Artikel

Cofnas, extreemrechts en de normalisering van de media

Sander Claessens

—26 oktober 2026

Academici zoals Nathan Cofnas zijn er niet om aan eerlijke wetenschap te doen. Ze functioneren als ideologische ijsbrekers in een bredere cultuurstrijd die het aloude biologische racisme opnieuw willen normaliseren. Dat offensief wordt gesteund door extreemrechtse netwerken, gefinancierd door Amerikaanse techmiljardairs en genormaliseerd door traditioneel rechts en de mainstream media. Links mag die culturele strijd niet aan extreemrechts overlaten, maar moet zelf voluit in het tegenoffensief gaan.

Shutterstock

Het publieke debat in Vlaanderen is al een half jaar in de ban van Nathan Cofnas, een Amerikaanse filosoof van de biologie en zelfverklaarde “rassenrealist”. Begin dit jaar stelde de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de UGent hem aan voor postdoctoraal onderzoek.

Sander Claessens is directeur van Brussels Media House, de mediahub voor sociaal geëgageerde krachten in België en Europa.

Cofnas is niet zomaar een onderzoeker. Hij verdedigt controversiële ideeën over ras en intelligentie. In 2024 ontstond al controverse toen hij aan Cambridge werd ontslagen na een blogpost waarin hij beweerde dat zwarte mensen in een “normale meritocratie” geen topposities zouden bekleden, behalve in sport en entertainment.1 Zijn aanstelling aan de UGent lokte dan ook meteen protest uit: zo’n vierhonderd studenten en medewerkers ondertekenden een petitie tegen de beslissing. Ook werd de actiegroep ‘Student against Cofnas’ opgericht.

Afgelopen zomer escaleerde de zaak. In de blogpost “DEI and Cover-Up at Cambridge”, beschuldigde Cofnas de zwarte socioloog Jason Arday, eveneens verbonden aan Cambridge, van plagiaat. Hij stelde de zaak voor als bewijs van een ontspoord ‘woke’ diversiteitsbeleid dat volgens hem incompetente zwarte academici beschermt. Wat volgde was een heksenjacht: in enkele weken verschenen 249 artikels in de Britse pers die Cofnas’ framing grotendeels overnamen. De gevolgen waren tragisch: op 14 augustus pleegde Arday zelfmoord, nadat de druk voor hem ondraaglijk was geworden.

De UGent startte een tuchtprocedure en schorste Cofnas tijdelijk, maar besliste uiteindelijk zijn contract te behouden met drie maanden telewerk. Het publieke debat verschoof echter nauwelijks naar zijn racistische ideeën of zijn rol in de lastercampagne. Grote delen van het media‑establishment en rechtse opiniemakers presenteerden hem als klokkenluider en verdediger van vrije meningsuiting, en normaliseerden zo zijn pseudowetenschappelijke raciale theorieën.

Ongelijkheid voorstellen als genetisch bepaald

Wie Cofnas’ blogposts leest, merkt al snel dat zijn werk weinig met wetenschap te maken heeft en sterk wordt gekleurd door racistische ideologie. Zijn teksten steunen op pseudowetenschappelijke aannames die ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen moeten verklaren — en zelfs legitimeren.

De rode draad door zijn werk is zijn aanval op wat hij de “gelijkheidsthesis” noemt: het idee dat mensen dezelfde inherente capaciteiten delen en dat sociaaleconomische verschillen vooral door omgevingsfactoren worden bepaald. Daartegenover plaatst Cofnas zijn “hereditaire revolutie”: een politiek project dat de mensheid moet overtuigen dat er biologische rassen bestaan, dat IQ genetisch vastligt en dat verschillen in maatschappelijk succes voortkomen uit aangeboren intelligentie.2

Cofnas’ academische werk is slechts het vehikel; zijn agenda is expliciet politiek.

De implicatie is duidelijk: zwarte mensen zouden gemiddeld minder intelligent zijn dan witte mensen, en hun maatschappelijke positie zou het gevolg zijn van genetisch bepaalde intelligentie. Dezelfde logica schuilt achter zijn uitspraak dat zwarte academici in een “normale meritocratie” geen topposities zouden bekleden. Die centrale these is een ernstige vorm van biologisch racisme, een theorie die al decennia wetenschappelijk wordt weerlegd.

