Artikel

Barsten in de muur van Arizona

Nic Görtz

—24 september 2026

Negentien maanden verzet tegen de Arizona-regering. De balans van die acties gaat niet alleen over welke maatregelen al dan niet zijn goedgekeurd, maar ook over het nieuwe potentieel om invloed uit te oefenen op de geschiedenis.

De beste vakbondsdiscussies worden niet altijd op het podium gevoerd. Ze vinden vaak plaats in een café, in een kleedkamer, bij een stakingspost of na een vergadering van de afgevaardigden. En die verlopen zelden sereen.

“Ge ziet toch wel dat het niet heeft geholpen! Ze hebben alles erdoor gekregen.

Ah ja? En uw tante, die dit jaar met vervroegd pensioen is gegaan, heeft zij een malus gekregen?

Ah, nee.

Denkt ge dat dat uit de lucht kwam vallen?”

De afgelopen negentien maanden zijn tienduizenden dergelijke gesprekken gevoerd in bedrijven, gezinnen of sportverenigingen. Ze zeggen iets belangrijks: wanneer een gevecht lang duurt, is het soms moeilijk om de resultaten ervan in te schatten. De klappen die men incasseert, ziet men makkelijk, de klappen die afgeweerd worden, minder.

De sociale strijd blijft nooit beperkt tot maatregelen die wet zijn geworden of hervormingen die we hebben kunnen tegenhouden. Er zijn ook minder zichtbare gevolgen: nieuwe inzichten, ontmoetingen, gezamenlijke ervaringen en een verschuiving in de machtsverhoudingen. Deze negentien maanden van verzet tegen de Arizona-regering kenden dus tweevoudige resultaten: enerzijds wat de sociale beweging op korte termijn heeft weten tegen te houden en anderzijds de nieuwe krachten die erdoor zijn ontstaan.

Een defensieve… en historische strijd

We hebben het Arizona-project niet tegengehouden. Het asociaal, autoritair programma van de regering, met zijn logica van militarisering, gaat voort. Maar niet alles is verloren. Het verzet van de vakbonden en de samenleving heeft de regering afgeremd, haar gedwongen op bepaalde maatregelen terug te komen, andere uit te stellen en verschillende ambities te herbekijken.

Nic Görtz is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (Solvay Business School – ULB) en is vakbondsecretaris.

Bij het begin van de legislatuur had de Arizona-regering bezuinigingen aangekondigd voor 23 miljard euro tegen 2029, waaraan gaandeweg nog eens 9,2 miljard euro werd toegevoegd. Tegenover een aanval van een dergelijke omvang betekent het al een verschuiving in de krachtsverhoudingen wanneer je de tegenstander ervan kunt weerhouden op volle snelheid door te stoten.

Deze eerste actieperiode tegen de Arizona-regering zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als een van de grootste sociale bewegingen van de afgelopen decennia.

Deze eerste reeks acties tegen de Arizona-regering zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als een van de grootste sociale bewegingen van de afgelopen decennia. Door de lange looptijd van negentien maanden, door de omvang ervan – veertien dagen van nationale mobilisaties, drie demonstraties met meer dan 100.000 deelnemers en twee algemene stakingen – door de diversiteit van de gemobiliseerde sectoren: werknemers uit de privé, de openbare dienst, het verenigingsleven, de culturele sector en de jeugd. Maar ook door wat de beweging teweegbracht bij hen die de strijd voerden. Een strijd laat het terrein immers nooit ongeschonden achter.

Op het eerste gezicht lijkt het Arizona-offensief op een uitslaande brand. Het pakt de pensioenen, de lonen, de openbare diensten, de sociale zekerheid en de vakbondsvrijheden aan. Het legt een deel van de sociale verworvenheden die generaties lang zijn opgebouwd, in de as. Maar laten we ook eens achter de brand kijken. In elk spoor vallen er zaadjes op de grond. Werknemers die voor het eerst hebben gestaakt. Nieuwe afgevaardigden die verantwoordelijkheden op zich hebben genomen. Teams die hechter zijn geworden. Een nieuwe generatie activisten die haar eigen kracht ontdekt. Als we weten hoe we ze kunnen laten ontkiemen, kunnen deze zaden wel eens de meest onaangename verrassing voor de Arizona-regering worden.

