Artikel

Hand­leiding voor een boycot van Israël

Maxime Veissier

—6 oktober 2025

De burgerbeweging BDS roept op om Israël te isoleren. Ze vormt voor de burgers de belangrijkste strategie van de concrete internationale strijd tegen het zionisme. Maar kan ze een grotere impact hebben op de economie van het genocidale regime?

“Israël moordenaar! Carrefour medeplichtig! Boycot carrefour! Boycot McDo! Boycot BNP Paribas!” enzovoort… Sinds het begin van de Israëlische genocide tegen de bevolking van Gaza wordt almaar vaker opgeroepen tot een boycot en is die zelfs uitgegroeid tot een van de meest zichtbare vormen van de internationale strijd ter ondersteuning van het Palestijnse volk. Aan de oorsprong ligt de in 2005 opgerichte beweging Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) tegen Israëls apartheidsbeleid.1

Dergelijke oproepen aan de burgers hebben in het verleden al succes geboekt. Aan het eind van de jaren 1950 ontstond er een internationale boycotbeweging tegen de Apartheid in Zuid-Afrika. De aansluiting van een twintigtal staten in de jaren 1980 versterkte die beweging nog. Samen met andere historische factoren heeft die boycot bijgedragen aan de val van de Apartheid.2

De BDS-beweging volgt dezelfde logica en is overigens niet de eerste in de geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict. De eerste boycot tegen de Hebreeuwse staat begon al vóór diens oprichting in 1945: ingevoerd door Arabische Liga, heeft die handelsban een aanzienlijke impact gehad op de Israëlische economie door haar volgens een rapport van de RAND Corporation, in vier decennia zo’n vijftig miljard dollar te kosten3. Echter, met de ondertekening van het vredesverdrag tussen Egypte en Israël in 1979 en vervolgens de Oslo-akkoorden in 1993 daalde de impact van de boycot aanzienlijk.

De nieuwe boycotbeweging, die in 2005 ontstond, boekte al snel symbolische, mediatieke en politieke overwinningen en blijft dat doen.

“In de afgelopen twintig jaar schuilt de belangrijkste impact van de BDS-beweging in de verandering van het discours over de Israëlische apartheid. […] BDS is erin geslaagd om grote multinationals zoals G4S, Veolia, Orange, Pillsbury en Ben and Jerry’s zodanig onder druk te zetten dat ze hun medeplichtigheid aan de Israëlische mensenrechtenschendingen gingen stopzetten. De beweging heeft ook een belangrijke invloed gehad op de beslissingen van grote openbare investeringsfondsen en prominente VS- en Britse kerken om niet langer te investeren in ondernemingen die medeplichtig zijn aan die schendingen, net zomin als in Israëlische banken.4

Hoewel de fundamentele doelstellingen van de BDS-beweging in essentie niet economisch zijn, is het interessant na te gaan wat het effect ervan is geweest op de Israëlische economie. Begin 2025 stelde BDS in een artikel5 voor om verder te bouwen op die analyse en ze uit te breiden om de impact op de economie te vergroten. Op basis van een analyse van de buitenlandse handel van Israël stelt ze haar Europese tak nieuwe strategische wegen voor, en dit voor elk van haar drie actiemiddelen: boycot, desinvestering, sancties.

Boycot

De boycot vormt het eerste belangrijke actiemiddel en kan worden onderverdeeld in drie categorieën: de “indirecte burgerboycot”, die zich richt op bedrijven die beschuldigd worden van samenwerking met Israël, zoals Carrefour, de “directe burgerboycot” die zich rechtstreeks richt op Israëlische exportproducten (waaronder bepaalde landbouwproducten, zoals dadels6) en de “overheidsboycot”, die bestaat in de opschorting van de invoer van producten van Israëlische overheidsdiensten of van bedrijven onder controle van de Israëlische staat.

