Sinds enkele maanden voert de overheid in heel Europa een offensief tegen verworven vrijheden. De vrijheid van verenigen, van vergaderen, van geweten of van meningsuiting ligt onder vuur. Die aanval wordt gevoerd in naam van een veiligheidsmythologie die tot must is verheven. Helaas laat die mythologie de sociale en juridische dimensies van veiligheid buiten beschouwing en benadrukt ze uitsluitend de militaire en politionele aspecten van.

De tijdgeest is onmiskenbaar gericht op veiligheid. Op de avond van zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen in Chili verklaarde José Antonio Kast: “Zonder veiligheid is er geen vrede. Zonder vrede geen democratie, en zonder democratie geen vrijheid. Chili zal weer vrij zijn van misdaad, angst en vrees.” (The Star, 14 december 2025) Deze uitspraken sluiten aan bij de harde campagne van zijn confrater Nayib Bukele tegen bendes in El Salvador; bij Trumps buitengerechtelijke executies van vermeende drugshandelaars voor de kust van Venezuela; bij de verscherping van het strafrecht onder impuls van Giorgia Meloni in Italië en van Ulf Kristersson in Zweden; bij de alarmerende verklaringen van Gérald Darmanin en Bruno Retailleau in Frankrijk, …

Deze harde opstelling, die lange tijd het voorrecht was van conservatieve partijen, wordt steeds radicaler en breidt zich uit naar een groot deel van het politieke spectrum. De media nemen deze standpunten over en versterken ze, omdat criminaliteit en immigratie het kijkerspubliek vergroten. Kritiek daarop wordt afgedaan als “onverantwoord”. Uit slachtofferenquêtes blijkt echter dat veel vormen van criminaliteit stabiel blijven of zelfs afnemen, op enkele zeer lokale uitzonderingen na. 1 Deze conclusies weerleggen het idee van een “ontbindingsproces van burgerschap”. Die term werd door Emmanuel Macron op 24 mei 2023 in de Franse ministerraad naar voor geschoven. Maar wat doet het ertoe? Deze retoriek veegt eeuwen van liberale staatsfilosofie van tafel waarin de nadruk lag op een noodzakelijk evenwicht tussen vrijheid en veiligheid. In plaats daarvan kwam de slogan – ongetwijfeld bedacht door een adviesbureau voor politieke communicatie: “Van alle vrijheden is veiligheid de belangrijkste.”
Politieke programma’s zoals neoliberale ‘deregulering’ en ‘flexibiliteit’ maken het menselijk bestaan onzekerder
In het geleidelijke proces van de opbouw van moderne staten, van de 16e tot de 19e eeuw, kreeg het concept van veiligheid drie onlosmakelijk met elkaar verbonden en complementaire dimensies: een militaire, een politionele en een juridische 2. In de eerste dimensie gaat het om het hoofd bieden aan existentiële bedreigingen (zoals oorlog) die kunnen uitgaan van andere entiteiten (bv. andere staten). De tweede dimensie heeft betrekking op de bescherming van goederen en personen en het handhaven van de orde. Hier gaat het dus om bescherming tegen elke poging tot sociale of politieke destabilisatie. De derde dimensie, rechtszekerheid, heeft tot doel om vrijheid (van meningsuiting, verkeer, ondernemerschap), gelijkheid (met name in behandeling), eigendom en solidariteit te waarborgen. Dat kan alleen als het recht voor iedereen geldt en de rechterlijke macht volledig onafhankelijk is. Al heel vroeg hebben auteurs als Karl Marx en Walter Benjamin gewezen op het formele karakter van de rechtsstaat. In de praktijk beschermt hij de bezittenden immers meer dan de onderdrukten. Maar in de 19e en 20e eeuw hebben de organisaties van de onderdrukten die gang van zaken veranderd. Door de opkomst van machtige vakbonds- en politieke structuren, door het bestaan van socialistische regimes die een alternatief uitprobeerden, en door de crises die rechtstreeks aan het kapitalisme konden worden toegeschreven (zoals die van 1929), breidde het domein van de rechtszekerheid uit. Rechtszekerheid kreeg sindsdien een meer sociale dimensie. Die rechtszekerheid legde de basis voor de welfare states (verzorgingsstaten).
Het ging er nu om de onzekerheden van het leven te verhelpen (werkloosheid, ziekte, ouderdom, ongevallen, armoede). Die nieuwe zekerheden zijn gebaseerd op een reeks mechanismen, gaande van het arbeidsrecht (minimumloon, beperking van de arbeidstijd, enz.) over een socialisering van de risico’s (sociale bijdragen, intergenerationele verdeling, enz.) tot specifieke instellingen (sociale zekerheid, werkloosheidsverzekering, pensioenfondsen, enz.). 3
Hoewel er nog steeds concurrentie bestaat tussen de militaire, politionele en juridische betekenis van veiligheid, lijkt vooral het gewicht van de juridische dimensie ervan met de dag af te nemen. Door de globalisering van de markten onder financiële hegemonie; door de toegenomen concurrentie tussen ondernemingen en door de delokalisering van bedrijven kalfden de sociale machtsverhoudingen af. De intellectuele of institutionele structuren die in een vorige fase van het kapitalisme waren ontworpen, kwamen onder druk en werden geleidelijk aan hervormd. Vandaag zijn ‘deregulering’ en ‘flexibiliteit’ uitgegroeid tot een politiek programma dat het menselijk bestaan weer onzeker maakt.