Winstbejag bepaalt de keuze van deze hervormingen

Bijna alle Europese regeringen passen dezelfde recepten toe: bezuinigingen, aanvallen op de pensioenen en de sociale zekerheid, druk op de lonen, flexibilisering van de arbeidsmarkt, verhoging van de militaire uitgaven, verharding van de politieke retoriek tegenover buitenlanders, tegen vrouwen, tegen activisten, tegen de ziekenfondsen en tegen de vakbonden. De kleuren van de regeringscoalities veranderen, maar het palet blijft hetzelfde.

Als de Arizona-regering op veel andere Europese regeringen lijkt, dan is dat niet omdat ze elkaar hebben gekopieerd maar omdat ze hetzelfde kompas volgen. Dat van winstbejag ten voordele van een minderheid die de belangrijkste economische hefbomen in handen heeft. Om dit te bereiken, worden twee mechanismen gecombineerd.

Het eerste is uit op nog meer uitbuiting van de factor arbeid. Concreet betekent dit dat van werknemers wordt geëist dat ze nog meer produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Om dat te bereiken moet de pensioenleeftijd worden verhoogd, de lonen bevroren, de nachtpremies verlaagd, het aantal onzekere banen en flexi-jobs uitgebreid, de werktijden steeds flexibeler gemaakt, de regels voor werkloosheidsuitkeringen verstrengd om werklozen te dwingen sneller gelijk welke job te aanvaarden.

Het tweede mechanisme wil de rijkdom verder concentreren. Als een regering zegt dat er geen geld meer is, luidt de eerste vraag voor een vakbondsanalyse niet waarvoor het is gebruikt, maar in wiens zak het is terechtgekomen. Enerzijds zegt de regering dat er bezuinigd moet worden op onze pensioenen, onze sociale zekerheid, onze gezondheidszorg en onze openbare diensten. Anderzijds wordt een steeds groter deel van de geproduceerde rijkdom opgeslokt door de kapitaalbezitters. Bovendien stijgen de militaire uitgaven sterk.1

De cijfers spreken voor zich. Uit een onderzoek van het Europees Vakverbond (ETUC) naar de 300 grootste beursgenoteerde niet-financiële ondernemingen in Europa blijkt dat hun brutowinst tussen 2000 en 2024 met 151 procent is gestegen, tegenover een stijging van 87 procent voor de lonen. Tegelijkertijd steeg het aandeel van de winst dat in de vorm van dividenden en aandeleninkoop werd uitgekeerd van 27 naar 68 procent, terwijl de investeringen in de reële economie sterk afnamen. Ten slotte hebben deze bedrijven ongeveer 3500 miljard euro aan overheidssteun ontvangen zonder dat daar daadwerkelijke tegenprestaties tegenover stonden op het gebied van werkgelegenheid, lonen of investeringen.2

Het geld is dus gewoon van de ene zak naar de andere gegaan. In plaats van scholen, ziekenhuizen, het openbaar vervoer of de verbetering van de arbeidsomstandigheden te financieren, gaat een steeds groter deel van de door arbeid gegenereerde rijkdom naar dividenden, dit wil zeggen naar de winst op kapitaal.

De Arizona-regering heeft een muur van sociale en democratische achteruitgang opgetrokken. Maar het zou verkeerd zijn om te denken dat die muur ongeschonden is.

En nu ook naar militaire uitgaven, miljarden euro aan defensie. De regering heeft zich er in het kader van de NAVO toe verbonden om deze inspanning tegen 2035 op te voeren tot bijna 34 miljard euro per jaar. Dat komt neer op 21 miljard euro extra die elk jaar moet worden gevonden, hetzij drie keer de 7 miljard euro aan nieuwe bezuinigingen waarover de regering in het najaar van 2026 van plan is te debatteren. Drie keer die 7 miljard euro. Jaarlijks.

