Michael Parenti is overleden op 24 januari 2026. Geboren in een Italiaans arbeidersgezin analyseerde hij wat er in zijn land, de VS, en in de wereld gebeurde, altijd vanuit zijn klasse. Voor auteur en filmmaker Alexander Deprez waren de vele boeken van Parenti even zovele eye-openers.
“Michael Parenti is gestorven”, zeg ik stilletjes terwijl ik naar zijn portret op mijn scherm kijk. Sarah kijkt me treurig aan. Een man die aan de andere kant van de oceaan woont, die we nog nooit ontmoet hebben, laat hier een gigantisch gat achter nu hij het tastbare leven achter zich laat.
We kijken naar zijn boeken in onze boekenkast. Enkel bij de Nederlandstalige uitgaven is er een consequente uitgever (EPO). De Engelstalige uitgaven komen in alle maten en kleuren waarvan de meerderheid bij kleine onafhankelijke uitgevers, die duidelijk weinig budget of aandacht over hebben voor het ontwerp. Radicale denkers krijgen hun werk vaak moeilijk gepubliceerd. Andrea Dworkin, wiens boek Pornography: Men Possessing Women, wat voor mij een van de meest inzichtgevende boeken was die ik in 2025 las, schreef dat ze moeilijk kon overleven tijdens het schrijven van haar boeken, omdat magazines en kranten weigerden haar werk te publiceren. Haar debuut Women Hating werd door meer dan twintig uitgevers geweigerd. Een gelijkaardig lot onderging Michael Parenti. Ondanks zijn academische studies en werken, werd hij op alle grote universiteiten in de Verenigde Staten geweigerd of ontslagen.
- 1 Vóór Chomsky maakt Parenti al een messcherpe analyse van de massamedia
- 2 Geweld komt altijd van wie verandering wil tegenhouden
- 3 Cultuurstrijd
- 4 “Weet jij wat het betekent om te kunnen lezen?”
- 5 Parenti kent de vernedering van de werkende klasse.
- 6 Parenti leerde me dat je geen strijd kan voeren zonder hoop
Vóór Chomsky maakt Parenti al een messcherpe analyse van de massamedia
Mijn oog valt op Inventing Reality: The Politics of the Mass Media. Ik stuitte toevallig op het boek enkele jaren geleden, terwijl ik samen met Sarah tussen grote stapels lectuur snuisterde in een tweedehands boekenwinkel in Athene. Gelukkig maar. Het boek is haast onvindbaar. Tegenwoordig kan je het enkel kopen op Amazon, voor 188,94 euro. Inventing Reality is een messcherpe analyse van media in een kapitalistische samenleving. Jaren later zou ik het werk herkennen in veel van de verhalen van bevriende journalisten. Het boek kwam twee jaar eerder uit dan Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media, het iconische betoog van Edward S. Herman en Noam Chomsky. Maar Parenti zou nooit de faam en het succes van Chomsky genieten. Zijn werk zou nooit geprezen worden op universiteiten. Ook zou hij nooit zijn authentieke linkse ideeën verfoeien, revolutionairen uitmaken voor ‘communistisch gespuis’, communisme en nazisme voorstellen als een ideologische tweeling, een privéjet delen met Jeffrey Epstein en zijn contact met de machtige misbruiker omschrijven als ‘een zeer waardevolle ervaring’.
Het is de prijs van tegen de macht ingaan.
Geweld komt altijd van wie verandering wil tegenhouden

Toen de Sovjet-Unie ontmanteld werd, nadat Boris Jeltsin met tanks en troepen het parlement ontbond, werden in het Westen termen als ‘communisme’ in de verdomhoek geplaatst. Het kapitalisme had gewonnen, zo werd verkondigd. Parenti hield echter voet bij stuk, ondanks de druk die op linkse intellectuelen werd uitgeoefend. In 1997 publiceerde hij Blackshirts and Reds: Rational Fascism and the Overthrow of Communism (bij EPO vertaald als Zwarthemden en Roden), een sterk weerwoord op de antimarxistische ideeën die de westerse wereld domineerden. In het boek vat hij scherp samen hoe fascisme gebruikt wordt als een middel van het grootkapitaal om zich te verdedigen tegen het communisme. Ook doorprikt hij enkele hardnekkige mythes omtrent sociale strijd, revolutie en geweld. Zo schrijft hij:
“Het concept van ‘revolutionair geweld’ is enigszins misleidend, aangezien het meeste geweld afkomstig is van degenen die hervormingen proberen te verhinderen, en niet van degenen die daarvoor strijden. Door ons te concentreren op de gewelddadige opstanden van de onderdrukten, zien we de veel grotere repressieve kracht en het geweld over het hoofd dat door de heersende oligarchen wordt gebruikt om de status quo te handhaven, waaronder gewapende aanvallen op vreedzame demonstraties, massale arrestaties, martelingen, vernietiging van oppositieorganisaties, onderdrukking van dissidente publicaties, moorden door doodseskaders, de uitroeiing van hele dorpen, en dergelijke.”
