Het Europese buitenlands beleid is bijna volledig gebaseerd op angst voor Rusland en China, wat het continent in de armen van de Verenigde Staten heeft gedreven. Europa heeft een nieuw buitenlands beleid nodig dat stoelt op zijn werkelijke economische en veiligheidsbelangen.
Europa zit momenteel in een economische en veiligheidsval van eigen makelij. Die wordt gekenmerkt door gevaarlijke vijandigheid tegenover Rusland, door wederzijds wantrouwen tegenover China en extreme kwetsbaarheid tegenover de VS. Europa’s onderdanigheid aan de VS komt bijna volledig voort uit de allesoverheersende angst voor Rusland, aangewakkerd door de russofobe staten van Oost-Europa en een vals verhaal over de oorlog in Oekraïne. Overtuigd dat Rusland de grootste bedreiging vormt voor zijn veiligheid, maakt de EU al zijn andere buitenlands beleid – op vlak van economie, handel, milieu, technologie en diplomatie – ondergeschikt aan de Verenigde Staten. Ironisch genoeg klampt de Europese Unie zich vast aan Washington, zelfs nu de VS in zijn buitenlands beleid ten opzichte van de EU zwakker, instabiel, grillig, irrationeel en gevaarlijk is geworden, en dat terwijl de Europese soevereiniteit in Groenland openlijk bedreigd wordt.
Om een nieuw buitenlands beleid uit te werken, zal Europa de valse vooronderstelling dat het heel kwetsbaar is tegenover Rusland, moeten overwinnen. Het verhaal dat het triumviraat van Brussel-NAVO-VK rondstrooit, is dat Rusland intrinsiek expansionistisch is en Europa onder de voet zal lopen als de kans zich voordoet. De Sovjetbezetting van Oost-Europa van 1945 tot 1991 zou daarvoor als bewijs gelden. Dat nepverhaal schetst een verkeerd beeld van het Russische gedrag in het verleden en vandaag.
Met het eerste deel van dit essay wil ik de onjuiste veronderstelling corrigeren dat Rusland een grote bedreiging vormt voor Europa. In het tweede deel kijk ik vooruit naar een nieuw Europees buitenlands beleid, eens Europa zijn irrationele russofobie achter zich heeft gelaten.
De valse premisse van Ruslands imperialisme richting het westen
Het buitenlandse beleid van Europa is gebaseerd op de vermeende veiligheidsdreiging vanuit Rusland. Die vooronderstelling is echter onjuist. De grote westerse mogendheden (met name Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten in de afgelopen twee eeuwen) zijn Rusland herhaaldelijk binnengevallen en het land heeft voor zijn veiligheid lang gerekend op een bufferzone tussen zichzelf en de westerse mogendheden. De zwaar omstreden bufferzone omvat het huidige Polen, Oekraïne, Finland en de Baltische staten. Die regio tussen de Westerse mogendheden en Rusland is de hoofdoorzaak van de veiligheidsproblemen tussen West-Europa en Rusland.

De belangrijkste westerse oorlogen tegen Rusland sinds 1800 zijn onder andere: de Franse invasie van Rusland in 1812 (de Napoleontische oorlogen); de Britse en Franse invasie van Rusland in 1853-1856 (de Krimoorlog); de Duitse oorlogsverklaring aan Rusland op 1 augustus 1914 (de Eerste Wereldoorlog); de geallieerde interventie in de Russische burgeroorlog, 1918-1922 (de Russische burgeroorlog) en de Duitse invasie van Rusland in 1941 (de Tweede Wereldoorlog).
Europa grijpt mogelijke invasies van Rusland in westelijke richting aan als objectief bewijs voor zijn westwaartse expansiedrift, maar zo’n visie is naïef, gaat in tegen de geschiedenis en is louter propaganda.
Elk van die oorlogen vormde een existentiële bedreiging voor het voortbestaan van Rusland. De mislukte demilitarisering van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog, de oprichting van de NAVO, de inlijving van West-Duitsland in de NAVO in 1955, de uitbreiding van de NAVO naar het oosten na 1991 en de gestage uitbreiding door de VS van militaire bases en raketsystemen in Oost-Europa dicht bij de Russische grenzen… Vanuit het Russische oogpunt vormen deze dingen de grootste bedreigingen voor de nationale veiligheid van Rusland sinds de Tweede Wereldoorlog.
Rusland is op zijn beurt verschillende keren het Westen binnengevallen: de aanval op Oost-Pruisen in 1914; het Molotov-Ribbentroppact in 1939 waarbij Polen werd verdeeld tussen Duitsland en de Sovjet-Unie en in 1940 de Baltische staten werden geannexeerd; de invasie van Finland in november 1939 (de Winteroorlog); de Sovjetbezetting van Oost-Europa van 1945 tot 1989; de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022.