Deze vergelijking geeft een beeld van de koerswijziging die we momenteel meemaken. Het financieren van dergelijke militaire uitgaven kan niet steunen op enkele bezuinigingen in de marge maar vereist noodzakelijkerwijs ingrijpende begrotingskeuzes: de sociale uitgaven verminderen, de druk op de arbeidsmarkt vergroten, meer rijkdom naar het kapitaal en de defensie-industrie leiden, maar ook de toegang tot strategische hulpbronnen waarvan de Europese economie afhankelijk is, veiligstellen. In deze context worden de tegenmachten – vakbonden, ziekenfondsen, verenigingen en sociale bewegingen – meer dan ooit obstakels die moeten worden omzeild of verzwakt.

Het is van essentieel belang deze economische logica te begrijpen en de omvang van de bedragen die hiermee gemoeid zijn te beseffen. Anders zou men kunnen denken dat het vervangen van de Arizona-regering door “een iets minder rechtse regering” zou kunnen volstaan om de problemen te laten verdwijnen. De aanvallen op de arbeidsmarkt zijn niet zomaar een aaneenschakeling van slechte beslissingen of politieke ongelukken. Ze komen voort uit een diepere logica: die van een economisch systeem dat voortdurend streeft naar winstmaximalisatie, naar concentratie van rijkdom en dat erop gericht is de werkende klasse het gelag te doen betalen.

Daarom gaat de vakbondsstrijd veel verder dan de duur van een legislatuur. Het past in wat Marx de klassenstrijd noemde, dat wil zeggen de voortdurende confrontatie tussen twee fundamenteel tegenstrijdige belangen. Enerzijds zijn er de arbeiders, die welvaart creëren, en die ernaar streven waardig van hun werk te kunnen leven. Aan de andere kant is er het kapitaal, dat steeds hogere rentabiliteit eist en daarom de arbeidskosten voortdurend wil verlagen, de arbeidsmarkt flexibeler maken en een steeds groter deel van de rijkdom naar de winst wil doorsluizen.

In die context kan het doel van de vakbondsbeweging niet enkel zijn een hervorming tegen te houden of een regering af te straffen. Het moet zijn om, strijd na strijd, bedrijf na bedrijf, een gunstiger machtsverhouding voor de wereld van de arbeid tot stand te brengen. Want elke overwinning, hoe klein ook, maakt de werknemers sterker, om hun belangen te verdedigen in de strijd die nog zal volgen.

De echte uitdaging voor de vakbeweging bestaat dus niet alleen in het bestrijden van de schadelijke hervormingen van een regering. Ze bestaat erin de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal duurzaam te veranderen; krachtsverhoudingen die nooit van tevoren vastliggen.

De sterkste muren storten in door hun barsten3

Als vakbondsleden staan we in ons leven voortdurend tegenover muren. De muur van een onverzettelijke directie, die onderhandelingen weigert. De muur van een werkgeversorganisatie die op Mars leeft en ervan overtuigd is dat ze altijd gelijk heeft. De muur van een regering die beweert dat er geen alternatief is. Maar ook de muur van collega’s die zeggen dat protestacties geen zin hebben.

Wanneer we tegen deze muren botsen, beginnen we soms te geloven dat ze onverwoestbaar zijn. En toch vallen muren om. Ze storten echter bijna nooit in door één enkele slag op één dag, maar beetje bij beetje. Ze vallen om omdat er barsten ontstaan, en daarna nog meer barsten, totdat ze ineenstorten onder hun eigen gewicht. Een deel van ons vakbondswerk bestaat er dus in om barsten te creëren, om ze te vergroten, om ze met elkaar te verbinden, totdat ze talrijk en breed genoeg zijn om alles te laten instorten.

Ja, de pensioenhervorming is goedgekeurd in het Parlement. Ja, de aanvallen op werkzoekenden, zieken of sociale rechten zijn gewelddadig en zeker reëel. Ja, de Arizona-regering heeft een muur van sociale en democratische achteruitgang kunnen optrekken. Maar het zou onjuist zijn te denken dat deze muur volledig intact is.