Indirecte en directe burgerboycot

De indirecte boycot zoals de volledige uitsluiting van Carrefour, blijft een goed media- en politiek instrument in handen van pro-Palestijnse activisten om Israëlische propaganda tegen te gaan en zelfs om bepaalde multinationals ervan te weerhouden zich in Israëlische nederzettingen te vestigen. Deze boycot zorgt voor bewustwording en oefent een symbolische druk uit op de geviseerde bedrijven. Een punt van kritiek is echter dat dit eerste type de consumenten met een schuldgevoel opzadelt en de illusie creëert dat individuele ethische keuzes voor verandering kunnen zorgen zonder rekening te houden met de systemische aard van het probleem. Daarnaast blijft ook de economische impact van dergelijke acties gering.

De campagne tegen banken die de nederzettingen van de kolonisten of de Israëlische staat financieren via de aankoop van obligaties, een andere vorm van indirecte boycott, lijkt veelbelovender. Door de oorlogskosten ziet Israël zijn handelstekort toenemen7 en moet het land staatsobligaties uitgeven om – vooral buitenlandse – financiering te verkrijgen. Bovendien behoren twee banken uit de EU tot de twaalf belangrijkste spelers op de markt (zowel primair als secundair) voor Israëlische staatsobligaties: BNP Paribas en Deutsche Bank8. Door de druk op die banken op te voeren, zou BDS de financiering van de oorlogsinspanningen van Israël kunnen ondermijnen, bovenop de schade die het land al lijdt door de lagere quotering van zijn staatsschuld door de ratingbureaus9.

Zoals de naam al suggereert, heeft de directe burgerboycot het voordeel dat hij zijn pijlen rechtstreeks op de Israëlische economie richt. Daar heeft de BDS-beweging met haar massamobilisatiecampagnes verschillende successen geboekt, o.a. voor dadels en geneesmiddelen van Teva.10Door die druk zijn de pogingen van de overheden om dergelijke campagnes te verbieden op niets uitgelopen.

Directe staatsboycot

Regeringen of overheden kopen vooral Israëlische producten uit de wapen- en defensie-industrie. Bij gebrek aan statistieken, vooral om redenen van nationale veiligheid, is het erg moeilijk om in te schatten over welke bedragen het gaat. Gezien het belang van Israëls militaire industrie lijkt het wel duidelijk dat dit type boycot de buitenlandse handel van het land zwaar raakt: tussen 2020 en 2024 stond Israël volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) immers op de achtste plaats op de lijst van ‘s werelds grootste exporteurs van zware wapens, goed voor 3,1 procent van de totale export11 (zie tabel).

Een wapenembargo kan de Israëlische wapenindustrie veel schade toebrengen doordat ze een groot deel van haar export zou mislopen.

Verschillende landen hebben al besloten geen Israëlische wapens meer te importeren. Dit is het geval met Colombia12 en Turkije, dat zelfs alle handelsbetrekkingen met Israël heeft opgeschort.13 Maar hoewel deze boycots een belangrijk precedent hebben geschapen, hebben ze op zichzelf geen significante impact op de Israëlische wapenindustrie: volgens het SIPRI behoorden Colombia en Turkije weliswaar tot de tien grootste importeurs en waren zij samen goed voor 18 procent van de Israëlische export van belangrijke wapens tussen 2000 en 2011, maar dat heeft Israël er niet van weerhouden zijn export sterk te verhogen.

In 2024 verschenen er zes EU-landen in de SIPRI-ranglijst en was de EU in totaal goed voor 29,9 procent van de Israëlische wapenexport. Een “staatsboycot” op Europees niveau (of iets wat meer op een wapenembargo lijkt) zou de Israëlische wapenindustrie dan ook ernstig kunnen schaden door haar een groot deel van haar export te ontnemen. Vandaag de dag richten de eisen van de pro-Palestijnse beweging in Europa zich voornamelijk op de weigering om wapens naar Israël te exporteren. Maar ook een importverbod moet op de agenda worden gezet.