‘Ras’ is een politieke constructie, geen biologische realiteit

Cofnas vertrekt van de veronderstelling dat menselijke ‘rassen’ biologische categorieën zijn, maar de moderne genetica spreekt dat tegen.3 De mens is een relatief jonge soort waarvan populaties zich door migratie voortdurend hebben vermengd. Daardoor delen alle mensen 99,9 procent van hun genoom.4 De resterende genetische variatie hangt vooral samen met migratiegeschiedenis, geografische afstand en afstamming. Sommige kenmerken komen daarom vaker voor in populaties die lange tijd in dezelfde regio leefden, maar dat maakt hen nog niet tot afzonderlijke rassen.5

Bovendien is de genetische variatie binnen Afrikaanse populaties groter dan die tussen Afrikaanse en Europese populaties, omdat de mens in Afrika is ontstaan en daar het langst heeft geleefd.6 Deze vaststelling staat haaks op het idee dat genetische clusters samenvallen met ‘rassen’.7 Het is daarom bijzonder onwaarschijnlijk dat natuurlijke selectie genetische verschillen heeft voortgebracht die groot genoeg zijn om mensen in ‘rassen’ in te delen, laat staan om uiteenlopende sociaaleconomische uitkomsten te verklaren.8

Precies omdat ‘ras’ geen biologische realiteit is, moet het worden begrepen als een politieke constructie.9 Die vorm kreeg tijdens de opkomst van slavernij en kolonialisme en diende om de uitbuiting en uitroeiing van miljoenen mensen, evenals de plundering van hun rijkdommen en grondstoffen, te rechtvaardigen – van Afrika en Azië tot Oceanië en Noord- en Zuid-Amerika. Dit raciale denken werd — en wordt — bovendien ingezet om de werkende klasse te verdelen en een interne vijand te creëren. Zo legitimeerde het onder meer de slavernij in de Verenigde Staten en de apartheid in Zuid-Afrika. In Europa bereikte de zogenoemde rassenwetenschap een gruwelijk dieptepunt met de vervolging en uitroeiing van Joden, Roma, Sinti en andere bevolkingsgroepen onder het nazisme. Zoals evolutiebioloog Joseph L. Graves Jr. en antropoloog Alan H. Goodman schrijven: “Die visie op de mensheid leverde valse rechtvaardigingen op voor slavernij en kolonisatie. (…) De belangrijkste stap in de strijd tegen racisme is dan ook om de raciale ideologie aan het licht van de feiten en de wetenschap bloot te stellen.”10

IQ bewijst geen raciale hiërarchie

Een tweede pijler van Cofnas’ pseudowetenschappelijke bouwwerk is de aanname dat deze vermeende biologische ‘rassen’ aangeboren verschillen in intelligentie vertonen. Ook die redenering houdt geen stand. Door gemiddelde IQ‑scores rechtstreeks te koppelen aan sociaaleconomische uitkomsten, verwart Cofnas correlatie met causaliteit: dat twee fenomenen samen voorkomen, bewijst niet dat het ene het andere veroorzaakt. Die denkfout ondergraaft zijn hele intellectuele project.

Wie Cofnas een platform biedt, levert extreemrechts precies wat het wil: normalisering.

Ook het begrip erfelijkheid interpreteert Cofnas verkeerd. Dat intelligentie binnen een bevolkingsgroep deels erfelijk kan zijn, bewijst niet dat verschillen tussen bevolkingsgroepen genetisch bepaald zijn. Erfelijkheid beschrijft variatie binnen een populatie in een bepaalde omgeving; ze verklaart niet de verschillen tussen populaties. Elke eigenschap — ook intelligentie — ontstaat uit een wisselwerking tussen genetische aanleg en socio‑culturele omgeving. Genen leggen geen vaste uitkomst vast, maar beïnvloeden hoe iemand op de omgeving reageert.11 Bovendien bestaan er, zoals eerder aangehaald, geen genetisch duidelijk afgebakende ‘rassen’. Zonder zulke duidelijke genetische scheidslijnen is het bijzonder onwaarschijnlijk dat genetische verschillen de basis vormen voor verschillen in intelligentie.12

