Artikel

Het monster wandelt binnen

Mike Davis

— 5 juni 2020

De Verenigde Staten kijken aan tegen een medische Katrina. Door steeds te besparen op medische voorbereiding heeft het nu niet de nodige middelen, mensen en bedden om deze crisis te bestrijden.

Het coronavirus is de oude film die we steeds opnieuw bekijken sinds Richard Prestons The Hot Zone (1994) ons de vernietigende demon Ebola leerde kennen, geboren in een mysterieuze vleermuizengrot in Centraal-Afrika. Het was de eerste in een opeenvolging van nieuwe ziektes die opkwamen in het ‘virgin field’ (de officiële benaming – maagdelijk veld) van ons onervaren immuunsysteem. Ebola werd weldra opgevolgd door vogelgriep, die overgedragen werd op mensen in 1997, en het SARS-virus, dat opdook in 2002; beide zijn eerst verschenen in Guangdong (een provincie in China), ‘s werelds productiehub. Hollywood ontving deze uitbraken met open armen en produceerde verscheidene films die prikkelend en angstaanjagend waren. (Steven Sodenberghs Contagion, uitgebracht in 2011, springt eruit omwille van zijn accurate wetenschap en griezelige voorspelling van de huidige chaos.) Naast deze films en de vele lugubere boeken, verschenen ook honderden non-fictie boeken en duizenden wetenschappelijke artikels naar aanleiding van elke uitbraak, waarbij vele wijzen op het totale gebrek aan globale voorbereiding om deze ziektes op te sporen en aan te pakken.

Mike Davis is de auteur van City of Quartz (Verso, 1990), Late Victorian Holocausts (Verso, 2002), Buda’s Wagon (Verso, 2007), and Planet of Slums (Verso, 2006). Hij ontving in 1998 de MacArthur Fellowship en in 2007 de Lannan Literary Award.

Corona wandelt dus binnen als een bekend monster. Zijn genoom (zeer vergelijkbaar met het verwante en goed bestudeerde SARS-virus) achterhalen was simpel, maar de meest vitale informatie ontbreekt nog steeds. Terwijl onderzoekers dag en nacht werken op het virus te karakteriseren, worden ze geconfronteerd met drie grote uitdagingen. Ten eerste heeft het blijvende tekort aan testkits, voornamelijk in de Verenigde Staten en in Afrika, een accurate schatting van verschillende essentiële parameters (zoals reproductiesnelheid, grootte van aantal besmette mensen en aantal onschuldige besmettingen) verhinderd, met als resultaat een chaos van cijfers.

Ten tweede is, net als bij jaarlijkse griepen, het virus aan het muteren terwijl het zich verspreidt onder bevolkingsgroepen met verschillende leeftijden en gezondheidsvoorzieningen. De versie die de Amerikanen zullen krijgen is al verschillend van die bij de originele uitbraak in Wuhan. Een verdere mutatie kan goedaardig zijn, of het kan de huidige distributie van de virulentie (schadelijkheid) wijzigen, die nu piekt na de leeftijd van 50 jaar. Welke kant het ook opgaat, Trumps ‘corona-griepje’ is een dodelijk risico voor ten minste een kwart van de Amerikanen die ziek zijn, een zwak immuunsysteem hebben of lijden aan chronische ademhalingsproblemen.

De derde uitdaging zal de impact zijn op de jongere bevolkingsgroepen, die radicaal kan verschillen in arme landen en onder groepen met hoge armoede, zelfs als het virus stabiel blijft en nauwelijks muteert. Denk aan de Spaanse Griep in 1918-1919, die naar schatting 1 tot 2 procent van de bevolking heeft gedood. In de Verenigde Staten en in West-Europa was het oorspronkelijke H1N1-virus het dodelijkst voor jonge volwassenen. Dit wordt meestal gelinkt aan hun relatief sterke immuunsysteem, dat overreageerde op de infectie door longcellen aan te vallen, wat leidde tot een virale longontsteking en septische shock. Recent hebben echter enkele epidemiologen gespeculeerd dat oudere volwassenen mogelijk beschermd waren door het ‘immuungeheugen’ van een eerdere uitbraak in de jaren vanaf 1890.

Het blijvende tekort aan testkits, voornamelijk in de Verenigde Staten en in Afrika, heeft een accurate inschatting van de verspreiding van Covid-19 verhinderd.