Desinvestering

Desinvestering, het tweede belangrijke actiemiddel, is over het algemeen bedoeld om internationale organisaties (multinationals, private en publieke investeringsfondsen, enz.) zover te krijgen dat ze hun aandelen in de beoogde bedrijven in Israël verkopen om de beurswaarde ervan te verlagen of te voorkomen dat ze fondsen werven.

Het verlagen van de beurswaarde van een bedrijf vereist echter massale desinvesteringen die, indien gevolgd door een schrapping van de beursnotering, wel kunnen leiden tot paniek onder de beleggers en zo een kettingreactie veroorzaken die de geviseerde bedrijven in grote moeilijkheden brengt.

Op dit ogenblik hebben die desinvesteringen nog niet de nodige omvang, zelfs als het gaat om een grote speler. Zo heeft het Noorse overheidsinvesteringsfonds zich in december 2024 teruggetrokken uit het Israëlische telecommunicatiebedrijf Bezeq.14 Dat investeringsfonds bezat wel amper 0,76 procent van de aandelen, wat overeenkomt met 23,7 miljoen dollar. Uiteindelijk verhinderde dit niet dat de beurswaarde van Bezeq weer de hoogte in ging.15

Merk op dat het hier gaat om desinvestering door een overheidsbedrijf. Aangezien een groot deel van de buitenlandse participatie in Israëlische bedrijven waarschijnlijk afkomstig is uit de particuliere sector, zouden veel particuliere spelers moeten gedwongen worden om tegelijkertijd hun aandelen te verkopen. Alleen zo kan er sprake zijn van enig effect op de Israëlische economie, maar dat is bijzonder moeilijk te realiseren zonder een politieke beslissing.

Toch is BDS er al in geslaagd om de besluitvorming van bepaalde financiële instellingen te beïnvloeden. Een van zijn grootste successen in 2024 was de overwinning op verzekeraar AXA, die verdacht werd van investeringen in de kolonisatie. Hoewel de economische impact op de Israëlische banken gering was, was de politieke en symbolische impact enorm.16

Door de banksector te destabiliseren kan BDS niet alleen de Israëlische economie in troebel water manoeuvreren, maar ook de financiering van de genocide en kolonisatie in gevaar brengen. De Israëlische banksector is immers sterk geconcentreerd: de vijf grootste banken (die waaruit AXA zich heeft teruggetrokken) waren in 2023 goed voor 99,1 procent van de bankactiva.17 Moeilijkheden bij een van die banken kunnen gemakkelijk onrust opwekken bij de andere vier. Want hoe geconcentreerder (maar ook onderling meer verbonden) de markt, hoe groter het systemisch risico op instorting als één van de marktspelers in de problemen komt.

Naast een strategie van beursontwrichting zou BDS zich ook kunnen richten op de terugtrekking van de directe buitenlandse investeringen (DBI) met het oog op de sluiting van Israëlische ondernemingen onder buitenlandse controle, of de beschadiging van hun productiecapaciteit in het geval van een gedeeltelijke controle.

Sancties

Beperkingen op import (en export)

Het derde actiemiddel van BDS zou wel eens het meest veelbelovende kunnen zijn. Vooral bij de handel in goederen en diensten kunnen officiële sancties de Israëlische economie destabiliseren. Een analyse van de Israëlische goederenexport toont dat de meeste producten in kwestie bestemd zijn voor bedrijven. Een burgerboycot zou daarom geen zin hebben.