De invoering van de pensioenmalus is met een jaar uitgesteld, en tijdelijke werkloosheid en ziekteperiodes zijn in de berekening van de malus opgenomen, net als zwangerschaps- en vaderschapsverlof. De nachtpremies, die de regering wilde beperken tot werkuren van middernacht tot 5 uur ’s ochtends, blijven uiteindelijk van toepassing van 23.00 uur tot 6.00 uur.

Natuurlijk, geen enkele van deze barsten zal op zichzelf voldoende zijn om de Arizona-regering tegen te houden. Grote historische veranderingen komen immers bijna nooit tot stand door één enkele spectaculaire gebeurtenis, en grote sociale verworvenheden zijn nooit van start gegaan met een totale overwinning. Ze beginnen bijna altijd met een eerste, dan met een tweede en daarna komt een derde overwinning.

Het is dus belangrijk om te kijken naar wat er achter elke strijd schuilgaat: gedeelde ervaringen, collectief vertrouwen, nieuwe banden die ontstaan en het vermogen van de werknemers om gezamenlijk actie te ondernemen. Een kleine stap vooruit vandaag kan de basis vormen voor een nog grotere overwinning morgen.

De opeenvolging van strijd, acties en gedeeltelijke overwinningen kan uiteindelijk de machtsverhoudingen ingrijpend wijzigen.

Of het nu in de natuur is of in de samenleving, ingrijpende veranderingen kunnen voortkomen uit een geleidelijke opeenstapeling van veranderingen. Dat leert de dialectiek ons. Het water dat graad na graad opwarmt, blijft water totdat het een drempel bereikt en het in stoom verandert. Op gelijkaardige wijze kan een opeenstapeling van strijd, mobilisaties en gedeeltelijke overwinningen uiteindelijk tot fundamenteel veranderde machtsverhoudingen leiden.

Het gaat er niet om het precieze aantal barsten te tellen dat door de strijd van de afgelopen maanden is ontstaan, maar om te zien wat deze strijd morgen mogelijk maakt. Het bestaan van barsten bewijst dat de regering niet onoverwinnelijk is. En zolang er gestreden wordt, kunnen we winnen.

Zaden ontkiemen in de barsten

Tijdens een bijeenkomst van vakbondsafgevaardigden in juni 2026 nam de discussie een onverwachte wending. Er werd niet meer gesproken over pensioenen of de malus. Het ging over… de kinderen. “Dit jaar heb ik met mijn kinderen gesprekken gevoerd die ik mij een jaar geleden nooit had kunnen inbeelden. Ze merken duidelijk dat er iets niet klopt. Ze hebben het over Palestina, de aanvallen tegen de leerkrachten, bezuinigingen op de openbare diensten, de verhoging van het inschrijvingsgeld voor het onderwijs, de legerdienst, het klimaat, racisme…” Velen zijn het daar niet mee eens en beginnen te beseffen dat je dingen helemaal alleen niet kunt veranderen. Ze willen zich engageren. Sommigen sluiten zich aan bij een studentencollectief, anderen bij een vredesbeweging, een antifascistische groepering of een vakbond.

Dit soort ervaringen komt vaak terug. Strijd bestaat niet enkel uit betogingen, maar ook uit gesprekken in gezinnen, op scholen of op de werkvloer. Gesprekken die de kiem leggen voor nieuw engagement. Uit opiniepeilingen blijkt dat de steun voor de sociale protesten dit jaar in alle regio’s van het land is toegenomen, ondanks de voortdurende aanvallen van de regering op de vakbonden4: in Vlaanderen steeg de steun voor de protestacties van 59 naar 67 procent, in Wallonië van 78 naar 82 procent en in Brussel van 77 naar 81 procent.

Een van de redenen voor deze steun is dat de Arizona-regering zich niet op één enkele tak van de sociale boom heeft gericht, maar die tot in zijn wortels heeft aangevallen. Bijna iedereen is betrokken: vrouwen, leerkrachten, openbare diensten, zieken, jongeren, de privésector, de cultuursector, het verenigingsleven. Tot op het het punt dat uiteindelijk iedereen wel iemand kent die erdoor getroffen is.