Europa beschouwt die acties als objectief bewijs voor de westwaartse expansiedrang van Rusland, maar zo’n visie is naïef, gaat in tegen de geschiedenis en is louter propaganda. In alle vijf de gevallen handelde Rusland ter verdediging van zijn nationale veiligheid – zoals het die zelf zag – en niet zozeer vanuit een expansiedrang naar het westen. Die fundamentele waarheid is de sleutel voor de oplossing van het huidige conflict tussen Europa en Rusland. Rusland streeft niet naar uitbreiding naar het westen; Rusland is op zoek naar essentiële nationale veiligheid. Toch heeft het Westen lange tijd nagelaten om die belangen van Rusland op het gebied van nationale veiligheid te erkennen, laat staan te respecteren.
Laten we even dieper ingaan op de vijf gevallen van vermeende westwaartse expansie van Rusland.
Het eerste geval, de Russische aanval tegen Oost-Pruisen in 1914, kunnen we al meteen terzijde schuiven. Het Duitse Rijk had Rusland eerst zelf de oorlog verklaard op 1 augustus 1914. De Russische invasie van Oost-Pruisen was een directe reactie op de Duitse oorlogsverklaring.
Het tweede geval, de overeenkomst van Sovjet-Rusland met Hitlers Derde Rijk voor de opdeling van Polen in 1939 en de annexatie van de Baltische staten in 1940, is voor het Westen het zuiverste bewijs van de Russische verraderlijkheid. Nogmaals, dit is een simplistische en verkeerde lezing van de geschiedenis. Zoals historici als E. H. Carr, Stephen Kotkin en Michael Jabara Carley zorgvuldig hebben gedocumenteerd, reikte Stalin in 1939 Groot-Brittannië en Frankrijk de hand om een defensieve alliantie te vormen tegen Hitler. Die had zijn voornemen uitgesproken om oorlog te voeren tegen Rusland, in het oosten (voor Lebensraum, Slavische slavenarbeid en om het bolsjewisme te verslaan). De Westerse mogendheden wezen Stalins poging om een alliantie te smeden volledig van de hand. Polen weigerde Sovjettroepen op Pools grondgebied toe te laten in het geval van een oorlog met Duitsland. De haat van de westerse elites tegen het Sovjetcommunisme was minstens even groot als hun angst voor Hitler. Een veelgebruikte uitdrukking onder Britse rechtse elites aan het eind van de jaren 1930 was dan ook “Liever hitlerisme dan communisme”. Omdat zijn plan voor een verdedigingsalliantie op een njet was gestuit, besloot Stalin tot de uitbouw van een bufferzone tegen de dreigende Duitse invasie van zijn land.
Voor de VS zijn de nauwe handelsrelaties tussen Duitsland en Rusland een bedreiging voor de VS-dominantie in West-Europa.
Ook het derde geval, de Russische Winteroorlog met Finland, is voor West-Europa (en vooral voor Finland) een bewijs van de expansionistische aard van Rusland. Maar nogmaals, de basismotivatie van Rusland was defensief, niet offensief. Rusland vreesde dat de Duitse invasie deels via Finland zou komen en dat Leningrad snel in Hitlers handen zou vallen. De Sovjet-Unie stelde Finland daarom voor om grondgebied met de Sovjet-Unie te ruilen om de Russische verdediging van Leningrad mogelijk te maken. Finland weigerde en de Sovjet-Unie viel Finland binnen op 30 november 1939. Daarop sloot Finland zich in de oorlog tegen de Sovjet-Unie aan bij de legers van Hitler tijdens de “Vervolgoorlog” tussen 1941 en 1944.
Het vierde geval, de Sovjetbezetting van Oost-Europa (en de voortdurende annexatie van de Baltische staten) tijdens de Koude Oorlog, is voor de EU het zoveelste bittere bewijs dat Rusland een fundamentele bedreiging vormt voor zijn veiligheid. De Sovjetbezetting was inderdaad wreed, hoewel ook defensief gemotiveerd, wat het West-Europese en VS-verhaal volledig over het hoofd ziet. De Sovjet-Unie betaalde de zwaarste tol voor Hitlers nederlaag, met maar liefst 27 miljoen dode burgers. Het land had aan het einde van de oorlog één allesoverheersende eis: een verdrag dat haar veiligheidsbelangen zou waarborgen en haar zou beschermen tegen toekomstige bedreigingen vanuit Duitsland en het Westen in het algemeen. Het Westen, nu onder leiding van de VS, weigerde aan die fundamentele veiligheidseis tegemoet te komen. De Koude Oorlog is het resultaat van de weigering van het Westen om de vitale veiligheidsbelangen van Rusland te respecteren. Uiteraard vertelt het Westerse verhaal van de Koude Oorlog het tegenovergestelde: de Koude Oorlog was zogezegd enkel en alleen het gevolg van Ruslands oorlogszuchtige pogingen om de wereld te veroveren!
