Artikel

De bittere vrijheid van de kapitalistische belofte

Kristen R. Ghodsee

+

Lea Ypi

—6 oktober 2025

Lea Ypi schetst in haar boek Vrij. Opgroeien aan het eind van de geschiedenis – deels memoires, deels bildungsroman — een eerlijk beeld van het autoritaire bewind in het communistische Albanië, maar is ook vernietigend over de verwoestende shocktherapie die haar land werd opgelegd in de naam van vrijheid.

De avond waarop ik Lea Ypi’s briljante en ontroerende boek Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis uitlas, at ik in een beroemde pizzeria in Belgrado met twee Servische vrouwen van achter in de veertig. Net als Ypi waren ook zij tieners tijdens de laatste stuiptrekkingen van het twintigste-eeuwse Europese staatssocialisme. Een van hen zat nog op de middelbare school, de ander was eerstejaarsstudent aan de universiteit toen het land waarin ze beiden waren geboren en opgegroeid, implodeerde.

Bij een glas Orangina vertelde de jongste van de twee vrouwen, die al ruim twintig jaar in het Westen woont: “Ik was in Novi Sad toen de oorlog begon. Mijn vader was 49, net nog jong genoeg voor de dienstplicht. Hij moest de dienstplichtbrieven afleveren bij de mannen in onze buurt. Maar hij kon het niet.”

“De meeste jongens uit mijn klas gingen het leger in,” vertelde de tweede vrouw in gebroken Engels. “Ze werden met kalasjnikovs per helikopter in een afgelegen gebied gedropt. Velen kwamen niet terug.” “Het gebeurde allemaal zo snel. We begonnen onze vrienden te vermoorden. Dit was niet de vrijheid die we verwachtten,” ging de eerste vrouw verder.

Tijdens het diner haalden beide vrouwen herinneringen op aan hun vroegere levens; levens die in tweeën waren gesplitst door de plotselinge ineenstorting van het socialisme. Als etnograaf van Oost-Europa heb ik de afgelopen drie decennia met honderden mensen verschillende versies van hetzelfde gesprek gevoerd. Eerst was er de euforie over een toekomst vol vrije meerpartijenverkiezingen en een overvloed aan nieuwe consumptiegoederen. Later volgden langzaam ontgoocheling, teleurstelling en wanhoop.

Kristen R. Ghodsee is professor Russische en Oost-Europese studies. Ze schrijft onder andere voor The New York Times, Foreign Affairs en Jacobin. Ze is auteur van onder
meer Waarom vrouwen betere seks hebben onder het socialisme (EPO, 2019).

Of de komst van ‘vrijheid’ nu etnische conflicten en genocide met zich meebracht (zoals in Joegoslavië), politieke ineenstorting en burgeroorlog (zoals in Albanië) of massale sociale ontwrichting, werkloosheid en armoede (zoals in bijna alle andere vroegere socialistische landen); het luidde een tijdperk in van diepe onzekerheid en grootschalig lijden.

Fukuyama aan de Adriatische kust

Lea Ypi’s prachtige boek — deels memoires, deels bildungsroman — vertelt een zeer persoonlijk verhaal over socialisme en postsocialisme. We ontmoeten de hoofdpersoon, een tienermeisje dat zich vastklampt aan de bronzen benen van een pas onthoofd standbeeld van Jozef Stalin, op het moment dat de prodemocratieprotesten beginnen in haar geboortestad Durrës, Albanië.

Het boek is in dezelfde geest geschreven als Jana Hensels Zonenkinder uit 2002, over opgroeien in Oost-Duitsland. Beide boeken weerspiegelen de stabiliteit en het comfort van een jeugdig marxistisch wereldbeeld en de ervaringen van honderden miljoenen mensen wier leven totaal werd omgegooid na de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989.

Het einde van de geschiedenis’ in de ondertitel verwijst naar Francis Fukuyama’s gewaagde statement dat de nederlaag van het communisme aan het einde van de Koude Oorlog “het eindpunt [was] van de ideologische evolutie van de mensheid en de universalisering van de Westerse liberale democratie als de definitieve vorm van menselijk bestuur.”

