Artikels

Laat de beleggersklasse zich niet blackwashen

Cedric Johnson

— 20 juli 2020

Bedrijven hebben antiracistische retoriek omarmd, maar ze zullen de uitbuiting en ongelijkheid die de beleggersklasse nodig heeft en die de politie voor haar handhaaft niet uitroeien. We moeten een beweging opbouwen die dit wel doet.

Juni 2020 was geen goede maand voor slavenhouders en imperialisten, of in ieder geval niet voor hun stenen en bronzen afbeeldingen. Te midden van de hevige protesten na de politiemoord op George Floyd in Minneapolis, eisten massa’s over de hele wereld de verwijdering van racistische iconen, waarbij sommigen de daad bij het woord voegden en de beelden naar beneden haalden.

Cedric Johnson is associate professor African American Studies and Political Science aan de University of Illinois in Chicago en redacteur van The Neoliberal Deluge: Hurricane Katrina, Late Capitalism and the Remaking of New Orleans (University of Minnesota Press, 2011).

Terwijl pogingen om de beelden in kwestie op legale wijze te verwijderen wegkwijnden in de rechtbank, maakten de betogers van de monumenten onmiddellijk kleurrijke sites waar kunstenaars en mensenmassa’s zich verzamelden voor betogingen en herdenkingen voor zwarte burgers die door de politie waren gedood.

Opgeruimd staat netjes! De betogers hebben een zeer laattijdig proces van erkenning en historisch bewustzijn nieuw leven ingeblazen. Hun gekozen doelwitten weerspiegelen echter ook een relatieve machteloosheid ten opzichte van het hedendaagse establishment. De symboolpolitiek van het moment, vervat in termen als “wit privilege” en “posttraumatische slavernijstoornis”, zijn van harte omarmd door de beleggersklasse juist omdat ze de aandacht afleiden van haar eigen beleid. In haar streven naar maximale winst rechtvaardigt ze namelijk uitbuiting, spreekt ze economische verspilling goed en reproduceert ze sociale ongelijkheid.

Het nieuwe blackwashing van het bedrijfsleven

Terwijl de antiracistische betogers hard waren voor de al lang overleden onderdrukkers, hebben diezelfde protesten een meevaller op het gebied van public relations opgeleverd voor de levende beleggersklasse. Bedrijven zegden op enkele weken tijd meer dan 2 miljard dollar toe aan diverse antiracistische initiatieven en organisaties. De bazen van Warner, Sony Music en Walmart hebben elk 100 miljoen dollar opzij gezet. Google heeft 175 miljoen dollar toegezegd, voornamelijk om zwart ondernemerschap te stimuleren. YouTube kondigde een initiatief van 100 miljoen dollar aan om zwarte mediastemmen te versterken. Apple beloofde ook 100 miljoen dollar voor de oprichting van zijn Racial Equity and Justice Initiative.

Delen van de bezittende klasse zijn ontstoken in een intensieve blackwashing-campagne, vergelijkbaar met greenwashing.

De antiracismehouding van het bedrijfsleven werd nog wijder verbreid. Op sociale media postten honderden bedrijven pro-Black Lives Matter-berichten. Streamingdiensten zoals Hulu, Amazon Prime en Netflix promootten zwarte films, tv-series en documentaires op een niveau dat we normaal gesproken zelfs tijdens de Black History Month niet zien. General Motors, Lyft, Best Buy, Amazon, de National Football League, Mastercard, Nike, Spotify en andere megabedrijven maakten een betaalde vakantiedag van 19 juni, ooit vooral gevierd in Oost-Texas ter nagedachtenis aan de dag waarop de slavernij in Galveston werd afgeschaft.

Terwijl Amazon het gebruik van zijn gezichtsherkenningssoftware door de politie tijdelijk heeft verboden, waren weinig van deze reacties gericht tegen de medeplichtigheid van bedrijven bij het politiewerk, ofwel als aannemers van de politieafdelingen of als begunstigden van de politie. Dat is deels het gevolg van de heersende opvattingen over het probleem van de politie, dat eerder op raciale ongelijkheid focust dan op de meer fundamentele rol die de macht om iemand in de gevangenis te stoppen in de reproductie van de sociale orde en de politieke economie speelt. Zodra we de strijdvaardigheid en de specifieke millennial-aspecten achterwege laten, is de slogan ‘Black Lives Matter’ in de kern een bevestiging van het burgerrechtenliberalisme en een fundamenteel pleidooi voor gelijke bescherming door de wet.

