goederen, bedreigen we de dominantie van het kapitaal. Dit is wat de elites proberen te vermijden wanneer ze zich beroepen op de schuldenlast en het maximale begrotingstekort.
Onlangs was er een bijzonder moment. Verwijzend naar de inflatie die het gevolg zou kunnen zijn van de verhoogde invoerrechten, zei Trump “In plaats van 18 barbiepoppen, zullen je kinderen er twee hebben”. Zijn argument was dat economische soevereiniteit belangrijker is dan materiële overvloed. Het is in zekere zin een anticonsumptieboodschap. Is dat niet een deel van het gevaar van fascisme vandaag de dag? Het klinkt antineoliberaal, maar het is niet antikapitalistisch.
Dat is het precies, en ik vond dat moment ook interessant. Sommige mensen beweren zelfs dat Trump ontgroeien omarmt, wat helemaal niet waar is. Ontgroeien is een fundamenteel antikapitalistisch idee. Het gaat om het terugdringen van ecologisch destructieve en verkwistende productie en het inzetten op publieke goederen, milieuherstel en sociale gelijkheid. Trump doet dat niet.
Maar dit moment kan ons iets leren. Hij slaagde erin om het idee van materiële offers, “minder Barbiepoppen”, te verkopen in naam van soevereiniteit en nationale trots. Dit laat ons iets belangrijks zien: mensen zijn bereid om grenzen aan consumptie te accepteren als ze deel uitmaken van een bredere, zinvolle visie. Maar al te vaak gaan wij op de linkerzijde ervan uit dat mensen geen materiële beperkingen zullen accepteren. Maar dat is niet waar. Het kader is hier van belang. Als we mensen een samenhangende visie op vrijheid, waardigheid, economische democratie en een leefbare planeet bieden, kunnen we ons sterk maken voor transformatie.
Om ontgroeien eerlijk te maken, moeten we er natuurlijk voor zorgen dat in de basisbehoeften wordt voorzien. Dat is waar de publieke werkgelegenheidsgarantie om de hoek komt kijken. Dit zou ons in staat stellen om de beroepsbevolking te heroriënteren van schadelijke sectoren naar nuttige sectoren, met fatsoenlijke lonen en democratie op de werkvloer. Dat is het verschil tussen een ecosocialistische transitie en autoritair besparingsbeleid.
Hoe zorgen we ervoor dat het schijnbaar radicale, antiliberale discours niet wordt gekaapt door extreemrechts?
Het is een paradox. In zekere zin lijkt dit het slechtste moment om over socialisme te beginnen. Maar aan de andere kant is dit precies het juiste moment – omdat het liberalisme zichtbaar aan het instorten is, en de opkomst van extreemrechts populisme is een symptoom van dit falen.
Het liberalisme beweert universele rechten, gelijkheid en milieubescherming te verdedigen, maar tegelijkertijd blijft het gevangen in een productiemodel dat gedomineerd wordt door kapitaal en winstmaximalisatie. Wanneer deze twee verbintenissen botsen, kiezen liberale leiders voor het kapitaal en ziet iedereen de hypocrisie. Daarom verliest het liberalisme zijn legitimiteit. Het gevaar is dat, bij gebrek aan een overtuigend links alternatief, de gedesillusioneerde werkende klasse neigt naar rechtse retoriek: xenofobe samenzweringstheorieën, het tot zondebok maken van immigranten enz. Fascisten bieden geen echte oplossingen, maar ze vullen wel een leegte die is achtergelaten door liberale en zelfs sociaaldemocratische partijen, die elke structurele kritiek op het kapitalisme hebben laten varen.
We hebben een democratische socialistische oplossing nodig die de diepe tegenstrijdigheden van het kapitalisme aanpakt, in het bijzonder zijn irrationaliteit op het gebied van milieu. Maar om deze oplossing te implementeren zijn concrete politieke organisaties nodig. Niet alleen protestbewegingen, maar massapartijen die diep geworteld zijn in de werkende klasse.
Heb je ideeën om dit socialistische en democratische alternatief op te bouwen? Hoe kunnen we, vooral in de landen van het Noorden, de werkende klasse ervan overtuigen dat een toekomst gebaseerd op wereldwijde solidariteit en rechtvaardigheid beter is dan wat ze nu hebben?