Op wereldschaal exporteert Israël meer diensten dan goederen18. In de context van een Europese boycot op basis van sancties is het echter ongetwijfeld verstandiger zich te richten op de goederen, met name chemicaliën, machines en elektronica (zie grafiek). Volgens de laatste beschikbare gegevens importeert de EU twee tot drie keer meer Israëlische goederen dan diensten: de import van diensten naar de EU zou in 2021 iets meer dan 5 miljard dollar bedragen hebben, tegen iets meer dan 14 miljard dollar voor goederen.19

Aangezien de EU de grootste handelspartner van Israël is, zal dit niet zonder strijd gaan. Het voorbeeld van de sancties die Turkije in 2024 aan Israël heeft opgelegd, illustreert dit duidelijk: de Israëlische autoriteiten waren echt ongerust over die maatregel en moesten snel op zoek naar nieuwe handelspartners,20 ondanks een aanvankelijke inkrimping van de handel met Turkije vanaf 202321. Een opschorting of op zijn minst een drastische vermindering van de handel met Israël door de EU (met name door de opschorting van handelsovereenkomsten) kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de Israëlische buitenlandse handel, en daarmee voor de Israëlische economie in het algemeen.

De strijd voor de opschorting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Israël moet daarom doorgaan.22 Aparte EU-landen kunnen echter moeilijk sancties opleggen, omdat er een gemeenschappelijk douane- en handelsbeleid bestaat op het niveau van de EU. De Europese Commissie beslist over het handelsbeleid, niet de lidstaten.23 Een analyse van de buitenlandse handel leert ons ook om niet te vertrouwen op de politieke retoriek. Ierland heeft bijvoorbeeld Palestina als staat erkend en erkent ook dat er in Gaza een genocide plaatsvindt24, maar het blijft de grootste importeur van Israëlische goederen in de EU, met een bevolking die dertien keer kleiner is dan die van Frankrijk. De toetreding van Ierland tot de EU en het daarmee gepaard gaande kwijtspelen van zijn autonomie op het gebied van handelsbeleid kan een gedeeltelijke verklaring zijn voor dit gebrek aan concrete maatregelen die zwaarder zouden doorwegen dan de politieke verklaringen.

De kwestie van de Europese wapenexport naar Israël is vandaag van cruciaal belang. Die export buiten de wet stellen zou gevolgen hebben voor de Israëlische oorlogsinspanning. Ook al is het bij gebrek aan gegevens niet evident om die wapenleveringen in het vizier te nemen, toch weten we (opnieuw dankzij SIPRI) dat Duitsland goed is voor 20 procent van de export van zware wapens naar Israël tussen 2000 in 2023, en Italië voor ongeveer 2,3 procent.

Israëlische exporten per productcategorie naar de EU en naar de wereld in 2024

Van belang is hier dat de steun van de westerse landen aan de Israëlische oorlogsinspanning niet alleen bestaat uit de export van ‘afgewerkte’ wapens naar Israël, maar ook van hoogtechnologische onderdelen en intermediaire goederen en ook software, door bedrijven als Safran en Dassault.25Bovendien houdt SIPRI geen rekening met wapenstromen die niet als zware wapens worden beschouwd. Zo heeft Frankrijk in 2023 voor 30 miljoen euro aan wapens aan Israël geleverd, en voor meer dan 176 miljoen euro aan wapenexportvergunningen verleend. Onder die laatste vinden we wapens van het type ML-13 (gepantserde of beschermende uitrusting, constructies en onderdelen) voor meer dan 90 miljoen euro, en wapens van het type ML-4 (bommen, torpedo’s, raketten, geleide projectielen, andere explosieven en ladingen en toebehoren en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor) voor meer dan 18 miljoen euro.26

Frankrijk staat dan wel niet op de lijst van exporteurs van zware wapens naar Israël, het draagt dus wel actief bij aan de bewapening van het land. Omdat elke wapenexport wordt gecontroleerd en een vergunning vereist, kan het niet moeilijk zijn om vast te stellen welke exportproducten moeten geboycot worden, als de politieke wil daarvoor aanwezig is.