Hier is de echte versie, die historici maar al te goed kennen maar die zo goed als volledig onbekend is bij het publiek in de VS en Europa. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog streefde de Sovjet-Unie naar een vredesverdrag dat zou leiden tot een verenigd, neutraal en gedemilitariseerd Duitsland. Op de Conferentie van Potsdam in juli 1945, die werd bijgewoond door de leiders van de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, stemden de drie geallieerde mogendheden in met “de volledige ontwapening en demilitarisering van Duitsland en de eliminatie of controle van alle Duitse industrie die gebruikt kon worden voor militaire productie”. Duitsland zou worden verenigd, gepacificeerd en gedemilitariseerd. Een verdrag om de oorlog te beëindigen moest dit garanderen. Zoals bleek, hebben de VS en het VK er alles aan gedaan om dit kernprincipe te ondermijnen.
De Koude Oorlog brak vooral uit omdat de Amerikanen en Britten de in Potsdam overeengekomen Duitse hereniging en demilitarisering afwezen. In plaats daarvan lieten de Westerse mogendheden de Duitse hereniging varen door de drie bezettingszones in handen van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk samen te voegen tot de Bondsrepubliek Duitsland (Bundesrepublik Deutschland – BRD – of West-Duitsland). De BRD zou worden geherindustrialiseerd en herbewapend onder de vleugels van de VS. In 1955 werd West-Duitsland opgenomen in de NAVO.
In 1952 stelde Stalin een hereniging van Duitsland voor, op basis van neutraliteit en demilitarisering. De Verenigde Staten wezen het voorstel af. In 1955 sloten de Sovjet-Unie en Oostenrijk een deal: de Sovjet-Unie zou haar bezettingstroepen uit Oostenrijk terugtrekken in ruil voor de belofte van permanente neutraliteit van Oostenrijkse kant. Op 15 mei 1955 ondertekenden de Sovjet-Unie, de VS, het Verenigd Koninkrijk samen met Oostenrijk het Oostenrijkse Staatsverdrag, waardoor er een einde kwam aan de bezetting. De Sovjet-Unie mikte daarmee niet alleen op een oplossing voor de spanningen over Oostenrijk, maar wilde de VS ook tonen hoe een succesvolle terugtrekking uit Europa, gekoppeld aan neutraliteit, mogelijk was.
Belangrijk hierin is dat de Sovjet-Unie de neutraliteit van Oostenrijk na 1955 respecteerde, net als die van de andere neutrale landen in Europa (waaronder Zweden, Finland, Zwitserland, Ierland, Spanje en Portugal). De Finse president Alexander Stubb verklaarde onlangs dat Oekraïne, gezien de negatieve ervaringen van Finland, moest afzien van neutraliteit (met de toetreding tot de NAVO in 2024 behoorde de Finse neutraliteit voorgoed tot het verleden). Dit is een bizarre gedachte. Het neutrale Finland beleefde een lange periode van vrede, realiseerde een opmerkelijke economische welvaart en mag voor het achtste jaar op rij zijn volk het gelukkigste ter wereld noemen (volgens het World Happiness Report).
Michail Gorbatsjov beëindigde uiteindelijk eenzijdig de Koude Oorlog door de opheffing van het Warschaupact en de actieve bevordering van de democratisering van Oost-Europa. Het einde van het Warschaupact en de democratisering van Oost-Europa, allemaal gestuurd door Gorbatsjov, zette al snel de Duitse kanselier Helmut Kohl aan om op te roepen tot de hereniging van Duitsland. Dit leidde tot de herenigingsverdragen van 1990 tussen de BRD en de DDR en tot het zogenaamde Twee plus Vier-Verdrag tussen de twee Duitslanden en de vier geallieerde mogendheden: de VS, het VK, Frankrijk en de Sovjet-Unie. In februari 1990 beloofden de VS en Duitsland Gorbatsjov in niet mis te verstane woorden dat de NAVO “geen centimeter naar het oosten zou opschuiven” in de context van de Duitse hereniging, een feit dat de Westerse mogendheden nu expliciet ontkennen, maar dat gemakkelijk kan worden geverifieerd. Die belangrijke belofte om de uitbreiding van de NAVO niet verder door te zetten werd bij verschillende gelegenheden herhaald, maar niet opgenomen in de tekst van de Twee plus Vier-overeenkomst, aangezien die overeenkomst betrekking had op de Duitse hereniging en niet op de uitbreiding van de NAVO naar het oosten.
Het vijfde geval, de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022, wordt in het Westen opnieuw afgedaan als een bewijs van het onverbeterlijke Russische imperialisme richting het westen. Het favoriete woord van de westerse media, experts en propagandisten is dat de Russische invasie “niet uitgelokt” was en daarom het bewijs is van Poetins onverbiddelijke streven om niet alleen het Russische Rijk te herstellen, maar ook verder westwaarts te trekken, waarmee bedoeld wordt dat Europa zich moet voorbereiden op oorlog met Rusland. Dit is een absurde leugen, die echter zo vaak herhaald wordt dat de publieke opinie in Europa hem voor waarheid slikt.