Op de zestien vakbondsbetogingen kwam het niet alleen tot ontmoetingen tussen vakbondsafgevaardigden die gewend zijn naar betogingen te gaan, maar ook tot gesprekken tussen mensen voor wie het hun eerste manifestatie was, zoals studenten, medewerkers in het verenigingsleven, vredesactivisten, antiracisten, of mensen die politiegeweld aan de kaak stellen.

Een medewerker van een medisch centrum waar geen vakbond actief is, benadrukte het belang van nationale vakbondsdemonstraties. “Er heerst bij ons veel woede. Over de regeringsmaatregelen. Over onze budgettekorten. Over de invloed ervan op de patiënten. En de vakbonden zijn de enigen die tot dit soort betogingen kunnen oproepen. Als ze dat niet doen, kunnen we onze boosheid niet uiten. Betogingen brengen mensen bij elkaar. Je voelt dat je niet alleen bent, je ziet dat we met velen zijn.”

Deze getuigenis illustreert de onvervangbare rol van de vakbonden. Ze wekken de woede niet op, maar ze zijn een plek waar de verschillende woedes bij elkaar kunnen komen. Dit roept een belangrijke vraag op: zijn betogingen een eindpunt of een beginpunt?

De woede omzetten

De afgelopen jaren kon je in vakbondsdiscussies regelmatig de volgende mening horen: alleen “een echt vreselijke regering“ zal de arbeiders wakker schudden. Alsof de hevigheid van de aanvallen op zichzelf al voldoende zou zijn om de mobilisatie op gang te brengen, alsof ellende automatisch tot collectieve actie zou leiden. Deze mening wordt door nader onderzoek weerlegd. Als armoede automatisch tot opstand zou leiden, zou er in veel landen sprake moeten zijn van permanente mobilisatie.

Collectieve actie berust op drie voorwaarden5: een gevoel van onrechtvaardigheid, de overtuiging dat collectieve actie verandering kan teweegbrengen en een gemeenschappelijke identiteit die individuele belangen omzet in collectieve doelen.

Het gevoel van onrechtvaardigheid is duidelijk aanwezig. De aanvallen van de Arizona-regering treffen een groot deel van de bevolking en wakkeren een diepe woede aan. Maar, zoals Marx in De armoede van de filosofie6 uitlegde, een sociale klasse wordt niet tot een historische kracht louter omdat haar leden met dezelfde moeilijkheden kampen. Ze moet zich er ook van bewust worden dat de belangen van haar leden gemeenschappelijk zijn, en vervolgens moet ze zich op een collectieve manier organiseren. Het is de taak van de vakbonden om de woede om te zetten in klassenbewustzijn en dit klassenbewustzijn vervolgens om te zetten in organisatievermogen.

De afgelopen negentien maanden zijn er zaadjes geplant, waarvan het ontkiemen grotendeels zal afhangen van de manier waarop de vakbonden hun rol zullen vervullen. Zullen zij ernaar streven om zo snel mogelijk weer de gebruikelijke gang van zaken van het sociaal overleg te hervatten? Of zullen ze ervoor kiezen om van deze uitzonderlijke periode een moment van duurzame opbouw te maken door nieuwe leiders te werven, op te leiden en te ontwikkelen, de vakbondsgroepen te versterken en het organisatievermogen van de werkende mensen te vergroten?

Het gaat er hier niet om sociaal overleg en syndicale actie lijnrecht tegenover elkaar te stellen. De christelijke arbeidersbeweging vat dit idee samen in een eenvoudige formule: “zoveel mogelijk overleg, maar actie indien nodig”. Maar overleg is nooit doeltreffend op zichzelf.7Zonder georganiseerde werknemers die het overleg ondersteunen, wordt het niet veel meer dan een smeekbede. Als het overleg daarentegen steunt op een machtsverhouding die binnen de bedrijven en de sectoren is opgebouwd, wordt het een echt instrument voor sociale verworvenheden.

Wanneer de traditionele politiek haar beste tijd gehad lijkt te hebben, vechten verschillende maatschappijvisies met elkaar om hun project voor de toekomst door te zetten.

