Zonder serieuze aanleiding of juridische rechtvaardiging onderstreept de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran de afwezigheid van Europa in een oorlog die zijn veiligheid in het geding brengt en zijn economie bedreigt. Die terughoudendheid is des te opvallender omdat Washington eerder een verdrag met Teheran had opgezegd dat door alle Europeanen was onderhandeld.

De machteloze onrust van de Europese leiders tegenover de Israëlisch-Amerikaanse oorlog die op 28 februari dit jaar tegen Iran en het internationaal recht werd ontketend, weerspiegelt de ontreddering van een heersende klasse die is opgeleid om zich te conformeren aan een Amerikaans ‘model’ dat onverdedigbaar is geworden. Daarbij vermengen zich: paniek bij het idee om Donald Trump tegen te werken, de vrees voor een energietekort, de angst voor een economische crisis, de vrees voor een Oekraïense nederlaag bij gebrek aan voldoende steun van de Verenigde Staten, en ten slotte de duizelingwekkende gedachte aan een herstel van de handels- en diplomatieke betrekkingen met Rusland.
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, Keir Starmer, Friedrich Merz en Emmanuel Macron hebben tot nu toe elke machtsgreep van president Trump en zijn Israëlische bondgenoot (of voogd) beantwoord met een reactie in twee fasen: eerst geven ze toe, daarna klagen ze. Dwang door middel van invoerheffingen, de verplichting om de militaire uitgaven te verdubbelen; de Israëlische bloedbaden in Gaza; de bombardementen op Jemen, Libanon en Iran, en de ontvoering of moord op buitenlandse leiders als gangbare diplomatieke praktijk hebben beurtelings geleid tot een halfslachtige instemming. Die werd gevolgd door bedroefde kanttekeningen in de trant van ‘Oké, maar niet op die manier’. Alleen de verdediging van de Oekraïense zaak, die de seculiere religie van de Europese elites is geworden, en de dreiging van een invasie van Groenland hebben reacties bij hen losgeweekt die verder gaan dan wat gemompel.

De illegale, irrationele en onvoorzichtige oorlog die door het Israëlisch-Amerikaanse duo tegen Teheran wordt gevoerd, heeft op zijn beurt de gebruikelijke pas de deux teweeggebracht. Terwijl niemand de door Washington aangevoerde rechtvaardigingen ernstig neemt – het nucleaire programma en de ballistische dreiging tegen de Verenigde Staten neutraliseren, de oppositie tegen het Iraanse regime steunen – hebben de grote naties van het Oude Continent, met uitzondering van Spanje (zie ‘Het multilateralisme moet gered worden’), zich gedwee aan de kant van de aanvallers geschaard. Die vonden het niet nodig hun ‘bondgenoten’ te waarschuwen voor een conflict waarvan zij de verwoestende economische gevolgen zouden ondervinden.
Ursula von der Leyen, Keir Starmer, Friedrich Merz en Emmanuel Macron hebben elke machtsgreep van president Trump en zijn Israëlische bondgenoot (of voogd) begroet met een reactie in twee fasen: eerst geven ze toe, daarna klagen ze.
Terwijl Teheran onder de bommen ligt, weigeren Parijs, Berlijn en Londen de agressie te veroordelen. Toch spreken zij in een gezamenlijke verklaring van 1 maart hun ‘ontzetting uit over de willekeurige en onevenredige raketaanvallen van Iran op landen in de regio.’ Ze verklaren zich ook bereid om ‘noodzakelijke en evenredige verdedigingsmaatregelen te nemen om de Iraanse capaciteit om raketten en drones af te vuren bij de bron te vernietigen.’
Zodra de moord op ayatollah Ali Khamenei bekend werd gemaakt, toonde de woordvoerster van de Franse regering zich verheugd: ‘We kunnen alleen maar tevreden zijn met zijn overlijden’ (RTL, 1 maart 2026). ‘Wij steunen de Verenigde Staten en Israël, die van dit vreselijke terroristische regime af willen,’ verklaarde de Duitse bondskanselier (3 maart). Zijn minister van Buitenlandse Zaken ontbood de Iraanse ambassadeur en sommeerde hem ‘onmiddellijk een einde te maken aan de aanvallen.’ Geconfronteerd met de torenhoge prijzen van koolwaterstoffen en het schrikbeeld van een economische ineenstorting, gingen de drie leiders zich vervolgens inspannen om hun betrokkenheid bij het conflict te bagatelliseren en afstand te nemen van een steeds onvoorspelbaarder wordende Amerikaanse president – eerst geven ze toe, daarna klagen ze. De toejuichbrigade van de Europese Unie zal altijd paraat staan om zelfs van haar geringste twijfel een daad van verzet te maken. 1
Maar angst alleen verklaart een dergelijke ineenstorting niet. De recente geschiedenis van de betrekkingen tussen Iran en de Europese mogendheden, met name Frankrijk, suggereert een andere verklaring, namelijk die van een herschikking binnen het Atlantisch Bondgenootschap. Sinds een vijftiental jaar, aangemoedigd door een Europese Commissie vol atlantische ‘haviken’ en, meer recentelijk, door een Duitsland dat op zoek is naar diplomatieke en militaire zelfbevestiging, spant Parijs zich in om de fakkel van de ‘strijd voor waarden’ over te nemen van de Amerikanen. ‘Frankrijk is de beste leerling van de neoconservatieve klas geworden,’ merkt voormalig premier Dominique de Villepin op. 2 Dit gaat zelfs zo ver dat de twee landen die zich destijds tegen de Amerikaanse interventie in Irak hadden verzet, zich er in het geval van Iran gewoon bij neerleggen.
