EU-voorvrouw Ursula von der Leyen heeft namens Europa een vernederende en ongelijkwaardige handelsovereenkomst met
de Verenigde Staten getekend. De door Donald Trump gedicteerde voorwaarden weerspiegelen Europa’s vazalstatus als een steeds meer ondergeschikte partner van het Amerikaanse imperium.
De Europese Unie heeft iets historisch bereikt. Er verstreken 55 jaar tussen de eerste en de tweede Vrede van Thorn, die in 1466 het totale verlies van de Teutoonse ridders in hun strijd tegen de Poolse koning bekrachtigde. Tussen het Verdrag van Versailles uit 1919 en het Akkoord van Potsdam in 1945 zaten 26 noodlottige en gruwelijke jaren, voordat Duitsland zijn recht op zelfbeschikking opgaf.
Nadat er na de Eerste ook een Tweede Opiumoorlog plaatsvond gingen 22 jaar voorbij; de Europese koloniale machten vochten deze oorlogen in de negentiende eeuw om de meest wrede handelsvoorwaarden aan hun de-facto Chinese kolonie op te dringen. Tegenwoordig verklaart de Europese Commissie binnen een slordige negen maanden tweemaal haar onvoorwaardelijke overgave. In dit geval kwam er niet eens oorlogsvoering aan te pas.
De eerste overgave was samen met de Verenigde Staten. Kapitalistische landen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan achtten het noodzakelijk om protectionistische maatregelen in te voeren om Chinese concurrenten ervan te weerhouden met elektrische voertuigen (en zonnepanelen en andere groene technologieën) hun respectievelijke interne markten te betreden. Het was een duidelijk teken.

Het EU-imperium nam die beslissing eind oktober 2024. De boodschap was: we zijn niet langer in staat om uit te breiden richting de Chinese interne markt met onze elektrische voertuigen. Tegelijkertijd staan betaalbare ‘Made in China’ elektrische auto’s van het merk Build Your Dreams (BYD) op het punt onze eigen consumentenmarkten te overspoelen. We moeten op zijn minst onze eigen interne markt beschermen tegen deze overweldigende concurrentie.
Deze protectionistische stap was veelzeggend over de verzwakte positie van Europa. In de Lissabon-strategie uit 2000 verklaarde de EU haar ambitie om de competitiefste economische regio ter wereld te worden. Met Duitsland aan het roer wilde het de wereldeconomie tureluurs exporteren. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) en haar voorganger, de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT), werden opgericht door Westerse leiders om namens de dominante en meest competitieve Westerse transnationale ondernemingen een geglobaliseerde economie te creëren. Vrijhandel is een vorm van imperialisme, en de voormalige koloniserende machten blonken erin uit. Maar nu keert het tij.
In een slordige negen maanden verklaarde de Europese Commissie tweemaal haar onvoorwaardelijke overgave
China slaagde daar waar de Sovjet-Unie faalde: een inhaalslag maken bij een stijging in zowel de toegevoegde waardeketen als de hiërarchie van de internationale arbeidsverdeling. Kennelijk is er vanuit het perspectief van westers imperialisme iets gruwelijk misgegaan in de kwart eeuw sinds China toetrad tot de WTO in 2001, ook al gebeurde dit onder de strengst denkbare voorwaarden, opgelegd door westerse machten.
De Chinese exitstrategie uit de mondiale financiële crisis bestond uit een strategische planning van de elektrificatie van de economie en het creëren van nationaal vooraanstaande bedrijven middels gewaagd industriebeleid. Het plan bleek superieur aan de bezuinigingsstrategie van zowel het Amerika van Barack Obama als de Europese Unie gedurende het eurocrisistijdperk. China kwam als een hypercompetitieve high-tech rivaal uit de crisis en als gelijke of dominante kracht in vele toekomstige technologieën, uiteenlopend van kunstmatige intelligentie en big data tot 5G en 6G mobiele communicatie, maar vooral groene technologieën. Toen het westen zich al lang en breed realiseerde hoe hypercompetitief China was, probeerde ze nog steeds via ‘Bidenomics’, de ‘Green Deal’ van de EU en het economisch beleid van de Duitse bondskanselier Olaf Scholz Peking te verslaan in zijn eigen spel. Deze imitatiestrategie mislukte, vooral in Europa. Dit was terug te zien in de eerste onvoorwaardelijke overgave: als ik niet langer van je kan stelen, kan ik op zijn minst mijn eigen hachje beschermen.