Jozef Cardijn, een vooraanstaande figuur binnen de Belgische christelijke arbeidersbeweging en oprichter van de Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ), herhaalde steeds dat “een jonge arbeider meer waard is dan al het goud van de wereld”. Deze zin ging niet alleen over de waardigheid van ieder mens, maar drukte ook een strategisch inzicht uit: de ware rijkdom van de arbeidersbeweging ligt niet in de eerste plaats in haar instellingen, maar bij de vrouwen en mannen die zich ervoor inzetten, er verantwoordelijkheid in opnemen en zich ontwikkelen door middel van collectieve actie.

Na negentien maanden strijd is onze grootste overwinning niet alleen dat we barsten in de Arizona-muur hebben aangebracht. Het is het feit dat we duizenden arbeidsters en arbeiders zagen ontdekken dat ze samen de kracht hebben om invloed uit te oefenen op hun eigen lot.

Mogelijke kantelpunten in 2027-2028

Onvermijdelijkheid bestaat niet, evenmin als een glazen bol die de toekomst kan voorspellen. Maar de analyse van de economische logica die hier aan het werk is, de keuzes van Arizona, het einde van het sociaal overleg en de dynamiek die is ontstaan door de mobilisaties van de afgelopen maanden, maken dat we enkele belangrijke tegenstellingen kunnen onderscheiden die de komende jaren zullen bepalen.

De politieke of sociale vervaldata van de komende twee jaar zullen niet automatisch uitmonden in mobilisaties. Dat zijn momenten waarop krachten en wereldvisies met elkaar in botsing zullen komen. En het is de organisatie van de bestaande krachten – met name het vermogen van de vakbonden, om te organiseren, te overtuigen en een krachtsverhouding op te bouwen – die zal bepalen wat daaruit resulteert.

In tijden van crisis, wanneer de oude bestuursvormen hun beste tijd hebben gehad, strijden verschillende maatschappelijke visies met elkaar om hun toekomstbeeld op te leggen.8In de komende twee jaar zullen zich verschillende fundamentele keuzes aandienen: wie gaat de komende crisissen betalen? Welke rol willen we toekennen aan de openbare diensten en de sociale zekerheid? Welke koers willen we varen in het licht van de internationale spanningen?

De begroting: wie betaalt de rekening? In het najaar van 2026 moet de Arizona-regering een nieuwe fase van haar begrotingsprogramma presenteren, met een aangekondigde besparing van ongeveer 7 miljard euro. En achter dit begrotingscijfer schuilt de politieke keuze van wie er gaat betalen: wie draagt bij, wie profiteert, welke prioriteiten zullen worden gefinancierd, en welke opgeofferd? In dat opzicht is de begroting een momentopname van de machtsverhoudingen in de samenleving. Op 14 oktober 2026, tijdens de State of the Union, zal de regering haar keuzes moeten toelichten. Vorig jaar stond deze zelfde periode al in het teken van een krachtige sociale mobilisatie, die het contrast blootlegde van een politieke retoriek waarin maatregelen als noodzakelijk werden voorgesteld en de realiteit van degenen die eronder te lijden hadden.

Welfare of warfare: welk maatschappijmodel? De begrotingskwestie brengt een andere grote tegenstelling aan het licht die momenteel overal in Europa ter sprake komt: die tussen sociale zekerheid en militarisering. De vakbonden en de vredesbewegingen stellen een fundamentele vraag: moeten we meer investeren in de veiligheid van de bevolking of juist in de logica van militaire confrontatie? Het motto Welfare not warfare9vat deze strijd als volgt samen: de gecreëerde rijkdom moet ziekenhuizen, scholen, openbare diensten en sociale zekerheid versterken en mag niet bijdragen aan de wapenwedloop. De Europese acties die rond dit thema zijn gepland, met name op 20, 21 en 22 november 2026, zullen een gelegenheid zijn om de sociale strijd en de strijd voor vrede met elkaar te verbinden.