Beperkingen op export van kapitaal

In theorie is de EU voorstander van de liberalisering van kapitaalstromen en verbiedt ze beperkingen. In de praktijk kunnen evenwel in bepaalde gevallen beperkende maatregelen worden genomen met instemming van de EU, zoals het Europees Parlement ook aangeeft in het geval van Rusland:

“De artikelen 75 en 215 van het Verdrag van Rome voorzien in de mogelijkheid om financiële sancties op te leggen ter voorkoming en bestrijding van terrorisme of op basis van besluiten die zijn genomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Het vrije verkeer van kapitaal is beperkt door de economische sancties tegen Rusland na diens invasie in Oekraïne.”27

Daardoor kan BDS oproepen tot sancties in de vorm van beperkingen op de export van kapitaal naar Israël, om de financiering van de Israëlische economie te verzwakken. In het geval van de directe buitenlandse investeringen zou een volledige blokkade van de stromen naar Israël, in combinatie met een gedwongen repatriëring van het in Israël aanwezige Europees kapitaal, aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het land: volgens de OESO bevindt er zich nu immers een voorraad van bijna 27 miljard dollar aan DBI uit de EU in Israël, waarvan iets minder dan 3,5 miljard dollar in 2022.

Voegen we daar een bevriezing van het Israëlische kapitaal op Europees grondgebied aan toe, dan zouden de gevolgen nog groter zijn: in 2022 bevond meer dan de helft van de Israëlische DBI zich in de EU28, vooral in Nederland: ongeveer 49 miljard dollar aan Israëlische DBI van de 54 miljard op EU-niveau, op een totaal van 102 miljard wereldwijd.

Tot slot zouden beperkingen op de uitvoer van kapitaal naar Israël ook de Israëlische uitvoer van goederen en diensten kunnen schaden. DBI vertalen zich in de verwerving of oprichting van een productie-eenheid in het buitenland. In 2019 waren de buitenlandse multinationals in Israël goed voor bijna 18 miljard dollar van de Israëlische export van goederen29– op een totaal van iets meer dan 60 miljard dollar30 – of ongeveer 29,7 procent van het totaal, voornamelijk chemie en elektronica. De multinationals in buitenlandse handen waren goed voor ongeveer 28,2 procent van de export van diensten. In beide gevallen ging het vooral om uitvoer binnen de groep, die vrij moeilijk door een burgerboycot kan worden geviseerd, wat de invoering van sancties rechtvaardigt.

Een combinatie van beperkingen op de handel in goederen en diensten en beperkingen op het kapitaalverkeer zou impact hebben op een groot deel van de buitenlandse handel en daarmee de Israëlische economie.

Politisering van de pro-Palestijnse beweging

De EU maakt het voor haar lidstaten erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om eigen economische sancties op te leggen. Die bevoegdheid ligt bij de Raad van de Europese Unie (die de lidstaten vertegenwoordigt en waar de beslissingen unaniem moeten genomen worden) op initiatief van de Europese Commissie, een bureaucratische instelling die niet door de burgers is verkozen

Om deze situatie te doorbreken, zou de pro-Palestijnse beweging zich politiek beter kunnen organiseren via partijen of vakbonden. Vakbonden kunnen scheepsladingen blokkeren, zoals de Griekse havenarbeiders die in oktober 2024 ladingen munitie voor Israël blokkeerden, of meer recentelijk de havenarbeiders in Marseille met een soortgelijke actie. Een vermenigvuldiging van dergelijke acties zou de Europese Commissie onder druk zetten om concrete sancties te nemen. Aangezien de sancties echter unaniem moeten worden goedgekeurd, zal een dergelijk voorstel wellicht botsen op een njet van bepaalde lidstaten. De strijd voor sancties op Europees niveau vereist daarom ook structurele en democratische hervormingen binnen de EU.