Feit is dat de Russische invasie in februari 2022 dusdanig werd uitgelokt door het Westen dat je wel moet vermoeden dat het de bedoeling van de VS was om de Russen in een oorlog te lokken om het land te kunnen verslaan of verzwakken.
De belangrijkste VS-provocatie aan Rusland was de uitbreiding van de NAVO naar het oosten, tegen de beloften van 1990 in, met één belangrijk doel: Rusland omsingelen met NAVO-staten in het Zwarte Zeegebied, waardoor Rusland zijn aan de Krim gelegen zeemacht niet zou kunnen uitsturen naar het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten. In wezen was het doel van de VS hetzelfde als wat Palmerston en Napoleon III in de Krimoorlog voor ogen hadden: de Russische vloot uit de Zwarte Zee bannen. De NAVO-leden van dienst zouden Oekraïne, Roemenië, Bulgarije, Turkije en Georgië zijn. Samen zouden ze een strop vormen om de Russische zeemacht in de Zwarte Zee te wurgen. Brzezinski beschreef die strategie in zijn boek The Grand Chessboard uit 1997.
De Koude Oorlog is het resultaat van de weigering van het Westen om de vitale veiligheidsbelangen van Rusland te respecteren.
De hele periode na de teloorgang van de Sovjet-Unie in 1991 is er een van westerse overmoed (zoals de titel luidt van het geweldige verslag van historicus Jonathan Haslam): de VS en Europa waren ervan overtuigd dat ze de NAVO en de VS-wapensystemen (zoals Aegis-raketten) naar het oosten konden opschuiven zonder rekening te houden met de Russische nationale veiligheidsbelangen. De lijst van westerse provocaties is te lang om hier gedetailleerd op te noemen, maar ik geef hier een samenvatting.
1. Toenmalig president Bill Clinton zette in 1994 met zijn aankondiging de uitbreiding van de NAVO naar het oosten in gang en verwees daarmee de eerder gedane beloften naar de prullenmand. Vanwege de roekeloze acties van zijn land overwoog Clintons minister van Defensie William Perry toen ontslag te nemen. De eerste golf van de NAVO-uitbreiding in 1999 omvatte Polen, Hongarije en Tsjechië. In datzelfde jaar bombardeerden NAVO-troepen 78 dagen lang Ruslands bondgenoot Servië om het uiteen te drijven, waarna de NAVO snel een nieuwe grote militaire basis bouwde in de afgescheiden provincie Kosovo. In 2004 volgde de tweede golf: zeven landen, waaronder Ruslands directe buren in de Baltische staten en twee landen aan de Zwarte Zee – Bulgarije en Roemenië – werden in het bondgenootschap opgenomen. In 2008 erkende het grootste deel van de EU de onafhankelijkheid van Kosovo, in tegenstelling tot Europa’s plechtige verklaringen dat Europese grenzen heilig zijn.
2. De Verenigde Staten stapten in 2002 eenzijdig uit het Anti-Ballistic Missile Treaty (het ABM-verdrag) en gaven dus de beperking van antiballistische raketten op, in 2019 gevolgd door het Intermediate-Range Nuclear Forces Treaty (het INF-verdrag). Ondanks de ernstige bezwaren van Rusland begon de VS met de plaatsing van antiballistische raketsystemen in Polen en Roemenië en behield zich in januari 2022 het recht voor om dergelijke systemen te plaatsen in Oekraïne.
3. De VS is diep geïnfiltreerd in de binnenlandse politiek van Oekraïne. Ze spenderen miljarden dollars om de publieke opinie naar hun hand te zetten, ze richten mediakanalen op en sturen de binnenlandse politiek van het land. De verkiezingen van 2004-2005 in Oekraïne worden algemeen beschouwd als een kleurenrevolutie van VS-makelij, waarbij Washington zijn heimelijke en openlijke invloed en financiering aanwendde om de verkiezingen te doen uitdraaien op een overwinning van de door de VS gesteunde kandidaten. In 2013-2014 speelde de VS een directe rol in de financiering van de Maidan-protesten en in de steun aan de gewelddadige staatsgreep die de neutraliteitsgezinde president Viktor Janoekovitsj ten val bracht en zo de weg effende voor een NAVO-gezind Oekraïens regime. Toevallig werd ik uitgenodigd voor een bezoek aan Maidan kort na de gewelddadige coup van 22 februari 2014 die Janoekovitsj ten val bracht. Een ngo uit de VS, die intens betrokken was geweest in de Maidangebeurtenissen, gaf me uitleg over de financiering van de protesten door Washington.
4. De VS hebben vanaf 2008, ondanks de bezwaren van verschillende Europese leiders, bij de NAVO aangedrongen op uitbreiding met Oekraïne en Georgië. De toenmalige VS-ambassadeur in Moskou, William J. Burns, stuurde een ondertussen beroemde geworden memo naar Washington met als titel “Nyet Means Nyet: Russia’s NATO Enlargement Redlines”, waarin hij uitgelegde dat de hele Russische politieke klasse fel gekant was tegen de NAVO-uitbreiding naar Oekraïne en vreesde dat zo’n stap zou leiden tot een burgeroorlog in Oekraïne.