Lonen, indexering en verdeling van rijkdom. Eind 2026 zal er opnieuw een cruciale strijd losbarsten rond de wet van 1996, de automatische loonindexering en de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord voor 2027-2028. Achter deze technische dossiers schuilt een fundamentele vraag: hoe moet de door arbeid voortgebrachte rijkdom worden verdeeld? Al tientallen jaren wordt een steeds groter deel van de door werknemers gecreëerde rijkdom door het kapitaal opgeslorpt.10De komende onderhandelingen zullen dus opnieuw een confrontatie vormen tussen twee visies: de visie die het loon beschouwt als een kostenpost die moet worden teruggedrongen of de visie die het loon ziet als het legitieme aandeel in de geproduceerde rijkdom.

De strijdbewegingen met elkaar verbinden om een gemeenschappelijk bewustzijn op te bouwen. De komende jaren zullen ook gekenmerkt worden door momenten waarop verschillende strijdbewegingen elkaar kunnen ontmoeten: 8 maart voor de rechten van de vrouw, 21 maart tegen racisme, 1 mei voor de arbeiders, 8 mei ter herdenking van de overwinning op het fascisme. Deze afspraken zijn niet alleen militante tradities. Ze wijzen op een fundamentele realiteit: de verschillende gevechten tegen onrechtvaardigheden zijn geen afzonderlijke gevechten. De ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, de onzekere levensomstandigheden, de aanvallen op de openbare diensten, het racisme en de militarisering zijn de gevolgen van maatschappelijke keuzes. Door de conflicten met elkaar te verbinden, kunnen we de meervoudige frustraties omzetten in een collectieve kracht die zich bewust is van haar belangen.

2028: de sociale verkiezingen als graadmeter voor een collectief bewustzijn. Met de sociale verkiezingen van mei 2028 breekt een moment van waarheid aan. Deze verkiezingen zullen niet alleen de electorale invloed van de vakbondsorganisaties meten, maar ook de diepgang van het werk dat sinds de komst van de Arizona-regering is verricht: hoeveel werknemers zullen zich bij de collectieve actie aansluiten? Hoeveel nieuwe afgevaardigden zullen verantwoordelijkheid hebben opgenomen? Hoeveel vakbondsteams zullen er in de bedrijven zijn versterkt? Een sociale verkiezing wordt niet gewonnen in de weken voorafgaand aan de stemming. Die ontstaat uit de duizenden dagelijkse gesprekken op werkplaatsen, in winkels, keukens, kantoren, magazijnen en dienstverlenende bedrijven. De barsten die sinds 2025 zijn ontstaan, kunnen sluiten als ze geïsoleerd blijven. Maar ze kunnen ook het startpunt zijn van een ingrijpendere verschuiving in de machtsverhoudingen. Alles zal afhangen van het vermogen van de vakbondsbeweging om degenen die in de strijd hun collectieve kracht hebben ontdekt, om te vormen tot een georganiseerde kracht die in staat is om op lange termijn invloed uit te oefenen.

Optimisme als strategische keuze

Het zou natuurlijk heel gemakkelijk zijn om geschiedenis te schrijven als we alleen maar de strijd zouden moeten aangaan wanneer de kansen onmiskenbaar gunstig zijn,11schreef Karl Marx in 1871 aan Ludwig Kugelmann, naar aanleiding van de Parijse Commune. Deze zin herinnert aan een essentiële waarheid van de arbeidersbeweging: werknemers kiezen nooit zelf de omstandigheden waarin ze moeten strijden. Ze kiezen er alleen voor om deze omstandigheden als een onvermijdelijk lot te aanvaarden of juist om ze gezamenlijk het hoofd te bieden.

De huidige periode wordt gekenmerkt door een terugval in België, in Europa en in talrijke regio’s van de wereld. Het bezuinigingsbeleid, de opkomst van extreemrechts, de aantasting van sociale rechten en de toenemende militarisering tonen dat de krachtsverhoudingen tegenwoordig ongunstig zijn.

Maar het erkennen van een moeilijke situatie is niet hetzelfde als je erbij neerleggen en optimisme is niet het naïeve geloof dat alles goed zal komen. Optimisme is integendeel een strategische politieke keuze. Het is de keuze om in actie te komen, omdat men het idee verwerpt dat de toekomst volledig vastligt, dat er geen alternatief bestaat en dat het kapitalisme het einde van de geschiedenis betekent. Want we weten dat maatschappijen veranderen wanneer vrouwen en mannen zich organiseren om de tegenstellingen van hun tijd te doorbreken. En dat elke tegenslag ook nieuwe zaadjes kan doen ontkiemen.