‘Toezeggingen aan Iran die wij, Fransen, als buitensporig beschouwden’
De eerste tekenen van deze ommezwaai dateren uit de oorlog tegen Libië die werd ontketend in 2011, op initiatief van het Frankrijk van Nicolas Sarkozy. Twee jaar later betreurde Parijs de weigering van president Barack Obama om in te grijpen tegen Damascus – ditmaal was de bewoner van het Élysée François Hollande. Tegelijkertijd begonnen de onderhandelingen tussen Teheran en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN), plus Duitsland, om het Iraanse uraniumverrijkingsprogramma onder controle te houden in ruil voor een voorwaardelijke en geleidelijke opheffing van de economische sancties. Ook hier onderscheidde Frankrijk zich door zijn ambitie om de Amerikanen een lesje te leren.
Gedurende de onderhandelingen legde Parijs de lat steeds hoger, met het risico dat een compromis werd verhinderd. Minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius schept in zijn memoires overigens op dat hij in november 2013 een Amerikaans-Iraanse tekst heeft verworpen die Parijs als ‘onaanvaardbaar’ beschouwde omdat hij onvoldoende streng was voor Teheran. Hetzelfde gebeurde in maart 2015: Fabius beschuldigde president Obama ervan ‘concessies te aanvaarden die wij, Fransen, als buitensporig beschouwden.’ 3 Het akkoord werd niettemin op 14 juli 2015 in Wenen bezegeld en vervolgens, op 20 juli van datzelfde jaar, unaniem bekrachtigd door resolutie 2231 van de Veiligheidsraad.
Angst alleen verklaart deze zwakte niet: het Atlantisch Bondgenootschap is al vijftien jaar aan het veranderen, met Frankrijk als de beste leerling van de neoconservatieve klas.
Als voorlopers van het westers denken konden de heren Hollande en Fabius destijds de militaristische kringen in Washington en Tel Aviv wel bekoren. In november 2015 ging hun machtigste persorgaan, de Wall Street Journal, zelfs zo ver om een van zijn hoofdartikelen af te sluiten met: ‘In afwachting van de keuze van een nieuwe opperbevelhebber in Amerika, is de heer Hollande de beste antiterrorismeleider van het Westen.’ 4 Ook de monarchieën van de Golf, die zeer vijandig staan tegenover Iran, waardeerden de vastberadenheid van Parijs. Frankrijk kon de vruchten plukken van zijn harde opstelling in de vorm van een stortvloed aan wapenverkopen, met name van Rafale-gevechtsvliegtuigen en dat in een regio die tot dan toe zijn bestellingen uitsluitend bij Amerikaanse leveranciers plaatste.

Zodra het akkoord van Wenen was ondertekend, hield Iran zich aan de voorwaarden ervan, zo stelt zelfs het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat steeds vaker inspecties ter plaatse uitvoerde. Een deel van de sancties werd dan ook geleidelijk opgeheven, tot groot ongenoegen van Benjamin Netanyahu. In een daad van openlijke uitdaging aan het adres van president Obama uitte hij op 3 maart 2015, tijdens een plechtige toespraak voor beide kamers van het Congres, een vurige aanklacht tegen het akkoord dat op dat moment werd onderhandeld. Hij kreeg er in zevenenveertig minuten achtentwintig staande ovaties.
Maar de Europese neo-neoconservatieven stuitten al snel op een onverwacht obstakel. Eenmaal in het Witte Huis vernietigde Trump in mei 2018 de diplomatieke prestatie waar Obama zo trots op was. Trump deed dat onder het valse voorwendsel dat Teheran zich niet aan het akkoord van Wenen had gehouden. Even eenzijdig herstelde hij de Amerikaanse sancties tegen Iran. De Islamitische Republiek besloot echter haar deel van de overeenkomst wél na te komen. Iran hoopte daarmee de Europeanen te overtuigen zich aan hun toezegging te houden. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk zegden dat ook toe. Maar met zijn gebruikelijke tact dreigt president Trump hen: ‘Elk land dat Iran helpt bij zijn streven naar kernwapens, riskeert zware sancties van de Verenigde Staten.’ Met andere woorden: Amerika zal zijn Europese bondgenoten straffen als zij volharden in het naleven van de voorwaarden van een ‘deal’ die Washington nochtans jarenlang met hen heeft onderhandeld.