Ypi schrikt er niet voor terug om de vele fouten van het voormalige Albanese regime te bekritiseren, vooral als het gaat om de vervolging van haar eigen familie. Hun hele leven werden zij geplaagd door het feit dat ze de verkeerde ‘biografieën’ hadden. Maar ze vermijdt het simplistische, reflexmatige anticommunisme dat terugkomt in zo veel andere memoires van kinderen en kleinkinderen van de onteigende bourgeoisie. Ypi balanceert haar veroordelingen van het autoritaire bewind met een even kritische blik op de sociale, politieke en economische processen die de invoering van de democratie in de jaren negentig kenmerkten.

Met de universalisering van de Westerse liberale democratie werden ook het ‘vrije’-marktprincipe opgelegd en ‘shocktherapie’ geïntroduceerd. Dit pakket aan neoliberale hervormingen was erop gericht de vroegere socialistische landen snel te integreren in de wereldwijde kapitalistische economie. Ypi schrijft:

Ypi vertelt in detail hoe het sociale weefsel van haar jeugd verdween met de losgeslagen ondernemersgeest van het klepto-
kapitalisme.

“De term kwam uit de psychiatrie: bij shocktherapie worden stroomstootjes door de hersenen van een patiënt gevoerd om de symptomen van een ernstige mentale aandoening te verlichten. In dit geval werd onze planeconomie beschouwd als het equivalent van gekte. De behandeling bestond uit een monetair hervormingsbeleid: de inkomsten en uitgaven in balans brengen, de prijzen loslaten, overheidssubsidies elimineren, de staatsbedrijven privatiseren en de economie openstellen voor buitenlandse handel en directe investeringen. De marktwerking zou zich dan vanzelf aanpassen en de kapitalistische instellingen die opkwamen, zouden efficiënt worden zonder veel behoefte aan centrale coördinatie. Er werd een crisis voorzien, maar de mensen brachten hun hele leven al offers omwille van betere tijden die eraan zaten te komen. Dit zou hun laatste offer zijn. Met drastische maatregelen en goede wil zou de patiënt gauw herstellen van de shock en genieten van wat de therapie had opgeleverd.”

Lea Ypi (1979) is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics en universitair hoofddocent filosofie aan de Research School of Social Sciences in Canberra, Australië. Haar debuut Vrij werd bekroond met de Ondaatje Prize en de Slightly Foxed Best First Biography Prize en is vertaald in meer dan dertig talen. Vernedering is haar tweede boek en zal verschijnen in september 2025.

In Albanië had de shocktherapie verwoestende gevolgen. Ypi vertelt in detail hoe het sociale weefsel van haar jeugd — de solidariteit en gemeenschap die de gedeelde onderdrukking tijdens het communisme draaglijk maakten — verdween met de losgeslagen ondernemersgeest van het kleptokapitalisme. Hele bossen werden gekapt in een proces dat ze “privatisering van onderaf” noemt, baby’s werden achtergelaten in weeshuizen, meisjes werden naar Italië gesmokkeld en boten vol landgenoten zonken toen ze probeerden de Adriatische Zee over te steken:

“Het Westen had decennialang het Oosten bekritiseerd om zijn gesloten grenzen, campagnes georganiseerd om vrijheid van verkeer te eisen, de immoraliteit veroordeeld van staten die het recht op vertrek beperkten. Onze bannelingen werden vroeger als helden ontvangen. Nu werden ze behandeld als criminelen.”

Het ergste van alles was dat een handvol piramidefondsen het spaargeld van honderdduizenden gezinnen, waaronder dat van Ypi, vernietigde. In 1997 leidde dit tot een burgeroorlog.

In het licht van deze chaos is het opmerkelijk dat 24,3 procent van de Albanezen tussen 1995 en 1998 nog geloofde dat “de meeste mensen te vertrouwen zijn”. Toen de World Values Survey tussen 2017 en 2020 hier, na meer dan twintig jaar van pogingen om een zogenaamd ‘maatschappelijk middenveld’ op te bouwen, opnieuw naar vroeg, gaf minder dan 3 procent van de Albanezen hetzelfde antwoord.

Vrij om te kiezen?