Optimisme is niet het naïeve geloof dat alles goed zal komen. Het is een politieke keuze: handelen omdat de toekomst nooit helemaal vastligt.

Het optimisme van de vakbonden bestaat erin barsten op te sporen, ze te vergroten en ze met elkaar te verbinden. De tegenstellingen van een systeem kunnen nieuwe kansen bieden die uitgroeien tot historische veranderingen wanneer een collectieve kracht deze kans aangrijpt.

De geschiedenis van de arbeidersbeweging kent periodes waarin niets haalbaar leek, tot alles plotseling opklaarde. Het stemrecht, de sociale zekerheid, betaald verlof, de verkorting van de arbeidsduur: geen van deze veroveringen kwam vanzelf. Ze zijn ontstaan in zeer moeilijke omstandigheden, omdat werknemers weigerden te accepteren dat de wereld moest blijven zoals hij was.

Jan Cap, vakbondsman en werknemer bij de scheepswerven van Boel, herinnerde de jongere generaties hieraan: “We hebben mooie overwinningen behaald, heel veel overwinningen, maar soms was het ook erg moeilijk. Tegen de jongeren die hier aanwezig zijn, wil ik zeggen: laat je nooit ontmoedigen. Laat je hoofd nooit hangen. Ga altijd door. Organiseer je, zowel binnen als buiten de vakbond. Jullie zullen risico’s moeten nemen, maar één ding is zeker: jullie zullen nooit alleen staan. Organiseer jullie in groep, zowel binnen als buiten de vakbond. Studeer hard en doe echte kennis op. En onthoud dit motto: Van het concert van het leven krijgt niemand het programma.”12

De komende periode zal niet gemakkelijk zijn. Maar de geschiedenis ligt nooit van tevoren vast. De barsten zijn er al. De vraag is of de werknemers en hun organisaties erin zullen slagen die te verbreden, met elkaar te verbinden en samen de kracht op te bouwen die nodig is om ze uit te houwen tot een opening die het licht binnenlaat.

“There is a crack in everything, that’s how the light gets in”, zong Leonard Cohen.

Footnotes

  1. https://visie.net/artikel/wat-regering-beknibbelt-op-sociale-zekerheid-gaat-bijna-integraal-naar-defensie
  2. Mazzucato, M., Fleischman, S.Emerson, A.H. en Merling, L. Labour Squeezed, Investment Stalled: The Hidden Cost of Financialisation in Europe’s Corporate Sector UCL Institute for Innovation and Public Purpose, IIPP Policy Brief n35, 2026 www.ucl.ac.uk/bartlett/publications/2026/jun/labour-squeezed-investment-stalled .
  3. Deze titel hebben we ontleend aan een politiek essay van Jean Ziegler, socioloog en antiglobalist.
  4. De Stemming 2026 (DSEN26), Stefaan Walgrave (UAntwerpen), Jean-Benoît Pilet (ULB), Jonas Lefevere (UAntwerpen, VUB), Hugo Spruyt (ULB, UniversiteitLuik)
  5. KlandermansHow Group Identification Helps to Overcome the Dilemma of Collective Action American Behavioral Scientist, Jaargang 45, n° 52002
  6. Karl Marx, De armoede van de filosofie, 1847
  7. Nic Görtz, Ontsnappen aan de fetisj van het sociaal overleg Lava nr. 17, 2021.
  8. Antonio Gramsci, Gevangenisdagboeken, 1929-1935
  9. www.stopwar.org.uk/article/statement-from-the-international-conference-against-war
  10. www.denktankminerva.be/analyse/lonen-prijzen-winsten
  11. www.marxists.org/francais/marx/works/1871/04/km18710417.htm
  12. Overgenomen en vertaald uit: www.solidair.org/artikels/als-het-werkvolk-geschiedenis-maakt-jan-cap-1931-2018