Dat is een cruciale vraag. We moeten de mensen doen inzien dat de overvloed aan consumptie in de landen van het Noorden gebaseerd is op ongelijke uitwisseling en de uitbuiting van arbeid en hulpbronnen in de landen van het Zuiden. Fast fashion, goedkope elektronica en het continu vervangen van producten zijn allemaal afhankelijk van een wereldwijd systeem van toe-eigening. Maar nog belangrijker is dat we laten zien dat de werkende klasse in de landen van het Noorden geen baat heeft bij dit systeem. Wat ze wint aan goedkope consumptiegoederen, verliest ze aan politieke actie, autonomie en collectieve vrijheid.
Telkens wanneer milieubescherming en kapitaal met elkaar botsen, kiezen de liberale leiders voor het kapitaal.
De kapitalisten gebruikten goedkope import om de eisen van de werkende klasse te sussen en tegelijkertijd hun eigen macht te consolideren. Een echte beloning voor de werkende klasse is niet nog een iPhone, maar democratie, waardigheid en een leefbare toekomst. We moeten deze visie, die geworteld is in gedeelde belangen met de landen van het Zuiden, nieuw leven inblazen. De sleutel is om de ecosocialistische transformatie niet te presenteren als een verlies, maar als een bevrijding – van uitbuiting, onzekerheid en de ineenstorting van het milieu. Dit is waar je solidariteit echt kan doen gelden: niet in liefdadigheid, niet in ontwikkelingshulp, maar in een gezamenlijke strijd voor een betere wereld.
Hoe kunnen we in deze omstandigheden anti-imperialistische solidariteit opbouwen? Hoe kunnen we revolutionaire veranderingen in de landen van het Zuiden steunen en tegelijkertijd die van het Noorden mobiliseren?
Dat is een essentiële en complexe uitdaging. Ten eerste moeten we erkennen dat de wereld is veranderd sinds de jaren zestig. In die tijd kwamen veel leiders in de landen van het Zuiden aan de macht door massale antikoloniale bewegingen. Ze hadden het mandaat gekregen om de socialistische transformatie door te voeren. Maar in de loop der tijd zijn deze bewegingen onderdrukt, geassimileerd of omvergeworpen, vaak met steun van het Westen, en vervangen door comprador-elites [d.w.z. degenen die profiteren van de huidige imperiale regeling]. Deze elites zijn niet geïnteresseerd in bevrijding. Ze zijn voorstander van het wereldwijde kapitalisme, zelfs als hun eigen bevolking eronder lijdt. Daarom moeten de emancipatiebewegingen in de landen van het Zuiden niet alleen het westerse imperialisme aanvallen, maar ook hun eigen lokale heersende klassen.
Dat is waar nationale bevrijding om de hoek komt kijken. Het gaat niet om hulp of ontwikkeling; het gaat om politieke soevereiniteit en collectieve macht. Westerse progressieven moeten deze bewegingen steunen – niet met liefdadigheid, maar met solidariteit. Dit betekent steun geven aan volksrevoluties die proberen de controle over grondstoffen, productie en bestuur terug te krijgen. Sommige werknemers in het Noorden ontvangen bepaalde materiële voordelen van dit systeem. Maar ze staan ook machteloos. Ze hebben toegang tot goedkope consumptiegoederen, maar geen democratische controle over de productie. Het kapitalisme heeft ongelijke uitwisseling gebruikt om eisen voor autonomie en waardigheid te temperen. De werkende klasse wint hier dus niet echt bij. Ze krijgen illusies van welvaart voorgeschoteld, terwijl hun fundamentele rechten en vrijheden worden uitgehold.
We hebben een tweeledige strategie nodig. In de landen van het Zuiden: nationale bevrijdingsbewegingen die neokoloniale afhankelijkheid ontmantelen. In de landen van het Noorden: bewegingen die oproepen tot democratische controle over productie en financiën. Zo kunnen we samen een einde maken aan het kapitalisme.
Dit werpt een probleem van politieke timing op. Als de nationale bevrijding in de landen van het Zuiden de waardestroom naar het Noorden volledig zou afsnijden, zou dit leiden tot inflatie, tekorten en politieke reacties.
Dat is het grote gevaar. Als we ons hier niet op voorbereiden, zou het resultaat wel eens heel slecht kunnen uitvallen. Stel je een scenario voor waarin de landen van het Zuiden zich met succes beginnen los te maken van het Noorden – via nieuwe zijderoutes met China, regionale handelsblokken of andere middelen. Hierdoor wordt de stroom van goedkope arbeidskrachten, grondstoffen en winsten van het Zuiden naar het Noorden afgesneden. Als links in het Noorden geen coherent postkapitalistisch plan heeft opgesteld, zullen de kapitalisten optreden om hun winsten te beschermen. En waar leidt dat toe? Fascisme. Ze verpletteren de plaatselijke beroepsbevolking, drukken de lonen en tolereren geen afwijkende meningen. Ik denk dat dit het pad is waar Trump zich op voorbereidt – niet omdat hij een vastomlijnd plan heeft, maar omdat de logica van de neergang van het VS-rijk erom vraagt.