Nu komt de tweede onvoorwaardelijke overgave. Westerlingen, vooral Europeanen, zijn niet langer het beste als het aankomt op patenten, machines, economische efficiëntie, goed functionerende openbare infrastructuur, Olympische medailles of algehele tevredenheid. Maar de voormalige koloniserende machten zegevieren op zijn minst op moreel vlak (zelfs als ze genocidale oorlogsvoering steunen en denken dat de rest van de wereld dat niet doorheeft). Met dezelfde morele superioriteit en hooghartigheid reageerden Europese elites op de verkiezingswinst van Donald Trump in november 2024. De Europese pers maakte hem belachelijk. Hij vernielt de Verenigde Staten en de wereldeconomie, werd er gezegd. Maar wie lacht er het laatst?
Trump zegt ‘spring’ en de EU vraagt hoe hoog
De onvoorwaardelijke overgave ging gepaard met een waarschuwing. Na de Russische inname van de Krim in 2014 kondigden de Europese NAVO-lidstaten aan dat ze bereid waren om in de toekomst 2 procent van hun BBP in bewapening te investeren. Elf jaar later is er plotseling een doel van 5 procent van kracht. Voortaan zal Duitsland een groot deel van de begroting investeren in een oorlogsinfrastructuur en het aankopen van wapens. Het wil, in de woorden van bondskanselier Friedrich Merz, het ‘sterkste conventionele leger in Europa’ bouwen. Zitten hier nieuwe risicobeoordelingen achter? Is Rusland plots tweeënhalf keer zo bedreigend als vlak na de invasie van de Krim? Natuurlijk niet. De logica is plat en veelzeggend: Trump eiste 5 procent, dus de Europeanen betalen 5 procent. Deze afdracht dient vooral een transatlantische arbeidsverdeling tegenover China.
Aangezien grote hoeveelheden wapenuitgaven de zakken van de grootste wapenproducenten zullen vullen (die toevallig Amerikaans zijn), komt dit neer op een enorm militair-Keynesiaans stimuleringspakket voor de Verenigde Staten. Bovendien stelden de Europeanen Trump zo in staat om met zijn ‘dealmaking’-capaciteiten naar Japan, de Filippijnen, Australië en Nieuw-Zeeland te trekken met het verzoek net zoveel uit te geven en nog een extra impuls aan het Amerikaanse militair-industrieel complex te geven.
Je zou ervan uitgaan dat de Europeanen, met zoveel goede wil en loyaliteit aan het transatlantische bondgenootschap, in staat zouden zijn een positieve ‘deal’ met Trump binnen te halen. Hij maakt ‘deals’, quid pro quo. In lijn daarmee zei de Duitse regering dat de enorme bewapening als doel had Trump in de handelsruzie tot bedaren te brengen, zodat hij zou afzien van hoge importtarieven voor de EU. Dit sprak minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul uit.
Zoals het een goed transatlanticus betaamt, reisde Merz begin juni naar de Verenigde Staten, alwaar hij in de gunst probeerde te komen bij de president, die van Groenland tot Panama met oorlog heeft gedreigd, Canada wil annexeren, en Iran heeft aangevallen. Merz deed Trump een speciale golfclub en de geboorteakte van diens Duitse grootvader cadeau, en had het over hun ‘goede verstandhouding’.
Met dezelfde morele superioriteit en hooghartigheid reageerden Europese elites op de verkiezingswinst van Donald Trump in november 2024. Maar wie lacht er het laatst?
Algemeen secretaris van de NAVO Mark Rutte bleek eveneens bijzonder onderdanig in een persoonlijk bericht dat door Trump zelf naar buiten werd gebracht. Maar mochten de Europeanen denken dat hun openbare blijken van genegenheid wederkerig zou zijn, dan kwamen ze al gauw van een koude kermis thuis. De NAVO-‘deal’ was in wezen simpelweg een voorteken van de tweede onvoorwaardelijke overgave die afgelopen week plaatsvond.
Halverwege juli kondigde Trump een heffing van 30 procent op producten uit de EU aan, bovenop de bestaande sectorbrede tarieven. De heffingen zouden twee weken later, op 1 augustus, van kracht worden.