Frankrijk nam tijdens de onderhandelingen die leidden tot het akkoord van 2015 een onverzettelijke houding aan tegenover Iran. De beloning in de jaren daarna: een stortvloed aan aankopen van Franse wapens door de oliekoninkrijken in de Golf.
En zo volgt de ene Europese onderwerping de andere op. Nadat ze enkele jaren eerder al hadden ingestemd met het betalen van kolossale boetes aan de Amerikaanse schatkist wegens het overtreden van door de Verenigde Staten opgelegde embargo’s tegen Cuba, Soedan en Iran (BNP Paribas stemde in 2014 in met het betalen van 8,9 miljard dollar aan boetes), 5 gaven grote Europese bedrijven toe aan het dictaat van Trump: het Deense Maersk, het Duitse Siemens, de Franse PSA en Total bouwden hun activiteiten in Iran af of trokken zich er volledig uit terug. De veelbelovende Franse export naar dit land stortte in.
Geconfronteerd met deze schending van het akkoord van Wenen door het Westen, kondigde Iran aan dat een voortzetting van de blokkade waaronder het land lijdt, zou leiden tot de hervatting van zijn uraniumverrijkingsprogramma. ‘Kom uw toezeggingen na, of wij zullen de onze terugschroeven,’ verklaarde president Hassan Rohani in 2019. Europa, gedwongen te kiezen tussen het nakomen van zijn woord en gehoorzaamheid aan de Amerikaanse grootmacht, aarzelde niet lang.
Europa aarzelt niet lang wanneer het erom gaat te kiezen tussen zijn woord nakomen en gehoorzaamheid betuigen aan de Amerikaanse opperheer.
Begin 2020 dreigden de Verenigde Staten in het geheim immers de Europese Unie met het opleggen van 25% invoerrechten op haar auto-export als zij geen sanctieprocedures tegen Iran zouden starten. Op 14 januari gaven Parijs, Londen en Berlijn in een verklaring van (bijna) verbijsterende hypocrisie toe. Zij spraken ‘ondubbelzinnig [hun] spijt en [hun] bezorgdheid uit naar aanleiding van het besluit van de Verenigde Staten’ om het akkoord van Wenen te schenden, maar ze kondigden aan dat ze ‘gezien de door Iran genomen maatregelen geen andere keuze meer hebben dan een sanctieprocedure tegen Teheran te starten.’ 6 Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken juichte onmiddellijk het besluit van ‘onze Europese bondgenoten’ toe om ‘het onwettige gedrag van Teheran aan de kaak te stellen.’ Toen de Washington Post de Amerikaanse economische chantage aan het licht bracht die aan de basis lag van deze capitulatie, beweerde een Europese functionaris jammerlijk: ‘We waren sowieso van plan om dit te doen [een sanctieprocedure tegen Iran te starten], maar de dreiging van Trump heeft bijna alles doen ontsporen; zo gevoelig ligt het om niet over te komen als de schoothondjes van Washington.’ 7
Wie zou zich vandaag nog zo’n vernedering kunnen voorstellen, terwijl in Latijns-Amerika, Palestina, Iran en Libanon de ‘strategische autonomie van Europa’ de wereld voortdurend in vervoering brengt?
Vertaling van Pierre Rimbert en Serge Halimi “Une docilité si mal récompensée”, Le Monde Diplomatique, april 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers.
Footnotes
- Cf. Sylvie Kauffmann, ‘Le non unanime de l’Europe à la guerre’, Le Monde, 20 maart 2026.
- Dominique de Villepin, ‘Refuser la vassalisation de la France, c’est mon combat’, La Croix L’Hebdo, Parijs, 21 maart 2026.
- Laurent Fabius, 37, quai d’Orsay. Diplomatie française, 2012-2016, Plon, Parijs, 2016.
- ‘France leads from the front against terror’, The Wall Street Journal, New York, 19 november 2015.
- Zie Jean-Michel Quatrepoint, ‘Au nom de la loi… américaine’ et Ibrahim Warde, ‘Le diktat iranien de Donald Trump’, Le Monde diplomatique, respectievelijk januari 2017 en juni 2018.
- Déclaration conjointe des ministres des affaires étrangères de la France, de l’Allemagne et du Royaume-Uni, 14 januari 2020.
- Anne Gearan en John Hudson ‘Trump’s strong-arm foreign policy tactics create tensions with US friends and foes’, The Washington Post, 20 januari 2020.
