Artikels

Iran in rep en roer

Marmar Kabir

—13 maart 2026

Sinds 8 januari worden de Iraniërs geconfronteerd met brute onderdrukking. De toenemende ongelijkheid en het negeren van de aspiraties van de bevolking werken buitenlandse inmenging in de hand. Dat alles vormt een reële bedreiging voor de eenheid van het land en voor de stabiliteit in de regio.

Shutterstock

Dit artikel werd geschreven vóór de gezamenlijke aanval van de VS en Israël die op 28 februari losbarstte.

De Iraanse opstand die op 28 december losbarstte in de grote bazaar van Teheran radicaliseert snel. “Dit is het jaar van het bloed!”, “Dood aan de dictator!” De wil om een einde te maken aan de huidige macht primeert. Vlaggen van het oude regime, die tot voor kort nog uit de toon vielen, duiken weer op. Wie ermee zwaait roept op om zich te verenigen achter Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah.

Marmar Kabir est journaliste-traductrice de l’édition en farsi du Monde diplomatique

“Ga niet naar buiten!”, “Let op uw kinderen!”: de autoriteiten waarschuwen gezinnen via sms. Op de tiende dag, 8 januari, brak er geweld uit op straat. Van dan af werd het onmogelijk om de werkelijke omvang van de opstand in te schatten; de mogelijke rol van externe actoren te achterhalen; de mate van provocatie van de politie te taxeren of de wil van de regering te peilen om elk protest met een bloedbad de kop in te drukken. Het afsluiten van het internet enkele uren voordat gewapende eenheden de straat op gingen spreekt boekdelen. Net als de weigering om visa te verlenen aan buitenlandse journalisten.

Door de onderbreking en vervolgens de controle van de communicatie is het onmogelijk om alle interne factoren van de situatie in kaart te brengen en een nauwkeurig beeld te krijgen van de repressie. Sommige in het buitenland gevestigde organisaties maakten vanaf half januari melding van bijna drieduizend vijfhonderd doden 1. In een televisietoespraak op 17 januari gaf de Opperste Leider Ali Khamenei toe dat er “enkele duizenden” mensen zijn omgekomen, soms “op onmenselijke en wrede wijze”. Hij wijtte de verantwoordelijkheid voor de bloedbaden aan “buitenlandse agenten”. Er vielen duizenden gewonden en minstens evenveel mesen werden opgepakt. Velen van hen wacht een vonnis dat wel eens de doodstraf door ophanging zou kunnen betekenen. Op 21 januari bedroeg het officiële dodental 3.117.

De economische crisis – inflatie van 45 %, devaluatie van de rial, tekorten – en de sociale ongelijkheid wakkeren de opstanden aan, terwijl de oligarchen profiteren van de preferentiële wisselkoersen.

Dit nieuwe hoofdstuk van gewelddadige confrontaties, vol echte of vermeende intriges, past in een lange geschiedenis van strijd om de macht. In 1921 kwam Reza Khan aan de macht door een staatsgreep. Vier jaar later kroonde hij zichzelf tot sjah en stichtte hij de Pahlavi-dynastie. In 1953 organiseerden en steunden de Britten en Amerikanen een staatsgreep tegen de Iraanse premier Mohammad Mossadegh die de olie-industrie had genationaliseerd. Zij hielpen daarbij Mohammad Reza Pahlavi, de zoon van Reza Shah, om zijn macht als sjah te behouden en te versterken. 2 De laatste maanden van de monarchie (1978-79) werden gekenmerkt door wrede onderdrukking en reusachtige demonstraties die leidden tot de ‘Ayatollah-revolutie’ van februari 1979.

Vanaf 1981 werden de republikeinse en linkse politieke krachten geleidelijk aan op bloedige wijze uitgeschakeld door het Khomeini-regime dat geen enkele afwijkende mening meer tolereerde. De maanden mei 1982, 1983 en 1984 kenmerkten zich door grote sociale conflicten, telkens gevolgd door onderdrukking. In de zomer van 1988, toen de oorlog met Irak ten einde liep, beleefde de terreurcampagne een hoogtepunt met de eliminatie van duizenden politieke gevangenen. Bij die gruwel waren verschillende huidige besluitvormers betrokken. Onder hen ook de huidige ‘opperste leider’ Ayatollah Khamenei die Khomeini in 1989 opvolgde. Sindsdien lopen protestbewegingen altijd uit op arrestaties en executies: de studentenprotesten in 1999; de beweging “Waar is mijn stem?” na de presidentsverkiezingen van 2009; de opstand tegen de stijging van de benzineprijzen in 2019 en de beweging “Vrouw, leven, vrijheid” na de dood van Mahsa Amini in september 2022. 3

Net als bij eerdere opstanden spelen economische en sociale kwesties ook bij de huidige opstand een belangrijke rol. Zoals historicus Ervand Abrahamian benadrukt: “Dit is de zwaarste crisis die de Islamitische Republiek ooit heeft meegemaakt. Voor het eerst sinds 1978 loopt de bazaar weer voorop in de oppositie.” 4 Handelaars, met name verkopers van geïmporteerde elektronische apparatuur, worden hard getroffen door de devaluatie van de rial. Die verloor in één jaar tijd meer dan de helft van zijn waarde ten opzichte van de dollar.