Ongelijkwaardig verdrag
Toen Trump in Turnberry (Schotland) aankwam, waar hij Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zou ontmoeten, liet hij weten dat het overleg hooguit een uur zou duren. Hij had andere belangrijke dingen te doen, zoals een paar potjes golf spelen. Het oponthoud was inderdaad erg kort, daarna vertelden Trump en Von der Leyen de media over hun overeenkomst. De Europese Commissie had één biljoen [1000 miljard, red.] dollar voor wapens toegezegd, om zo de Amerikanen te ontlasten in hun pogingen China in toom te houden. Sommige wapens zullen aan de Oekraïnse president Volodymyr Zelensky worden gegeven, in zijn inmiddels niet te winnen zelfverdedigingsoorlog – met in toenemende mate gedwongen rekrutering – die desondanks waarschijnlijk zal eindigen onder door de Russische president gedicteerde voorwaarden voor vrede.
De EU-leiding wilde de Verenigde Staten ook graag bedanken voor het vermoedelijk torpederen van de Nord Stream 2-gaspijpleiding, waardoor er een stokje gestoken werd voor het inkopen van gas van Rusland door Europa. Het heeft nu toegezegd Amerikaans schaliegas te kopen voor een slordige 750 miljard, verspreid over de komende drie jaar. Tot slot beloofde de EU enorme buitenlandse directe investeringen in de Verenigde Staten ter waarde van 600 miljard dollar.
Het blijft onduidelijk hoe de Europese Commissie private, winstmakende bedrijven gaat moeten dwingen om productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Tegelijkertijd zijn, vanwege het grote verschil in industriële energieprijzen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan – zo zijn Duitse energieprijzen ongeveer drie keer zo hoog als die in de Verenigde Staten en zeven keer zo hoog als die in China – geen extra prikkels nodig voor verplaatsen van kapitaal naar de Verenigde Staten.
De Duitse regering zei dat de enorme bewapening als doel had Trump in de handelsruzie tot bedaren te brengen.
De inflatiereductiewet van Joe Biden die bedrijven verplicht een bepaald percentage aan binnenlandse producten en diensten te gebruiken, de belastingvoordelen voor de allerrijksten als onderdeel van de ‘Big Beautiful Bill’ van Trump, en de afschaffing van milieuregelgeving voor nóg goedkopere energie vormen precies de juiste hoeveelheid aan prikkels voor een nog grotere kapitaalvlucht vanuit de energie-intensieve Europese hoofdsteden, met name in de maakindustrie en de farmaceutische industrie. De twee achtereenvolgende jaren van negatieve groei in Duitsland spreken boekdelen.
In ruil voor deze royale geschenken van EU-functionarissen aan Trump, mag hij Amerikaans kapitaal gratis naar de Europese interne markt exporteren. De EU heeft ‘haar landen tegen een tarief van nul procent geopend’, zo pochte Trump. Terwijl in de EU gestationeerde bedrijven die toegang willen verkrijgen tot de Amerikaanse binnenlandse markt een importbelasting van 15 procent moeten betalen. Dat is alleen nog maar het basistarief; verschillende sectoren, zoals de staal- en aluminiumindustrie van de EU, worden geconfronteerd met rampzalige heffingen van 50 procent.
Dit was de ‘deal’. Nadat hij de vloer had aangeveegd met Von der Leyen, stond Trump samen met haar op het podium om het aan te kondigen, en poseerden EU-kopstukken breed lachend en met hun duimen omhoog voor een persfoto. In werkelijkheid was dit helemaal geen deal, maar Europa’s formele ‘afhankelijkheidsverklaring’. Trump, die nooit terugdeinst voor het gebruik van superlatieven, zou het prima ‘de grootste van allemaal’ kunnen noemen. Hij had de Europeanen eenzelfde soort ‘verdrag’ opgedrongen als dat wat de Europeanen China deden slikken ten tijde van de Opiumoorlogen.
Von der Leyen sprak van een ‘goede deal’, aangezien ze Trumps maximale eis van 30 procent had weten te voorkomen; de Duitse bondskanselier Merz bejubelde het als ‘beter dan verwacht’ en roemde Von der Leyens fantastische onderhandelen waarmee ze de Duitse autoproducenten en farmaceutische bedrijven behoedde voor nog grotere schade. Het klopt dat Duitse belangen zijn meegewogen, precies de reden waarom personen in andere EU-lidstaten nu terecht klagen dat ze alleen maar in deze ellende zijn beland vanwege Duitslands handelsoverschot met de Verenigde Staten. Maar het is ook geen goed akkoord voor Duits kapitaal. De oorspronkelijke heffingen die Duitse autoproducenten betaalden bedroegen ongeveer 2 procent. Een toename van 13 procentpunt schetst een weinig positief vooruitzicht voor een reeds noodlijdende industrie.