Ondanks zijn academische studies en werken, werd Parenti op alle grote universiteiten in de Verenigde Staten geweigerd of ontslagen.
Hiermee beschrijft hij wat we vandaag nog steeds zien gebeuren. Vreedzame betogingen worden afgeschilderd als haatdragend of gewelddadig. Steeds wordt de focus gelegd op ‘onruststokers’ die zich tussen de betogers zouden bevinden, waarop de politie op haar beurt zou moeten ‘reageren’. Vanaf de eerste rij aanschouwde ik hoe de Antwerpse politie eind vorig jaar met wapenstok en waterkanon een vreedzame betoging van de Antwerpse Coalitie voor Palestina uiteensloeg. Daarbij werd duidelijk dat ‘ordetroepen’ helemaal geen poging doen om ‘de vrede te bewaren’, maar de betogers gericht provoceren in een poging om geweld uit te lokken. Parenti zet je tevens aan het denken over waarom revoluties met geweld gepaard gaan.
“De meeste sociale revoluties beginnen vreedzaam. Waarom zou het anders zijn? Wie zou er niet de voorkeur aan geven om samen te komen en te demonstreren in plaats van een dodelijk gevecht aan te gaan met meedogenloze krachten die inzake mobiliteit en vuurkracht alle mogelijke voordelen hebben”?
Cultuurstrijd
In boeken als Make-Believe Media: The Politics of Entertainment (1992) en The Culture Struggle (2005) onthult hij op Gramsciaanse wijze de impact van cultuur op het hedendaagse denken van de arbeidersklasse. Parenti toont hoe films en televisie gebruikt worden om racistische, seksistische, klassistische en koloniale denkbeelden te promoten en hoe de entertainmentindustrie films, boeken en muziek waarin een klassenanalyse gemaakt wordt, uit het zicht van de massa’s probeert te houden. Opnieuw hielpen zijn analyses me bij het begrijpen van mijn dagelijkse realiteit.
Hij maakte duidelijk waarom ik als kind droomde van een carrière als Amerikaanse soldaat na het zien van Amerikaanse oorlogsfilms; waarom bij de vakbondsstrijd in de VS zo vaak eerst aan het cliché van de corrupte vakbondsman wordt gedacht; waarom we in het Westen grote delen van het Globale Zuiden nog steeds als onbeschaafd beschouwen en waarom cultuur die zich inzet voor sociale strijd nog altijd wordt weggezet als lage cultuur, niet-literair, te activistisch of als propaganda, waardoor het steeds moeilijker wordt om zulke cultuur te creëren.
“Weet jij wat het betekent om te kunnen lezen?”
Daarnaast sprak Parenti mensentaal, in tegenstelling tot veel linkse academici en theoretici. Hij was een zoon van een Italiaans arbeidersgezin in New York, in een tijd dat Italianen nog niet als wit gezien werden en dagelijks geconfronteerd werden met racisme en systematische onderdrukking. “Weet jij wat het betekent om te kunnen lezen?” zegt hij passioneel wanneer hij het heeft over het geletterdheidsprogramma van de Cubaanse revolutie in 1961.1 Hij spreekt uit ervaring. Toen hij zijn boek Power and the Powerless opdroeg aan zijn vader, keek zijn vader hem beschaamd aan: “I can’t read this, kid.”
“De nederlaag die die man voelde”, vervolgt Parenti in zijn lezing, “dat is waar analfabetisme om draait, dat is waar de vreugde van alfabetiseringsprogramma’s om draait. Daarom lopen mensen in Nicaragua nu voor het eerst trots rond. Voorheen werden ze als beesten behandeld, mochten ze niet lezen en werd hen niet geleerd om te lezen.”
Parenti kent de vernedering van de werkende klasse.
Parenti kent de vernedering van de werkende klasse. Hij kent de pijn, de trauma’s, het lijden. Daarom spreekt hij strijdlustig vanuit verontwaardiging. Een verontwaardiging die ik deel. Een verontwaardiging die me raakt.
“En sommigen van ons, die uit arme gezinnen komen, die de verborgen verwondingen van hun klasse met zich meedragen.” Deze woorden van Parenti openen mijn debuut Prins Albert: Prelude van een communist, een boek dat ik mocht uitbrengen bij dezelfde uitgeverij die zijn Nederlandstalige uitgaven de wereld in stuurde. De eerste keer dat ik ze hoorde, kreeg ik rillingen in mijn hals. Ze komen uit zijn toespraak Reflecties over de omverwerping van het communisme in Santa Rosa, Californië, maart 1996.2
In 1997 publiceerde Parenti Blackshirts and Reds, een sterk weerwoord op de antimarxistische ideeën die de westerse wereld domineerden
“Communisme, dames en heren, ik zeg het zonder aarzelen, communisme in Oost-Europa, Rusland, China, Mongolië, Noord-Korea en Cuba bracht landhervormingen en sociale voorzieningen, een drastische verbetering van de levensomstandigheden van honderden miljoenen mensen op een schaal die nog nooit eerder, en ook nooit daarna, in de geschiedenis van de mensheid is voorgekomen, en dat is iets om te appreciëren.