De huidige boycot is een goed politiek, symbolisch en media-instrument tegen Israël, zelfs als het nog niet meteen kan tippen aan de boycot van de Arabische landen van de jaren 1940-1980. Europese sancties kunnen de Israëlische economie destabiliseren door beperkingen op te leggen op de import en export van goederen en diensten, vooral van wapens, en op het kapitaalverkeer tussen de Europese landen en Israël. De EU heeft nog geen enkele consequente maatregel genomen en sommige EU-lidstaten zoals Duitsland en Hongarije zouden een herziening van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël kunnen blokkeren.31 Alleen een verbod op de export van wapens naar Israël kan door de lidstaten zelf worden opgelegd.

In het licht van die obstakels tegen sancties blijven er twee mogelijke strategieën: enerzijds de vakbondsstrijd door middel van blokkades en stakingen en anderzijds de internationalistische politieke strijd voor meer democratische soevereiniteit op het gebied van handel en buitenlands beleid.

Footnotes

  1. «Qui sommes-nous ?», BDS France.
  2. «Le boycott de l’Afrique du Sud: leçons pour la lutte contre l’apartheid en Israël ?», Blog Mediapart.
  3. «The Costs of the Israeli-Palestinian Conflict», rand.org.
  4. Fiona Ben Chekroun, «L’ABC du BDS», Lava, 12 avril 2024.
  5. «Indicateurs de l’impact global du mouvement BDS: Juillet – Décembre 2024», BDS France.
  6. «Boycottons les dattes de l’apartheid israélien !», BDS France.
  7. «Israël: le coût exorbitant de la guerre», Les Échos.
  8. «Primary Dealers Rankings for 2024», gov.il.
  9. «Dette: pour la première fois, la note d’Israël est dégradée», BFM Business.
  10. https://europalestine.com/2025/01/30/teva-accentue-ses-pertes-amplifions-la-campagne-de-boycott/
  11. SIPRI Arms Transfers Database.
  12. «Colombia to replace Israeli-made military aircraft», BDS movement (Instagram).
  13. «Turquie: La soudaine interdiction du commerce avec Israël affecte déjà les Juifs des deux pays», The Times of Israel.
  14. «Le fonds souverain norvégien exclut 2 sociétés israélienne et russe», swissinfo.ch.
  15. Capitalisation boursière de Bezeq (BEZQ.TA) – companiesmarketcap.com
  16. «Le géant français de l’assurance AXA désinvestit rapidement 20 millions de dollars de banques israéliennes sous la pression citoyenne»
  17. Imports and Exports of Goods and Services, Statistical Abstract of Israel 2024 n° 75, cbs.gov.il (selon les estimations faites à partir de la répartition par pays de 2018).
  18. «Comment évaluer l’économie israélienne au prisme de son insertion internationale», CEPII.
  19. Imports and Exports of Goods and Services, Statistical Abstract of Israel 2023, n° 74, cbs.gov.il.
  20. «BDS and boycotts have changed Israel’s global trade landscape», calcalistech.com.
  21. «Commerce extérieur turc – Commerce extérieur 2023: Réduction du déficit commercial en 2023 en lien avec la baisse des prix de l’énergie», Direction générale du Trésor.
  22. «Prendre au sérieux le Conseil d’association UE-Israël», AFPS.
  23. «Qu’est-ce que la politique commerciale commune de l’Union européenne ?», vie-publique.fr.
  24. «L’Irlande se joint officiellement à la plainte pour génocide contre Israël devant la CIJ», i24news.tv
  25. «Guide des entreprises françaises d’armement complices d’Israël», Attac France.
  26. «Rapport au Parlement sur les exportations d’armement de la France 2024», Ministère des Armées.
  27. «La libre circulation des capitaux», europarl.europa.eu.
  28. «Foreign direct investment position of Israel’s, by country», cbs.gov.il.
  29. International Accounts, Statistical Abstract of Israel 2024, n° 75, cbs.gov.il.
  30. Israel’s Balance of Payments 2022, cbs.gov.il.
  31. «Guerre à Gaza: cinq minutes pour comprendre le réexamen de l’accord d’association entre l’UE et Israël», Le Parisien.