Omgevingsfactoren verschillen daarentegen sterk tussen bevolkingsgroepen. Onderwijs, gezondheid, voeding, stress, discriminatie en toegang tot zorg hebben aantoonbaar invloed op de cognitieve ontwikkeling en dus ook IQ-scores. Zulke scores weerspiegelen daarom niet alleen individuele aanleg, maar ook de omstandigheden waarin mensen opgroeien en leven.13 Gedragsgeneticus Abdel Abdellaoui van Amsterdam UMC illustreert dat verband treffend: “Rassenwetenschappers verspreiden wereldkaarten die het gemiddelde IQ van landen tonen, maar leg die naast een kaart van ondervoeding en je krijgt hetzelfde beeld. Hetzelfde met infectieziekten: opnieuw dezelfde kaart. Dat illustreert hoe nauw cognitieve uitkomsten verweven zijn met leefomstandigheden.”14

De invloed van die omgevingsfactoren kan niet los worden gezien van de historische context. Eeuwenlang ging een groot deel van de wereldbevolking gebukt onder imperialisme, kolonialisme en slavernij. De daaruit voortgekomen ongelijkheid werkt vandaag door: het globale Zuiden wordt nog steeds leeggeplunderd, zij het in andere vormen, en mensen die naar Europa migreren worden nog vaak als tweederangsburgers behandeld. De gevolgen daarvan verdwijnen niet vanzelf. Zoals Abdellaoui stelt: “Dat haal je niet in 100 jaar in. Je kunt niet zeggen dat een verschil genetisch is, omdat het blijft voortbestaan.”15 Het is daarom wetenschappelijk ongegrond om uit gemiddelde testscores een aangeboren raciale rangorde af te leiden. Modern genetisch en evolutionair onderzoek levert daarvoor geen overtuigend bewijs.16

Toch wordt er beweert dat Cofnas’ theorieën niet wetenschappelijk zijn weerlegd. Ook UGent-professor, filosoof en ethicus Freddy Mortier verdedigde die redenering tijdens de proclamatie van de faculteit Letteren & Wijsbegeerte. Hij noemde de kritiek op Cofnas een “lynchpartij” en stelde dat “de stelling dat er erfelijke genetische verschillen bestaan tussen groepen huidskleur wat betreft intelligentie” begrijpelijk en zinvol is, omdat het volgens hem nog nooit is aangetoond dat ze onjuist is.17

Die redenering keert de wetenschappelijke bewijslast om. Wie een stelling poneert, moet daarvoor toetsbaar bewijs leveren; anderen hoeven niet eerst elke onbewezen mogelijkheid uit te sluiten. Anders zou ook de bewering dat er een theepot rond Mars vliegt als legitiem gelden zolang niemand haar heeft weerlegd. Cofnas’ ideeën zijn bovendien geen nieuwe hypothesen, maar opgepoetste eugenetische stellingen die al lang wetenschappelijk zijn weerlegd.

Ijsbreker van rassenleer, gefinancierd door de Amerikaanse tech-elite

Cofnas presenteert zich als een onafhankelijke denker die “taboes doorbreekt”. In werkelijkheid fungeert hij als een ideologische ijsbreker voor een internationaal netwerk van rassenrealisten, extreemrechtse activisten en reactionaire techmiljardairs die biologisch racisme opnieuw sociaal aanvaardbaar wil maken. Zijn academische werk is slechts het vehikel; de agenda is expliciet politiek.

In zijn essay How To Take Back Academia, formuleert Cofnas drie strategische doelen voor zijn zogenaamde ‘hereditaire revolutie’: het verspreiden van ideeën over vermeende rassenverschillen, het heroveren van sleutelposities aan universiteiten door ideologisch gelijkgestemden en het inzetten van politieke krachten – vooral die van de Republikeinse Partij –om die machtsgreep te realiseren.18 Dit is geen wetenschappelijke ambitie, maar een blauwdruk voor een reactionaire overname van de academische wereld.

Voor de verspreiding van zijn ideeën beschikt Cofnas over een brede digitale infrastructuur: Substack, zijn persoonlijke website en pseudowetenschappelijke tijdschriften als OpenPsych en Mankind Quarterly. Daar verschijnen teksten over vermeende biologische rasverschillen en andere reactionaire opvattingen. Omdat de peerreview binnen hetzelfde ideologische netwerk plaatsvindt, krijgen die publicaties een academische schijn. Via blogs, podcasts en video’s op sociale media bereikt het discours vervolgens een veel groter publiek.