Vier maal Europese afhankelijkheid
Deze twee momenten dat Europa zich onvoorwaardelijk overgeeft, onthullen de ware machtsverhoudingen in de wereldeconomie van vandaag. De ultieme vraag is: waarom was Trump succesvol als het op Europa aankwam, maar faalde hij zo jammerlijk toen hij hetzelfde bij China probeerde?
Trump staat erom bekend dat hij politiek op een transactionele wijze benadert. Daarbij baseert hij deals op zijn pokerhand. Tegenover China had hij geen troefkaarten. Peking had alleen maar azen achter de hand: vergeldingstarieven van 125 procent, exportbeperkingen voor zeldzame aardmetalen – waar Amerikaanse auto- en defensiebedrijven afhankelijk van zijn – importbeperkingen voor Hollywoodfilms, een importverbod op Boeingvliegtuigen en speciale sancties voor Amerikaanse bedrijven. Wie verwachtte dat China bakzeil zou halen in de handelsoorlog met de VS, had het verkeerd.
In plaats daarvan liet het zijn kracht zien. Trump werd gedwongen zich terug te trekken. Na Trumps eerste termijn en Bidens protectionistische maatregelen tegen Peking, toonde China hiermee zijn nieuwverworven economische soevereiniteit. En de enorme verschuiving in het krachtenveld van de wereldeconomie, van noord en west naar oost en zuid. Het toonde de grenzen aan van pogingen van de Verenigde Staten om China, de nummer 1 handelspartner voor meer dan 120 landen, te ontkoppelen van de rest van de wereld.
De tweede keer dat Europa zich onvoorwaardelijk overgaf toont de enorme verschuiving in het transatlantische krachtenveld. Toen de Verenigde Staten na de Koude Oorlog een ‘partnerschap in leiderschap’ aankondigde voor Duitsland en Europeanen, bleef er natuurlijk een kloof in hun relatieve kracht. Maar de Verenigde Staten nam het EU-imperium serieus. De poging van George W. Bush om de mondiale oliekraan te beheersen, was ook gericht tegen de EU. Vanwege uitbreiding richting het oosten werd de EU de grootste interne markt ter wereld. Daarbij werd de nieuwe gemeenschappelijke munteenheid, de euro, een potentieel alternatief voor de dollar. Daarom zag het Amerikaanse imperium erop toe dat er geen Oost-Europese uitbreiding plaatsvond buiten zijn eigen NAVO-machtsstructuur in Europa.
De Oekraïne-oorlog vergrootte de onevenwichtigheid in de Noord-Atlantische machtsrelaties. Daaruit is een nieuw asymmetrisch transatlanticisme voortgekomen en een viervoudige Europese afhankelijkheid van de Verenigde Staten.
Allereerst heeft het schrappen van de Europees-Russische energiesymbiose Europa afhankelijk gemaakt van Amerikaans schaliegas en de vloeibaar gasinfrastructuur (LNG) die onder controle staat van de Verenigde Staten.
Ten tweede is de EU economisch verzwakt en afhankelijk gemaakt van de binnenlandse Amerikaanse markt, die Trump nu met succes als drukmiddel gebruikt om Europeanen te chanteren. Dit is geen nieuw idee: op precies dezelfde manier dwong Ronald Reagan in de jaren tachtig zijn Japanse rivaal tot totale overgave, wat resulteerde in jaren van langzame groei. De economie van de EU, in het bijzonder de exporteconomie van Duitsland, is nu geketend en heeft, ondanks het enorme militair Keynesianisme, weinig groeiverwachting. Europa’s nieuwe afhankelijkheid van Amerikaans schaliegas is niet alleen een klimaatramp vergeleken met Russisch gas en olie, maar ook veel duurder. Daarnaast hebben EU-elites de Europese economie verzwakt met achttien rondes aan anti-Ruslandsancties die alleen maar averechts hebben gewerkt omdat ze de Europese kracht overschatten.
De economische oorlogvoering van de Verenigde Staten heeft als doel Europa te ontkoppelen van de enorme binnenlandse markt van China door het politiseren van aanvoerketens, compleet met sancties voor Europese bedrijven die het in hun hoofd halen Amerikaanse onderdelen te gebruiken in hun handel met China. Hierdoor heeft de toegang tot de net zo grote binnenlandse Amerikaanse markt het overwicht gekregen. En inderdaad, voor het eerst sinds 2015 was in 2024 niet China, maar de Verenigde Staten de grootste exportmarkt voor Duitsland.