Dat nieuwe politieke programma is bedoeld om de weerstandsstructuren van de werknemers te verzwakken en ze te dwingen hun uitbuiting te accepteren. Dit neoliberale project werkt dan ook aan een systematische ontmanteling van eerder opgebouwde beschermingsmechanismen. Belastingverlagingen, oplopende nationale schuldenlasten, bezuinigingen,… Al deze elementen leidden tot een ‘beleid van de lege kas’ en wringen de overheid in een krap politiek keurslijf. 4 Daardoor verslechteren de openbare diensten en neemt de armoede toe. Dat geldt eveneens voor de ongelijkheid in inkomen, de gezondheid en zelfs voor de levensverwachting. 5
Het idee van een ‘ontbindingsproces van burgerschap’ klopt niet. Slachtofferenquêtes tonen aan dat de criminaliteit daalt
De opkomst van deze algemene sociale onzekerheid vormt de basis van een huidig veiligheidssysteem dat gebaseerd is op angst. Angst (voor het einde van de maand, voor het verlies van de baan of voor het niet kunnen voldoen aan de steeds hogere eisen, voor de toekomst in het algemeen) versplintert individuen en ondermijnt in grote mate hun vermogen tot collectieve mobilisatie. Die sociale onzekerheid versterkt ook de onderlinge spanningen met andere sociaal-vergelijkbare groepen. Er is immers een lokale concurrentie ontstaan om toegang te krijgen tot de schaarser wordende middelen (werk, huisvesting, sociale uitkeringen, studiebeurzen). Die sociale onzekerheid vormt dan ook een vruchtbare voedingsbodem voor de ontwikkeling van een veiligheidsmythologie die de angst voor de toekomst omzet in angst voor andere mensen.
In zijn laatste werk (Der Mythus des Staates, 1945) uitte de Duitse filosoof Ernst Cassirer zijn bezorgdheid over de opkomst in zijn land van wat hij omschreef als “mythisch denken”. Die manier van denken was schijnbaar ongevoelig voor rationele argumenten 6. Zijn reflecties over de sociale functies van mythen en hun werking – met name vanuit de antropologie – verhelderen onze huidige situatie. In zijn werk legt hij eerst uit dat mythen zich vooral in tijden van crisis ontwikkelen. Ze geven ons immers het gevoel dat we weer grip krijgen op een onzekere wereld. Dat doen ze “door riskante, zelfs ronduit onhaalbare beloften” te debiteren en vooral door verantwoordelijken aan te wijzen voor wat fout loopt.
In die context ontstaat ook een ander woordgebruik. Tegenwoordig worden vluchtelingen in het publieke debat “valse asielzoekers” genoemd; uitkeringsgerechtigden zijn potentiële “fraudeurs”; uitgeslotenen “bijstandtrekkers” en strenggelovige moslims “geradicaliseerden”. Idealen als solidariteit, vrijgevigheid, gelijkheid of re-integratie maken plaats voor begrippen als individuele verantwoordelijkheid, activering, zelfondernemerschap, straf of mobiliteit. We zijn getuige van wat Cassirer omschreef als een ‘omkering van al onze ethische waarden’. Hoewel sociaal of moreel darwinisme geen nieuw idee is binnen de heersende klassen, sluiten andere sociale groepen er zich nu ook bij aan. Omdat de anderen beschreven worden in hun ‘anders-zijn’, kunnen de medeslachtoffers de oorzaak van hun eigen moeilijkheden toeschrijven aan mensen die nog meer achtergesteld zijn dan zijzelf.
De veiligheidsmythologie geeft namelijk veel aandacht aan de twee belangrijkste componenten van de militaire en de politionele veiligheid: respectievelijk de vijand en de verdachte. Nog voordat hoge Europese politieke en militaire leiders zich zorgen begonnen te maken over een ‘Russische dreiging’, gold vooral het islamisme als een interne én externe vijand van onze samenlevingen. Vervolgens werd de drugshandel tot een belangrijke tegenstander uitgeroepen. Volgens de Franse minister van Justitie, Gérald Darmanin, is het gevaar van de drugshandel “gelijkwaardig” aan dat van het terrorisme. Volgens François Hollande, voormalig Frans president, is het “even ernstig” (Le Monde, 20 november 2025, en France Inter, 17 november 2015). 7
Als hedendaagse belichamingen van ‘het kwaad’ worden deze vijanden buiten de samenleving geplaatst. Dit rechtvaardigt het nemen van uitzonderingsmaatregelen op het gebied van strafrecht en gevangenisbeleid. Men gaat almaar vaker over tot het massaal gebruik van administratieve procedures – van huisarrest tot uitzetting – zonder dat de stemmen die zich hiertegen verzetten (nog) hoorbaar zijn.