Hoewel Ypi niet nostalgisch is over haar jeugd en het verleden niet romantiseert, dwingt haar krachtige verhaal ons tot de vraag: zijn atomisering en isolatie de onvermijdelijke bijproducten van een systeem dat is geobsedeerd door particuliere winst en individuele vrijheden? Zoals de Russische kunstenares en schrijfster Svetlana Boym stelt in haar vooruitziende boek uit 2010, Another Freedom: The Alternative History of an Idea:

“De ervaring van vrijheid is in de loop van de geschiedenis en in verschillende culturen niet even hoog gewaardeerd. Zelfs vandaag is vrijheid niet synchroon met andere zeer begerenswaardige staten van zijn, zoals geluk, toebehoren, roem of intimiteit. Terwijl deze toestanden eenheid en versmelting suggereren, heeft vrijheid een element van vervreemding dat betrokkenheid met anderen in de publieke wereld niet per definitie uitsluit, maar wel onvoorspelbaarder maakt.”

Net als Boym bevraagt Ypi het concept van ‘vrij-zijn’. Ze vertelt dat ze aanvankelijk van plan was een boek te schrijven over “de overlappende ideeën van vrijheid in de liberale en socialistische tradities,” maar dat haar ideeën zich verpersoonlijkten in verschillende leden van haar familie. Toch schuilen onder het luchtige proza serieuze overpeinzingen. Ze beschrijft hoe een specifieke reeks geïdealiseerde ideeën over vrijheid desastreus bleek voor degenen wier levens werden ontwricht door de grotendeels onverwachte ineenstorting van het communisme in Oost-Europa.

Volgens Ypi:

“[wordt] vrijheid niet alleen opgeofferd wanneer anderen ons vertellen wat we mogen zeggen, waar we heen kunnen, hoe we ons moeten gedragen. Een samenleving die beweert dat mensen zich er kunnen ontplooien, maar er niet in slaagt om de structuren te veranderen die verhinderen dat iedereen kan gedijen, is ook onderdrukkend.”

Ypi’s bezorgdheid sluit aan bij het werk van de Indiase econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen, die stelt dat economische ontwikkeling de uitbreiding van publieke programma’s moet omvatten die mensen in staat stellen zich te ontplooien. Sen bekritiseert de eenzijdige nadruk op de groei van het bruto nationaal product en de modernisering van lokale industrieën in ontwikkelingsprogramma’s. Echte menselijke vrijheid vereist volgens hem sociale garanties:

“Ondanks een ongekende toename van de algemene rijkdom, ontzegt de moderne wereld elementaire vrijheden aan grote aantallen — misschien wel de meerderheid — van de mensen. Soms heeft het gebrek aan elementaire vrijheden direct te maken met economische armoede, die mensen berooft van de vrijheid om honger te stillen, of voldoende voeding tot zich te nemen, of om medicijnen te verkrijgen voor behandelbare ziekten, of van de mogelijkheden om voldoende gekleed of beschut te zijn, of om te genieten van schoon water of sanitaire voorzieningen. In andere gevallen hangt de onvrijheid nauw samen met het gebrek aan openbare voorzieningen en sociale zorg, zoals het ontbreken van epidemiologische programma’s, gezondheidszorg of onderwijs.”

Ypi’s herinneringen aan haar kindertijd in het geïsoleerde, stalinistische Albanië maken duidelijk dat het regime weliswaar bruut de liberale vrijheden de kop indrukte, maar wel voorzag in veel van de overheidsprogramma’s die volgens Sen noodzakelijk zijn om menselijke ontplooiing te bevorderen. Als je goed oplet, merk je in Ypi’s kindertijd een verrassend gebrek aan ontbering. Wel benadrukt ze de buitensporige waarde die aan lege Coca-Colablikjes en kauwgomverpakkingen uit het Westen werd gehecht.

Ondanks een flinke dosis indoctrinatie kreeg Ypi een brede en zorgvuldige basis- en middelbareschoolopleiding. Zelfs haar vader, die geen wiskunde mocht studeren vanwege zijn familiegeschiedenis, volgde een hogere opleiding aan een openbare universiteit voor bosbouw. Ypi beschrijft twee gelukkige zomerse weken in een Pionierskamp en geeft ons details over haar gezellige huis (waar ze in haar eigen slaapkamer huilt). Ook vertelt ze over de vriendschappelijke relaties met haar buren en de eenvoudige kameraadschap van mensen die elkaars plek in de lange rijen voor gerantsoeneerde goederen bezet hielden.

Ypi dwingt de lezer zich af te vragen of stemrecht echt vrijheid betekent, als materiële omstandigheden je kansen in het leven zo ernstig beperken.