Ras is geen biologische realiteit, maar een politieke constructie die ongelijkheid legitimeert.

Binnen die infrastructuur vormt Aporia een centraal knooppunt. Onderzoek van HOPE not hate, Byline Times en Apache toont hoe het platform deel uitmaakt van de Human Diversity Foundation (HDF), de opvolger van het in 1937 opgerichte Pioneer Fund, dat nazistische ideeën in de Verenigde Staten promootte.19 Rond dat netwerk bewegen figuren als de zelfverklaarde “wetenschappelijke racist en rechtse activist” Emil Kirkegaard, AfD-adviseur Erik Ahrens en UGent-promotor Bouke De Vries, die Cofnas aanstelde en zelf in Aporia publiceerde.

Die oude ideologische infrastructuur krijgt vandaag financiële steun van moderne autoritaire techmiljardairs zoals Peter Thiel, CEO van Palantir, een bedrijf dat AI‑software ontwikkelt die wordt ingezet door het Israëlische leger om de Palestijnen mee uit te moorden, en aan de Amerikaanse ICE-troepen om deportaties mee uit te voeren. Cofnas beweegt zich duidelijk binnen die bredere kring, onder meer via zijn contacten met de fascistische ideoloog Curtis Yarvin. Zo verbindt zijn digitale ecosysteem historisch rassenextremisme met hedendaagse extreemrechtse autoritaire netwerken en hun financiering.

Universiteiten heroveren met geopolitieke druk

Cofnas’ strategie beperkt zich niet tot het verspreiden van pseudowetenschappelijke ideeën; ze is ook gericht op het veroveren van machtsposities binnen universiteiten. Om ideologisch gelijkgestemden op sleutelposities te krijgen, rekent hij expliciet op externe politieke en financiële steun: “Met de hulp van niet-woke of conservatieve donoren en politiekers, kunnen we nieuwe departementen aan universiteiten creëren die een ander standpunt vertegenwoordigen”. Hij ging zelfs zo ver om te verklaren dat hij “na de revolutie het hoofd van het eugenetica departement van Harvard zal zijn”.20

Die ambitie wordt gedragen door een netwerk van donoren, techmiljardairs en de Trump-regering. Zo bemiddelde de Amerikaanse ambassadeur Bill White naar eigen zeggen persoonlijk bij UGent-rector Petra De Sutter, en bedankte hij Elon Musk voor het creëren van aandacht rond de zaak.21 Cofnas noemde die tussenkomst in Het Laatste Nieuws “een heroïsch gebaar”.22 Toen zijn contract uiteindelijk werd gered poseerde hij trots met de ambassadeur op de foto.23

Dat een Amerikaanse ambassadeur zich mengt in een interne aangelegenheid van een Belgische universiteit is diplomatiek uitzonderlijk, maar past volledig binnen de bredere Amerikaanse strategie voor Europa. De Nationale Veiligheidsstrategie beschrijft het continent als maatschappelijk in verval door migratie, censuur en de ondermijning van politieke vrijheid, en roept op om “patriottistische krachten” te steunen.24 Die steun beperkt zich niet tot extreemrechtse partijen: ook figuren als Cofnas worden beschermd. Zo worden reactionaire krachten versterkt, racisme genormaliseerd en progressieve bewegingen verzwakt.

Vrije meningsuiting voor rechts, repressie voor links

De twee voorgaande stappen tonen hoe Cofnas zijn politieke project probeert te realiseren: door ‘rassenrealisme’ te normaliseren en sleutelposities aan universiteiten te heroveren. Die tactische overwinningen dienen een bredere cultuuroorlog tegen ‘woke’. Zijn uiteindelijke doel is het gelijkheidsdenken terug te dringen, het zogenoemde ‘wokisme’ te breken en links als maatschappelijke kracht te verslaan. Cofnas zegt het zelf onomwonden: hij is “toegewijd aan het verslaan van links”.25

In dat licht kan de heksenjacht tegen Jason Arday en zijn zelfmoord moeilijk worden afgedaan als een “tragische afloop die niemand zag aankomen”, zoals Cofnas beweerde in Het Laatste Nieuws.26 De aanval op Arday was een aanval op een zwarte professor die symbool stond voor inclusie, antiracisme en gelijkheid – precies de waarden waar Cofnas zich tegen verzet.