De socio-economische achtergrond van de protesten is duidelijk: de inflatie stijgt (9 % in 2005, ongeveer 45 % in 2025), de tewerkstelling is ondermaats, de koopkracht daalt en de maatregelen die werden genomen om de sancties te omzeilen versterken de verdere val van de munt. De regering heeft een financieel systeem aangemoedigd dat steunt op particuliere banken. Wie banden heeft met de beleidsmakers kan speculeren op de handel in goederen en in valuta. Zij kunnen misbruik maken van hun bevoorrechte toegang tot de officiële wisselkoers. De bevolking daarentegen heeft te maken met stijgende kosten voor geïmporteerde goederen. Zo’n twintig bedrijven profiteren van een exclusieve toegang tot de officiële wisselkoers. Die ligt vijf keer hoger dan de marktkoers. Zo heeft de Modallal-groep, bijvoorbeeld, zijn greep kunnen versterken op de agro-voedingssector dankzij gesubsidieerde deviezen.

Ervand Abrahamian (historicus): “Dit is de zwaarste crisis die de Islamitische Republiek ooit heeft meegemaakt. En voor het eerst sinds 1978 loopt de bazaar voorop in de oppositie

Sinds de “twaalfdaagse oorlog” van juni 2025 5 nemen de tekorten toe, en niet alleen voor producten waarop sancties van toepassing zijn, zoals recente geneesmiddelen. Water- en stroomonderbrekingen zijn schering en inslag geworden, terwijl het land dit najaar door een ernstige droogte werd getroffen. Het steeds meer oligarchisch systeem vertaalt zich in een toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt, waarbij tijdelijke contracten de norm zijn. Daarnaast gaan de openbare diensten (kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen) erop achteruit ten gunste van de privésector.

Socioloog Youssef Abazari hekelt de rol van neoliberale deskundigen bij de Iraanse regeringen sinds het presidentschap van Hashemi Rafsanjani (1989-1997). Hij bekritiseert een beleid dat geïnspireerd is door de Chicago-school en dat volgens hem eindeloos blijft snijden in publieke voorzieningen. In zijn ogen wordt winstbejag tot morele norm verheven en gelden bezuigingen als de vanzelfsprekende eindbestemming: “Het doel van deze economie is om de linkerhand van de staat, dat wil zeggen de rechten van werknemers, ambtenaren, boeren, studenten, leraren, verpleegkundigen, kortom het volk, te verminderen en de rechterhand te versterken; dat wil zeggen: de rijken en de oligarchen te verrijken, terwijl het repressieapparaat wordt versterkt. Het concrete resultaat van dit beleid is de groei van diepe sociaal-economische ongelijkheid.“ 6 Ongeveer een derde van de bevolking leeft er onder de armoedegrens, terwijl het tijdschrift Forbes er in 2021 meer dan 250.000 dollar-miljonairs telde.

Elke aanval op de Opperste Leider “wordt beschouwd als een totale oorlog tegen de natie”

Begin januari probeerde de president van de Islamitische Republiek, Masoud Pezeshkian, de woede te temperen door meer middelen toe te wijzen aan Kalabarg, een systeem van voedselbonnen waarmee basisbenodigdheden kunnen worden gekocht. Hij beperkte ook het voordeel van de preferentiële wisselkoers tot de aankoop van tarwe en medicijnen. De regering probeert een onderscheid te maken tussen legitieme protesten en “destructieve elementen” door tegen beter weten in te beweren dat de meerderheid van de bevolking de staat steunt. Na de onderdrukking sloeg de president een meer strijdlustige toon aan door te verklaren dat elke aanval op de Opperste Leider zou worden “beschouwd als een totale oorlog tegen de Iraanse natie”.

De Mossad roept de Iraniërs openlijk op om in opstand te komen: “Ga de straat op. Wij staan achter jullie, daar ter plaatse.”