Ook valt, op de achtergrond van haar verhaal, het goed functionerende openbaar vervoer op. Net als de relatieve autonomie van haar moeder, die op 22-jarige leeftijd nationaal schaakkampioen werd en: “vaak benadrukte dat er maar één ding was om trots op te zijn als je de erfenis van het communistische verleden beoordeelt. Het was de manier waarop de Partij strikte gelijkheid tussen mannen en vrouwen afdwong zonder ook maar enige concessie te doen; het feit dat iedereen, man en vrouw, geacht werd te werken. En dat niet alleen elke baan voor beide groepen toegankelijk was, maar dat beiden ook actief werden aangemoedigd om deze aan te nemen.”

Haar vader, die zware astma had, kon altijd beschikken over de noodzakelijke inhalator om zijn symptomen te verlichten. En toen Ypi’s vroeggeboorte resulteerde in een langdurig verblijf in een couveuse in het ziekenhuis, ging haar familie niet failliet aan torenhoge zorgkosten.

Verloren toekomst

Ypi dwingt de lezer zich af te vragen of het recht om te stemmen in meerpartijenverkiezingen echt vrijheid betekent, als materiële omstandigheden waar je geen invloed op hebt, je kansen in het leven zo ernstig beperken. “Waar, als er al iets is, moeten we zeker van zijn om onzekerheid te tolereren?” vroeg Svetlana Boym in 2010. “Hoeveel gemeenschappelijkheid of gedeeld vertrouwen is er nodig om de ongewone ervaringen van vrijheid mogelijk te maken?” Ypi reflecteert op dit dilemma door haar “land dat zelfmoord pleegt” in de jaren negentig te documenteren. Zonder een fundamentele ondergrens voor iedereen, zonder een basis van stabiliteit en veiligheid, kan het abstracte liberale concept van vrijheid betekenisloos zijn.

Voor Lava-lezers zijn vooral het laatste hoofdstuk en de epiloog van het boek interessant. Ypi focust op de blindheid en ongevoeligheid van zelfbenoemde westerse socialisten, die weigeren te erkennen dat twintigste-eeuwse socialistische experimenten in landen als Oost-Duitsland, China, Cuba, Vietnam, Joegoslavië of Albanië ook dingen goed deden — en waaruit waardevolle lessen kunnen worden getrokken. Volgens het westerse perspectief was er “helemaal niets socialistisch” aan deze experimenten:

“Ze werden gezien als de verdiende verliezers van een historische strijd waaraan de echte, authentieke dragers van de titel nog moesten deelnemen. Het socialisme van mijn vrienden was helder, stralend en lag in de toekomst. Het mijne was smerig, bloederig en dateerde uit het verleden.”

Een van de grootste vrijheden die de Oost-Europeanen na 1989 verwierven, was de mogelijkheid om te reizen en naar het buitenland te emigreren. Zoals zoveel andere jonge Albanezen ontvluchtte Ypi haar land, om in Italië en het Verenigd Koninkrijk een beter leven te vinden en er te studeren. Ze ontving teruggegeven kustgrond, die verkocht werd aan een “Arabische projectontwikkelaar” waardoor haar financiële situatie plots veel minder precair werd. Ze werd postdoctoraal onderzoeker in Oxford en professor aan de London School of Economics, waar ze cursussen in marxistische theorie geeft en deelneemt aan leesgroepen die Het Kapitaal ontleden.

Ypi is gefrustreerd over de blindheid van westerse zelfbenoemde socialisten die weigeren te erkennen dat socialistische experimenten ook dingen goed deden.

Ypi vertelt ons dat ze gefrustreerd is over haar westerse socialistische kameraden, die de ervaringen van degenen die opgroeiden onder wat ooit het ‘echt bestaande socialisme’ werd genoemd, automatisch terzijde schuiven:

“De inspiratie voor de toekomst die zij nastreven, die socialistische landen ooit hadden belichaamd, komt uit dezelfde boeken, dezelfde kritiek op de samenleving, dezelfde historische figuren. Maar tot mijn verbazing doen ze dit af als een ongelukkig toeval. Alles wat er aan mijn kant van de wereld misging, kan worden verklaard door de wreedheid van onze leiders of de ongekende achterlijkheid van onze instituties. Ze geloven dat ze er maar weinig lering uit kunnen trekken. Het risico om in dezelfde fouten te vervallen bestaat niet, er is geen enkele reden om na te denken over wat er is bereikt of waarom het stuk is gemaakt. Hun socialisme wordt gekenmerkt door het triomferen van vrijheid en gerechtigheid; het mijne door het gebrek eraan. Hun socialisme zou worden ingevoerd door de juiste mensen, met de juiste motieven, onder de juiste omstandigheden, met een juiste combinatie van theorie en praktijk. Met dat van mij kun je maar één ding doen: het vergeten.”