Daarom moeten wij met een andere oplossing komen. Het goede nieuws is dat we alternatieven hebben. Onderzoek toont aan dat we de levensstandaard in de landen van het Noorden kunnen handhaven of zelfs verbeteren door veel minder energie en hulpbronnen te gebruiken. Maar dit vereist het decommercialiseren van essentiële diensten – huisvesting, openbaar vervoer, gezondheidszorg, onderwijs – om mensen te beschermen tegen inflatie en hun welzijn te garanderen buiten de afhankelijkheid van de markt. Dit is de taak van links: ervoor zorgen dat de betwisting van de imperiale overheersing van het Noorden geen poort wordt naar autoritarisme, maar een springplank naar democratie en bevrijding.
Dit brengt ons bij een belangrijk punt: politieke organisatie. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat protest alleen niet meer genoeg is. We hebben de afgelopen tien jaar enorme mobilisaties gezien, bijvoorbeeld voor het klimaat, maar die hebben niet tot echte verandering geleid.
Precies. Hoewel ongelooflijk inspirerend, is de protestcultuur van de afgelopen tien jaar op een muur gestoten. Massale klimaatprotesten brachten miljoenen mensen op straat. Op een gegeven moment kregen we de indruk dat de politieke klasse wel zou moeten reageren. Maar dat gebeurde niet. Er is niets belangrijks veranderd.
Nu is het tijd om de balans op te maken. De mensen zijn gedesillusioneerd omdat ze zich realiseren dat deze acties niet genoeg waren. De energie verdwijnt en het systeem blijft intact. Daarom denk ik dat we terug moeten komen op een onderwerp dat velen niet graag aansnijden: de partij. Niet de traditionele partijen die opereren binnen de grenzen van liberale instellingen, maar de massapartijen van de werkende klasse. Vehikels voor het bouwen van concrete kracht. Deze moeten voortkomen uit vakbonden, gemeenschappen en basisorganisaties. Ze moeten werken met interne democratie, maar ook met strategische samenhang. Dit kan een terugkeer betekenen naar een bepaalde vorm van democratisch centralisme, dat effectiever is gebleken dan horizontaliteit in het bereiken van structurele verandering.
Veel mensen geloofden in de “beweging van bewegingen”, in horizontaliteit, in vergaderen, in autonomie, in consensus om de strijd op te bouwen. Het was revolutionair in termen van energie, maar niet altijd in termen van strategie. We hadden geen partijstructuur. Uiteindelijk reageerde de staat met brute repressie.
We hebben dit patroon al vaak herhaald gezien. Horizontaliteit is uitstekend om mensen snel te mobiliseren, om momenten van radicale verbeelding te creëren. Maar dat is niet genoeg. Als het moeilijk wordt, valt alles in duigen. We hebben duurzame structuren nodig, organisaties die stand kunnen houden, eisen kunnen stellen en de macht kunnen grijpen. We moeten leren van de mislukkingen uit het verleden, maar ook voortbouwen op de sterktes. Organisatie, discipline, vooruitzien – niets van dit alles is autoritair. Dat is nodig. Als we geen structuren bouwen die de strijd vooruit kunnen helpen, laten we het veld open voor autoritaire reacties.
Maar na decennia van neoliberale aanvallen zijn vakbonden en arbeidsorganisaties verzwakt. Tegelijkertijd zijn de beloften van de sociaaldemocratie duidelijk dood en begraven. Het kapitalisme deelt niets meer met de werkende klasse. De grote vraag is: hoe bouwen we de strijd opnieuw op?
Dit is de vraag van de eeuw. Eerst moeten we duidelijk maken waarom de werkende klasse moet vechten. Op dit moment zitten veel vakbonden vast in een defensieve houding – ze proberen werkgelegenheid te behouden door samen te werken met het kapitaal, in de hoop dat groei iedereen ten goede zal komen en hun leden overeind zal houden. Maar deze logica is een valstrik.
We moeten verder gaan dan de strijd om lonen en arbeidsomstandigheden en de transformatieve ambities van de vakbeweging terugwinnen. Dit betekent vechten voor publieke werkgelegenheidsgaranties, universele openbare diensten en democratische controle van de productie. Vakbonden moeten het voortouw nemen bij de milieutransitie. Stel je voor: we kunnen honderdduizenden mensen de straat op krijgen voor hogere lonen. Maar waarom niet verder gaan? Waarom niet de decommercialisering van het hoger onderwijs eisen, of werknemerscontrole over de industrie? We zijn met genoeg. Wij hebben de macht. Wat we nodig hebben is een politieke visie.