Cofnas stelt het linkse gelijkheidsideaal zelfs voor als het werkelijke maatschappelijke gevaar. In Het Laatste Nieuws zei hij: “Het waanidee dat alle mensen hetzelfde zijn, zorgt ook voor enorm veel misbruik en lijden. Denk maar aan het communisme en linkse dictators.”27 Die anticommunistische en antilinkse retoriek is niet toevallig. Communisten, socialisten en syndicalisten hebben zich historisch altijd verzet tegen racisme en discriminatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog boden zij onderdak aan Joden en andere slachtoffers van biologische racisme en organiseerden zij het verzet tegen het nazisme. Het marxisme inspireerde bovendien de wereldwijde dekolonisatiebeweging die een einde wilde maken aan eeuwen van slavernij en kolonialisme.

Vandaag verdedigt rechts Israël terwijl het een genocide pleegt op de Palestijnen en de laatste apartheidsstaat ter wereld in stand houdt. Tegelijk verwerpt rechts het gelijkheidsideaal en zoekt het biologische verklaringen voor armoede, vermeende inferioriteit en maatschappelijk falen. Zo wakkert het superioriteitsdenken aan en zet het bevolkingsgroepen tegen elkaar op. De geschiedenis heeft herhaaldelijk getoond waartoe dat leidt. Des te hypocrieter is het dat zoveel politici en opiniemakers Cofnas verdedigen met het cliché dat zij zijn ideeën afwijzen, maar zijn recht beschermen om racistische theorieën te verspreiden.

Niet alleen Vlaams Belang en rechtse mediakanalen als PAL NWS en Doorbraak namen het voor hem op. Cofnas vond ook verdedigers in de mainstreammedia: kranten publiceerden portretten en interviews, video’s met zijn standpunten circuleerden op sociale media en opiniemakers en talkshowgasten sprongen voor hem in de bres.28 Ook N-VA-politici, onder wie Zuhal Demir, schaarden zich achter zijn recht om racisme te verkondigen. Toen studenten uit protest de zaal verlieten nadat Freddy Mortier het voor Cofnas opnam, schreef Demir op X dat zij: “bang en onbeschoft van een professor vluchten die hen een oncomfortabele boodschap bracht. Het is niet alleen onbeschoft, het is laf en dom. Luister, denk, praat.”29

Die ruime opvatting van vrije meningsuiting geldt blijkbaar niet voor links. Rond dezelfde tijd riep minister van Defensie Theo Francken op om ManiFiesta op basis van de antiterrorismewet te verbieden omdat de Amerikaanse linkse influencer Hasan Piker er zou spreken.30 In de pers bleef het daarover opvallend stil. Toen Dries Van Langenhove werd veroordeeld voor onder meer het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld, stonden veel van dezelfde verdedigers van het vrije woord wél klaar om het vonnis als een gevaarlijk precedent te veroordelen.

Voor racistische stemmen lijkt de vrijheid van meningsuiting grenzeloos; progressieve stemmen krijgen met andere maatstaven te maken. Solidariteit met Palestina wordt steeds vaker gecriminaliseerd, vredesactivisten worden verdacht gemaakt en organisaties die kritiek uiten op militarisering of klimaatbeleid verliezen subsidies. Zes Vlaamse organisaties werden zo aangepakt wegens “vermeende betrokkenheid bij extremisme”.31 Die dubbele standaard is geen toeval, maar een politieke strategie: racistische stemmen normaliseren en progressieve stemmen marginaliseren.

Metapolitiek en de rol van de media

In dit verhaal spelen de media een doorslaggevende rol. Cofnas is geen neutrale academicus, maar wordt wel zo gepresenteerd. De schijn van wetenschappelijke objectiviteit fungeert als dekmantel voor zijn politieke agenda: links uit de universiteiten weren en extreemrechtse ideeën normaliseren.