Delen van de bezittende klasse zijn sindsdien ontstoken in een intensieve blackwashing-campagne, vergelijkbaar met greenwashing. Dat wil zeggen dat ze de slogans, mantra’s en de ethiek van het rassenliberalisme overnemen op een manier die de fundamentele uitbuiting niet in het gedrang brengt. Bij deze vormen van antiracisme gaat het er gewoon om dat bedrijven hun marktaandeel proberen uit te breiden door hun zorg en betrokkenheid uit te drukken. Het belangrijkste is misschien nog dat de omhelzing van Black Lives Matter door de bedrijven de publieke aandacht heeft afgewend van de niet-aflatende arbeidsprotesten van essentiële werknemers velen van hen zwart tegen diezelfde bedrijven tijdens de lockdownmaatregelen.

Essentiële arbeidersrebellie

De lockdownmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 te stoppen hebben verschillende sectoren dooreengeschud. Werknemers in het onderwijs, de informatiediensten, de financiële sector en de culturele wereld konden hun baan behouden omdat veel universiteiten, scholen, technologiebedrijven en medianetwerken virtueel gingen, maar voor de meesten was dit een vergiftigd geschenk. Ze behielden hun baan, maar werden nog strikter gecontroleerd en opgejaagd. Miljoenen anderen kwamen in de werkloosheid terecht doordat concerten, bars, restaurants, theaters, openbare bijeenkomsten, kerkdiensten en recreatieve activiteiten afgeschaft werden. Nu miljoenen schoolkinderen thuis zitten, nemen veel Amerikanen ook een nieuwe rol op zich als fulltime thuisleraars, verzorgers en koks, vaak zonder de vereiste opleiding of financiële, emotionele en sociale middelen.

In deze context werd de benarde situatie van de essentiële werknemers een krachtig symbool van de meer algemeen gevoelde ontberingen en onzekerheid van de pandemie. Deze werknemers omvatten de eerstelijnsgezondheidswerkers, eerstehulpverleners en werknemers bij het openbaar vervoer, die cruciaal waren voor de bestrijding van de pandemie, maar ook degenen die werkzaam waren in het verkeer van basisgoederen en -diensten. Door de beperkte toegang tot restaurants, detailhandel en kruidenierswinkels, namen de e-commercebedrijven zoals Amazon, Instacart, Grubhub, DoorDash en anderen een overmaatse rol op zich. Alleen al tussen maart en april voegde Instacart zo’n driehonderdduizend werknemers toe, waarbij de totale waardering van het bedrijf bijna 14 miljard dollar bedroeg als gevolg van de pandemie.

Als kritieke knooppunten in de deeleconomie1 hebben deze bedrijven altijd een beroep gedaan op de meest kwetsbare werknemers en hebben ze daar weinig voor teruggegeven wat betreft lonen en uitkeringen. Onder de omstandigheden van de pandemie profiteerden diezelfde e-handelaars van massaontslagen in andere sectoren waarbij er nieuwe reserves van onder druk staande werknemers ontstonden. De combinatie van de omstandigheden van de gig-economie en de legitieme angst voor de pandemie veroorzaakte een golf van werkonderbrekingen en stakingen in de hele VS.

De politie is geen strategie om “zwarte lichamen te beheersen”, maar een middel om de armen, werklozen en gecriminaliseerden te managen, als een goedkoper alternatief voor het sociaal loon.

Hoewel de CEO van Amazon Jeff Bezos Black Lives Matter rotsvast ondersteunde, werd Chris Smalls, een zwarte Amazonwerknemer die eind maart een staking leidde en meer beschermende kleding en een risicopremie eiste, door het bedrijf ontslagen. De staking had het JFK8-magazijn in Staten Island, dat drieduizend werknemers in dienst heeft, tijdelijk stilgelegd. Smalls, een assistent-manager, en andere werknemers maakten zich steeds meer zorgen nadat twee werknemers positief testten op COVID-19. De veiligheid van de werknemers was al voor de pandemie een probleem bij JFK8. Vorig jaar kreeg het magazijn een score van 15,2 op de OSHA2 Incident Index, een letselpercentage dat hoger ligt dan het landelijk gemiddelde voor zagerij- en staalarbeiders.

