Artikel

Italië, de favoriete post-democratie van The Economist

David Broder

—31 maart 2022

De huidige Italiaanse politiek wordt gedomineerd door de instabiliteit van een neoliberaal herstructureringsproject dat voortdurend rechtse radicalisering aandrijft.

Afgelopen december riep The Economist Italië uit tot het land van 2021 — niet vanwege zijn voetbalprestaties of succes tijdens het Eurovisiesongfestival, maar omdat zijn politici Mario Draghi tot premier hadden benoemd. “Zwak bestuur had de Italianen in 2019 armer gemaakt dan in 2000”, concludeerde deEconomist. “Toch is Italië dit jaar veranderd.”1 De lofbetuiging weerspiegelde de bewoordingen waarin internationale media afgelopen februari de benoeming van de voormalige chef van de Europese Centrale Bank tot premier onthaalden. Net zoals Draghi “de euro had gered”, beweerde het Britse liberale dagblad The Guardian, zou “Super Mario” — die geen expliciet programma aanbood — “alles doen wat nodig is” om “Italië te redden”.2

Dit verhaal, dat werd verspreid door de centra van het liberaal-Europeanisme in Italië zoals La Repubblica, overheerste alle berichtgeving. In tegenstelling tot de doorgaans chaotische Italiaanse politiek en de eeuwige populistische opstanden — zo luidde het verhaal — had beroepstechnocraat Draghi, vrij van “politieke” kleur, de “ervaring en geloofwaardigheid” om Italië te veranderen. Bijna alle mainstream media schetsten een situatie waarin alleen de benoeming van een beroepstechnocraat die de bevoegdheden krijgt om het gebruikelijke spel van de partijpolitiek te omzeilen, het vertrouwen van de markten kan veiligstellen en de Europese herstelfondsen efficiënt kan sturen. Hoewel Draghi uitdrukkelijk heeft afgezien van deelname aan de volgende algemene verkiezingen van juni 2023, wordt algemeen verwacht dat hij een sleutelrol in de regering zal blijven spelen.

Van het weekblad dat Lenin “een spreekbuis voor Britse miljonairs” noemde — en dat in de jaren tachtig meer dan warm liep voor het experiment à la Friedman in het Chili van Augusto Pinochet — viel te verwachten dat het die bloedeloze technocratische overname zou toejuichen. Zoals de fans van Draghi altijd benadrukken worden Italiaanse premiers toch nooit rechtstreeks door de bevolking gekozen. Maar het bestuur van Draghi is vanuit historisch perspectief zelfs in die zin ongewoon. Hij heeft nooit een verkozen ambt bekleed, behoort tot geen enkele partij en geeft niet openlijk toe een politieke mening te hebben.3 Aangezien zijn partijoverstijgende regering het hele spectrum van centrumlinks tot extreemrechts bestrijkt, heeft de keuze van de kiezers geen invloed gehad op de samenstelling ervan. Zelfs pogingen om steun te verwerven voor vorige technocratische regeringen berustten niet in die mate enkel op het gezag van één leider.

Deze situatie is echter niet ongezien, al was het maar omdat zulke regelingen sinds de jaren negentig almaar meer gebruikelijk zijn geworden in een land dat niet langer gedomineerd wordt door massapartijen. De regering die in 2011 door Mario Monti van Goldman Sachs werd gevormd — een kabinet van niet-verkozen technocraten, gebaseerd op een grote coalitie in het parlement — werd door dezelfde media in soortgelijke bewoordingen bejubeld. Aanvankelijk genoot Monti meer dan 80 procent steun in de opiniepeilingen die zijn benoeming moesten legitimeren, maar zijn pas opgerichte partij behaalde bij de parlementsverkiezingen van 2013 niet meer dan een bedroevende 10 procent. Zijn bezuinigingsprogramma, versierd met een aura van “expertise” en “slecht smakende medicijn”, heeft Italië alleen maar dieper doen wegzakken in de al bestaande spiraal van lage investeringen, een dalend bruto binnenlands product en een stijgende overheidsschuld.

De Italiaanse Communistische Partij, de PCI, telde van 1946 tot 1994 tussen de 1,5 en 2,2 miljoen leden.

Toen Monti tien jaar geleden tot premier werd benoemd, was het regeringsprogramma expliciet: “een reeks ‘hervormingen’, uiteengezet in een brief van de Europese Centrale Bank en mede ondertekend door ene Mario Draghi”. Nu die laatste zelf in de politieke arena zijn opwachting heeft gemaakt, is het zelfs niet nodig gebleken zijn agenda te verduidelijken. De voordracht van Draghi voor de post van eerste minister had minder te maken met zijn regeringsagenda dan met zijn rol als symbool van institutionele macht en garantie tegen de bekrompen besognes van de partijpolitiek. Beroep doen op een held slash deskundige die in staat is het “vertrouwen van de markt” te winnen, is dus een volgende stap in de verdere uitwissing van de democratische keuze — maar wel een stap die wortelt in drie decennia van soortgelijke herstelpogingen en de mislukkingen daarvan.

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.