Als we de massapartijen opnieuw willen opbouwen, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat ze een internationalistische visie hebben? Extreemrechts lukt het om zich over de grens te organiseren. Hoe kunnen we ons op transnationale schaal organiseren, met name via wereldwijde toeleveringsketens, waar de meeste arbeidsuitbuiting ter wereld plaatsvindt?
Dat is cruciaal. De politieke verbeelding van links is nog steeds vaak beperkt tot de natiestaat, maar het kapitalisme is mondiaal. Toeleveringsketens zijn mondiaal. Het fascisme wordt steeds mondialer. Dat moet onze reactie ook zijn.
We hebben duurzame structuren nodig, organisaties die stand kunnen houden, eisen kunnen afdwingen en de macht kunnen grijpen.
We moeten ons organiseren langs de toeleveringsketens en stakingen en campagnes coördineren, niet alleen op lokaal niveau, maar ook internationaal. Werknemers uit het Zuiden, vooral vrouwen in de verwerkende industrie en landbouw, vormen de ruggengraat van de wereldeconomie. Als we solidariteit opbouwen tussen deze arbeiders en die in het Noorden, gebaseerd op gedeelde strijd, kunnen we de essentie van het systeem ontwrichten. Stel je de kracht voor van gecoördineerde actie tussen productiecentra, van Bangladesh tot Duitsland, van Mexico tot Noorwegen. Dat is het niveau van de strategische visie die we moeten ontwikkelen. Dit is niet alleen mogelijk, het is noodzakelijk. En het begint met de wederopbouw van internationalistische instellingen met de macht van de werkende klasse.
Heb je concrete ideeën over hoe we deze internationale strijd onder de huidige omstandigheden kunnen opbouwen en hoe we los kunnen komen van de sociaaldemocratische illusie?
We hebben een lang proces van desoriëntatie doorgemaakt. De neoliberale aanval heeft de organisatorische infrastructuur van de werkende klasse aangevallen – haar partijen, haar vakbonden, haar mediaplatforms. Natuurlijk beginnen we niet vanaf nul, maar wel vanaf een veel zwakker punt, en je hebt gelijk: veel van de instellingen die nog bestaan, zitten vast in een defensieve houding. Ze houden vast aan sociaaldemocratische beloften die er niet meer
toe doen. Het kapitalisme hoeft geen compromissen meer te sluiten. Het heeft de werkende klasse niets te bieden, zelfs geen stabiliteit.
De uitdaging is om opnieuw op te bouwen, niet om alleen maar te reageren. We hebben een nieuw organisatiemodel nodig. Dit betekent duidelijkheid, discipline en een langetermijnvisie. Het betekent resoluut politiek zijn. En ja, dat betekent waarschijnlijk een terugkeer naar massapartijen – maar dan wel verankerd in hedendaagse omstandigheden. We moeten voortbouwen op de sterke punten en leren van de fouten uit het verleden.
Om terug te keren naar het begin: we staan op een tweesprong. Of we vinden een weg voorwaarts door transformatie, of we zinken weg in fragmentatie, onderdrukking en de ineenstorting van het milieu.
Precies. Dat maakt dit moment zo zorgwekkend. Zelfs als extreemrechts zich niet volledig bewust is van waar het zich op voorbereidt, duwt de logica van de wereldwijde neergang ons in die richting. Nogmaals, zodra de imperiale kern de toegang tot goedkope arbeidskrachten en grondstoffen verliest, zal de heersende klasse reageren door in zichzelf te keren, de lokale werkgelegenheid te verpletteren en de samenleving te militariseren. Dit is al aan de gang. En als links geen oplossing biedt, een postkapitalistische visie die geworteld is in rechtvaardigheid, democratie en een stabiel milieu, dan zal het kapitalisme de overgang beheren door middel van geweld en onderdrukking.
Maar we hebben een kans om te slagen. We weten dat we in de menselijke behoeften kunnen voorzien met veel minder energie en materialen. We kunnen universele openbare diensten opbouwen. We kunnen de prijzen stabiliseren zonder groei. We kunnen de productie zo reorganiseren dat ze het leven dient in plaats van de winst. Dat is de visie waarvoor we moeten vechten. Niet abstract, niet voor één dag, maar nu. Omdat een leefbare wereld nog steeds mogelijk is.