Het communisme heeft wanhopig arme landen omgevormd tot samenlevingen waarin iedereen voldoende voedsel, onderdak, medische zorg en onderwijs had, en sommigen van ons die uit arme gezinnen komen en die de verborgen verwondingen van hun klasse met zich meedragen, zijn zeer onder de indruk – zeer, zeer onder de indruk – van deze prestaties en zijn niet bereid om ze af te doen als ‘economistisch’.
Zeggen dat ‘socialisme niet werkt’ is voorbijgaan aan het feit dat het wel werkte, en dat het werkte voor honderden miljoenen mensen!
Zijn woorden zijn helder en direct. Zijn vergelijkingen en vraagstelling zijn spitsvondig.
“De tweede mythe die ons wordt voorgeschoteld, is dat deze revolutionaire regeringen ons vijandig gezind zijn en dat we ons daarom tegen hen verzetten. Rechtse dictaturen kunnen goed met ons overweg; ze zijn ons vriendelijk gezind. Maar waarom is dat zo? Wat maakt rechtse dictaturen zo vriendelijk? Waarom zijn ze zo vriendelijk? Wat is hun gemeenschappelijk belang?”
Parenti sprak mensentaal, in tegenstelling tot veel linkse academici en theoretici.
En misschien wel de simpelste maar belangrijkste vraag die hij stelt om de wereld te begrijpen: Cui bono? Wie heeft er baat bij? Wat zijn de belangen achter politieke beslissingen? Waarom zijn westerse ‘democratische’ natiestaten zo inconsequent in hun beleid? Waarom grijpen ze niet in wanneer een bondgenoot een genocide uitvoert? Waarom moeten we ieder jaar opnieuw besparen terwijl onze productiviteit blijft stijgen? Terwijl er ieder jaar opnieuw recordwinsten gemaakt worden?
Parenti leerde me dat je geen strijd kan voeren zonder hoop
Parenti leerde me dat blinde woede zonder te begrijpen enkel tot pijn leidt. Dat je je verdiepen in fascisme, klimaatverandering of andere grote tragedies van de mensheid zonder klassenanalyse leidt tot cynisme. Dat je geen strijd kan voeren zonder hoop. Dat je geen strijd kan voeren zonder liefde te voelen. Liefde voor wiens stemmen versmacht worden, die uitgebuit worden, die niets hebben. Liefde voor de verworpenen der aarde. Liefde voor de mensheid.
Hij schreef geen bestsellers. Hij werd niet uitgenodigd op de rode lopers en de populaire talkshows. Zijn gezicht stond niet in de blaadjes of bij de beloftes van dat jaar. Zijn naam staat niet tussen de “grootsten” in onze geschiedenisboeken.
Geen roem, geen glorie, geen financieel succes.
Zijn naam werd niet op de voorpagina’s gedrukt.
Geen nationale rouwdag werd op de radio aangekondigd.
Maar de honderdduizenden wiens ogen hij opende,
de honderdduizenden van wie de namen nooit op voorpagina’s zullen staan,
van wie de stemmen nooit op de radio te horen zullen zijn,
zij huilden.
Zij dragen hem verder.
Dan eindig ik graag met zijn woorden omdat ik ze nooit als hij kan vangen.
“Zij die tegen alle tegenslagen in hebben gestreden met alle angst en moed van gewone mensen, wier namen we nooit zullen kennen, wier bloed en tranen we nooit zullen zien, wier kreten van pijn en hoop we nooit zullen horen, met hen zijn we verbonden door een verleden dat nooit dood is en nooit echt voorbij is. En dus, wanneer de beste bladzijden van de geschiedenis uiteindelijk worden geschreven, zal dat niet door prinsen, presidenten, premiers of deskundigen zijn, en zelfs niet door professoren, maar door de mensen zelf. Ondanks al hun fouten en tekortkomingen zijn de mensen alles wat we hebben. Wij zijn immers zij.”
Door EPO vertaalde boeken van Parenti:
Winsthonger (2016) – vertaling van Profit Pathology (2015) nog verkrijgbaar
Hoe de rijken de wereld regeren (2012) – The face of imperialism (2011) nog verkrijgbaar
God en zijn demonen (2011) – God and his demons (2010)
Democratie voor de elite (2008) – Democracy for the Few (1974)
De moord op Julius Caesar (2005) – The Assassination of Julius Caesar – A People’s History of Ancient Rome (2003)
Zwarthemden en Roden (2001) – Blackshirts and Reds, Rational Fascism and the Overthrow of Communism (1997) nog verkrijgbaar
Het Vierde Rijk of de brutale realiteit van de VS-wereldheerschappij (1995) – Against Empire (1995)