5. De etnisch Russische regio’s in Oost-Oekraïne (Donbas) hebben zich na de staatsgreep van Maidan afgescheiden van de nieuwe westers gerichte Oekraïense regering die door de staatsgreep in het zadel was gehesen. Rusland en Duitsland bereikten snel overeenstemming over de Minsk-akkoorden, waarbij de twee afgescheiden regio’s (Donetsk en Lugansk) deel zouden blijven uitmaken van Oekraïne, maar met lokale autonomie, naar het model van de etnisch-Duitse regio Zuid-Tirol in Italië. Minsk II, dat werd gesteund door de VN-Veiligheidsraad, had een einde kunnen maken aan het conflict, maar de regering in Kiev besloot, met steun van Washington, die autonomie te laten varen. De mislukking van de uitvoering van Minsk II heeft de diplomatie tussen Rusland en het Westen vergiftigd.
6. De VS hebben het Oekraïense leger (actieven plus reservisten) gestaag uitgebreid tot ongeveer een miljoen soldaten in 2020. Oekraïne en zijn rechtse paramilitaire bataljons (zoals het Azovbataljon en Rechtse Sector) voerden herhaalde aanvallen uit tegen de twee afgescheiden regio’s, waarbij Oekraïense bombardementen duizenden burgerdoden maakten in de Donbas.
7. Rusland legde eind 2021 een ontwerp van Veiligheidsovereenkomst met de VS op tafel, dat vooral opriep om een einde te maken aan de uitbreiding van de NAVO. De VS verwierp de Russische oproep en hield vast aan het opendeurbeleid van de NAVO, dat inhoudt dat derde landen, zoals Rusland, niets te zeggen zouden hebben over de uitbreiding van het bondgenootschap. De VS en Europese landen herhaalden meermaals dat Oekraïne uiteindelijk lid zou worden van de NAVO. Naar verluidt vertelde de minister van Buitenlandse Zaken van de VS aan zijn Russische evenknie in januari 2022 ook dat de VS het recht behield om middellange afstandsraketten te ontplooien in Oekraïne, ondanks de Russische bezwaren.
8. Oekraïne stemde na de Russische invasie van 24 februari 2022 snel in met vredesonderhandelingen op basis van een terugkeer naar neutraliteit. Die onderhandelingen kwamen tot stand via bemiddeling door Turkije en vonden plaats in Istanboel. Eind maart 2022 publiceerden Rusland en Oekraïne een gezamenlijk memorandum over de vooruitgang richting een vredesakkoord. Op 15 april werd een ontwerpakkoord ingediend dat dicht in de buurt kwam van een algehele schikking. In dat stadium greep de VS in en liet de Oekraïners weten dat het niet achter dat vredesakkoord zou staan, maar Oekraïne wel zou steunen als het verder wilde vechten.
De hoge kosten van een mislukt buitenlands beleid
Rusland heeft geen territoriale aanspraken gemaakt op West-Europese landen en heeft West-Europa ook niet bedreigd, afgezien van het recht om vergeldingsmaatregelen te nemen tegen door het Westen gesteunde raketaanvallen binnen Rusland. Tot aan de Maidancoup van 2014 maakte Rusland hoegenaamd geen territoriale aanspraken op Oekraïne. Na de staatsgreep van 2014 en tot eind 2022 was de Krim de enige territoriale eis van Rusland, dit om te voorkomen dat de Russische marinebasis in Sebastopol in westerse handen zou vallen. Pas na de mislukking van het vredesproces van Istanboel, dat door de VS werd getorpedeerd, eiste Rusland de annexatie op van de vier Oekraïense oblasten Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja. De uitgesproken oorlogsdoelen van Rusland blijven vandaag beperkt en omvatten de neutraliteit van Oekraïne, gedeeltelijke demilitarisering, geen NAVO-lidmaatschap en de overdracht van de Krim en de vier oblasten, die ruwweg 19 procent van het Oekraïense grondgebied van 1991 uitmaken.
Dit is geen bewijs van Russisch imperialisme richting het westen. Het is ook niet zo dat de eisen niet uitgelokt waren. Maar elke Russische actie wordt in het Westen maximaal opgerekt en geïnterpreteerd als een teken van de Russische verraderlijkheid, terwijl Ruslands kant van het debat nooit wordt erkend. Dit is een levendig voorbeeld van het klassieke veiligheidsdilemma, waarbij tegenstanders volledig langs elkaar heen praten, uitgaan van het ergste en agressief handelen op basis van hun foute aannames.
De belangrijkste provocatie van de VS aan het adres van Rusland was de uitbreiding van de NAVO naar het oosten, met één belangrijk doel: Rusland omsingelen in het Zwarte Zeegebied.