Die wetenschappelijke façade werkt ook als een schild. Elke kritiek op zijn raciale pseudowetenschap kan hij afdoen als een aanval van “linkse activisten” op een zogezegd neutrale onderzoeker die enkel “de feiten” presenteert. Bij elke tegenreactie beeldt hij zichzelf af als martelaar van de vrije meningsuiting, iemand die vervolgd wordt omdat hij de waarheid zou durven uitspreken. Zo ontstaat een cyclus: pseudowetenschap verkondigen, kritiek uitlokken, slachtofferrol spelen, opnieuw media-aandacht krijgen en telkens een breder publiek bereiken. Wie hem een platform geeft, levert extreemrechts precies wat het wil: normalisering.

Die normaliseringstrategie past volledig binnen de metapolitieke strijd van rechts. De term ‘metapolitiek’ komt van Alain De Benoist, de Franse ideoloog van La Nouvelle Droite, die zich – ironisch genoeg – liet inspireren door de Italiaanse communist Antonio Gramsci. Volgens die strategie moet rechts via een decennialange ideeënstrijd de culturele hegemonie heroveren en waarden als democratie, mensenrechten en solidariteit terugdringen. Het kader van wat als aanvaardbaar geldt, wordt stap voor stap naar rechts verschoven. Die strijd om de heersende ideeën — om de harten en geesten van mensen — vormt een noodzakelijke voorwaarde voor fascistische partijen om electoraal door te breken en de macht te grijpen.

Voor racistische stemmen lijkt de vrijheid van meningsuiting grenzeloos; progressieve stemmen krijgen met andere maatstaven te maken.

Extreemrechts heeft die metapolitieke strategie intussen geüpdatet naar wat onderzoeker Ico Maly metapolitiek 2.0 noemt.32 Het domineert digitale media en bespeelt algoritmes om een massapubliek te bereiken. Via een uitgebreid netwerk van influencers, podcasts, extreemrechtse tijdschriften, videokanalen, obscure ‘wetenschappelijke’ vakbladen en denktanks schuift rechts al decennialang het heersende denkkader naar rechts.

Wanneer mainstreammedia het racistische narratief van Cofnas en zijn medestanders bespreekbaar maken, dragen ze bij aan die normalisering. Daarmee bereikte Cofnas precies wat hij wilde: een cultuuroorlog ontketenen over ‘woke universiteiten’ die zwarte academici — die volgens hem van nature minder intelligent zijn dan witte — als professor aanstellen. De gevolgen waren tragisch: Jason Arday kon de druk niet langer aan en pleegde zelfmoord.

Net zoals Gramsci aan de kant van links stond, behoort ook de culturele hegemonie aan ons.

Zo glijdt de samenleving steeds verder af naar een elitaire, ongelijke en autoritaire maatschappij waarin racisme wordt genormaliseerd en tegenstemmen verdacht gemaakt of gecriminaliseerd worden. In tijden van crisis komt dat de heersende krachten bijzonder goed uit. Overal in Europa wordt er gesnoeid in de sociale zekerheid, terwijl de cadeaus naar grote bedrijven en militaire uitgaven toenemen. Door stemmen zoals die van Cofnas te normaliseren, verschuift de aandacht weg van de kwesties die er echt toe doen – en worden precies die krachten versterkt die progressieve tegenstemmen voorgoed monddood willen maken.

Links moet ideeënstrijd naar een hoger niveau tillen

Links heeft de geschiedenis en de kracht van sociale bewegingen aan haar kant. Dat blijkt vandaag uit het verzet tegen de genocide in Palestina, tegen militarisering en tegen de historische besparingsgolf van de Belgische Arizona-regering en andere Europese regeringen. Die bewegingen winnen aan kracht.

Links is bovendien in staat krachtige instellingen uit te bouwen die de harten en geesten van mensen winnen. Organisaties van de arbeidersbeweging — vakbonden, mutualiteiten, coöperaties, volkshuizen, partijen, dagbladen, culturele verenigingen, sportorganisaties en tijdschriften — dwongen in het verleden niet alleen materiële verbeteringen af, maar hielpen ook het denkkader vormgeven waarmee mensen de wereld begrijpen. Dat doen ze vandaag nog steeds.