Tegenover China had Trump geen troefkaarten. Peking had alleen maar azen achter de hand.
Ten derde is de EU ook geopolitiek afhankelijk geworden van de Verenigde Staten. De VS dringt een confrontatie tussen blokken op aan de wereld. In deze opstelling is de belangrijkste partij diegene met zevenhonderd legerbases verspreid over de planeet en diegene die de macht heeft in de NAVO als het grootste militaire bondgenootschap ter wereld. Hiermee zijn de VS agressief bezig met het beschermen van de westerse dominantie in een fundamenteel veranderde wereldeconomie.
Ten vierde, de poging om militaire bekwaamheid als het laatste redmiddel van suprematie te gebruiken betekent dat die rol vervolgens ten deel valt aan het land dat de vijf grootste wapenproducenten ter wereld huisvest, en niet de EU. Met andere woorden, naast Europa’s energie-, economische en geopolitieke afhankelijkheid is er ook een militair-technopolitieke afhankelijkheid. De door de VS aan Europese vazallen voorgeschreven ‘deal’ legt dit asymmetrische transatlanticisme bloot.
Een andere manier
Waren er dan geen alternatieven? Op de korte termijn hadden EU-elites kunnen denken aan de troefkaarten die ze in handen hadden. Maar voordat de onderhandelingen überhaupt waren begonnen waren belastingen voor Amerikaanse IT- en platformkapitalistische monopolies al als optie uitgesloten. EU-kopstukken waren alleraardigst en hoopten op genade.
Op de lange termijn hadden EU-elites de herindeling van de wereld door de VS kunnen weerstaan. Ze hadden zonder de VS kunnen proberen de oorlog in Oekraïne te de-escaleren. Er zijn genoeg kansen geweest. Juist om haar eigen belang na te streven, had de EU een nieuwe vrede- en veiligheidsovereenkomst kunnen nastreven voor Europa en Azië, inclusief Rusland en China. Maar in plaats van dat te doen, dompelden elites zichzelf onder in een fantasiewereld van een dreigende Russische invasie en een nieuwe wapenwedloop, die Europa economisch, sociaal, politiek en cultureel op zijn kop zal zetten.
Ja, zonder meer is Europa’s afhankelijkheid van de VS significant; de mogelijkheden van Washington om een Europese onafhankelijkheidsverklaring af te straffen vallen niet te onderschatten. Maar het klopt ook dat de macht van de Verenigde Staten overal ter wereld tanende is.
Het was niet raadzaam van de EU dat het zich door de VS in een economische en militaire confrontatie met China liet drukken. Uiteindelijk komen de belangen van Europeanen meer overeen met China en zelfs met het mondiale zuiden. EU-elites hadden het nieuwe multipolarisme als feit kunnen accepteren en het initiatief kunnen nemen om een nieuwe multilaterale wereldorde te creëren die de vele risico’s op economische en andere oorlogen voorkomt. EU-elites hadden de opkomst van BRICS als een kans kunnen zien. Het was uitgesloten dat Europese landen de handen ineen zouden slaan met BRICS.
Door in 2019 een ‘systemische rivaliteit’ met Peking aan te gaan en sindsdien altijd deze lijn te volgen, ging de EU aan de zijde van de Amerikaanse grote broer staan. Het betekent ook in voor- of tegenspoed vasthouden aan de poging van de Verenigde Staten om de opkomst van China en het mondiale zuiden te blokkeren. Europese leiders waren geïsoleerd in de wereld en overgeleverd aan de genade van Washington.
Maar de Verenigde Staten lieten zien dat het land geen grote beschermende broer is. Het toont Europeanen nu de pestkop die het de rest van de wereld al minstens een eeuw laat zien. Het nieuwe asymmetrische transatlanticisme betekent dat Europa wordt behandeld als vazal. Om de vernedering compleet te maken blijven Europese leiders glimlachen omdat ze denken dat wie ‘A’ zegt ook ‘B’ moet zeggen. Maar zoals Bertolt Brecht leerde, klopt dit niet: we kunnen ook erkennen dat aanname ‘A’ niet klopte. Maar voor die erkenning zijn andere leiders nodig die voortkomen uit een behoorlijk ander politiek evenwicht in Europa zelf.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de site Jacobin Magazine. De vertaling in het Nederlands verscheen op de site van Jacobin Nederland (www.jacobin.nl).