De keuze van Europa om de Koude Oorlog en de periode na de Koude Oorlog te interpreteren vanuit dit sterk bevooroordeelde perspectief, is Europa duur komen te staan, en de kosten blijven oplopen. Het ergste is dat Europa zich voor zijn veiligheid volledig afhankelijk heeft gemaakt van de VS. Als Rusland inderdaad onverbeterlijk expansionistisch is, dan is de VS wel degelijk de noodzakelijke redder van Europa. Als daarentegen het gedrag van Rusland een weerspiegeling is van bezorgdheid over zijn veiligheid, dan had de Koude Oorlog waarschijnlijk tientallen jaren eerder kunnen eindigen volgens het Oostenrijkse neutraliteitsmodel en had het tijdperk na de Koude Oorlog een periode van vrede en groeiend vertrouwen tussen Rusland en Europa kunnen zijn.
In feite zijn Europa en Rusland complementaire economieën: Rusland is rijk aan primaire grondstoffen (landbouw, mineralen, koolwaterstoffen) en techniek, Europa is de thuisbasis van energie-intensieve industrieën en belangrijke hoogwaardige technologieën. De VS hebben zich lang verzet tegen de groeiende handelsbetrekkingen tussen Europa en Rusland die het gevolg waren van die natuurlijke complementariteit. De Russische energie-industrie was een concurrent voor de energiesector van de VS en meer in het algemeen zag de VS de nauwe Duits-Russische handels- en investeringsbetrekkingen als een bedreiging voor het eigen politieke en economische overwicht in West-Europa. Om die redenen was de VS, al lang voor de uitbraak van het conflict over Oekraïne, gekant tegen de Nord Stream 1 en 2 pijpleidingen. Om die reden beloofde Biden expliciet dat hij een einde zou maken aan Nord Stream 2 als Rusland Oekraïne zou binnenvallen – wat ook gebeurde. Het verzet van de VS tegen Nord Stream en tegen het aanhalen van de Duits-Russische economische banden was gebaseerd op algemene principes: er mag geen sprake zijn van enige toenadering tussen de EU en Rusland om te voorkomen dat de VS zijn invloed in Europa verliest.
De Oekraïense oorlog en de Europese breuk met Rusland hebben de Europese economie grote schade toegebracht. De Europese export naar Rusland is gekelderd van ongeveer 90 miljard euro in 2021 tot slechts 30 miljard euro in 2024. De energiekosten zijn enorm gestegen doordat Europa is overgestapt van goedkoop Russisch aardgas via pijplijnen op vloeibaar aardgas uit de VS, dat vele malen duurder is. De Duitse industrie is sinds 2020 met ongeveer 10 procent gedaald en zowel de Duitse chemiesector als de automobielsector verkeren in zwaar weer. Het IMF voorspelt voor de EU een economische groei van slechts 1% in 2025 en ongeveer 1,5% voor de rest van het decennium.
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz riep op om permanent te verhinderen dat het gas na herstel van Nord Stream 2 weer door de pijplijnen zou stromen, maar dit is voor zijn land zo goed als een economisch zelfmoordpact. Aan de basis ligt Merz’ opvatting dat Rusland een oorlog met Duitsland nastreeft, maar in feite lokt Duitsland met zijn oorlogszuchtige houding en de massale opbouw van het leger zelf een oorlog met Rusland uit. Volgens Merz “is er een realistische kijk nodig op de imperialistische aspiraties van Rusland”. Hij stelt: “Een deel van onze samenleving heeft een diepgewortelde angst voor oorlog. Ik deel die niet, maar ik begrijp het wel.” Het meest verontrustende is zijn verklaring dat “de diplomatieke middelen uitgeput zijn”, ook al heeft hij, sinds hij aan de macht is, niet eens geprobeerd om met de Russische president Vladimir Poetin te praten. Bovendien lijkt hij moedwillig blind voor het bijna-succes van de diplomatie in 2022 in Istanboel, dat wil zeggen, voordat de VS stokken in de wielen kwam steken.
Het Westen benadert China op dezelfde manier als Rusland. Het kent China vaak snode bedoelingen toe, die in veel opzichten projecties zijn van de eigen vijandige bedoelingen jegens de Volksrepubliek. China’s snelle opkomst naar economische superioriteit tussen 1980 en 2010 heeft ervoor gezorgd dat VS-leiders en strategen de verdere economische opkomst van China beschouwen als in strijd met de VS-belangen. In 2015 legden de VS-strategen Robert Blackwill en Ashley Tellis duidelijk uit dat de ‘grand strategy’ van de VS de hegemonie van de VS is en dat de omvang en het succes van China daarvoor een bedreiging vormen. Blackwill en Tellis pleitten voor een reeks maatregelen, te nemen door de VS en zijn bondgenoten, om het verdere economische succes van China te belemmeren, zoals de uitsluiting van China uit nieuwe handelsblokken in het Aziatisch-Pacifisch gebied, de beperking van de export van westerse hoogtechnologische goederen naar China, de invoering van tarieven en andere beperkingen op de Chinese export en andere anti-Chinese maatregelen. Opvallend is dat ze die maatregelen niet voorstelden vanwege specifieke fouten die China had gemaakt, maar omdat, volgens de auteurs, de voortdurende economische groei van China in strijd was met de werelddominantie van de VS.