De Spaanse Griep had een favoriete niche gevonden in de legerkampen en in de loopgraven waar het tienduizenden jonge soldaten de dood in joeg. Dit werd een belangrijke factor in het verloop van de Eerste Wereldoorlog. De ineenstorting van het grote Lenteoffensief van de Duitsers in 1918, en bijgevolg het resultaat van de oorlog, wordt verklaard door het feit dat de geallieerden, in tegenstelling tot hun vijand, hun zieke legers konden aanvullen met pas gearriveerde Amerikaanse troepen. Maar in armere landen had de Spaanse Griep een ander profiel. Er wordt zelden beseft dat bijna 60% van de globale sterfte, mogelijk 20 miljoen doden, optrad in Punjab, Bombay en andere delen van West-Indië, waar graanexporten naar Groot-Brittannië en brutale vorderingen samenvielen met een grote droogte. Dit resulteerde in enorme voedseltekorten die miljoenen arme mensen dreef tot uithongering. Zij werden het slachtoffer van een onheilspellende synergie tussen de griep en ondervoeding, die hun reactie op infecties onderdrukte en bacteriële, alsook virale longontsteking tot gevolg had. In een gelijkaardige situatie leidden verschillende jaren van droogte, cholera en voedseltekort in het door Groot-Brittannië bezette Iran tot een brede uitbraak van malaria, wat een vijfde van de bevolking doodde.

Deze geschiedenis – voornamelijk de onbekende gevolgen van interactie met ondervoeding en bestaande infecties – moet ons waarschuwen voor een mogelijk zeer verschillend en dodelijker pad van COVID-19 in de dichtbevolkte wijken in Afrika en Zuid-Azië. Nu er gevallen opduiken in Lagos, Kigali, Addis Ababa en Kinshasa, weet niemand (en zullen we dit voor een lange tijd niet kunnen weten door het gebrek aan testen) hoe het virus zal interageren met de bestaande condities en ziektes. Sommigen stellen dat aangezien de stedelijke bevolking van Afrika de jongste is ter wereld (waarbij de 65-plussers slechts 3% van de bevolking uitmaken, dit in tegenstelling tot 23% in Italië) de pandemie een milde impact zal hebben. Rekening houdend met de gebeurtenissen in 1918 is dit echter een dwaze extrapolatie. Net zoals de verwachting dat het virus zal afnemen bij warmer weer, zoals de seizoensgriep.

Meer waarschijnlijk is, zoals Science ons reeds voor waarschuwde op 15 maart, dat Afrika een ‘tikkende tijdbom’ is. Naast de ondervoeding is het hoge aantal mensen met een zwak immuunsysteem net de brandstof voor een virale explosie. Hiv/aids heeft 36 miljoen Afrikanen gedood in de voorbije generatie, en onderzoekers schatten dat er momenteel 24 miljoen gevallen zijn, samen met ten minste 3 miljoen die lijden aan de ‘witte plaag’, tuberculose. Zo’n 350 miljoen Afrikanen zijn chronisch ondervoed, en de hoeveelheid kleine kinderen waarvan de groei belemmerd is door honger is met miljoenen toegenomen sinds 2000. Social distancing in sloppenwijken als Kibera in Kenia of Khayelitsha in Zuid-Afrika is onmogelijk, en de helft van de Afrikanen heeft geen toegang tot proper water en sanitaire basisvoorzieningen. Bovendien liggen de vijf van de zes landen met de slechtste gezondheidszorg in Afrika, met daarbij het meest bevolkte land Nigeria. Kenia, dat er om bekend staat verpleegkundigen en dokters te exporteren, heeft exact 130 bedden op intensieve zorgen en 200 erkende IC-verpleegkundigen om het virus het hoofd te bieden wanneer het arriveert.

Over een jaar zullen we misschien vol bewondering kijken naar het succes van de Chinese aanpak om de pandemie in te dijken – en vol afschuw naar de Amerikaanse aanpak. (Ik maak hier de gewaagde veronderstelling dat China’s communicatie over de snel dalende besmettingen accuraat is). Het falen van onze instituties om deze doos van Pandora gesloten te houden is geen verrassing. Sinds 2002 hebben we de afbraak van de gezondheidszorg zien toenemen. Zowel in de griepseizoenen van 2009 en 2018 werden de ziekenhuizen overstelpt, wat het drastische tekort aan bedden blootlegde na jaren van winstgerichte besparingen. Deze toestanden zijn het gevolg van het offensief dat Reagan aan de macht bracht en de Democraten veranderde in neoliberale handpoppen. Volgens de American Hospital Association is het aantal ziekenhuisbedden  tussen 1981 en 1999 met 39 % gedaald. Het doel van deze besparing was om de winsten op te krikken door de hoeveelheid bezette bedden te verhogen. Maar de doelstelling om 90% bezettingsgraad te hebben betekende dat ziekenhuizen niet langer de capaciteit hadden om patiënten te kunnen verzorgen tijdens epidemieën en noodgevallen.