Smalls vervoegt een lange reeks werknemers die door Amazon zijn ontslagen omdat ze protesteren tegen de arbeidspraktijken van het bedrijf. Emily Cunningham en Maren Costa werden midden april afgedankt voor hun leiderschap van Amazon Employees for Climate Justice, die een petitie lieten rondgaan en een videoconferentie van magazijnmedewerkers organiseerden over de aanpak van de pandemie en de veiligheid. Tim Bray, een vicepresident en ingenieur bij Amazon Web Services, nam ontslag uit protest na de stormloop van ontslagen en publiceerde een vurige brief waarin hij de behandeling van klokkenluiders door het bedrijf en het falen om de werknemers tijdens de pandemie te beschermen veroordeelde.

“Amazon wordt uitzonderlijk goed beheerd en heeft zich zeer vaardig getoond om kansen te zien en herhaalbare procedures te maken om die te benutten,” schreef Bray. “Het heeft een even grote blinde vlek voor de menselijke kosten van de niet aflatende groei van rijkdom en macht.” Bray veroordeelde de behandeling van magazijnmedewerkers door de detailhandelgigant als “vervangbare eenheden van het pick-and-pack-potentieel”, maar merkte op dat dit niet alleen het probleem is van Amazon, maar eerder “hoe het 21ste-eeuwse kapitalisme werkt”.

Op 1 mei begonnen duizenden werknemers bij Amazon, Target, Whole Foods, en Instacart beurtstakingen. Ze eisten een uitgebreider ziekteregeling, strengere gezondheidsmaatregelen en sociale distancing op hun werkplek en betere lonen. Deze bedrijven bagatelliseerden de omvang van de ontevredenheid van de werknemers. Sommigen, zoals de winkelketen Target, publiceerden verklaringen die de bezorgdheid terugbrachten tot die van “een zeer kleine minderheid” van hun 340.000 leden tellende personeelsbestand.

We zijn eerder getuige van een ideologische verstrengeling van het militante raciale liberalisme van Black Lives Matter en het top-down raciale liberalisme van het grootkapitaal.

Amazon heeft zijn veiligheidsbeleid bekend gemaakt via snuggere mediacampagnes. Een recente Californische rechtszaak spreekt deze berichtgeving echter tegen. Op het proces kwamen incidenten ter sprake waarbij medewerkers van Amazon Fresh het diepvriesveiligheidspak zonder ontsmetting hergebruiken. Ook andere werknemers meldden dat hun klachten aan het management over de veiligheid in de winkel niet serieus werden genomen.

Dit is nog niet voorbij, en de problemen waarmee essentiële werknemers te maken hebben zullen waarschijnlijk nog groter worden naarmate de pandemie voortschrijdt en overheidsambtenaren de volksgezondheid en de veiligheid op het werk opofferen op de altaren van het beleggersvertrouwen en de hernieuwde economische groei.

Opgelet voor woke kapitalisme

De gerechtvaardigde golf van woede na de moord op George Floyd waarbij duizenden de straat opgingen om gerechtigheid te eisen vormde meteen een uitdaging voor de elites. Maar ze boden ook een potentiële opening, een kortstondige sociale uitlaatklep voor de slimme bedrijfsklasse, een middel om bezorgdheid te tonen over het leven van de zwarte en bruine werknemers waarvan ze afhankelijk zijn, terwijl ze de aandacht afleiden van de onrechtvaardige omstandigheden op de werkvloer.

Veel activisten hebben de reactie van de bedrijfswereld afgedaan als een poging tot recuperatie, wat afleidt van het meer ‘organische’ werk dat zich in verschillende steden ontvouwt rond het verminderen van de fondsen van politieafdelingen en het verwijderen van politie uit de scholen. Deze bedrijfsreactie is echter geen recuperatie in de traditionele zin van het woord, waar de gevestigde machten de bedreigende volkskrachten inperken en hun leiderschap en ideeën met tegenzin en uit noodzaak omarmen. We zijn eerder getuige van een ideologische verstrengeling van het militante raciale liberalisme van Black Lives Matter en het top-down raciale liberalisme van het grootkapitaal. Antiracistische protesten tegen politiegeweld en hatelijke historische gedenktekens vormen geen bedreiging voor het kapitaal zoals stakingen en werkonderbrekingen dat doen.

Het enthousiasme vanuit de bedrijfswereld voor elementen van Black Lives Matter moet enkele kernproblemen van het liberale antiracisme duidelijk maken.