Ook digitale media bieden een enorm potentieel. Steeds meer linkse audiovisuele kanalen bereiken een miljoenenpubliek: Novara Media in het Verenigd Koninkrijk, BreakThrough News in de Verenigde Staten, Left Laser in Nederland en Blast in Frankrijk. Ook aan linkse influencers ontbreekt het niet. De eerdergenoemde Amerikaanse streamer Hasan Piker is een sterk voorbeeld van succesvolle metapolitieke strijd op links. Met livestreams op Twitch en fragmenten op YouTube bereikt hij miljoenen kijkers. Daarnaast is hij een frequente gast in progressieve én mainstream Amerikaanse media. Hoewel die laatste hem vaak proberen te demoniseren, lijkt zijn populariteit er voorlopig alleen door te groeien.33

De infrastructuur en netwerken waarmee rechts, extreemrechts en bij uitbreiding het establishment ideeën verspreiden en culturele macht opbouwen, kunnen ook door progressieve krachten worden uitgebouwd. Deze voorbeelden tonen wat links kan bereiken wanneer we de ideeënstrijd naar een hoger niveau tillen. Antonio Gramsci behoort niet toe aan de fascistische cultuuroorlog; integendeel, hij werd door Mussolini gevangengezet omdat hij begreep dat politieke macht wordt voorbereid in de strijd om ideeën. Net zoals Gramsci aan de kant van links stond, behoort ook de culturele hegemonie aan ons.