Weerstand bieden

Ypi heeft absoluut gelijk dat wie vandaag geïnteresseerd is in het opbouwen van een rechtvaardigere, gelijkwaardigere en duurzamere toekomst, de eerdere pogingen om socialistische samenlevingen op te bouwen serieus moet nemen: de obstakels waarmee ze werden geconfronteerd, de slechte keuzes die ze maakten en de redenen waarom ze faalden. Net zo belangrijk is het om te “reflecteren op wat er is bereikt.”

Zo was vóór de komst van het socialisme in 1945 de meerderheid van de Albanese vrouwen analfabeet. In 1955 kon de hele bevolking onder de veertig lezen en schrijven. In de jaren tachtig, toen Ypi kind was, bestond de helft van de Albanese universiteitsstudenten uit vrouwen. In 1945 was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte voor Albanezen slechts veertig jaar; in 1990 was deze gestegen tot zeventig.

Deze vooruitgang was gedeeltelijk het resultaat van massale communistische inspanningen om de kindersterfte terug te dringen. In 1945 haalden 302 op de duizend kinderen die in Albanië werden geboren, hun vijfde verjaardag niet. In 1990 stierven nog maar 46 op de duizend kinderen op jonge leeftijd.

Hoewel de kindersterfte in Albanië de afgelopen dertig jaar is blijven dalen, moet worden erkend dat het een onderdrukkend autoritair regime was dat als eerste de overheidsprogramma’s opzette die nodig waren om de gezondheid en het welzijn van de toekomstige generaties te garanderen. Vergelijkbare statistieken kunnen voor veel van de vroegere socialistische landen worden aangehaald.

Wat Ypi’s boek zo belangrijk maakt, is de afwezigheid van didactiek en haar vermogen om het verhaal te laten stromen zonder al te veel politieke terzijdes. Te vaak wordt het leven in voormalig socialistische landen voorgesteld als één totalitaire nachtmerrie van hongersnoden, razzia’s en goelags. Ypi onthult hoe gewoon haar leven was onder het socialisme; een leven vol van de gebruikelijke gebeurtenissen en rituelen die de overgang van jeugd naar volwassenheid markeren — blokken voor examens, je zorgen maken over cijfers, outfits kiezen voor afstudeerfeestjes, fantaseren over je crush en dromen over wat je later zult worden.

Hoewel het waar is dat Albanië een ‘openluchtgevangenis’ was voor velen die het regime tegenwerkten of de verkeerde ‘biografie’ hadden, was het voor anderen, zoals de jonge Ypi, simpelweg thuis. Toen de regimes plotseling instortten, met armoede, ontwrichting, misdaad, corruptie, burgeroorlog of genocide tot gevolg, werden de menselijke kosten van de zogenaamde ‘transitie’ grotendeels genegeerd door westerse elites die maar wat graag ‘het einde van de geschiedenis’ verkondigden terwijl ze hun markten uitbreidden en hun productiefaciliteiten uitbesteedden aan landen met vakkundige, maar goedkope, arbeidskrachten.

Terwijl ik die avond door de drukke straten van Belgrado naar huis liep, langs de fel verlichte etalages van West-Europese winkelketens als DM, Zara, Deichmann en H&M, dacht ik na over Ypi’s boek, de levensverhalen van de twee Servische vrouwen tijdens het diner en hun voelbare frustratie over de herinneringspolitiek rond een verleden dat ze allemaal hadden meegemaakt.

Misschien inspireert Ypi’s aangrijpende boek wel een broodnodig gesprek tussen Oost en West, over de effectiefste manieren om weerstand te bieden aan de hegemonie van liberale vrijheidsdefinities en hun medeplichtigheid aan het voortbestaan van de wrede roofzucht van het huidige wereldwijde kapitalisme.

Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis door Lea Ypi is in het Nederlands vertaald en uitgegeven door De Bezige Bij, 2021. Deze boekbespreking verscheen oorspronkelijk op de site Jacobin Magazine. De vertaling in het Nederlands verscheen op de site van Jacobin Nederland (www.jacobin.nl).