Artikel

De achteruitgang van het politieke centrum

Ingar Solty

—31 maart 2022

De sociale en economische polarisatie die de traditionele partijen de afgelopen vier decennia teweegbrachten, bedreigt nu hun eigen voortbestaan.

In het begin van de jaren negentig twijfelde vrijwel niemand eraan dat de liberale markteconomie de juiste weg was naar technologische innovatie en efficiëntie, economische welvaart en politieke stabiliteit. Volgens de heersende opinie zou een liberaal economisch beleid, gebaseerd op de liberalisering van de handel, de deregulering van markten (de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de geldmarkt, enz.) en de privatisering van publieke goederen leiden tot welvaart en zelfs tot de democratisering van autoritaire regimes, ook al moest het neoliberalisme door autoritarisme ontstaan.1 De liberale economie impliceerde dat vrij spel geven aan de krachten van de markt niet alleen de kapitaalelites ten goede zou komen, maar ook “spontane ordes” (zoals Friedrich Hayek het uitdrukte) en de doeltreffendste toekenning van middelen zou teweegbrengen. Als dit niet gebeurt, leggen neoklassieke economen de schuld bij het falen van de staat of onvoorziene gebeurtenissen zoals natuurrampen.2

Het feitelijk bestaande neoliberalisme in de zin van de sociale orde waarin wij sinds de jaren tachtig leven, heeft echter tot het tegendeel geleid. In plaats van de economische en sociale onevenwichten te verminderen heeft het geleid tot de grootste welvaartsongelijkheid sinds de jaren dertig, met alle gevolgen van dien voor de democratie.3 Het neoliberalisme heeft grote geografische verschillen doen ontstaan: tussen enerzijds het mondiale Noorden en het mondiale Zuiden, tussen een kern en een periferie van de eurozone, en tussen welvarende grootstedelijke regio’s die zijn aangepast aan de transnationale economie, en anderzijds vervallen en ontvolkte regio’s. Bovendien heeft het dezelfde ruimtelijke verschillen doen ontstaan tussen goed functionerende binnenstedelijke eilandjes van rijkdom, en hun disfunctionele voorsteden. En het is geen toeval dat onder gesegregeerde en overwegend allochtone bevolkingsgroepen uit de werkende klasse de haat tegen de liberale waarden toeneemt en sommigen hun heil gaan zoeken in een radicale religiositeit.

Ook het idee dat liberale markteconomieën zouden leiden tot innovatie, efficiëntie en economische en politieke stabiliteit is aan diggelen geslagen. In tegenstelling tot wat het levensverhaal van Bill Gates, Steve Jobs en andere hightechkapitalisten doet vermoeden, is de markt op zich verre van innovatief. Economen als Mariana Mazzucato hebben aangetoond dat het neoliberalisme het tegenovergestelde van vernieuwend is geweest. Tal van innovaties van het digitale tijdperk — elke functie die je bijvoorbeeld in een iPhone oproept — waren immers het resultaat van door de overheid gefinancierde onderzoeksprojecten die vervolgens door particuliere ondernemingen werden gepatenteerd en geplunderd.4

Het neoliberalisme kweekt autoritarisme en fascisme.

De marktefficiëntie van het neoliberalisme is iets heel anders dan sociale efficiëntie. Afgezien van de loutere rentabiliteit, kun je je toch afvragen hoe efficiënt het bijvoorbeeld is vanuit een breder maatschappelijk en planetair perspectief om vis te vangen in de Noordzee, die in Zuid-Azië te laten verwerken en vervolgens te koop aan te bieden in Britse supermarkten. Meer dan de enge marktlogica die schuilt achter de wereldwijde bevoorradingsketens lijkt één ding onweerlegbaar: kan de nakende — en mogelijk onomkeerbare — klimaatramp iets anders zijn dan het grootste marktfalen in de geschiedenis van de mensheid?55

Het neoliberalisme heeft evenmin tot economische stabiliteit geleid. Dat blijkt niet alleen uit de ongelijke geografische verschillen, maar ook uit de eindeloze sliert van financiële crises sinds de jaren tachtig: New York 1987, Mexico 1994-95, Azië 1997-98, Rusland 1998-99, Argentinië 1998-2002, de crash van de internetzeepbel 2000-01, de wereldwijde financiële meltdown 2007-10, en de huidige bio-economische COVID-19-pandemie.

En tot slot heeft het neoliberalisme ook het tegendeel van het politiek liberalisme veroorzaakt. Dit zou niet als een verrassing moeten komen. Wie zou immers zo dwaas zijn te geloven dat er marktpolarisatie kan zijn zonder politieke polarisatie? De geschiedenis van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw heeft duidelijk aangetoond dat welvaartsverschillen en kapitalistische crises altijd de representatieve democratie ondermijnen, wat democratische theoretici ook altijd hebben gezegd.6 De ‘vrije markten’ van het neoliberalisme hebben consequent ‘sterke staten’ en autoritaire politieke, bestuurlijke en constitutionele praktijken in de hand gewerkt.

De crisis van de democratie

Vandaag is de liberale democratie opnieuw op zijn retour en in crisis. De stabiele partijstelsels van de naoorlogse liberale democratieën van het Westen vallen voor onze ogen uit elkaar. Voormalige catch-all-partijen zoals de Franse Socialistische Partij of de Griekse PASOK zijn ingestort, en kiesstelsels — vooral die op basis van evenredige vertegenwoordiging — zijn in toenemende mate gefragmenteerd (ge-Italianiseerd), waarbij vijf, zes of zelfs zeven met elkaar concurrerende politieke partijen het almaar moeilijker krijgen om nog een stabiele regering te vormen.7

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.