Volgens de American Hospital Association is het aantal ziekenhuisbedden  tussen 1981 en 1999 met 39 % gedaald, teneinde de winsten op te krikken.

Na de eeuwwisseling bleven de besparingen in de Verenigde Staten zich opstapelen, door de focus op winst en uitkeringen naar dividenden in de private sector, en in de publieke sector door de fiscale bezuinigingen en geknip in budgetten. Met als resultaat dat er slechts 45.000 bedden op intensieve zorgen aanwezig zijn om de coronacrisis te bestrijden (Ter vergelijking: in Zuid-Korea zijn er 3 keer meer bedden aanwezig per 1.000 inwoners dan in de VS). Volgens een onderzoek van USA Today, ‘hebben slechts acht staten genoeg ziekenhuisbedden om 1 miljoen 60-plussers die het coronavirus kunnen krijgen, te behandelen’. Tegelijkertijd hebben de Republikeinen alle inspanningen om een veiligheidsnet herop te bouwen (die afgebroken waren door de besparingen in 2008) afgeslagen. Lokale en staatsgezondheidsdepartementen – de belangrijkste eerste hulpverleners – hebben vandaag 25% minder personeel dan voor Black Monday twaalf jaar geleden. Doorheen de laatste tien jaar is het budget van de CDC tien procent gedaald. Sinds de inhuldiging van Trump zijn de fiscale tekorten alleen maar verergerd.

Trump heeft ook het ‘White House pandemic office’ gesloten, dat opgericht was door Obama na de Ebola-uitbraak van 2014 om een snel en goed gecoördineerd antwoord te kunnen bieden op nieuwe epidemieën. Drie maanden voor de uitbraak sloot Trump het PREDICT-project, een waarschuwingssysteem dat opgestart was na de vogelgriep van 2005 en ook voor buitenlandse hulp bestemd was. Volgens Science had PREDICT ontdekt ‘dat meer dan 1.000 virussen van virale families zoönosen bevatten, waaronder ook virussen betrokken bij recente uitbraken.’ Dit totaal bevatte 160 mogelijk gevaarlijke coronavirussen, geïdentificeerd bij vleermuizen en andere dieren.

We zijn daarom in de vroege stadia van een medische Katrina. Door steeds te besparen op medische voorbereiding, ondanks het tegenadvies van alle experten, heeft de Verenigde Staten nu niet de nodige middelen, mensen en bedden om deze crisis te bestrijden. Nationale en regionale voorraden zijn veel lager gehouden dan voorgeschreven. Het hele testkit-debacle valt dus samen met een kritisch tekort aan beschermend materiaal voor gezondheidswerkers. Geëngageerde verpleegkundigen, ons nationaal sociaal geweten, strijden ervoor om ons de grote gevaren te doen begrijpen van het gebrek aan beschermend materiaal zoals de N95 gezichtsmaskers. Ze herinneren ons er ook aan dat ziekenhuizen broeikassen zijn geworden voor resistente bacteriën zoals C. difficile, die een belangrijke secundaire doodsoorzaak kunnen vormen.

De uitbraak heeft de grimmige scheiding in de gezondheidszorg blootgelegd die door Our Revolution – de grassroots-beweging die ontstaan is uit de presidentscampagne van Bernie Sanders in 2016 – op de nationale agenda is geplaatst. Kort samengevat zullen de mensen met een goed gezondheidsplan die van thuis kunnen werken beschermd zijn, als zij de nodige voorzorgen nemen. Publieke werknemers en andere werknemers die bij een vakbond zitten zullen een moeilijke keuze moeten maken tussen hun inkomen en hun gezondheid. Ondertussen zullen miljoenen mensen met een laag inkomen, landbouwkrachten, werklozen en daklozen voor de wolven gegooid worden. Zoals we allemaal weten, zou een universele gezondheidszorg een dekking voor ziekteverlof voorzien. Ongeveer 45% van de Amerikaanse werknemers heeft vandaag dit recht niet – en hebben dus de keuze tussen het virus oplopen of geen eten meer hebben. Dit terwijl veertien Republikeinse staten geweigerd hebben om een provisie van de Affordable Care Act goed te keuren die Medicaid zou uitbreiden tot de werkende arme. Daarom hebben vandaag één op vier Texanen geen verzekering en enkel de mogelijkheid om behandeld te worden in de spoeddiensten van een provinciaal ziekenhuis.