Onderdeel van het buitenlandse beleid ten opzichte van zowel Rusland als China, is een mediaoorlog om die ogenschijnlijke vijanden van het Westen in diskrediet te brengen. Zo beschuldigt het Westen China van genocide op de Oeigoerse bevolking in de provincie Xinjiang, een absurde en gehypete aanklacht zonder enig bewijs, terwijl het Westen de ogen sluit voor de daadwerkelijke genocide van zijn bondgenoot Israël op tienduizenden Palestijnen in Gaza. Daarnaast staat de westerse propaganda bol van de absurde beweringen over de Chinese economie. China’s zeer waardevolle Nieuwe Zijderoute, die ontwikkelingslanden financiering biedt voor de aanleg van moderne infrastructuur, wordt gehekeld als een ‘schuldenval’. China’s opmerkelijke productiecapaciteit voor groene technologieën zoals zonnepanelen die de wereld dringend nodig heeft, wordt door het Westen bespot als ‘overcapaciteit’ die moet worden beperkt of stilgelegd.
Op militair gebied wordt de veiligheidskwestie ten aanzien van China zo onheilspellend mogelijk geïnterpreteerd, net als voor Rusland. De VS hebben lang verkondigd dat het in staat is om China’s vitale vaarroutes te verstoren, om China vervolgens militaristisch te noemen als het hierop reageert en stappen onderneemt om zijn eigen marinecapaciteit op te bouwen. In plaats van China’s militaire opbouw te zien als een klassiek veiligheidsdilemma dat via diplomatie moet worden opgelost, heeft de VS-Marine verklaard dat ze zich moet voorbereiden op oorlog met China in 2027. De NAVO roept in toenemende mate op tot actieve betrokkenheid in Oost-Azië, gericht tegen China. De Europese bondgenoten van de VS scharen zich in het algemeen achter die agressieve benadering van de VS, zowel op handelsvlak als militair.
Een nieuw buitenlands beleid voor Europa
Europa heeft zichzelf in een hoek gedreven door zich ondergeschikt te maken aan de VS, zich te verzetten tegen directe diplomatie met Rusland, zijn economische voorsprong te verliezen door sancties en oorlog, akkoord te gaan met een enorme en onbetaalbare stijging van de militaire uitgaven, en de handels- en investeringsbanden op lange termijn met zowel Rusland als China te verbreken. Het resultaat is stijgende schulden, economische stagnatie en een groeiend risico op een grote oorlog, waar Merz blijkbaar niet bang voor is, maar wat de rest van ons wel degelijk angst moet aanjagen. Misschien is de meest waarschijnlijke oorlog niet met Rusland, maar met de VS, die onder Trump heeft gedreigd de hand te leggen op Groenland als Denemarken het niet gewoon zou willen verkopen of overdragen aan de soevereiniteit van Washington. Het is heel goed mogelijk dat Europa geen echte vrienden meer zal hebben: Rusland noch China, maar ook niet de VS, de Arabische staten (boos over Europa’s blindheid voor Israëls genocide), Afrika (dat nog steeds lijdt onder het Europese kolonialisme en postkolonialisme), en daarbuiten.
Het is heel goed mogelijk dat Europa nu geen echte vrienden meer heeft: noch Rusland noch China, maar ook niet de Verenigde Staten, de Arabische landen of Afrika.
Er is natuurlijk nog een andere manier – een veelbelovende manier, als de Europese politici de werkelijke veiligheidsbelangen en -risico’s van Europa opnieuw beoordelen en de diplomatie weer centraal stellen in het buitenlands beleid. Ik stel 10 praktische stappen voor om te komen tot een buitenlands beleid dat de werkelijke behoeften van Europa weerspiegelt.
1. Europa moet de directe diplomatieke communicatie met Moskou openen. Het duidelijke Europese falen in de directe diplomatie met Rusland is verwoestend. Europa gelooft misschien zelfs zijn eigen buitenlands beleidspropaganda, aangezien het de belangrijkste kwesties niet rechtstreeks met zijn Russische tegenhanger bespreekt.
2. Europa moet voorbereidingen treffen voor een onderhandelde vrede met Rusland over Oekraïne en de toekomst van de Europese collectieve veiligheid. Het moet vooral met Rusland overeenkomen dat de oorlog moet beëindigd worden op basis van een vaste en onherroepelijke toezegging dat de NAVO niet zal uitbreiden naar Oekraïne, Georgië of andere bestemmingen in het oosten. Bovendien moet Europa enkele pragmatische territoriale wijzigingen in Oekraïne ten gunste van Rusland aanvaarden.