Het wantrouwen reikt verder dan het individu en strekt zich uit tot hele groepen. Het is duidelijk zichtbaar in de politiecontroles in volkswijken, maar het beperkt er zich niet toe. Opeenvolgende hervormingen van de sociale administratie hebben de bezorgdheid over ‘fraude’ vergroot, waardoor de toekenning van uitkeringen ingrijpend is hervormd 8. Soortgelijke logica’s zijn waarneembaar op het gebied van het vreemdelingen- en asielrecht. 9 Repressie en controle worden de norm voor deze bevolkingsgroepen en ze breiden zich geleidelijk uit naar activisten die de sociale en politieke orde betwisten.
De sociale zekerheid wordt in het hart getroffen, maar militaire en politionele veiligheidscomponenten ontsnappen aan de bezuinigingen
Op die manier worden de militaire en politionele componenten van de veiligheid politiek geprezen en de rechtscomponent ondermijnd. De eerste twee ontsnappen grotendeels aan de bezuinigingen die de sociale en juridische zekerheid treffen. Het klopt dat de juridische zekerheid op een aantal gebieden enige vooruitgang boekte (met name op het gebied van gendergelijkheid, anticonceptie en het homohuwelijk). Toch lijkt ze ondertussen weer terrein te verliezen, zowel inzake de praktische toepassingen ervan als op principieel vlak. Door steeds meer voorwaardelijk te worden, verliest zij haar vermogen om sociale cohesie te creëren. Integendeel, samenlevingen raken meer en meer gepolariseerd. En hier voert de veiligheidsmythologie een mystificatie uit. Ze verhult de structurele mechanismen die de ongelijkheid tussen heersers en onderdanen vergroten. Dat doet ze door de onderlinge, kleine verschillen te versterken. Ze scheidt de ‘goede’ en de ‘slechte’ burgers op basis van hun positie op de arbeids- of woningmarkt; hun gebruik van sociale uitkeringen; hun administratieve status en zelfs hun overtuigingen en afkomst.
Rationeel lijkt dat misschien ongepast en absurd. Maar Cassirer herinnerde eraan dat “de mythe niet alleen voortkomt uit een intellectueel proces, maar ook diep geworteld zit in de menselijke emoties.” In een context waarin de instabiliteit van het bestaan een diepe onzekerheid veroorzaakt en aanzet tot individualisme, is het begrijpelijk dat deze veiligheidsmythologie het succes verzekert van politieke formaties die haar cynisch belijden en uitbouwen. We zien ook de impasse waarin progressieve krachten terechtkomen wanneer ze de specifieke sociale dimensie van ‘veiligheid’ verwaarlozen, en doen alsof het om een andere kwestie gaat. De veiligheidsbelofte heeft tot doel de meest zichtbare gevolgen van verpaupering en onzekerheid te beteugelen. Maar ze is ook bedoeld om minder bevoorrechte groepen die vechten om hun collectieve bescherming te behouden of te verwerven steeds verder te verdelen.
Vertaling van Laurent Bonelli “La mythologie sécuritaire”, Le Monde Diplomatique, januari 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers.
Footnotes
- Zie met name: Susanne Karstedt en Rebecca Endtricht, “Crime and punishment: Public opinion and political law-and-order rhetoric in Europe, 1996-2019”, The British Journal of Criminology, vol. 62, nr. 5, Londen, september 2022.
- Zie Frédéric Gros, Le Principe sécurité, Gallimard, Parijs, 2012.
- Zie Robert Castel, Les Métamorphoses de la question sociale. Une chronique du salariat, Gallimard, 1999.
- Sébastien Guex, “La politique des caisses vides. État, finances publiques et mondialisation”, Actes de la recherche en sciences sociales, nr. 146-147, Parijs, maart 2003.
- Zie Nathalie Blanpain, “De 2012-2016 à 2020-2024, l’écart d’espérance de vie entre les personnes modestes et aisées s’est accru”, Insee Première, nr. 2085, Montrouge, december 2025.
- Ernst Cassirer, Le Mythe de l’État, Gallimard, 1993.
- Zie “Narcotrafic, un ennemi commode”, Le Monde diplomatique, november 2025.
- Zie Vincent Dubois, Contrôler les assistés. Genèses et usages d’un mot d’ordre, Raisons d’agir, Parijs, 2021.
- Zie Alexis Spire, Accueillir ou reconduire. Enquête sur les guichets de l’immigration, Raisons d’agir, 2008, en Karen Akoka, L’Asile et l’Exil. Une histoire de la distinction réfugiés/migrants, La Découverte, Parijs, 2020.