Ongeveer 45% van de Amerikaanse werknemers kan geen ziekteverlof nemen en heeft dus de keuze tussen het virus oplopen of geen eten meer hebben.

Met Sanders die zoals gebruikelijk het voortouw nam, hebben de Democraten het Witte Huis succesvol gedwongen om ziekteverlof terug te betalen als noodmaatregel. Maar, zoals Sanders onmiddellijk opmerkte, zit de compromiswetgeving vol met achterpoortjes en kan ze onmiddellijk weer ingetrokken worden zodra de pandemie verdwijnt. Desalniettemin is het een belangrijke stap om de strijd tot een hoger niveau te tillen – en een permanent en universeel ziekteverlof voor iedereen in te voeren. En terwijl de Trump-administratie, opgejaagd door het schrikbeeld van een verkiezingsnederlaag, toegeeft aan verantwoordelijke maatregelen, zoals een controle van de overheid op medische middelen, ontstaan er nieuwe kansen om de strijd voor universele gezondheidszorg voorop te plaatsen.

De dodelijke tegenstrijdigheden in de private gezondheidszorg tijdens een pandemie zijn het meest zichtbaar in de winstgedreven woonzorgcentra die 2,5 miljoen Amerikanen huisvest, waarvan de meesten onder Medicare vallen. Het is een erg competitieve sector met lage lonen, onderbezetting en illegale besparingen. Tienduizenden sterven elk jaar door het verwaarlozen van enkele basisvoorschriften om infecties te bestrijden en door het falen van de staat om de managers verantwoordelijk te stellen voor niets minder dan doodslag. Voor vele zorgtehuizen – vooral in de zuidelijke staten – is het goedkoper om boetes te betalen voor het niet nakomen van de gezondheidsvoorschriften, dan voldoende krachten aan te nemen en hen training te geven. Het is dan ook niet verrassend dat het epicentrum van besmettingen ontstond in het Life Care Center, een woonzorgcentrum in een buitenwijk van Kirkland, Seattle. Ik sprak met Jim Straub, een oude vriend en vakbondsverantwoordelijke in de tehuizen van Seattle, die het Life Care Center omschreef als ‘één van de slechtst bemande in de staat’ en dat in het bredere Washington de woonzorgcentra ‘de meest ondergefinancierde waren van het hele land – een absurde oase van besparingen in een zee van tech money.’

Daarboven wees hij erop dat volksgezondsheidsambtenaren een cruciale factor negeerden die de snelle besmetting van de ziekte van het Life Care Center naar tehuizen in de buurt verklaarde: ‘Bejaardenverzorgers in de duurste huurmarkt van Amerika hebben vaak meerdere jobs, meestal bij verschillende woonzorgcentra’. De autoriteiten faalden erin om de namen en locaties van die tweede jobs te achterhalen en verloor dus alle controle over het uitbreiden van het virus. Niemand heeft voorgesteld om het zorgpersoneel dat thuis blijft te compenseren. Over heel het land zullen tientallen, waarschijnlijk honderden woonzorgcentra een broeihaard worden voor covid-19. Vele werknemers zullen uiteindelijk de voedselbanken verkiezen boven de onveilige werkomstandigheden. Hierop zal het systeem ineenstorten, waarbij we niet moeten rekenen op de hulp van de Nationale Garde.

De pandemie maakt bij elke dodelijke stap een sterke zaak voor universele gezondheidszorg en betaald verlof.