3. Europa moet afzien van de militarisering van zijn betrekkingen met China, bijvoorbeeld door de NAVO in Oost-Azië geen enkele rol toe te kennen. China vormt absoluut geen bedreiging voor onze veiligheid en Europa zou moeten afzien van blindelings de Amerikaanse aanspraken op hegemonie in Azië te steunen, aanspraken die zelfs zonder de steun van Europa al gevaarlijk en waanzinnig genoeg zijn. Integendeel, Europa zou zijn samenwerking met China op het gebied van handel, investeringen en klimaat moeten versterken.
4. Europa moet een doordachte institutionele diplomatieke methode hanteren. De huidige manier werkt niet. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid fungeert voornamelijk als spreekbuis voor russofobie, terwijl de feitelijke diplomatie op hoog niveau, voor zover die bestaat, afwisselend wordt aangevoerd door individuele Europese leiders, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, de voorzitter van de Europese Commissie, de voorzitter van de Europese Raad, of een wisselende combinatie daarvan, wat de zaken nodeloos compliceert. Kortom, niemand spreekt duidelijk namens Europa, omdat de EU überhaupt geen duidelijk buitenlands beleid heeft.
5. Europa moet erkennen dat zijn buitenlands beleid losgekoppeld moet worden van de NAVO. In feite heeft Europa de NAVO niet nodig, aangezien Rusland niet op het punt staat om de EU binnen te vallen. Europa moet inderdaad zijn eigen militaire capaciteit opbouwen, onafhankelijk van de Verenigde Staten, maar tegen veel lagere kosten dan 5 procent van het bbp, wat een absurde numerieke doelstelling is, gebaseerd op de volstrekt overdreven inschatting van de Russische dreiging. Bovendien mag de Europese defensie niet hetzelfde zijn als het Europees buitenlands beleid, hoewel de twee in het recente verleden volkomen door elkaar zijn gaan lopen.
De EU, Rusland, India en China zouden moeten samenwerken om de Euraziatische ruimte te moderniseren op het vlak van vergroening, digitalisering en transport.
6. De EU, Rusland, India en China moeten samenwerken om de Euraziatische ruimte te moderniseren op het vlak van vergroening, digitalisering en transport. De duurzame ontwikkeling van Eurazië is een win-win-win-win voor de EU, Rusland, India en China en kan alleen tot stand komen door vreedzame samenwerking tussen de vier grote Euraziatische machten.
7. Europa’s Global Gateway, de financieringspoot voor infrastructuur in niet-EU-landen, zou moeten samenwerken met China’s Nieuwe Zijderoute. Momenteel presenteert de EU zijn Global Gateway als een concurrent voor dat initiatief. In feite zouden de twee hun krachten moeten bundelen om de groene energie-, digitale en transportinfrastructuur voor Eurazië te cofinancieren.
8. De EU zou de financiering van de European Green Deal (EGD) moeten opvoeren om de transformatie van het continent naar een koolstofarme toekomst te versnellen, in plaats van 5 procent van het bbp te verspillen aan voor Europa nodeloze en nutteloze militaire uitgaven. Hogere uitgaven voor de EGD bieden twee voordelen. Ten eerste zullen ze regionale en wereldwijde voordelen opleveren voor de klimaatveiligheid. Ten tweede zal het het Europese concurrentievermogen op het gebied van groene en digitale technologieën van de toekomst versterken en zo een nieuw levensvatbaar groeimodel voor Europa creëren.
9. De EU moet samenwerken met de Afrikaanse Unie (AU) aan een grootschalige uitbreiding van het onderwijs en vaardigheidsontwikkeling in de AU-lidstaten. Met een bevolking van 1,4 miljard die zal stijgen tot ongeveer 2,5 miljard tegen het midden van de eeuw – ter vergelijking: de EU telt ongeveer 450 miljoen inwoners – zal de economische toekomst van Afrika die van Europa ingrijpend beïnvloeden. De beste hoop op Afrikaanse welvaart is de snelle opbouw van geavanceerd onderwijs en vaardigheden.
10. De EU en de BRICS-landen moeten de VS in niet mis te verstane woorden duidelijk maken dat de toekomstige wereldorde niet gebaseerd is op hegemonie, maar op de rechtsstaat onder het VN-Handvest. Dat is de enige weg naar echte veiligheid voor Europa en de wereld. Afhankelijkheid van de VS en de NAVO is een wrede illusie, vooral gezien de instabiliteit van de Verenigde Staten zelf. De herbevestiging van het VN-Handvest kan daarentegen oorlogen beëindigen (bijvoorbeeld door een einde te maken aan de straffeloosheid van Israël en door uitspraken van het Internationaal Gerechtshof voor de tweestatenoplossing af te dwingen) en toekomstige conflicten voorkomen.