Footnotes

  1. Nathan Cofnas, “A Guide for the Hereditarian Revolution,” Substack, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://ncofnas.com/p/a-guide-for-the-hereditarian-revolution.
  2. Nathan Cofnas, “A Guide for the Hereditarian Revolution,” Substack, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://ncofnas.com/p/a-guide-for-the-hereditarian-revolution.
  3. Science for the People Magazine, “Genetics of Race,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://magazine.scienceforthepeople.org/lewontin-special-issue/genetics-of-race-gswg/.
  4. “Human Genomic Variation,” PMC, geraadpleegd 15 oktober 2026.
  5. “Perspectives on Human Variation through the Lens of Diversity and Race,” PMC, geraadpleegd 15 oktober 2026.
  6. “Larger Genetic Differences Within Africans Than Between Africans and Eurasians,” PMC, geraadpleegd 15 oktober 2026.
  7. De Standaard, “Ras bestaat niet, behalve als sociale constructie,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.standaard.be/opinies/ras-bestaat-niet-behalve-als-sociale-constructie/162437797.html.
  8. https://magazine.scienceforthepeople.org/online/racism-not-race-excerpt/
  9. Ibid.
  10. Science for the People Magazine, “Racism, Not Race,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://magazine.scienceforthepeople.org/online/racism-not-race-excerpt/.
  11. R. J. Greenspan, “Genes, Heritability, ‘Race’, and Intelligence: Misapprehensions and Implications,” Genes 13, nr. 2 (2022): 346, https://doi.org/10.3390/genes13020346.
  12. Ibid.
  13. “Effect of Environmental Factors on Intelligence Quotient,” Indian Psychiatry Journal, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.ovid.com/jnls/inpj/fulltext/10.4103/ipj.ipj_52_16~effect-of-environmental-factors-on-intelligence-quotient-of.
  14. De Standaard, “Gedragsgeneticus Abdel Abdellaoui: Hoe meer we over genen weten, hoe complexer de realiteit,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.standaard.be/binnenland/gedragsgeneticus-abdel-abdellaoui-hoe-meer-we-over-genen-weten-hoe-complexer-de-realiteit/160888717.html.
  15. Ibid.
  16. Bird, K. A., Jackson, J. P., Jr., en A. S. Winston, “Confronting Scientific Racism in Psychology: Lessons from Evolutionary Biology and Genetics,” American Psychologist 79, nr. 4 (2024): 497–508, https://doi.org/10.1037/amp0001228.
  17. Apache, “Genetische verschillen onderzoeken zinvol? Ouddecaan UGent verdedigt Cofnas,” 17 september 2026, https://apache.be/2026/09/17/genetische-verschillen-onderzoeken-zinvol-oud-decaan-ugent-verdedigt-cofnas.
  18. Nathan Cofnas, “How to Take Back Academia,” Substack, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://hxstem.substack.com/p/how-to-take-back-academia.
  19. Zie o.a. HOPE not hate, “Race Science Inc.,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://investigations.hopenothate.org.uk/race-science-inc/; Byline Times, “The Peter ThielLinked Race Science Network That Penetrated Cambridge University and Targeted Jason Arday,” 18 augustus 2026, https://bylinetimes.com/2026/08/18/the-peter-thiel-linked-race-science-network-that-penetrated-cambridge-university-and-targeted-jason-arday/. ;  Apache, “Zelfverklaarde rassenrealist Nathan Cofnas krijgt aanstelling bij UGent,” 5 maart 2026, https://apache.be/2026/03/05/zelfverklaarde-rassenrealist-nathan-cofnas-krijgt-aanstelling-bij-ugent.
  20. The New Yorker, “The Real Meaning of the Jason Arday Scandal,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.newyorker.com/news/the-lede/the-real-meaning-of-the-jason-arday-scandal.
  21. Bill White (@BillWhiteUSA), “Tweet,” X, 2026, https://x.com/BillWhiteUSA/status/2093062981579936193.
  22. Het Laatste Nieuws, “‘Nee, ik ben geen racist. Ik ben een realist’: de man die het laat stormen aan de UGent,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.hln.be/binnenland/nee-ik-ben-geen-racist-ik-ben-een-realist-de-man-die-het-laat-stormen-aan-de-ugent~ae196e2e/.
  23. U.S. Ambassador to Belgium (@USAmbToBelgium), “Tweet,” X, 2026, https://x.com/USAmbToBelgium/status/2093043935291543671.
  24. White House, National Security Strategy (2025), https://www.whitehouse.gov/wp-content/uploads/2025/12/2025-National-Security-Strategy.pdf.
  25. Nathan Cofnas, “Why We Need to Talk About the Rights,” Substack, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://ncofnas.com/p/why-we-need-to-talk-about-the-rights.
  26. Het Laatste Nieuws, “‘Nee, ik ben geen racist. Ik ben een realist’: de man die het laat stormen aan de UGent,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.hln.be/binnenland/nee-ik-ben-geen-racist-ik-ben-een-realist-de-man-die-het-laat-stormen-aan-de-ugent~ae196e2e/.
  27. Ibid.
  28. Voorbeelden van hoe Cofnas uitgebreid een platform kreeg om zich te verdedigen zijn het interview bij VRT NWS (“Nathan Cofnas reageert op Jason Ardaycontroverse,” 21 augustus 2026, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/08/21/nathan-cofnas-reactie-jason-arday-ugent-cambridge/) en het interview in Het Laatste Nieuws (“‘Nee, ik ben geen racist. Ik ben een realist’: de man die het laat stormen aan de UGent,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.hln.be/binnenland/nee-ik-ben-geen-racist-ik-ben-een-realist-de-man-die-het-laat-stormen-aan-de-ugent~ae196e2e/). Op internationaal vlak kreeg hij een platform via een portret in de Wall Street Journal (“The Controversial Academic Who Ignited the Jason Arday Furor,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.wsj.com/world/uk/the-controversial-academic-who-ignited-the-jason-arday-furor-1071e7fc) en een opiniestuk van zijn eigen hand (“How I Became the Scapegoat in the Jason Arday Affair,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.wsj.com/opinion/free-expression/how-i-became-the-scapegoat-in-the-jason-arday-affair-dc134088).
  29. Zuhal Demir (@Zu_Demir), “Tweet,” X, 2026, https://x.com/Zu_Demir/status/2100508538061599006.
  30. Nieuwsblad, “Theo Francken wil terreurwet inroepen tegen PVDAfestival,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.nieuwsblad.be/politiek/theo-francken-wil-terreurwet-inroepen-tegen-pvda-festival-met-controversiele-spreker-de-wet-is-de-wet/161224909.html.
  31. De Tegenmacht, geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.detegenmacht.be/.
  32. Sam Pol, “Metapolitics, Algorithms and Violence,” Sampol, december 2024, https://sampol.be/2024/12/metapolitics-algorithms-and-violence.
  33. Diggit Magazine, “Hasan Piker: Potential AntiFascist Metapolitics,” geraadpleegd 15 oktober 2026, https://www.diggitmagazine.com/hasan-piker-potential-anti-fascist-metapolitics.