Het enthousiasme vanuit de bedrijfswereld voor elementen van Black Lives Matter moet twee kernproblemen van het liberale antiracisme duidelijk maken. Ten eerste versterken het amorfe karakter van de slogan, zoals de Black Power-eis decennia eerder, en het gedecentraliseerde netwerkkarakter van het anti-politiegeweld-activisme de dynamiek van ongebonden bemiddelaars waar degenen die het dichtst bij de troon zitten uiteindelijk zullen bepalen wat Black Lives Matter in de praktijk betekent. En na enkele decennia gebazel over bedrijfsverantwoordelijkheid, bij gebrek aan druk om anders te doen, weten we dat de heersende elites oplossingen zullen aanreiken die netjes in het domein van de markteconomie passen: vrijblijvende actie, het bestraffen van individueel gedrag, en de bevordering van het ondernemerschap en het creëren van rijkdom.

Het is de moeite waard om op te merken dat alle “sociale-rechtvaardigheidsorganisaties” die in Amazons 10 miljoen dollar-belofte worden genoemd al bestonden voor de Black Lives Matter-hashtag werd opgericht. Geen enkele daarvan zou door activisten als toonaangevende Black Lives Matter-organisaties worden beschouwd, en sommige houden zich helemaal niet bezig met zaken als politie en strafrecht.

Ten tweede heeft de slogan de noties van universeel zwart slachtofferschap nieuw leven ingeblazen. Die zijn tot op zekere hoogte van toepassing in het geval van burgerwachten en politiegeweld, maar ze zijn vals als het gaat om het bredere probleem van opsluiting, of van ongelijkheid in gezondheidszorg, onderwijs en inkomen. Kenneth Frazier, de CEO van het farmaceutische bedrijf Merck, was terecht verontwaardigd over de moord op George Floyd, maar in zijn publieke verklaring over het incident bediende hij zich van een retorische truc die door te veel mensen als sociaal feit wordt geaccepteerd. “Wat de Afro-Amerikaanse gemeenschap in die video ziet,” zei Frazier, “is dat deze Afro-Amerikaanse man, die ik of een andere Afro-Amerikaanse man had kunnen zijn, als minder dan menselijk wordt behandeld.” Er is niets mis met Frazier’s oprechte vereenzelviging met Floyd. Miljoenen mensen waren echter geschokt en verontwaardigd, te oordelen naar de protesten in alle vijftig staten en volgens de beelden van een brede en diverse menigte, en hoefde je duidelijk niet zwart te zijn om te zien dat de politie op een onwettige en onmenselijke manier handelde.

Bovendien is de bewering van Frazier dat het hem zou kunnen overkomen overduidelijk vals, tenzij u op de hoogte bent van een incident waarbij iemand met 76 miljoen dollar aan aandelen door de politie tijdens een routinematige arrestatie werd verstikt tot de dood erop volgde. Met die retorische zet geeft Frazier als een authentieke, eerlijke makelaar in zijn kringen, meer gewicht aan zijn oproep aan zwarte zakelijke leiders om een “verenigende kracht” te zijn in het kielzog van de massale protesten en plunderingen.

Te veel zelfverklaarde linksen grijpen nu naar “klassenreductionisme”3 om elke serieuze klassenanalyse van de Amerikaanse samenleving aan te vallen, vooral als we ons richten op het onderwerp van het zwarte leven. En toch ben ik er zeker van dat diezelfde linksen de bewering van Ken Frazier als zwarte doorsneeman zouden geloven, en zij waarschijnlijk niet beseffen hoe dergelijke manoeuvres een beleid ondermijnen dat het leven voor de meeste Afro-Amerikanen zou kunnen verbeteren.

Confrontatie met de macht van de beleggersklasse

Er is een direct verband tussen de golf van arbeidsprotesten in april en mei en de wereldwijde George Floyd-protesten. Beide zijn een antwoord op de verschrikkelijke omstandigheden van het laatkapitalisme.

Black Lives Matter is ontstaan te midden van de verslechterende omstandigheden als gevolg van de neoliberale terugval, die specifieke lagen van de zwarte bevolking bijzonder hard treft.