De pandemie maakt bij elke dodelijke stap een sterke zaak voor universele gezondheidszorg en betaald verlof. Terwijl Biden Trump aanvalt, moeten progressieven samenkomen – zoals Bernie voorstelt – om de Democratische conventie voor Medicare for All te winnen. Dit zal een taak worden voor de afgevaardigden van Sanders en Warren in het Milwaukee Fiserv Forum midden juli, maar de Amerikanen hebben allemaal een belangrijke rol te spelen op straat, te beginnen met het gevecht tegen het op straat gooien van huurders, tegen ontslagen en tegen werkgevers die weigeren hun personeel een compensatie te geven. (Bang op besmetting? Blijf op twee meter afstand van de volgende betoger en het beeld zal des te sterker zijn op tv.) Universele gezondheidszorg is slechts een eerste stap. Het is teleurstellend om te zien hoe noch Sanders, noch Warren in de voorverkiezingsdebatten met de vinger wijst naar Big Pharma, die gestopt is met het onderzoek naar en het ontwikkelen van nieuwe antibiotica en antivirale middelen. Vijftien van de achttien grootste farmaceutische bedrijven hebben het onderzoeksveld volledig verwaarloosd. Hartmedicijnen, verslavende kalmeringsmiddelen en behandelingen voor mannelijke impotentie zijn de winstmakers. Niet de medicijnen tegen ziekenhuisinfecties, opkomende infectie en traditionele tropische dodelijke ziektes. Een universeel medicijn tegen influenza – een vaccin dat de onveranderlijke delen van oppervlakte-eiwitten van het virus aanpakt – is al decennia mogelijk, maar het is niet winstgevend genoeg om een prioriteit te zijn.

Terwijl de antibiotische revolutie terugdraait, zullen oude ziektes weer verschijnen naast nieuwe ziektes, waardoor ziekenhuizen slachthuizen zullen worden. Zelf Trump kan opportunistisch de hoge medicijnkosten aanklagen, maar om dit scenario te vermijden hebben we een plan nodig om de het monopolie van Big Pharma te doorbreken en medicijnen opnieuw in publieke handen te plaatsen. (Dit was vroeger al zo: tijdens WOII wierf het Amerikaanse leger Jonas Salk en andere onderzoekers aan om het eerste griepvaccin te ontwikkelen). Zoals ik vijftien jaar geleden schreef in The Monster at Our Door: 

“Toegang tot levensreddende medicatie, waaronder vaccins, antibiotica en antivirale middelen, moet een mensenrecht zijn, universeel beschikbaar en gratis. Als markten geen stimulans kunnen bieden om zulke middelen te produceren, moeten regeringen en ngo’s hun verantwoordelijkheid nemen om ze te ontwikkelen en verdelen… Het overleven van de armen moet altijd boven de winsten van Big Pharma staan.”

Een universeel medicijn tegen influenza is al decennia mogelijk, maar het is niet winstgevend genoeg om een prioriteit te zijn.

De huidige pandemie toont de noodzaak van dit pleidooi: de kapitalistische globalisatie blijkt biologisch onhoudbaar bij het uitblijven van een internationale infrastructuur. Maar zo een infrastructuur zal nooit bestaan tot de sociale bewegingen de kracht van Big Pharma en de winstgedreven gezondheidszorg breken. Hiervoor is een onafhankelijk socialistisch design nodig dat verder gaat dan de New Deal. Sinds Occupy hebben socialisten de strijd tegen de inkomens- en vermogensongelijkheid voorop kunnen plaatsen, wat een hele overwinning is. Nu moeten we de volgende stap nemen om de economische en sociale macht opnieuw in handen van het volk te plaatsen, met de gezondheidszorg en de farmaceutische industrie als rechtstreekse doelwitten.

Links moet ook eerlijk zijn over haar politieke en morele zwaktes. Hoe enthousiast ik ook ben over een linkse evolutie van de nieuwe generatie en de terugkeer van de term ‘socialisme’ in het politieke discours, is er een zorgwekkende trend bezig van nationaal solipsisme in de progressieve beweging van de Verenigde Staten die gelijk loopt met het nieuwe nationalisme. We praten enkel over de Amerikaanse werkende klasse en de radicale geschiedenis van Amerika (we vergeten haast dat Eugene Debs een internationalist was), wat kan lijken op een linkse versie van Amerika Eerst. Wanneer we de pandemie willen aanpakken, moeten socialisten het belang van internationale solidariteit benadrukken. Concreet moeten onze progressieve vrienden hun politieke idolen aansporen om een enorme toename in de productie van testkits en beschermmateriaal te eisen, alsook de gratis distributie van levensreddende middelen in arme landen. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat Medicare For All zowel in het buitenland als hier ingevoerd wordt.

Dit artikel verscheen in The New Left Review nummer 122.