Zoals blijkt uit de eliminatie van hoge leiders door Israël in juni jongstleden, is de buitenlandse inmenging duidelijk. De Israëlische inlichtingendiensten ontkennen niet dat ze ter plaatse actief zijn, ze gaan er zelfs prat op. Zo publiceerde de Mossad op 29 december op het X-netwerk een expliciete oproep: “Ga samen de straat op. Het moment is gekomen. Wij staan achter jullie. Niet alleen op afstand en met woorden. We staan ook aan jullie kant op het terrein.” De zoon van de laatste sjah, Reza Cyrus Pahlavi, werkt openlijk samen met Tel Aviv. “Ik ben hier om te onderzoeken hoe we kunnen samenwerken om het Iraanse volk te helpen in zijn strijd voor vrijheid,” verklaarde hij bijvoorbeeld in april 2023 tijdens een bezoek aan Israël. Hij wil vooral de indruk wekken dat het politieke systeem dat uit de Ayatollah-revolutie is voortgekomen, aan het instorten is.

Volgens veel deskundigen houdt de sociale basis van het regime, ondanks de protesten, nog steeds stand. De machthebbers wilden dat ook illustreren met de steunbetogingen van 12 januari en met de oproepen tot nationale eenheid van hervormingsgezinde tegenstanders, zoals de voormalige president Mohammad Khatami. Hoewel de protesten zich snel over het hele land verspreidden, hadden ze nauwelijks invloed op de industriële centra en de arbeiderswijken. De grote media-aandacht voor Pahlavi, die als een leeghoofd wordt gezien, wekte de woede van de vakbond van buschauffeurs in Teheran: “De weg naar de bevrijding van de arbeiders loopt niet via een door hogere instanties opgelegde leider, noch via het beroep op buitenlandse mogendheden, noch via facties binnen de regering.” Sindsdien zijn de bazaars weer open en zijn er geen grote stakingen meer zoals in 1979. De elektronische betaalmiddelen bleven altijd bruikbaar. Het normale leven is hervat, met een strikte controle over de communicatie dankzij de algemene verspreiding van Iraans-nationale applicaties die Google (Zarehbin) of WhatsApp (Eitaa, Soroush Plus, Rubika, Gap, enz.) vervangen.

De Iraanse vakbonden wijzen Reza Pahlavi (zoon van de laatste sjah) af: “De bevrijding van de arbeiders zal niet komen door een opgelegde leider, noch door buitenlandse mogendheden.”

De Iraanse regering kan rekenen op de indirecte steun van haar buurlanden. Die vrezen voor een Irak-scenario na een mogelijke buitenlandse interventie. Ze willen niet het risico lopen van een etnische desintegratie als de monarchie zou terugkeren of de staatsstructuren zouden ineenstorten. Saudi-Arabië, Qatar en Oman hebben zich ingespannen om VS-president Trump ervan te weerhouden Iran aan te vallen. Zij waarschuwen “voor ernstige gevolgen in de regio.” Rusland stelde bemiddeling voor met Israël en Turkije riep op tot “dialoog” om de crisis op te lossen.

Van protesten tot opstanden, de terugkerende mobilisaties getuigen van een dynamische samenleving, maar met sterke sociale en generatiekloven. Die mobilisaties worden ook nog eens versterkt door de invloed van buitenlandse media. Omdat het politieke systeem aan legitimiteit verliest, groeit de illusie dat een sterke man uit eigen gelederen of een door Washington en Tel Aviv gezalfde redder soelaas kan bieden. Maar zal hij tegemoet komen aan de sociale eisen van het volk. Zal hij een echt democratisch alternatief aanbieden dat voldoet aan de aspiraties van de demonstranten? De sterke fixatie van Netanyahu op Iran wekt de vrees dat Israël er alles zal aan doen om te beletten dat Ide Iraniërs zélf over hun toekomst kunnen beslissen. Het gevaar voor ontwrichting of zelfs voor vernietiging van Iran is reëel. Kijk maar naar Syrië, een land dat in het verleden door oorlog en inmenging grotendeels werd verwoest.

Marmar Kabir is journalist, en vertaler van de Farsi-editie van Le Monde diplomatique. Met bijdragen van Philippe Descamps en Shervin Ahmadi.
Vertaling van Marmar Kabir : “L’Iran dans la tourmente”, Le Monde Diplomatique, februari 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers.

Footnotes

  1. At least 3,428 protesters killed in Iran. Serious risk of protester executions”, Iran Human Rights, 14 januari 2026.
  2. Zie Mark Gasiorowski, “Quand la CIA complotait en Iran”, Le Monde diplomatique, oktober 2000.
  3. Zie Mitra Keyvan, “Les Iraniennes allument un brasier social”, Le Monde diplomatique, november 2022.
  4. Where is Iran’s national uprising headed ?”, CivilNet, 14 januari 2026.
  5. ZieShervin Ahmadi en Marmar Kabir, “Un défi à la nation iranienne”, Le Monde diplomatique, juli 2025.
  6. Youssef Abazari, “L’économie de l’ignorance” (in het Farsi), Shargh, Teheran, 18 januari 2026. Overgenomen in de Iraanse editie van Le Monde diplomatique