De vakbondsacties in het voorjaar waren de recentste golf in de voortdurende strijd tegen een hoogtechnologische lagelooneconomie; geen spontaan kenmerk van de dienstverleningssector, maar een gevolg van delokalisering, het breken van vakbonden en deregulering door de heersende elites. Het moet ook duidelijk zijn dat Black Lives Matter ontstaan is te midden van de verslechterende omstandigheden als gevolg van de neoliberale terugval, die specifieke lagen van de zwarte bevolking bijzonder hard treft. Zo heeft de crisis op het gebied van betaalbare huisvesting veel Afro-Amerikaanse gemeenschappen op verschillende manieren getroffen. Al sinds de Clintonjaren werden bijna honderdduizend openbare wooneenheden in tientallen steden gesloopt. Terwijl de sloop en privatisering van woningen de werkende armen verspreidden op zoek naar huisvestingsmogelijkheden in steeds duurder wordende stedelijke gebieden, ondermijnde de rommelhypotheekcrisis van 2008 wat de nominale middenklasse ooit aan rijkdom bezat. Zo ontving de zwarte bevolking voor de crisis 72 procent van alle woonkredieten in Detroit, maar tegen 2017 was dat aantal gedaald tot 48 procent.

We moeten een politieke beweging opbouwen die een einde kan maken aan de economische onzekerheid en ongelijkheid die de beleggersklasse nodig heeft en die de politie voor haar in stand houdt.

Het is tegenwoordig gebruikelijk dat te veel mensen alle sociale tegenspoed, ongelijkheid of geschiedenis vanuit een racismebril bekijken. Racisme, zo moeten we geloven, is “endemisch”, “ingeworteld”, “systemisch”, Amerika’s “erfzonde”, “een ziekte”, enzovoort. Zelfs op het gebied van politiewerk, waar “zien geloven is”, en virale video’s ons allemaal getuigen, onderzoekers en magistraten van deze misdaden tegen zwarte burgers maken, vertelt het ras van de slachtoffers slechts een deel van het verhaal. Zodra we verder kijken dan de straten waar zoveel Black Lives Matter-protesten zich ontvouwden, en ons analytisch wagen in plaatsen waar weinig zwarte mensen zijn, zien we dat het probleem van politiewerk blijft bestaan; niet als strategie om “zwarte lichamen te beheersen”, maar als middel om de armen, werklozen en gecriminaliseerden discipline bij te brengen en te managen, als een goedkoper alternatief voor het investeren in een robuust sociaal loon.

De onrechtvaardige dood van George Floyd heeft miljoenen mensen op straat gebracht en zijn leven zou ons ook moeten aanzetten om serieus na te denken over de ongelijkheid en de onzekerheid die met de wereldwijde pandemie zijn toegenomen. Hij migreerde in 2014 van Houstons Third Ward4 naar de Twin Cities5 via een kerkgemeenschap die bedoeld is om mannen die met verslaving worstelen een nieuwe start en werk te bieden. Hij vond werk als vrachtwagenchauffeur en bewaker. Net als miljoenen Amerikanen verloor Floyd zijn baan toen het restaurant waar hij als uitsmijter werkte sloot, en in april kreeg hij te horen dat hij met Covid-19 was besmet. Zijn vermeende gebruik van vals geld weerspiegelt hoe de inkomenssteun misdadig ontoereikend is. Zijn dood is een krachtig wereldwijd symbool geworden van racistisch politieoptreden, maar zijn leven was ook typerend voor de benarde situatie van miljoenen Amerikanen die worstelen om te overleven in een lagelooneconomie.

Geen enkele hoeveelheid business-blackwashing, publieke therapie, standbeeldpolitiek of ondernemerschap zal de omstandigheden veranderen die hij heeft meegemaakt en miljoenen anderen nog altijd verduren. We moeten een politieke beweging opbouwen die een einde kan maken aan de economische uitbuiting en ongelijkheid die de beleggersklasse nodig heeft en die de politie voor haar in stand houdt.

Dit artikel is een vertaling van “Don’t let blackwashing save the investor class”, Jacobin, 24 juni 2020.

Footnotes

  1. Zie ook: Martin Willems, “De avatars van de nieuwe economie”, Lava.
  2. Occupational Safety and Health Administration
  3. De beschuldiging van “klassenreductionisme” houdt in dat de klassenmaatschappij als verklarend kader overdreven zou worden, ten nadele van andere aspecten zoals ras en gender.
  4. Een historisch zwarte gemeenschap in Texas, en een van de armste regio’s van de stad.
  5. Een grootstedelijke agglomeratie in Minnesota die de steden Minneapolis en Saint Paul omvat. Er wonen zo’n 4 miljoen inwoners.